NIEUW - Memo - Transformatieproces GR GKB naar Stichting GKB - Werkingsduur overeenkomst
Tekst van het document
Memo Kenmerk Aan Van Datum Onderwerp Afschriften voor
: 1855052/2001660 : De leden van de raad : Het college van burgemeester en wethouders : 17 september 2024 : Transformatie GR GKB naar Stichting GKB - Werkingsduur overeenkomst :-
Tijdens de raadscommissie van vorige week donderdag (12 september 2024) zijn er vragen gesteld over de werkingsduur van de deelnemingsovereenkomst. Uw raad vroeg zich af of dit niet moet worden opgeschroefd naar vijf jaar. Tijdens de vergadering heeft wethouder De Vries toegelicht dat de overeenkomst wordt aangegaan voor een periode van drie jaar. Deze periode is in gezamenlijkheid (GR gemeenten, DVO gemeenten en de GKB) tot stand gekomen, waarbij er vanuit verschillende perspectieven (juridisch, financieel en organisatorisch) is gekeken naar deze termijn. Wij willen u nog meegeven dat er wel een bepaalde waarborg is opgenomen voor het geval dat een gemeente besluit de overeenkomst met de stichting op te zeggen. Als een gemeente daartoe overgaat, dan eindigt de overeenkomst niet zomaar. Voor deze situatie geldt het volgende: •
•
Als een gemeente de overeenkomst tijdig heeft opgezegd en de beëindiging direct na die drie jaar wil laten ingaan, dan moet de betreffende gemeente een bedrag betalen dat gelijk is aan tweemaal het bedrag dat betaald is voor de dienstverlening in het jaar van opzegging. Als een gemeente de overeenkomst tijdig heeft opgezegd maar geen bedrag wil betalen, dan heeft de betreffende gemeente nog de verplichting om twee jaar lang diensten af te nemen bij de stichting GKB.
Hoewel er wordt vastgehouden aan een contractperiode van drie jaar, zit er wel een waarborg in dat de omvang van de dienstverlening en daarmee de omzet nog enige jaren stabiel blijft. De stichting GKB heeft vervolgens de tijd om zich aan te passen op de wijzigingen. Voor de juridische tekst verwijzen wij u naar artikel 9, lid 1 tot en met 3, van de deelnemingsovereenkomst. Wij gaan er vooralsnog van uit dat de gemeenten die gaan deelnemen aan de stichting, dit ook zullen blijven doen.