CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

NIEUW - Memo verordening nadeelcompensatie

1 - RAADSVERGADERING 29 september 2022, gemeente MeppelBij agendapunt: Verordening Nadeelcompensatie1.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Kenmerk Aan Van Datum Onderwerp Afschriften voor

: 1557858/1636912 : de gemeenteraad : het college : 6 september 2022 : Memo verordening nadeelcompensatie :

In de raadscommissievergadering van 19 mei 2022 heeft het college uw raad een memo toegezegd over de toegankelijkheid van de nadeelcompensatieregeling voor lagere inkomens. Door verschillende fracties in uw raad is gevraagd welke mogelijkheden er zijn om tegemoet te komen aan inwoners voor wie het heffen van een recht voor het in behandeling nemen van een verzoek om nadeelcompensatie problemen oplevert en hoe wij daar toepassing aan gaan geven. Ook is daarbij gevraagd inzicht te geven hoe dit procesmatig vorm gegeven zal worden. Op dit moment is de indiener van een verzoek om planschade ook een recht verschuldigd. De keuze om binnen de nieuwe regeling een hoger recht te vragen is hoofdzakelijk ingegeven doordat deze regeling enerzijds een bredere reikwijdte heeft (niet alleen bestemmingsplannen, maar ook andere besluiten), en anderzijds dat het aantal schadeveroorzakende besluiten (door invoering van de omgevingswet) ook relatief zal toenemen. Bijgevolg zal naar verwachting niet alleen het aantal verzoeken om nadeelcompensatie stijgen, maar ook het aandeel weinig kansrijke verzoeken. Toegankelijke procedure voor nadeelcompensatie Het college hecht er waarde aan te benadrukken dat als een verzoek tot nadeelcompensatie wordt toegekend, het geheven recht wordt gerestitueerd.

Ook wijst het college nogmaals op de termijn van vijf jaar die een benadeelde heeft (na het onherroepelijk worden van een besluit) om een verzoek om nadeelcompensatie in te dienen. Desondanks kan niet worden uitgesloten dat er een groep is voor wie de heffing van het recht op zichzelf een probleem is, wat hen mogelijk weerhoudt van het indienen van een compensatieverzoek. Rechtmatig overheidshandelen leidt in de praktijk regelmatig tot schade. Dat valt niet te voorkomen en ook is de overheid niet verplicht om elke vorm van nadeel die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, te vergoeden. Als dat nadeel of die schade een inwoner onevenredig hard treft, moet dergelijke schade wel worden vergoed. Dit is een inmiddels algemeen aanvaard beginsel, wat wordt aangeduid als het beginsel van de gelijkheid voor de openbare lasten ofwel het égalitébeginsel. Daarnaast verplicht artikel 13 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) tot het bieden van een daadwerkelijk rechtsmiddel ter bescherming van de door het EVRM beschermde rechten, waaronder ook het vermogensrechtelijke recht op eigendom valt. Dat betekent dat er niet slechts een recht op nadeelcompensatie bestaat, maar dat de toegankelijkheid van een

dergelijke procedure tot vergoeding van dat nadeel ook rechtstreeks uit verdragsrechtelijke bepalingen voortvloeit. Nadeelcompensatie voor lagere inkomens Zoals wij hierboven al aangaven zijn voor sommige mensen de mazen van het sociaal vangnet te groot, waardoor zij buiten de boot dreigen te vallen. De wetgever heeft voor die gevallen een regeling getroffen in de vorm van bijzondere bijstand (artikel 35 lid 1 Participatiewet (PW). De regeling voor bijzondere bijstand is een vangnet voor mensen met lagere inkomens die geconfronteerd worden met uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan. Onevenredig nadeel als gevolg van overheidshandelen is naar ons oordeel een bijzondere omstandigheid, waarbij toegang tot verhaalsmogelijkheden naar ons oordeel bovendien noodzakelijke kosten van bestaan zijn. Met deze regeling wordt aldus verzekerd dat ook lagere inkomens met een individuele maatwerkoplossing toegang zullen hebben tot de nadeelcompensatieregeling. Toepassing beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Meppel Voor de beoordeling van een aanvraag bijzondere bijstand wordt gebruik gemaakt van de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Meppel’. Uitgangspunt daarbij is dat bijzondere bijstand wordt aangevraagd voordat kosten daadwerkelijk worden gemaakt. Omdat een benadeelde vijf jaar de tijd heeft zal dat doorgaans geen problemen opleveren.

In uitzonderlijke gevallen kan (gelet op artikel 3 van de beleidsregels) ook achteraf nog een aanvraag worden gedaan. Een aanvraag (vooraf) wordt beoordeeld aan de hand van de criteria in artikel 2 lid 2 van de beleidsregels. Voor de beoordeling of iemand recht heeft op nadeelcompensatie zijn de onder b en c opgenomen onderdelen eigenlijk op voorhand gegeven: de kosten doen zich voor en de kosten zijn in het individuele geval noodzakelijk om het geleden nadeel te kunnen verhalen. Onderdeel a en e zijn er voor bedoeld om te verzekeren dat uitsluitend lagere inkomens een beroep kunnen doen op de regeling en laten wij bij deze bespreking buiten beschouwing. Bij onderdeel d moet worden beoordeeld of sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waaruit de kosten voortvloeien. In zoverre loopt dit onderdeel deels vooruit op de vraag in hoeverre een benadeelde onevenredig zwaar wordt getroffen in vergelijking met anderen. Bij de beoordeling of bijzondere bijstand op zijn plaats is kan in het algemeen niet worden beoordeeld in hoeverre een verzoek om nadeelcompensatie kansrijk is. Daar is namelijk de procedure voor nadeelcompensatie voor. Een consulent zal zich wel op de hoogte kunnen moeten stellen van een mogelijk redelijk belang van de aanvrager bij een verzoek om nadeelcompensatie. In de aanvraag moet de belanghebbende dan ook aangeven waarom hij denkt dat hij nadeel lijdt.

Als er geen redelijk belang aanwezig is kan geen bijstand worden verstrekt. Tot slot nog een opmerking over de wijze van toekenning van bijzondere bijstand. Omdat het recht gerestitueerd wordt bij een toekenning van een nadeelcompensatieverzoek, zal ook de bijzondere bijstand een voorwaardelijk karakter moeten krijgen. Als een nadeelcompensatieverzoek uiteindelijk wordt

afgewezen zal de toekenning van bijzondere bijstand definitief moeten worden. Als het nadeelcompensatieverzoek wordt toegekend, zal ook de bijzondere bijstand moeten worden terug betaald. Het betreft hier een waarborgsom als bedoeld in artikel 48 lid 2 onder c PW. Het college kan daarom de bijzondere bijstand in de vorm van een lening verstrekken en er de voorwaarde aan verbinden dat deze alleen moet worden terugbetaald als de waarborgsom wordt terugontvangen door de aanvrager. Na een definitief besluit op de aanvraag om nadeelcompensatie moet dan door de gemeente beslist worden of de bijzondere leenbijstand wordt omgezet in bijstand om niet. Conclusie Met de mogelijkheid om voor het te heffen recht een beroep te kunnen doen op bijzondere bijstand wordt toegang tot de nadeelcompensatieregeling voor lagere inkomens gegarandeerd. Bovendien, zo bleek hierboven, garanderen de gehanteerde criteriadat iemand die een redelijk belang heeft, aanspraak kan maken op bijzondere bijstand , waardoor er geen gevaar bestaat dat bepaalde categorieën tussen wal en schip raken. Ook biedt de termijn voor het indienen van een verzoek om nadeelcompensatie (vijf jaar na het onherroepelijke besluit) voldoende ruimte om rechtsmiddelen tegen een eventuele afwijzing van bijzondere bijstand aan te wenden, waardoor ook op die wijze de toegankelijkheid van de regeling wordt geborgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=c9c31aef-efb4-457e-8f48-80aecfad32bc