21-034 rvs Richtingennotitie slimme mobiliteit
Tekst van het document
raadsvoorstel volgnummer
11 maart 2021 21-034
onderwerp
Richtingennotitie slimme mobiliteit
behandelen in raadscommissie
Ruimte
portefeuillehouder
Chris Simons Verkeer, vervoer en waterstaat R. Kösters/Edmee de Fretes r.kosters@middelburg.nl,
datum vergadering
programma behandeld door e-mail
Conceptbesluit
De raad besluit: 1. De keuzes gemaakt in de richtingennotitie slimme mobiliteit als startpunt te beschouwen voor nadere uitwerking en hier actief aan mee te werken; 2. Pas na voldoende uitwerking over de organisatorische en financiële consequenties een standpunt in te nemen over de voorliggende keuzes in de richtingennotitie; 3. Het gemeentelijk standpunt door middel van bijgevoegde brief aan het college van gedeputeerde staten van Zeeland kenbaar te maken.
Aanleiding
Het afgelopen half jaar heeft de provincie Zeeland gewerkt aan de uitwerking van Slimme Mobiliteit. Deze uitwerking is in samenwerking met gemeenten en meerdere belangenorganisaties gedaan. Dit heeft geleid tot een richtingennotitie als voorlopig resultaat. Een van de aanleidingen voor deze richtingennotitie is dat de provincie Zeeland verantwoordelijk is voor het beleid en dagelijkse organisatie van het openbaar busvervoer. De huidige concessie die zij verleenden aan Connexxion loopt eind 2024 af. In februari 2020 is daarom gestart met een conferentie in de Mythe. Dit was de start om gezamenlijk met alle overheden en maatschappelijke groeperingen de strategische koers te bepalen voor zowel de bus concessie als personen mobiliteit in algemene zin voor Zeeland. Daarbij gaat het om de bus, trein, auto en fiets. Het bepalen van deze strategische koers is één van de vijf kernopgaven uit het coalitieakkoord van de provincie Zeeland. Deze richtingennotitie ligt voor standpuntbepaling voor bij o.a. gemeenten en waterschap. De provincie heeft een selectie gemaakt van partijen die (mee)bepalend zijn in het verdere proces en de werknaam voor deze groep is “meebeslissers”. De gemeenten en dus ook Middelburg behoren daarbij.
Gezamenlijke inzet zal nodig zijn om ambities ten aanzien van de mix van mobiliteit, het ontschotten tussen budgetten, goede knooppunten, voldoende kwaliteit van data en het toepassen van innovaties te kunnen invullen. Effect
De strategische opgave Slimme Mobiliteit behandelt het vraagstuk hoe we met alle kansen en ontwikkelingen die in deze tijd spelen tot een beter Zeeuws mobiliteitssysteem kunnen komen. De strategie hierachter is om budgetten en ontwikkelkracht te bundelen. Beoogd resultaat is om daarmee met dezelfde budgetten meer kwaliteit voor de reiziger te leveren. De uitdaging is de stap te maken naar slimme mobiliteit. Voorgesteld wordt dit te doen vanuit een samenspel van innovatieve technologische systemen en klassieke vervoersvormen (bus, trein, boot). De technologische ontwikkelingen bieden nieuwe mobiliteit én kansen voor het gemak waarmee tussen modaliteiten kan worden gewisseld. Inclusief systemen voor plannen, reserveren en betalen, die meer flexibiliteit bieden. 1
In feite is dit reden om het mobiliteitsnetwerk opnieuw op te bouwen. Dit onder de noemer: Slimme Mobiliteit. De ambities uit de richtingennotitie slimme mobiliteit sluit op meerdere punten aan op het Middelburgse mobiliteitsbeleid. Belangrijke aspecten hierin zijn duurzaamheid, behoud van OV-kwaliteit, efficiency, betaalbaarheid voor klant en gemeente, toegankelijkheid, kwaliteit en maatwerk doelgroepenvervoer en goede bereikbaarheid. De richtingennotitie is een tussenstap op weg naar de regionale mobiliteitsstrategie. In deze notitie staan vijf richtinggevende keuzes centraal. De standpuntbepaling op deze richtinggevende keuzes is bepalend voor de reikwijdte en ambitieniveau van de regionale mobiliteitsstrategie. Richtingennotitie De richtingennotitie is bijgevoegd als bijlage. Gelet op de diversiteit aan onderwerpen is lastig een beknopte samenvatting te geven. Eventueel kan voor verdere informatie naar een videosessie d.d. 27 januari j.l. van de provincie worden verwezen; met de volgende link: https://channel.royalcast.com/landingpage/zeeland/20210127_1/ Hierin wordt nadere informatie over de richtingennotitie verstrekt. In hoofdlijnen gaat het om de volgende richtinggevende keuzes.
Mobiliteitsmix Aanvullend op eigen vervoer wordt een flexibel vraagafhankelijk vervoersaanbod gefaciliteerd, zodat iedere reiziger een passende mogelijkheid heeft om van deur tot knooppunt en van knooppunt tot bestemming te komen. Een deurtot-deur-reis voor kwetsbare reizigersgroepen wordt gegarandeerd.. Dit wordt gecombineerd met een beperkter maar hoogwaardiger netwerk van vaste snelle verbindingen (bus en trein) tussen de grote knooppunten en steden buiten Zeeland. Een Zeeuwse basis met ruimte voor regionaal (en seizoensgebonden) maatwerk wordt gecreëerd en dat wordt regionaal uitgewerkt. Mobiliteitsbureau Een in te richten Mobiliteitsbureau Zeeland is opdrachtgever voor vervoerscontracten, draagt bij aan de ontwikkeling van vervoersinitiatieven, coördineert het aansluiten van vraag en aanbod en draagt zorg voor zichtbaarheid van Zeeuwse mobiliteit in MaaS-apps. Het Mobiliteitsbureau heeft een ontwikkelfunctie waarmee systemen vanuit verschillende contracten/ initiatieven met elkaar kunnen ademen. Voor de niet digitaal vaardige reiziger biedt het mobiliteitsbureau telefonische plan en boekingsmogelijkheid. Het doorontwikkelen van de GVC tot een Mobiliteitsbureau houdt in dat dit gepaard gaat met een mogelijke overheveling van taken in het doelgroepenvervoer. Op het gebied van beleid, indicatiestelling en inkoop.
In de notitie spreekt men van het harmoniseren van het doelgroepenvervoerbeleid van Zeeuwse gemeenten, wellicht met ‘ademende budgetten’. In een nog verdergaand scenario zou ook het openbaar vervoer overgeheveld worden van de provincie naar het Mobiliteitsbureau. In dit scenario wordt ook gesproken over het ontschotten van budgetten tussen gemeenten en provincie. Naast de doorontwikkeling van de GVC stelt de richtingennotitie tevens een vergaande structuurwijziging in Zeeuwse mobiliteit voor. Denk hierbij aan hybride vormen van vervoer, waarbij ov- en Wmovervoersstromen worden gecombineerd en reizigers zonder beperking dus ook gebruik maken van het Wmo-vervoer. Knooppunten Een Zeeuwse aanpak van knooppunt ontwikkeling, gericht op OV-knooppunten met gelaagdheid van vier niveaus wordt georganiseerd. Daarnaast werken we aan mobiliteitshubs rond laadvoorzieningen. Beide dragen bij aan de overstap van flexibele mobiliteit op snelle verbindingen. Geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van minimaal 6 OVknooppunten van de eerste twee niveaus voor 2025 en afspraken worden gemaakt over het stap voor stap realiseren van tussen de 10 en 20 aanvullende OV-knooppunten en mobiliteitshubs rond (snel)laadvoorzieningen voor 2030.
2
Data Mobiliteitsvraag, mobiliteitsaanbod en infrastructuur worden slim ingericht, waarbij data-stromen via het Regionaal Datateam worden gefaciliteerd, met als doel voor de reiziger het mobiliteitssysteem zo vlug, veilig, betrouwbaar en comfortabel mogelijk te organiseren.
Living Lab De beschikbare middelen uit het compensatiepakket ‘Wind in de zeilen’ worden geïnvesteerd voor het Living Lab Slimme Mobiliteit Zeeland, om nieuwe technieken en ontwikkelingen met pilots te testen en uit te proberen in de Zeeuwse situatie. Zeeland is daarmee het gebied om in een meer dunbevolkt gebied innovaties die door kennisinstellingen zijn ontwikkeld en uitgewerkt in de praktijk uit te gaan testen. Bij in de praktijk bewezen succesvolle toepassingen worden de initiatieven over Zeeland uitgerold. In het totaal vervagen de grenzen tussen openbaar vervoer, privaat vervoer en maatschappelijk initiatief voor de reiziger. Voor de reiziger zijn er in de richtingennotitie acht belangen genoemd (flexibiliteit en gemak, zekerheid, betaalbaarheid, veiligheid, inclusiviteit en toegankelijkheid, betaalbaarheid, goede informatie, menselijke factor, prettig wachten). Deze worden benut om monitoring op kwaliteit op te zetten. Om realistische doelen te kunnen bepalen is het nodig dat een betrouwbare nulmeting kan worden gedaan. De verwachting is dat op dit moment een dergelijke meting teveel bepaald wordt door de situatie met Corona. Argumenten
1.
De ambitie zoals verwoord in de richtingennotitie is een inhoudelijke ambitie waar niemand tegen kan zijn. Het uitgangspunt is om met dezelfde budgetten een beter vervoersaanbod te realiseren, maar hier ligt geen financiële doorberekening aan ten grondslag hoe dit dan bereikt zou worden. Tegelijkertijd doet de Provincie Zeeland voorstellen die vergaande gevolgen hebben voor het doelgroepenvervoer. Het innemen van een standpunt is dan ook nog te vroeg. U wordt geadviseerd om dan ook nog geen standpunt in te nemen maar deze richtingennotitie als een startpunt te beschouwen en een standpunt in te nemen op het moment dat de plannen concreet zijn ingevuld. Deze richtingennotitie wordt beschouwd als een eerste startpunt wat verdere concretisering nodig heeft, op een aantal cruciale onderdelen voor de gemeenten. Zoals de financiële gevolgen van dit voorstel en de sturing vanuit de gemeenteraad. In het lokale doelgroepenvervoerbeleid zijn er twee hoofddoelstellingen. Enerzijds het zorg dragen voor een kwalitatief goed aanbod aan vervoer voor onze kwetsbare inwoners. Het verminderen van de uitgaven anderzijds. Het is onduidelijk hoe dit rapport bij zou dragen aan deze doelen.
De richtingennotitie spreekt over een vergaande adviesrol op het vlak van beleid en indicatiestelling door een doorontwikkelde GVC, terwijl beleid en indicatiestelling juist onze twee sturingsmechanismen zijn om grip te behouden op de uitgaven in het doelgroepenvervoer. Het is onduidelijk hoe dit er in de praktijk uit zou komen te zien en hoeveel zicht en grip we dan nog hebben. Verder zou de doorontwikkeling van de GVC gepaard gaan met een vergaande harmonisatie van het doelgroepenvervoerbeleid van de Zeeuwse gemeenten. De belangen van Middelburg, vanuit het financieel perspectief in het sociaal domein, kunnen verschillen van de belangen van andere gemeenten. Indien we beleid moeten gaan harmoniseren, is het maar de vraag in hoeverre we als Middelburg nog invloed hebben op het uiteindelijk gevoerde beleid. Ditzelfde argument geldt voor mobiliteitsvraagstukken die in bijv. Zeeuws-Vlaanderen anders kunnen zijn dan in Walcheren. Instemmen met richting 1 (flexibel en fijnmazig) en richting 2 (doorontwikkeling GVC) lijkt de weg vrij te maken voor een stelselwijziging van Wmo-vervoer als maatwerkvoorziening naar Wmo-vervoer als algemene voorziening.
2.
In het OZO (Overleg Zeeuwse Overheden) is er voor gekozen de richtingennotitie slimme mobiliteit in de gemeenteraden te behandelen. Het totale proces richt zich er op om midden 2021 een regionale mobiliteitsstrategie en uitgangspunten voor een nieuwe concessie gereed te hebben. In de brief aan GS vragen wij om meer inzicht in het proces naar definitieve besluitvorming in juni/juli. Zodra hier meer duidelijkheid over is, bepalen wij wanneer u opnieuw een raadsvoorstel wordt voorgelegd. De verwachting is medio mei.
3
Kanttekeningen
De voorgestelde keuzes in de richtingennotitie zijn vooralsnog op hoofdlijnen en dienen nog wel verder uitgewerkt te worden. Dit geldt met name voor de mobiliteitsmix en het voorgenomen mobiliteitsbureau vooral op de punten financiën, organisatie, kwaliteit en beleid. Hierover is in de brief aan GS een uitgebreide passage over opgenomen. Kortheidshalve wordt daar naar verwezen. Pas na deze uitwerking kan een meer definitief standpunt per voorgestelde keuze worden ingenomen. Financiën
De keuzes dienen verder uitgewerkt te worden. In die uitwerking zullen de financiële aspecten uiteraard een belangrijke rol spelen.
Duurzaamheid
Uitgangspunt voor de opgave Slimme Mobiliteit is het toewerken naar schone mobiliteit en invulling geven aan de Regionale Energiestrategie (RES). Landelijk is afgesproken dat in regionale mobiliteitsprogramma’s mobiliteitsmaatregelen uit het klimaatakkoord (en in Zeeland de uitwerking uit de RES) worden verbonden met het regionale mobiliteitsbeleid. De regionale mobiliteitsstrategie zal in Zeeland de functie van regionaal mobiliteitsprogramma vervullen. Communicatie en participatie
De richtingennotitie slimme mobiliteit is tot stand gekomen in een proces met participatie van diverse overheden en maatschappelijke organisaties. De “lead” van dit proces ligt bij de provincie. Dat betekent dat zij eerst aan zet zijn voor verdere communicatie. Uitvoering
De richtingennotitie en de gemeentelijke standpuntbepaling wordt behandeld in de gemeenteraad. Daarna zal de gemeentelijke reactie aan het college van GS worden gestuurd. De komende periode zal de richtingennotitie verder uitgewerkt worden. Advies ingewonnen bij adviesorgaan?
Het betreft een proces welke door de provincie is ingezet en waarop aan de gemeente gevraagd wordt te reageren. In dit stadium is door de gemeente geen advies ingewonnen. Bij de verdere uitwerking zal dit uiteraard gedaan worden. Bijlagen
1. Richtingennotitie 2. Brief aan college van gedeputeerde staten van Zeeland
Middelburg, 9 februari 2021 Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,
mr. A. van den Brink de burgemeester,
mr. H.M. Bergmann
4