CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting herstelbesluit bestemmingsplan ‘Meppel – Noord III’

1 - RAADSVERGADERING 9 november 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Herstelbesluit als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, Awb3.307 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meppel - Noord III

Meppel

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identif icatiecode:

datum:

NL.IMRO.0119.NoordIII-BPC2 projectnummer:

20210910 projectleider:

mr. J. Poelstra

status:

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

-2-

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied

3 3 3

Hoofdstuk 2

5

Herstelbesluit (ex artikel 6:19 Awb)

Bijlagen bij de toelichting

7

Bijlage 1

8

Stikstofonderzoek

Regels

49

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

50 50 51

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Bedrijventerrein

52 52

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Overgangs- en slotregels Slotregel

54 54

Bijlage bij de regels

55

Bijlage 1

56

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Vaststellingsbesluit

71

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III

-3-

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Op 22 juni 2023 is het bestemmingsplan 'Meppel - Noord III' vastgesteld. Tegen dit vastgestelde plan is beroep ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). Bij het opstellen van het verweerschrift is geconstateerd dat in het plan een regeling is opgenomen die in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het plan. De onuitvoerbaarheid van een plan kan volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1368, r.o. 21.1) reden zijn om het plan te vernietigen. Om bovengenomende rede is een herstelbesluit als bedoeld in artikel 6:39, eerste lid, Awb te nemem. Het herstelbesluit betreft een ondergeschikte wijziging in het op 22 juni 2023 door de raad vastgestelde bestemmingsplan 'Meppel - Noord III'. Het herstelbesluit, waartoe onderhavig document behoort, dient gelezen worden in samenhang met het bestemmingsplan 'Meppel - Noord III'. Het vormt immers een aanvulling daarop.

1.2

Plangebied Het plangebied blijft gelijk aan het bestemmingsplan Meppel - Noord III De wijzigingen binnen het plangebied zijn locatiegebonden en betreffen een aanvullingen op de reeds toegekende bestemmingen. Bestemmingsvlakken en dubbelbestemmingen zijn niet gewijzigd. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III

-4-

Figuur 1.1: Ligging plangebied

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III

-5-

Hoofdstuk 2 Awb)

Herstelbesluit (ex artikel 6:19

Het herstelbesluit is nodig voor de uitvoerbaarheid, rechtszekerheid en handhaafbaarheid van het bestemmingsplan. Het herstel van de bepalingen die nu zijn opgenomen in lid 5.3.2 van de regels behorende bij het bestemmingsplan 'Meppel - Noord III' is nodig om het bedrijventerrein Noord III te realiseren. De huidige regeling is een vrij algemene (en bovendien verouderde regel) die per abuis in het plan terecht gekomen is. Ter vervanging van die regeling zijn aanvullende bepalingen in het plan opgenomen. De voorgestelde wijzigingen doen in zoverre dus ook niet af aan de met het bestaande bestemmingsplan beoogde regeling voor een gasloos bedrijventerrein. In tegendeel: de voorgestelde regeling versterkt juist de handhaafbaarheid en rechtszekerheid enerzijds en zorgt anderzijds dat het plan uitvoerbaar blijft. Naast het feit dat de oude regeling op onderdelen aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staat, laat die regeling ruimte om voor een bepaald type bedrijven (binnen de toegestane milieucategorie) toch een gasaansluiting te kunnen realiseren. Om te verzekeren dat op de onderdelen handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en rechtszekerheid geen problemen ontstaan, onder andere in relatie tot het voorkomen van negatieve significante effecten voor Natura 2000 gebieden, is er voor gekozen om in de planregels concrete bepalingen op te nemen.

Met deze bepalingen worden bovenstaande belangen beter verzekerd dan met een vervangende bepaling van de hierboven geschrapte bepaling, terwijl bovendien de rechtszekerheid van de toekomstige gebruikers niet in het geding komt. AERIUS Calculator, release 5 oktober 2023 Op 6 november 2023 is een nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS Calculator verschenen. Zekerheidshalve is voor dit herstelbesluit het eerder uitgevoerde onderzoek met behulp van deze AERIUS Calculato geactualiseerd en is als bijlage 1 Stikstofonderzoek opgenomen.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III

-6-

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III

-7-

Bijlagen bij de toelichting

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III

-8-

Bijlage 1

Stikstofonderzoek

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Noord III

STIKSTOFONDERZOEK BEDRIJVENTERREIN NOORD III - MEPPEL 2 november 2023

1/13

2/13

DATUM KENMERK

2 november 2023 20210910/02/JT

PROJECT PROJECTLEIDER

Bestemmingsplan Bedrijventerrein Noord III J. Tromp

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Meppel 20210910

AUTEUR

Y. Meerstra en J. Tromp

INHOUD 1.

2.

3.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

4 4 4

Huidige situatie Toekomstige situatie Wettelijk

Uitgangspunten, opzet onderzoek

5

2.1

Huidige situatie 2.1.1 Referentiesituatie: agrarisch gebruik

6 6

2.2

Exploitatiefase 2.2.1 Scenario 1: Standaardvariant 2.2.2 Scenario 2: Duurzame variant

7 7 10

2.3

Aanlegfase

11

RESULTATEN EN CONCLUSIE

Bijlage 1 PROJECTBEREKENING

3/13

12

1. INLEIDING In opdracht van Gemeente Meppel is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van een bedrijventerrein aan het gebied Noord III te Meppel. In deze berekening is rekening gehouden met de inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron. Voor de economische ontwikkeling van Meppel is zowel op de korte als ook op de lange termijn behoefte aan ruimte voor nieuwe bedrijvigheid. In deze behoefte is in de structuurvisie Meppel 2030 voorzien door het duiden van het gebied Noord III als reservering voor een toekomstig bedrijventerrein. Het bedrijventerrein, met een oppervlak van 19 ha (uitgeefbare grond) wordt door de gemeente ontwikkeld als een regulier bedrijventerrein en zal wat betreft het profiel aansluiten op Noord II, met een focus op transport, logistiek, productie, groothandel en bouw (maximaal milieucategorie 3.2). Mer-plichtige bedrijven worden op het bedrijventerrein uitgesloten.

1.1

Huidige situatie

Bedrijventerrein Noord III ligt aan de noordzijde van de kern Meppel. Het gebied wordt door vier grote (ruimtelijke) structuren begrensd, namelijk door de Drentsche Hoofdvaart, de Oude Vaart, de Rijkssnelweg A32 en het spoorwegtracé Meppel-Steenwijk. Het projectgebied heeft een oppervlak van circa 27 ha en is na genoeg volledig in gebruik als agrarische grond. In het verleden was aan het Jagerspad een boerderij met bedrijfsgebouwen aanwezig. Deze gebouwen zijn reeds gesloopt. De laatste jaren zijn de gronden gebruikt voor de productie van aardappelen of als grasland. In afbeelding 1 is indicatief het plangebied weergegeven.

1.2

Toekomstige situatie

ten behoeve van een bedrijventerrein. Voor dit bedrijventerrein geldt een maximale milieucategorie 3.2 waarbij mer-plichtige bedrijven zijn uitgesloten.

1.3

Wettelijk

De Wet natuurbescherming: verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.

Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft.

4/13

Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk.

2. UITGANGSPUNTEN, OPZET ONDERZOEK AERIUS Calculator, release 5 oktober 2023 Met behulp van de nieuwste release van het rekenprogramma AERIUS Calculator (release 5 oktober 2023) is gekeken naar de stikstofdepositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS Calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd.In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. De Natura 2000-gebieden die binnen 25 kilometer van het plangebied zijn gelegen betreffen onder andere De Wieden, het Drents-Friese Wold en Leggelderveld, Dwingelderveld en Holtingerveld. Dit betreffen allemaal stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer van het plangebied.

Figuur 1 Plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden

5/13

2.1

Huidige situatie

2.1.1 Referentiesituatie: agrarisch gebruik In de huidige situatie is sprake van 27 hectare landbouwgrond. Bij de bemesting van landbouwgronden komt ammoniak (NH3) vrij. Het type teelt bepaald de emissie van ammoniak. Om die reden is dan ook op basis van www.boerenbunder.nl de actuele teelt bepaald. Op basis van de gebruiksnormen van de actuele teelt, het type mest, het TAN-gehalte van de mest, de mestaanwendingstechniek en de bijbehorende emissiefactor is de NH3-emissie berekend. De gegevens over TAN en emissiefactoren zijn ontleend aan Velthof et a

Figuur 2 Grondgebruik in het plangebied jaar 2021 (bron: www.boerenbunder.nl)

Hoeveelheid mest De mestwetgeving bepaalt hoeveel mest op gras- en bouwland mag worden gebracht. De huidige normen zijn vastgelegd in het mestbeleid 2019-2021 (RVO 2019). Deze normen geven per teelt aan hoeveel mest (stikstof) per jaar per hectare mag worden opgebracht. Het aandeel stikstof uit dierlijke mest in deze norm is gelimiteerd tot maximaal 170 kg N per hectare per jaar. Wanneer de bemestingsnorm hoger is dan wat uit dierlijke mest opgebracht mag worden, dient de overige bemesting te worden verkregen uit andere bemestingsbronnen. Over het algemeen is dat kunstmest. Emissiefactoren De emissiefactor wordt bij aanwending van dierlijke mest in sterke mate bepaald door de aanwendingstechniek. In Velthof et al. (2019) is beschreven in welke mate (implementatiegraad) de verschillende aanwendingstechnieken worden toegepast

6/13

en de bijbehorende emissiefactoren. Op basis van emissiefactor per aanwendingstechniek is voor dierlijke mest (stalmest en drijfmest) op grasland en bouwland, en voor kunstmest, een gemiddelde emissiefactor bepaald. Voor de onderhavige situatie wordt uitgegaan van drijfmest op bouwland resp. grasland. Tabel 1: Gemiddelde emissiefactoren voor perceelsbemesting

Ammoniakemissie bij mestaanwending Op basis van de gegevens die in het voorgaande zijn beschreven is per perceel en gewas berekend wat de ammoniakemissie ten gevolge van mestaanwending in 2021 is. Hierbij is geen rekening gehouden met de agrarische verkeersbewegingen (ploegen, mesten spuiten, maaien etc.) die eveneens zullen komen te vervallen. Hierover bestaan geen gegevens en ook geen kengetallen. Deze emissiebron blijft daarom buiten beschouwing. Tabel 2: Emissies landbouw referentiesituatie grasland en akkerland

Emissie uitstoot landbouwgrond Op basis van de automatische berekening blijkt dat in de huidige situatie op de landbouwgrond 529,10 kg NH3 per jaar wordt uitgestoten.

2.2

Exploitatiefase

V

1. Standaardvariant, waarbij het bedrijventerrein is aangesloten op het aardgasnet. Bronnen van stikstofemissies zijn dan verkeer, mobiele werktuigen en stookinstallaties 2. Duurzame variant, waarbij er geen aansluiting is op het aardgasnet. Ook het stoken van andere brandstoffen in stook- installaties is niet toegestaan. Stikstofemissies vanuit stationaire stookinstallaties zijn daarmee uit te sluiten. Bronnen van stikstofemissies zijn dan verkeer en mobiele werktuigen

2.2.1

Scenario 1: Standaardvariant

Voor nieuwe bedrijventerreinen dient de stikstofemissie te worden bepaald bij een maximale invulling van het bestemmingsplan. Indien onbekend is welke bedrijven zich gaan vestigen dient de emissie bepaald te worden op basis van kengetallen voor de gewenste milieucategorieën. De emissies van stationaire bronnen zijn berekend aan de hand van kentallen, dat is in deze fase van

7/13

planvorming de meest nauwkeurige methode. Naast de kentallen dient ook de verwachte toename aan verkeersbewegingen op het nieuwe bedrijventerrein betrokken te worden bij de stikstofberekeningen. Kengetallen stikstofemissie bedrijventerrein Als kengetal voor de uitstoot van bedrijventerreinen wordt vaak gebruik gemaakt van de gegevens van Arcadis1. De kengetallen komen uit een onderzoek dat gebruik maakt van gegevens van het CBS uit 2012. Dit betreft een actualisatie van de kengetallen op basis van een onderzoek door Arcadis uit 2006. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 12 maart 2008 (nr. 200701994/1) geoordeeld dat zij de gehanteerde methodiek toereikend acht en de beschikbare emissiekengetallen voldoende betrouwbaar vindt om een goede inschatting te kunnen maken van de stikstofemissie op bedrijventerreinen.

de afgelopen negen jaar daalt, terwijl op basis van de IBIS gegevens blijkt dat de bruto omvang van bedrijventerreinen in Nederland overal gezien toeneemt. Uit deze cijfers is een gemiddelde emissie per hectare (alle milieucategorieën samen) berekend. Dit leidt vervolgens tot een procentuele daling van zowel de NOx als NH3 per jaar. Tabel 3: Emissie NOX op bedrijventerreinen in Nederland

8/13

Tabel 4: Emissie NH3 op bedrijventerreinen in Nederland

Bovenstaande daling is aannemelijk aangezien oude vervuilende bedrijven vervangen worden door schonere varianten. Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat bovenstaande afname, door strengere eisen ten aanzien van emissies, zich de komende jaren verder door zal zetten. Op basis van de gemiddelde daling over de afgelopen negen jaar kunnen de kengetallen nader aangescherpt worden met de veronderstelde daling van emissie van NOx en NH3. In de tabel hierna zijn de berekende emissiekengetallen van 2012 opgenomen en de berekende emissiekengetallen op basis van de gemiddelde daling in de afgelopen negen jaar. Tabel 5: Emissie kentallen bedrijventerreinen en doorberekende emissiekengetallen op basis van de gemiddelde daling in de afgelopen negen jaar.

Het terrein wordt ingericht tot en met de milieucategorie 3.2. Het totale gebied betreft maximaal 27 hectare. Circa 70% van dit gebied zijn uitgeefbare gronden. Dat betekent dat 19 hectare een bedrijfsbestemming krijgt. Op basis van de waarden uit tabel 4 wordt uitgegaan van de volgende emissies in de berekening:

9/13

Tabel 6: Emissie uitbreiding bedrijventerrein

De emissies zijn in het rekenmodel ingevoerd door middel van vlakbronnen binnen het plangebied. Hierbij is een uitstoothoogte van 22 meter, spreiding van 11 meter en warmte-inhoud van 0,28 MW gehanteerd. Verkeersgeneratie nieuwe bedrijventerreinen Voor het bepalen van de verkeersbewegingen heeft Goudappel een verkeersonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek zijn de volgende uitgangspunten gebruikt, voor het berekeningen van de verkeersgeneratie. 10% bouwsector 20% industrie 70% groothandel De drie sectoren hebben ieder een verschillend terreinquotiënt (m2 per arbeidsplaats), waardoor het aantal arbeidsplaatsen varieert. Samen met de eerdergenoemde verdeling van het terrein, wordt in het ruimtelijk programma uitgegaan van 76 arbeidsplaatsen bouw, 153 arbeidsplaatsen industrie en 342 arbeidsplaatsen groothandel. In totaal betreft dit circa 600 arbeidsplaatsen. Het ruimtelijke programma leidt tot een verkeersstroom van in totaal ruim 1.300 motorvoertuigen op een gemiddelde werkdag. Daarvan zij In het onderzoek van Goudappel is nog geen rekening gehouden met een mogelijk tankstation. Voor de verkeersgeneratie van het tankstation zijn geen verkeersgeneratiecijfers bekend in CROW-publicatie. Op basis van ervaringscijfers van vergelijkbare projecten wordt ingeschat dat 275 bezoekende (tankende) lichte voertuigen per etmaal gebruik zullen maken van het tankstation.

Dit aantal is gebaseerd op een doorzet van 3 miljoen liter per jaar en een afname van gemiddeld 30 liter per tankbeurt. Voor het vrachtverkeer wordt uitgegaan van 70 bezoekende (tankende) voertuigen per etmaal. Dit aantal is gebaseerd op een doorzet van 5 miljoen liter per jaar en een afname van gemiddeld 200 liter per tankbeurt. Tabel 7: Overzicht verkeersgeneratie nieuwe bedrijventerrein

Gewenste gebruikfase bedrijventerrein scenario 1 Op basis van de automatische berekening blijkt dat in de gebruikfase van het bedrijventerrein in zijn totaliteit 3.816,01 kg NOx per jaar en 188,6 kg NH3 uitstoot. Resultaat verschilberekening Referentiesituatie standaardvariant Aan de hand van een automatisch verschil berekening blijkt dat de grootste toename in de gebruikfase van het bedrijventerrein op de Natuurgebieden Drents-Friese Wold & Leggelderveld en Weerribben is waar een toename is van 0,01 mol/ha/j. Er is daarmee sprake van een stikstofdepositie met (significant) negatief effecten op Natura 2000-gebieden. In de Natuurgebieden De Wieden en Holtingerveld wordt een afname van 0,04 mol/N/Ha/Jr berekend. 2.2.2 Scenario 2: Duurzame variant De gemeente Meppel heeft besloten dat er geen aardgasvoorzieningen worden aangelegd naar het bedrijventerrein. Daardoor kunnen emissies ten gevolge van grootschalige aardgasverbranding zoals stoomketels worden uitgesloten. Doordat er geen verbrandingsemissies van stikstofoxiden worden verwacht, kunnen ook de emissies van ammoniak worden uitgesloten, omdat ammoniak doorgaans ontstaat bij de katalytische afbraak van stikstofoxiden in een afgasreiniging installatie. In de duurzame variant zijn de emissies van verkeer gelijk aan de standaardvariant.

10/13

In afwijking van de standaardvariant, is voor de duurzame variant rekening gehouden met mobiele werktuigen, zoals een vorkheftruck. De mobiele werktuigen zijn in de standaardvariant namelijk meegenomen in de kengetallen voor een bedrijfsterreinen. Op basis van een vergelijkbaar bedrijventerrein is de emissie van mobiele werktuigen berekend. Aangenomen wordt dat de werktuigen op het bedrijventerrein allemaal minimaal van bouwjaar 2014 zijn, ofwel STAGE klasse-IV of hoger. Dat geeft een kengetal van 16,5 kg NOx per hectare. De totale NOx emissie worden van 19x16,5= 306,85 kg NOx/ jaar. Resultaat verschilberekening Referentiesituatie Duurzame variant Aan de hand van een automatisch verschil berekening blijkt dat het bedrijventerrein in de duurzame variant geen toename is boven de 0,00 mol/ha/j. In veel gebieden is zelfs sprake van een afname. De grootste afname van 0,15 mol/ha/jr is op het natuurgebied Holtingerveld.

2.3

Aanlegfase

Tijdens de aanlegfase vindt emissie van stikstof plaats in de vorm van stikstofoxiden (NOx). Stikstofoxiden komen vrij bij verbrandingsmotoren (verkeer en dieselmaterieel). Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Hierbij zijn kentallen gehanteerd die gebaseerd zijn op ervaringsgegevens elders. Als uitgangs- punt is gehanteerd dat de tijdsduur van de voorbereiding-/grondwerkfase 10% van de gehele aanlegfase bedraagt en de tijdsduur van realisatiefase (aanleg wegen en voorzieningen) 60% van de gehele aanlegfase. Tijdens de aanlegfase vinden er voor de aan-en afvoer van materiaal en machines verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) plaats. Het aantal verkeers- bewegingen in de aanlegfase zal nooit meer bedragen dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. In de onderstaande tabellen zijn per project de uitgangspunten van de aanlegfase aangegeven. Gezien de grootte van dit project en de aanleg over meerdere jaren wordt er voor de aanlegfase uitgegaan van een maximale bouwperiode van een jaar. Dit betekent dat de tijdsduur van de aanlegfase op jaarbasis 52 weken, 5 werkdagen per week, 8 uur per dag bedraagt (in totaal 2080 uur) met daarvan 10% voor voorbereiding-/grondwerk (208 uur) en 60% voor de realisatiefase (1248 uur).

Voor de voorbereiding-/grondwerk zal het materieel 70% van de 208 uur worden ingezet (in totaal 146 uur) en voor de realisatiefase 50% van de 1248 uur (in totaal 624 uur). Voor de aan- en afvoer van materiaal en materieel zijn er 2.500 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar. Voor het vervoer van personeel zijn er 20 verkeersbewegingen (lichte motorvoertuigen) per etmaal. In tabel 7 is een inschatting/prognose gegeven van het dieselverbruik.

11/13

3. RESULTATEN EN CONCLUSIE AERIUS Calculator is het wettelijk voorgeschreven rekeninstrument om de stikstofneerslag van projecten in Natura 2000gebieden te berekenen. De hiervoor beschreven uitgangspunten zijn ingevoerd in de AERIUS-calculator. Berekeningen hebben plaatsgevonden voor hexagonen in natuurgebieden in AERIUS. De gebruiksfase van het bedrijventerrein leidt in de duurzame variant niet tot een toename in de stikstofdepositie op enig Natura 2000-gebieden. tie op alle Natura 2000-gebieden netto naar 0,00 mol/ha/jaar moeten worden gebracht. Beschikbare instrumenten daarvoor zijn extern salderen en de ADC-toets. Bij de aanlegfase van het bedrijventerrein wordt niet een toename in de stikstofdepositie op enige Natura 2000-gebied verwacht. Tijdens de aanlegfase wordt zelfs een afname verwacht ten opzichte van het huidige gebruik. Daarom kan worden gesteld dat het bestemmingsplan inpasbaar is vanuit het aspect stikstofdepositie, mits wordt gekozen voor de duurzame variant.

12/13

13/13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=d744ed99-83b1-42de-9801-85d8f2ef6ee6