CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Verzoek interpellatiedebat CDA - ”Meppel maant kerkbestuur”

1 - RAADSVERGADERING 22 juni 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Vaststellen agenda567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verzoek interpellatiedebat over ”Meppel maant kerkbestuur” Conform artikel 30 van het regelement van Orde Indiener: Klaas-Jan Dunnink (CDA) Moment van opstellen: 20-06-2023 Voor de raadsvergadering: 22-06-2023 Samenvatting: In de raadsvergadering van 25 mei jl. heeft de fractie van het CDA mondelinge vragen gesteld. De aanleiding voor deze vragen was het krantenartikel op de voorpagina van de uit de Meppeler Courant van 22 mei 2023, met als titel: “Meppel maant kerkbestuur”. Dat dit artikel vragen heeft opgeroepen had te maken met citaten van de wethouder over het handelen van het kerkbestuur m.b.t. de verkoop van de Grote of Mariakerk en de reactie van de wethouder op het niet doorgaan van de verkoop aan een specifieke partij. Met name de opmerking dat, als reactie op het niet doorgaan van die verkoop, het college het nodig vond om de duimschroeven bij het kerkbestuur aan te moeten draaien, vroeg om een nadere uitleg. Zeker ook omdat hierbij een reguliere taak, namelijk het toezicht houden op het onderhoud van het monumentale pand, door de wethouder als drukmiddel werd benoemd. Er is én geen relatie tussen de verkoop en het onderhoud én er is geen concrete aanleiding om te twijfelen aan het uitvoeren van de onderhoudsplicht van het kerkbestuur. De beantwoording van deze mondelinge vragen is naar de mening van de indiener onvoldoende.

De indiener is van mening dat het zuiver handelen van de wethouder richting inwoners en organisaties in de samenleving zwaar moet wegen. Dit raakt niet alleen een overheid die zorgvuldig moet zijn haar rol, taken en bevoegdheden, maar ook het vertrouwen van inwoners in de (lokale) politiek, een thema waar wij als raad en college veel belang aan zeggen te hechten. Daarom willen we hierover met de wethouder in gesprek. Vragen: 1. Is de wethouder met ons van mening dat de overheid zeer terughoudend moet zijn als het gaat om bemoeienis met het eigendom van personen of organisaties? Zo “ja”: - Vindt de wethouder dat ze hierin terughoudend is geweest? - Waarom vindt de wethouder dat zij in deze, vanuit haar rol, publiekelijk een oordeel moest geven over en de verkoop van bezit dat geen eigendom is van de gemeente? - Waarom vindt de wethouder dat ze, vanuit haar rol, publiekelijk een oordeel moest geven over het handelen van een zelfstandig bestuur m.b.t. de verkoop van hun eigen private bezit? Zo “nee”: waarom niet? 2. Uit de beantwoording van de mondelinge vragen is door het college gesteld dat er GEEN relatie is tussen de verkoop van de kerk en de onderhoudsplicht. Welke motivatie heeft de wethouder dan gehad om in het artikel deze relatie WEL te moeten leggen? 3.

Uit de beantwoording van de mondelinge vragen is gesteld dat er geen concrete aanleiding is om te twijfelen aan de uitvoering van de onderhoudsplicht van het kerkbestuur. a. Waarom vindt de wethouder het dan nodig om “druk op te moeten voeren” en wat wil/denkt de wethouder met deze druk te bereiken? b. Vindt de wethouder het rechtmatig om een reguliere overheidstaak te gebruiken om “de druk op te moeten voeren” en is dit geen oneigenlijk gebruik van je positie en macht als overheid?

4. Hoe reflecteert de wethouder op haar eigen citaten en de toon in het artikel t.o.v. het kerkbestuur? 5. Is de wethouder voornemens om, n.a.v. het artikel en haar reflectie, nog acties te ondernemen richting het kerkbestuur?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=a681cdb0-2363-4327-9967-2e15d38d3394