Transponeringstabel-Gemeenschappelijke regeling Reestmond per 1-7-2024
Tekst van het document
Transponeringstabel Nieuwe gemeenschappelijke regeling Reestmond HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 (sub a t/m j) wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1. Definities
Nieuwe tekst Artikel 1. Definities Geen wijzigingen.
HOOFDSTUK 2. HET OPENBAAR LICHAAM Artikel 2 ( lid 1 t/m 3) wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2. Openbaar lichaam
Nieuwe tekst Artikel 2. Openbaar lichaam Geen wijzigingen.
Artikel 3 (lid 1 t/m 3) wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3. Taken, activiteiten en bevoegdheden
Nieuwe tekst Artikel 3. Taken, activiteiten en bevoegdheden Geen wijzigingen.
HOOFDSTUK 3. ALGEMEEN BESTUUR Artikel 4 wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4. Samenstelling
Nieuwe tekst Artikel 4. Samenstelling Geen wijzigingen.
Artikel 5 wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5. Stemrecht
Nieuwe tekst Artikel 5. Stemrecht Geen wijzigingen.
Artikel 6 wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 6. Regelement van orde
Nieuwe tekst Artikel 6. Regelement van orde Geen wijzigingen.
1
Artikel 7 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7. Informatie- en verantwoordingsplicht De regels uit het reglement van orde van de betreffende gemeenteraad zijn op de verantwoordingsplicht van een lid van het Algemeen Bestuur aan de raad van toepassing.
Nieuwe tekst Artikel 7. Informatie- en verantwoordingsplicht 1. Onverlet de actieve informatieplicht zoals bedoeld in artikel 17 lid 2 Wgr ontvangen de raden van de deelnemende gemeenten van het openbaar lichaam: a. de verslagen van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur nadat deze zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur, en. b. De besluiten die van belang zijn voor het Algemeen Bestuur nadat deze zijn gedeeld met het Algemeen Bestuur. 2. De verslagen van de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur zijn niet openbaar vanwege de bedrijfseconomische belangen.
Artikel 8 Lid 2 sub b wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 8. Beraadslaging en stemming 1. Elk lid van het Algemeen Bestuur heeft stemrecht 2. Voor het tot stand komen van een besluit is vereist dat: a. Minimaal twee gemeenten instemmen met het besluit, en; b. Er sprake is van een meerderheid van stemmen. Er wordt een stemverdeling toegepast waarbij het gewicht van de stem van een lid van het Algemeen Bestuur voor de helft wordt bepaald door het inwoneraantal van de deelnemende gemeente en voor de andere helft wordt bepaald naar rato van het aantal plaatsen op grond van de Wsw uitgedrukt in arbeidsjaren, dat een gemeente heeft ondergebracht bij de uitvoeringsorganisatie (peildatum 1 januari van het betreffende jaar). 3. Alleen de aanwezige leden of hun plaatsvervangers kunnen aan een stemming deelnemen. 4. De directeur heeft een adviserende stem.
Nieuwe tekst Artikel 8. Beraadslaging en stemming 1. Elk lid van het Algemeen Bestuur heeft stemrecht 2. Voor het tot stand komen van een besluit is vereist dat: a. minimaal twee gemeenten instemmen met het besluit, en; b. er sprake is van een meerderheid van stemmen. Er wordt een stemverdeling toegepast waarbij het gewicht van de stem van een lid van het Algemeen Bestuur wordt bepaald naar rato van het aantal plaatsen op grond van de Wsw, uitgedrukt in SE’s, dat een gemeente heeft ondergebracht bij het openbaar lichaam (peildatum laatst vastgestelde begroting). 3. Alleen de aanwezige leden of hun plaatsvervangers kunnen aan een stemming deelnemen. 4. De directeur heeft een adviserende stem.
HOOFDSTUK 4. DAGELIJKS BESTUUR Artikel 9 (Lid 1 t/m 4) wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 9. Samenstelling
Nieuwe tekst Artikel 9. Samenstelling Geen wijzigingen.
2
Artikel 10 (Lid 1 t/m 5) wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 10. Aanwijzing leden en tussentijdse vacatures
Nieuwe tekst Artikel 10. Aanwijzing leden en tussentijdse vacatures Geen wijzigingen.
Artikel 11 (Lid 1 en 2) wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 11. Vergadering Dagelijks Bestuur
Nieuwe tekst Artikel 11. Vergadering Dagelijks Bestuur Geen wijzigingen.
Artikel 12 wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12. Regelement van orde
Nieuwe tekst Artikel 12. Regelement van orde Geen wijzigingen.
Artikel 13 lid 2 sub b wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 13. Beraadslaging en stemming 1. Elk lid van het Dagelijks Bestuur heeft stemrecht 2. Voor het tot stand komen van een besluit is vereist dat: a. Minimaal twee gemeenten instemmen met het besluit, en; b. Er sprake is van een meerderheid van stemmen. Er wordt een stemverdeling toegepast waarbij het gewicht van de stem van een lid van het Dagelijks Bestuur voor de helft wordt bepaald door het inwoneraantal van de deelnemende gemeente en voor de andere helft wordt bepaald naar rato van het aantal plaatsen op grond van de Wsw uitgedrukt in arbeidsjaren, dat een gemeente heeft ondergebracht bij de uitvoeringsorganisatie (peildatum 1 januari van het betreffende jaar). 3. Alleen de aanwezige leden of hun plaatsvervangers kunnen aan een stemming deelnemen. 4. De directeur heeft een adviserende stem.
Nieuwe tekst Artikel 13. Beraadslaging en stemming 1. Elk lid van het Dagelijks Bestuur heeft stemrecht 2. Voor het tot stand komen van een besluit is vereist dat: a. minimaal twee gemeenten instemmen met het besluit, en; b. er sprake is van een meerderheid van stemmen. Er wordt een stemverdeling toegepast waarbij het gewicht van de stem van een lid van het Dagelijks Bestuur wordt bepaald naar rato van het aantal plaatsen op grond van de Wsw, uitgedrukt in SE’s, dat een gemeente heeft ondergebracht bij het openbaar lichaam (peildatum laatst vastgestelde begroting). 3. Alleen de aanwezige leden of hun plaatsvervangers kunnen aan een stemming deelnemen. 4. De directeur heeft een adviserende stem.
Artikel 14 wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 14. Ondertekening stukken
Nieuwe tekst Artikel 14. Ondertekening stukken Geen wijzigingen.
3
HOOFDSTUK 5. DE VOORZITTER Artikel 15 (Lid 1 t/m 4) wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 15. Algemene bepalingen
Nieuwe tekst Artikel 15. Algemene bepalingen Geen wijzigingen.
Artikel 16 (Lid 1 t/m 3) wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 16. Informatie- en verantwoordingsplicht
Nieuwe tekst Artikel 16. Informatie- en verantwoordingsplicht Geen wijzigingen.
HOOFDSTUK 6. ORGANISATIE EN PERSONEEL Artikel 17 wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 17. Organisatiestructuur
Nieuwe tekst Artikel 17. Organisatiestructuur Geen wijzigingen.
Artikel 18 (Lid 1 en 2) wordt niet gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 18. Directeur
Nieuwe tekst Artikel 18. Directeur Geen wijzigingen.
Artikel 19 Lid 2 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 19. Aanstelling werknemers niet afkomstig uit het verzorgingsgebied 1. Op verzoek van de betrokken gemeentebesturen kunnen personen, wonend in niet aan deze regeling deelnemende gemeenten, door de uitvoeringsorganisatie in dienst
worden genomen. 2. Het bepaalde in het eerste lid vindt plaats onder nader te regelen voorwaarden en tegen betaling van een door het Algemeen Bestuur vast te stellen bijdrage die minimaal omvat het bedrag van de rijksbijdrage die de gemeente van ingezetenschap van de werknemer ontvangt en een bijdrage in de algemene kosten.
Nieuwe tekst Artikel 19. Aanstelling werknemers niet afkomstig uit het verzorgingsgebied 1. Op verzoek van de betrokken gemeentebesturen kunnen personen, wonend in niet aan deze regeling deelnemende gemeenten, door de uitvoeringsorganisatie in dienst worden genomen. 2. Het bepaalde in het eerste lid vindt plaats onder nader te regelen voorwaarden en tegen betaling van een door het Algemeen Bestuur vast te stellen bijdrage.
Er wordt een opschrift na hoofdstuk 6 toegevoegd en het nieuwe besluit wordt als volgt gewijzigd:
4
Bestaande tekst Hoofdstuk 7. N.v.t.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 7. Participatie en regionale Adviescommissie
De artikelen worden in het HOOFDSTUK 7. PARTICIPATIE EN REGIONALE ADVIESCOMISSIE toegevoegd en de volgende artikelen worden ongenummerd. Artikel 20 wordt toegevoegd: Bestaande tekst Geen
Nieuwe tekst Artikel 20. Regionale raadsadviescommissie Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het Algemeen Bestuur van een openbaarlichaam een gemeenschappelijke adviescommissie in die het Algemeen Bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of de raden van advies kan voorzien.
Artikel 21 wordt toegevoegd: Bestaande tekst Geen
Nieuwe tekst Artikel 21. Burgerparticipatie De Adviesraad Sociaal Domein van de deelnemende gemeenten worden betrokken bij de voorbereiding van regelingen met een verordenend karakter waarvan het uiteindelijke besluit wordt genomen door het Algemeen Bestuur.
Het opschrift van hoofdstuk 7 en volgende worden omgenummerd: Bestaande tekst Hoofdstuk 7. Financiële Bepalingen
Nieuwe tekst Hoofdstuk 8. Financiële Bepalingen
HOOFDSTUK 8. FINANCIELE BEPALINGEN Artikel 20 wordt artikel 22 en wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 22. Opmaken van de begroting en bepalen bijdrage deelnemende gemeenten
Nieuwe tekst Artikel 22. Opmaken van de begroting en bepalen bijdrage deelnemende gemeenten
1.Het dagelijks bestuur zendt de kadernota voor 15 februari aan de deelnemende gemeenten.
1.Het dagelijks bestuur zendt de kadernota voor
2. Bij het opstellen van de begroting voor het volgende jaar gelden de volgende uitgangspunten die zichtbaar worden aangegeven in de begroting:
30 april aan de deelnemende gemeenten voor een zienswijze. 2. Bij het opstellen van de ontwerpbegroting voor het volgende jaar gelden de volgende
5
a. Het aantal verwachte SE’s wat overeenkomt met het bepaalde in artikel 3 lid 1 per 1 januari van het begrotingsjaar. b. Het totaal van begrote baten en lasten van de GR, exclusief de bijdragen van de deelnemende gemeenten. c. De totale bijdrage van de deelnemende gemeenten, uitgesplitst per deelnemende gemeente volgens de verdeelsleutel naar rato van het aandeel SE’s zoals bedoeld onder sub a. Voor het vaststellen van het aantal SE’s wordt gebruik gemaakt van de administratie van de GR Reestmond. Deze is mogelijk niet gelijk aan de opgaven bij Panteia. d. Als het aandeel SE’s van een deelnemende gemeente als gevolg van niet natuurlijk personeelsverloop en of individuele wijzigingen in arbeidscontracten in het nieuwe begrotingsjaar daalt naar een aantal dat meer dan 15% lager is dan volgens de begroting van het voorgaande jaar, wordt dit apart benoemd in de begroting zodat het dagelijks bestuur met deze wijziging expliciet kan instemmen bij het vaststellen van de begroting en dit kenbaar is voor de gemeenteraden. e. Wanneer een deelnemende gemeente geen SE’s zoals bedoeld onder sub a. meer bij de GR heeft en er is geen uittredingsbesluit genomen, dan wordt voor de verdeelmaatstaf van de bijdragen een bedrag voor die deelnemende gemeente in de begroting opgenomen volgens een besluit van het dagelijks bestuur f. Alle kosten en opbrengsten worden zo realistisch mogelijk begroot.
De gemeentelijke bijdrage zal worden begroot om op een resultaat neutrale begroting uit te komen. 3. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting voor 1 mei aan de deelnemende gemeenten.
uitgangspunten die zichtbaar worden aangegeven in de ontwerpbegroting: a. Het aantal verwachte SE’s wat overeenkomt met het bepaalde in artikel 3 lid 1 per 1 januari van het begrotingsjaar. b. Het totaal van begrote baten en lasten van het openbaar lichaam, exclusief de bijdragen van de deelnemende gemeenten. c. De totale bijdrage van de deelnemende gemeenten, uitgesplitst per deelnemende gemeente, volgens de verdeelsleutel naar rato van het aandeel SE’s zoals bedoeld onder sub a. Voor het vaststellen van het aantal SE’s wordt gebruik gemaakt van de administratie van het openbaar lichaam. Deze is mogelijk niet gelijk aan de opgaven bij Panteia. d. Als het aandeel SE’s van een deelnemende gemeente, vanwege niet natuurlijk personeelsverloop en/of individuele wijzigingen in arbeidscontracten, met 15% of meer daalt, volgens de begroting van het voorgaande jaar, dan wordt dit apart benoemd. Het Dagelijks Bestuur kan dan expliciet met de wijziging instemmen bij het vaststellen van de ontwerpbegroting en dit kenbaar voor de raden van de deelnemende gemeenten. e. Wanneer een deelnemende gemeente geen SE’s meer bij de uitvoeringsorganisatie heeft, zoals bedoeld onder sub a, en er geen uittredingsbesluit is genomen, dan wordt in de verdeelmaatstaf van bijdragen een bedrag, voor die gemeente vastgelegd volgens een besluit van het dagelijks bestuur. f.
Alle kosten en opbrengsten worden zo realistisch mogelijk begroot. De bijdrage voor deelnemende gemeenten wordt bepaald op een bedrag om tot een resultaat neutrale begroting uit te komen. 3. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting 12 weken, voordat zij ter vaststelling aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, aan de deelnemende gemeenten.
Artikel 21 wordt artikel 23 en gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 21. Betaling gemeentelijke bijdragen 1. Elke gemeente levert jaarlijks een bijdrage in de kosten van de gemeenschappelijke regeling zoals begroot volgens artikel 20 lid 2 onder c. 2. Aan het begin van iedere maand betalen de
Nieuwe tekst Artikel 23. Betaling gemeentelijke bijdragen 1. Elke gemeente levert jaarlijks een bijdrage in de kosten van het openbaar lichaam zoals begroot volgens artikel 20 lid 2 onder c. 2. Aan het begin van iedere maand betalen de
6
deelnemende gemeenten bij wijze van voorschot 1/13 deel van hun in de begroting geraamde jaarlijkse bijdrage in de kosten. In de maand mei is het voorschot 2/13 deel. 3. Wanneer de GR de deelnemende gemeenten aanvullend wil belasten voor een bijdrage in de kosten van de gemeenschappelijke regeling, als gevolg van budgetoverschrijding die niet kan worden gecompenseerd met een reserve-onttrekking, dan geldt de berekeningswijze van artikel 20 lid 2 onder c. Deze verrekening vindt plaats nadat het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening heeft vastgesteld. 4. Bij niet tijdige betaling van de bedragen genoemd in het eerste en tweede lid, is de wettelijke rente verschuldigd.
deelnemende gemeenten bij wijze van voorschot 1/13 deel van hun in de begroting geraamde jaarlijkse bijdrage in de kosten. In de maand mei is het voorschot 2/13 deel. 3. Bij een herziene begroting wordt het maandbedrag gewijzigd nadat het Dagelijks Bestuur de concept-herziene begroting heeft verzonden aan de griffies van de raden van de deelnemende gemeenten. 4. Wanneer het openbaar lichaam de deelnemende gemeenten aanvullend wil belasten voor een bijdrage in de kosten van de gemeenschappelijke regeling, als gevolg van budgetoverschrijding die niet kan worden gecompenseerd met een reserve-onttrekking, dan geldt de berekeningswijze van artikel 22 lid 2 sub c. Deze verrekening vindt plaats nadat het Dagelijks Bestuur de voorlopige jaarrekening heeft vastgesteld. 5. Bij niet tijdige betaling van de bedragen genoemd in het eerste en tweede lid, is de wettelijke rente verschuldigd.
Artikel 22 wordt artikel 24 Bestaande tekst Artikel 22. Garantstelling Bank Nederlandse Gemeenten
Nieuwe tekst Artikel 24. Garantstelling Bank Nederlandse Gemeenten Geen tekstuele wijzigingen
Artikel 23 wordt artikel 25 en 26 Het artikel wordt gesplitst. Artikel 25 Toetreding wordt aangepast en voorwaarden worden toegevoegd. Bestaande tekst Artikel 23. Toetreding en uittreding
Nieuwe tekst Artikel 25. Toetreding
1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die wenst toe te treden richt, na verkregen toestemming van de raad van die gemeente, het verzoek daartoe aan het Algemeen Bestuur.
1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die wenst toe te treden richt, na verkregen toestemming van de raad van die gemeente, het verzoek daartoe aangetekend aan het Algemeen Bestuur. 2. Voorwaarde is dat het bij de toetreding de doelgroep gelijk is aan de huidige groep werknemers en de uitvoering van de Wsw. 3. Bij een verzoek tot toetreding wordt minimaal aangeleverd:
2. Het Algemeen Bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen 13 weken door aan de colleges van de deelnemende gemeenten, onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden.
a.
de redenen van het verzoek;
b.
het aantal SW-werknemers
7
3. Toetreding vindt plaats, indien de colleges van de deelnemende gemeenten daarmee hebben ingestemd en ter zake toestemming is verkregen van de raden van de deelnemende gemeenten. 4. Aan de toetreding kunnen bij de in het derde lid bedoelde besluiten voorwaarden worden verbonden. 5. Uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen en de uittreding is gepubliceerd in de Staatscourant. 6. De financiële schade, die het openbaar lichaam als gevolg van de uittreding lijdt, wordt aan de uittredende gemeente in rekening gebracht.
c.
het aantal ambtelijke medewerkers, en;
d.
informatie over de financiële positie.
4. Het Algemeen Bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen 13 weken door aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden. 5. Toetreding vindt plaats per 1 januari, indien de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten daarmee hebben ingestemd en ter zake toestemming is verkregen van de raden van de deelnemende gemeenten. 6. Aan de toetreding kunnen bij de in het vierde lid bedoelde besluiten voorwaarden worden verbonden.
7. Het Algemeen Bestuur stelt regels over de wijze waarop de gevolgen van de uittreding geregeld worden.
Artikel 23 wordt artikel 25 en 26. Het artikel wordt gesplitst. Er wordt een apart artikel uittreding toegevoegd. Het artikel wordt aangepast en voorwaarden worden toegevoegd. Bestaande tekst Artikel 23. Toetreding en uittreding
Bestaande tekst Artikel 26. Uittreding
1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die wenst toe te treden richt, na verkregen toestemming van de raad van die gemeente, het verzoek daartoe aan het Algemeen Bestuur.
1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die wenst uit te treden, richt na het verkrijgen van toestemming van de raad van die gemeente, een aangetekend verzoek daartoe aan het Algemeen Bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan op de dag nadat het Algemeen Bestuur het besluit heeft ontvangen.
2. Het Algemeen Bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen 13 weken door aan de colleges van de deelnemende gemeenten, onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden. 3. Toetreding vindt plaats, indien de colleges van de deelnemende gemeenten daarmee hebben ingestemd en ter zake toestemming is verkregen van de raden van de deelnemende gemeenten. 4. Aan de toetreding kunnen bij de in het derde lid bedoelde besluiten voorwaarden worden verbonden.
2. Ter voorbereiding op de besluitvorming van het Algemeen Bestuur, stelt het Dagelijks Bestuur een projectgroep samen die onder leiding van een onafhankelijke externe deskundige het concept-uittredingsplan voorbereid. 3. In het concept-uittredingsplan wordt, met inachtneming van het bepaalde in deze regeling, vastgelegd: a. de gevolgen van de uittreding (oftewel, de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties);
8
5. Uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen en de uittreding is gepubliceerd in de Staatscourant. 6. De financiële schade, die het openbaar lichaam als gevolg van de uittreding lijdt, wordt aan de uittredende gemeente in rekening gebracht. 7. Het Algemeen Bestuur stelt regels over de wijze waarop de gevolgen van de uittreding geregeld worden.
b. de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan;
c. de voorwaarden voor uittreding; d. de systematiek voor de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende gemeente, en; e. een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende gemeente, hierna te noemen: de voorlopige uittreedsom. 4. Het Dagelijks Bestuur geeft een onafhankelijke externe financieel deskundige opdracht om het door de projectgroep voorbereide concept-uittredingsplan te toetsen, nadat voor de opdracht instemming is verkregen van de uittredende gemeente. 5. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe financieel deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente, waarbij het tarief van de deskundige in overeenstemming dient te zijn met hetgeen voor dit soort werkzaamheden in de desbetreffende adviesbranche gebruikelijk is. 6. Ten minste 8 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding, stelt het Algemeen Bestuur het voorlopige uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het Algemeen Bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in lid 3 sub d en op de jaarrekening van het meest recent verstreken boekjaar. 7. Er zijn randvoorwaarden bij het bepalen van de voorlopige uittreedsom: a.
Bij het vaststellen van de hoogte van de uittredingssom door het Algemeen Bestuur is het uitgangspunt dat de uittredende partij de schade van het openbaar lichaam en de overblijvende deelnemers dient te vergoeden, die het rechtstreekse gevolg zijn van het uittreden uit de gemeenschappelijke regeling; b. de schade dient, volgens de beginselen van behoorlijk bestuur, (cijfermatig) onderbouwd te worden; c. ook dient deze schade over een redelijke periode berekend te worden: volgens vaste jurisprudentie is het daarbij redelijk een afbouwperiode van 5 jaar in acht te nemen;
9
d. onvoorziene omstandigheden, zoals de toekomstige liquidatie van de gemeenschappelijke regeling, mogen daarbij geen rol spelen; e. er moet gekeken worden naar de concrete positie van de uittredende gemeente. Vraagpunt daarbij is of de continuïteit van samenwerking binnen de gemeenschappelijk regeling direct in gevaar komt, of dat deze makkelijk te garanderen is door kleine aanpassingen; f. er moet worden uitgegaan van de gebruikelijke begrotingssystematiek en feitelijke mogelijkheden voor het openbaar lichaam om door bezuiniging of sanering de schade te beperken; g. bij bedrijfsactiviteiten met een marktwaarde kan in de schadeberekening ook een bedrag worden opgenomen voor het verlies aan goodwill; h. wanneer het openbaar lichaam langlopende verplichtingen is aangegaan (bijvoorbeeld aanschaf van kapitaalgoederen) met het vooruitzicht op voortzetting van activiteiten in een bepaalde omvang, zal de schade door uittreding hoger kunnen uitvallen, dan wanneer er slechts sprake is van dienstverlenende capaciteit met hoofdzakelijk gehuurde middelen waarbij verplichtingen op korte termijn kunnen worden beëindigd; en i.
de raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn tot aan het moment van de daadwerkelijke uittreding, tenzij de uittredende gemeente dan wel het Algemeen Bestuur kan aantonen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou zijn bepaald doordat: •
de wederpartij onjuiste inlichtingen heeft verstrekt, waarvan deze diende aan te nemen dat de hoogte van de uittreedsom anders zou luiden indien deze onjuiste inlichtingen niet zouden zijn verstrekt, en;
•
de wederpartij inlichtingen die hem op het moment van het bepalen van de uittreedsom bekend waren niet heeft verstrekt, terwijl de wederpartij redelijkerwijs had moeten aannemen dat deze inlichtingen van invloed zouden kunnen zijn op de bepaling van de hoogte van de uittreedsom.
10
8. De leden van het Algemeen Bestuur kunnen het uittredingsplan op de voor hen gebruikelijke wijze voor consultatie toezenden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Daarnaast wordt de Ondernemingsraad van Reestmond in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over de personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het uittredingsplan, conform de bepalingen in de Wet op de Ondernemingsraden. 9. Uiterlijk 6 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding, stelt het Algemeen Bestuur het definitieve uittredingsplan en uittreedsom vast. 10. Uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen en de uittreding is gepubliceerd in de Staatscourant. Artikel 24 wordt artikel 27 Bestaande tekst Artikel 24.
Nieuwe tekst Artikel 27. Geen tekstuele wijzigingen
Artikel 25 wordt artikel 28 Bestaande tekst Artikel 25.
Nieuwe tekst Artikel 28. Geen tekstuele wijzigingen
Artikel 26 komt te vervallen Bestaande tekst Artikel 26. Overdracht 1.De deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Reestmond ingegaan op 1 juli 2008 dragen aan de deelnemers in deze regeling over om niet alle op de eindbalans voorkomende eigendommen, bezittingen, vorderingen en verkregen rechten.
Nieuwe tekst Vervallen
2.Het personeel en de werknemers van de in het eerste lid bedoelde gemeenschappelijke regeling gaat zonder uitzondering met ingang van inwerkingtreding van deze regeling over in dienst van het bij deze regeling ingesteld openbaar lichaam in dezelfde rechtstoestand als
11
waarin het in de vervallen regeling werkzaam was. I.p.v. oude artikel 26 wordt er een nieuw artikel omgenummerd artikel 29 Zienswijze toegevoegd Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 29. Zienswijze 1. De gemeenteraad van de deelnemende gemeenten worden gevraagd om een zienswijze op: a. de kadernota b. de ontwerpbegroting, en; c. beleidsplannen en/of strategische plannen. 2. Er wordt niet gevraagd om een zienswijze op de jaarrekening, omdat dit een afsluitend document is waarop geen wijzigingen mogelijk zijn..
Artikel 27 wordt gewijzigd in artikel 30 en de inwerkingtreding wordt tevens aangepast Bestaande tekst Artikel 27. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking 8 dagen na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2018.
Nieuwe tekst Artikel 30. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2024.
Artikel 28 wordt gewijzigd in artikel 31. Bestaande tekst Artikel 28. Toezenden aan Gedeputeerde Staten De in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen voorgeschreven toezending van de regeling aan Gedeputeerde Staten zal geschieden door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meppel.
Nieuwe tekst Artikel 31. Toezenden aan Gedeputeerde Staten Geen tekstuele wijzigingen
Artikel 29 wordt gewijzigd in artikel 32 en tekstueel aangepast Bestaande tekst Artikel 29. Duur van de regeling Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Nieuwe tekst Artikel 32. Duur van de regeling en evaluatie 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Deze regeling wordt eens in de 4 jaar geëvalueerd door het Dagelijks Bestuur, voorafgaand aan het beëindigen van een reguliere collegeperiode. De evaluatie is een van de overdrachtsdocumenten voor het (nieuwe) Dagelijks Bestuur na de
12
implementatie van de nieuwe colleges van burgemeester en wethouders en het benoemen van de (nieuwe) Dagelijks Bestuur leden. 3. Naast lid 2 kan vanuit de raden van de deelnemende gemeenten verzocht worden om een evaluatie van de regeling. Artikel 30 wordt gewijzigd in artikel 33. Bestaande tekst Artikel 30. Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Reestmond”.
Nieuwe tekst Artikel 33. Citeertitel Geen tekstuele wijzigingen
13