CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

NIEUW: Toetsingsadvies commissie M.E.R. - Millieueffectrapport Omgevingsprogramma Noord IV

1 - RAADSVERGADERING 28 september 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Omgevingsprogramma en planMER Meppel - Noord IV4.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsprogramma Noord IV, gemeente Meppel

Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 20 september 2023 / projectnummer: 3755

1

Advies over het MER in het kort Gemeente Meppel wil het omgevingsprogramma Noord IV vaststellen. Voor het besluit hierover is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Gemeente Meppel heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) gevraagd te adviseren over de inhoud van het MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.

Wat blijkt uit het MER? Het gebied Noord IV, ten noordoosten van Meppel is al langere tijd in beeld bij de gemeente als zoekgebied voor bedrijventerrein en windturbines. Om die reden is in 2020 een voorkeursrecht op het gebied gevestigd. Gedurende de planvorming is een nieuwe mogelijkheid naar voren gekomen, waarin het gebied deels ontwikkeld wordt als themapark.1 Ten behoeve van dit themapark zijn op provinciaal en gemeentelijk niveau diverse locatiestudies uitgevoerd, waaruit Noord IV als meest geschikte locatie naar voren kwam. In het MER zijn de hoeken van het speelveld verkend door middel van vier 'scenario's':2 1.

Beekdallandschap, waarin bodem, water en geomorfologie leidend zijn bij de ontwikkeling, 15 ha bedrijventerrein wordt voorzien en een groene en landelijke uitstraling wordt nagestreefd.

2.

Werklandschap, waarin de focus ligt op het creëren van werkgelegenheid en 45 ha bedrijventerrein wordt voorzien.

3.

Recreatielandschap, waarin 60 ha van het gebied wordt ontwikkeld als themapark, met een mogelijke toekomstige doorgroei naar 115 ha.

4.

Energielandschap, waarin de nadruk ligt op het opwekken van duurzame energie (zon en wind) en 30 ha bedrijventerrein wordt voorzien.

In alle scenario's is daarnaast ruimte voor landbouw en behoud van bestaande woningen in het noordelijke deel van het plangebied. Uit het MER blijkt dat de verschillende scenario's heel verschillend scoren voor het zuidelijk deel van het plangebied. In het omgevingsprogramma krijgt de ontwikkeling van een themapark de voorkeur. Ten tijde van het opstellen van dit advies zijn de onderhandelingen ten aanzien van het themapark echter nog niet afgerond. Daarom is er in het omgevingsprogramma een 'terugval-optie' opgenomen, waarin een werklandschap en duurzame energie-opties worden ontwikkeld. Wat valt de Commissie op? Het MER is helder opgezet en het heeft een duidelijke rol gespeeld bij de totstandkoming van het omgevingsprogramma. Effecten zijn overzichtelijk weergegeven en het MER is voorzien

1 2

Het bedrijf achter het Franse themapark Puy du Fou is in beeld als initiatiefnemer.

De term 'scenario' wordt in milieueffectrapportage in het algemeen gebruikt voor ontwikkelingen die buiten de

invloedssfeer van de initiatiefnemer liggen. Voor keuzes die de initiatiefnemer (in dit geval de gemeente Meppel) kan nemen is de term 'alternatief' gebruikelijk. Echter, in dit project is de komst van een themapark nog niet zeker; dit is dus inderdaad een scenario. Strikt genomen kan gesteld worden dat de keuze om Noord IV al dan niet te ontwikkelen alternatieven zijn, waarbinnen de ontwikkeling als themapark dan wel bedrijventerrein scenario's zijn.

-1-

van veel en duidelijk kaartmateriaal. De vier 'scenario's' geven een goed inzicht in de effecten van verschillende keuzes voor het zuidelijke deel van het plangebied.3 Een belangrijk aandachtspunt bij de ontwikkeling van Noord IV is de lokale en regionale waterhuishouding. Het plangebied ligt in het beekdal van de voormalige veenstroom De Oude Vaart. Deze heeft een groot stroomgebied en krijgt bij hevige neerslag te maken met grote piekafvoeren. Waterschap Drents-Overijsselse Delta is bezig met plannen voor herinrichting van de Oude Vaart. De Commissie wijst erop dat een klimaatrobuuste waterhuishouding een randvoorwaarde is voor de keuze om het plangebied te ontwikkelen. Ook stelt de Provinciale omgevingsverordening (POV) strenge voorwaarden aan het vestigen van kapitaalintensieve functies in beekdalen. De Commissie concludeert dat met de informatie in het MER en de bijlagen niet inzichtelijk wordt gemaakt of aan de voorwaarden voor vestiging van kapitaalintensieve functies in beekdalen voldaan kan worden. Hierdoor is niet voldoende inzichtelijk welke beperkingen toekomstige (piek)waterberging stelt aan de inrichtingsmogelijkheden in het zuidelijk deel van het plangebied en of het voorkeursalternatief (in beide scenario's) daarmee als 'reëel alternatief' kan worden aangemerkt.

De Commissie acht het aanvullen van deze informatie essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het Omgevingsprogramma Noord IV. Daarnaast wijst de Commissie erop dat het omgevingsprogramma uitgaat van een voorkeursalternatief met een themapark van 60 ha en hiervoor kaders stelt. Hierop zijn de effectvoorspellingen gebaseerd. In de locatiestudie van de provincie worden activiteiten genoemd die nu niet in het MER zijn opgenomen, zoals licht-, laser- en vuurwerkshows. Deze activiteiten kunnen aanzienlijke milieueffecten veroorzaken, bijvoorbeeld voor beschermde natuurgebieden en omwonenden. Als het uitvoeren van dergelijke shows onderdeel is van het voornemen, dan is ook hierop een aanvulling van het MER noodzakelijk. Anders is niet duidelijk of het beoogde plan uitvoerbaar is en kan het MER niet ten grondslag liggen aan het programma. Verder merkt de Commissie op dat met dit plan feitelijk keuzes worden gemaakt vooruitlopend op de in ontwikkeling zijnde gemeentelijke omgevingsvisie. Dit is begrijpelijk gezien de dynamiek rond de mogelijkheid van een themapark, maar de Commissie benadrukt dat keuzes in dit omgevingsprogramma direct doorwerken in - en feitelijk ook keuzes zijn ten aanzien van - de omgevingsvisie.

De Commissie geeft daarom in dit advies een aantal aanbevelingen ten aanzien van het MER voor de Omgevingsvisie Meppel, die momenteel wordt opgesteld, en ten aanzien van het MER voor het omgevingsplan dat bij een verdere uitwerking van de plannen moet worden opgesteld. Tenslotte merkt de Commissie op dat uit het MER en de bijlagen zaken naar voren komen die bij een eventuele toekomstige verdere groei van een themapark een reële belemmering kunnen gaan vormen: de al genoemde waterhuishouding, maar ook de verkeersafwikkeling, effecten van stikstof en/of lichthinder. Het verdient aanbeveling dat de gemeenteraad zich bij

3

Het noordelijke deel blijft in alle alternatieven landelijk van karakter. Er zal weliswaar een zekere synergie optreden van de aanwezige agrarische bedrijven met de ontwikkelingen in het zuidelijk deel, waardoor deze bedrijven bijvoorbeeld meer richting landbouw-met-verblijfsrecreatie (scenario 3) of landbouw-met-energieopwekking (scenario 4) kunnen ontwikkelen, maar dit is voor het MER en het Omgevingsprogramma minder relevant.

-2-

de keuze die nu voorligt rekenschap geeft van 'plafonds' voor mogelijke toekomstige groei van het themapark. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject. Aanleiding MER Het gebied Noord IV, ten noordoosten van Meppel, is al langere tijd in beeld bij de gemeente als zoekgebied voor bedrijventerrein en windturbines. Om die reden is in 2020 een voorkeursrecht op het gebied gevestigd. Gedurende de planvorming is een nieuwe invulling naar voren gekomen, waarin het gebied (deels) ontwikkeld wordt als themapark. Hiervoor is het Franse bedrijf achter het themapark Puy du Fou in beeld als initiatiefnemer. Vanwege het verlopen van het voorkeursrecht moet vóór 1 oktober 2023 een besluit worden genomen over een ruimtelijk plan. Dit zou een omgevingsprogramma zijn, maar omdat de Omgevingswet nog niet in werking is getreden wordt het vastgesteld als structuurvisie. In het MER, het programma zelf en dit advies wordt echter van ''omgevingsprogramma' gesproken. In het omgevingsprogramma worden keuzes op hoofdlijnen vastgesteld; dit moet (nadat helder is geworden of het een themapark dan wel een bedrijventerrein gaat worden) nog juridisch worden uitgewerkt en vastgelegd in het Omgevingsplan. Doelen veranderd in de tijd Uit het MER blijkt dat gedurende de planvorming de doelstellingen verschoven zijn.

De in het MER geformuleerde doelstellingen beslaan een breed spectrum aan activiteiten die elkaar deels uitsluiten.4 Gecombineerd met de schuivende wettelijke kaders (van Wro naar Omgevingswet) maakt dit de formele positionering van het voornemen ('hoe sturend is dit besluit?') minder helder. Bovendien bevindt zich onder de bijlagen bij het MER een locatiestudie5 waarin elementen (zoals vuurwerkshows) en/of een vakantiepark of groeiscenario's (tot 115 ha) worden genoemd die nu niet in het MER zijn opgenomen. De Commissie heeft het MER getoetst als onderbouwing voor een structuurvisie die een maximale omvang van een themapark van 60 ha of een bedrijventerrein van 35 ha mogelijk maakt met de daarbij genoemde groei van bezoekersaantallen naar 800.000 in 2040. Plan m.e.r. plicht Het omgevingsprogramma is kaderstellend voor diverse m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten, namelijk stedelijke ontwikkeling, het ontwikkelen van bedrijventerreinen, windturbines en/of een themapark. Ook kunnen op basis van de brede insteek van dit programma negatieve gevolgen voor Natura2000-gebieden niet worden uitgesloten, waardoor een Passende beoordeling noodzakelijk is. Daarom is een plan-MER opgesteld.

4

Als er een bedrijventerrein komt kan er geen themapark komen en andersom; ook is het niet plaatsen van windturbines een

5

Themapark Meppel-Noord IV, Maatschappelijke & economische meerwaarde, Ecorys in opdracht van Provincie Drenthe, 19

voorwaarde voor de initiatiefnemer in het themapark-scenario. september 2022.

-3-

Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van gemeente Meppel - besluit over het omgevingsprogramma. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3755 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

Figuur 1: Ligging Noord-IV (rood); zwarte lijn is gemeentegrens (bron: basis viewer Rho).

-4-

2

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in tekstkaders. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad van Meppel.

2.1

Wateropgaven vormen harde randvoorwaarden De Oude Vaart is een voormalige veenstroom, die tamelijk ver naar het oosten bij Westerbork begint en ter plaatse van het plangebied sinds de ruilverkaveling ca. 1,5 m boven maaiveld loopt. Deze vaart vertegenwoordigt een tamelijk groot stroomgebied. Daarom zal de piekbelasting bij langdurig nat weer aanzienlijk kunnen zijn. Dit te meer daar het regenwater op veel plaatsen in het stroomgebied moeilijk dieper kan inzijgen door de aanwezigheid van weerstand biedende keileemlagen dicht aan het oppervlak. Dit in combinatie met een ondergrondse kwelstroom vanaf de Hondsrug die bij het plangebied naar boven komt. Piekafvoeren van regenwater kunnen daardoor niet verticaal (in de bodem) worden opgevangen en moeten dus lateraal - en daarom vooral oppervlakkig - worden afgevoerd. Op dit moment is niet duidelijk hoe de berging in dergelijke perioden gaat plaatsvinden en of hiervoor alleen het plangebied of ook andere bovenstroomse locaties in beeld zijn. Daarnaast ligt het zuidelijk deel van het plangebied, waar invulling met een bedrijventerrein dan wel themapark voorzien wordt, op een plek waar bij extreme buien het oppervlakkig in westelijke richting afstromende water tijdelijk wordt 'tegengehouden' door de A32, waaronder slechts een relatief smalle doorgang is. Hoe dit zich verhoudt met de ideeën voor waterberging is (nog) niet duidelijk.

Uit het MER blijkt dat het Waterschap Drents Overijsselse Delta plannen heeft voor het realiseren van meer waterberging ter plaatse van het plangebied t.b.v. het opvangen van piekafvoeren. Hiertoe wordt het peil van de Oude Vaart verlaagd om het hoogteverschil met het omringend maaiveld te overbruggen. Daardoor wordt het mogelijk om de kades te verleggen en een brede natuurvriendelijke oever te realiseren voor de extra waterberging. Dit alles bij elkaar betekent dat de grond- en oppervlaktewaterhuishouding harde randvoorwaarden vormen voor de inrichtingsmogelijkheden. Daarnaast is in de Provinciale Omgevingsverordening (POV) de vestiging van kapitaalintensieve functies in beekdalen slechts toegestaan indien aan vier (cumulatieve) voorwaarden wordt voldaan: 1. er is sprake van een zwaarwegend maatschappelijk belang; 2. er zijn geen reële alternatieven; 3. de functie vormt op de locatie geen feitelijke belemmering om in de toekomst de afvoeren bergingscapaciteit van het regionale watersysteem te vergroten; 4. het negatieve effect op het watersysteem wordt in het plan gecompenseerd.

-5-

Hierover heeft de Commissie de volgende opmerkingen: Ad 1: Zwaarwegend maatschappelijk belang Geen opmerking; dit is niet ter beoordeling aan de Commissie) Ad 2: Reële alternatieven Hierover staat in het MER dat dit wordt uitgezocht in het omgevingseffectrapport (OER) voor de Omgevingsvisie. Daarmee is aan deze voorwaarde met het voorliggende MER echter nog niet voldaan. Uit de uitgevoerde locatiestudies voor het themapark blijkt dat er diverse alternatieven in beeld zijn (geweest). Bij de afweging van de alternatieven is het aspect waterhuishouding niet zwaarder meegewogen dan andere aspecten, ondanks het beleidsmatige belang dat hieraan wordt gehecht in de POV. Het feit dat voor bedrijventerrein en windturbines sowieso andere locaties gevonden moeten worden gevonden wanneer het themapark-VKA doorgaat wijst er ook op dat er blijkbaar andere locaties beschikbaar zijn. Het MER en de bijlagen geven onvoldoende motivering dat andere locaties geen reële alternatieven zijn in het licht van afwegingen rond de waterhuishouding. Ad 3: Toekomstige belemmering afvoer- en bergingscapaciteit regionaal watersysteem Hierover staat in het MER dat er intensief contact is geweest met het waterschap en de provincie en dat het regionale watersysteem en de bergingscapaciteit integraal onderdeel uitmaken van het MER. In het MER is een achtergrondrapport water6 opgenomen.

Uit het MER en het achtergronddocument blijkt echter niet, waarom invulling van het zuidelijk (laagstgelegen) deel van het plangebied met een bedrijventerrein of themapark geen feitelijke belemmering vormt om in de toekomst de afvoer- en bergingscapaciteit van het regionale watersysteem te vergroten: 

Het is niet duidelijk welke aannames gemaakt zijn bij de ingeschatte effecten, bijvoorbeeld over de omvang, dimensies of capaciteit van een nevengeul of over verhardings- of bebouwingspercentages;

Voor geen enkel scenario zijn er modelberekeningen gemaakt waarop de ingeschatte effecten gebaseerd zijn;

Alleen voor scenario 3 is een inschatting gemaakt van het effect van bebouwing op het oppervlaktewatersysteem;

En voor geen enkel scenario is een doorkijk gemaakt naar de toekomst. Dit weegt zeker voor scenario 3 zwaar, omdat uit de locatiestudie van Ecorys blijkt dat een invulling met een themapark mogelijk nog groeiscenario's kent in de toekomst.

Ad 4: Compensatie negatief effect op watersysteem Volgens het MER zal bij verdere planuitwerking worden gemotiveerd hoe aan deze voorwaarde wordt voldaan. Dit wordt dus feitelijk doorgeschoven naar de volgende planfase. De Commissie concludeert dat het grond- en oppervlaktewaterbeheer een mogelijk knelpunt voor het voornemen kan vormen en dat in het voorliggende MER onvoldoende is onderbouwd waarom aan de cumulatieve voorwaarden ten aanzien van bouwen in beekdalen uit de POV is voldaan. Aanvullend wijst de Commissie op haar advies over de m.e.r. voor de Omgevingsvisie Meppel, waarin zij adviseert op basis van een gevoeligheidsanalyse inzicht te geven in de risico's van klimaatverandering voor het lokale watermanagement. 7

6 7

MER Gebiedsontwikkeling Meppel Noord IV Achtergrondrapport water, Witteveen+Bos, 13 juni 2023. Zie https://commissiemer.nl/docs/mer/p37/p3714/a3714rd..pdf.

-6-

De Commissie adviseert het MER aan te vullen met een gedegen modellering van (piek)waterafvoer in het plangebied, uitgaande van de meest recente klimaatscenario's voor de lange termijn. Zij beveelt aan hierbij ook de gevoeligheidsanalyse te betrekken die ten behoeve van het OER voor de omgevingsvisie wordt opgesteld alsmede het 'scenario 3+'dat zij aanbeveelt op te stellen voor de mogelijke doorgroei van een themapark op de langere termijn (zie paragraaf 3.3 van dit advies).

2.2

Licht-, laser- en vuurwerkshows Het concept van Puy du Fou maakt elders veelvuldig gebruik van licht-, laser- en vuurwerkshows en ook in de haalbaarheidsonderzoeken is dit als onderdeel van het concept meegenomen. Het MER brengt mogelijke effecten van deze shows (door licht, geluid en emissie van stikstof en fijnstof) op natuur, verkeersveiligheid en omwonenden niet in beeld. Indien dergelijke shows ook een gewenst onderdeel zijn van het Nederlandse concept dan dienen de milieueffecten hiervan in beeld te worden gebracht. Wanneer het gaat om grotere shows die ook na zonsondergang plaatsvinden, kan dit leiden tot (ernstige) lichthinder voor omwonenden, effecten op de verkeersveiligheid en mogelijk zelfs op het vliegverkeer. Alles bij elkaar is het denkbaar dat vigerende regelgeving grote beperkingen stelt aan deze activiteit. De Commissie adviseert, indien in het 'themapark-voorkeursalternatief' licht-, laser- en vuurwerkshows mogelijk gemaakt kunnen worden, het karakter van dergelijke shows te expliciteren en in een aanvulling op het MER de gevolgen van dergelijke shows voor de leefomgeving in beeld te brengen.

-7-

3

Aandachtspunten bij besluitvorming en verdere uitwerking In dit hoofdstuk doet de Commissie een aantal een aantal aanbevelingen. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.

3.1

Locatiekeuze en samenhang met opgaven omgevingsvisie Op het plangebied is al in 2020 een voorkeursrecht gevestigd, met als oogmerk hier bedrijvigheid en/of duurzame energie te ontwikkelen. Daarna zijn ten behoeve van de ontwikkeling van een themapark op provinciaal en gemeentelijk niveau verschillende (locatie)onderzoeken uitgevoerd.8 Op basis hiervan is geconcludeerd dat Noord IV een geschikte locatie is voor de ontwikkeling van een themapark met als 'terugvaloptie' bedrijvigheid. Met het omgevingsprogramma worden keuzes gemaakt over de ontwikkeling van Meppel voor de langere termijn, die vooruitlopen op de Omgevingsvisie. Dat heeft consequenties voor de opgaven waarvoor de Omgevingsvisie een oplossing moet vinden. Zo heeft het besluit om géén windturbines in het plangebied te realiseren als gevolg dat elders in Meppel ruimte zal moeten worden gevonden om aan de opgaven vanuit de RES te voldoen. Hetzelfde geldt voor de behoefte aan bedrijventerreinen. Dit alles komt nog aanvullend op de vragen rond (piek)waterberging waarvoor in de vorige paragraaf van dit advies aandacht is gevraagd. Er wordt in dit programma als het ware een deel van het grondgebied van Meppel 'losgeknipt', terwijl een omgevingsvisie een integrale visie voor het gehele grondgebied van de gemeente moet zijn.

De Commissie heeft begrip voor het bijzondere karakter van het project vanwege de dynamiek rond het themapark, maar beveelt aan bij het besluit over het omgevingsprogramma expliciet te maken wat de consequenties zijn ten aanzien van de omgevingsvisie en hierbij (zoveel mogelijk kwantitatief) aan te geven welke opgaven ten aanzien van bedrijventerrein en windturbines hierdoor elders in de gemeente een plek moeten krijgen.

3.2

Complexiteit verkeersafwikkeling en infrastructuur Uit het MER blijkt dat de vier scenario's sterk variërende verkeersstromen genereren. Ook de verkeersontsluiting verschilt per scenario. Een logische aanrijroute naar de parkeervoorzieningen zal niet eenvoudig zijn, terwijl zowel de aanrijroute als de opzet van het parkeren randvoorwaarden vormen voor het slagen van zowel themapark als bedrijventerrein. De huidige aansluiting van de N371 op de A32 en de aansluitende

8

Locatiestudie Themapark Meppel Fase 1, RHO adviseurs, 18 januari 2023. Locatiestudie Themapark Meppel Fase 2, RHO adviseurs, 1 mei 2023. Themapark Meppel-Noord IV, Ecorys, 19 september 2022. Deze studies zijn als bijlage aan het MER toegevoegd.

-8-

wegvakken laat nu al te wensen over en zal zowel in een bedrijventerrein- als een themapark-scenario een belemmering vormen. Daarnaast zullen met name in het themapark-scenario de omvang, organisatie en ruimtelijke inpassing van het parkeren lastige opgaven worden. Mobiliteit Bij de uitwerking van het omgevingsprogramma is het gewenst om de mobiliteit die het voornemen genereert nader te onderbouwen en te actualiseren ten opzichte van de gegevens in de (aangevulde) bijlage 7 van het MER en uit de studie van Ecorys. Denk daarbij aan het vastleggen van de openstellingsperioden en –tijden, de omvang en herkomst van bezoekers en het personeel, aandeel autogebruik en aantal bezoekers per auto en de beschrijving van de piekperioden. De Commissie verwacht dat er maatregelen mogelijk zijn om de mobiliteit van werknemers en/of bezoekers te verduurzamen. Daarmee kunnen de gehanteerde uitgangspunten, zoals bijvoorbeeld één werknemer per auto, uit het eerdere verkeersonderzoek worden bijgesteld. Infrastructuur De huidige ontsluiting via A32 en N371 met de rotonde en diverse aansluitende wegen is bij de te verwachten verkeersstromen niet toereikend om een goede en veilige bereikbaarheid te bieden. De nabijgelegen spoorlijn en de brug over de Drentse Hoofdvaart zorgen daarbij voor extra complexiteit.

Het verdient aanbeveling om met de gezamenlijke wegbeheerders een nadere studie te verrichten naar duurzame verkeersoplossingen die passen bij de beoogde ontwikkeling. De inzet van een dynamisch verkeersmodel (verkeerssimulatie voor de betreffende verkeersknoop) kan hierbij worden overwogen.9 Parkeren Naast de verkeersontsluiting is de parkeersituatie van belang. Ook hierbij geldt dat eerst beschouwd moet worden welke omvang de parkeervraag van de verschillende doelgroepen heeft en in welke mate dubbelgebruik mogelijk is. Hieruit ontstaat een beeld van de benodigde oppervlakte aan parkeerareaal. Vervolgens komen vragen in beeld waar de parkeerplaatsen gerealiseerd zullen worden en hoe het parkeren zal worden georganiseerd. Onderzoek het parkeren zoveel mogelijk kwantitatief. Besteed in de verdere planuitwerking aandacht aan de ruimtelijke inpassing daarvan en gebruik daarbij beeld- en kaartmateriaal. De Commissie beveelt aan om bij de verdere uitwerking van het voorkeursalternatief in het Omgevingsplan zowel de mobiliteitsontwikkeling, de infrastructurele ontwikkeling als het parkeervraagstuk meer in detail uit te werken in samenspraak met alle betrokkenen.

3.3

Uitbreidingsmogelijkheden themapark In een MER dienen de maximale gevolgen voor het milieu inzichtelijk te worden gemaakt die het te nemen besluit kan veroorzaken. Het getuigt echter van een goede omgang met de fysieke leefomgeving om, juist in een instrument wat gericht is op de langere termijn, ook alvast mogelijke scenario's voor de langere termijn voor ogen te houden.

9

Door toepassing van een dergelijk model worden niet alleen de toekomstige afwikkelingsproblemen inzichtelijk, maar

kunnen mogelijke oplossingen in detail worden onderzocht en wordt ook een goed beeld gegeven van de restcapaciteiten.

-9-

Om een weloverwogen keuze te kunnen maken tussen de verschillende scenario's in het MER is het dan ook wenselijk inzicht te hebben in de effecten op de langere termijn en mogelijke toekomstige groeiscenario's. Puy du Fou is een bewezen concept en blijkt bijvoorbeeld in Spanje dermate succesvol dat het slechts 2,5 jaar na opening in hoog tempo verder uitbreidt. Anderzijds zijn er talloze voorbeelden van dagrecreatieve initiatieven die moeilijk of niet van de grond zijn gekomen. In het MER is uitgegaan van bezoekersaantallen van 800.000/jaar en een omvang van 60 ha. De haalbaarheidsstudie van Ecorys gaat echter uit van een maximale omvang van 115 ha. Ook worden hierin elementen genoemd die nu geen onderdeel uitmaken van het omgevingsprogramma of het MER, zoals verblijfsrecreatie en vuurwerkshows. Het verdient aanbeveling inzicht te hebben of en op welk moment bepaalde randvoorwaarden knelpunten gaan vormen voor verdere groei. Hierbij denkt de Commissie in eerste instantie aan de aspecten die in bovengenoemde paragrafen genoemd worden; de waterhuishouding, de capaciteit van en aansluiting op het omliggend wegennet, de effecten van stikstofdepositie op omliggende kwetsbare Natura 2000-gebieden zoals het Holtingerveld, Dwingelderveld en de Weerribben en Wieden en de effecten van eventuele licht-, laser- en/of vuurwerkshows.

De Commissie beveelt aan om bij (en zo mogelijk voorafgaand aan) uitwerking in het omgevingsplan een 'scenario 3+' door te rekenen waarin een themapark tot een geprognotiseerde omvang van ca. 1,5 miljoen bezoekers per jaar zou groeien, teneinde inzicht te krijgen in de knelpunten die dat zou kunnen opleveren.

-10-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het

gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: drs. Geertje Korf (secretaris) dr. Peter van der Molen ing. Ben Peters Rob Vrolijks ir. Harry Webers (voorzitter) drs. Gerrit de Zoeten Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Vaststellen structuurvisie (Wro) / omgevingsprogramma (Omgevingswet). Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit D11.3 (industrieterrein) of D10 (aanleg van themaparken). Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom is een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad Meppel. Initiatiefnemer besluit College van B&W gemeente Meppel. Bevoegd gezag m.e.r.-procedure Gemeenteraad Meppel. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken.

Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3755 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=c3776856-c8ba-4361-afe3-f6d63b7b49c9