Structuurvisie 'Omgevingsprogramma Noord IV & bijlagen'
Tekst van het document
Ten behoeve van de RES hebben alle gemeenten onderzocht wat hun potentie is voor de opwek van elektriciteit door grootschalige zonne- en windenergie. Dit heeft geleid tot de gezamenlijke Drentse ambitie van 3,45 TWh. In de RES is aangegeven dat overheden zorgvuldig omgaan met het Drentse landschap en de ruimte. Zon-op-dak heeft daarom de voorkeur. Binnen de RES-regio zijn windenergie en zon-op-land ook nodig om de doelstelling te realiseren. De gemeente Meppel zoekt ruimte voor windturbines met een gezamenlijke productiecapaciteit van circa 0,1 TWh. Voor aanvullende zon-op-landprojecten zal Meppel voorlopig geen ruimte bieden (aldus de RES). De POV biedt overigens wel ruimte om binnen de gemeente Meppel maximaal 5 hectare zonnepark te realiseren. In de POV is bepaald dat een ruimtelijk plan alleen kan voorzien in de toepassing van windenergie indien uit het desbetreffende ruimtelijk plan blijkt dat dit gebeurt op een
wijze die passend is binnen het landschap. En waarbij onder meer de windturbine(s) op logische locaties komen waar het dynamische en technische karakter van de turbines aansluit bij verwante functies en, of in landschappen waar turbines minder waarneembaar of dominant zijn. Doel van de gemeente Meppel is om uiterlijk in 2030 0,1 TWh aan windenergie op te wekken en uiterlijk in 2050 energieneutraal te zijn. Dat betekent dat in 2050 100% van de energiebehoefte afkomstig is van hernieuwbare bronnen. 2.1.3 Water Het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) heeft tot doel om in 2015 het watersysteem op orde te hebben, en daarna op orde te houden, anticiperend op veranderende omstandigheden, zoals onder andere klimaatverandering, bodemdaling en toename van verhard oppervlak. Rondom de Oude Vaart zullen ingrepen nodig zijn om wateroverlast nu en in de toekomst te voorkomen. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) richt zich op de verbetering van de ecologische oppervlaktewaterkwaliteit. De ecologische toestand (in 2022) van de Oude Vaart is voor de onderdelen biologie en specifieke verontreinigende stoffen slecht en voor het onderdeel algemeen fysische chemie matig.
De chemische kwaliteit is voor ubiquitaire stoffen (persistente, bioaccumulerende en toxische stoffen) slecht en voldoet wat de niet-ubiquitaire stoffen betreft.10 Vanuit de KRW is het doel om deze kwaliteit te verbeteren en uiterlijk in 2027 een goede toestand te bereiken. Hiervoor zullen voor 2027 maatregelen moeten zijn getroffen die zorgen voor een goede toestand (resultaatverplichting). Deze maatregelen bestaan onder meer uit de aanleg van natuurvriendelijke oevers, de aanleg van vispassages, het afvlakken van piekafvoeren door aangepast peilbeheer en door inrichting (zoals bypasses, knijpstuwen en berging) en hermeanderen/verkleinen profiel. De Oude Vaart heeft een lengte van circa 33 km en hiervan is ongeveer 10% gelegen in het plangebied. Vanuit het document Klimaatbestendigheid regio Zwolle worden uitgangspunten meegegeven voor klimaatbestendige ontwikkeling, die te vertalen zijn naar Noord IV. Het gaat bijvoorbeeld om de volgende principes: niet te dicht op kades bouwen (zone van 100 meter vrijhouden); in beekdal verharding beperken tot een minimum; GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand) verhogen tot maaiveld (in plaats van 0.50 cm onder maaiveld); kades verplaatsen. In de participatie heeft het waterschap aangegeven dat zij vanuit de KRW een doelstelling heeft voor de realisatie van 13 kilometer natuurvriendelijke oever ter plaatse van de Oude vaart.
Omdat de Oude Vaart in het verleden is gekanaliseerd en hoger is gelegen dan de omgeving is de aanleg van natuurvriendelijke oevers niet eenvoudig. De Oude Vaart ligt ingesloten tussen twee smalle dijken. Als deze dijken worden omgevormd tot natuurvriendelijke oevers zal een groot deel van het gebied overstromen bij het huidige waterpeil op de Oude Vaart. Een peilverlaging op de Oude vaart is dan noodzakelijk. Vanwege de voorgestelde ontwikkelingen in het gebied zien het waterschap en de gemeente kansen om te onderzoeken in welke mate een bijdrage geleverd kan worden aan de KRW doelstelling in het plangebied. In het MER zijn dan ook de mogelijke effecten van een peilverlaging verkend. Het waterschap is voornemens om de concrete uitwerking van haar doelstelling in het najaar van 2023 op te pakken.
10 https://waterkwaliteitsportaal.overheidsbestanden.nl/factsheets/Factsheets%202022%20December/Oppervlaktewa-
ter/factsheet_OW_59_Waterschap_Drents_Overijsselse_Delta_2023-02-23.pdf
2.1.4 Landbouw Het plangebied is aangewezen als landbouwgebied. Volgens de POV voorzien ruimtelijke plannen voor deze gebieden niet in ontwikkelingen die een structureel negatief effect op het functioneren van de agrarische sector in het gebied hebben. Dit betekent dat landbouw in deze gebieden maximale speelruimte krijgt. Tegelijkertijd moet deze bepaling in redelijkheid gelezen worden. Bij elke ontwikkeling die een andere is dan landbouw kan een vorm van beperkend effect worden verondersteld. Het gaat hier om effecten die het huidige functioneren en de toekomstbestendigheid van landbouwbedrijven ter plaatse aantoonbaar aantasten. Verder is in de POV opgenomen dat nieuwvestiging van intensieve veehouderijen en het omschakelen van een grondgebonden agrarisch bedrijf maar een intensieve veehouderij niet is toegestaan.11 Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) is een beleidsprogramma onder de Nationale Omgevingsvisie. Het Rijk neemt in het NPLG de gebiedsgerichte opgaven en integrale maatregelen op voor natuur, stikstof, landbouw, water, bodem en klimaat. Het NPLG biedt kaders die de provincies gebruiken om de gebiedsprogramma’s op te stellen. In de gebiedsprogramma’s leggen provincies vast hoe ze de doelen gaan halen.
Op dit moment werkt de provincie Drenthe aan een eerste toetsbare versie van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG), dat uiterlijk 1 juli 2023 bij het Rijk moet worden ingeleverd. In het PPLG zijn de opgaven en doelen uit het Regionaal Waterprogramma, Stikstofreductie, Toekomstgerichte Landbouw, Natuur in ontwikkeling en Klimaat gebundeld. In dit programma staan een aantal hoofdkeuzes voor het landelijk gebied, bijvoorbeeld hoe de doelen voor natuur en stikstof, water, klimaat en bodem in een gebied ingevuld worden. Fase 1 (verkennen inhoud en opzet) is inmiddels afgerond en op dit moment is de provincie bezig met fase 2 (Uitwerken en opstellen). Het is nog niet duidelijk wat het programma voor de individuele boer precies gaat inhouden. Wel is duidelijk dat de opgaven in Drenthe als landbouw- en natuurprovincie groot zijn, met name in bijvoorbeeld beekdalen waar verschillende doelen samenkomen. Binnen het plangebied zijn meerdere melkveehouderijen gevestigd. De provincie Drenthe heeft samen met de landbouwsector en belangenorganisaties het programma ‘Duurzame Melkveehouderij’ gemaakt voor het stimuleren en versterken van een toekomstgerichte landbouw.
De gezamenlijke ambitie van deze partners is dat er in 2025 in Drenthe zoveel als mogelijk, sprake is van gesloten kringlopen van stikstof, fosfaat en organische stof op gebieds- en bedrijfsniveau en Drentse melkveebedrijven in 2025 tot de top behoren in duurzame grondgebonden melkveehouderij en zijn gericht op een duurzame productie. Het programma ‘Duurzame Melkveehouderij’ heeft een vervolg gekregen met het initiatief Duurzaam Boeren Drenthe. Hierin zijn duurzaamheidsdoelen op het gebied van water, bodem, klimaat en stikstof opgenomen (uitgedrukt in 11 kritische prestatie indicatoren). In het Regionaal Waterprogramma Drenthe 2022-2027 is opgenomen dat de waterhuishouding in gebieden met een landbouwfunctie, binnen de mogelijkheden van het watersysteem, is afgestemd op de landbouw. Hierbij wordt de grondwatervoorraad zoveel mogelijk vergroot door ondiep af te wateren. De provincie stimuleert maatregelen voor het vasthouden van water en efficiënter watergebruik op landbouwbedrijven met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer.
2.2 Randvoorwaarden en wensen Uit de beleidsanalyse, participatie en inventarisatie van de huidige situatie is een randvoorwaardenkaart opgesteld, waarin bepalende ruimtelijke aspecten zijn aangegeven waarmee rekening gehouden moet worden voor toekomstige ontwikkelingen, zie Figuur
11 Dit geldt niet voor agrarische bedrijven waar door toepassing van de neventakbepaling, planologisch gezien de intensieve veehouderij
niet meer als neventak kan worden beschouwd. Peildatum voor deze bepaling ligt op 20 augustus 2014.
2.1. Ook zijn koppelkansen benoemd, die waar mogelijk in de plannen opgenomen kunnen worden, zie Figuur 2.2.
Figuur 2-1 Randvoorwaardenkaart
Figuur 2-2 Koppelkansenkaart
2.3 Doelstellingen Omgevingsprogramma Noord IV Op basis van de opgaven uit paragraaf 1.4 en de uitwerking van het beleid in paragraaf 2.1, kunnen de concrete doelstellingen voor het Omgevingsprogramma Noord IV als volgt worden geformuleerd: bijdragen aan de vraag naar nieuwe bedrijvigheid vanuit de markt en het toevoegen van werkgelegenheid: totale vraag 10 à 34,6 hectare droog bedrijventerrein tot 2040; bijdragen aan de uitvoering van de Regionale energiestrategie (RES) door bij te dragen aan de totale opgave voor Meppel van 0,1 TWh; de kansen benutten om met de ontwikkeling meerwaarde te creëren voor o biodiversiteit, o water (waterkwaliteit en waterberging), o duurzame landbouw o ruimtelijke kwaliteit een goede overgang tussen stad en land en een goede (ruimtelijke en functionele) verbinding met Meppel. Een nieuwe dagrecreatieve locatie realiseren voor Drenthe. Bijdragen aan gemeentelijke doelstellingen (zie Bijlage 2): o Energieneutraal in 2050; o Circulaire economie.
3 Referentiesituatie 3.1 Inleiding In het MER worden de effecten van de scenario’s vergeleken met de situatie zonder dat het project uitgevoerd is. Deze situatie vormt het vertrekpunt voor de beoordeling van de gevolgen van de alternatieven of scenario’s. Deze situatie is in veel gevallen gelijk aan de situatie zoals deze nu aanwezig is (de huidige situatie). Vergelijken met de huidige situatie geeft echter niet het hele beeld weer, er kunnen veranderingen in het gebied zijn die al in gang zijn gezet of op binnenkort worden uitgevoerd. Die hebben niets met het uitvoeren van het huidige project te maken, maar veranderen wel hoe de situatie er in de toekomst uit gaat zien. Daarom worden de scenario’s vergeleken met een zogeheten referentiesituatie. Deze referentiesituatie geeft weer hoe de wereld er in de toekomst uit ziet zonder dat het project wordt gerealiseerd. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie én de autonome ontwikkeling. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich voordoen als het planvoornemen niet wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld gevolgen van vastgesteld beleid, trends en projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden.
3.2 Huidige situatie Ligging Het plangebied Noord IV heeft een oppervlakte van circa 375 hectare en ligt tussen de N371 (tussen Meppel en Havelte), de gemeentegrens (overzijde Arendsweg) aan de noordzijde, de gemeentegrens (ter plaatse van de Oude Leisloot) aan de oostzijde en de berm van (de afrit van) de rijksweg A32 de zuidzijde, zie Figuur 1-1. Dwars door het gebied stroomt de beek de Oude Vaart en op de grens aan de westzijde stroomt de Drentsche Hoofdvaart. Het plangebied wordt aan de west- en noordzijde begrensd door het grondgebied van de gemeente Westerveld (dorpen Veendijk en Havelte) en aan de oostzijde voor een groot deel door de gemeente De Wolden (dorp Ruinerwold en buurtschap Haakswold). In Figuur 3-1 zijn de plangrenzen aangegeven.
Figuur 3-1 Plangrenzen en bestemmingen conform huidig bestemmingsplan Buitengebied
Ontsluiting Het plangebied wordt direct ontsloten door een tweetal erftoegangswegen. In het zuiden van het plangebied takt deze erftoegangsweg aan op de rotonde van de Rijksweg N371. Via deze rotonde is de A32 bereikbaar in zuidelijke richting. Ontsluiting richting de A32 in noordelijke richting verloopt via de Pijlebrug over de Drentsche Hoofdvaart. Aan de westzijde loopt de erftoegangsweg parallel aan de provinciale weg N371. Het plangebied kent daarnaast nog enkele verharde en onverharde erftoegangswegen met een lage verkeersintensiteit. Huidige gebruik Het plangebied is hoofdzakelijk agrarisch in gebruik. Er zijn 9 agrarische bedrijf actief, aanwezig of actief geweest in het plangebied. Hiervan zijn 3 bedrijven niet meer actief als agrarisch bedrijf (Rijksomweg 1, Zegelhorstweg 4 en Nijentapperweg 1), maar één hiervan heeft nog wel een geldende vergunning en één houdt nog hobbyvee. Van de zes