21-016 rvs Gevolgen besluit beëindiging contract Intervence -VERVALLEN
Tekst van het document
raadsvoorstel volgnummer
28 januari 2021 21-016
onderwerp
Gevolgen besluit beëindiging contract Intervence
behandelen in raadscommissie
Maatschappelijke Zaken
portefeuillehouder
Carla Doorn Sociaal Domein Ellenoor de Fretes, Frank Tillema ellenoor.de.fretes@middelburg.nl, f.tillema@middelburg.nl
datum vergadering
programma behandeld door e-mail
Conceptbesluit
De raad besluit: 1. Een incidentele bijdrage van € 524.328,00 in 2021 beschikbaar te stellen voor de overgangsfase en uitvoering van scenario 3b liquidatie van Intervence en te verwerken bij de bestuursrapportage 2021. Aanleiding
Om een oplossing te zoeken voor de structureel verliesgevende financiële situatie van gecertificeerde instelling (G.I.) Intervence heeft een scenario-onderzoek plaats gevonden. Uit dit onderzoek blijkt dat Intervence niet zelfstandig de activiteiten kan blijven uitvoeren, noch is een overnamepartner gevonden die Intervence wil overnemen. Op grond van deze uitkomsten besloot de Bestuurscommissie Jeugd op 26 november 2020 om het contract van Intervence niet te verlengen in 2021. Voor de overgang van de gezinnen, jeugdigen en uitvoerende werkers van Intervence naar de 3 andere in Zeeland werkzame GI’s stellen de gezamenlijke gemeenten in 2021 de noodzakelijke middelen beschikbaar. De verwachte overgangsperiode is 6 tot 9 maanden. De komende periode zal een Transitieplan worden opgesteld en ter goedkeuring aan de landelijke Inspecties en de Jeugdautoriteit worden voorgelegd. Om een zorgvuldige overgangsperiode in te richten heeft de Bestuurscommissie op 14 december 2020 ingestemd met het aan gaan van een overbruggingsovereenkomst met Intervence en met sluiten van intentieovereenkomsten met de overnemende drie GI's. Effect
Intervence zal in 2021 de overgang van gezinnen, jeugdigen en uitvoerend werkers moeten organiseren. De organisatie heeft echter per medio januari 2021 geen liquide middelen meer om voort te bestaan op basis van enkel pxq. Om uitvoering te geven aan het besluit van de bestuurscommissie moet Intervence ten tijde van de overgangsperiode in stand worden gehouden. Om die overgangsperiode mogelijk te maken is financiering nodig voor het, weliswaar in afbouw zijnde, in stand houden van Intervence. Wanneer hiervoor geef budget beschikbaar wordt gemaakt zal Intervence in een faillissement situatie terecht komen. De bijdrage van gemeenten moet plaatsvinden in de vorm van een achtergestelde lening die door GR GGD Zeeland wordt verstrekt. Gemeenten zullen de extra kosten moeten bekostigen door middel van een verhoging van de maandelijkse bevoorschotting voor het macrobudget Jeugdhulp aan de GGD. Argumenten
1. Door in te stemmen met dit voorstel kan uitvoering gegeven worden met het besluit van de bestuurscommissie en hiervoor instemming worden gevraagd aan de gemeenteraad. Kanttekeningen
1. Het opzeggen van het contract betekent het einde voor Intervence als organisatie omdat de Zeeuwse gemeenten de enige opdrachtgever zijn. 2. Voor het borgen van een zorgvuldige overdracht van gezinnen, personeel en ten tijde hiervan zoveel mogelijk zorgcontinuïteit, heeft Intervence extra financiering nodig om in stand te blijven tijdens deze overgangsperiode. 1
Wanneer gemeenten deze financiering niet doen, dan zal dit een faillissement tot gevolg hebben. Een faillissementssituatie brengt meer onvoorspelbaarheid omdat een curator de regie krijgt. Zodoende dat door tijdelijk financieren een liquidatie van de organisatie wordt mogelijk gemaakt. Volgens de landsadvocaat zijn met een curator op zich goede (inspannings)afspraken te maken over continuïteit van zorg maar zullen de gemeenten minder controle over het proces hebben en richt de curator zich primair op opbrengstmaximalisatie voor de gezamenlijke schuldeisers. Bij liquidatie kan het proces over overdracht van casussen (en medewerkers) meer in onderlinge afstemming en geleidelijk plaatsvinden. 3. Formeel ligt de verantwoordelijkheid van uitvoering van scenario 3 bij Intervence. Voor Intervence is het echter van belang vooraf te weten welke ondersteuning de organisatie van de gemeenten zal ontvangen om uitvoering te geven aan de keuze. In dit verband hebben de gemeenten ook een advies van de landsadvocaat gevraagd. (zie bijlage) 4.Volgens beschikbare financiële doorrekening is een faillissement iets goedkoper voor gemeenten. De kosten voor de gemeenten zijn in scenario 3a ongeveer € 2.750.000 terwijl de kosten in scenario 3b uitkomen op € 3.275.000. Verdeeld over de dertien Zeeuwse gemeenten is de absolute besparing per gemeente tussen 3a en 3b overigens relatief klein. 5.
Bij zowel faillissement als liquidatie is juridisch gezien overname van onderneming een risico. De overnemende GI’s zijn geen van allen in staat om in te steken op ‘overgang van onderneming”. Het financiële risico voor partijen is dan te groot (vergelijkbaar met de uitwerking van scenario 2). 6. Ten tijde van afbouw en overgang is het van belang om zicht te houden op de uitgaven van Intervence en tevens op de kosten van overname door de drie beoogde GI's. Als voorwaarde voor de steun bij liquidatie dient daarom een vertegenwoordiging namens gemeenten mee te kijken naar de uitvoering van de plannen. 7. De vormgeving van de overgangsperiode wordt uitgewerkt in een plan van aanpak. Voor dit plan van aanpak zullen de Inspecties Gezondheid & Jeugd en de Jeugdautoriteit eerst hun goedkeuring moeten geven. Sinds de besluitvorming op 26 november 2020 zijn er nieuwe inzichten opgedaan d.m.v. reacties of advisering van bijvoorbeeld advocaten (zie bijlagen). Om het proces zorgvuldig in te richten zal door de Inkooporganisatie een overbruggingsovereenkomst met Intervence worden gesloten en tevens intentieovereenkomsten met de overnemende GI’s. 8. De bestuurscommissie is het bevoegd orgaan om het besluit over de contractering te nemen. Dit is dus een definitief besluit. 9.
Eerdere instandhoudingsbijdragen in 2019 (€ 838.000) en 2020 (€ 604.000) en het teveel bevoorschotte bedrag (€ 1.218.000) worden mogelijk door de financiële situatie bij Intervence niet terugbetaald. Het Middelburgs aandeel hierin is 426.000 euro. Financiën
Wat mag het kosten? Voor de overdracht van zorg wordt een projectorganisatie opgericht en hiervoor maken Intervence en de overnemende partijen (Briedis, WSG, Leger des Heils) kosten. Intervence heeft een opgave van € 1.900.000 gedaan. De kosten die de overnemende partijen bedragen is geraamd op € 1.275.000,00. We schatten in dat dit een totaal bedrag zal zijn van € 3.275.000,00. Het Middelburgs aandeel hierin is € 524.328,00 euro. Hoe gaan we dat financieren? Dit bedrag zal in de bestuursrapportage 2021 worden verwerkt. De bijdrage van gemeenten aan Intervence moet plaatsvinden in de vorm van een achtergestelde lening die door GR GGD Zeeland wordt verstrekt. Gemeenten zullen de extra kosten moeten bekostigen door middel van een verhoging van de maandelijkse bevoorschotting voor het macrobudget Jeugdhulp aan de GGD. 2
Zijn er significante gevolgen or het weerstandsvermogen? Met de genoemde kosten is geen rekening gehouden bij de berekening van het weerstandsvermogen zoals gepresenteerd in de begroting 2021. De weerstandscapaciteit (vrije reserves) zal als gevolg van dit voorstel met € 524.328,00 afnemen (weerstandsratio daalt met 0.03 punten). Aanvullende op het bovenstaande is het risico dat er bij liquidatie sprake kan zijn van het overgang van onderneming voor 3 overnemende GI’s. Een overgang van onderneming vindt plaats als sprake is van overgang van een economische eenheid die haar identiteit behoudt en de ‘exploitatie’ van de onderneming dus in feite wordt voortgezet. Voor het antwoord op de vraag moet gekeken worden naar de feitelijke omstandigheden als bijvoorbeeld de interne organisatie binnen Intervence en hoe de werkzaamheden, personeel (kwantitatief als kwalitatief) en cliënten worden overgedragen aan de drie GI’s. Deze risico’s zijn behoorlijk in het geval van een geleidelijke afbouw en overgang buiten faillissement. Intervence kwalificeert zich als een arbeidsintensieve onderneming. Intervence schrijft zelf in haar standpuntbepaling: ‘ontleent Intervence haar bestaansrecht aan het personeel’. Een overgang van de maatregelen en (een groot deel van) het personeel buiten faillissement leidt daarom zeker tot vragen omtrent een mogelijke overgang van onderneming.
Overigens kan een discussie over een overgang van onderneming ook in faillissement ontstaan gelet op het feit dat betrokken partijen een overgang al enige tijd aan het voorbereiden zijn (gesprekken, verslagen, financiële rapporten, en businesscases). Als sprake is van overgang van onderneming, dan gaat personeel mee over. Ook personeel dat een overnemende partij mogelijk niet over wilde nemen. Ter voorkoming van dit risico zijn in de huidige intentieovereenkomsten expliciet bepaling opgenomen waarbij partijen streven naar een liquidatie van Stichting Intervence zonder dat sprake is van een overgang van onderneming maar is ook opgenomen dat indien desondanks sprake is van overgang van onderneming dat de Inkooporganisatie (lees Gemeenten) waar mogelijk garant staat voor de gevolgen.
Duurzaamheid
Niet van toepassing Communicatie en participatie
Uw raad wordt bij nieuwe ontwikkelingen actief geïnformeerd via de actieve informatieplicht. Uitvoering
Uw besluit wordt gecommuniceerd met de andere Zeeuwse gemeenten in de vergadering van bestuurscommissie jeugd. Advies ingewonnen bij adviesorgaan?
Niet van toepassing Bijlagen
1. Memo voor gemeenteraden 2. Advies landsadvocaat 24-11-2020 3. Advies huisadvocaat Adriaanse van de Weele 10-12-2020 Middelburg, 15 december 2020 Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,
mr. A. van den Brink de burgemeester,
mr. H.M. Bergmann
3