171. Brief van omwonenden werkgroep Cleene Hooge-AZC
Tekst van het document
Aan de leden van de raad van de gemeente Middelburg Postbus 6000 4330 LA Middelburg
Deze brief wordt ook verzonden per e-mail aan de individuele raadsleden
Middelburg, 28 september 2023
Geachte leden van de raad,
In de avond van 5 september jl. werden wij, bewoners van de wijk Griffioen II, overvallen door een brief van het college waarin de gemaakte keuze voor de locatie van het nieuwe AZC werd meegedeeld. Het college heeft gekozen voor de locatie Cleene Hooge. Op die locatie moet medio 2025 voor ten minste 15 jaar een nieuw AZC voor 330 asielzoekers verrijzen plus een flexibele opvang met een capaciteit tussen de 150 en 250 opvangplaatsen.
Dat er in Middelburg een nieuw AZC gaat komen, was bekend. In 2021 heeft uw raad dat besloten. Wij staan achter dat besluit. De stroom asielzoekers is een gegeven. Zij moeten worden opgevangen en het is goed dat Middelburg een bijdrage aan die opvang levert en dat vinden we ook als blijkt dat onze achtertuin daarvoor de beste locatie zou zijn. Het college is tot de conclusie gekomen dat onze achtertuin, de Cleene Hooge, de beste locatie voor een nieuw AZC is, maar de onderbouwing van die conclusie overtuigt ons niet.
Bovendien zijn we ontstemd over de manier waarop het college ons heeft overvallen met deze locatiekeuze, over de achteloze wijze waarop het college besloot dat de flexibele opvang bij het nieuwe AZC moest komen, over de beperkte kaders die zijn gekozen, over de subjectieve beoordeling van de onderzochte locaties en over het razende tempo waarin het college van een voorgenomen besluit een voldongen feit probeert te maken.
Het college herhaalt de overvaltactiek die bijna 10 jaar geleden door het toenmalig college werd toegepast bij de keuze voor Swerfrust als locatie voor het huidig AZC. Eigenlijk is het nog erger. Waar het college bijna 10 jaar geleden nog aan de Breewijk aangaf dat het een tijdelijk AZC voor vijfjaar zou zijn, wordt ons nu doodleuk meegedeeld dat het AZC plus de flexibele opvang ten minste 15 jaar in de Cleene Hooge zullen blijven. Dat is niet de frisse wind die het college bij aantreden beloofde!
Formeel is het besluit van het college een voorgenomen besluit. Het college geeft uw raad een maand de tijd om het voorstel te bestuderen en uw wensen en bedenkingen te geven. Daarna neemt het college het definitieve besluit, maar de portefeuillehouder heeft al laten weten dat de kans dat het voorgenomen besluit niet definitief wordt nihil is.
Dat weerhoudt ons er niet van om in deze brief aan u, als vertegenwoordigers van alle inwoners van Middelburg en dus ook van ons, te zeggen wat wij denken over het besluit en besluitvormingsproces en om aan te geven wat wij zouden willen. Deze brief bevat dus onze wensen en bedenkingen. Wij beginnen met onze bedenkingen. BEDENKINGEN 1. AZC plus flexibele opvang
Het college heeft besloten om in de Cleene Hooge niet alleen een nieuw AZC te realiseren, maar ook 150 tot 250 flexibele opvangplekken daaraan toe te voegen. Deze flexibele noodopvang is bedoeld om fluctuaties in de instroom te kunnen opvangen. Wij vinden het onwenselijk om op één en dezelfde locatie een nieuw AZC en flexibele noodopvangplekken te realiseren. Ook vinden wij de manier waarop deze beslissing tot stand is gekomen niet transparant. Op 7 juli 2021 besloot uw raad om in te stemmen met het aanmelden van een duurzame opvanglocatie vanaf medio 2025 met een maximum van 330 asielzoekers.
Op 22 november 2022 heeft het college uw raad geïnformeerd dat het had ingestemd met de Zeeuwse afspraken opgave asielopvang en daarmee ook met de realisatie van flexibele capaciteit voor 150-250 opvangplekken "op een locatie". Op 13 april 2023 heeft uw raad ingestemd met de kaders voor de locatiekeuze voor het nieuwe AZC. Een van de voorgestelde kaders luidde dat de nieuwe locatie ook ruimte biedt voor de flexibele opvang van 150-250 personen. Daarmee ging het opeens niet meer over een nieuw AZC voor maximaal 330 asielzoekers, maar over een locatie voor de opvang van maximaal 580 asielzoekers. Nu de toestroom aan asielzoekers en de druk op de opvang van deze mensen eerder toedan afnemen, mag worden aangenomen dat de flexibele opvang regelmatig nodig zal zijn c.q. permanent zal zijn. Dat betekent dat tegen de woonwijk Griffioen II met circa 1.250 inwoners een klein dorp met 580 asielzoekers zal verrijzen ter plaatse van gronden met landschappelijke waarden. Wij vinden dat onwenselijk omdat wij vrezen voor overlast en veiligheidsproblemen, zoals we verderop in deze brief zullen uitleggen. Het college schermt met de ervaringen die zijn opgedaan bij het huidig AZC als het gaat om het in toom houden van overlast. In het huidig AZC zijn echter alleen reguliere opvangplekken voor maximaal 330 asielzoekers.
Er zijn in Middelburg geen ervaringen opgedaan met één locatie voor de reguliere opvang van 330 asielzoekers én de noodopvang voor 250 asielzoekers. Wij willen geen proefkonijn zijn.
Het is ook niet noodzakelijk om de flexibele opvang bij het nieuwe AZC te realiseren. Er is nu noodopvang voor 170 personen op een andere locatie (Studio A58) dan het AZC. In het memo van 22 november 2022 is ook niet aangegeven dat de flexibele opvang bij het nieuwe AZC gehuisvest zou moeten worden. Het is voor ons volstrekt onduidelijk wiens idee het was om de flexibele opvang bij het nieuwe AZC te realiseren en waarom dit nodig zou zijn.
Waarschijnlijk komt dit uit de koker van het COA. Voor het COA zal het goedkoper zijn om de flexibele opvang bij het nieuwe AZC te hebben. Dat begrijpen wij, maar er zijn meer belangen dan alleen het financieel belang van het COA die het college moet wegen bij het nemen van de beslissing om de flexibele opvang bij het nieuwe AZC te realiseren.
Wij beschouwen de beslissing om de flexibele opvang bij het nieuwe AZC te realiseren dan ook als een ondoordachte beslissing. Wij verzoeken u het college te laten terugkomen van deze beslissing. Dat kan binnen de kaders waarmee uw raad op 13 april 2023 heeft ingestemd. Het eerste kader houdt immers in dat de opvang bij voorkeur geconcentreerd is op één locatie van 3 hectare of 3.000 m2 bvo. 2. Overlast Wij vrezen onevenredige overlast van de bouw van het AZC en de bewoning van het AZC. Dat geldt in het bijzonder voor de bewoners van de Europalaan. De vrees is dat de Europalaan zal worden doorgetrokken als route voor het bouwverkeer naar de bouwplaats en als ontsluitingsweg voor het AZC. Desgevraagd wilde de portefeuillehouder dit ook niet uitsluiten.
Het doortrekken van de Europalaan is ook een verleidelijke optie voor de gemeente. In de ontwikkelvisie Cleene Hooge is rekening gehouden met een nieuwe ontsluitingsweg op de Walcherseweg, vanuit historisch oogpunt. Die optie is vanzelfsprekend duurder dan het doortrekken van de Europalaan. Die kosten zullen (uiteindelijk) door het COA moeten worden betaald. Het is maar zeer de vraag of het COA daartoe bereid is, Zo niet, dan zal de gemeente - gelet op de matige staat waarin de gemeentelijke financiën schijnen te verkeren - kiezen voor de meest goedkope oplossing. De belangen van de bewoners van de Europalaan zullen, zo vrezen wij, het dan afleggen tegen het financieel belang van de gemeente.
Gezegd wordt dat niet gevreesd hoeft te worden voor overlast van gemotoriseerd verkeer van en naar het AZC omdat asielzoekers geen auto hebben. Dat kan zo zijn, maar er zal hoe dan ook een toename van gemotoriseerd verkeer komen door het verkeer van leveranciers, personeel, bezoekers, etc. Bovendien is het uiteindelijk de bedoeling dat de locatie van het AZC een reguliere woonwijk zal worden. Dan zal sowieso sprake zijn van een toename van het gemotoriseerd verkeer. Daar moet nu al rekening mee gehouden worden.
Verder lijkt het erop dat de Europalaan sowieso de functie van ontsluitingsweg zal krijgen voor niet gemotoriseerd verkeer. Het is de kortste loop- en fietsroute van het AZC naar de voorzieningen (winkels, scholen, Amaliapark, etc.) en de binnenstad. Het is algemeen bekend dat in een AZC de groep jonge alleenstaande mannen uit veilige landen (de zogenaamde MALT-landen) voor grote overlast kan zorgen. Door de vertegenwoordiger van
het COA is die overlast tijdens de informatiebijeenkomsten ook erkend. Ook heeft hij gezegd dat het COA niet aan de poort kan selecteren en dus niet kan voorkomen dat deze groep asielzoekers in het nieuwe AZC terecht komt. Voor ons is niet duidelijk waarom het COA niet aan de poort kan selecteren. Uw gemeente kan in ieder geval contractueel met het COA overeenkomen dat deze specifieke groep niet in het nieuwe AZC zal worden gehuisvest. Wij dringen er ook op aan dat u dat doet.
3. Veiligheid In het verlengde van de vrees voor overlast ligt onze vrees voor de veiligheid in de wijk. In het rapport 'Incidenten en misdrijven door bewoners van COA- en crisis-noodopvanglocaties 2017-2022' van het WODC staat beschreven dat in 2022 de gemiddelde bezetting van een COA-locatie met 39% was gestegen en dat het aantal incidenten met 42% (!) was toegenomen ten opzichte van 2021. Ook hier is met name de groep alleenstaande jonge mannen (tussen de 18 en 39 jaar) oververtegenwoordigd in deze cijfers.
Onze wijk is nu een zeer veilige omgeving waar ouders hun kinderen op straat durven te laten spelen en waar mensen 's avonds in het donker zonder angst een ommetje maken. Het is een van de redenen waarom onze wijk zo aantrekkelijk is. Wij vrezen dat dit zou kunnen veranderen met de komst van het AZC. Dat de groep asielzoekers die problemen veroorzaakt een kleine groep is, maakt onze vrees niet kleiner. Onze vrees is ook ingegeven door de ervaringen van de bewoners van de Breewijk. Zij zagen zich genoodzaakt om allerlei veiligheidsmaatregelen te nemen (plaatsen van camera's, afscheidingen, indringerdetectiesystemen, etc.). Er wordt gezegd dat het COA de kosten van dit soort maatregelen heeft vergoed, maar wij hebben ook inwoners van de Breewijk gesproken die zeggen geen enkele vergoeding te hebben ontvangen (niet van het COA en niet van de gemeente) en alle maatregelen zelf te hebben betaald. Wij vinden dat dit soort kosten horen te worden vergoed door het COA of door de gemeente. Uit het memo incidentenoverzicht COA landelijk en AZC bewoners Middelburg 2021 van 20 september 2022 blijkt weliswaar dat het aantal incidenten waarbij inwoners van het AZC en de noodopvang zijn betrokken is afgenomen ten opzichte van 2020. Dat is mooi, maar dat is geen garantie dat er ook rondom het nieuwe AZC weinig incidenten zullen zijn.
De mate van overlast blijft ook afhankelijk van de mensen die in het AZC verblijven en er verblijven in het nieuwe AZC twee keer zo veel mensen als in het huidige AZC.
4. Geen participatie bij locatiekeuze Bij de locatiekeuze is geen participatie toegepast. Volgens het college had dat geen zin omdat participatie nooit tot een gedragen uitkomst zou leiden. Niemand wil immers een AZC in zijn achtertuin. Uw raad heeft daar op 13 april jl. mee ingestemd.
Dat participatie in dit geval nooit tot een gedragen uitkomst zou kunnen leiden, is niet meer dan een aanname van het college en toont een gebrek aan vertrouwen in ons burgers. Het is
bovendien in strijd met artikel 3 van de Participatie- en Inspraakverordening die uw raad op 16 december 2021 heeft vastgesteld. Artikel 3 lid 2 van die verordening bepaalt dat burgerparticipatie in beginsel wordt toegepast als: a. "het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die geraakt zullen worden door het beleid, plannen, projecten en programma'"; of b. "te verwachten is dat betrokken inwoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling hiervan".
Buiten kijf staat dat in dit geval belanghebbenden worden geraakt door het plan om op de Cleene Hooge een AZC te bouwen. Dus moet "in beginsel" participatie worden toegepast.
In artikel 3 lid 3 worden drie uitzonderingen genoemd op het beginsel dat participatie moet worden toegepast. Dat participatie niet tot een gedragen uitkomst zou kunnen leiden, wordt niet als uitzondering genoemd. Een gedragen uitkomst is ook niet het doel van participatie. Het doel van participatie is om (zie artikel 3 lid 1):
"[...] de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten, de samenwerking tussen gemeente, inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden te versterken en helderheid te scheppen over proces en rolverdeling." Het besluit om in dit geval geen participatie toe te passen staat juist haaks op dit doel.
5. Participatietraject na de iocatiekeuze Uw raad heeft op 13 april 2023 het college ook opdracht gegeven om een voorstel te doen voor een participatietraject vanaf de Iocatiekeuze waarbij bij voorkeur de trede "adviseren" of hoger op de participatieladder wordt gehanteerd. Dit voorstel moest ter instemming worden voorgelegd aan uw raad.
In het raadsvoorstel maakt het college voor participatie na de Iocatiekeuze een onderscheid tussen: • fase 1 (vóór de ruimtelijke procedure); • fase 2 (tijdens de ruimtelijke procedure); en • fase 3 (na de ruimtelijke procedure). Het voorstel van het college aan uw raad is om voor fase 2 in te stemmen met participatiegraad "adviseren" en voorfase 3 de participatiegraad vast te stellen na het startgesprek. Wij missen een voorstel voor de participatiegraad voor fase 1, de fase vóór de ruimtelijke procedure. In de toelichting op het raadsvoorstel staat dat het college in fase 1 "input" wil ophalen die nodig is voor de ruimtelijke procedure. "Input ophalen" is echter niet hetzelfde als "adviseren".
In het Communicatie/participatieplan (bijlage 9 bij het raadsvoorstel) staat dat het college het tijdens fase 1 vooral wil hebben over ruimtelijke zaken (zoals vlekkenplan, situering van
gebouwen en bouwhoogtes) en dat de omwonenden het over andere zaken zullen willen hebben {zoals of er cameratoezicht komt, waar zij met vragen terecht kunnen en of de struikjes hoger kunnen). Dit ervaren wij als aanmatigend. Waarom denkt het college dat ruimtelijke zaken ons niet interesseren? Het duidt er verder op dat het college bewust participatie in fase 1 heeft willen beperken tot "het ophalen van input". Zoals gezegd is dat niet hetzelfde als adviseren en daarmee houdt het college zich niet aan de opdracht van uw raad. 6. Gekozen kaders en beoordeling van de potentiële locaties binnen de kaders Een werkgroep van onze wijk heeft zich gebogen over de gekozen kaders en de beoordeling van de meegenomen locaties binnen de gekozen kaders.
Zij zijn allereerst tot de conclusie gekomen dat de gekozen kaders wel erg beperkt gekozen zijn. Met name het kader dat de grond in eigendom van de gemeente moet zijn beperkt het aantal potentiële locaties aanzienlijk. De keuze voor dat kader lijkt vooral ingegeven te zijn door de haast waarmee het nieuwe AZC moet worden gerealiseerd. Dat vinden wij toch opmerkelijk. Het college heeft in 2019 de bestuursovereenkomst over de opvang in Swerfrust (waar het huidig AZC is) en de erfpachtovereenkomst voor Swerfrust verlengd tot 25 juni 2025 resp. 1 december 2025. Aan de Breewijk heeft het college gezworen dat het AZC daarna uit de wijk zou vertrekken.
Op 7 juli 2021 heeft uw raad ingestemd met de realisering van een nieuw AZC na 2025. Het heeft echter bijna twee jaar geduurd voordat de kaders voor de nieuwe locatie van het AZC zijn vastgesteld. Het college heeft zich dus zelf in deze positie gemanoeuvreerd. Het is dan wrang dat niet is gekeken naar andere locaties die wellicht beter geschikt zijn, alleen maar omdat die locaties niet in eigendom van de gemeente zijn. Daarnaast plaatsen we onze bedenkingen bij de beoordeling van de locaties. Die bedenkingen zijn sterker geworden toen tijdens de tweede informatiebijeenkomst op 19 september jl., een vertegenwoordiger van het COA in een onderonsje met een van de leden van de werkgroep uitsprak dat voor het COA de locatie van het politiebureau aan de Vrijlandstraat voldeed aan alle eisen. Voor een verdere bespreking van de gekozen kaders en de beoordeling van die kaders verwijzen wij naar de notitie van de werkgroep, die als bijlage bij deze brief zit.
7. Tijdelijkheid Het college wil een overeenkomst met het COA aangaan voor ten minste 15 jaar omdat dit kort gezegd - geld en gedoe bespaart. Hoe langer een AZC op een locatie gevestigd kan zijn, hoe goedkoper de investering wordt. Dat bespaart dus geld. Verder brengt, volgens het college, de locatiekeuze voor een AZC altijd maatschappelijke onrust en procedures met zich mee. Een locatiekeuze voor ten minste 15 jaar bespaart het college dus ten minste 15 jaar gedoe.
Ten minste 15 jaar kan eindeloos zijn. Hoe lang is dus ten minste 15 jaar? 15, 20, 25, 30, 35, 50 jaar? Waar hangt dat van af? Of het vluchtelingenprobleem is opgelost? Of het college zin krijgt in gedoe? En wie bepaalt of het AZC langer dan 15 jaar gevestigd zal zijn op de Cleene Hooge? Welke mate van zeggenschap krijgt het COA hierin?
We kunnen er niet van uitgaan dat er over 15 jaar geen vluchtelingenprobleem meer is en het AZC niet meer nodig zal zijn. We weten zeker dat het college over 15 jaar nog altijd geen zin heeft in gedoe. Onze vrees is dan ook dat het AZC op de Cleene Hooge niet tijdelijk, maar permanent zal zijn. 8. Koop?
De vrees dat we een permanent AZC krijgen is alleen maar sterker geworden toen, tot onze verbijstering, wethouder Louws tijdens de tweede informatiebijeenkomst op 19 september jl. vertelde dat de gemeente de grond aan het COA zal verkopen.
Natuurlijk kan de gemeente een eerste recht van terugkoop bedingen, maar het COA bepaalt wanneer het de grond wil verkopen. Hoe kan het college de grond aan het COA verkopen en dan impliceren dat het gaat om een tijdelijk AZC? Verkoop van de grond aan het COA betekent dat de gemeente geen enkele invloed meer heeft op hoe lang het AZC in de Cleene Hooge aanwezig zal zijn. Wij vinden dat bijzonder onwenselijk.
Het contrast met de manier waarop het college is omgegaan met het AZC in de Breewijk is groot. De bewoners van de Breewijk is de garantie gegeven dat het AZC niet langer dan 10 jaar in hun wijk aanwezig zou zijn. Die garantie is niet zonder reden gegeven. Bovendien heeft de gemeente bij de verlenging van de bestuursovereenkomst met het COA in 2019 allerlei voorwaarden opgelegd aan het COA om overlast te voorkomen. Hield het COA zich niet aan die voorwaarden, dan kon het AZC eerder worden gesloten. Nu bepaalt het college zonder enige inspraak dat er een permanent AZC in onze wijk komt zonder enige waarborg dat overlast voorkomen kan worden. Wij vinden dit onbestaanbaar en willen dat het AZC niet langer dan 10 jaar aanwezig zal zijn in onze wijk.
9. Ontwikkelvisie In de brief aan de bewoners schrijft het college dat de raad in 2019 de Ontwikkelvisie Cleene Hooge heeft vastgesteld. Het college schrijft dat de nieuwe AZC's ruimer zijn opgezet en dat het daardoor mogelijk is het AZC binnen de ontwikkelvisie te bouwen. Daar zijn wij het niet mee eens.
Ten eerste heeft de raad de ontwikkelvisie niet vastgesteld. Het voorstel aan uw raad voor de vergadering van 26 juni 2019 was om de ontwikkelvisie vast te stellen, maar dit voorstel is - als gevolg van een amendement van D'66 en PvdA - gewijzigd in het voorstel om kennis te nemen van de ontwikkelvisie. Dat voorstel is aangenomen.
In de vergadering van 12 september 2019 heeft uw raad wel de exploitatieopzet bij de ontwikkelvisie vastgesteld, maar niet de ontwikkelvisie. Voor zover wij hebben kunnen nagaan is ook in de vergaderingen daarna de ontwikkelvisie niet vastgesteld.
Dat betekent dat het college met dit besluit ruimtelijke invulling geeft aan de Cleene Hooge. Dat is echter een bevoegdheid van uw raad! NB: Wellicht denkt dat u die bevoegdheid nog kunt uitoefenen omdat het bestemmingsplan zal moeten worden aangepast, maar dat valt nog maar te bezien. Naar alle waarschijnlijkheid zal de aanvraag omgevingsvergunning pas kunnen worden ingediend na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Onder die wet kan voor de bouw van het AZC in de Cleene Hooge een omgevingsvergunning worden verleend door het college. Uw raad heeft daarbij alleen een (bindend) adviesrecht in de gevallen die door uw raad zijn aangewezen. Die gevallen heeft uw raad op 24 februari 2022 aangewezen. Uw raad heeft slechts zes gevallen aangewezen waarin uw raad een (bindend) adviesrecht heeft. Het realiseren van een nieuw AZC staat niet op die lijst van gevallen. Wel staat woningbouw buiten de bebouwde kom op de lijst als het gaat om de bouw van meer dan vijf zelfstandige woningen, maar het gaat hier niet om woningbouw, laat staan om zelfstandige woningen. Dat betekent dat het college straks bevoegd zal zijn om de omgevingsvergunning te verlenen voor de realisering van het AZC in afwijking van de huidige bestemming en uw raad daarover niets te vertellen heeft.
Ten tweede past de bouw van een AZC niet binnen de ontwikkelvisie. In de ontwikkelvisie is alleen maar gesproken over de bouw van woningen. Woningen, geen AZC!
Voor zover het college bedoelt dat het plan past binnen de ontwikkelvisie omdat het AZC duurzaam gaat bouwen, zodat de gebouwen later als reguliere woningen kunnen worden gebruikt, gaat die vlieger niet op. De gemeente verkoopt immers de gronden aan het AZC. Wanneer het AZC stopt is niet bekend. Kortom, er is geen enkel concreet vooruitzicht op een functiewijziging van AZC naar reguliere woningen.
Wij vragen ons ook af hoe dit besluit van het college zich verhoudt tot de volgende passage uit het coalitieakkoord 2022-2026: "Als het gaat om het aanwijzen van nieuwe locaties waar woningbouw plaats kan vinden, wordt daarbij nadrukkelijk vooraf eerst de omgeving betrokken. De locatie 'Cleene Hooge' is daarbij hooguit in beeld als reserve locatie voor nieuwbouw. In de exploitatieopzet is een deel als agrarisch gebied aangewezen. Wij nemen zo spoedig mogelijk stappen om dit op een natuurvriendelijke manier in te vullen". Nood breekt soms wet, maar toen uw raad akkoord ging met de beslissing om in 2025 een nieuwe AZC te bouwen is uw raad niet akkoord gegaan met een wijziging van de herijkte
kwaliteitsatlas. Ook heeft uw raad met dat besluit geen ruimtelijke bevoegdheden overgedragen.
10. Om vang AZC
Het college wil op de locatie Cleene Hooge een AZC voor maximaal 330 asielzoekers en een noodopvang voor 150-250 asielzoekers realiseren. Wij zijn bang dat het daar niet bij zal blijven. Er kan niet worden uitgesloten dat in de toekomst de toestroom aan asielzoekers verder zal toenemen. Sterker nog, dat is een reëel scenario. Voor het COA is het het meest eenvoudig om deze toename op te vangen op bestaande locaties. Zeker als, zoals in dit geval, naast de bestaande locaties nog voldoende ruimte beschikbaar is. Bovendien willen het COA en het college gedoe rondom het aanwijzen van nieuwe locaties zoveel mogelijk voorkomen. Dus ook om die reden ligt het voor de hand om bestaande locaties uit te breiden. Voor sussende woorden dat het zo'n vaart niet zal lopen kopen we niets. Aan beloftes van het college dat uitbreiding niet aan de orde is hechten wij geen geloof. Wij willen keiharde garanties dat het AZC, als het toch op de locatie Cleene Hooge moet komen, niet wordt uitgebreid.
11. Financiën
De gemeente heeft in 2008 het gebied Cleene Hooge aangekocht voor in totaal 15,4 miljoen euro. In 2019 heeft uw raad een exploitatieopzet vastgesteld (die nog altijd vertrouwelijk is) met als uitgangspunt dat de toekomstige woningbouwontwikkeling kostendekkend zal zijn. Daarbij is al rekening gehouden met het verlies van 7 miljoen euro dat is genomen op de aankoop van de gronden.
In het raadsvoorstel staat dat het college wil vasthouden aan deze exploitatieopzet met het uitgangspunt van kostendekkendheid. Er staat ook dat enkel de realisatie van het AZC niet kostendekkend zal zijn. Het college schrijft dat de precieze consequenties van de deal met het COA pas na de onderhandelingen met het COA kunnen worden bezien. Dat alleen de realisatie van het AZC niet kostendekkend zal zijn is logisch. De grond is op dit moment agrarische grond. Als het COA alle kosten voor zijn rekening neemt, dan zal de prijs voor de grond de kosten bij lange na niet dekken. Als de verkoop van het AZC niet voldoende is om de exploitatieopzet kostendekkend te houden, hoe gaat het college de exploitatieopzet dan kostendekkend houden? Is het niet verstandiger om op voorhand te bepalen wat de prijs is die het COA moet betalen voor de grond om vast te kunnen houden aan het uitgangspunt van kostendekkendheid?
WENSEN Op grond van deze bedenkingen komen wij tot de volgende wensen:
1. Realiseer de flexibele opvang op een andere locatie dan het AZC; 2. Hou de regie en verkoop niet aan het COA; 3. Beding in de overeenkomst met het COA dat in het nieuwe AZC geen jonge alleenstaande asielzoekers en asielzoekers uit veilige landen mogen worden opgevangen; 4. Maak de locatiekeuze voor het nieuwe AZC en de flexibele opvang opnieuw, maar dan op basis van uitgebreidere en transparante kaders; 5. Pas participatie toe bij de locatiekeuzes; 6. Pas volledige participatie toe bij het traject na de locatiekeuze; 7. Laat het AZC niet langer dan 10 jaar in de wijk staan;
Als de locatiekeuze voor het AZC dan alsnog op de Cleene Hooge zou vallen:
8. Verstrek keiharde schriftelijke garanties dat het AZC met 330 opvangplaatsen niet wordt uitgebreid; 9. Geen flexibele opvang in Cleene Hooge; 10. Maak van de Europalaan geen ontsluitingsweg, maar maak een ontsluiting via de Walcherseweg conform de ontwikkelvisie; 11. Compenseer de omwonenden voor de kosten van de maatregelen die ze moeten treffen om overlast te voorkomen. CONCLUSIE
Wij vinden het plan om een deel van het gebied Cleene Hooge te verkopen aan het COA en mee te werken aan de vestiging van een AZC voor 330 mensen en een flexibele opvang voor 250 mensen een onvolledig en onzorgvuldig plan. Wij verzoeken uw raad om alles te doen wat in uw vermogen ligt om het college op zijn schreden te laten terugkeren en de juiste stappen te laten zetten. Wij rekenen op u.
Met vriendelijke, maar bezorgde groet, namens Omwonenden Werkgroep "Cleene Hooge - AZC"