CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2026-2029

3 - RAADSCOMMISSIE ALGEMEEN 26 juni 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Perspectiefnota 2026-202910.942 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Perspectiefnota 2026 2029

2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ......................................................................................................................................3 Voorwoord .............................................................................................................................................3 Kiezen voor de Toekomst .....................................................................................................................5 Financiën op hoofdlijnen ....................................................................................................................18 Beleidsontwikkelingen ........................................................................................................................27 Thema Samenleving .........................................................................................................................27 Programma 1: Bewegen en Welzijn ..............................................................................................28 Programma 2: Participatie, zorg en minima ..................................................................................28 Programma 3: Onderwijs, cultuur en media ..................................................................................29 Thema Leefomgeving, ruimte en economie

......................................................................................29 Programma 4: Leefomgeving ........................................................................................................31 Programma 5: Ruimtelijke ontwikkeling.........................................................................................32 Programma 6: Economische ontwikkeling.....................................................................................32 Thema Bestuur, dienstverlening en veiligheid ...................................................................................33 Programma 7: Bestuur, dienstverlening en veiligheid ...................................................................34 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................................34 Overhead ...........................................................................................................................................35

Voorwoord Voorwoord In deze laatste perspectiefnota van deze bestuursperiode zetten wij lijnen uit om Meppel gereed te maken voor de toekomst. We schetsen een perspectief voor een zich ontwikkelende gemeente en gemeenschap, die in staat zijn in te spelen op de uitdagingen die zich aandienen. De afgelopen jaren heeft Meppel zich sterk ontwikkeld. We zijn kampioen woningbouw in Drenthe. We hebben veel geld binnengehaald voor woningbouw, spoor, wegen en fietspaden. We hebben concrete slagen gemaakt in duurzaamheid via de warmteplannen per wijk. We hebben een breed scala aan visies ontwikkeld -van Omgevingsvisie tot een visie op maatschappelijke accommodaties en op de sociale basis. Investeringen

3

Op dat fundament bouwen we een pakket investeringen en maatregelen, die Meppel sterker maken. Zo krijgen onze voorzieningen de komende jaren een flinke impuls met de bouw van de school in Nieuwveense Landen, de vernieuwing van de Reestoeverschool, de vernieuwbouw van schouwburg Ogterop en enkele investeringen in de sport. Ook gaat veel geld naar de nieuwe noordelijke stadsentree en Noordpoort. De investeringen moeten ook leiden tot een betere balans tussen onze ambities en onze middelen. Investeringen in structurele verbeteringen zijn nodig om op termijn voldoende geld te hebben voor onze taken én het benodigde personeel te kunnen binden in een arbeidsmarkt, die krapper wordt. Nu we er financieel beter voorstaan, stellen we voor om te investeren in preventie en kwaliteit, zodat we op termijn de noodzakelijke besparingen kunnen realiseren. Noodklok en verbeteringen Enkele jaren terug was er alle aanleiding om de noodklok te luiden over de beschikbaarheid van voldoende middelen om onze taken goed te blijven doen. Financieel was een ravijn in aantocht, terwijl onze spaarpot (algemene reserve) mager gevuld was. We zagen noodzakelijke investeringen op ons afkomen in voorzieningen als de schouwburg en het zwembad waar we niet voor hadden gespaard.

Daarom is toen gestart met achtereenvolgens het Financieel actieplan, Zero Based Budgetting (ZBB), het programma Balans Ambities en Middelen (BAM) en de takendiscussie (onder de naam Kiezen voor de Toekomst). Ook zijn de vervangingsinvesteringen op een rij gezet. Dit heeft het nodige opgeleverd. In de eerste plaats inzicht in wat er achter de cijfers zit. Daarnaast een betere reservepositie. Die reservepositie is verder verbeterd door incidentele meevallers in achtereenvolgende jaren. Ook is het Rijk over de brug gekomen om de ergste pijn van het financiële ravijn en de structurele tekorten op de jeugdzorg voor de eerste jaren te verlichten. Gevolg is dat we nu een goed gevulde spaarpot hebben en dat het financiële ravijn min of meer is opgeschoven naar 2028. Hierdoor hebben we tijd om op dit (minder diepe) ravijn in te spelen. Wat niet veranderd is, zijn de krappe arbeidsmarkt en de uitdagingen rond voorzieningen en de jeugdzorg. Inhoudelijk is (of wordt binnenkort) een stevige basis gelegd in de verschillende domeinen met onder meer de Omgevingsvisie; het Strategisch Huisvestingsplan Maatschappelijke Accommodaties (SHMA) met verbindingen naar onderwijs en sport en de visie op de sociale basis.

Deze basis en dit inzicht willen we verder versterken door een combinatie van: - Investeringen om Meppel sterker en meer toekomstbestendig te maken, gericht op groei overeenkomstig de Omgevingsvisie; - Investeringen in preventie om te voorkomen dat situaties verslechteren en daardoor de kosten in zorg en ondersteuning, maar ook van onvoldoende onderhouden bruggen, wegen, accommodaties, e.d. op termijn oplopen. Investeringen in de organisatie om op termijn te 4

besparen op personele inzet én concurrerend te zijn op de arbeidsmarkt van de toekomst; - Besparingen en structuurversterkingen hand in hand, waarbij het beperken van de negatieve impact op de samenleving leidend uitgangspunt is; - Sparen voor later: structureel middelen beschikbaar maken voor noodzakelijke vervangingen (gebaseerd op beheerplannen).

Kiezen voor de Toekomst Inleiding Deze perspectiefnota staat in het teken van keuzes maken voor de toekomst. Alleen dan kunnen we een duurzame balans tussen onze ambities en middelen bereiken. Onder de noemer “Kiezen voor de Toekomst” is vorig jaar besloten twee trajecten op te starten. Een takendiscussie om te bepalen op welke onderwerpen de gemeente wel of niet een rol heeft. En het stevig doorlichten van onze begroting: Zero Based Budgetting (ZBB). Kiezen voor de Toekomst is meer dan nagaan wat we niet meer doen. Het gaat ook om positieve keuzes over welke investeringen we willen doen en welke prioriteiten we daarin stellen. Het gaat er uiteindelijk om keuzes te maken die Meppel sterker, aantrekkelijker en wendbaarder voor de toekomst maken. Wisselende vooruitzichten Sinds die besluiten uit 2024 hebben zich vele ontwikkelingen voorgedaan, die van invloed zijn op de situatie in Meppel. Internationale en nationale ontwikkelingen hebben de voorspelbaarheid van wat ons te wachten staat bepaald niet vergroot. Onzekerheid over bijvoorbeeld inflatie, energieprijzen en regelgeving van hogere overheden vergroten de noodzaak om wendbaar te zijn en rekening te houden met risico’s. Daarnaast zijn er ook positieve ontwikkelingen. Onze reserves zijn enorm toegenomen in de afgelopen jaren, deels door ons eigen beleid en deels door incidentele meevallers.

Financieel worden met de Voorjaarsnota van het kabinet het ‘ravijnjaar 2026’ en de tekorten in de jeugdzorg deels gedempt. Financiële tussenstand De schets van de financiële situatie starten we met de eindstanden van de programmabegroting 2025-2028 waarin vanaf 2026 sprake is van een tekort. Na verwerking van de financiële uitgangspunten, de laatste informatie over het gemeentefonds en alle

5

aanvragen om de raming voor 2026-2029 financieel bij te stellen, komen we in deze perspectiefnota tot de volgende voorlopige eindstand:

Omschrijving (bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Voorlopige eindstand perspectiefnota 2026-2029

4.701

2.339

-1.919

-2.680

(plus = voordeel)

Het Rijk heeft extra middelen toegekend -deels tijdelijk, namelijk voor de jaren tot en met 2027. Daardoor vallen de jaren 2026 en 2027 positief uit. De eerste twee jaren sluit deze perspectiefnota met een overschot van respectievelijk € 4,7 miljoen en € 2,3 miljoen. Vanaf 2028 hebben we te maken met een geraamd tekort, mede door de korting die gepaard gaat met de Hervormingsagenda Jeugd. Dan slaat het saldo om naar een tekort van € 1,9 miljoen in 2028 en € 2,7 miljoen in 2029. Dit geheel maakt dat het ravijn opschuift naar 2028 en we dus meer tijd hebben om ons aan deze situatie aan te passen. Tegelijk blijft krapte op de arbeidsmarkt heersen en blijft het zaak om ook daarop in te spelen; doordat te voorzien is dat een flink aantal medewerkers met pensioen gaat, zijn daar goede mogelijkheden voor. Financieel uitgangspunt Wij hanteren het uitgangspunt van een sluitend evenwicht voor alle vier jaren. Hoe we dat realiseren staat hieronder in paragraaf 'Integraal voorstel”' Daarin staan (richtinggevende) bedragen genoemd die nodig zijn voor een meerjarige voorinvestering. Deze investeringen moeten uiteindelijk leiden tot besparingen voor de lange termijn. In de voorlopige eindstand zoals hierboven aangegeven zijn deze bedragen niet inbegrepen.

In het hoofdstuk "Financiën op hoofdlijnen" wordt vervolgens getoond wat het effect is van het integrale voorstel op de financiële eindstand. Daar kunt u constateren dat het uitgangspunt van evenwicht in elk jaar bij benadering gehaald wordt. Integraal voorstel Tegen deze achtergrond doen wij uw raad een integraal voorstel, dat zo goed mogelijk aansluit bij de richtingen die in uw raad zijn gegeven en bij de vertrekpunten voor afweging, die eerder zijn vastgesteld. We houden koers, ook al varen we een mistige toekomst tegemoet, die er financieel minder ongunstig uitziet dan een paar jaar geleden.

Richtingen gemeenteraad Duiding richtinggevende sessie Op 3 april 2025 heeft uw raad richtinggevende uitspraken gedaan over mogelijke besparingen. Dit gebeurde deels op het niveau van thema’s (clusters van producten uit de 6

begroting) en deels op het niveau van concrete maatregelen (besparingsopties). Dit alles is vastgelegd in het verslag van deze avond. Wij proberen met ons integrale voorstel in deze perspectiefnota zo goed mogelijk aan te sluiten bij deze richtingen. Het is lastig om die aansluiting te baseren op de rijkdom van het uitvoerige verslag. Daarom geven we hierbij onze duiding van een verkorte versie van uw richtingen. Wij hebben drie breed gedragen punten waargenomen: - Preventie is een belangrijke factor en prioriteit 1. - Op veiligheid moeten we niet beknibbelen. - Besparingen met de minste impact voor inwoners, bedrijven en instellingen hebben de voorkeur. En daarnaast enkele punten die bij meerdere fracties leven: - In grote lijnen dient het sociaal domein zo veel mogelijk te worden ontzien, maar zijn er wel mogelijkheden bij met name de Wmo. - In het fysieke domein zijn er vooral (maar niet uitsluitend) mogelijkheden bij beheer van de openbare ruimte en bij economie. Er is mogelijk enige ruimte voor het temporiseren van doelstellingen rond duurzaamheid. - De rol van de gemeente bij grote investeringen, zoals zwembad en mfa Nijeveen, kan worden beperkt tot wat voor een basisvoorziening noodzakelijk is. - Kansen op het vergroten van effectiviteit van dienstverlening moeten worden benut.

Wij realiseren ons dat sprake is van interpretatie en dat de exacte verwoording ongetwijfeld verschillend zal liggen voor elk van ons. We hopen hiermee de gevoelens van uw raad in enkele kernpunten te hebben geraakt en daarmee een gezamenlijk basis te hebben voor het beoordelen van de aansluiting van onze voorstellen aan uw richting. Later leggen we de verbinding met de uitgangspunten die we zien en het uiteindelijke integrale voorstel.

Uitgangspunten Het integrale voorstel baseren wij op de volgende uitgangspunten. Deze uitgangspunten volgen uit de richtinggevende uitspraken van uw raad, de eerder vastgestelde vertrekpunten voor afweging en de aard van deze perspectiefnota. Hieronder volgen de uitgangspunten en een nadere toelichting c.q. onderbouwing ervan. 1. Toekomstgericht en preventief a. Preventie: we besparen niet op zaken die ons later méér gaan kosten; integendeel, we investeren (nog meer dan nu) in preventieve maatregelen die later structurele besparingen opleveren. Dit uitgangspunt is door uw raad toegevoegd aan de vertrekpunten voor afweging en daarmee een belangrijk kader. Preventie is ook verschillende keren genoemd in de richtinggevende sessie op 3 april. 7

Daarnaast gaat de zegswijze ‘pennywise, poundfoolish’ hier op. Het is niet slim om te besparen op zaken, waarmee je voorkomt dat de kosten later veel hoger uitvallen. Het geldt in het sociaal domein, waar met preventieve maatregelen en voorzieningen wordt voorkomen dat problemen van mensen verergeren en daarmee de vraag naar (dure) zorg groeit. Dit geldt ook in de openbare ruimte, onze gebouwen, ofwel al onze kapitaalgoederen, waar goed onderhoud voorkomt dat later de kosten voor vroegtijdig vervangen veel hoger uitvallen. ”We zorgen goed voor wat we hebben!” b. Toekomstbestendig: we houden maximale ruimte voor de belangrijkste vraagstukken voor de toekomst; we blijven investeren om ons voorzieningenniveau kwalitatief op peil te houden en houden daarbij rekening met ons DNA. Eén van de vertrekpunten voor afweging, die uw raad in januari vaststelde, is toekomstgerichtheid. Dat wil zeggen of een taak bijdraagt aan de opgaven voor de toekomst. Onderwerpen als wonen en klimaat blijven de komende jaren, zo niet decennia, hoog op de agenda staan. Dat geldt ook voor enkele vraagstukken in het sociaal domein, zoals het streven naar kansengelijkheid en sociale samenhang. Gemeenten zullen aan deze onderwerpen veel aandacht moeten blijven besteden. Meppel beschikt over een groot aanbod aan voorzieningen.

Dat geldt niet alleen voor voorzieningen als scholen, winkels, ziekenhuis, buurthuizen en sportvoorzieningen, maar ook voor bruggen, wegen, groen en werkgelegenheid. We moeten zorgvuldig omgaan met de voorzieningen die we hebben en investeren in wat aansluit bij onze wettelijke taken (wat we moeten) en onze lokale doelstellingen (wat we willen). Aan de andere kant moeten we ervoor waken om de omvang (kwantiteit) van onze voorzieningen onnodig uit te breiden. Elke extra brug of accommodatie moet ook weer onderhouden worden en kost dus structureel geld. Bij die keuzes moeten we sober en doelmatig zijn. Een bijzonder toekomstaspect is het DNA van Meppel. De specifieke kenmerken van Meppel, door de eeuwen heen ontstaan en gegroeid, vertegenwoordigen een waarde die we niet moeten verloochenen. Bij ingrepen -zowel uitbreidingsinvesteringen als besparingenmoeten deze wezenskenmerken altijd een rol spelen. 2. Samenlevingsgericht (besparen met de minste maatschappelijke schade) a. Impact beperken: besparingen vinden we vooral waar de negatieve impact op de samenleving het geringst is. De impact op de samenleving is misschien wel de belangrijkste factor als we moeten bezuinigen. Daarom kiezen we in principe voor besparingen die de samenleving zo min mogelijk raken. Dit betekent dat bij het beoordelen van besparingen de implicaties voor de samenleving voorop zullen staan. 3.

Effectief en zakelijk a. Effectiever en efficiënter werken: we benutten alle mogelijkheden om meer te bereiken met minder middelen. In een snel veranderende arbeidsmarkt zal de gemeente op termijn het werk met minder 8

mensen moeten doen. Dat moet door ons werk effectiever en efficiënter in te richten. Het is bovendien beter voor onze inwoners en bedrijven en instellingen. Want als de gemeente effectiever werkt, is dat ook beter voor onze ‘klanten’. Dit klinkt eenvoudig maar is het allerminst. Voordat (werk)processen goed geautomatiseerd kunnen worden, moeten ze helder in beeld en beschreven worden. Voordat we afscheid kunnen nemen van duurder ingehuurd personeel, hebben we zelf mensen nodig die dat werk kunnen doen (dit zal overigens niet voor alle expertise mogelijk zijn). Voordat we regels kunnen schrappen, moeten we eerst weten welke regels we ook zonder kunnen. Het uitbesteden van taken aan derden, bijvoorbeeld rond de haven, in de bedrijfsvoering of belastingen kan heel interessant zijn, maar dan moeten we vooraf wel goed in beeld hebben wat we waarom doen. Als we goed personeel willen binden en boeien, dan moeten onze primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden geactualiseerd worden. Deze ontwikkeling vraagt om een investering op voorhand, die zichzelf terugbetaalt als we dit goed doen.

Op verschillende manieren kunnen we de effectiviteit van onze inspanningen vergroten: processen optimaliseren; meer gebruik maken van data en AI; digitale oplossingen en innovatiekracht benutten; een betere balans realiseren tussen wat we willen en wat we kunnen; meer verband leggen tussen doelen, resultaten en de inzet van middelen; meer strategische sturing; betere samenwerking; betere benutting van mogelijkheden voor cofinanciering. We investeren in onze organisatie en in medewerkers, zodat we betere kwaliteit kunnen leveren met uiteindelijk minder personeel (waar soms wel een hoger salaris voor moet worden betaald). b. Ambities beter plannen en sturen: we plannen onze ambities zo dat de realisatie ervan behapbaar is en we sturen daarop. In Meppel willen we eigenlijk alles en we willen het ook graag zo snel mogelijk realiseren. Dat tekent onze ambitie. Maar we lopen ook tegen de grenzen aan van wat we daadwerkelijk voor elkaar weten te krijgen. Waar mogelijk nemen we iets meer tijd. Hoe beter we de behapbaarheid van realisatie van onze ambities mee laten wegen in de planning ervan, hoe gelijkmatiger en dus effectiever we onze middelen (capaciteit en geld) kunnen inzetten. Hoe minder tijd en geld we verspillen door met te veel dingen tegelijk bezig te zijn, hoe beter we voor elkaar krijgen dat we onze planningen halen.

Per slot van rekening is één van de meest prominente aanbevelingen uit het ZBB-proces dat we meer verband moeten leggen tussen onze doelen, de resultaten die we in de samenleving willen bereiken en de inzet van onze middelen. Dat vraagt onder andere meer strategische sturing; betere monitoring en evaluatie; en versterken van eigenaarschap. Concreet betekent dit uitgangspunt dat we in de uitwerking kritisch onze totale portefeuille van investeringen tegen het licht houden en voorzien van een meerjarige uitvoeringsplanning. Na de zomer beginnen we met het opstellen hiervan. Daarop gaan we vervolgens sturen. c. Zakelijker optreden en inkomsten verhogen: door vaker en meer kosten door te berekenen aan onze ‘klanten’, leggen we een groter deel van de kosten daar waar ze horen 9

te liggen. Daar verstaan we het volgende onder: • We kijken kritisch welke kosten we bijvoorbeeld voor nieuwe aanleg aan de rioolheffing toerekenen en wat we in de grondexploitatie en dus grondprijs kunnen verwerken; • We maken consequenter duidelijke afspraken met bouwers en ontwikkelaars over de wederzijdse taken en verantwoordelijkheden. Dit doen we vooraf in anterieure overeenkomsten maar ook achteraf door partijen consequenter op de overeengekomen verantwoordelijkheden aan te spreken; • We gaan kritisch door onze leges- en belastingverordeningen heen. Zijn de tarieven nog realistisch? Kloppen de kosten die toegerekend worden nog? • We wachten de uitspraak van uw raad af omtrent de invoering van toeristenbelasting. 4. Rolhelderheid a. Minder op onze schouders nemen: we hoeven als gemeente niet overal verantwoordelijkheid voor te nemen. We hebben een flink aantal wettelijke taken en ook taken die voortvloeien uit ons eigen beleid. Maar lang niet alle maatschappelijke taken moeten verplicht door de gemeente worden uitgevoerd. Bepaalde niet-wettelijke taken kunnen misschien wel met meer resultaat door een aantal bevlogen inwoners of ondernemers worden opgepakt. Dat geldt mogelijk zelfs op individueel niveau: in de maatschappelijke ondersteuning is een beroep op eigen kracht helemaal niet gek.

Benutten van eigen kracht kan bij de inwoner het gevoel van autonomie versterken; voorwaarde daarbij is dat de gemeente haar basistaken en basisvoorzieningen goed voor elkaar heeft. Rolhelderheid speelt nadrukkelijk ook bij ons participatiebeleid en bij wijk- en dorpsgericht werken. Op beide terreinen moeten we ons expliciet verhouden tot de samenleving (onze inwoners, bedrijven, verenigingen en andere verbanden).

Integraal voorstel Stevige basis In deze perspectiefnota presenteren wij een integraal voorstel om op langere termijn een stevige en evenwichtige basis te creëren voor onze gemeente. Een basis die Meppel aantrekkelijk, leefbaar en veerkrachtig houdt voor onze inwoners, bedrijven, organisaties en verenigingen. Met dit integrale voorstel proberen we zoveel mogelijk aan te sluiten bij de gevoelens in uw raad, uitgesproken tijdens de opiniërende raadscommissie op 3 april 2025. Keuzes voor korte, middellange en lange termijn Het integrale voorstel geeft richting voor keuzes op de korte, middellange en lange termijn. Tegelijk beseffen wij dat deze keuzes nadere uitwerking behoeven, nader onderzoek soms 10

en overleg met betrokkenen over de concrete invulling. Dus is nadere besluitvorming nodig op een later moment, op zijn minst over mogelijke concrete bezuinigingen. Ons integrale voorstel richt zich op evenwicht in elk jaar van het meerjarenperspectief 20262029. Het omvat het volgende pakket van voorstellen: 1. Korte termijn. In 2026 en 2027 een begin te maken met structurele besparingen. In 2026 door met name lucht uit de begroting te persen door middel van het schrappen van posten die niet meer nodig zijn. In 2027 door besparingen te realiseren met zo min mogelijk nadelen voor de samenleving en die relatief eenvoudig te realiseren zijn; 2. Middellange termijn. Voorbereidingen te treffen voor besparingen en andere maatregelen, die per 2028 gerealiseerd moeten zijn; 3. Lange termijn. Onderzoeken te verrichten die in de eerste helft van 2026 tot concrete plannen van aanpak worden gebracht en in de jaren daarna tot uitvoering. Daarbij geldt dat zij voorinvesteringen vergen, die terugverdiend moeten worden door structurele opbrengsten op termijn; 4. Zwembad en reserves. Het principebesluit te nemen tot vernieuwing van het zwembad, waarbij het uitgangspunt is dat minimaal een instructiebad, gericht op zwemveiligheid, en ruimte voor sportverenigingen behouden blijft.

De kosten van eventuele aanvullende faciliteiten moeten in principe via andere financieringsbronnen worden terugverdiend (dus via een businesscase). Deze investering (deels) te bekostigen uit het "overschot" in de algemene reserves; 5. Vervangingsinvesteringen. Het bedrag dat structureel nodig is ter dekking van de noodzakelijke vervangingen (gebaseerd op beheerplannen) op te nemen in de meerjarenbegroting. Beheerplannen op te stellen voor zo ver dit nog niet is gebeurd en daarmee het totaalbedrag te berekenen. Deze voorstellen worden hieronder nader uitgewerkt en toegelicht. 1. Korte termijn. In 2026 en 2027 voorzien we geen tekort in onze begroting. Toch stellen we voor om besparingen te realiseren die relatief beperkte negatieve gevolgen hebben, in deze jaren door te voeren. Ten eerste houdt dat het urgentiebesef levend dat we een (toekomstig) financieel probleem hebben op te lossen. Ten tweede betaamt het een goed rentmeester om gemeenschapsmiddelen zo goed mogelijk in te zetten. Ten derde bevordert het zakelijk en spaarzaam gedrag bij betrokkenen. In 2026 gaat het om middelen, die niet meer nodig zijn. Zoals de bijdrage aan NICE (dat failliet is) of voor de ombudsvrouw (waar inmiddels diverse alternatieve voorzieningen voor zijn). Bij de begroting 2026 worden hiertoe concrete voorstellen gedaan. Deze zullen niet meer omvatten dan € 0,1 tot 0,2 miljoen.

In 2027 gaat het om besparingen op diverse terreinen, waarbij de maatschappelijke impact relatief beperkt is en die relatief eenvoudig zijn te realiseren. Na vaststelling van de perspectiefnota worden daartoe meerdere besparingsopties nader onder de lopen genomen, besproken met betrokkenen en geconcretiseerd. Uitkomsten worden bij de perspectiefnota 11

2027-2030 gepresenteerd en bij de begroting 2027 ter besluitvorming voorgelegd. Hierbij gaat het onder meer om concrete opties die in de richtinggevende sessie van 3 april zijn genoemd. We gaan hierbij uit van een totale besparing van € 0,5 tot 1,0 miljoen, die afhankelijk van de omvang en aard van de negatieve impact verdeeld wordt over alle domeinen: sociaal, fysiek, bedrijfsvoering. 2. Middellange termijn. In 2028 voorzien we een tekort. Voor dat jaar moeten dan ook voldoende maatregelen worden voorbereid. Daar hebben we de tijd voor. De voorbereidingen starten we dit jaar en ze lopen door in 2026. Regelmatig zal het voorkomen dat al in 2026 een besluit moet worden genomen om een besparing in 2028 te kunnen realiseren. Dat geldt bijvoorbeeld voor het afbouwen of stopzetten van subsidies, waarbij geldt dat dat een jaar van tevoren moet worden aangekondigd, zodat de ontvangende partij zich op de nieuwe situatie kan instellen. Hierbij gaat het niet alleen om besparingen, ook verhoging van inkomsten is in beeld als oplossing voor het tekort. De invulling en verdeling zien wij globaal als volgt: - Voor € 0,6 tot € 0,8 miljoen besparingen in het sociaal domein, waarbij deze vooral (maar niet uitsluitend) gevonden moeten worden via: a. aanscherpingen, meer inzetten op eigen kracht en bij en collectieve voorzieningen bij de Wmo; b.

omvormingen van enkele voorzieningen naar kinderopvang; c. bij sport, cultuur en onderwijs. Uitgangspunt is dat dit gaat om besparingen met relatief de minste negatieve impact voor inwoners. - Voor € 1,0 miljoen besparingen in het fysieke domein, waarbij deze vooral (maar niet uitsluitend) gevonden moeten worden in anders en vooral meer integraal werken. Dit doen we binnen onze eigen opgaven, in de openbare ruimte, waar goed beheer nu zorgt voor beperking van de vervangingsinvesteringen in de toekomst, op gebied van duurzaamheid en rond gebiedsontwikkelingen voor wonen en werken. Maar zeker ook met onze partners, zoals woningcorporaties, georganiseerd bedrijfsleven en energiebedrijven. Samen hebben we grote opgaven voor de boeg. Door die gebiedsgericht en integraal aan te pakken besparen we op de totale (maatschappelijke) kosten. Gelijktijdig verhoogt dit de kans op cofinanciering van onze opgaven door andere overheden. Dit gaat ook gepaard met een zakelijker houding, niet alleen voor onze eigen opgaven, maar ook voor initiatieven uit de samenleving. Wij gaan per onderwerp aan de voorkant bewuster onze rol en taak kiezen. Daarnaast gaan we kosten die de gemeente maakt veel consequenter in rekening brengen bij de initiatiefnemers.

Dit werkt ook door naar onze ketenpartners in de gemeenschappelijke regelingen als de Omgevingsdienst Drenthe en Veiligheidsregio Drenthe, waar we met de andere deelnemers kostenbesparingen willen doorvoeren. - Voor € 1,0 miljoen aan besparingen in de bedrijfsvoering, waarbij deze vooral (maar niet uitsluitend) gevonden worden als eerste resultaat van de voorinvestering in de kwaliteit van de organisatie (zie bij Lange termijn, onderzoek 3). Ook hier geldt als uitgangspunt dat deze besparing niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de dienstverlening aan onze inwoners en bedrijven.

12

- Inkomstenverhoging: € 1,0 miljoen (mogelijk oplopend naar € 2,0 miljoen, afhankelijk van de dan geldende omstandigheden). Op het geheel van de verdelingen wordt aan het einde van deze paragraaf ingegaan. 3. Lange termijn. Voor de lange termijn stellen wij voor om een drietal onderzoeken uit te voeren, die op termijn tot minder uitgaven leiden. Deze onderzoeken zijn: 1. Preventie in het sociaal domein; investeren in de sociale basis; Het sociaal domein draait in de basis rond drie grote wettelijke taken, namelijk: Jeugd, Wmo en Participatie. Dit zijn taken die veel geld kosten. Voor deze drie wetten gaat het om zo’n € 36 miljoen aan zorgkosten per jaar. Die kosten kunnen we nauwelijks beïnvloeden. Daarom wordt in het sociaal domein vooral ingezet op preventie en collectieve oplossingen: goede preventieve voorzieningen zorgen ervoor dat inwoners minder (vaak) gebruik hoeven te maken van de duurdere, formele zorg. Preventie in het sociaal domein is gericht op het voorkomen van problemen of, als ze zich al voordoen, ze te verkleinen of leefbaar te maken. Dit heeft als doel dat mensen zich gezonder voelen, zelfredzamer worden en veerkrachtiger zijn om mee te kunnen doen in de samenleving. Goed preventiebeleid draagt bij aan het verkleinen van gezondheidsverschillen en het beheersen van de zorgkosten. Het versterken van de sociale basis speelt hierin een centrale rol.

Daarnaast kunnen gerichte preventieve voorzieningen ingezet worden en is het bij sommige onderwerpen mogelijk om collectieve of lichtere voorzieningen te realiseren. Dit vergemakkelijkt de beweging naar inzet aan de voorkant. 2. Wijk- en dorpsgericht werken als vliegwiel voor samenwerking; Wijk- en dorpsgericht werken vervult vanouds een verbindende rol tussen inwoners in een wijk, buurt of dorp en de gemeente en haar afdelingen en medewerkers. Vaak zien we dat die verbindende rol leidt tot beter onderling begrip en uiteindelijk tot betere oplossingen. Door die verbeteringen worden op termijn meer resultaten geboekt: verbeteringen die passen bij wat de wijk nodig heeft en Het doel van dit onderzoek is inzicht krijgen in de werking van wijk- en dorpsgericht werken als vliegwiel, inclusief de cruciale rollen, benodigde kwaliteiten, betrokken domeinen en de verhoudingen tussen partijen. Daarnaast wordt onderzocht hoe investeringen, keuzes in beleid en samenwerking bijdragen aan efficiëntie en kostenbesparing, zonder dat dit ten koste gaat van de maatschappelijke impact. 3. Investeren in de toekomst van de gemeentelijke organisatie; hier ligt een link met de lessen uit ZBB en de managementletter . De organisatie krijgt de komende jaren in de volle breedte te maken met een aantal grote opgaven op het vlak van bedrijfsvoering.

Vanaf 2028 en verder is sprake van het financiële ravijn waarbij de inkomsten vanuit het Rijk teruglopen en niet genoeg zijn om kosten te dekken. Rond 2030 wordt daar bovenop een ‘personeelsravijn’ voorzien, waarbij verwacht wordt dat tot 30% van alle vacatures niet meer ingevuld kan worden. Daarnaast zal de 13

organisatie, gedwongen door (nieuwe) wetgeving en een vergaande digitalisering in de maatschappij, ook zelf een (digitale) transformatie moeten doorlopen om de burgers en bedrijven van Meppel van kwalitatief goede producten en diensten te kunnen blijven voorzien. Om deze drie ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden zal de organisatie moeten investeren in een efficiënte en effectieve ambtelijke organisatie die flexibel en wendbaar kan opereren. Een organisatie die ondersteund wordt door betere systemen en technologische oplossingen zoals verregaande procesoptimalisatie en -automatisering, inzet van 'slimme' technologie en AI, goede interne beheersing in de lijn, de benodigde sturingsprocessen, etc. Een organisatie die daarmee in staat is om ondanks de vacatures en mét de medewerkers ten minste een gelijke kwalitatieve en kwantitatieve dienstverlening te kunnen leveren. Kort samengevat is onze inzet: effectiever werken, optimaliseren en een moderne organisatie. Het onderzoek richt zich op concretisering van deze inzet in kwantitatieve en kwalitatieve beoogde resultaten aan het einde van de programmaperiode. Onderzoeksopdrachten Deze drie onderzoeken zijn uitgewerkt in concrete onderzoeksopdrachten, die als bijlage zijn bijgevoegd. Het komende jaar staat in het teken van het doen van onderzoek.

De resultaten, inclusief een plan van aanpak voor de realisatie, worden gepresenteerd bij de (informatieve) perspectiefnota 2027-2030. Na besluitvorming hierover bij de begroting 2027 wordt overgegaan tot uitvoering van wat is onderzocht. Dit heeft een doorlooptijd tot tenminste 2029. De onderzoeken vergen een meerjarige voorinvestering en leiden elk tot besparingen op termijn. De bedragen die hierbij geraamd worden, zijn voor het eerste jaar hard en daarna richtinggevend. Ze worden bij de volgende perspectiefnota van meer hardheid en onderbouwing voorzien. De voorgaande adviezen worden in de tabel hieronder voorzien van ramingen. Deze cijfers moeten met de nodige slagen om de arm worden benaderd. Het zijn ramingen, die voor het eerste jaar betrouwbaarder zijn dan voor de latere jaren. Voor de latere jaren worden ze in de loop der tijd steviger onderbouwd. Overigens geldt dat ook andere cijfers, zoals inkomsten, minder betrouwbaar zijn hoe verder ze in de tijd geplaatst zijn. Zo is de VNG vlak voor het opmaken van deze perspectiefnota gekomen met een begrotingsadvies. Daarin wordt aangegeven dat men er vanuit gaat dat het kabinet in 2027 nog met middelen naar de gemeente komt bestemd voor de jaren 2028 en 2029. Dit als uitvloeisel van de adviezen van de commissie Van Ark over de tekorten in de jeugdhulp. Dit advies nemen wij nu nog niet mee, maar wel bij de begroting 2026.

De genoemde bedragen in onderstaande tabel betreffen voorgenomen besparingen en geraamde voorinvesteringen . De besparingen voor de korte en middellange termijn (de jaren 2026, 2027 en 2028) zijn ingedeeld naar technische besparingen en voor het overige verdeeld over de drie domeinen: sociaal, fysiek en bedrijfsvoering. Daarnaast zijn de drie 14

onderzoeken opgenomen met hun voorinvesteringen en de beoogde besparing op de lange termijn. Tenslotte is enige ruimte opgenomen voor nieuw beleid in de volgende periode en is uitgegaan van verhoging van inkomsten, nodig om het tekort op te lossen. Daarbij kan worden gesteld dat een goed voorzieningenniveau gepaard mag gaan met een navenant niveau van lokale belastingen en heffingen. Tussentijdse conclusie In de eerste jaren investeren we. Dat is mogelijk, omdat de begroting in deze jaren sluit met een positief saldo. Zie de voorlopige eindstanden aan het begin van dit hoofdstuk. In de latere jaren (vanaf 2028) hebben we te maken met een tekort, dat grotendeels wordt teniet gedaan door de besparingen die we in deze jaren voorzien te realiseren.

Omschrijving (bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

2030 e.v.

incidenteel

incidenteel

incidenteel

incidenteel

structureel

200

Korte termijn

Technisch

200

200

200

200

Middellange termijn

Sociaal

200

600

800

800

Fysiek

200

1.000

1.000

1.000

Bedrijfsvoering Lange termijn

200

1.000

Zie O3

Zie O3

O1. Preventie

-500

-700

-600

200

400

O2. WDW als vliegwiel

-200

-200

-200

300

300

-1.700

-1.600

-1.700

-1.800

O3. Effectiviteit Onderzoeken

1.500

2.500

Nieuw beleid

-500

-1.000

-1.000

Inkomstenverhoging

1.000

2.000

2.000

800

3.200

6.200

Totaal (netto)

-2.200

-1.700

(plus = voordeel)

4. Zwembad en reserves. Onze reservepositie is de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd, vooral als gevolg van incidentele meevallers. Wij menen dat het verantwoord is om een deel van de algemene reserves aan te wenden voor het dekken van (een deel van) de investering in het zwembad. Daarbij gaan wij ervan uit dat de gemeentelijke bijdrage de realisatie van een basiszwembad behelst. Eventuele uitbreidingen met bijvoorbeeld een subtropisch bad zullen moeten worden bekostigd met andere financieringsbronnen (op basis van een businesscase). Hiermee nemen wij overigens een voorschot op het op termijn loslaten van het gebruik om te werken met het financiële plafond voor investeringen. Dit betekent niet dat we ongelimiteerd kunnen gaan investeren, maar wel dat een plafond niet keihard is, maar indicatief. Het vraagt er dus wel om behoedzaam te blijven met investeren. Wij menen dat dit te verantwoorden is 15

in relatie tot twee verwante zaken: a. het realiseren van een vast bedrag voor vervangingsinvesteringen en een compleet stelsel van beheerplannen, inclusief een proces van actueel houden hiervan (voorstel 5, hieronder); b. het realiseren van een meerjarige planning en doorkijk van investeringen. 5. Vervangingsinvesteringen. De afgelopen periode is het gros van de vervangingsinvesteringen in beeld gebracht. Dit gaat van vuilniswagens tot bruggen en van scholen tot lantaarnpalen. De huidige inventarisatie leidt tot een berekend benodigd bedrag van ongeveer € 5 miljoen per jaar. Dit bedrag kan nog hoger worden als alle beheerplannen zijn opgesteld en doorgerekend naar een structureel bedrag. Voordeel van deze werkwijze is tweeërlei: ten eerste hebben we structureel geld beschikbaar voor noodzakelijke vervangingen; ten tweede zijn we bij de perspectiefnota af van de oneigenlijke afweging tussen nieuwe wensen en reguliere vervangingen. Overigens blijft gelden dat een vervanging pas gebeurt als deze na inspectie daadwerkelijk noodzakelijk is (en niet per se standaard als de afschrijvingstermijn is afgelopen).

Argumentatie en verbindingen Op basis van welke argumentatie worden de voorstellen gedaan om de tekorten te dichten? Uiteindelijk realiseren we ons dat gemakkelijke oplossingen niet bestaan en dat vrijwel elke bezuiniging en vrijwel elke lastenverhoging onaantrekkelijk is en nadelen heeft. In het sociaal domein raakt het meestal direct de inwoners, terwijl in het fysieke domein dat effect voor inwoners en bedrijven er ook is, maar vaker indirect: bruggen en accommodaties worden per slot van rekening gebruikt door inwoners, bedrijven en anderen. Voor het sociaal domein geldt dat bezuinigingen vaak ten koste gaan van mensen die niet gemakkelijk een alternatief hebben. Uw raad heeft bovendien aangegeven dat dit domein zo veel mogelijk moet worden ontzien. Voor het fysieke domein geldt dat veel budgetten vast liggen in noodzakelijk onderhoud en in grondexploitaties. Voor de bedrijfsvoering geldt dat taken nu eenmaal voorbereid en uitgevoerd moeten worden; één efficiencyslag is te doen, maar daaraan zit een grens. Met deze factoren hebben we getracht zo veel mogelijk rekening te houden. Om die reden hebben we de pijn voor de middellange termijn verdeeld naar de mate van negatieve impact op de samenleving. Die impact is er in elk domein, maar niet op dezelfde manier. Waar de pijn van besparingsmaatregelen groter is, kiezen we voor inkomstenverhoging.

Dat is ook pijnlijk, maar de pijn komt minder terecht bij mensen die het minder goed kunnen dragen. Wellicht de belangrijkste overweging is dat we stevig inzetten op preventie. Door aan de voorkant te investeren, kunnen we verbeteringen doorvoeren, die op termijn besparingen opleveren. Dit mes snijdt aan twee kanten: je werkt concreet aan verbeteringen voor mensen en/of voor de stad (dat scheelt pijn) én je voorkomt hogere kosten op termijn. Eigenlijk kan preventie in elk domein worden toegepast. In de bijlagen treft u de opleggers aan die zijn opgesteld als brede context voor besparingen in het sociaal domein en in het fysieke domein. In beide is ruimschoots aandacht voor de mogelijkheden van preventieve 16

maatregelen. De grootste bijdrage menen we op termijn te kunnen behalen in de bedrijfsvoering. Daarmee voorkomen we nadelige effecten in de samenleving en verwachten we op termijn ook onze besparingsopgave te bereiken. De besparing op de bedrijfsvoering kan worden bereikt door een stevige investering in de gemeentelijke organisatie, gericht op procesoptimalisatie, digitalisering, zaakgericht werken, datagedreven werken en versterken van strategisch denken. Als we dit toepassen over de hele linie, verwachten we op termijn een stevige besparing te kunnen realiseren. We kunnen geen garantie geven dat het voorziene bedrag gehaald wordt, want in vier jaar tijd kan veel gebeuren. Onze volledige inzet zal er echter van begin af aan op gericht zijn. Dat is ook nodig, want ons tweede doel is dat we hiermee beogen te bereiken dat de organisatie beter in staat is het toenemende tekort aan arbeidskrachten in 2030 op te vangen.

Besluitvorming en vervolgproces Het integrale voorstel, dat wij u voorleggen, omvat (dus) vijf samenhangende voorstellen, die eerder zijn vermeld en toegelicht. Richting Deze voorstellen geven in samenhang de richting van de investeringen en besparingen, waarmee we structureel evenwicht brengen in onze taken, ambities en middelen. Op dit moment omvat deze richting nog geen voorstellen voor concrete besparingsmaatregelen van deze of gene (deel)taak. Wij willen dat zorgvuldig doen en met betrokkenen spreken over de wijze van invullen van een besparingsbedrag. Die tijd hebben we, want door de middelen uit de Voorjaarsnota van het Rijk zijn onze ramingen voor de jaren 2026 en 2027 inmiddels positief. Vervolg in drie hoofdprocessen Wij zien drie hoofdprocessen voor ons: voor de korte, middellange en lange termijn. Simpel gezegd zien die er als volgt uit: 

Voor de korte termijn (voorstel 1) doen we concrete voorstellen voor besluitvorming over 2026 bij de begroting 2026. Hetzelfde geldt voor de besluitvorming over 2027: bij de begroting 2027.

Voor de middellange termijn (voorstel 2) worden de ambtelijke voorbereidingen het komende jaar gedaan. De uitkomsten daarvan worden gepresenteerd in de (informatieve) perspectiefnota 2027-2030. Besluitvorming vindt in twee fasen plaats:

17

de eerste keuzes bij de begroting 2027 ; de tweede keuzes en besluiten bij de perspectiefnota 2028-2031 en de begroting 2028. 

Voor de lange termijn (voorstel 3) worden het komende jaar de onderzoeken verricht om te komen tot concrete en onderbouwde projectplannen, die bij de (informatieve) perspectiefnota 2027-2030 gepresenteerd worden. Ook worden al de eerste investeringen in preventie voorbereid en gepleegd. Bij de begroting 2027 komen deze projectplannen tot besluitvorming. De realisatie vindt voor meerdere jaren plaats, waarbij de resultaten zich in de loop der tijd in toenemende mate zullen voordoen.

In de tijd en meer uitgewerkt kent het proces de volgende stappen (na vaststelling van de perspectiefnota): - Zomer 2025: opstellen begroting 2026 en verwerking technische besparingen; - Najaar 2025: aanbieden en vaststellen begroting 2026; - Najaar 2025-voorjaar 2026: uitvoering onderzoeken en ambtelijke voorbereiding besparingen middellange termijn (2027-2028), inclusief eerste afstemming met betrokkenen; - Tweede kwartaal 2026: opstellen informatieve perspectiefnota 2027-2030 met uitkomsten vorige stap, inclusief aanbieding aan nieuwe raad en college; - Zomer-najaar 2026: inwerken nieuwe college en raad; - Zomer-najaar 2026: opstellen, aanbieden en vaststellen begroting 2027; - Najaar 2026: starten met uitvoering drie opdrachten langere termijn; - Najaar 2026: strategische verkenningen nieuwe college; - Najaar 2026-voorjaar 2027: concretisering besparingen 2028, inclusief afstemming met betrokkenen (over de wijze van invulling); - Voorjaar 2027: opstellen perspectiefnota 2028-2031; - Zomer-najaar 2027: opstellen, aanbieden en vaststellen begroting 2028, inclusief besparingen.

Financiën op hoofdlijnen Financiën In dit hoofdstuk worden de financiële vooruitzichten voor 2026-2029 gepresenteerd. Alle voorgestelde bijstellingen op de meerjarenbegroting worden hier uiteengezet. De kaders die in deze perspectiefnota zijn opgenomen werken we nader uit in de programmabegroting die in de raad van november van dit jaar wordt vastgesteld. Wij nemen u stapsgewijs mee vanaf het financiële vertrekpunt naar uiteindelijk de eindstand van deze perspectiefnota 2026-2029.

18

Algemeen Financieel is Meppel nu een gezonde en vitale gemeente. Die lijn willen we als college graag vasthouden. Het is wel eens anders geweest. Dankzij een solide financieel beleid over de afgelopen jaren hebben we een aanzienlijke algemene reserve kunnen opbouwen. Verder zijn we er tot nu toe telkens in geslaagd om een sluitende begroting aan uw raad voor te leggen. De financiële toekomst van onze gemeente ziet op de langere termijn anders uit. Het vorige kabinet heeft een nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds aangekondigd en vooruitlopend daarop een korting op het gemeentefonds doorgevoerd vanaf 2026. Die nieuwe systematiek is er nooit gekomen. De korting is wel blijven staan. Dat betekent dat gemeenten vanaf 2026 minder geld krijgen, terwijl we al onze taken moeten blijven uitvoeren. In het vorige hoofdstuk stipten we dat ook al aan. Daar komt nog bij dat de jaarlijkse compensatie via het gemeentefonds voor lonen en prijzen is gebaseerd op het bruto binnenlands product. In werkelijkheid hebben we als gemeente op diverse terreinen te maken met hogere loon- en prijsstijgingen dan waarvoor we gecompenseerd worden. De Voorjaarsnota 2025 van het Rijk die op vrijdag 18 april 2025 is gepubliceerd brengt een kleine verlichting. Vanaf 2026 zijn structurele middelen opgenomen om het ravijn iets te dempen.

Niet voldoende om de afname aan rijksinkomsten te compenseren. Daarnaast wordt de terugval verzacht doordat vanaf 2025 middelen beschikbaar zijn gesteld om de helft van het landelijk tekort op de jeugdzorg te vergoeden. Ook incidenteel komt er geld om de maatregelen die moeten leiden tot een besparing op de uitgaven van jeugdzorg, voor de komende twee jaren te verzachten. Het Rijk gaat er van uit dat vanaf 2028 het tij binnen de jeugdzorg keert. De Hervormingsagenda jeugd, plus nog een aantal aanvullende afspraken met de sector jeugdzorg, plus de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg, moeten er voor zorgen dat besparingen worden gerealiseerd. Kortom vanaf 2028 staan we voor een financiële uitdaging die alleen maar groter wordt in de latere jaren ook door onze eigen ambities. Financieel vertrekpunt Deze perspectiefnota start met de door de raad vastgestelde programmabegroting voor de periode 2025-2028 inclusief de wijzigingen daarop. In deze meerjarenbegroting sluiten we de jaren 2026-2028 af met een tekort. Naast de financiële vertaling van de beleidskaders nemen we in deze perspectiefnota ook een aantal financieel technische uitgangspunten op. Het gaat dan om specifieke onderdelen van de programmabegroting, zoals te hanteren percentages voor rente en voor loon- en prijsontwikkelingen.

Om te komen tot een vertrekpunt van deze perspectiefnota hebben we verder de laatste ontwikkelingen rondom het gemeentefonds verwerkt. Daarin nemen we alvast mee de financiële vertaling van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk, dit vooruitlopend op de aanstaande meicirculaire 2025. 19

Omschrijving (bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Eindstand programmabegroting 2025-2028 (inclusief begrotingswijzigingen)

-3.324

-3.863

-4.440

-3.560

600

-150

-150

-150

-1.400

-1.400

-1.400

-1.400

2b. Indexatie gemeentelijke heffingen en overige inkomsten

437

437

437

437

3a. Gemeentefonds: uitkomsten septembercirculaire 2024

1.600

700

100

-750

3b. Gemeentefonds: uitkomsten decembercirculaire 2024

200

300

400

500

3c. Gemeentefonds: compensatie lonen en prijzen

2.060

2.080

2.100

2.120

3d. Gemeentefonds: financiële effecten Voorjaarsnota 2025

3.900

3.800

1.700

1.800

Uitwerking op basis van technische uitgangspunten: 1. Correctie loonontwikkelingen eigen personeel obv cao t/m 31 maart 2027 2a. Prijsindex budget derden (inclusief gesubsidieerde instellingen)

3e. Gemeentefonds: overige mutaties

558

4. Technische correcties

150

150

236

436

4.781

2.054

-1.017

-567

Vertrekpunt perspectiefnota 2026-2029 (plus = voordeel)

Toelichting op de tabel: 1. Correctie loonontwikkelingen Voor de ramingen van de loonkosten van het ambtelijk personeel vormen de cao-afspraken het uitgangspunt. Medio april is er een eindresultaat bereikt over de nieuwe cao. Deze heeft een looptijd van twee jaar van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. De invoering van de nieuwe cao gebeurt gefaseerd; per saldo gaat het om een structurele salarisstijging van totaal 6,7% plus € 35,00 nominaal. 2a en 2b. Prijsontwikkelingen Een aantal budgetten, zoals bijvoorbeeld subsidies en inkoop van goederen en diensten, compenseren we voor prijsstijgingen. We hanteren daarbij het consumentenprijsindexcijfer (CPI)” op basis van de laatste gegevens van het Centraal Economisch Plan (CEP). De raming uit februari 2025 geeft een inflatiecorrectie van 2,6% voor 2026 weer. Aan de inkomstenkant dus voor de gemeentelijke heffingen zoals de onroerend zaakbelastingen en ook voor de overige tarieven hanteren we hetzelfde percentage aan inflatie. 3. Gemeentefonds a. en b. September- en decembercirculaire 2024 De vastgestelde begroting 2025-2028 is gebaseerd op de meicirculaire 2024. Nadien is nog de september- en decembercirculaire 2024 ontvangen. c. Compensatie lonen en prijzen De compensatie voor lonen en prijzen die we via het gemeentefonds ontvangen, is gebaseerd op het bruto binnenlands product. 20

d. Financiële effecten Voorjaarsnota 2025 De Voorjaarsnota 2025 geeft een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren en wordt financieel vertaald in de aanstaande meicirculaire 2025. Hieronder staat voor Meppel een totaalbeeld van de mutaties gemeentefonds op basis van de Voorjaarsnota 2025. Er is een vergelijking getrokken met de cijfers uit de vastgestelde meerjarenbegroting 2025-2028.

(bedragen x 1.000) Effecten Voorjaarsnota 2025 ten opzichte van vastgestelde begroting 2025-2028

2026

2027

2028

2029

I. Groei op basis van het Centraal Economisch Plan 2025 (CEP 2025)

1.000 1.100

II. Demping terugval gemeentefonds

1.000

1.000

800

800

800

800

100

0

100

200

900

900

900

900

0

0

-100

-100

III. Jeugdzorg: a. Hervormingsagenda jeugd, aanvullende post b. Compensatie tekorten jeugd deskundigencommissie Van Ark c. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda

1.100 1.000

d. Eigen bijdrage jeugdzorg e. Sturen op trajectduur jeugdzorg f. Indexeren opbrengst Hervormingsagenda TOTAAL mee te nemen obv Voorjaarsnota 2025

-1.000 -1.000 3.900 3.800

1.700

1.800

(plus = voordeel)

Van vertrekpunt naar eindstand Deze perspectiefnota betreft vooral de nieuwe bestuursperiode. Gezien de nadelige uitkomsten van de meerjarenbegroting voor 2026-2028, is bij de start van deze perspectiefnota het uitgangspunt dat er nagenoeg geen financiële ruimte is voor nieuwe uitgaven. Structurele (financiële) effecten uit de jaarstukken 2024 en de bestuursrapportage 2025 vragen een aanpassing van het geraamde budget in latere jaren (zowel een positief als negatief). Bijstellingen waaraan redelijkerwijs niet te ontkomen valt en actualisatie van ramingen nemen we ook mee. Denk daarbij aan bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en aan ontwikkelingen binnen de uitvoering van het wettelijk takenpakket. Daarnaast geldt dat bij een aantal ontwikkelingen het wel zeer wenselijk is om middelen daarvoor in te zetten. Denk daarbij aan enkele, incidentele investeringen waaronder het zwembad, het mfa Nijeveen en sportpark Ezinge. In deze perspectiefnota hebben we de aanvragen in categorieën ingedeeld, te weten: • Structurele effecten jaarstukken 2024/bestuursrapportage 2025 • Onontkoombaar • Overig 21

Deze indeling vindt u terug in de tabel.

Omschrijving (bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Vertrekpunt perspectiefnota 2026-2029

4.781

2.054

-1.017

-567

Structureel effect jaarstukken 2024/bestuursrapportage 2025

3.670

3.454

2.882

2.720

Opgave na structurele effecten jaarrekening 2024/bestuursrapprtage 2025

8.451

5.508

1.865

2.153

Thema Samenleving

-1.766

-1.520

-1.730

-2.441

Thema Leefomgeving, ruimte en economie

-355

-262

-424

-443

Thema Bestuur, dienstverlening en veiligheid

-34

-47

-67

-106

Opgave na onontkoombaar

6.296

3.679

-356

-837

Thema Samenleving

-1.230

-971

-1.142

-1.447

Thema Leefomgeving, ruimte en economie

-365

-356

-408

-383

Thema Bestuur, dienstverlening en veiligheid

0

-13

-13

-13

Opgave na overig

4.701

2.339

-1.919

-2.680

Voorlopige eindstand perspectiefnota 2026-2029

4.701

2.339

-1.919

-2.680

Netto resultaat "Kiezen voor de toekomst"

-2.200

-1.700

800

3.200

Eindstand perspectiefnota 2026-2029

2.501

639

-1.119

520

Onontkoombaar per thema:

Overig per thema:

(plus = voordeel)

Begrotingsadvies VNG Onlangs heeft de VNG een begrotingsadvies gegeven voor de meerjarenbegroting 20262029. Daarin is onder meer geadviseerd de eerste twee jaren sluitend te maken. Dat advies geeft de VNG zodat de provinciale toezichthouder de gemeente niet onder verscherpt toezicht zet door 2026 te sluiten en een net geformeerd college in de loop van 2026 niet direct in de ombuigingsmodus moet voor 2027. Deze perspectiefnota voldoet qua financiële uitkomsten aan het advies. Incidentele meevallers afgelopen jaren met name door hogere inkomsten De afgelopen jaren hebben we net als veel andere gemeenten te maken met behoorlijke positieve jaarrekeningresultaten. Onlangs heeft de raad nog de jaarstukken 2024 vastgesteld met een positief saldo van € 13,9 miljoen. Uit een analyse blijkt dat dit wordt veroorzaakt door een aantal forse incidentele meevallers. Dat is de reden dat we in deze perspectiefnota met name aan de inkomstenkant nog scherper zijn gaan ramen want een aantal incidentele 22

meevallers zijn nagenoeg structureel van aard geworden. We zijn ons bewust dat we daarmee meer risico nemen. Ook de berichten van het Rijk brengen veel onzekerheid in de gemeentefinanciën met zich mee. Een goede reservepositie om eventuele buffers op te vangen blijft belangrijk. Reservepositie In mei 2023 heeft de gemeenteraad het Financieel actieplan vastgesteld. Dit is bedoeld als eerste aanzet om te werken aan een verbeterde, duurzaam gezonde financiële positie van Meppel. Met in ons achterhoofd dat het nodig is om te blijven investeren in de toekomst van onze gemeente en te blijven investeren in onze publieke voorzieningen. Het actieplan is opgebouwd aan de hand van vier pijlers die bijdragen aan een (duurzaam) financieel gezond Meppel. Eén van die pijlers is een goede reservepositie. De positieve resultaten van de afgelopen jaren hebben er toe geleid dat we onze algemene reserves behoorlijk hebben kunnen voeden. In het onderstaand overzicht is de ontwikkeling van de algemene reserves weergegeven uitgesplitst in de algemene bufferreserve en de vrij besteedbare reserve. Daarin zijn de voorlopige eindstanden van deze perspectiefnota verrekend met de algemene bufferreserve.

Algemene reserves (bedragen x 1.000) Algemene bufferreserve stand 1 januari

2026 38.714

2027 45.138

2028

2029

47.639

48.278

Mutaties

6.424

2.501

639

-1.119

Algemene bufferreserve stand 31 december

45.138

47.639

48.278

47.159

Vrij besteedbare reserve stand 1 januari

18.614

18.614

18.614

18.614

Vrij besteedbare reserve stand 31 december

18.614

18.614

18.614

18.614

Stand Algemene reserves op 31 december

63.752

66.253

66.892

65.773

Mutaties

(plus = voordeel)

Minimaal weerstandsvermogen Op basis van de jaarstukken 2024 die de raad in zijn vergadering van 22 mei 2025 heeft vastgesteld, moet het weerstandsvermogen een minimale omvang van afgerond € 35 miljoen bevatten. Uitgaande van een stand van afgerond € 64 miljoen eind 2026 betekent dit dat circa € 29 miljoen anders ingezet kan worden. Voorstel inzet “overschot” binnen algemene reserves In deze perspectiefnota is het voorstel meegenomen om het overschot binnen de algemene reserves in te zetten voor een nieuwe nog niet geplande investering namelijk de vernieuwing van het basiszwembad. Op grond van de begrotingsvoorschriften is het mogelijk voor die 23

specifieke investering een zogenaamde dekkingsreserve in stellen voor het opvangen van de jaarlijkse (kapitaal)lasten. Met een "overschot" van € 29 miljoen zou je een investering voor vernieuwing kunnen doen van ongeveer € 20 miljoen.

Investeringen Bovenop de bestaande investeringsplanning uit de meerjarenbegroting 2025-2028 willen we voor 2026-2029 in totaliteit ruim € 64,6 miljoen extra investeren. De financiële effecten daarvan zijn meegenomen in de eindstanden zoals hierboven gepresenteerd. Het gaat dan om de volgende projecten:

24

Overzicht nieuw geplande - of verhoging bestaande investeringen (bedragen x 1.000)

Omschrijving

2026 2027

2028

2029

Benodigde extra investeringskredieten 2026-2029

THEMA SAMENLEVING Programma 1 Bewegen en Welzijn Renovatie kunstgras hockey zandveld en korfbalveld*

725

725

Sporthal Koedijkslanden (vervanging ketels)*

0

Sporthal Het Erf (diverse vervangingsinvesteringen)*

0

Sporthal De Aanloop (vervangingsinvesteringen)*

0

Topsporthal Ezinge (vervangingsinvesteringen)*

0

Sporthal Nieuwveense landen

5.700

Sportpark Ezinge

5.700

2.605 1.850

Overname kunstgrasveld korfbal Nijeveen

4.455

65

Voorbereiding en uitvoering vernieuwing zwembad

65 255

265 33.000

33.520

Programma 3 Onderwijs, cultuur en media Aanvullend krediet uitbreiding Greijdanus

1.435

Aanvullend krediet onderwijsvoorziening Nieuwveense landen

1.435 4.045

Aanvullend krediet Reestoeverschool

4.045 2.100

2.100

De Plataan (vervangingsinvesteringen)*

0

De Schalle (vervangingsinvesteringen)*

0

Totaal thema Samenleving

Netto investering

4.105 6.150 8.790 33.000

52.045

THEMA LEEFOMGEVING, RUIMTE EN ECONOMIE Programma 4 Leefomgeving Herinrichting A. van Ostadestraat

23

444

Omvormen conventionele armaturen in LED*

100

100

Vervangingskrediet riolering*

467 100

300

800

800

Civieltechnische kunstwerken (vervangingsinvesteringen)*

0

Vervanging parkeerautomaten

620

Realisatie laadpunten parkeergarage

620 100

Vervanging en optimalisatie elektra kasten en installaties*

120

Wagenpark*

120 1.467

Behuizing papiercontainers bij hoogbouwlocaties

253

100 120 215

1.802 253

Vervanging zieke bomen*

330

330

660

Vervanging speelvoorzieningen*

120

120

240

300

300

300

300

1.200

-150

-150

-150

-150

-600

400

400

400

1.200

-217

-217

-217

-651

Programma 5 Ruimtelijke ontwikkeling Investeringen regiostedenfonds idem

bijdrage van derden

Programma 6 Economische ontwikkeling Regiodeal regio Zwolle Subsidie gebiedsarrangement

bijdrage van derden

25

Overzicht nieuw geplande - of verhoging bestaande investeringen (bedragen x 1.000)

Omschrijving

Totaal thema Leefomgeving, ruimte en economie Netto investering

2026 2027

2028

2029

Benodigde extra investeringskredieten 2026-2029

1.569 3.694 1.098

150

6.511

THEMA BESTUUR, DIENSTVERLENING EN VEILIGHEID Dienstvoertuig BOA team

90

90

Aanpassingen in brandweerkazerne*

155

155

Totaal thema Bestuur, dienstverlening en veiligheid

Netto investering

245

0

0

0

245

OVERHEAD Vervanging installaties/verduurzaming stadhuis*

280

Diverse voorzieningen gemeentewerf

554

Budget vervangingsinvesteringen* Totaal overhead

Totaal netto investeringen in deze perspectiefnota

280 554 5.000

5.000

554 5.000

5.834

5.919 10.124 10.442 38.150

64.635

0

280

(plus = voordeel)

Het overzicht bevat: • nieuwe ambities waarvoor in de meerjarenbegroting 2025-2028 geen financiële middelen beschikbaar zijn gesteld; • geplande investeringen waarvoor een aanvullend krediet wordt gevraagd; • vervangingsinvesteringen (zijn aangemerkt met *); meer info zie hierna. Deze investeringsopgaven komt bovenop de geplande investeringen uit de meerjarenbegroting 2025-2028. Naast een goede reservepositie is ook een “stabiele schuldpositie “ een andere pijler uit het Financieel actieplan. We zijn ons er van bewust dat extra investeren ook weer extra schulden mee zich meebrengt. Het vraagt er dus wel om behoedzaam te blijven met investeren. Vervangingsinvesteringen* Hierboven verwezen we al naar het Financieel actieplan. Eén van de actiepunten uit het verbeterplan is: “we hebben inzicht in onze toekomstige vervangingsinvesteringen". De afgelopen periode is het gros van de vervangingsinvesteringen in beeld gebracht. Ze raken een breed aantal beleidsterreinen. De huidige inventarisatie leidt tot een berekend benodigd bedrag van ongeveer € 5 miljoen per jaar. Vanaf 2029 nemen we dit jaarlijkse budget op. Voor de jaren 2026-2028 zijn de reguliere vervangingen nog opgenomen (zie *).

26

Beleidsontwikkelingen Algemeen In dit hoofdstuk komen in het kort enkele ontwikkelingen voorbij die relevant zijn voor de komende jaren. Daarmee schetsen we enkele inhoudelijke zaken, die mede de toekomst van Meppel bepalen, zonder daarbij pretenderen uitputtend te zijn. Deze ontwikkelingen beschrijven we per thema: samenleving; leefomgeving, ruimte en economie; bestuur, dienstverlening en veiligheid.

Thema Samenleving Actuele ontwikkelingen •

Sociale basis

Sinds eind 2024 wordt projectmatig gewerkt aan het verbeteren van de sociale basis in Meppel. Dit project maakt deel uit van een grotere verandering van zorg naar gezondheid. Het resultaat is een visie op de doorontwikkeling sociale basis 2025-2030. Deze is inmiddels door uw raad vastgesteld. We richten ons nu op de verdere uitwerking. •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=e54581ae-e0ce-4ccb-b21f-1bfb0f327206