CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-045 Bijlage 3. Ingekomen stukken RM

Commissie Ruimte 12 april 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenteraad (MZ/RM/AB 21-045)27.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

RL O

niet in beeld zijn gebracht. Het voorkeursalternatief kan daarmee mogelijk op onderdelen afwijken van de landschapsontwerpen, die immers in een vroeg stadium in planproces gereed zijn gekomen. De effecten van het initiatief moeten in beeld gebracht worden ten opzichte van de referentiesituatie. Zonder deze informatie is er geen goed beeld gegeven van de impact op het landschap.

Hetzelfde geldt voor de visualisaties, waarmee effecten op de beleving van het landschap ingeschat kunnen worden. Deze hebben betrekking op de vier ontwerpen, maar niet op het voorkeursalternatief. Keuzes die na het gereedkomen van de ontwerpen zijn gemaakt in het

O

voorkeursalternatief, zoals de bouwhoogtes en de glijbaan13, zijn derhalve niet gevisualiseerd. Deze visuele effecten worden bijvoorbeeld mede bepaald door de hoogte en dichtheid van gebouwen en deze informatie is niet verwerkt in de visualisaties, waardoor een

VO

vertekend beeld kan ontstaan bij de lezer van het MER. Om het overzicht van alle landschappelijke veranderingen ten behoeve van besluitvormers aan te reiken, verdient het de aanbeveling om naast de directe óók de indirecte veranderingen globaal in beeld te brengen. Indirecte veranderingen zijn die veranderingen die nodig zijn voor of een logisch gevolg zijn van de realisatie van het Waterpark, die evenwel door andere actoren worden genomen. Het gaat hierbij onder meer om veranderingen in de ontsluiting van het gebied, van de agrarische structuur, van de draaiing van het vliegveld, van de natte recreatieve infrastructuur en van separaat te vergunnen technische voorzieningen. Een tweede aanbeveling betreft het contrast tussen de vier ontwerpen. Dat er vier verschillende ontwerpen zijn gemaakt is goed te zien, maar onhelder is waarin de ontwerpen van elkaar verschillen als het gaat om de uitgangspunten. Een beknopte typering van die verschillen kan de lezer die niet zo goed bekend is met het ontwerp van Nico de Jonge helpen om de keuze voor de vierde variant te volgen.

13

Meerdere zienswijzen gaan in op de maximale bouwhoogte en de hoogte van de glijbaan.

-8-

De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming over het bestemmingsplan, de (belevings)effecten van het voorkeursalternatief op het landschap in beeld te brengen. Gebruik daarbij onder andere de beoordelingscriteria: invloed op kenmerkende structuren en invloed op openheid.

Verkeer In het MER is uitgebreid en breed onderzoek gedaan naar gevolgen van het plan op de verkeersdoorstroming, de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de omgeving. Ook zijn de gevolgen van de aanlegfase voor de verkeersafwikkeling zijn in beeld gebracht, en zijn varianten en mitigerende maatregelen onderzocht. Het MER laat goed zien welke verkeersen verkeersmilieueffecten er optreden bij de twee alternatieven ten opzichte van de

G

referentiesituatie. Het MER gaat tevens in op welke knelpunten er zijn te verwachten. Ook geeft het MER inzicht in oplossingsrichtingen voor de geconstateerde knelpunten ten aanzien van de ontsluiting van het recreatiegebied.

PI

Vanwege deze inzichten is er een overleg opgezet tussen de gemeenschappelijke

wegbeheerders. De wegbeheerders werken daarin gezamenlijk aan een gebiedsvisie voor de ontsluiting die onderdeel gaat worden van de Gebiedsvisie Veerse Meer. De Commissie constateert dat op dit moment er nog geen helderheid is over een mogelijke

RL O

oplossingsrichtingen voor de midden en lange termijn. Voor de aanlegfase geeft het MER inzicht in de mogelijke maatregelen om de negatieve effecten van het bouwverkeer te mitigeren.

Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de verkeersproductie. Hierbij is gebruik gemaakt van de verkeersproductiecijfers uit de CROW-publicatie 381. Het is voor de Commissie op dit moment niet navolgbaar of/ in hoeverre de verkeersattractie van de voorzieningen (door gasten die niet op het park verblijven) zijn meegenomen in de verkeersproductiecijfers. Of met andere woorden: in hoeverre de verkeersproductie getallen representatief zijn voor dit

O

hoogwaardig park.

Dit is van belang gezien in het ontwerpbestemmingsplan is bepaald dat voor leisurevoorzieningen, horeca en extensieve dagrecreatie het gebruik van gasten die niet verblijven op het park niet is uitgesloten, en daarmee dus is toegestaan. Gezien de hoogwaardige

VO

kwaliteit van de voorzieningen valt het niet uit te sluiten dat dit leidt tot extra verkeer naar het park. De Commissie merkt daarnaast op dat met onderzoek op een vergelijkbaar park is aangetoond dat de verkeersproductie van een vergelijkbaar park significant lager ligt dan de CROW-kengetallen.

De Commissie adviseert om in aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, te onderbouwen dat de uitgangspunten voor de verkeersaantrekkende werking van het park (inclusief haar voorzieningen) representatief zijn voor een maximale invulling van de bestemmingen die het bestemmingsplan toestaat. Mocht dit leiden tot aanpassingen dan dienen ook de milieueffecten daarop te worden aangepast (zoals de stikstofemissie en geluidhinder).

-9-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website.

G

Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Annemie Burger (voorzitter) Tom Ludwig MA. (secretaris) drs. Kees Vertegaal

RL O

Ir. Ruud Westerhof

PI

dr. Roeland During

Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Bestemmingsplan Waterpark Veerse Meer.

Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld?

Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteiten D10 en D16.1, “voor de aanleg/uitbreiding van het vakantiepark en de ontgronding”. Een MER is ook nodig omdat

O

effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom is een gecombineerd plan-/project-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit

VO

Gemeenteraad van Middelburg Initiatiefnemer besluit

College van burgemeester en wethouders van Middelburg Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag tot en met 1 februari 2021 heeft toegestuurd. Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3395 in te vullen in het zoekvak.

22 februari 2021 Persbericht

Gevolgen natuur en landschap nog niet duidelijk in milieueffectrapport Waterpark Veerse Meer Het milieueffectrapport voor het Waterpark Veerse Meer bij Arnemuiden is nog niet compleet. De gevolgen voor vogels, de stikstofneerslag op natuur en de effecten op het landschap zijn onder meer nog niet volledig in beeld. Dat zegt de Commissie voor de milieueffectrapportage in haar advies aan de gemeente Middelburg. De gemeente had de Commissie gevraagd om de inhoud van het rapport te beoordelen. Driestar BV wil het recreatiepark Veerse Meer herontwikkelen en uitbreiden. Het plan omvat 887 recreatiewoningen en -appartementen. Het park grenst aan het beschermd natuurgebied Veerse Meer en natuurgebied De Piet. Voordat de gemeente Middelburg een besluit neemt over het plan, zijn de milieugevolgen ervan onderzocht in een milieueffectrapport. Het nieuwe recreatiepark leidt tot meer verkeer. De verkeerseffecten in de bouwfase en mogelijke maatregelen om de verkeershinder te beperken zijn goed in beeld. De voorzieningen in het park, zoals horeca, worden ook toegankelijk voor bezoekers die daar niet verblijven. Onduidelijk is hoe het extra verkeer van deze bezoekers is meegenomen in de verkeersberekeningen. Meer waterrecreatie kan leiden tot verstoring van vogels in het Veerse Meer. Het effect op de aanwezige vogelsoorten is nog onvoldoende onderbouwd.

Verder leidt het plan tot meer stikstofneerslag op beschermde natuur. Dit wordt straks gecompenseerd door landbouwgrond te gebruiken. Hoeveel stikstofuitstoot er nu van deze gronden komt is nog onduidelijk. Er zijn vier landschapsontwerpen gemaakt en met elkaar vergeleken. Wat ontbreekt is een beschrijving van de landschappelijke gevolgen van het plan vergeleken met de huidige situatie. Wat is bijvoorbeeld de invloed van het park op de openheid van het landschap en op kenmerkende landschapsstructuren. De gemeente Middelburg heeft aangegeven het advies van de Commissie over te nemen en het milieueffectrapport aan te vullen. De Commissie zal daarna het aangevulde rapport opnieuw beoordelen. ----------------------------------------------------------De onafhankelijke Commissie m.e.r. is bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van milieueffectrapporten. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. De Commissie schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag - in dit geval de gemeente Middelburg - besluit over het plan. Zie ook www.commissiemer.nl.

Noot voor de redactie Op de website vindt u het volledige advies. Voor meer informatie kunt u bellen met Lourens Loeven, 030-234 76 76

MIDDELBURGSE ATELIER STICHTING

Secretariaat: Gravenstraat 63, 4331TC Middelburg

Aan het College van B &W van de Gemeente Middelburg, postbus 6000, 4330 LA Middelburg

Middelburg, 20 februari 2021

Betreft: verlenging erfpacht Gravenstraat 63; algemene voorwaarden (aanvulling op onze notitie 'Marktconform of maatschappelijk betrokken', 2020)

Zeer geacht college,

Zoals u bekend vindt thans overleg plaats tussen de gemeente en de Middelburgse Atelier Stichting over de voortzetting van de erfpacht van het perceel Gravenstraat 63 te Middelburg. Beide partijen hebben uitdrukkelijk te kennen gegeven de erfpacht te willen voortzetten. In dat verband heeft de Stichting – onder meer tijdens het overleg met wethouder Dekker op 1 juli 2020 – voor wat betreft de hoogte van de nog vast te stellen canon aandacht gevraagd voor het feit dat het bij hier gaat om het verlenen van erfpacht aan een organisatie met een culturele en maatschappelijke doelstelling, waarvoor het niet vanzelfsprekend is dat daarvoor dezelfde tarieven moeten gelden als voor commerciële wederpartijen van de gemeente. We hebben begrepen dat hierover thans een discussie loopt in de gemeenteraad. In dat verband vragen wij ook uw aandacht voor de voorwaarden die door de gemeente worden gesteld bij het verlenen van erfpacht en die dus ook bij de nieuwe tussen de gemeente en de Stichting te sluiten erfpachtovereenkomst zullen worden gehanteerd. De gemeente hanteert daarvoor de Algemene Voorwaarden voor de uitgifte in erfpacht van gronden in de gemeente Middelburg uit 2012. Wanneer de Stichting met de gemeente een nieuwe erfpachtovereenkomst sluit, moet onder meer worden afgesproken wat er moet gebeuren na het einde van die nieuwe erfpacht.

Volgens genoemde Algemene Voorwaarden valt aan het einde van de binnenkort met de gemeente af te sluiten erfpachtovereenkomst de verpachte grond van Gravenstraat 63 weer toe aan de gemeente. Daarmee wordt de gemeente ook weer eigenaar van het voormalige schoolgebouw dat zich op dit perceel bevindt. In deze Algemene Voorwaarden is onder meer een bepaling opgenomen betreffende vergoeding voor dit gebouw na het einde van de erfpacht (artikel 25 Algemene Voorwaarden; dit artikel komt vrijwel overeen met artikel 5:99 van het Burgerlijk Wetboek).

De hoofdregel van artikel 25 van de Algemene Voorwaarden is dat de voormalige erfpachter recht heeft op vergoeding van de waarde van het zich op het in erfpacht gegeven perceel bevindende gebouw als dit door de erfpachter bij het aangaan van de erfpachtovereenkomst tegen vergoeding van de waarde van de eigenaar is overgenomen. In het geval van de Stichting heeft zij aan de gemeente in 1996 voor de voormalige school een koopsom betaald van ƒ 225.000 (€ 102.100,55). Volgens deze hoofdregel zou de stichting aan het einde van de nieuw te sluiten erfpachtovereenkomst van de gemeente een vergoeding ontvangen van de waarde die het gebouw op dat moment heeft. In lid 2 van artikel 25 wordt op deze hoofdregel echter een aantal uitzonderingen gemaakt. Eén van die uitzonderingen betreft het geval, wanneer de in erfpacht gegeven grond "een andere bestemming had dan die van woningbouw". Deze in de algemene voorwaarden opgenomen regel is ontleend aan artikel 99 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarin dit als mogelijke – maar niet verplichte – uitzondering voorkomt.

Uit de wetsgeschiedenis van artikel 5:99 (zie kamerstukken 4572 nummer 4 [Voorlopig Verslag]) blijkt dat – hoewel uitgangspunt is dat aan het einde van de erfpacht een vergoeding wordt betaald aan de voormalige erfpachter – het "onder bepaalde omstandigheden zeer redelijk kan zijn dat de erfpachter gebouwen zonder vergoeding moet prijsgeven bij het einde van de erfpacht". Als voorbeelden worden genoemd "havenloodsen, industriegebouwen, tijdelijke installaties" ofwel, zoals het in dat Voorlopig Verslag wordt genoemd 'industriebouw". De Stichting meent dat in haar geval het redelijk zou zijn als de gemeente na het einde van de nieuw af te sluiten erfpachtovereenkomst een vergoeding betaalt voor het schoolgebouw dat dan weer haar eigendom is geworden. Weliswaar gaat het hier niet om woningbouw, maar er is nog minder sprake van "havenloodsen, industriegebouwen, tijdelijke installaties", met andere woorden commerciële gebouwen. De Stichting meent dat ook in dit geval onderscheid moet worden gemaakt tussen culturele en maatschappelijke enerzijds en commerciële organisaties anderzijds, waarbij dan de regeling voor maatschappelijke organisaties zou moeten overeenstemmen met de regeling voor woningbouw. Indien deze lijn wordt gevolgd zou dat betekenen dat de gemeente aan de Stichting aan het einde van de nieuwe erfpachtovereenkomst de waarde vergoedt die het gebouw op dat moment heeft.

Consequentie daarvan is dat in dat geval de Stichting het bedrag dat zij heeft moeten lenen voor de aankoop van het gebouw - een lening die uiterlijk in 2026 moet worden vernieuwd - niet of slechts gedeeltelijk hoeft af te lossen, aangezien zij de afgesloten lening na het einde van de erfpachtovereenkomst geheel of deels kan aflossen met de van de gemeente te ontvangen waardevergoeding. Daardoor hoeft gedurende de looptijd van de lening over het te vergoeden deel alleen rente te worden betaald, en hoeft niet te worden afgelost. Voor de huurders van ateliers in het gebouw betekent dat dat zij dan niet hoeven bij te dragen aan de aflossing van dat deel van de lening, wat zal leiden tot een aanzienlijk lagere huur dan wanneer zij wel aan de aflossing van de gehele lening zouden moeten bijdragen. Als de gemeente het wat dit betreft eens is met de Stichting zou bij het sluiten van de erfpachtovereenkomst lid 2 van artikel 25 van de Algemene Voorwaarden buiten toepassing moeten worden gelaten (of: in aangepaste vorm moeten worden ogenomen). De Stichting is desgewenst graag bereid tot nadere toelichting van dit verzoek.

Met vriendelijke groet, de Middelburgse Atelier Stichting, J. Begheyn, voorzitter M.L. Strous, penningmeester

Namens dezen, C.M.J.H. van de Ven, secretaris

Aan: Gemeenteraden Zeeuwse gemeenten, Provinciale Staten van Zeeland, Algemene Vergadering Waterschap Scheldestromen

ons kenmerk behandeld door telefoonnummer e-mail

: 00264655 : de heer G. Vonk : 06 5120 5192 : g.vonk@rud-zeeland.nl

Terneuzen, 12 februari 2021 Betreft: ontwerpbegroting 2022 Geachte raadsleden, Statenleden en leden van de Algemene Vergadering, Op 8 februari 2021 heeft het Dagelijks Bestuur van RUD Zeeland ingestemd met de ontwerpbegroting 2022 en het voorstel voor zienswijze voor te leggen aan de deelnemers. Door RUD Zeeland is in de begeleidingscommissie op 12 januari 2021 de ontwerpbegroting nader toegelicht. De begeleidingscommissie heeft in een beknopte reactie haar bevindingen ten aanzien van de ontwerpbegroting 2022 samengevat. De ontwerpbegroting 2022, het concept voorstel dat aan het Algemeen Bestuur zal worden voorgelegd en de bevindingen van de begeleidingscommissie vindt u terug in de bijlagen bij deze brief. De zienswijze kan onder vermelding van ons kenmerk 00264655 tot en met 28 april 2021 worden ingediend bij de secretaris van het Dagelijks Bestuur van de RUD Zeeland (email: post@rudzeeland.nl en in cc naar g.vonk@rud-zeeland.nl). De tijdig ingediende zienswijzen worden in het Dagelijks Bestuur van 14 juni 2021 behandeld. Daarna wordt de ontwerpbegroting met de daarop indiende zienswijzen ter besluitvorming voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van 5 juli 2021. Over deze besluitvorming wordt uw raad, staten of algemeen bestuur geïnformeerd. Hoogachtend,

ing. A. van Leeuwen MPA Directeur RUD Zeeland

Concept voorstel AB: Ontwerp begroting 2022 Agendapunt:

Terneuzen, 15 december 2020

IZIS nummer:

Opsteller: Leo Riemens en Gerben Vonk

Portefeuillehouder MT: Anton van Leeuwen _____________________________________________________________________________

Aan het algemeen bestuur van RUD Zeeland,

1. Gevraagde beslissing Instemmen met de ontwerp begroting 2022, inclusief meerjarenraming 2023-2025.

2. Inleiding Voorafgaand aan ieder begrotingsjaar stelt het Algemeen Bestuur van de RUD Zeeland de begroting vast. De begroting 2022 dient in het kader van een wettelijke verplichting vóór 1 augustus 2021 aan de toezichthouder (Ministerie van Binnenlandse Zaken) te worden aangeboden. VZG richtlijn Met het VZG bestuur en de werkgroep samenwerking gemeenschappelijke regelingen is verkennend gesproken over de VZG richtlijn indexering en over de VZG richtlijn algemene reserve. Dit heeft nog niet geleid tot een oplossing. De werkgroep gemeenschappelijke regelingen zal een afspraak maken om e.e.a. verder door te nemen met de directeur van de RUD Zeeland. Overigens in de begroting 2022 wordt de vastgestelde VZG richtlijn indexering toegepast. Begeleidingscommissie In 2018 is de begeleidingscommissie RUD Zeeland ingesteld. Deze commissie adviseert het DB inzake de begroting, wijzigingen in de begroting en de jaarstukken. De ontwerp begroting 2022 is 12 januari 2021 besproken met de begeleidingscommissie. De begeleidingscommissie stemt in met de ontwerpbegroting 2022.

3. Overwegingen en advies Deze paragraaf bevat een beknopte samenvatting van de ontwikkelingen en uitgangspunten van de begroting 2022. Begroting 2022: ontwikkelingen Voor 2022 voorzien we dat ondermijning en met name de nieuwe omgevingswet ontwikkelingen zijn die grote impact hebben op onze organisatie. Daarnaast verkent de RUD de samenwerking met VRZ en GGD, onderzoekt provincie Zeeland de robuustheid van de RUD. We staan aan de vooravond van besluitvorming die grote gevolgen kunnen hebben voor de huisvesting, de inrichting en mogelijk de begroting (2022 en verder) van onze

organisatie. In 2021 en 2022 nemen we de besturen, raden en staten mee in de besluitvorming over deze onderwerpen. Aan de hand van een SWOT analyse bereiden we ons voor op deze ontwikkelingen. Eén van onze grootste risico’s bij deze ontwikkelingen is onze beperkte (ontwikkel) capaciteit binnen de uitgangspunten P*Q. In de voorbereidingen van grotere projecten zal dit een belangrijke weging zijn voor de uitvoering van deze werkzaamheden. Dit kan ertoe leiden dat er extra budget benodigd is of dat andere keuzes moeten worden gemaakt. Begroting 2022: uitgangspunten Financiën Voor het berekenen van de bijdrage 2022 van de deelnemers is uitgegaan: - Het inrichtingenbestand (peildatum 1-4-2020), en - de kentallen uit het rapport P*Q zoals deze zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 20 maart 2017 en de aanpassing van de kentallen aan de hand van de evaluatie P*Q (AB besluit op 30 november 2020). Uitbreiding taken provincie Zeeland Met ingang van 2021 breidde provincie Zeeland de inzet voor toezicht en coördinatie groene wetten uit. Deze uitbreiding is verwerkt in de begroting 2022. Inflatie/VZG norm We pasten de VZG norm (+0,9%) voor inflatie toe op de begroting 2022. Deelnemersbijdragen 2022 Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten bedraagt de begrote deelnemersbijdrage voor 2022 € 10 miljoen.

Begrote bijdrage per deelnemer 2022 specificatie (in €)1

Deelnemer

Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Waterschap Scheldestromen Provincie Zeeland TOTAAL

Vaste Strippenkaart bijdrage 2022 overig 2022

452.700 469.900 475.100 198.900 134.100 199.700 375.600 536.800 643.700 858.100 265.400 146.200 186.700 95.500 3.337.600 8.376.000

131.300 145.400 103.000 67.800 88.800 98.000 118.600 151.100 100.400 120.100 67.400 80.000 109.900 0 258.800 1.640.600

Totaal 2022

Totaal gewijzigde begroting 2021

Verschil

584.000 615.300 578.100 266.700 222.900 297.700 494.200 687.900 744.100 978.200 332.800 226.200 296.600 95.500 3.596.400

595.500 608.900 562.500 264.900 218.600 290.700 497.400 693.200 738.500 931.200 324.200 230.900 287.100 93.500 3.429.100

-11.500 6.400 15.600 1.800 4.300 7.000 -3.200 -5.300 5.600 47.000 8.600 -4.700 9.500 2.000 167.300

10.016.600

9.766.200

250.400

4. Uitvoering en communicatie a. Aanpak en Planning -

12 januari 2021 behandeling in Begeleidingscommissie; 8 februari 2021 behandeling in Dagelijks bestuur; 12 februari 2021 verzenden ontwerp begroting 2021 naar de raden van de deelnemers voor het indienen van zienswijzen; 23 april 2021 uiterste datum voor indiening zienswijzen; 14 juni 2021 behandeling in het Dagelijks Bestuur van de ontwerp begroting 2022 inclusief de daarop ingediende zienswijzen; 5 juli 2021 behandeling in Algemeen Bestuur: vaststellen begroting 2022 inclusief de daarop ingediende zienswijzen; 31 juli 2021 (uiterlijk) verzenden vastgestelde begroting 2022 naar deelnemers en Toezichthouder en AB leden en deelnemers.

5. Risico’s a. Financieel Zie ontwerp begroting 2022

b. Organisatorisch n.v.t. 1

In bijlage 2 bij de ontwerpbegroting is een meerjarig overzicht per deelnemer opgenomen

c. Juridisch n.v.t.

d. Overige consequenties N.v.t.

e. -

Bijlage: ontwerp begroting 2022 advies begeleidingscommissie

begeleidingscommissie datum onderwerp

20 januari 2021 ontwerp-begroting RUD-Zeeland 2022

aan het dagelijks bestuur van de RUD-Zeeland p/a Postbus 35 4530 AA TERNEUZEN Geacht bestuur, De begeleidingscommissie heeft op 12 januari 2021 de ontwerp-begroting 2022 van de RUD Zeeland beoordeeld. In het ontwerp is het huidige beleid voor 2022 voortgezet en wordt een duidelijk beeld gegeven van de voorgenomen acties en bijbehorende kaders. De begeleidingscommissie heeft de ambtelijke vertegenwoordigers van de RUD Zeeland verder een aantal tekstuele verbetersuggesties gegeven. Zonder tegenbericht gaat de begeleidingscommissie er van uit dat deze in de definitieve versie worden verwerkt. Aanvullend willen wij het volgende bij uw bestuur onder de aandacht brengen: - In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is de geactualiseerde risico-inventarisatie opgenomen. Geconstateerd wordt dat het vastgestelde beleid (Zeeuwse kwaliteit) en de hiervoor benodigde middelen niet met elkaar in lijn zijn. - Tevens komt de beschikbare weerstandscapaciteit niet overeen met hetgeen door de VZG hiervoor als richtlijn bij Gemeenschappelijke Regelingen wordt gehanteerd. Wij adviseren dan ook het volgende bij dit voorstel: - Het (beoogde) beleid en de benodigde middelen met elkaar in overeenstemming te brengen. - De nog vast te stellen integrale ‘Toekomstvisie OD Zeeland 2021-2024 als basis hiervoor te gebruiken en dit samen met de deelnemers bestuurlijk vast te stellen.

- De (financiële) gevolgen hiervan zo spoedig mogelijk inzichtelijk te maken, zodat dit door de deelnemers kan worden meegenomen in de kaderstelling voor de (meerjaren)begroting van de deelnemers. Met inachtneming van het voorgaande adviseert de begeleidingscommissie positief over dit voorstel. Desgewenst is de begeleidingscommissie bereid de inhoud van deze brief nader toe te lichten. De begeleidingscommissie verzoekt u deze reactie/dit advies aan de deelnemers en aan het algemeen bestuur beschikbaar te stellen.

Pagina 1 van 2

Met vriendelijke groet, namens de begeleidingscommissie,

Ronny de Troije voorzitter

Pagina 2 van 2

Begroting 2022

Begroting 2022

INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave ____________________________________________________________________2 In het kort ________________________________________________________________________3 Voorwoord ________________________________________________________________________4 Ontwikkelingen en uitgangspunten ____________________________________________________5 Begroting in één oogopslag _________________________________________________________10 Programmaplan Milieu _____________________________________________________________11 Overzichten ______________________________________________________________________16 Paragrafen _______________________________________________________________________18 Paragraaf bedrijfsvoering ________________________________________________________________19 Paragraaf Financiering (Treasury) __________________________________________________________27 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing __________________________________________28

Financiële begroting _______________________________________________________________31 Bijlagen _________________________________________________________________________37

Begroting 2022

IN HET KORT 8.600 Bedrijven 190 Bedrijven met een hoog risico

Formatie 84 fte

P*Q

15 DEELNEMERS

De inzet van onze medewerkers verrekenen we op werkelijke inzet met onze deelnemers

Provincie Zeeland 13 Zeeuwse Gemeenten Waterschap Scheldestromen

Omgevings wet In 2022 is de RUD klaar voor de nieuwe omgevingswet

Toezicht & Handhaving voor Jaarlijks voeren we circa 2.000 periodieke controles uit.

430 We hebben circa 430 vergunningplichtige bedrijven in portefeuille.

Natura2000 gebieden

Luchthavens

1.200 We beoordelen jaarlijks circa 1.200 Asbestinventarisatierapporten

16

2.000

De RUD vergunt en controleert jaarlijks 27&vuurwerk evenementen

€ 10 miljoen Voor 2022 heeft de RUD een sluitende begroting van € 10 miljoen. De kosten van overhead zijn 31,5% van de totale lasten.

Ontheffingen

 

8 luchthavens Circa 19 jaarlijkse generieke ontheffingen

Jaarlijks circa 27 locatiegebonden ontheffingen voor bijvoorbeeld evenementen

Begroting 2022

VOORWOORD Met veel genoegen bied ik de programmabegroting van RUD Zeeland aan. Als voorzitter van onze uitvoeringsdienst ben ik trots op iedereen die hier een bijdrage aan heeft geleverd. Zeker in dit bijzondere jaar vind ik het heel belangrijk mijn waardering uit te spreken voor de inzet van onze medewerkers. Ondanks de moeilijke tijd doet iedereen ontzettend zijn best en blijven we ons inzetten voor een slagvaardige en professionele organisatie. Dat is een schouderklopje waard. Begroting In de begroting staan de plannen voor het volgende jaar, met een doorkijk naar 2022 tot en met 2025, wat het uitvoeren van de plannen kost en welke financiële gevolgen dit heeft. De begroting is vergelijkbaar met eerdere jaren, veel verrassingen komt u niet tegen. PxQ Dit is wel de eerste oorspronkelijke begroting die volledig gebaseerd is op de kosten van levering van de Zeeuwse kwaliteit (P*Q). Dit betekent dat deelnemers gaan betalen op basis van de ervaringscijfers van het verleden. Wij krijgen dus betaald op basis van de uren die we leveren en dat leidt tot een veel eerlijkere verdeling van de kosten onder de deelnemers. Dat is een goede zaak. Tegelijkertijd is dit voor zowel de deelnemers als voor ons als RUD spannend, omdat we pas aan het einde van het jaar weten of de ureninschatting reëel is gebleken.

Natuurlijk gaan we niet zo lang wachten: ieder kwartaal bekijken we waar we staan en er is meer ruimte voor evaluatie, zodat niemand voor verrassingen komt te staan. De deelnemende gemeenten, provincie Zeeland en het waterschap krijgen de gelegenheid hun zienswijzen op de begroting in te brengen. Uw Algemeen Bestuur stelt de begroting vast. De organisatie Feit blijft dat we ons maximale doel niet halen. We horen in principe 100% productie te leveren, dit is door het huidige budget en vanwege de krapte op de arbeidsmarkt niet haalbaar. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe medewerkers die moeten worden ingewerkt: deze zijn in de eerste maanden nog niet volledig inzetbaar. Bovendien kijken we samen met VRZ en GGD naar mogelijkheden om samen te werken in het primaire en secundaire proces, om zo een efficiency slag te kunnen maken. De uitkomsten daarvan verwachten we in de loop van 2021. Veilig, schoon en leefbaar Ongeacht de uitdagingen waar we mee te maken hebben, blijven onze drie criteria voorop staan: een veilig, schoon en leefbaar Zeeland. Soms moeten we hiervoor keuzes maken, door bijvoorbeeld vooral te kijken naar risicovollere bedrijven en op andere plekken meer ad hoc handhaven. Dankzij de flexibiliteit van onze medewerkers kunnen we ons gelukkig nog steeds volledig richten op deze kerntaak. Met vriendelijke groet, Adrie van der Maas Voorzitter

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

4

Begroting 2022

ONTWIKKELINGEN EN UITGANGSPUNTEN Organisatie De eerste jaren hebben we hard gewerkt aan de opbouw van de organisatie en een professionele kwaliteit van de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Ook de komende jaren ligt er veel op ons pad om op te pakken; onder andere: - Aflopen overeenkomst huisvesting en PIOFAC taken - Hoge risico’s1 o.a. onbalans in taken als gevolg van invoering P*Q / verrekening op basis van werkelijke uren - Verkenning samenwerking met VRZ en GGD. - Omgevingswet We gaan dus wederom een intensieve en dynamische periode tegemoet. We stelden hiervoor onder andere een toekomstvisie voor onze Omgevingsdienst op. Daarnaast zijn er al een aantal onderzoeken gestart die ons en onze besturen de komende jaren helpen in de besluitvorming:  Huisvestingsvisie Het contract voor huisvesting en PIOFAC- taken kent een einddatum van 31 december 2023. Dit is voor ons de aanleiding geweest om in 2019 een huisvestingsvisie voor te bereiden. De visie presenteerden we in 2020 aan het algemeen bestuur.  Toekomstvisie RUD Zeeland 2024 Bij de invoering van P*Q signaleerden we risico’s die vrijwel zeker optreden als gevolg van P*Q en de verrekening van onze dienstverlening op werkelijke uren of stuks. Deze knelpunten zijn ook in de evaluatie van P*Q benoemd.

We bespraken deze knelpunten en de mogelijkheden voor doorontwikkeling van RUD Zeeland met het dagelijks en algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur verzocht ons vervolgens de voorstellen te bundelen en een integraal voorstel voor besluitvorming voor te leggen. De voorstellen zijn gebundeld in de Toekomstvisie RUD Zeeland 2024. Dit toekomstvisie is aangeboden aan het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur heeft dit stuk aangehouden vanwege het onderzoek van de provincie naar de robuustheid van RUD Zeeland.  Verkennend onderzoek samenwerking GGD, VRZ en RUD Zeeland In oktober 2019 hebben de Algemene Besturen van de GGD, VRZ en RUD Zeeland het plan van aanpak, opgesteld door Berenschot, voor een verkennend onderzoek naar de samenwerking van de GGD, VRZ en RUD Zeeland vastgesteld. Berenschot voert het proces uit onder begeleiding van een bestuurlijke (voorzitters van de algemene besturen en directeuren) en ambtelijke commissie. Het project bestaat uit vijf fasen. De eerste twee fasen (proces en communicatie inhoud, uitwerken samenwerkingsmogelijkheden) zijn gereed. De laatste drie fasen (beschrijven scenario’s, weging scenario’s, opstellen eindrapportage) volgen in februari en maart 2021. We voorzien de oplevering van de eindrapportage eind maart 2021. Daarna nemen de algemene besturen naar verwachting voor de zomer 2021 een standpunt in.

 Verkennend onderzoek provincie Zeeland Zowel Provinciale Staten als Gedeputeerde Staten hechten er waarde aan dat de kwaliteit van de uitvoering van het milieubeleid goed is en dat leden van de GR daar gezamenlijk verantwoordelijkheid voor nemen. Daarnaast speelt er veel bij de RUD, zoals P*Q, verkenning samenwerking met GGD en VZG, aflopen contract huisvesting/PIOFACH. Provinciale Staten zien daarom reden om een verkenning uit te laten voeren naar de toekomst van de RUD Zeeland, niet alleen vanuit de kwaliteit van de uitvoering van de provinciale milieutaken maar als mede-eigenaar ook in de breedte.

1 Zie ook Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

5

Begroting 2022

In de periode tussen november 2020 en mei 2021 voert de provincie een verkenning uit. De verkenning heeft als doel om antwoord te krijgen op de vraag op welke wijze een goede, inhoudelijk robuuste en toekomstbestendige samenwerking bereikt en geborgd kan worden. Vooral voor de uitvoering van de milieutaken in het algemeen en de provinciale milieutaken in het bijzonder. Hierbij is een aandachtspunt hoe de RUD Zeeland meer toegevoegde waarde kan hebben. In 2021 nemen we de besturen en de raden, staten mee in de besluitvorming naar aanleiding van de visies en onderzoeken. De besluitvorming kan leiden tot een aanpassing van de begroting 2022.

 Covid -19 Door Covid-19 hebben we de wijze van uitvoering van onze werkzaamheden moeten aanpassen in 2020. Dit heeft geleid tot creatieve oplossingen. De productie over 2020 was dan ook vergelijkbaar met 2019. Op basis van de inzichten toe nu toe is het ook de verwachting dat dit in 2021 en 2022 het geval zal zijn. Natuurlijk hebben we extra kosten maar andere kosten, bijvoorbeeld reiskosten, zijn weer lager. We verwachten per saldo geen extra lasten.

Programmalijnen Milieu Omgevingswet Een belangrijke ontwikkeling op onder meer milieugebied betreft de komst van de Omgevingswet (geplande inwerkingtreding in 2022). Deze integrale wet vervangt meer dan 25 wetten op het gebied van bouwen, wonen, milieu, natuur, archeologie e.d. Sinds 2016 implementeert RUD Zeeland de Omgevingswet intern. Op dit moment voorzien wij dat RUD Zeeland kwalitatief en kwantitatief klaar is voor de minimale en wettelijk verplichte zaken met betrekking tot de uitvoering van de Omgevingswet in 2022. Dit geldt voor zowel de eigen organisatie als dienstverlenend naar de deelnemers. In 2021 verwachten we dat dit veel ureninzet van alle RUD-medewerkers zal vergen. Deze uren gebruiken de medewerkers voor opleiding, deelname pilots, ontwikkeling van een passend en milieu-informatief digitaal systeem, actualisatie van de PDC (producten Omgevingswet), ontwikkeling en toepassing HR-beleid (competenties, vaardigheden, cultuur) e.d. We monitoren of de voorbereidingen inderdaad voldoende waren, of dat extra werkzaamheden nodig zijn. De planning is om in de eerste helft van 2021 het algemeen bestuur een besluit te vragen over de gevolgen voor de begrotingsjaren 2022 tot en met 2024. Dit doen we vanwege de vele onzekerheden over o.a. de kengetallen waarop de begrotingssystematiek is gebaseerd.

Toezicht en handhaving groene wetten In de periode tot 2020 waren de taken van de Inspecteur groene wetten erg aan verandering onderhevig. Deze veranderingen leidden tot een verhoogde administratieve last en extra taken vanuit beheerplannen, vergunningen en ontheffingen. Door deze toenemende werklast hebben we in 2018 prioriteiten gesteld in taken en uren. De werklast van de afdeling is echter onverminderd hoog. We moeten met de bestaande capaciteit steeds scherpere keuzes maken over wat we wel en niet oppakken. Gezien de huidige ontwikkelingen op het gebied van stikstof, het soortenbeleid en de nieuwe Omgevingswet, verwachten we dat de werkdruk nog verder toeneemt. Hierdoor verwachten we op termijn toezicht en handhaving voor de groene wetten niet goed meer te kunnen uitvoeren. Dit vooruitzicht is voor ons de aanleiding geweest voor een brede heroriëntatie voor dit taakveld. In overleg met Gedeputeerde Staten stellen we in 2021 een visie op voor groene handhaving voor de komende vijf jaar. Ondermijning Ondermijning is de vermenging van de onderwereld en de bovenwereld. De sluipende bedreiging van de integriteit van het openbaar bestuur, overheidsambtenaren en het bedrijfsleven. RUD Zeeland helpt mee dit maatschappelijke probleem tegen te gaan door:  toepassing van BIBOB beleid bij vergunningverlening;  uitvoering van controles in gezamenlijkheid met partners (adhoc).

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

6

Begroting 2022

Om een meer gestructureerde inzet vanuit RUD Zeeland te realiseren en te waarborgen, stellen we in 2021 een plan van aanpak op over de inzet en mogelijkheden van RUD Zeeland op het tegengaan van ondermijning. Daarmee benutten we ook de aanwezige kennis bij medewerkers van RUD Zeeland over bedrijvigheid en het Zeeuwse buitengebied. Besluitvorming over het tegengaan van ondermijning volgt halverwege 2021 via het algemeen bestuur. Deze besluitvorming leidt mogelijk tot een aanpassing van de begroting 2022.

Uitgangspunten deelnemersbijdrage In 2020 stemde het algemeen bestuur in met de evaluatie P*Q en rekenen we vanaf het uitvoeringsjaar 2021 af op werkelijke uren. Naar verwachting vindt in 2021 opnieuw een evaluatie plaats van de P*Q systematiek. Verder evalueren we in 2022 het afrekenen op werkelijke uren. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten bedraagt de begrote deelnemersbijdrage voor 2022 € 10 miljoen. De tabel hieronder geeft het verloop van de bijdrage ten opzichte van de gewijzigde begroting 2021 weer. Omschrijving Deelnemersbijdrage 2021 1. Hogere kosten extra taken provincie Zeeland (Groen) 2. Afname van de vergoeding frictiekosten provincie Zeeland 3. Terugdraaien schaalvoordeel 4. Inflatie (VZG richtlijn) 5. Correctie Inrichtingenbestand Deelnemersbijdrage 2022

Bedrag (x € 1000) 9.767 79 31 97 93 -50 10.017

1. Hogere kosten extra taken provincie Zeeland Vanaf het begin van 2021 breidt de capaciteit voor toezicht en coördinatie groene wetten structureel uit. De kosten voor deze uitbreiding staan in de begroting van 2022. 2. Afname vergoeding frictiekosten provincie Zeeland Als gevolg van bovengenoemde uitbreiding van de capaciteit voor groen toezicht realiseren we met ingang van 20212 een schaalvoordeel van € 31.000. Dit schaalvoordeel verminderen we op de geraamde bijdrage van provincie Zeeland in de frictiekosten tot en met 2025. Na deze periode brengen we dit in mindering op het schaalnadeel en neemt het verwachte schaalnadeel af van € 297.000 naar € 266.000. Zie ook tabel Ontwikkeling resultaat als gevolg van schaalvoordelen en – nadelen. De oplossing voor dit verwachte schaalnadeel willen we zoeken in het realiseren van extra of nieuwe taken. Inmiddels is er voor circa 9 fte aan nieuwe en/of extra taken gerealiseerd sinds 1 januari 2019. 3. Terugdraaien schaalvoordeel Door de inbrenging van nieuwe taken bouwde RUD Zeeland tot 2020 een schaalvoordeel op van € 224.000. In 2019 ontstond door de uitname van Brzo-taken een schaalnadeel van € 595.000. Provincie Zeeland vergoedt op basis van een afbouwend schema tot 2025 de frictiekosten die ontstonden door de uitname van deze taken. In 2022 neemt de vergoeding met € 97.000 af.

Deze afname brengen we in mindering op het schaalvoordeel, waardoor er in 2022 per saldo nog een schaalvoordeel van € 22.000 resteert.

2 Dit schaalvoordeel is nog niet verwerkt in de begroting 2021. In de tabel Ontwikkeling resultaat als gevolg van schaalvoordelen en –

nadelen is deze wijziging wel doorgevoerd voor 2021. Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

7

Begroting 2022

Ontwikkeling resultaat als gevolg van schaalvoordelen en –nadelen: Omschrijving (bedragen * € 1.000) Schaalnadeel overdracht Brzo-taken

2021 595

2022 595

2023 595

2024 595

2025 595

- Rapport Berenschot : Frictiekosten vergoeding

416

319

218

112

-

- Schaalvoordeel: extra taken toezicht en coördinatie groene wetten

-31

-31

-31

-31

-

Totaal: Frictiekosten vergoeding provincie Netto schaalnadeel overdracht Brzo-taken

385 210

288 307

187 408

81 514

595

224 74 31 329 119

224 74 31 329 22

224 74 31 329 -79

224 74 31 329 -185

224 74 31 329 -266

119

22

-79

-185

-297

Schaalvoordeel asbesttaken en extra groentoezicht Schaalvoordeel extra taken Schouwen-Duiveland Schaalvoordeel extra taken toezicht en coördinatie groene wetten Totaal schaalvoordeel Resultaat (+ schaalvoordeel - schaalnadeel) begroting 2022 Resultaat (+ schaalvoordeel - schaalnadeel) begroting 2021

2020

224

224 224

4. Inflatie (VZG richtlijn) De VZG richtlijn is een inflatie richtlijn voor gemeenschappelijke regelingen in Zeeland voor het opstellen van de begroting. Het percentage is voor 2022 door de VZG berekend op basis van 2 percentages uit de gemeentefondscirculaire 2020: - prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers van 0,6%3 - prijs overheidsconsumptie, netto materieel 1,5% Door aan deze percentages een weging toe te voegen van 2/3 respectievelijk 1/3 wordt de richtlijn voor het VZG percentage berekend; +0,9% voor 2022. Het VZG percentage is verwerkt in de begroting voor 2022. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 gaan we uit van een vergelijkbare inflatie als in 2022. 5. Correctie inrichtingenbestand Aan de hand van het inrichtingenbestand peildatum t-2 (1 april 2020) actualiseren wij de raming van alle producten met een kental (P*Q) voor 2022. Voornamelijk door een afname van het aantal vergunning plichtige bedrijven neemt de deelnemersbijdrage af.

Doorontwikkeling RUD Voor een doorontwikkeling van onze organisatie maken we gebruik van een SWOT-analyse. De SWOT-analyse is gebaseerd op de strategie van RUD Zeeland. De strategie is onderdeel van het bedrijfsplan 2016. Naar verwachting actualiseren we het bedrijfsplan eind 2021 / begin 2022. RUD Zeeland heeft de ambitie om een duurzame en toekomstbestendige organisatie te zijn, waarover de opdrachtgevers tevreden zijn en waar de medewerkers van RUD Zeeland met plezier professionele producten leveren. Om deze ambitie te verwezenlijken, wordt op de volgende punten ingezet: 1. RUD Zeeland stuurt op kwaliteit van de organisatie, medewerkers en producten. Hierbij worden de landelijke professionele standaards gehanteerd. Kwaliteit is wat men mag verwachten van een serieuze organisatie. De producten die we leveren voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria. 2. RUD Zeeland stuurt op de medewerkers- en klanttevredenheid. RUD Zeeland heeft inzicht in de (wensen van de) opdrachtgevers, medewerkers en andere stakeholders. RUD Zeeland komt afspraken met hen na en beheert actief relaties en managet verwachtingen.

3 De huidige cao afspraken gelden tot en met 2020. Nieuwe cao afspraken kunnen leiden tot een begrotingswijziging voor 2022.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

8

Begroting 2022

3. RUD Zeeland is flexibel. RUD Zeeland ambieert om de (omvang van de) organisatie en de productiecapaciteit snel aan te passen aan veranderende omstandigheden. Er is verandercapaciteit die het mogelijk maakt om proactief in te spelen op veranderende omstandigheden. De organisatie herkent op tijd kansen en bedreigingen en is in staat daar op in te spelen. 4. RUD Zeeland is efficiënt en effectief. Voor de begroting 2022 actualiseerden we de SWOT-analyse en zijn voorbereidingen getroffen voor de uitwerking van kansen en bedreigingen.

SWOT – Analyse4 Sterke punten: Producten worden, via een zaakgericht systeem, op een uniforme en efficiënte (gecertificeerde) wijze geleverd. Door rapportages is RUD Zeeland een open en transparante organisatie voor haar deelnemers en overige belanghebbenden. Afdelingen bezitten een hoog kennisniveau en zijn productie- en oplossingsgericht. Het verandervermogen is hoog waardoor de organisatie kan meebewegen met interne en externe ontwikkelingen. Tijd en plaats onafhankelijk werken. Stabiel en uitgebreid netwerk van specialisten waardoor kwaliteitscriteria is gewaarborgd. Korte lijnen; collega’s vinden in onze organisatie elkaar makkelijk voor oplossingen en ondersteuning in de werkzaamheden.

Zwakke punten: RUD Zeeland bevat onvoldoende (ontwikkel)capaciteit voor versterking van de organisatie op het gebied van inhuur, (nieuwe) producten, processen, relatiebeheer, ontwikkelingen en wetgeving. Veel inhuur / uitbestede werkzaamheden, ondanks krapte op de arbeidsmarkt en beperkte regelcapaciteit maken we relatief veel gebruik van externe capaciteit (12,5% van onze begroting) Afhankelijk van partners en politiek. Profilering. Onvoldoende middelen om het natuurlijk verloop op te vangen. Als gevolg van de aanbesteding PIOFACH-taken kunnen we beperkter sturen / invloed uitoefenen op deze taken. (te) weinig financiële reserves. Sturingsinformatie. Communicatie (voornamelijk extern). Langdurige bestuurlijke besluitvormingsprocessen. Werkomstandigheden m.n. kantoortuin (moeilijk focussen) en thuis (de ondersteuning van thuiswerken moet nog verder doorontwikkelen). Als gevolg van solo functies is er veel kennis bij één medewerker (gevaar bij uitval).

Kansen: Eén uitvoeringsdienst in Zeeland met sterk netwerk. Intensievere samenwerking met GGD en VRZ. Toepassen van onze data en informatie van RUD bij haar deelnemers. Het toepassen van onze expertise ten behoeve van (beleids-) vraagstukken bij onze deelnemers. Inbrengen taken door deelnemers. Aangesloten bij omgevingsdienst.nl.

Bedreigingen: Verschuivingen in bevoegd gezag a.g.v. de Omgevingswet. Huidige krapte op de arbeidsmarkt; het aanbod van ervaren geschikte kandidaten is vrijwel nihil. Uitname taken door deelnemers. P*Q op stuksniveau Hoge registratiedruk.

-

Impact van externe (economische) ontwikkelingen op de uitvoering van onze werkzaamheden. Zaaksysteem niet tijdig gereed voor de Omgevingswet

4 In de paragraaf bedrijfsvoering zijn vanaf pagina 19 een aantal zwakten en sterkten verder uitgewerkt voor het jaar 2022.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

9

Begroting 2022

BEGROTING IN ÉÉN OOGOPSLAG Overzicht van lasten (bedragen x € 1.000)

Overzicht van baten (bedragen x € 1.000)

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

10

Begroting 2022

PROGRAMMAPLAN MILIEU Overzicht baten en lasten programmaplan Programma  Programmalijn Vergunningverlening  Programmalijn Toezicht en handhaving Overzichten  Algemene Dekkingsmiddelen  Overhead  VPB  Onvoorzien

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

11

Begroting 2022

OVERZICHT BATEN EN LASTEN PROGRAMMAPLAN Het onderstaande overzicht geeft de lasten en baten van het programmaplan weer. Dit betreft de weergaven van de lasten en baten op basis van de indeling van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Pagina 31 geeft de lasten en baten weer naar kostensoorten. 2021 begroot

2022 begroot

2023 begroot

2024 begroot

2025 begroot

2.525 4.305

2.678 4.215

2.702 4.253

2.726 4.291

2.751 4.330

6.829

6.893

6.955

7.017

7.081

Baten Programma Milieu: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving

-

-

-

-

-

Totaal baten

-

-

-

-

-

Omschrijving (bedragen * € 1.000) Lasten Programma Milieu: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving Totaal lasten

Er zijn geen baten voor het programmaplan.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

12

Begroting 2022

PROGRAMMA MILIEU De missie is “RUD Zeeland voert namens de gemeenten, de provincie en het waterschap de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en natuur uit. RUD Zeeland werkt daardoor samen met gemeenten, de provincie en het waterschap aan een schone en veilige werk- en leefomgeving. Zij doet dit klantvriendelijk, professioneel, doelmatig en conform vastgelegde kwaliteitseisen en dienstverleningsnormen.” RUD Zeeland is een uitvoeringsdienst. Het programma wat RUD Zeeland uitvoert, ligt grotendeels vast in de systematiek P*Q. De invoering van deze systematiek harmoniseert de kwaliteitsniveaus van elke deelnemer. De organisatie volgt de Kwaliteitscriteria 2.2 uit de P*Q systematiek volledig wat betreft opleidingsniveau, werkniveau, aanvullende kennis en de frequentie. Het rekenmodel P*Q bepaalt aan de hand van het bedrijvenbestand van RUD Zeeland per 1 april 2020 het kwaliteitsniveau (kentallen), de werkzaamheden en de formatie voor RUD Zeeland. In samenspraak met de deelnemers werkt de RUD Zeeland de inzet voor 2022 verder uit in de jaarplannen die zij met de individuele deelnemers afsluit.

Programma Milieu in cijfers Grafiek 1

Grafiek 2 Inrichtingenbestand (8.560 bedrijven)

Fte 2022 (84,4)

300 390 270 320 410 370 490 530 550 530 590 620

Bouwnijverheid Metaalelectro Garages Houden van dieren Sport- en recreatie Groot- en detailhandel

0,6 0,6

Waterschap

2.680 2.550

Overig 1.000 2021

5,9 5,9

Strippenkaart

Akkerbouw

500

17,6 18,3

Plustaken provincie

2.390 2.300

-

14,0 14,6

Vergunningen

930 950

Horeca

35,4 34,4

Toezicht en handhaving

1.500

2.000

2.500

2022

3.000

10,6 10,6

Overhead -

10,0 2021

20,0

30,0

40,0

2022

Inrichtingenbestand Het inrichtingenbestand (peildatum 1 april 2020) bevat circa 8.560 bedrijven die op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer een type B of type C bedrijf zijn. De bovenstaande grafiek 1 geeft op brancheniveau het verschil tussen het inrichtingenbestand 2021 en 2022 weer. Het inrichtingenbestand kent 44 verschillende branches. Branches met een populatie tot 300 bedrijven vallen in de categorie ‘overig’. Formatie De formatie berekenen we op basis van de kentallen voor onze producten en het inrichtingenbestand. Grafiek 2 geeft de begrote aantal fte’s (inclusief overhead ) weer voor 20215 en 2022. Voor 2022 is totaal 84,4 fte begroot; 0,3 fte meer dan 2021. Deze mutatie bestaat uit een toename van 0,7 fte doordat de provincie de inzet voor toezicht en coördinatie groene wetten structureel (plustaken) verhoogt. En een afname van 0,4 fte door een daling van het aantal vergunning plichtige bedrijven. Op basis van een analyse van de geschreven uren verschoven we daarnaast binnen generieke taken (0,7 fte) en de strippenkaart (1,11 fte) formatie van de programmalijn Toezicht en handhaving naar de programmalijn Vergunningverlening.

5 Begroting 2021 na wijziging als gevolg van evaluatie P*Q.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

13

Begroting 2022

PROGRAMMALIJN VERGUNNINGVERLENING Vergunningverlening richt zich op verstrekken van milieuvergunningen, het behandelen van meldingen Activiteitenbesluit en beschikkingen in het kader van de Wet Bodembescherming. De medewerkers adviseren ook het bevoegd gezag over melding- of vergunningplicht van bedrijven wanneer zij een bouwaanvraag indienen. Specialisten behandelen meldingen vuurwerk, geven advies over externe veiligheid en geluid, bv. bij bestemmingsplannen. De specialisten Bodem plannen en coördineren bodemsaneringen.

Vergunningverlening in cijfers Grafiek 3

Grafiek 4 Vergunningplichtige bedrijven (428) 11

Metaalelectro

Inzet productieve uren

16

Sport- en recreatie

14 14

Externe Veiligheid*

497 497

Scheepswerven

16 15

Advisering MER

498 498

43 40

Luchtvaart

573 573

42

Geluid

625 625

Vuurwerk

982 982

Op- en overslag Akkerbouw

34

52 54

Tankstations

69 67

Afval(water)beheer Houden van dieren

81

98

20

40

60 2021

80

100

4.365 5.782

Overig strippenkaart 109 107

Overig 0

4.927 4.927

Bodem

120

15.237 14.787

Vergunningen -

5.000

10.000

2021

2022

15.000

20.000

2022

*Betreft de inzet voor RRGS en veiligheidsrapporten.

Het aantal vergunning plichtige bedrijven neemt met 26 bedrijven af van 454 (peildatum 1-4-2019) naar 428 (peildatum 1-4-2020). In 2022 ramen we in totaal 180 vergunningen; zeven vergunningen minder dan in 2021. Door deze vermindering neemt ook het aantal uren voor Vergunningverlening af met 450 uur naar 14.787 uur. Kritische prestatie indicatoren Vergunningaanvragen moet de RUD Zeeland binnen wettelijke termijnen afhandelen en meldingen moet de organisatie beoordelen op juistheid en volledigheid. De door de burgers en bedrijven ingediende documenten toetst de organisatie en leiden bij volledigheid en juistheid tot een bevestigingsbrief of een beschikking. Omschrijving

KPI

Termijnen vergunningen

90% van de omgevingsvergunningen verleent de RUD Zeeland binnen de wettelijke termijn.

Termijnen meldingen

90% van de meldingen Activiteitenbesluit worden gemiddeld binnen 4,75 uur afgehandeld

Kwaliteit producten

90% van de rechtszaken wint de RUD Zeeland

Vergunningen van rechtswege toegekend

0% van de vergunningen kent de RUD Zeeland van rechtswege toe.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

14

Begroting 2022

PROGRAMMALIJN TOEZICHT & HANDHAVING Toezicht en Handhaving houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving. Dit toezicht plannen we jaarlijks op basis van de vijfjaren planning, die we baseren op een uitgevoerde risicoanalyse. Daarnaast behandelen we waarnemingen, ontwikkelingen en signalen of klachten van burgers en bedrijven. Waar nodig voeren we naar aanleiding hiervan inspecties uit. Om overtredingen te beëindigen of te bestraffen zetten we handhavende middelen in.

Toezicht en handhaving in cijfers Grafiek 5

Grafiek 6 Geplande periodieke inspecties (1.995)

Inzet productieve uren

65 64

Afval(water)beheer

Luchtvaart

175 175

Tankstations

102 109

Vuurwerk

216 216

Sport- en recreatie

106 101

Overig strippenkaart

2.860 1.443

Klachten

2.275 2.256

128 151

Metaalelectro Horeca

178 181

Handhaving

2.341 2.345

Garages

193 178

Zwembaden / - water

2.309 2.309

Bodem

2.609 2.609

235 253

Houden van dieren

34.504 34.436

Toezicht

510 517

Overig

8.657 9.527

Toezicht groen

459 441

Akkerbouw

-

100

200

300 2021

400 2022

500

600

10.000

20.000 2021

30.000

40.000

2022

Ons inrichtingenbestand bevat circa 7.300 bedrijven die in aanmerking komen voor een periodieke inspectie. Afhankelijk van het risicoprofiel van het bedrijf inspecteren we het minimaal jaarlijks, 2-jaarlijks of 5-jaarlijks. Voor 2022 inspecteren we naar verwachting 1.995 bedrijven. De capaciteit voor Toezicht en Handhaving neemt met circa 790 uur toe, van 54.600 naar 55.390, voornamelijk doordat de provincie de inzet voor toezicht en coördinatie van groene wetten structureel verhoogt. Kritische prestatie indicatoren Omschrijving

KPI

Uitvoering geraamde periodieke controles

95% van het aantal geraamde periodieke controles voeren we uit.

Hercontroles

95% van hercontroles voeren we uit.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

15

Begroting 2022

OVERZICHTEN OVERHEAD In overeenstemming met de gewijzigde BBV geeft de RUD in deze begroting de overheadkosten weer.

Overhead (bedragen * € 1.000) Organisatie kosten incl. salarissen Huur onroerende zaken Accountantskosten Ondernemingsraad Implementatiekosten P*Q Totaal lasten

2021 begroot 2.965 181 21 9 -

2022 begroot 3.019 182 22 9 -

2023 begroot 2.963 184 22 9 -

2024 begroot 2.990 186 22 9 -

2025 begroot 3.017 187 22 9 -

3.176

3.232

3.178

3.207

3.236

De overheadkosten bevatten alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces. In 2023 nemen de organisatiekosten af doordat de bestaande cao-afspraak over persoonlijk ontwikkelbudget eindigt.

HEFFING VENNOOTSCHAPSBELASTING Met ingang van 2016 valt de RUD Zeeland evenals gemeenten, waterschappen en provincies onder de vennootschapsbelastingplicht (Vpb). In overleg met de belastingdienst is met behulp van de gemeente Terneuzen bepaald dat RUD Zeeland onder voorwaarden vrijgesteld is van vennootschapsheffing of vennootschapsplicht.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

16

Begroting 2022

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Omschrijving (bedragen x € 1.000) Algemene bijdrage deelnemers Materieel budget bijdrage deelnemers* BTW compensatie Waterschap Scheldestromen Frictiekostenvergoeding Schaalnadeel overhead

2021 9.741 25 -30 416 -

2022 9.991 26 -30 288 -

2023 10.023 26 -30 187 79

2024 10.115 26 -31 81 185

2025 10.209 26 -31 266

Totaal dekkingsmiddelen *materieel budget voor indirecte lozingen.

10.153

10.275

10.284

10.377

10.470

Voor het berekenen van de bijdrage 2022 van de deelnemers gaan we uit van de kentallen uit het rapport P*Q zoals het Algemeen Bestuur vaststelde op 20 maart 2017, Evaluatie P*Q (eerste begrotingswijziging 2021 en het inrichtingenbestand per 1 april 2020. Conform de bijdrageverordening actualiseren we de bijdrage 2022 van de deelnemers op basis van het inrichtingenbestand per 1 april 2021. De uitkomsten daarvan verwerken we in de Jaarplannen voor 2022. Dit leggen we via een begrotingswijziging aan het algemeen bestuur voor. Het waterschap verrekent de btw in tegenstelling tot de andere deelnemers niet. RUD Zeeland compenseert dit. Vanaf 2023 is er sprake van een schaalnadeel. De oplossing hiervoor zoeken we in extra of nieuwe taken. Vanaf 1 januari 2019 realiseerden we al voor circa 8,5 fte aan nieuwe of extra taken. De inzet voor deze taken is onderdeel van deze begroting.

ONVOORZIEN Omschrijving (bedragen x € 1.000) Onvoorziene lasten

2021 148

2022 150

2023 151

2024 153

2025 154

Totaal onvoorziene lasten

148

150

151

153

154

Voor onvoorziene uitgaven gaan we uit van 1,5 % van de totale lasten.

Versie: ontwerp begroting 2022 versie ab.docx

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9908814/1