CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

21-035 Bijlage 2a. Ontwerp bestemmingsplan 'Uitbreiding Sint Laurens Fase 1'

Gemeenteraad 11 maart 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Uitbreiding Sint Laurens Fase 1' (RM 21-035)27.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.6

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. Met het onderhavige bestemmingsplan worden nieuwe gevoelige functies mogelijk gemaakt. In het kader van de Wet geluidhinder moeten voor gronden die binnen de zone van een weg liggen en waar een gevoelige functie mogelijk wordt gemaakt, akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. De deelgebieden bevinden zich deels binnen de zone van de Leliëndaalseweg aan de zuidzijde van Sint Laurens en binnen de zones van de Wilgenhoekweg en de Noorddorpseweg aan de noordzijde van Sint Laurens.

In het kader hiervan is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 6). Uit dit onderzoek blijkt dat aan de zuidzijde van deelgebied 2, vanwege de Leliëndaalseweg, de geluidsbelasting 54 dB bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. Op de gevels van de vrijstaande woningen aan de Wilgenhoekweg, deelgebied 1, bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 52 dB waarmee ook de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ook wordt overschreden. Aan de noordzijde van deelgebied 2 wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. Om aan de voorkeursgrenswaarden te kunnen voldoen zijn bronmaatregelen mogelijk. Voor de Wilgenhoekweg is het aanbrengen van een dunne deklaag type B met een geluidreductie van 4 dB en over een afstand van 470 meter effectief. Op de locatie aan de Leliëndaalseweg is deze maatregel onvoldoende omdat de geluidbelasting daar hoger is. Die maatregel is alleen doelmatig in combinatie met het verlagen van de maximum snelheid naar 50km/u vanaf de Pronkenburgseweg. Door een verdere verlaging van de maximumsnelheid naar 30km/u kan een geluidbelasting van 49dB worden verkregen. Dit voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde en is daarmee niet helemaal doelmatig, maar de overschrijding is dan zeer beperkt. Een alternatief is het nemen van overdrachtsmaatregelen.

Overdrachtsmaatregelen in de vorm van een scherm zijn in dit geval niet gewenst. De overschrijding is zowel op de begane grond als de bovenverdieping waardoor een geluidscherm hoog zou moeten zijn. Dit is vanuit stedenbouwkundig oogpunt en verkeersveiligheid niet wenselijk. Voor het verplaatsen van bouwvlakken is aan de Wilgenhoekweg geen ruimte. Aan de zuidzijde bij de Leliëndaalseweg zouden woningen pas op een afstand van 50 meter uit de as van de weg gerealiseerd kunnen worden. Ten slotte kan gedacht worden aan de mogelijkheid om hogere grenswaarden te verlenen. Indien aangetoond kan worden dat met de woningen aan de wettelijke binnenwaarde kan worden voldaan dan is het verlenen van een hogere grenswaarde Wet geluidhinder denkbaar. Afhankelijk van de ruimte en de locatie is een karakteristieke geluidwering tussen 22 en 26 dB nodig. Het aanbrengen van een dunne deklaag is op dit moment financieel niet haalbaar. Zodra er onderhoudswerkzaamheden aan de Wilgenhoekweg plaatsvinden kan wel rekening gehouden worden met een andere asfaltverharding, waardoor alsnog op een later moment feitelijke geluidsreductie kan plaatsvinden. Vooralsnog wordt voor deelgebied 1 ingestoken op het verlenen van een hogere waarde Wet geluidhinder. Voor deelgebied 2 is het aanbrengen van een dunne deklaag ook financieel niet haalbaar. Daar zal de maximumsnelheid omlaag worden gebracht naar 30 km/u.

De komgrens wordt ook verplaatst.

Juust

30

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

4.7

Kabels en leidingen

In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen. Bij de uitvoering dient wel rekening te worden gehouden met eventuele overige kabels en leidingen, zoals een gasleiding in deelgebied 2. Een planologische regeling is voor die leiding gelet op druk en diameter niet nodig.

4.8

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 ìg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Figuur 9 | NIBM tool (bron: www.infomil.nl) Om de verkeersgeneratie te berekenen is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381. In de berekening is uitgegaan van matig stedelijk en rest bebouwde kom. Uit de berekening blijkt dat het plan een verkeersgeneratie van maximaal 458 voertuigbewegingen per weekdaggemiddelde teweeg brengt. Uit de berekening van de NIBM tool blijkt (zie figuur 9) dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

4.9

Natuur

De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven.

Juust

31

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

Gebiedsbescherming Natuur Netwerk Nederland Op een afstand van circa 450 meter liggen onderdelen van het Natuur Netwerk Zeeland (Sint Laurenseweihoek, Brigdamme en Van 't Hoffweg). Indien deze gebieden op een afstand van 100 meter of minder liggen van de ontwikkeling is een nadere afweging benodigd op de effecten op het Natuur Netwerk. Daar is in het onderhavige plan geen sprake van. Toch kan - zo blijkt uit de uitgevoerde quickscan natuur in Bijlage 7 - het bouwen van woningen in de richting van natuurgebieden met een weidevogeldoestelling (waarvan hier sprake is) leiden tot een hogere predatie (het doden van dieren door andere dieren). Dit in verband met vestiging van kraaiachtigen en huiskatten. Daarom is aanbevolen om geen opgaande bomen te planten aan de grenzen van de woningbouwlocaties. Het plan voorziet niet in een dichte groenstructuur in de richting van de natuurgebieden. Er is echter wel sprake van enige opgaande beplanting. Deze is nodig voor de landschappelijke inpassing van de gebieden en is daarnaast ook functioneel in de tuinen vanwege hittestress. Natura 2000 Uit de quickscan blijkt dat er geen negatief effect optreedt op de kwalificerende waarden van Natura 2000-gebieden. Deze liggen allen op geruime afstand (minimaal 4,5 km van het plangebied).

Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de nieuwe AERIUS Calculator (2019A) moet en kan voor dit plan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000 gebieden worden berekend. Uit de berekening die is uitgevoerd (Bijlage 8) blijkt dat er geen effecten zijn groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Soortenbescherming De quickscan (Bijlage 7) heeft zich vooral gericht op de sloop van de opstallen op Wilgenhoekweg 38 en het verwijderen van de beplanting ter plaatse van deelgebied 2. Bij de uitvoering van het plan moet rekening gehouden worden met grondgebonden zoogdieren en broedvogels. Beplantingen en opstallen moeten verwijderd worden buiten de broedperiode en buiten de kwetsbare periode voor grondgebonden zoogdieren. Een gunstige periode om deze werkzaamheden uit te voeren is van 1 augustus tot 1 maart. Voor overige beschermde soorten zijn de plangebieden ongeschikt. Om de vestiging van rugstreeppadden te voorkomen is het belangrijk dat tijdens het werk plasvorming wordt voorkomen. Voor het realiseren van latere fases van het plan is van belang het plangebied nader te onderzoeken op aanwezigheid en functionaliteit van soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Dat maakt geen deel uit van dit bestemmingsplan.

4.10

Verkeer en parkeren

Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. De gemeenteraad heeft een gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP 2030) vastgesteld. Op het moment dat er nieuwe woonwijken worden gerealiseerd in Middelburg, wordt er gekeken naar de parkeerbalans in dit gebied en wordt ernaar gestreefd om in deze plannen voldoende parkeerruimte te realiseren. Er wordt gestreefd naar een op de parkeervraag afgestemd aantal parkeerplaatsen. Uitgegaan wordt van de parkeernormen in de meest recente CROW-publicatie (381, Toekomstbestendig parkeren). Bij het toetsen van deze ontwikkelingen geldt als uitgangspunt dat de benodigde parkeerplaatsen in het plangebied worden gerealiseerd dan wel dat daarvoor een oplossing wordt geboden, waarbij rekening wordt gehouden met de huidige en toekomstige economische ontwikkelingen. Parkeren Als uitgangspunt voor de stedelijkheidsgraad is in dit geval 'matig stedelijk' gehanteerd. In principe dient uitgegaan te worden van de stedelijkheidsgraad voor de gehele gemeente. Voor de gemeente Middelburg is dat 'sterk stedelijk'.

In dit geval is er binnen de gemeente een groot contrast tussen de stad enerzijds en - in dit geval - St. Laurens anderzijds. Sint Laurens is een dorp op zich en qua ligging is er meer sprake van een niet/weinig

Juust

32

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

stedelijk gebied. Doordat de meeste voorzieningen in Middelburg op fietsafstand zijn gelegen en daar ook een NS station aanwezig is zal er wel degelijk sprake zijn van meer gebruik van alternatieve vervoersvormen (fiets, openbaar vervoer). Om die reden kiezen we voor het doorrekenen aan de hand van de stedelijkheidsgraad 'matig stedelijk. Verder wordt uitgegaan van het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. Hoewel het exacte aantal per type woning nog niet bekend is, is een berekening gemaakt op basis van het stedenbouwkundig ontwerp dat beschikbaar is (figuur 6). In werkelijkheid kan het aantal per type woning anders zijn. Bij vergunningverlening moet getoetst worden of er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Daartoe is in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen dat voldaan moet worden aan de CROW 381, of diens opvolger. Uitgangspunt is wel dat bij vrijstaande woningen in deelgebied 1 het parkeren op eigen terrein wordt opgelost. In deelgebied 2 dient bij vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen minimaal 1 parkeerplaats op eigen terrein gerealiseerd te worden. Een garage telt slechts mee voor 0,4 parkeerplaats. Bij woningen met een garage en een enkele oprit (lengte minimaal 5 meter) is er sprake van 1,0 parkeerplaats.

Is er sprake van een lange oprit dan wordt 1,3 parkeerplaats meegerekend en bij een dubbele oprit (minimaal 4,5 meter breed) 1,8 parkeerplaats. Bezoekersparkeren kan plaatsvinden in de openbare ruimte. Uitgegaan wordt van het gemiddelde van de bandbreedte. In deze paragraaf gaan we uit van een situatie met aantallen zoals in het stedenbouwkundig plan. Uit de berekening blijkt dat er - uitgaand van het gemiddelde van de bandbreedte - in totaal 118 parkeerplaatsen benodigd zijn. Afhankelijk van de werkelijk te realiseren woningen kan dit aantal dus iets hoger of lager zijn. Waar het hier om gaat is dat er voldoende fysieke ruimte is voor het benodigde aantal parkeerplaatsen. Indien we ervan uitgaan dat alle vrijstaande woningen het parkeren op eigen terrein oplossen (44) en bij de twee-onder-een-kapwoningen ook minimaal 1 parkeerplaats op eigen terrein wordt gerealiseerd (22), dan zijn nog 52 parkeerplaatsen in de openbare ruimte nodig. Deze parkeerplaatsen dienen binnen deelgebied 2 te worden gerealiseerd. Het plan moet nog in detail civieltechnisch worden uitgewerkt, maar gelet op de ruime opzet van het plan is er voldoende ruimte om dit aantal parkeerplaatsen in te passen in de planvorming. Parkeerbehoefte

min

max

min

max

2,6 2,3

aantal woningen 20 14

36 21

52 32,2

Totaal gemiddeld 44 26,6

Koop,huis, vrijstaand 1,8 Koop, huis, 1,5 tussen/hoek Koop, huis, twee 1,7 -onder-een-kap Totaal

2,5

22

39,6

55

47,3

97

139

118

Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie van het onderhavige plan is eveneens berekend op basis van de kencijfers uit de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Als uitgangspunten is ook hier 'matig stedelijk' en 'rest bebouwde kom' gebruikt. Uit de berekening blijkt dat - uitgaande van de aantallen in het stedenbouwkundig plan - het onderhavige plan een gemiddelde verkeersgeneratie van 435 voertuigbewegingen per etmaal teweeg brengt. Verkeersgeneratie

min

max

Koop,huis, vrijstaand 7,8 Koop, huis, 6,7 tussen/hoek Koop, huis, twee 7,4 -onder-een-kap Totaal

Juust

min

max

8,6 7,5

aantal woningen 20 14

156 93,8

172 105

Totaal gemiddeld 164 99,4

8,2

22

162,8

180,4

171,6

413

458

435

33

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

Uit de Verkeersstromenkaart 2018 van de Provincie Zeeland blijkt dat er op de Wilgenhoekweg en de Leliëndaalseweg respectievelijk 3400 en 3740 voertuigbwegingen per etmaal plaatsvinden. Een erfontsluitingsweg met een snelheidsregime van 60 km/uur buiten de bebouwde kom met vrijliggend fietspad heeft een capaciteit van ca. 6000 voertuigbewegingen per etmaal. Een dergelijke weg als de Noordweg met vrijliggend fietspad heeft een capaciteit van 5000 voertuigbewegingen per etmaal. Dit betekent dat er op de wegen rondom het plangebied verkeerskundig nog genoeg capaciteit is om de verkeersgeneratie op te vangen. Het Waterschap Scheldestromen zal de Wilgenhoekweg ter hoogte van deelgebied 1 afwaarderen naar 60km/u. Ontsluiting van de woningen kan - via maximaal 4 gecombineerde perceelsontsluitingen - op deze weg plaatsvinden. In verband met de veiligheid voor fietsers wordt de belijning aangepast en worden de huidige groenbermen vervangen door wat hogere beplanting (blokhagen).

4.11

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening waterkering. houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Juust

34

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Op de percelen Wilgenhoekweg 38, 40 en 42 Het plan biedt voldoende ruimte voor het (deelgebied 3) is bestaande bebouwing/verharding vasthouden, bergen en afvoeren van water. aanwezig. Op de locatie Wilgenhoekweg 38 wordt een Waarborgen van voldoende bouwpeil om loods (ca. 750m²) gesloopt en wordt de bestaande overstroming vanuit oppervlaktewater in verharding verwijderd. Daarvoor in de plaats komen 2 maatgevende situaties te voorkomen. Rekening woningen met erf / tuin. Het verhard oppervlak neemt houden met de gevolgen van klimaatverandering en de hier ruimschoots af. Op de locaties Wilgenhoekweg 40 kans op extreme weersituaties. en 42 blijft de situatie ongewijzigd. Voor deelgebied 3 is geen watercompensatie nodig. In deelgebied 4 wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt en verandert de feitelijke situatie niet. Daar is geen watercompensatie nodig. De berekening van de benodigde compensatie richt zich daarom op de deelgebieden 1 en 2. Er is in deze gebieden geen bestaand verhard oppervlak aanwezig. Er is sprake van een flexibel bestemmingsplan, nog niet exact bekend is welke woningen worden gebouwd en hoe groot die exact zijn. In het bestemmingpslan zijn maximale bebouwingsgrenzen opgenomen. In totaal worden 54 nieuwe woningen (2 woningen zitten in deelgebied 3) mogelijk gemaakt in deelgebied 1 en 2.

Er wordt uitgegaan van de volgende gemiddelde oppervlakten bebouwd/verhard: - vrijstaand, 18 woningen x 300m² gemiddeld = 5400m²; - tweekappers, 22 woningen x 200m² gemiddeld = 4400m²; - tussenwoning, 14 woningen x 175m² gemiddeld = 2450m². Totaal bebouwd/verhard op de percelen: 12.250m². De wegen hebben een oppervlak van ca. 13.000m².

De compensatie betreft 0,075 m per m² verhard oppervlak. Dit betekent dat in totaal voorzien moet worden in 1894 m³ extra waterberging. In het onderhavige plan wordt in deelgebied 2 een waterpartij aangelegd van ruim 4.500 m³. Hier wordt ook de compensatie van het noordelijk deelgebied gerealiseerd. Aan de hoeveelheid compensatie wordt ruim voldaan.

Juust

35

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Er wordt een gescheiden stelsel gerealiseerd. Voor het Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ vuilwater wordt een riolering aangelegd. Het RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. regenwater wordt in deelgebied 2 afgevoerd naar de Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in nieuwe waterberging. In deelgebied 1 wordt het verband met de reductie van hydraulische belasting van hemelwater aangesloten op bestaande (secundaire) de RWZI, het transportsysteem en het beperken van waterlopen. overstorten. Grondwaterkwantiteit en verdroging Het plan heeft geen effect op de Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast grondwaterkwantiteit. en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit Er worden geen uitlogende materialen gebruikt. Van Behoud of realisatie van een goede vervuilende stoffen is geen sprake. grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden. Oppervlaktewaterkwaliteit De nieuwe waterpartij wordt aangesloten op Behoud of realisatie van goede bestaande secundaire en tertiaire waterlopen, er is geen oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht sprake van stilstaand water. De van het watersysteem. Toepassing van de trits oppervlaktewaterkwaliteit zal worden gewaarborgd.

schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid Het onderhavige plan heeft geen nadelige invloed op Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en de volksgezondheid. Bij de nadere uitwerking van de plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via waterpartij dient rekening te worden gehouden met o.a. de daarvoor benodigde ruimte. risico's op verdrinking. Bodemdaling Bodemdaling is niet van toepassing Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Het plangebied grenst niet aan natte natuurgebieden. Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Binnen het plangebied liggen een aantal secundaire en Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden tertiaire watergangen. Voor deze watergangen geldt worden. Rekening houden met obstakelvrije dat er rondom de watergang een obstakel vrije zone onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande van 7 meter moet zijn. (hout)beplanting. Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Juust

Er liggen, naast de Wilgenhoekweg en de watergangen, geen eigendommen van het Waterschap.

36

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

Wegen in beheer bij het waterschap De Wilgenhoekweg, waar in totaal 8 vrijstaande (alleen invullen voor zover van toepassing) woningen worden ontwikkeld, is in beheer van het * in de bouwfase: waterschap. Deze weg wordt afgewaardeerd naar een Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats 60 km/uur weg met snelheidsremmende maatregelen. over waterschapswegen? Het bouwvlak van de woningen ligt op een afstand van * na realisatie: verkeersaantrekkende werking 16 meter van de weg. 8 vrijstaande woningen worden Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? ontsloten op de Wilgenhoekweg. Er worden 4 of * na realisatie: bereikbaarheid minder gecombineerde perceelsontsluitingen Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en gerealiseerd. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

4.12

M.e.r.-beoordeling

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r. - beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijk) belangrijke nadelige milieu gevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r. plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. is de activiteit 'stedelijk ontwikkelingsproject' opgenomen met een drempelwaarde van 100 hectare of 2000 of meer woningen. In onderhavig plan worden ca. 56 nieuwe woningen mogelijk gemaakt.

Daarmee ligt de ontwikkeling ruim lager dan de drempelwaarde. Er wordt een aparte notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling gemaakt waarin de milieu-effecten nader zijn beoordeeld aan de hand van de criteria uit de Europese richtlijn. Voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd zal het college van burgemeester en wethouders hierover een afzonderlijk besluit nemen.

4.13

Conclusie

Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.

Juust

37

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. De gemeente is eigenaar van de gronden in deelgebied 1 en 2. Kostenverhaal is daarvoor via een exploitatieplan niet aan de orde. Voor de ontwikkeling van deelgebied 3 is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten waarbij planschade op de initiatiefnemer wordt afgewenteld en plankosten worden doorberekend. Voor deelgebied 4 zijn geen kosten te verhalen.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.

Juust

38

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

Bijlagen bij toelichting

Juust

39

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

Bijlage 1 Onderbouwing behoefte

Juust

40

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

ONDERBOUWING WONINGBEHOEFTE SINT LAURENS FASE 1 Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van 56 woningen mogelijk gemaakt. Een deel van het plangebied (maximaal 32 woningen) ligt binnen het huidige bestemmingsplan Sint Laurens en is vrijwel geheel omsloten door stedelijke functies (wonen, begraafplaats). Hiermee kan worden gesteld dat dit deel binnen het bestaand stedelijk gebied is gelegen. Het overige deel (maximaal 24 woningen) ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Binnen de bestaande kern van Sint Laurens is, buitenom de genoemde maximaal 32 woningen, echter geen ruimte om aan de woningbouwbehoefte te voldoen, zodat gezocht moet worden naar locaties buiten het bestaand stedelijk gebied. De totale behoefte kan ook elders binnen Middelburg niet volledig binnen bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd. Eerder onderzoek Omdat het de drie gemeenten op Walcheren niet lukte om nieuwe woningmarktafspraken te maken, is in december 2017 door de Provincie Zeeland (met de drie gemeenten als medeopdrachtgever) aan twee hoogleraren van de Universiteit Utrecht opdracht gegeven hierin te adviseren, vooral wat het procesmatige aspect betreft. In juni 2018 is door hen het rapport ‘Advies regionale woningmarktafspraken Walcheren’ opgeleverd.

Behalve procesmatige uitspraken, zijn in dit rapport ook inhoudelijke uitspraken gedaan, zij het met een stevig voorbehoud: “In het kader van de noodzakelijke prioritering zullen de regionale woningbouwafspraken zich niet alleen moeten richten op de omvang van te ontwikkelen locaties, maar nadrukkelijk ook op fasering en invulling van die locaties. Basis is een regionaal woningmarktonderzoek dat inzicht geeft in omvang en samenstelling van de vraag, in de afzetbaarheid van potentiële ontwikkelingslocaties en in de gevolgen van nieuwbouw voor de bestaande voorraad. (…) Vooruitlopend op het onderzoek zijn de consequenties voor individuele locaties slechts indicatief te duiden.”1 Met betrekking tot Sint Laurens zijn de volgende uitspraken uit het rapport van belang: - Terughoudendheid bij het tot ontwikkeling brengen van nieuwe woningbouwlocaties op Walcheren is noodzakelijk. Nieuwe locaties dienen geleidelijk en gefaseerd tot stand te komen, afhankelijk van de feitelijke vraag in de markt.2 - Voor Middelburg betekent de programmering dat er ook op de langere termijn bij de huidige vooruitzichten in ieder geval geen vraag zal zijn naar verdere verstedelijking richting SintLaurens en Arnemuiden. Het hier ontwikkelen van grootschalige bouwlocaties zal aantrekkingskracht hebben op de dorpen in de directe omgeving, met als gevolg leegstand in de bestaande voorraad.

Wij adviseren daarom de hier geplande bouwlocaties uit de programmering te halen.3 In het rapport wordt diverse malen verwezen naar een provinciaal afwegingskader voor nieuwe plannen uit 2017. Door instemming van GS met nieuwe woningmarktafspraken is dit inmiddels vervallen. Het geadviseerde regionaal woningmarktonderzoek is inmiddels uitgevoerd, waarover later meer. Nieuwe woningmarktafspraken voor de regio Walcheren zijn eind 2018 vastgesteld en begin 2019 door de Provincie Zeeland bekrachtigd.

ESD², ‘Advies regionale woningmarktafspraken Walcheren’, pp. 8-9. Idem, p. 6. 3 Idem, pp. 9-10. 1 2

Regionaal woningmarktonderzoek | behoefte voor Walcheren Door de Stec Groep is in 2019 een Kwalitatief Woningmarktonderzoek Zeeland (KWOZ) uitgevoerd. Daaruit komt, gebaseerd op de ‘Provinciale bevolkings- en huishoudensprognose 2019’, de volgende verwachte huishoudensontwikkeling:

Huishoudensgroei 2020-2029 Middelburg Veere Vlissingen

1.769 248 692

Totaal Walcheren

2.709

Deze huishoudensgroei wordt voor deze onderbouwing gebruikt als nieuwe woningbehoefte. Extra behoefte door een aanvullende vraag naar woningen voor arbeidsmigranten en het uit de woningmarkt halen van woningen voor deeltijdwonen c.q. een tweede woning is hierbij dus niet meegenomen. Walcheren wordt gezien als één woningmarktregio, maar uit de daadwerkelijke verhuiscijfers blijkt dat er voornamelijk lokaal wordt verhuisd. De Stec Groep geeft aan “dat invulling van de behoefte in theorie in beperkte [mate] uitwisselbaar is, maar dat een belangrijk deel van de vraag tegelijkertijd lokaal gebonden is”.4 Voor het bepalen van de behoefte is als uitgangspunt genomen dat 15% van de behoefte in een andere gemeente op Walcheren zal ‘landen’. De behoefte voor Middelburg (1.769) krijgt dan een bandbreedte van 1.504-2.034 nieuw te realiseren woningen in de komende tien jaar. Woningmarktafspraken Walcheren Eind 2018 zijn door de drie gemeenten afspraken gemaakt over de Walcherse woningmarkt voor de periode 2016-2025, met een doorkijk voor periode daarna. Voor Sint Laurens zijn hierin 120 woningen opgenomen voor de periode 2016-2025 en 140 woningen voor de periode na 2025. Harde plannen vullen deel van de behoefte in In de woningmarktafspraken zijn de volgende harde plannen opgenomen, met de restcapaciteit per eind 2018:

Harde plannen met restcapaciteit per eind 2018 Zuidsingel 46 Rittenburg fase 1+2 34 Mortiere 345 Essenvelt 400 Hazenburg 87 Kleine plannen, < 20 woningen 23 Totaal

935

De totale resterende behoefte: 569-1.099 nieuw te realiseren woningen per eind 2018. In 2019 gerealiseerde woningen zijn hier nog niet in meegenomen.

4

Stec Groep, ‘Locatieonderzoek Walcheren’, p. 17.

Diverse plannen zijn in voorbereiding Behalve Sint Laurens zijn ook andere plannen in voorbereiding. Op basis van de woningmarktafspraken zijn dit de volgende plannen, waarbij ook rekening is gehouden met de in de woningmarktafspraken opgenomen 15% voor overige inbreiding c.q. restcapaciteit:

Plannen in voorbereiding Achter de Houttuinen Veersepoort fase 5 Sportlaan Veerseweg Churchilllaan Morgenster Rittenburg fase 3 Kleine plannen, < 20 woningen Overig c.q. restcapacteit, 15%

28 105 20 23 80 20 91 10 57

Totaal

434

Rekening houdend met de in voorbereiding zijnde plannen is de totale resterende behoefte: 135665 nieuw te realiseren woningen per eind 2018. Conclusie kwantitatieve behoefte Voor de 56 woningen dit met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt is de behoefte aangetoond, deze vallen nog onder de ondergrens van de behoefte voor Middelburg in de komende tien jaar van 135 woningen. Gesteld kan worden dat daarmee de eerdere, voorlopige conclusies vanuit het rapport van ESD² (juni 2018) weerlegd zijn door het nadere woningmarktonderzoek uitgevoerd door de Stec Groep (november 2019). Ook als gekeken wordt naar de onderkant van de bandbreedte van enkel de huishoudensontwikkeling is de behoefte aan extra nieuwbouwwoningen binnen Middelburg nog steeds gerechtvaardigd. De in het rapport van ESD2 geadviseerde geleidelijke en gefaseerde ontwikkeling is iets wat terugkomt in het plan. Er is bewust voor gekozen om niet gelijk de in de woningmarktafspraken opgenomen 120 woningen te bestemmen, maar de nu in het bestemmingsplan opgenomen 56 woningen. Een volgende fase is afhankelijk van hoe realisatie van fase 1 verloopt. Fase 1 is daarbij dusdanig gekozen dat deze op zichzelf ook een afgerond geheel kan vormen.

Kwalitatieve behoefte Door de Stec Groep is in 2019 eveneens een Locatieonderzoek Walcheren uitgevoerd, als een nadere uitwerking van het KWOZ, waarin vooral gekeken is naar locaties voor nieuwbouw. Behalve de behoefte aan centrumstedelijk wonen, vooral veroorzaakt door de groei van alleenstaande doelgroepen, is er vooral in Middelburg een blijvende (zij het beperktere vraag) naar meer groenstedelijk en dorps wonen. Het aantal gezinnen groeit immers nog steeds. Onderstaande tabel is overgenomen uit de door de Stec Groep opgestelde factsheet voor Middelburg, naar aanleiding van het KWOZ-rapport.

In Sint Laurens is op dit moment vooral een behoefte aan goedkopere en middeldure koopwoningen. Ter illustratie is onderstaande tabel opgenomen, met gegevens voor te koop staande en in de afgelopen 365 dagen verkochte woningen in de buurten Brigdamme en Sint Laurens (cijfers via Funda, 20 november 2019). Vooral in de prijsklassen tot € 400.000 is er aantoonbare behoefte.

Te koop Brigdamme + Sint Laurens Te koop Verkocht Tot € 200.000 4 € 200.000-300.000 8 € 300.000-400.000 3 10 € 400.000-500.000 3 3 € 500.000-750.000 1 € 750.000 en meer 2 prijs op aanvraag 1 9 26 In de hogere prijsklassen is op basis van deze gegevens de behoefte minder duidelijk, maar voor zover nu wordt voorzien bestaat het aanbod in deze prijsklassen enkel uit vrije bouwkavels, waarmee een specifieke doelgroep wordt bediend. In Middelburg ten noorden van het Kanaal door Walcheren is momenteel geen aanbod meer van vrije kavels. Ook binnen de gemeente Veere worden deze niet aangeboden, behalve op locaties die verder gelegen zijn. Primair wordt voorzien in de behoefte vanuit het dorp zelf: doorstroming vanuit starterswoningen in de kern, levensloopbestendige woningen voor oudere dorpsbewoners en sociale huurwoningen die nu nauwelijks aanwezig zijn. Voor doelgroepen die nu buiten Sint Laurens woonachtig zijn is het een onderscheidende locatie: buiten wonen (al dan niet op een vrije bouwkavel) in een dorpse omgeving op zeer korte afstand van de stad (de afstand van het centrale deel van fase 1 tot de Markt van Middelburg is met de fiets slechts 3,0 kilometer c.q. tien minuten).

In de markttechnische beoordeling door de Stec Groep is de in- en uitbreiding van Sint Laurens als gemiddeld beoordeeld, waarbij voor het onderdeel behoefte de maximale score is gegeven. Omdat het plan niet volledig binnen het bestaand stedelijk gebied is gelegen, is voor het onderdeel structuurversterking geen score toegekend, anders was de beoordeling bovengemiddeld. 5 Op de lijst met geïnteresseerden voor deze ontwikkeling, tevens verzendlijst voor de digitale nieuwsbrief staan per eind november 180 belangstellenden genoteerd. (Deel van de) behoefte niet in bestaand stedelijk gebied Behalve bovengenoemde locaties zijn in de woningmarktafspraken nog drie locaties benoemd, waarvoor op korte termijn echter geen plan ontwikkeld wordt.

Overige plannen in de woningmarktafspraken Dauwendaele winkelcentrum herstructurering afgeblazen Swerfrust blijft tot 2025 nog AZC Cleene Hooge planvorming nog niet gestart Daarmee zijn er dus geen andere locaties binnen bestaand stedelijk gebied voorhanden. Andere locaties voor herstructurering zijn op dit moment (nog) niet voorzien. Daarmee is voor 24 van de 56 te realiseren woningen (32 woningen worden binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd) aangetoond dat deze noodzakelijkerwijs buiten het bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd. Elders op Walcheren zijn wel locaties binnen het bestaand bebouwd gebied beschikbaar. Bij het bepalen van de kwantitatieve behoefte is echter al rekening gehouden met de beperkte verhuisdynamiek tussen de Walcherse gemeenten en de als gevolg daarvan bestaande bandbreedte van de behoefte voor de gemeente Middelburg.

5

Stec Groep, ‘Locatieonderzoek Walcheren’, p. 20 en 32.

Bijlage 2 Advies Archeologische Dienst

Juust

46

Walcherse

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

memo van

afdeling

Datum

Bram Silkens

V&H

6-12-2019

Contact Walcherse Archeologische Dienst (gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen) postbus 70 4330 AB Middelburg b.meijlink@middelburg.nl (06-52552925) b.silkens@middelburg.nl (06-50850164)

Contactgegevens informatieaanvrager

bedrijfsnaam: gemeente Middelburg contactpersoon: mevr. J. Dingemanse-Beunder telefoonnummer: 0118-675000 e.mailadres: info@middelburg.nl

onderwerp Overzicht resultaten en advies archeologie Uitbreiding Sint Laurens - deelgebieden Ontwikkelingsfase 1

Locatiegegevens: Adres: Plaats: Gemeente:

Noorddorpsweg / Noordweg (Midden) / Zuid-West Sint Laurens Middelburg

Centrumcoördinaten:

Noorddorpsweg 31214 / 395367 Midden 31226 / 394346 Zuid-West 31153 / 394076

AMK- gebied? Binnen straal van 50m rondom bekende vindplaatsen? Historische locatie? Diepte gelijk of dieper dan 40 cm? 2 Oppervlakte gelijk of groter dan 30m ?

Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Ja / Nee Te verstoren diepte: nog onbekend Ja / Nee Te verstoren oppervlakte: nog onbekend

Inleiding In het kader van het opnieuw oppakken van de ontwikkelingen aan de noord-, west- en zuidwestzijde van Sint Laurens is gevraagd om een inventarisatie van de archeologische verwachting en waarden in de plangebieden. Het gaat om de plangebieden Noorddorpsweg (1 in figuur 1), Noordweg (2 in figuur 1) en Sint Laurens Zuid-West (3 in figuur 1). Het project zal in minstens twee verschillende fases uitgevoerd worden. In een eerste fase zullen de zones grenzend aan de bestaande kern en hoofdweg door Sint Laurens ontwikkeld worden. In een tweede fase zal de rest van het plangebied volgen. Ook het archeologisch onderzoek zal deze gefaseerde aanpak volgen.

1

Resultaten Bureauonderzoek: Voor de betreffende deelgebieden geldt volgende gespecificeerde verwachting: -

Deelgebied Noorddorpsweg: Verspreid over de akkers binnen dit deelgebied zijn bij de oppervlaktekartering middeleeuwse aardwerkscherven gevonden. Met vrij grote stelligheid kunnen we de verwachting uitspreken dat één of meer middeleeuwse vindplaatsen in het plangebied aanwezig zijn. Sporen van deze vindplaatsen zullen zich vlak onder de bouwvoor in de top van de kreekafzettingen bevinden. De noordoostelijke hoek van dit deelgebied zal tijdens fase 1 onderzocht worden, het resterende deel tijdens fase 2.

-

Deelgebied Sint Laurens Midden / Zuid-West: De oostelijke percelen liggen op de kreekrug. Hier bestaat de verwachting op middeleeuwse resten. Het advies luidt om ter hoogte van deze percelen eveneens profsleuven op te graven en daarmee te controleren of er een vindplaats aanwezig is of niet; en zo ja, wat de aard, de ouderdom en de mate van conservering van de vindplaats is. Een deel van dit deelgebied zal tijdens fase 1 onderzocht worden, het resterende deel tijdens fase 2.

-

Op het meest westelijke perceel van deelgebied Zuid-West zullen, voorafgaand aan de proefsleuven, verspreid over het terrein nog 7 bijkomende boringen geplaatst worden. Dit gebied was pas later bij het plangebied gevoegd en is bijgevolg buiten het vooronderzoek van 2006/2007 gebleven. Uit de destijds door RAAP uitgevoerde bureaustudie, aangescherpt met extra kaartgegevens door de WAD blijkt dat deze zone zich in op de overgang tussen kreek en poelgronden bevindt. In de zuidoostelijke hoek kunnen nog kreekresten verwacht worden, meer naar het noorden neemt de dikte van de kreeksedimenten sterk af. Aangezien het gebied door Bennema niet wordt gemarkeerd als zijnde ‘gemoerneerd’, is de kans dus bestaande dat er zich in de ondergrond nog intacte delen Hollandveen bevinden met daarop mogelijke resten uit IJzertijd en/of Romeinse Tijd.

Resultaten Booronderzoek Om het verwachtingsmodel in deelgebied Zuid-West te toetsen zijn verspreid over het terrein 7 boringen gezet. Deze hebben uitgewezen dat er zich aan de westzijde en aan de noordzijde van het terrein poelgronden bevinden met lokaal intact veen in de bodem. Wel zijn er ook aanwijzingen voor moerneringsactiviteiten. Mogelijk zijn er dus nog enkele zgn 'veeneilanden' bewaard gebleven waarop ijzertijd/Romeins te vinden is. Enkel in de zuidoostelijke hoek van het terrein zijn kreekgronden gevonden. Deze worden onderzocht dmv een proefsleuf (WP 10). De twee zones met mogelijk intact Hollandveen zullen met een korte proefsleuf onderzocht worden.

Resultaten Proefsleuvenonderzoek In totaal zijn verspreid over de drie deelgebieden 12 proefsleuven gegraven. Sleuven 1 tem 10 zijn gesitueerd op de kreek. Ze hebben een breedte van 4 meter en een variabele lengte afhankelijk van de aangetroffen sporen of de situatie op het terrein. Sleuven 11 en 12 bevinden zich in het poelgebied en zijn twee meter breed omwille van de grote wateroverlast. WP 1: In werkput 1 werden een groot aantal sporen waargenomen die parallel aan elkaar oost west door de put liepen. De sporen bevinden zich precies onder de bouwvoor en zijn slechts een vijftal cm diep bewaard gebleven. Zeer waarschijnlijk gaat het om (sub)recente ploegsporen en recente drains. Oudere sporen blijven beperkt tot een cluster in de zuidelijke helft van de werkput. Hier werd de helft van een cirkelvormig greppeltje gedocumenteerd dat sterke overeenkomsten vertoont met middeleeuwse hooimijten die oa bij Oostkapelle en Vlissingen zijn aangetroffen. In de onmiddellijke omgeving zijn ook enkele kuilen en paalsporen met een schijnbaar oudere vulling vastgesteld. In deze zone lopen enkele brede en smallere greppels met wisselende oriëntatie. De datering lijkt eerder nieuwe tijd. 2

Sporen van een mogelijke middeleeuwse hooimijt in werkput 1

WP 2 & 3: Afwijkend op het PvE is werkput 2 in twee delen gesplitst. Reden hiervoor is het nagenoeg ontbreken van archeologische sporen waardoor verder aanleggen weinig zin had. Er is gekozen om werkput 2 in te korten, een zone van ca 20m over te slaan en een derde werkput aan te leggen. Het patroon van parallelle ploegsporen en drains oostwest door de putten blijft ook hier gehandhaafd. Op enkele vage paalspoortjes na zijn geen waardevolle sporen vastgesteld. De bodemopbouw is ook zeer eenduidig met recente bouwvoor op kreekgrond. WP 4: In werkput 4 werden enkele sporen gericht gecoupeerd. In de coupe van sloot S53 werd naast dierlijk botmateriaal ook aardewerk, waaronder ook paffrath, maaslands en vroeg roodbakkend gevonden, ruim een kilo in totaal. Het materiaal lijkt te wijzen op een datering rond de 13e eeuw. Het profiel vertoonde eenzelfde beeld als wat we kennen van sloten bij de opgraving Hazenburg Arnemuiden en De Kempenaerstraat Paauwenburg: een brede komvormige slootvulling tot ca. een meter diep en daaronder een strakke insteek van een rechte ingraving. Samen met de sporen aangetroffen in het zuidelijk deel van werkput 1 is het duidelijk dat er zich in deze zone een bewoningscluster uit de 13e/14e eeuw bevindt.

Middeleeuwse sporen in werkput 4 3

WP 5: in deze werkput werden op enkele recente paalsporen geen aanwijzingen voor menselijke activiteiten aangetroffen. Er werd besloten de sleuf iets in te korten om nodeloos verstoren van het grasland te voorkomen. WP 6: Op dit perceel waren nog suikerbieten aanwezig. De pachter was bezig met de oogst maar was nog niet klaar. Daarom is in overleg besloten de noord-zuid geplande sleuf te vervangen door twee kortere noord-zuid georiënteerde sleuven. Zo kon langs de bieten gegraven worden en werd nodeloze vernietiging van gewas voorkomen. In werkput 6 werden op enkele recente paalsporen geen sporen van menselijke activiteiten aangetroffen. De sleuf werd daarom in lengte beperkt tot 40m. WP 7: Er werd gekozen een korte sleuf op het einde van het perceel te graven om in die zone te kijken of er alsnog sporen optraden. Deze sleuf werd WP 7 genoemd. De sporen die hier werden aangetroffen bleken van recente aard te zijn. Het ging om enkele kuilen, paalsporen en lineaire sporen, mogelijk drains of ploegsporen. Deze zone valt aan de oostzijde deels buiten het plangebied. WP 8: het hele oostelijke deel, meer naar het centrum van de kreekrug, is leeg. In de laatste, meest westelijke, twintig meter werden wel oudere sporen aangetroffen. Het aardewerk lijkt een beetje vroeg roodbakkend en proto steengoed. Het gaat om enkele grote onregelmatige kuilen en enkele kleinere kuilen.

Het meest kenmerkende inspoot is een halfronde greppel die sterk doet denken aan middeleeuwse hooimijten. Aan de westzijde duikt de kreek sterk. Hier is ook een kleiiger opvulpakket aangetroffen en een recentere sloot. De cluster antropogene sporen concentreert zich in een strook van om en bij de 15/20 meter op de westflank van de brede kreekrug.

Middeleeuwse sporen in werkput 8 WP 9: in de westelijke helft van de werkput werd een sloot van ca 120cm breed aangetroffen. Op basis van de vulling leek dit een ouder spoor. In coupe bleek de insteek vrij strak te zijn en de bodem licht verspoeld of uitgeloogd. De sloot is tot een diepte van zo'n 45cm bewaard gebleven. Omdat de sloot nagenoeg gelijk met de uitgezette proefsleuf liep werd besloten deze twee meter naar het noorden op te schuiven. In de rest van de werkput werd op enkele recente paalspoortjes na geen spoor aangetroffen. Aan de oostzijde van de werkput werd een tweede sloot vastgesteld. In de vulling werd baksteen en NT aardewerk gevonden Dit bevestigt het beeld dat al in de andere zones naar voren kwam. Op de kreekrug zijn de activiteiten van een dusdanige beperkte schaal dat er geen resten meer van terug te vinden zijn. Mogelijk is door late bewerking de top van de kreek ook gedeeltelijk afgetopt waardoor minder diepe sporen verdwenen kunnen zijn. Van diepere sporen als greppels of grotere kuilen is echter ook geen sprake. 4

WP 10: net als in de vorige werkputten bleek deze zone op enkele recente vergravingen geen archeologisch interessante sporen te bevatten. WP 11: het aangeboorde veenpakket bleek een sterk verstoorde zone te zijn. De top van het veen is over nagenoeg de hele werkput vergraven. In dit pakket (S1003) werd NT aardewerk eronder en veel grote baksteen fragmenten. Van het veen restte in het noordelijke deel slechts een 50cm. Al meteen was duidelijk dat de omstandigheden voor graven enorm bemoeilijkt werden door de slappe erg natte bodem. Profiel stortten nagenoeg meteen in en het vlak liep erg snel onder water. Omdat duidelijk was dat er veel verstoring had opgetreden werd de breedte van de sleuf beperkt tot twee meter. Dit om nog enigszins de ondergrond stabiel te houden en geen nodeloze kraters te graven. Centraal in de werkput werd een oost west georiënteerde perceelssloot gedocumenteerd. Deze is nog te zien op de kadasterwaarde 1832. De onderste vulling van de sloot bleek echter ouder materiaal te bevatten en ook een duidelijk oudere vulling te hebben. Deze sloot was overeen een breedte van een drietal meter door het veen gesneden. Aan de noordzijde van de werkput werd weer een strookje intact veen gevonden. De rest werd verstoord door een twee tot drie meter brede natuurlijke geul met veel schelpmateriaal.

Het is duidelijk dat er in deze zone geen kans meer is op het aantreffen van goed bewaarde ijzertijd of Romeinse sporen.

Werkput 11

Werkput 12

WP 12 : het veen in de noordzijde van werkput 12 is volledig gemoerneerd. Een veendam van ca twee tot drie meter is blijven staan. Meer naar het zuiden werd een tweede moerneringsput vastgesteld. Ook hier werd maar de helft van de geplande breedte ontgraven om nodeloze kraters te vermijden. Het is duidelijk dat deze hele zone toch ernstig aangetast is door de veenwinningsactiviteiten. De boringen zijn telkens in een veendam gezet en geven dus een foutief beeld. In de tussenliggende boring 7 was wel moernering vastgesteld. We kunnen ervan uitgaan dat deze hele hoek in de middeleeuwen aangepakt is.

5

Conclusies en Advies Het gebrek aan middeleeuwse bewoningsresten zo dicht bij de historische kern van Sint Laurens en kasteel Popkensburg is opmerkelijk. Waarschijnlijk bevonden zich op de top van de kreek historisch enkel akkers en de oude weg. Het oude kaartmateriaal suggereert dit alleszins. De sporen die deze activiteiten nalaten zijn doorgaans beperkt. Door latere erosie en beploeging is een deel van het oorspronkelijke middeleeuwse loopniveau met zekerheid verloren gegaan. Ondiepe sporen zijn daardoor niet bewaard gebleven en enkel de diepere structuren als greppels, kuilen of diepere paalsporen blijven nog herkenbaar. Deze werden slechts in twee zones vastgesteld tijdens het proefsleuvenonderzoek. Op basis van het veldwerk werden binnen de onderzochte gebieden twee zones met behoudenswaardige archeologische resten aangewezen . Het gaat om een zone van ca. 5000m 2 op het meest noordelijke perceel aan de Noorddorpsweg (Vindplaats A) en een kleine zone van 2000m2 in het middengedeelte aan de Noordweg/Van Serooskerkelaan (Vindplaats B). Deze komen in aanmerking voor een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische opgraving. In de rest van de onderzochte gebieden werden geen archeologisch behoudenswaardige sporen gevonden. Deze worden vrijgesteld van verder archeologisch onderzoek.

Mochten er tijdens de werken in deze zones onverwacht nog archeologische resten aan het licht komen, moet onmiddellijk contact worden opgenomen met de Walcherse Archeologische Dienst (B.H.F.M. Meijlink 06-52552925 / B. Silkens 06-5085014).

6

Overzicht van de proefsleuven (rood). Het plangebied is blauw aangeduid, de onderzoeksgebieden geel. In groen zijn de zones gemarkeerd die aangeduid zijn voor vervolgonderzoek

7

Vindplaats A aan de Wilgenhoekweg / Noorddorpsweg met rood aangegeven de werkputten

8

Vindplaats B aan de Noordweg / Van Serooskerkelaan met rood aangegeven de werkputten

9

Bijlage 3 Bodemonderzoek deelgebied 1

Juust

56

Uitbreiding St. Laurens, fase 1

Wematech Bodem Adviseurs B.V.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK “UITBREIDING SINT LAURENS” WILGENHOEKWEG SINT LAURENS

Opdrachtgever :

Gemeente Middelburg Postbus 6000 4330 LA Middelburg

Projectnummer : Kenmerk rapport: Status rapport: Datum:

VBB-50190468 MD50190468.R001-0 Definitief 17 december 2019

Projectleider

Ing. R.J.H. van Hooijdonk

par:

(Mede)auteur

Ing. A.C.J. Oostvogels M. van Dijk BSc

par:

Wematech Advies Groep B.V. is gecertificeerd door KIWA volgens de gestelde criteria conform ISO-9001:2015 onder nummer KSC-K96808/02

Postbus 1817, 4700 BV Roosendaal . Windmolen 23, 4751 VM Oud Gastel Tel. +31 (0)165 565910 . Fax +31 (0)165 544468 . bodemadviseurs@wematech.nl . www.wematech.nl KvK 20104743 . BTW nr. NL 810303206B01 . Rabobank IBAN NL82 RABO 0102 5687 07 Algemene voorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel

Kenmerk : Projectnummer :

MD50190468.R001-0 VBB-50190468

SAMENVATTING In opdracht van Gemeente Middelburg is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in de periode van augustus tot en met december 2019 gefaseerd een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Wilgenhoekweg te Sint Laurens. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de voorgenomen eigendomsoverdracht. Het veldwerk is gefaseerd uitgevoerd in de periode van augustus t/m december 2019. Bij de uitgevoerde grondboringen zijn op basis van zintuiglijke beoordeling geen relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen. Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat zowel de boven- als de ondergrond niet verontreinigd is. Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met barium, xylenen en naftaleen. Besluit bodemkwaliteit Geconcludeerd kan worden dat zowel de boven- als de ondergrond voldoet aan de achtergrondwaarde. De eventueel tijdens de bouwactiviteiten vrijkomende bovengrond is geschikt voor hergebruik ter plaatse. Mogelijk kan de bovengrond voldoen aan de eisen voor achtergrondwaarden grond.

Voor een formeel oordeel van de toepassingsmogelijkheden van de vrijkomende grond (hergebruik) dient voldaan te worden aan hetgeen wat beschreven staat in de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit (aanwezigheid bodemfunctiekaart en/of AP04 onderzoek). Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van het binnen de gemeente van toepassing zijnde beleid in acht genomen te worden. Toetsing hypothese Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek dient de gestelde hypothese "niet verdachte locatie" formeel gezien verworpen te worden. Gezien de geringe overschrijdingen in het grondwater is het echter gerechtvaardigd de gestelde hypothese te accepteren. Algemeen Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan gesteld worden dat binnen de huidige functieklasse geen gebruiksbeperkingen hoeven te worden gesteld aan de onderzoekslocatie. De verkregen resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De verkregen resultaten vormen geen belemmering voor de realisatie van de toekomstige ontwikkelingsplannen (bouwplannen) ter plaatse.

Datum: Pagina:

17 december 2019 2 / 21

Kenmerk : Projectnummer :

MD50190468.R001-0 VBB-50190468

INHOUDSOPGAVE: Blz.

SAMENVATTING 1.

INLEIDING

5

1.1. 1.2.

Aanleiding en doelstelling onderzoek Opbouw rapportage

5 5

2.

VOORONDERZOEK

6

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 2.10.

Locatiegegevens Historie Huidige situatie en terreinverkenning Belendende percelen Bodemonderzoeken/saneringen Informatie regionale achtergrondconcentraties Geo(hydro)logie Toekomstige situatie Conclusie vooronderzoek Onderzoeksstrategie

6 6 7 7 7 8 8 8 9 9

3.

VERRICHTE WERKZAAMHEDEN

10

3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

Inleiding Veldwerkzaamheden BRL SIKB 2000 Laboratoriumonderzoek

10 10 10 11

4.

RESULTATEN

12

4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.

Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Veldmetingen Toetsing 4.4.1. Wet bodembescherming 4.4.2. Besluit bodemkwaliteit Grond Grondwater

12 12 12 12 12 13 16 17

5.

BESPREKING RESULTATEN

18

5.1. 5.2. 5.3.

Zintuiglijke waarnemingen Grond Grondwater

18 18 18

6.

CONCLUSIES EN ADVIES

19

6.1. 6.2.

Conclusies Advies

19 19

7.

RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID

20

7.1. 7.2.

Restrisico Betrouwbaarheid

20 20

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Datum: Pagina:

17 december 2019 3 / 21

Kenmerk : Projectnummer :

MD50190468.R001-0 VBB-50190468

Datum: Pagina:

17 december 2019 4 / 21

BIJLAGEN: 1. Regionale en kadastrale (situatie)schets 2. Situatieschets met boringen en peilbuizen 3. Profielbeschrijvingen grondboringen 4. Analyseresultaten grond 5. Analyseresultaten grondwater 6. Toetsingskader grond en grondwater Wbb 7. Toetsingskader BBk en RBk

Kenmerk : Projectnummer :

1.

MD50190468.R001-0 VBB-50190468

INLEIDING

1.1. Aanleiding en doelstelling onderzoek In opdracht van Gemeente Middelburg is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in augustus, september, november en december 2019 gefaseerd een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Wilgenhoekweg te Sint Laurens. In bijlage 1 is de globale ligging van het perceel aangegeven in een regionale situatieschets. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen ontwikkelingsplannen (nieuwbouw) ter plaatse. In verband met deze bouwplannen wordt in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) door de overheid een inzicht gevraagd in de kwaliteit van grond en grondwater, alvorens een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) verleend kan worden. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de voorgenomen bouwplannen ter plaatse. Op basis van de verkregen informatie is, in overleg met de opdrachtgever, een onderzoeksprogramma opgesteld op basis van de Nederlandse Norm 5740. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij uitvoering van een verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging.

Als referentiekader bij de beoordeling van de resultaten worden de (maximale) waarden uit de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit, de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 2013, nr. 16675) en de normen uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 29 november 2019) gebruikt. Wematech Bodem Adviseurs B.V. werkt volgens een kwaliteitsborgingsysteem dat is gebaseerd op de NEN-EN-ISO 9001:2015 en de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”. De werkzaamheden voor onderhavig onderzoek vallen binnen de reikwijdte van dit certificatieschema en worden onder certificaat uitgevoerd conform de beschreven kwaliteitseisen (protocol 2001 en 2002). De naleving wordt periodiek getoetst door externe auditors, onder toezicht van de Raad van Accreditatie. Verder is van belang te melden dat de te onderzoeken locatie geen eigendom is van Wematech Bodem Adviseurs B.V. dan wel gerelateerde (zuster)bedrijven. Tevens is Wematech Bodem Adviseurs onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. De wettelijke voorgeschreven functiescheiding is hiermede geborgd.

1.2. Opbouw rapportage In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden. Het vooronderzoek, conform NEN 5725, is opgenomen in hoofdstuk 2. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de verrichte werkzaamheden beschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het onderzoek weergegeven en in hoofdstuk 5 worden de resultaten besproken. In hoofdstuk 6 zijn de conclusies en het advies opgenomen. Tot slot worden in hoofdstuk 7 het restrisico en de betrouwbaarheid van het onderzoek besproken.

Datum: Pagina:

17 december 2019 5 / 21

Kenmerk : Projectnummer :

2.

MD50190468.R001-0 VBB-50190468

VOORONDERZOEK Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN5725:2017. In het vooronderzoek wordt relevante informatie verzameld om onderbouwde antwoorden te formuleren op de relevante onderzoeksvragen zoals beschreven in de norm.

2.1. Locatiegegevens De locatiegegevens van de onderzoekslocatie (afgebakend geografisch gebied) zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2.1. Locatie gegevens Adresgegevens Kadastrale gegevens RD-coördinaten Oppervlakte percelen Oppervlakte onderzoekslocatie Eigendomssituatie

Wilgenhoekweg te Sint Laurens Gemeente: Sectie: Middelburg T X: 31107 Y: 395298 10,5 ha 2,2 ha Gemeente Middelburg

Nummer(s): 2754 (ged.), 2015 (ged.)

2.2. Historie - gebruik Op basis van historisch topografisch kaartmateriaal blijkt dat de locatie immer in gebruik is geweest als landbouwgrond en altijd onbebouwd is geweest. Bij de gemeente Middelburg c.q. de opdrachtgever was geen informatie bekend dat ter plaatse van de onderzoekslocatie potentieel bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Ter plaatse van de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen ondergrondse tanks, kabels, leidingen e.d. gelegen. Op historische kaartmateriaal staat tot begin jaren ’60 een sloot aangegeven welke de onderzoekslocatie kruist. Thans is deze sloot niet meer aanwezig. Voor het overige hebben er, voor zover bekend, geen dempingen of ophogingen plaatsgevonden. - asbest Op basis van de verkregen informatie hebben er geen activiteiten op de locatie plaatsgevonden waarbij asbest in of op de bodem geraakt zou kunnen zijn. - overig Voor zover bekend hebben zich ter plaatse van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan die tot gevolg hebben gehad dat verontreinigende stoffen op of in de bodem zijn geraakt. De locatie is bij het bevoegd gezag en/of op het bodemloket niet bekend als locatie waar mogelijk sprake is van een bodemverontreiniging, niet bekend als locatie waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Uit de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) c.q.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9747100/1