NIEUW - Nota van Uitgangspunten wijziging omgevingsplan tbv Noordpoort
Tekst van het document
5.6
Wijziging kwalitatief beoordelingskader
Het kwalitatieve beoordelingskader is aangescherpt op basis van de ervaring die inmiddels bij de toepassing van dit beoordelingskader is opgedaan. Daarnaast zijn er op gebied van bijvoorbeeld de thema’s duurzaamheid, groen en klimaatadaptatie beleidsmatige ontwikkelingen binnen de gemeente geweest. Ook hierop is het kwalitatieve beoordelingskader uitgebreid of aangepast. Ook de procedure die bij het toetsen van initiatieven aan het beoordelingskader wordt gevolgd, wijzigt ten opzichte van de situatie volgens het Chw bestemmingsplan.
27
Toetsing initiatieven Om de kwaliteit van onze stedelijke ontwikkelingsplannen te waarborgen, betrekken we de stadsbouwmeester (adviseur beeldkwaliteit in de nieuwe Omgevingswet), al in een vroeg stadium bij de planvorming. Deze adviseur zal vanaf de schetsfase deel uitmaken van de gesprekken met de initiatiefnemers van plannen in Noordpoort, met als doel creativiteit te stimuleren door 'out of the box' te denken. Zijn inbreng is bedoeld om de plannen te verrijken met innovatieve ideeën en deze daarmee naar een hoger niveau te tillen. Uitgangspunt: de beleidsregel waaraan nieuwe initiatieven worden getoetst en onderdeel uitmaakt van het bestaande Chw bestemmingsplan, wordt aangepast aan de nieuwe opgaven voor Noordpoort. Daarnaast zal het afwegingskader worden aangepast aan de ervaringen die met de toepassing daarvan zijn opgedaan én zal ze worden uitgebreid met de thema’s van de verruimde reikwijdte van de Omgevingswet. Bij de toetsing van initiatieven aan dit afwegingskader, zal de stadsbouwmeester worden betrokken.
5.7
Fysieke leefomgeving
Kernbegrip van de Omgevingswet is de fysieke leefomgeving. Bij het wijzigen van het omgevingsplan voor Noordpoort moet worden onderbouwd of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit doen we aan de hand van de instructieregels van het Rijk en de provincie Drenthe en werken we uit in regels in het omgevingsplan. Daarnaast doen we onderzoeken naar milieu- en omgevingsaspecten en stellen we een m.e.r.-beoordeling op.
5.7.1 Instructieregels Rijk Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) richt zich op bestuursorganen en geeft inhoudelijke normen waaraan zij hun taken en bevoegdheden, onder andere bij het opstellen van omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en het vaststellen van omgevingsvergunningen en projectbesluiten. In hoofdstuk 5 van het Bkl zijn de instructieregels opgenomen die de gemeente bij het opstellen van het omgevingsplan in acht moet nemen. Deze instructieregels kunnen worden opgevat als de minimale vereisten waaraan een omgevingsplan in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet voldoen. Voor zover het instructieregels over milieu- en omgevingsaspecten betreft zijn deze uitgewerkt in paragraaf 5.7.3. Daarnaast zijn de volgende thema’s relevant voor Noordpoort. •
•
•
•
voldoen aan de Dienstenrichtlijn bij het reguleren van de bedrijfsmatige activiteiten (detailhandel) afstemmen op de beperkingen op grond van de Dienstenrichtlijn waarborgen van de veiligheid bij de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan rekening houden met veiligheid in de breedste zin van het woord. In de wijziging voor binnenstad/centrumschil is hiervoor een basis neergelegd. beschermen van de waterbelangen bij het voorbereiden van de wijziging van het omgevingsplan wordt de waterschapsverordening en het provinciale beleid in acht genomen beschermen van de gezondheid en het milieu bij het beschermen van de gezondheid en het milieu is in de instructieregel onderscheid gemaakt tussen de luchtkwaliteit, geluid, trillingen, slagschaduw door windturbines, bodemkwaliteit en geur. Het verantwoorden van de gevolgen voor de luchtkwaliteit is ten opzichte van het oude recht 28
•
•
•
•
•
versobert. Voor het reguleren van de geluidbelasting, trillingsniveaus, slagschaduw, bodemkwaliteit en geurhinder is het omgevingsplan het primaire instrument geworden. Daarbij komt de gemeente meer afwegingsruimte toe dan onder het oude recht. landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden het omgevingsplan mag geen activiteiten toestaan die de landschappelijke kwaliteit van de kuststrook, de Waddenzee en het Waddengebied. Ook moet met het omgevingsplan de zogenoemde ladder van duurzame verstedelijking in acht worden genomen. Tot slot moeten er in het omgevingsplan regels worden opgenomen om het daarvoor in aanmerking komende cultureel erfgoed (en haar omgeving) te beschermen. behoud van ruimte voor toekomstige functies met het omgevingsplan moeten reserveringsgebieden voor infrastructuur, aanleggebieden voor Rijksprojecten en aangewezen natuur- en recreatiegebieden in acht worden genomen. behoeden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen met het omgevingsplan moet worden geborgd dat militaire faciliteiten, elektriciteitsvoorzieningen, Rijksvaarwegen, voorzieningen voor de luchtvaart en landelijke fiets- en wandelrouten onbelemmerd kunnen worden gebruikt.
gebruik van bouwwerken als met het omgevingsplan woningen mogelijk worden gemaakt, waarvoor de verplichting tot kostenverhaal geldt, dan mogen met het omgevingsplan eisen worden gesteld de variatie van betaalbaarheid van zowel huur- als koopwoningen. toegankelijkheid van de openbare ruimte als in een omgevingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die van invloed zijn op de inrichting van de openbare ruimte, dan moet met het omgevingsplan de
toegankelijkheid van deze openbare ruimte voor mensen met een beperking worden geborgd. In paragraaf 5.7.3 van deze Nota van Uitgangspunten wordt voor een aantal thema’s dieper ingegaan op de gevolgen van deze instructieregels voor het wijzigen van het omgevingsplan van de gemeente Meppel voor het transformatiegebied Noordpoort.
5.7.2 Instructieregels provincie Drenthe In de Provinciale omgevingsverordening vertaalt de provincie Drenthe de Omgevingsvisie Drenthe (deels) door naar een verordening, voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. De Omgevingsvisie als structuurvisie bindt alleen de provincie zelf. Binnen de verordening komt aan gemeenten een belangrijke rol toe. Inhoudelijke bepalingen zijn veelal als verantwoordingsplicht ingericht en niet normstellend. Aan gemeenten komt ruimte toe om inhoudelijk - tot op zekere hoogte een eigen invulling te geven, mits deugdelijk onderbouwd. Voor zover het instructieregels over milieu- en omgevingsaspecten betreft zijn deze uitgewerkt in paragraaf 5.7.3.
5.7.3 Milieu- en omgevingsaspecten transformatie Veiligheid Op grond van de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl moet het omgevingsplan voor het deelplangebied Noordpoort voldoende waarborging voor de veiligheid bieden. Deze instructie is breder dan alleen de traditionele externe veiligheid die bij het opstellen van bestemmingsplannen werd belicht. In de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel voor de binnenstad en centrumschil is een deel van deze thematische verbreding uitgewerkt. Omdat in de beginfase van de transformatie verschillende bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend binnen dit deelplangebied, zal moeten worden nagegaan of 29
hiervoor regels in het omgevingsplan moeten worden opgenomen. Hiervoor zullen we met de wijziging van het omgevingsplan voor het deelplangebied Noordpoort een uitwerking maken van het Handboek Bouwstenen Veiligheid in het Omgevingsplan van de Veiligheidsregio Drenthe. Aan de Ceintuurbaan is het LPG-tankstation van Esso in werking. Het afleveren en de opslag van dit LPG brengt een mogelijk risico voor de omgeving met zich mee. Dit houdt in dat rond het vulpunt, de opslag en afleverzuil een risicocontour voor het plaatsgebonden risico geldt en daarnaast, op grotere afstand van deze bronnen een brand- en explosieaandachtsgebied. Binnen de risicocontouren voor het plaatsgebonden risico is het realiseren van (beperkt) kwetsbare gebouwen niet mogelijk. Binnen de aandachtsgebieden kan dit gemotiveerd worden toegelaten. Het vervoer van het LPG van en naar het LPG-tankstation vindt plaats over de Ceintuurbaan, Steenwijkerstraatweg en de N375. Na het realiseren van de Stadsentree, zal dit vervoer over deze weg plaats gaan vinden. Deze wegen maken geen deel uit van het basisnet. Niettemin zal bij het vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan moeten worden betoogd dat sprake is van een veilige woon- en werkomgeving.
Omdat hiervoor geen beoordelingskader bestaat, zal dit in overleg met de RUD moeten worden vastgesteld, voordat in de motivering van het omgevingsplan kan worden beschreven dat sprake is van een veilige woon- en leefomgeving. Waterkwantiteit Op grond van de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl moet bij het wijzigen van het omgevingsplan voor de transformatie van Noordpoort rekening gehouden worden de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Voor de duiding van deze belangen moeten de opvattingen van de bevoegde bestuursorganen worden betrokken. Voor de waterkwantiteit zijn het Rijk, waterschap en de provincie bevoegde bestuursorganen. In praktische zin is de
gemeente verantwoordelijk voor afvoer van water uit bebouwd gebied. Het Rijk, provincies en waterschappen moeten er samen voor zorgen dat watergangen de aanvoer van water uit zowel bebouwd als landelijk gebied aankunnen. In uitwerking van haar waterprogramma heeft de provincie Drenthe in haar omgevingsverordening zijn normen voor de waterberging opgenomen, waaraan binnen het deelplangebied Noordpoort moet worden voldaan (artikel 9.5 Normen waterkwantiteit). De stedenbouwkundige uitwerkingen op grond waarvan de wijziging van het omgevingsplan voor deze transformatie wordt vastgesteld, moeten aan de in de omgevingsverordening opgenomen normen voldoen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta stelt een omgevingsverordening vast om er onder meer voor te zorgen dat de watergangen in haar ambtsgebied de aanvoer van water uit het gemeentelijk gebied aankan. Ter voorbereiding op het wijzigen van het omgevingsplan zal met het waterschap worden overlegd over de gevolgen voor het omgevingsplan. Daarnaast is in de (voorloper op) de waterschapsverordening bepaald dat aan weerszijden van de Drentsche Hoofdvaart en de Reest een beschermingszone van vijf meter geldt waarbinnen geen bouwwerken mogen worden opgericht. Tot slot stelt de gemeente Meppel eigenhandig een waterhuiskundig plan op.
Een dezer dagen zal dit worden afgerond en is duidelijk welke consequenties dit heeft voor de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel. Waterkwaliteit Naast de waterveiligheid, moet de wijziging van het omgevingsplan ook voldoende waarborgen voor de kwaliteit van het (oppervlakte)water bieden. In de waterschapsverordening van het Waterschap Drents Overijsselse Delta zijn regels opgenomen over het lozen van huishoudelijk afvalwater en afvoer van 30
hemelwater (dat niet van een bodembeschermende voorziening afkomstig is). Voor de milieubelastende activiteiten die met de wijziging van het omgevingsplan onder het overgangsrecht worden geplaatst, zijn regels over het doen van lozingen opgenomen in het Bal. Daarmee wordt de kwaliteit van het (oppervlakte)water binnen het deelplangebied voldoende geborgd en hoeven hiervoor geen regels aan het omgevingsplan te worden verbonden. Geluid Noordpoort wordt beïnvloed door de geluidbelasting dat met het verkeer over de provinciale weg N375, de Steenwijkerstraatweg, de Ceintuurbaan, de Stadsentree en het onderliggende wegennetwerk (Galgenkampsweg, Cornelis houtmanstraat, Paradijsweg en dergelijke). Van deze wegen wordt op dit moment nog druk gewerkt aan het ontwerp van de Stadsentree. De aanleg van de Stadsentree is mogelijk gemaakt met het Chw bestemmingsplan. Als dit leidt tot een profiel dat buiten de bestaande reservering voor deze weg ligt, zal hiervoor een voorziening in de wijziging van het omgevingsplan moeten worden opgenomen. Voor de provinciale weg N375 geldt op grond van de Omgevingswet voor de provincie de verplichting om de geluidbelasting te begrenzen met het vaststellen van geluidproductieplafonds en een geluidaandachtsgebied.
Daarmee hangt dan samen dat voor geluidgevoelige gebouwen binnen dit geluidaandachtsgebied standaardwaarden en grenswaarden op grond van de Omgevingswet gelden. Door verschillende wijzigingen in de manier waarop dit wegverkeerslawaai wordt berekend, leidt dit tot een beperking van het bebouwbare gebied binnen Noordpoort. Zolang de gemeente de eerdergenoemde geluidproductieplafonds niet heeft vastgesteld, mag gebruik worden gemaakt van het stelsel van de Wet geluidhinder (en is dus sprake van een groter bebouwbaar gebied). Daarom dringt de gemeente er bij de provincie op aan geen geluidproductieplafonds
vast te stellen, vóórdat de wijziging van het omgevingsplan voor Noordpoort is vastgesteld. De Kop van Noordpoort wordt onder meer beïnvloed door het wegverkeer dat over het viaduct over de Drentsche Hoofdvaart rijdt. Door de verhoogde ligging van dit viaduct ten opzichte van het maaiveld van het deelplangebied, dringt dit geluid relatief diep in het deelplangebied door. Voor de leefbaarheid binnen de Kop van Noordpoort is het wenselijk dit geluid zo veel als mogelijk te beperken. Het verleggen van de snelheidsbeperking van 50 km/h naar het noordoostelijke begin van het viaduct ter hoogte van bedrijventerrein Noord zal de geluidbelasting binnen de Kop van Noordpoort beperken. De aanleg van de Stadsentree en de transformatie van Noordpoort zullen van invloed zijn op de intensiteit van het wegverkeer op de provinciale weg en (onder meer) de Ceintuurbaan. Op grond van de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl moet worden onderzocht of deze toename van de intensiteit niet tot een toename van de geluidbelasting met meer dan 1,5 dB leidt. Dit is een aanvullende onderzoeks- en motiveringsverplichting ten opzichte van het stelsel van de Wet geluidhinder. Naast het wegverkeerslawaai dat van invloed is op het plangebied, is ook van belang dat de bestaande geluidzone rond de scheepswerf wordt weggenomen met de wijziging van het omgevingsplan.
Dit leidt tot een verbetering van de akoestische kwaliteit binnen Noordpoort. Gedurende de transformatie van het deelplangebied zullen er niettemin milieubelastende activiteiten zijn die ter hoogte van de (nieuw gebouwde) geluidgevoelige gebouwen een zekere geluidbelasting zullen veroorzaken. Deze milieubelastende activiteiten vallen in de bestaande situatie onder de geluidregels van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor een aantal milieubelastende activiteiten is ter voorbereiding van het onderliggende Chw bestemmingsplan Meppel Transformatiegebied Noordpoort een maatwerkvoorschrift met 31
aangepaste geluidgrenswaarden vastgesteld. Na het in werking treden van de Omgevingswet maken deze geluidregels onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Meppel. Uitgangspunt bij het voorbereiden van de wijziging van het omgevingsplan voor het deelplangebied Noordpoort is dat de maatwerkvoorschriften in het omgevingsplan worden opgenomen. Bodem Op grond van de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl moeten er in het nieuwe deel van het omgevingsplan van de gemeente Meppel grenswaarden zijn opgenomen, waaraan bij de bouw van (onder meer) woningen moet worden voldaan. Bij de voorbereidingen voor de wijziging van het omgevingsplan voor het deelgebied Binnenstad/Centrumschil is hiervoor een lijst met grenswaarden voorbereid. Ook zijn hierbij de verplichte procedurevereisten voor het bouwen van zogenoemde bodemgevoelige gebouwen en de regels om saneringsmaatregelen in stand te houden in het omgevingsplan opgenomen. In de wijziging van het omgevingsplan voor de transformatie van Noordpoort is het wel nodig om de bodemfunctieklasse ‘wonen’ van toepassing te verklaren op het deelplangebied. Dit brengt geen aanvullende onderzoekslasten ter voorbereiding op het vaststellen van het omgevingsplan met zich mee. Geur Ten zuidwesten van het plangebied staat op relatief korte afstand langs het Meppelerdiep de mengvoederfabriek Agrifirm.
Op grotere afstand zuidwestwaarts staan daarnaast de mengvoerfabrieken van De Valk/Wekerom, De Heus Voeders en de asfaltcentrale van Koudasfalt Staphorst. Deze geurbronnen kunnen van invloed zijn op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving binnen het deelplangebied Noordpoort. Daarbij is van belang dat (anders dan met het Chw bestemmingsplan) met de wijziging van het omgevingsplan hoogbouw (tot 35 meter boven
maaiveld) mogelijk worden gemaakt. Door de hoogte van de geuruitworp bij de mengvoerbedrijven zal op hogere woonlagen een hogere geurlast optreden dan waarvan bij de besluitvorming op het Chw bestemmingsplan is uitgegaan. Met de RUD wordt nagegaan wat deze (gecumuleerde) geurbelasting binnen het deelplangebied Noordpoort zal zijn en in hoeverre deze aanvaardbaar is. Natuur: gebiedsbescherming Noordpoort kent vanuit oogpunt van gebiedsbescherming geen bijzondere status. Het Natura 2000-gebied Wieden/Weerribben ligt op meer dan 2 kilometer afstand, even ten westen van de stad. Niettemin zijn er wel potentiële effecten die moeten worden onderzocht, te weten stikstofdepositie. De effecten worden onderzocht in een voortoets. Er wordt daarbij onderzocht in hoeverre bestaande bedrijven (waaronder de scheepswerf) stikstofruimte hebben die ingezet kan worden ten behoeve van de woningbouw. De NNN-gebieden liggen aan de andere kant van de stad (zuiden en oosten). Vanuit het plangebied zijn hierop geen effecten gelet op de kenmerken van deze gebieden. M.e.r.-beoordeling In de Omgevingswet is ook de ‘Richtlijn van het Europees Parlement over de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s’ (de m.e.r.-richtlijn) uitgewerkt.
In artikel 11.6 van de Omgevingsregeling zijn hiervoor de m.e.r.-plichtige en m.e.r.-beoordelingsplichtige gevallen aangewezen en beschreven in bijlage V bij de Omgevingsregeling. De transformatie van Noordpoort, zoals mogelijk zal worden gemaakt met de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel, valt onder de ‘stedelijke ontwikkelingsprojecten’ van categorie J11 van deze bijlage. De wijziging van het omgevingsplan is daarom aangewezen als m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor het omgevingsplan wordt dus een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. 32
Natuur: flora en fauna Bij de transformatie van Noordpoort kan de soortenbescherming mogelijk van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van de toegekende functies. Dit omdat hier een nieuwe stedenbouwkundige inrichting wordt nagestreefd. Gelet hierop wordt voor deze deelgebieden een verkennend onderzoek uitgevoerd naar mogelijk voorkomende dier- en plantensoorten. Bij transformatie naar andere functies zal aan de hand van de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit ook moeten gekeken naar de uitvoerbaarheid in het licht van de soortenbescherming.
6. Procedure wijziging omgevingsplan 6.1
Nota van uitgangspunten
Deze Nota van uitgangspunten heeft tot doel een duidelijk kader te scheppen voor de wijziging van het omgevingsplan voor het Transformatiegebied Noordpoort. Deze nota wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Daarnaast biedt voorliggende nota inzicht in de planning van de werkzaamheden en de totale doorlooptijd van het proces. De Nota van uitgangspunten is het eindresultaat van deze fase.
6.2
Ontwerp wijziging omgevingsplan
Na vaststelling van de Nota van uitgangspunten wordt de wijziging van het omgevingsplan voorbereid, de benodigde onderzoeken uitgevoerd en de m.e.r.-beoordeling opgesteld. Het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan wordt gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegd.
6.3
Vaststellen omgevingsplan
De ingekomen zienswijzen worden samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. Deze zienswijzen leiden, samen met mogelijke ambtshalve aanpassingen, tot het vast te stellen wijzigingsbesluit. Na het besluit van de raad om in te stemmen met de eventuele wijzigingen en de vaststelling van het wijzigingsbesluit wordt het plan opnieuw gedurende vier weken ter inzage gelegd.
6.4
Beroepsfase
Tijdens de terinzagelegging van het vastgestelde wijzigingsbesluit kan beroep worden ingesteld door belanghebbenden. Na afloop van de termijn (in beginsel vier weken) treedt het wijzigingsbesluit in werking. Als er geen beroep wordt ingesteld is de wijziging van het omgevingsplan onherroepelijk. Wordt er wel beroep ingesteld dan treedt het wijzigingsbesluit wel in werking, maar is deze nog niet onherroepelijk. Als er voorlopige voorziening wordt aangevraagd treedt het wijzigingsbesluit pas in werking nadat uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter.
6.5
Planning
Procedurestap Vaststelling Nota van Uitgangspunten Ontwerp wijziging omgevingsplan Noordpoort en ontwerp beleidsregel Kwalitatief beoordelingskader Noordpoort in procedure Vaststelling wijziging omgevingsplan Noordpoort en beleidsregel Kwalitatief beoordelingskader Noordpoort Beroepsfase wijziging omgevingsplan Noordpoort (eventueel)
Tijdpad december 2023 tweede kwartaal 2024
eind 2024
onbekend
33
6.6
Participatietraject
Belanghebbenden, zoals bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties, worden betrokken bij het besluitvormingsproces. Door middel van participatie kunnen zij hun inbreng leveren, zorgen delen en mede-eigenaar worden van de ontwikkeling. Dit bevordert draagvlak en vergroot de kans op succesvolle implementatie. In het traject sluiten we aan bij het dan door de raad vastgestelde participatiebeleid. Voor het goed begeleiden van het participatieproces wordt een omgevingsmanager bij het project betrokken. De omgevingsmanager is verantwoordelijk voor het bevorderen van een constructieve en inclusieve samenwerking tussen alle
belanghebbenden en het waarborgen van een soepele en succesvolle uitvoering van het gebiedsontwikkelingsproject. Dit is een belangrijke functie in het proces van de verdere ontwikkeling van Noordpoort, vooral omdat het hier gaat om meerdere grote projecten die complex zijn en met elkaar samenhangen. Bij de totstandkoming van het Chw bestemmingsplan is een klankbordgroep geformeerd. Inmiddels is deze klankbordgroep weer nieuw leven ingeblazen. De klankbordgroep wordt op logische momenten in het proces betrokken en bijgepraat door de gemeente. Ook wordt tijdens het proces afgestemd met het Wijkplatform Haveltermade.
34