CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bijlage 7. Archeologisch onderzoek

1 - RAADSVERGADERING 21 december 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Bestemmingsplan Meppel - Randweg LTS11.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK RANDWEG 1 TE MEPPEL

Archeologisch bureauonderzoek Randweg 1 te Meppel Opdrachtgever

Cicom & Copier Postbus 436 6710 BK Ede

Rapportnummer

11260.002

Versienummer1

2

Datum

30 juni 2020

Vestiging

Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl

Opsteller

drs. J. Holl

Paraaf

Kwaliteitscontrole

drs. A.H. Schutte

Paraaf

© Econsultancy bv, Zwolle Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

11260.002

Toponiem

Randweg 1

Opdrachtgever

Cicom & Copier

Gemeente

Meppel

Plaats

Meppel

Provincie

Drenthe

Kadastrale gegevens

gemeente Meppel, sectie H, nummer 5027

Omvang plangebied

circa 7.000 m2

Kaartblad

21E (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 209.240/Y: 522.190

Bevoegde overheid

Gemeente Meppel Postbus 501 7940 AM Meppel

postbus@meppel.nl 14-0522

Deskundige namens de bevoegde overheid

Het Oversticht Postbus 531 8000 AM Zwolle

mevr. M. Nieuwenhuis T. 06-29325570 E. marijke.nieuwenhuis@hetoversticht.nl

ARCHIS3

4761612100

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

Archeoregio NOaA

Drents zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Zwolle/ Noordelijk Archeologisch Depot Nuis

Uitvoerder(s)

Econsultancy, drs. J. Holl

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Cicom & Copier een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Randweg 1 te Meppel in de gemeente Meppel. De initiatiefnemer heeft het plan de bestaande bebouwing te slopen. Hierna zal nieuwbouw gerealiseerd worden. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Het plangebied is gelegen in een relatief laaggelegen dekzandgebied. Mogelijk was het gedurende de periode Paleolithicum – Mesolithicum voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers, maar vermoedelijk vormden de dekzandkopjes interessantere locaties. Een dergelijk kopje is tijdens booronderzoek ten zuiden van het plangebied aangetroffen. Het dekzand bevindt zich op basis van booronderzoeken direct ten westen en zuiden van het plangebied op een diepte van -0,1 tot -0,5 m NAP.

Vanaf het Neolithicum vernatte het landschap en raakte het plangebied met veen bedekt. Vermoedelijk was in het Laat-Neolithicum het gehele plangebied bedekt met veen en was het niet aantrekkelijk voor bewoning. Voor de IJzertijd is voor andere delen van Nederland bekend dat ook wel op het veen gewoond werd. Hiervoor zijn echter binnen de gemeente Meppel geen aanwijzingen. Bovendien zullen dergelijke resten vermoedelijk reeds (deels) verloren gegaan zijn tijdens de veenontginning en – winning gedurende de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Eventuele resten uit de periode Bronstijd – Vroege-Middeleeuwen zullen daarom alleen bestaan uit losse vondsten in verstoorde context. Vanaf de Late-Middeleeuwen werd het veengebied ontgonnen. Op basis van historische kaarten vanaf het begin van de 19e eeuw lag het plangebied in een omvangrijk weidegebied. Hoewel geen gedetailleerde kaarten van voor deze periode beschikbaar zijn, is de aanwezigheid van een erf uit de LateMiddeleeuwen of Nieuwe tijd niet waarschijnlijk. Dergelijke historische erven zijn meestal ook terug te zien in de percelering op vroeg-19e-eeuwse kaarten. Bovendien ligt het plangebied niet direct langs een doorgaande historische weg. Vermoedelijk is het plangebied vanaf de ontginning in gebruik geweest als weide- en hooiland.

Eventuele archeologische resten uit de periode Paleolithicum – Neolithicum worden verwacht in de top van het dekzand. Eventuele resten uit latere perioden kunnen voorkomen in de top van het dekzand of in een eventuele omgewerkte veenlaag hierboven. Archeologische sporen worden binnen 50 cm in de top van het dekzand verwacht. Deze archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en bot zullen, indien gelegen onder de gemiddeld laagste grondwaterstand, mogelijk goed zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Conclusie Uit bouwtekeningen van de huidige bebouwing blijkt dat de bodem ter plaatse van het schoolgebouw reeds tot minstens -0,8 m NAP verstoord is. Vermoed wordt daarom dat eventuele vindplaatsen ter plaatse van het schoolgebouw reeds grotendeels verloren zijn gegaan, met uitzondering van de onderkant van diepere sporen. Verwacht wordt daarom dat de kans klein is dat bij het verwijderen van

R 11260.002 versie 1

de fundering van de huidige bebouwing behoudenswaardige archeologische resten verloren zullen gaan. Na de sloop van de bebouwing zal nieuwbouw plaatsvinden, waarbij de bodem tot maximaal 1 m –mv verstoord zal worden. Het huidige maaiveld bevindt zich op 1,6 à 2,0 m NAP, terwijl eventuele archeologische resten pas vanaf -0,1 m NAP worden verwacht. Op basis hiervan zullen ook bij de nieuwbouw geen archeologische resten verstoord worden. Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Hoewel verwacht wordt dat buiten de huidige bebouwing niet dieper dan 1 m –mv gegraven wordt, is bij diepe bodemingrepen in deze zone alsnog archeologisch onderzoek nodig. Over het algemeen wordt een bufferzone gehanteerd van 30 cm boven het archeologisch relevante niveau. Vandaar dat wordt aanbevolen om in de zone buiten de huidige bebouwing bij graafwerkzaamheden dieper dan 0,2 m NAP een vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek dient in eerste instantie te bestaan uit een verkennend booronderzoek. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2).

2

Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

R 11260.002 versie 1

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

3

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 7 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 11

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 13

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 14 BRONNEN .......................................................................................................................................... 15

R 11260.002 versie 1

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Weergave van de geplande nieuwbouw met huidige bebouwing in oranje Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de historische kaarten

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Onderzoeksmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Bouwtekeningen huidige bebouwing

R 11260.002 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Cicom & Copier een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Randweg 1 te Meppel in de gemeente Meppel (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft het plan de bestaande bebouwing te slopen. Hierna zal nieuwbouw gerealiseerd worden. Bij de aanvraag van de hiervoor benodigde omgevingsvergunning is gebleken dat voor een plangebied een archeologische onderzoeksplicht geldt. Deze onderzoeksplicht vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in januari 2020 door drs. J. Holl (senior KNA-Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog).

2 2.1

BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:    

3

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04);

Beschikbaar via www.sikb.nl.

R 11260.002 versie 1

Pagina 1 van 15

opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:             

2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Drenthe de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Overijssel de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente gemeente; de Archeologische Werkgroep Nederland (AWN).

Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.4 Het plangebied, circa 1 ha, ligt aan de Randweg 1, in het zuiden van de bebouwde kom van Meppel (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 1,7 tot 2,0 m NAP. Het gebied is kadastraal bekend als gemeente Meppel, sectie H, nummers 4462, 5027 en 5028. Volgens de topografische kaart van Nederland, 21E (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 209.240/Y: 522.190. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel grotendeels bebouwd met een schoolgebouw.

Het overige deel van het plangebied is in gebruik als tuin en deels verhard met klinkers (zie figuur 3). Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemar4

Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

R 11260.002 versie 1

Pagina 2 van 15

chief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Meppel-Zuid’, vastgesteld op 24 januari 2013. Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 30 cm –mv. 5 De dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische beleidskaart van de gemeente Meppel. Volgens deze kaart (figuur 4) ligt het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachting. Op deze kaart valt het plangebied echter ook in een zone met een ophoging van 1 m. In dergelijke zones geldt een vrijgestelde diepte van 130 cm -mv (30 cm + de vermelde dikte van ophoging).6 Huidig milieuonderzoek In 2014 is er voor het plangebied een milieuhygiënisch verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Grondslag7. Hierbij is ter plaatse van voormalige sloten in het slibhoudende dempingsmateriaal een sterk verhoogd gehalte aan lood aangetroffen.

Plaatselijk is bovendien een licht verhoogd gehalte aan kwik aangetoond. In 2018 is een nader bodemonderzoek uitgevoerd door Grondslag. 8 Hierbij is de eerder aangetroffen voormalige slootbodem niet aangetroffen. Wel is vastgesteld dat op vergelijkbare diepte zwak tot matig humeuze grond aanwezig is. In deze lagen is lood niet in een gehalte boven de achtergrondwaarde aangetoond. Geconcludeerd is dat de eerder aangetroffen loodverontreiniging zeer beperkt van omvang is en dat geen reden is voor verder onderzoek. 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is sloop van de huidige bebouwing gepland. Hierbij zal de bestaande fundering verwijderd worden, waarbij naar verwachting tot circa 2,8 m –mv gegraven zal worden. Na de sloop zullen zestien twee-onder-een-kap-woningen gerealiseerd worden, met een totale oppervlakte van circa 1.500 m2. De funderingen zullen aangelegd worden op maximaal 1 m –mv. De nieuwbouw overlapt grotendeels met de bestaande bebouwing en het gedeelte van de nieuwbouw buiten het huidige bouwvlak zal minder dan 200 m 2 zijn (zie figuur 5). In de groenstrook ten noorden van het huidige gebouw zijn geen bodemingrepen gepland. 2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het land-

5

Portaal voor Ruimtelijke Plannen. De Boer & Van der A, 2010. 7 Dortland & Broekhuizen, 2014. 8 Groot, 2018. 6

R 11260.002 versie 1

Pagina 3 van 15

schap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie9

Fm. v. Boxtel met een dek van het Lp. v. Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek

Geomorfologie10

Ongekarteerd (bebouwd); op basis van extrapolatie nabijgelegen eenheden: Vlakte van smeltwaterafzettingen (2M12)

Landschapskaart gemeente Meppel11

Zandgronden

Bodemkunde12

Ongekarteerd (bebouwd); op basis van extrapolatie nabijgelegen eenheden: beekeerdgronden; lemig fijn zand (pZg23)

Grondwatertrap13

Ongekarteerd

Landschappelijke ontwikkeling 14 Het plangebied ligt in het noorden van Overijssel direct ten zuiden van het Drents plateau en ten zuiden van de rivier de Reest. Tijdens het Saalien, de voorlaatste ijstijd (circa 370.000 - 130.000 jaar geleden), raakte de noordelijke helft van Nederland bedekt met landijs. Door het landijs werden diepe glaciale bekkens uitgesleten. Nadat het landijs uitgebreid was tot aan de lijn Texel-GaasterlandSteenwijk-Emmen, moesten de vanuit het zuiden komende rivieren afbuigen naar het westen, direct langs het zuiden van het landijs. Door het rivierwater en smeltwater werd een breed dal uitgesleten dat het oerstroomdal van de Vecht werd. De gemeente Meppel ligt gedeeltelijk in het dal, net als het plangebied. De huidige Reest loopt langs de noordrand van dit dal en de Vecht loopt langs de zuidrand. Gedurende het Saalien werd het oerstroomdal deels opgevuld met rivier- en smeltwaterafzettingen en in het hierop volgende, warmere Eemien (130.000 tot 115.000 jaar geleden) met rivier- en zeeafzettingen en veen. Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 115.000 – 11.600 jaar geleden), bereikte het landijs Nederland niet. Binnen het oerstroomdal van de Vecht werden ook in het Weichselien nog rivierafzettingen gesedimenteerd, behorend tot de Formatie van Kreftenheye.

De top van de Formatie van Kreftenheye bevindt zich in het plangebied vermoedelijk op -5,5 m NAP.15 In de tweede helft van het Weichselien heersten er zeer koude, periglaciale omstandigheden en was de vegetatie vrijwel geheel verdwenen. Er vonden veel zandverstuivingen plaats, waarbij het zand over grote afstand werd verplaatst. Dit materiaal is afgezet als een deken van fijn, zwak lemig zand afgewisseld met lemige lagen. Het oerstroomdal van de Vecht raakte met een dik pakket dekzand opgevuld. Doordat de waterafvoer belemmerd raakte, is in deze periode de splitsing van de Reest en de Vecht ontstaan. Het in deze periode, tot circa 13.000 jaar geleden afgezette dekzand wordt Oud Dekzand genoemd. In het Oude Dekzand komen vaak cryoturbatie-verschijnselen voor in de vorm van vorstscheuren in de destijds bevroren ondergrond.

9

TNO, 2010. Wageningen Environmental Research, 2017. 11 De Boer & Van der A, 2010. 12 Publieke Dienstverlening Op de Kaart. 13 Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland. 14 De Mulder et al., 2003 / De Boer & Van der A, 2010. 15 Dinoloket: geologisch ondergrondmodel DGM v2.2. 10

R 11260.002 versie 1

Pagina 4 van 15

Aan het eind van het Weichselien vonden nieuwe zandverstuivingen plaats. Het zwak lemige stuifzand uit deze periode wordt aangeduid als Jong Dekzand en vormt in uitgestrekte gebieden zwak glooiende ruggen, welvingen en koppen. Het beekdal van de Reest raakte voor een groot deel opgevuld met dekzand, met uitzondering van een zone aan weerszijden van de huidige Reest, ten noorden van het plangebied. Aan het begin van het Holoceen (huidige geologische periode, vanaf 11.600 jaar geleden) trad opwarming van het klimaat op. Mede doordat de dekzandruggen plaatselijk de ontwatering blokkeerden en vanwege de stijgende grondwaterspiegel, heersten veelal vochtige omstandigheden. In de lagere delen van het dekzandlandschap, evenals het beekdal van de Reest, werd veen gevormd. Dit veen breidde zich vanaf het Neolithicum tot in de IJzertijd steeds verder uit, waardoor de gemeente Meppel met veen werden bedekt. Waar het veen boven het grondwater uitkwam ontstond hoogveen. Op basis van paleogeografische kaarten16 lag het plangebied rond 5500 v. Chr. (Laat-Mesolithicum) en 3850 v. Chr. (Midden-Neolithicum) nog in zandgebied, maar in 2750 v. Chr. (Laat-Neolithicum) lag het plangebied in een uitgestrekt veengebied. Vanaf de Late-Middeleeuwen werd het veengebied ontgonnen.

Als gevolg van deze ontginning en veenwinning, gecombineerd met verlagen van grondwaterstanden, vond oxidatie en inklinking van het veen plaats, waardoor het veen thans voor een groot deel verdwenen is. DINO17 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. Circa 160 m ten zuiden en 240 m ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich dekzand van de Formatie van Boxtel, Wierden Laagpakket (Jong Dekzand) vanaf het maaiveld tot 0,8 à 0,9 m –mv (-0,3 à -0,4 m NAP). Hieronder bevindt zich matig fijn tot zeer fijn zand van de Formatie van Boxtel (Oud Dekzand en/of smeltwaterafzettingen). 18 Circa 200 m ten noordwesten van het plangebied is een opgebracht pakket van 1,5 m aangetroffen, met hieronder (vanaf 0,5 m NAP) Jong Dekzand van het Wierden Laagpakket (Formatie van Boxtel). Hieronder, vanaf 2,5 m –mv (-0,5 m NAP) bevindt zich matig fijn zand van de Formatie van Boxtel.

19 Circa 80 m ten noordoosten van het plangebied is onder een opgebracht pakket van 1,2 m een pakket matig fijn zand van de Formatie van Boxtel aangetroffen (vanaf 1,2 m –mv / 0,3 m NAP).20 Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Het plangebied is niet gekarteerd op de geologische kaart, vanwege de ligging in de bebouwde kom. Op basis van extrapolatie met nabijgelegen eenheden ligt het plangebied binnen een vlakte van smeltwaterafzettingen. Dit zijn vlakke terreinen, gevormd door afzettingen van het smeltwater van het

16

Vos & De Vries 2013. Dinoloket. 18 Dino-boringen B21E0474 & B21E0477. 19 Dino-boring B21E0473. 20 Dino-boring B21E0476. 17

R 11260.002 versie 1

Pagina 5 van 15

landijs in het Saaliën. Ze zijn door het smeltwater afgezet, dat via laagten in en openingen tussen de stuwwallen naar het niet door het landijs bedekte gebied stroomde (zie figuur 6).21 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)22 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het maaiveld in het plangebied op 1,6 à 2,0 m NAP (zie figuur 7). Buiten de bebouwde kom bevindt het maaiveld zich op overwegend 0,2 tot 0,5 m NAP. Verwacht wordt dat het maaiveld in het plangebied circa 1 tot 1,5 m is opgehoogd, wat tevens wordt bevestigd door de DINO-boringen in de directe omgeving van het plangebied waar de top van het dekzand zich op 0,3 tot 0,5 m NAP bevindt. Bodemkunde Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Meppel bevindt, is het bodemtype niet gekarteerd (zie figuur 8). Uit extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied ligt binnen een zone met beekeerdgronden in lemig fijn zand (pZg23). Deze gronden liggen veel langs het stroomdal van de Reest en vormen meestal de overgang van hoger gelegen podzolgronden naar de lager in het stroomdal gelegen veen- en moerige gronden.

Deze gronden hebben een zwak tot zeer sterk lemige bovengrond die relatief humeus is. Het zand is meestal matig fijn.23 Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van milieuhygiënische bodemonderzoeken boringen gezet. Tijdens verkennend bodemonderzoek zijn vier boringen dieper dan 50 cm –mv gezet direct rondom de huidige bebouwing. Hierbij is tot 170 à 220 cm –mv een lichtbeige laag aangetroffen, die op basis van de beschrijving van de lagen eronder vermoedelijk ophoogzand betreft. Hieronder bevindt zich in twee boringen zwak tot matig humeus, (grijs-)bruin zand met slib en in één boring met baksteenspikkels. Hier is vermoedelijk sprake van een verstoorde laag. In een andere boring is onder de ophooglaag een laag donkergrijsbruin, matig humeus zand aangetroffen (vanaf 190 cm –mv). Mogelijk betreft dit eveneens een verstoorde laag, hoewel het ook om een A- of AB-horizont kan gaan. In één boring circa 10 m ten oosten van het plangebied is onder de lichtbeige laag (vanaf 220 cm –mv) een beige laag met hieronder een lichtgrijze zandlaag aangetroffen. Mogelijk betreft dit de C-horizont, maar dit is niet duidelijk af te leiden uit de boorstaten.24 Nabij de noordoostelijke punt van de huidige bebouwing is een nader bodemonderzoek uitgevoerd, waarbij tien aanvullende boringen geplaatst zijn.

Hierbij is tot 130 à 230 cm –mv een laag lichtgrijs, zeer grof zand aangetroffen. Vermoedelijk betreft dit een pakket ophoogzand. In vier van de boringen ligt hieronder een laag donkergrijs tot donkerbruin matig fijn zand. Dit kan een verstoorde laag zijn, maar kan ook een A- of AB-horizont vormen. In één boring is tussen 150 en 180 cm –mv een bruine laag sterk siltig, zeer fijn zand aangetroffen, die mogelijk een B-horizont betreft.25 Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemid21

Maas et al., 2017. AHN. 23 Kuijer & Rosing, 1994. 24 Dortland & Broekhuizen, 2014. 25 Groot, 2018. 22

R 11260.002 versie 1

Pagina 6 van 15

deld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Meppel bevindt, is de grondwatertrap niet gekarteerd. 2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).26 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 9. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 1000 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Drenthe27 De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Gelderland geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio. Op de CHW-kaart van de provincie Drenthe vormt de Regge, circa 380 m ten noordoosten van het plangebied, een cultuurhistorische lijn. Verder zijn geen cultuurhistorische waarden in de omgeving van het plangebied weergegeven.

AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied28 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen het onderzoeksgebied liggen geen AMK-terreinen (zie figuur 9). In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 29 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken en booronderzoeken (zie bijlage 3 en figuur 9).

26

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Geoportaal Provincie Drenthe. 28 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 29 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 27

R 11260.002 versie 1

Pagina 7 van 15

Direct ten westen en zuidwesten van het plangebied (en deels overlappend met het westen van het plangebied) zijn twee booronderzoeken uitgevoerd, waarbij is vastgesteld dat een dikke laag ophoogzand aanwezig is. Direct ten westen van de huidige bebouwing bevindt het dekzand zich op -0,3 à -0,5 m NAP en ten zuidwesten op -0,1 à -0,4 m NAP. In de zone ten zuidwesten van het plangebied is boven het dekzand een zandige veenlaag aangetroffen die de oude bouwvoor vormt. In beide onderzoeksgebieden is in de top van het dekzand een restant van een podzolbodem aangetroffen. Circa 50 m ten zuiden van het plangebied is een dekzandkopje aangetroffen, waar de bodem tot in de Chorizont verstoord is.30 Ook tijdens booronderzoeken 90 m ten zuidwesten, 270 m ten zuidwesten en 290 m ten noordwesten is een pakket ophoogzand aangetroffen. Hieronder bevindt zich meestal direct de C-horizont, maar in enkele boringen zijn nog restanten van een podzolbodem aanwezig. In de booronderzoek 270 ten zuidwesten en 290 m ten noordwesten van het plangebied bevindt de top van het dekzand zich op een hoogte variërend tussen 0,5 m NAP en -1,0 m NAP.31 Voor de locatie circa 90 m ten zuidwesten zijn geen NAP-hoogtes genoemd in het rapport.32 Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied33 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd.

Binnen het onderzoeksgebied staan geen vondstmeldingen geregistreerd (zie figuur 9). De dichtstbijzijnde vondst betreft een hielbijl die circa 750 m ten oosten van het plangebied geregistreerd staat. Dit betreft een vondst uit de jaren ’60 waarvan de exacte locatie onbekend is. 34 Aanvullende informatie Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 1 en 20 Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 1 en 20, (d.d. januari 2020, contactpersoon de heer F. Spijk), maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd. 2.7

Beschrijving van het historische gebruik

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Korte bewoningsgeschiedenis van Meppel In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. Op basis van vondstmeldingen in de omgeving van Meppel, was het gebied al vanaf het LaatPaleolithicum in gebruik. Uit deze periode zijn vuurstenen afslagen gevonden ten westen van Meppel, in het beekdal van de Reest. De dekzandkoppen vormden waarschijnlijk al vanaf het Laat30

Archis zaakidentificaties 4632644100 & 2357638100. Archis zaakidentificaties 2298476100 & 2396850100. 32 Archis zaakidentificatie 2143432100. 33 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 34 Archis zaakidentificatie 3086168100. 31

R 11260.002 versie 1

Pagina 8 van 15

Paleolithicum gunstige bewoningsplaatsen. Kampementen van jagers-verzamelaars uit deze periode lagen vooral in gradiëntzones nabij open water. Ook de dobbes vormden gunstige bewoningslocaties. In het Mesolithicum was sprake van een verbetering van het klimaat. In de gemeente Meppel zijn enkele vondsten aangetroffen in het noorden van de gemeente. Het betreft afslagen, een kern en een brok vuursteen. De vondsten bevinden naast een restant van een toenmalige meanderende rivier. Uit het Neolithicum zijn enkele vondsten gedaan, vooral in het dal van de Reest. Gedurende het Neolithicum en de Bronstijd vernatte het landschap en vond veenvorming plaats in de laaggelegen delen. Uit de Bronstijd zijn niet veel archeologische resten te vinden in de gemeente Meppel. Eén vondst bevindt zich ten westen van Meppel naast de Paleolithische resten in de buurt van het beekdal. Ook uit de IJzertijd zijn weinig vondsten bekend. Van de rest van Nederland is bekend dat in deze periode ook in de laaggelegen, natte gebieden gewoond werd. Archeologische resten uit deze periode kunnen daarom ook in de veengebieden niet uitgesloten worden. Het archeologische restant van de gemeente Meppel uit de IJzertijd liggen in het noordwesten van de gemeente en bestaat uit hout of houtskool van een boomstamboot.

Deze vondst bevindt zich op verspoeld dekzand wat aantrekkelijk landschap kon zijn voor bewoning in de IJzertijd. In de gemeente Meppel zijn enkele vondsten gedaan uit de Romeinse tijd. Hierbij gaat het om imitatiemunten. De vondsten zijn te vinden in de kern van de stad en lijken in de buurt van een beekdal te hebben gelegen. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen. In de gemeente zijn niet veel vondsten bekend uit de Vroege-Middeleeuwen. Alle vondstlocaties bevinden zich in de stad. Vanaf de Late-Middeleeuwen werd het veengebied grootschalig ontgonnen. Deze ontginning begon vermoedelijk in de 11e of 12e eeuw. De naam Meppel wordt in 1141 al genoemd in historische bronnen, toen de stad alleen bestond uit enkele boerderijen. Door de turfafgravingen begon Meppel in de 15e eeuw te groeien doordat zij de doorvoerhaven vormde van alle gewonnen turf in NoordNederland. De turf werd verscheept via het Meppelerdiep, dat uitmondde op de Zuiderzee, naar Holland. In 1644 kreeg Meppel voor het eerst stadsrechten en de stad bleef steeds verder groeien wat goed te zien is op historische kaarten uit de 19e en 20e eeuw.35 Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel II.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Franse Kaarten36

1811-1813

Kadastrale minuut37

1811-1832

Militaire topografische kaart38 (nettekening)

1830-1850

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Grasland

Dichtstbijzijnde bebouwing was De Werkhorst, circa 300 m ten noorden van het plangebied

1:2.500

Hooiland

Idem, circa 120 m ten oosten is een doorgaande weg tussen Meppel en Zwolle aangelegd

1:50.000

Grasland

Watermolen 300 m ten noorden van plangebied

35

De Boer & Van der A, 2010. Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Overijssel. 37 Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Minuutplan Staphorst, sectie A, blad 01. 38 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel). 36

R 11260.002 versie 1

Pagina 9 van 15

Bron

Periode

Franse Kaarten36

1811-1813

Militaire topografische kaart (Bonnekaart)

1883

Militaire topografische kaarten (Bonnekaart)

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Grasland

Dichtstbijzijnde bebouwing was De Werkhorst, circa 300 m ten noorden van het plangebied

1:50.000

Idem

Idem

1893-1929

1:50.000

Idem

Bebouwing 100 m ten noordoosten van plangebied, houtzaagmolen 300 m ten noorden van plangebied

Militaire topografische kaarten (Bonnekaart)

1935-1942

1:50.000

Idem

Ook bebouwing 70 m ten zuidoosten van plangebied

Topografische kaarten

1955-1965

1:25.000

Idem

Diverse kleine gebouwtjes direct ten zuidwesten van plangebied

Topografische kaarten

1975-2015

1:25.000

Huidige bebouwing is gerealiseerd

De woonwijk Koedijkslanden is gerealiseerd en het gebied rondom het plangebied ligt binnen de bebouwde kom

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal was het plangebied vanaf het begin van de 19e eeuw in gebruik als grasland en was het gelegen in een uitgestrekt weidegebied (zie figuur 10). Het huidige schoolgebouw is in 1966 gebouwd en in dezelfde periode is de wijk Koedijkslanden aangelegd. Vanaf deze tijd lag het plangebied binnen de bebouwde kom van Meppel. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Het plangebied ligt niet binnen een 50 m attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als een MIP monument. Bouwhistorische gegevens Het bouwdossier van de gemeente gemeente is niet geraadpleegd omdat door de opdrachtgever bouwtekeningen van de bestaande bebouwing zijn aangeleverd. Uit deze gegevens blijkt dat het huidige gebouw in 1966 is gerealiseerd (zie bijlage 5). Onder dit gebouw bevindt zich een kruipruimte waarvan de bodem zich op 0,9 m NAP (circa 1,1 m onder vloerniveau) ligt. De onderkant van de funderingsstroken bevindt zich op -0,8 m NAP (2,8 m onder vloerniveau). Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 39 Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn.

Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 – 1994/ kaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 39

R 11260.002 versie 1

Indicatieve

kaart

Militair

Erfgoed/VEO

Bommen-

Pagina 10 van 15

2.8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel III.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum Mesolithicum

Middelhoog

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

In de top van de dekzandafzettingen

Neolithicum

Middelhoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

In de top van de dekzandafzettingen

Bronstijd – VroegeMiddeleeuwen

Laag

Losse vondsten van aardewerk, natuursteen, vuursteen, metaal, glas, bot en houtskool

In de top van de dekzandafzettingen of de eventueel hierboven gelegen veenlaag

Late-Middeleeuwen – Nieuwe tijd

Laag

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

In de top van de dekzandafzettingen of de eventueel hierboven gelegen veenlaag

Het plangebied is gelegen in een relatief laaggelegen dekzandgebied. Mogelijk was het gedurende de periode Paleolithicum – Mesolithicum voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers, maar vermoedelijk vormden de dekzandkopjes interessantere locaties. Een dergelijk kopje is tijdens booronderzoek ten zuiden van het plangebied aangetroffen. Het dekzand bevindt zich op basis van booronderzoeken direct ten westen en zuiden van het plangebied op een diepte van -0,1 tot -0,5 m NAP. Vanaf het Neolithicum vernatte het landschap en raakte het plangebied met veen bedekt. Vermoedelijk was in het Laat-Neolithicum het gehele plangebied bedekt met veen en was het niet aantrekkelijk voor bewoning. Voor de IJzertijd is voor andere delen van Nederland bekend dat ook wel op het veen gewoond werd. Hiervoor zijn echter binnen de gemeentes geen aanwijzingen. Bovendien zullen dergelijke resten vermoedelijk reeds (deels) verloren gegaan zijn tijdens de veenontginning en –winning gedurende de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Eventuele resten uit de periode Bronstijd – VroegeMiddeleeuwen zullen daarom alleen bestaan uit losse vondsten in verstoorde context. Vanaf de Late-Middeleeuwen werd het veengebied ontgonnen. Op basis van historische kaarten vanaf het begin van de 19e eeuw lag het plangebied in een omvangrijk weidegebied.

Hoewel geen gedetailleerde kaarten van voor deze periode beschikbaar zijn, is het de aanwezigheid van een erf uit de Late-Middeleeuwen of Nieuwe tijd niet waarschijnlijk. Dergelijke historische erven zijn meestal ook terug te zien in de percelering op vroeg-19e-eeuwse kaarten. Bovendien ligt het plangebied niet direct langs een doorgaande historische weg. Vermoedelijk is het plangebied vanaf de ontginning in gebruik geweest als weide- en hooiland. Eventuele archeologische resten uit de periode Paleolithicum – Neolithicum worden verwacht in de top van het dekzand. Eventuele resten uit latere perioden kunnen voorkomen in de top van het dekzand of in een eventuele omgewerkte veenlaag hierboven. Archeologische sporen worden binnen 50 cm in de top van het dekzand verwacht. Deze archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en bot zullen, indien gelegen onder de gemid-

R 11260.002 versie 1

Pagina 11 van 15

deld laagste grondwaterstand, mogelijk goed zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is bebouwd met een schoolgebouw. Op basis van bouwtekeningen is de bodem reeds verstoord tot minstens -0,8 m NAP. Vermoed wordt daarom dat eventuele vindplaatsen ter plaatse van het schoolgebouw reeds grotendeels verloren zijn gegaan, met uitzondering van de onderkant van diepere sporen.

R 11260.002 versie 1

Pagina 12 van 15

3

CONCLUSIE EN ADVIES

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Op basis van het bureauonderzoek kunnen in de top van het dekzand mogelijk resten voorkomen uit de periode Paleolithicum – Neolithicum. De top van het dekzand wordt binnen het plangebied op een diepte van -0,1 tot -0,5 m NAP verwacht. Uit bouwtekeningen van de huidige bebouwing blijkt dat de bodem ter plaatse van het schoolgebouw reeds tot minstens -0,8 m NAP verstoord is. Vermoed wordt daarom dat eventuele vindplaatsen ter plaatse van het schoolgebouw reeds grotendeels verloren zijn gegaan, met uitzondering van de onderkant van diepere sporen. Verwacht wordt daarom dat de kans klein is dat bij het verwijderen van de fundering van de huidige bebouwing behoudenswaardige archeologische resten verloren zullen gaan. Na de sloop van de bebouwing zal nieuwbouw plaatsvinden, waarbij de bodem tot maximaal 1 m –mv verstoord zal worden. Het huidige maaiveld bevindt zich op 1,6 à 2,0 m NAP, terwijl eventuele archeologische resten pas vanaf -0,1 m NAP worden verwacht. Bovendien overlapt de nieuwbouw grotendeels met de huidige bebouwing. Op basis hiervan zullen ook bij de nieuwbouw geen archeologische resten verstoord worden.

Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Hoewel verwacht wordt dat buiten de huidige bebouwing niet dieper dan 1 m –mv gegraven wordt, is bij diepe bodemingrepen in deze zone alsnog archeologisch onderzoek nodig. Over het algemeen wordt een bufferzone gehanteerd van 30 cm boven het archeologisch relevante niveau. 40 Op basis van het huidige bestemmingsplan geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen met een oppervlakte van meer dan 1.000 m 2. Op basis van deze gegevens wordt aanbevolen om in de zone buiten de huidige bebouwing bij graafwerkzaamheden dieper dan 0,2 m NAP en met een oppervlakte van meer dan 1.000 m 2 een vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek dient in eerste instantie te bestaan uit een verkennend booronderzoek. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 41).

40 41

Roorda & Stöver, 2016. Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

R 11260.002 versie 1

Pagina 13 van 15

LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Boer, A. de & S. van der A, 2010: Archeologische beleidskaart gemeente Meppel. Amersfoort (ADC Heritage rapport H 037). Dortland, J. & C. Broekhuizen, 2014: Verkennend bodemonderzoek Randweg 1 te Meppel. Steenwijk (Grondslag Project 22053). Groot, R.A.F., 2018: Randweg 1 te Meppel; resultaten nader bodemonderzoek t.p.v. R01. Steenwijk (Grondslag Project 22053). Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Kuijer, P.C. & H. Rosing, 1994: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Toelichting bij kaartblad 21 Oost Zwolle. Wageningen. Maas, G.J., S.P.J. van Delft & A.H. Heidema, 2017: Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (2017). Wageningen. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Roorda, I. & J. Stöver, 2016: Handreiking Archeologievriendelijk bouwen. Amersfoort (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). TNO, 2010: Geologische Overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. Vos, P. & S. de Vries, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Utrecht (Deltares).

Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

R 11260.002 versie 1

Pagina 14 van 15

BRONNEN AHN; internetsite, januari 2020. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, januari 2020. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, januari 2020 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland, internetsite, januari 2020. http://maps.bodemdata.nl/ Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Overijssel; internetsite, januari 2020. http://gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/cwk_discipline/v1 Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, januari 2020. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, januari 2020. http://www.dinoloket.nl/ Geoportaal Provincie Drenthe; internetsite, januari 2020. https://geotest.drenthe.nl/geoportaal/src/?topic=kernkwtotaal&lang=nl Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, januari 2020. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, januari 2020. http://www.topotijdreis.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, januari 2020. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, januari 2020. https://pdokviewer.pdok.nl Ruimingskaart; internetsite, januari 2020. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, januari 2020.

https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, januari 2020. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

R 11260.002 versie 1

Pagina 15 van 15

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland

Randweg 1 te Meppel. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied

R 11260.002 versie 1

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied

Randweg 1 te Meppel. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied

R 11260.002 versie 1

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied

Randweg 1 te Meppel. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied

R 11260.002 versie 1

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart 42

Randweg 1 te Meppel. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente gemeente Legenda Plangebied

42

De Boer & Van der A, 2010; legenda op volgende pagina.

R 11260.002 versie 1

Figuur 5. Weergave van de geplande nieuwbouw met huidige bebouwing in oranje

R 11260.002 versie 1

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart43

Randweg 1 te Meppel. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

43

Wageningen Environmental Research, 2017.

R 11260.002 versie 1

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 44

Randweg 1 te Meppel. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)

44

AHN

R 11260.002 versie 1

Figuur 8. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart45

Randweg 1 te Meppel. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart

45

Publieke Dienstverlening Op de Kaart.

R 11260.002 versie 1

Figuur 9. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied 46

Randweg 1 te Meppel. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied

46

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

R 11260.002 versie 1

Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten

Randweg 1 te Meppel. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Legenda Plangebied

R 11260.002 versie 1

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

R 11260.002 versie 1

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

1950

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

R 11260.002 versie 1

Bijlage 2

Onderzoeksmeldingen

Zaaknummer (OMnummer) 4632644100

Situering t.o.v. plangebied deels overlappend met plangebied

2357638100 (60295)

direct ten zuidwesten

2143432100 (20219)

90 meter ten zuidwesten

4008936100

250 meter ten noorden

2298476100 (42573)

270 meter ten zuidwesten

2205349100 (29674)

290 meter ten noordwesten

47

Nijdam, 2018. Bongers, 2014. 49 Marinelli & Spoelstra, 2006. 50 Hanemaaijer, 2016. 51 Bergmans & Dijk, 2010. 48

R 11260.002 versie 1

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Randweg naast 1, Meppel Uitvoerder: Bureau voor Archeologie Datum: 4-9-2018 Resultaat: Uit het onderzoek blijkt dat de oorspronkelijke veenlaag is afgegraven en dat vervolgens een ruim 2 m dikke kalkrijke zandlaag is opgebracht. De top van het dekzand is in twee boringen aangetroffen en in de top hiervan is een podzolbodem aanwezig. De top van het dekzand bevindt zich op -0,3 tot -0,5 m NAP. Vrijgave geadviseerd.47 Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Westerstouwe, Meppel Uitvoerder: De Steekproef Datum: 14-2-2014 Resultaat: Top dekzand ligt overwegend tussen -0,1 en -0,4 meter NAP, maar in de zuidoostelijke hoek heeft het dekzand aanzienlijk hoger gelegen. De top is sterk aangetast, waardoor de oorspronkelijke hoogte niet te stellen is, maar dit is naar verwachting minstens 0,5 m NAP. De top van het zand is in het overige deel van het plangebied redelijk bewaard gebleven en er is een zwak tot matig ontwikkelde podzolbodem aanwezig. Op het dekzand bevindt zich een zandige veenlaag met baksteenresten die een oude bouwvoor vormt. Hierop is een 1 tot 1,5 m dik zandpakket opgebracht. Er zijn geen indicatoren aangetroffen.

Vrijgave geadviseerd.48 Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Westerstouwe 16, Meppel Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 5-12-2006 Resultaat: Opgebrachte, puinhoudende laag tot gemiddeld 1,3 m –mv aangetroffen. Hieronder is in enkele boringen een laag veenhoudend zand (oud maaiveld) of een restant van een podzolbodem aangetroffen. In de meeste boringen rust de opgebrachte laag direct op de C-horizont (dekzand). Vrijgave geadviseerd.49 Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: De Werkhorst 30, Meppel Uitvoerder: Bureau voor Archeologie Datum: 25-6-2016 Resultaat: In het plangebied is een ophogingspakket van 100 tot 140 cm dik aanwezig. Geadviseerd is om niet dieper dan 1 m –mv te verstoren en indien dit niet mogelijk is een verkennend en eventueel karterend booronderzoek uit te voeren.50 Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Kastanjelaan 6, Staphorst Uitvoerder: De Steekproef Datum: 27-8-2010 Resultaat: Het plangebied ligt relatief laag in het dekzandlandschap en is daardoor vernat. De hogere delen zijn bij egalisatie afgeschoven, waardoor de bodem verstoord is. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.

Vrijgave geadviseerd.51 Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Rembrandtlaan, Meppel Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 3-7-2008 Resultaat: Voor het oostelijke deelgebied geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum en off-site resten uit het Neolithicum tot en met de VroegeMiddeleeuwen. Dit deel ligt naar verwachting in het beekdal van de Reest, het westelijke deel ligt op een dekzandvlakte, mogelijk met veen. De natuurlijke ondergrond is afgedekt met een 1,5 tot 2,0 m dik ophogingspakket. In verband met de middelhoge verwachting is geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te voeren voor dit oostelijke deelgebied. De gemeente Meppel heeft echter besloten dat een booronderzoek niet hoeft plaats te vinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=87e61457-0d81-4cf8-b7ab-eadd0f3e56a0