NIEUW - Beantwoording technische vragen Perspectiefnota 2027 - 2030
Tekst van het document
Vragen Perspectiefnota 2027-2030 Nr 1
2
Vraag De PPN 2027-2030 is opgesteld door het ‘oude’ college en heeft volgens de inleiding een bescheidener karakter, omdat de integrale afweging van beleid en middelen is verschoven naar de begroting 2027-2030 in het najaar. Op welke wijze en op welk moment worden de ambities uit het coalitieakkoord “Groot denken, Samen Doen” (Sterk Meppel, VVD, CDA) concreet financieel vertaald in die begroting? Het financiële beeld laat een tekort zien van € 0,1 miljoen in 2027, € 2,2 miljoen in 2028 en € 2,3 miljoen in 2029, omslaand in een overschot van € 1,3 miljoen in 2030. Welke concrete ombuigingsmaatregelen heeft het college voor 2027 en 2028 al uitgewerkt, en op welke posten wordt als eerste bezuinigd?
3
De beoogde besparingen vanuit “Kiezen voor de Toekomst” lopen op van € 0,6 miljoen in 2028 naar € 6 miljoen in 2030, maar moeten volgens de PPN nog verder geconcretiseerd en definitief besloten worden. Wat is het risico voor het meerjarenbeeld als deze besparingen niet of niet volledig worden gerealiseerd, en is daarvoor een terugvaloptie?
4
De loonontwikkeling vanaf 1 april 2027 is geraamd op basis van een aanname van 2% per 1 april 2027 en 2% per 1 oktober 2027, omdat de huidige cao loopt tot en met 31 maart 2027. Wat is de bandbreedte van deze raming bij een hoger of lager caoakkoord, en wanneer wordt deze raming geactualiseerd? De compensatie voor lonen en prijzen via het gemeentefonds is gebaseerd op het bruto binnenlands product en is volgens de PPN onvoldoende om de eigen loon- en prijsstijgingen volledig op te vangen. Hoe groot is dit verwachte gat structureel, en wordt dit al opgevangen binnen het huidige financiële beeld of komt dit nog boven op het geschetste tekort?
5
Antwoord De ambities uit het coalitieakkoord worden vertaald in een collegeprogramma. De eerste afweging vindt plaats bij de begroting 2027-2030. Het collegeprogramma wordt min of meer parallel aan de begroting opgesteld, maar heeft een iets langere doorlooptijd; een zorgvuldig proces vraagt daar om. De financiële vertaling gebeurt integraal bij de begroting 2027-2030. Bij de perspectiefnota 2028-2031 wordt de eerstvolgende integrale afweging gemaakt. Het vorige college heeft geen concrete ombuigingsmaatregelen uitgewerkt, maar wel voorbereidingen daarop gedaan. Het nieuwe college komt bij de begroting 2027-2030 met voorstellen om de taakstellingen uit Kiezen voor de Toekomst in te vullen. De coalitie heeft afgesproken Kiezen voor de Toekomst ongewijzigd door te voeren, met name omdat de besparingen in 2028 nodig zijn om tot een sluitende begroting te komen. Zoals uit het financiële beeld blijkt, tonen de jaren 2028 en 2029 een behoorlijk tekort. Als de besparingen uit Kiezen voor de Toekomst niet of niet volledig worden gerealiseerd, loopt dit tekort op. Aangezien een sluitende begroting verplicht is (voor het eerstkomende begrotingsjaar), zullen dan alternatieve besparingen noodzakelijk zijn (naast de besparingen om het voorziene tekort te dichten). Overigens is het financiële beeld een momentopname en kunnen zich gedurende het jaar mee- en tegenvallers voordoen.
Actualisatie gebeurt in ieder geval zodra de nieuwe CAO is vastgesteld. 1% verhoging is ongeveer € 350.000.
Op basis van de uitgangspunten van de PPN komen we op een indicatief tekort van circa € 0,55 miljoen tot € 0,75 miljoen per jaar. Dit is meegenomen in de geschetste eindstanden per jaar.
Nr 6
Vraag Voor de huishoudelijke hulp (Wmo) wordt vanaf 1 januari 2029 een korting op het gemeentefonds van circa € 2 miljoen voor Meppel verwacht, gekoppeld aan het schrappen van huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening. De PPN gaat er vooralsnog van uit dat dit budgettair neutraal verloopt. Op basis van welke aannames is die conclusie getrokken, en welk vangnet is voorzien voor inwoners die zelf geen hulp kunnen regelen? De Realisatiestimulans levert Meppel van 2026 tot en met 2030 naar verwachting € 700.000 tot € 1.000.000 per jaar op voor betaalbare woningbouw. Op welke concrete projecten wil het college deze middelen inzetten, en wordt de raad hierover separaat geïnformeerd?
Antwoord In afwachting van definitieve besluitvorming van het Rijk verlagen we de uitgaven Wmo met hetzelfde bedrag als de korting op het gemeentefonds. Deze budgetneutrale verwerking kent twee onderdelen, het schrappen van de huishoudelijke hulp en het instellen van een vangnetregeling voor inwoners die niet in staat zijn de huishoudelijke hulp zelf te regelen. Per saldo gaat het om een bedrag van € 2 miljoen. We doen de aanname omdat nog onduidelijk is wat precies de kaders zullen worden voor beide onderdelen.
8
De financiële effecten van de gemeenschappelijke regelingen lopen op van € 833.000 nadelig in 2027 tot € 1.123.000 nadelig in 2030, gebaseerd op de meerjarenbegrotingen 2027 van Reestmond, GGD Drenthe/SamenDrenthe, Omgevingsdienst Drenthe en de Veiligheidsregio. Is er per GR inzicht in de onderliggende oorzaken van deze stijgende bijdrage, en ziet het college mogelijkheden om hierop als deelnemende gemeente invloed uit te oefenen?
Deze bijdragen maken deel uit van het verzameladvies GR-en. Dit voorstel is afgelopen donderdag in de raadsvergadering behandeld. Het uitoefenen van invloed op een G.R. is minder gemakkelijk dan als gemeente. Je hebt per slot van rekening te maken met meerdere partners. Deze moeten gezamenlijk het besluit nemen om de uitvoerende organisatie van minder financiële middelen te voorzien (dan waar zij om vraagt). Dit is des te lastiger bij meer deelnemers in de G.R.
9
De PPN meldt een structurele tegenvaller van € 680.000 per jaar door bovenmatige prijsst12ijgingen in jeugdhulp en Wmo, gebaseerd op contractuele verplichtingen. Om welke contracten gaat het, en zijn er bij toekomstige aanbestedingen mogelijkheden om deze stijging te beperken?
Het gaat om de zorg in natura contracten Jeugdhulp, Wmo begeleiding/dagbesteding en Huishoudelijke hulp. Deze worden geïndexeerd op basis van het OVA (overheidsbijdrage arbeidsontwikkeling). Deze percentages liggen hoger dan de consumentenprijsindex waar wij standaard in de begroting rekening mee houden. Ook bij nieuwe contracten hebben we de (wettelijke) verplichting om kostendekkende en reële tarieven te bieden, waarbij we rekening moeten houden met loonstijgingen.
7
De middelen vanuit de regeling realisatiestimulans zetten we in om de vervolgstappen in de woningbouwopgave te kunnen realiseren. We zetten de middelen onder andere in voor de planuitwerking voor nieuwe ontwikkelingen zoals Nieuwveense Landen fase 3, het stationsgebied, Marijkestraat. En ook op kleinere schaal worden veel ontwikkelingen gerealiseerd die om gemeentelijke inzet vragen. We vergroten met deze middelen de slagkracht voor de realisatie van geplande projecten en de verdere uitwerking van de Omgevingswet. Inhuur op terugkerend gevraagde expertise kan met deze middelen intern gerealiseerd worden. Hiermee zorgen we voor kennisborging, flexibiliteit en benutten we koppelkansen tussen projecten
Nr 10
Vraag Het coalitieakkoord biedt volgens de PPN vooralsnog geen oplossing voor de financiële problematiek in de jeugdzorg. Welke acties onderneemt het college, eventueel samen met de regio en het Rijk, om deze problematiek het hoofd te bieden?
Antwoord Op basis van het advies van de onafhankelijke deskundigencommissie Van Ark hebben gemeenten tot en met 2027 extra middelen ontvangen. In de voorjaarsnota 2026 van het Rijk is nog niets opgenomen over 2028 en verder. In het eerste kwartaal van 2027 volgt een tweede advies van de commissie voor 2028 en verder. In de tussentijd zetten we ons, in lijn met de hervormingsagenda Jeugd en de bestuursopdracht sociaal domein, in op de beweging naar voorkant (meer inzet op preventie) en het normaliseren (niet elk probleem is meteen jeugdhulp) waarmee we de inzet van zwaardere (duurdere) jeugdhulp zoveel als mogelijk willen voorkomen.
11
Voor het Fysiek domein constateert het college dat de resterende besparingsopties, op een enkele maatregel na, allemaal impact hebben op de samenleving en/of de openbare ruimte, via vermindering van dienstverlening, ambitie of hogere lasten. Wanneer en op welke wijze wordt de raad in de gelegenheid gesteld hierin een politieke afweging te maken, voorafgaand aan de begrotingsbehandeling?
De voorstellen over het invullen van de mogelijke besparingen worden tijdig aangeleverd voor afweging en bespreking bij de begroting. De raad kan in die periode haar politieke afwegingen maken. De besluitvorming gebeurt bij de begrotingsbehandeling.
12
Het onderzoek naar Wijk- en Dorpsgericht Werken (WDW) als vliegwiel voor samenwerking heeft het bureauonderzoek en de diepte-interviews afgerond. Wanneer ontvangt de raad het eindrapport met conclusies?
Het eindrapport maakt deel uit van het traject Kiezen voor de Toekomst en dit rapport is inmiddels afgerond. Momenteel vindt interne afstemming plaats, waarna de conclusies en acties worden bepaald. In het najaar ontvangt de raad het eindrapport, vergezeld van een voortgangsnotitie.
13
Voor het programma “Investeren in de Toekomst” is recent een programmamanager/kwartiermaker geworven, die een kosten/batenanalyse en een programmaplan gaat opstellen. Wanneer worden deze producten aan de raad voorgelegd, en wat is de planning om na de zomer daadwerkelijk te starten met de uitvoering?
Investeren in de toekomst is een organisatie breed programma dat zich richt op de versterking van datagedreven, proces- en zaakgericht werken, wat leidt tot modernisering en digitalisering. Het programma is vooral een antwoord op de arbeidsmarkt krimp in combinatie met verwachte hoge uitstroom vanwege pensioen, terwijl de ambities van de stad en de dienstverlening aan inwoners en bedrijven onverminderd moeten worden gerealiseerd. Wij zullen uw raad blijvend informeren. De eerste keer bij de begroting 2027, En waar van toepassing zullen we deel-producten met uw raad delen.
Nr 14
Vraag Van de geraamde zwembadinvestering van € 33,5 miljoen kan circa twee derde via de dekkingsreserve kapitaallasten zwembad worden opgevangen, wat vanaf 2030 een voordeel van bijna € 1,1 miljoen aan kapitaallasten oplevert. Dit bedrag is nog gebaseerd op het scenario-onderzoek uit 2023, geïndexeerd naar prijspeil 2029. Wanneer wordt een geactualiseerd en definitief investeringskrediet voor het zwembad aan de raad voorgelegd?
15
De kapitaallasten van de vernieuwbouw Ogterop schuiven een jaar op, wat in 2028 een voordeel van € 1,25 miljoen oplevert. Wat betekent deze verschuiving concreet voor de planning van start en oplevering van de vernieuwbouw, en zijn hieraan risico’s verbonden voor de huidige gebruikers van Ogterop?
16
Het college verwacht dat in 2030 circa 30% van de gemeentelijke vacatures niet kan worden ingevuld door het zogenoemde personeelsravijn. Welke concrete maatregelen worden binnen “Investeren in de Toekomst” getroffen om dit risico te beperken, en hoe wordt de raad over de voortgang geïnformeerd?
17
Binnen “Investeren in de Toekomst” lopen pilots met de inzet van AI die kunnen leiden tot optimalisatie van administratieve processen. Om welke processen gaat het concreet, wat zijn de eerste resultaten, en wanneer wordt besloten over bredere uitrol?
Antwoord In januari 2026 heeft de gemeenteraad ingestemd met nieuwbouw als voorkeursscenario voor het zwembad in Meppel. Daarbij is aangekondigd dat een routekaart wordt opgesteld, met daarin uitgewerkt het stappenplan om toe te werken naar de inhoudelijke keuzes (zoals omvang, programma en locatie) en de planning en participatieaanpak. Deze routekaart wordt in de tweede helft van 2026 aan de raad aangeboden. Een definitief investeringskrediet kan pas worden bepaald nadat de inhoudelijke keuzes zijn gemaakt én de aanbesteding is afgerond. Tot dat moment worden kostenramingen stapsgewijs geactualiseerd op basis van voortschrijdend inzicht, zodat besluitvorming steeds kan plaatsvinden op basis van de meest actuele inzichten. Naar verwachting wordt in de tweede helft van 2027 een voorstel aan de raad voorgelegd met het programma van eisen, een geactualiseerde kostenraming en de exploitatie. Het definitieve investeringskrediet wordt echter pas duidelijk na afronding van de aanbesteding, naar huidige inschatting medio 2029. Door het aanbestedingsresultaat en het daarbij behorende besluitvormingstraject heeft het project een vertraging van ongeveer een half jaar opgelopen. Start bouw is dus opgeschoven en de oplevering wordt waarschijnlijk 1 oktober 2028 (afspraken hieromtrent moeten nog met de aannemer worden gemaakt).
Met een inregelperiode om te kunnen proefdraaien zou dat betekenen dat er vanaf januari 2029 theatervoorstellingen ingepland kunnen worden (was oorspronkelijk 1 september). Op de tijdlijn na veranderen de overige risico’s niet. Aan het tekort aan geschikt personeel wordt op verschillende manieren gewerkt. Door te werken aan aantrekkelijk werkgeverschap, aan strategisch personeelsbeleid en aan ‘binden en boeien’ van medewerkers. Hieraan wordt stevig gewerkt, maar niet zo zeer binnen ‘Investeren in de Toekomst’, een programma dat zich richt op de organisatie van de toekomst. Over de voortgang van dit programma wordt de raad in het najaar bij de begroting nader geïnformeerd. Zie ook het antwoord op vraag 17. De eerste pilot betreft een chatbot tbv informatie delen met inwoners en bedrijven. Deze is reeds gestart. In de kosten/baten- analyse zullen de processen die zich lenen voor deze modernisering worden geïnventariseerd. Het programma zal vele kleinere en grotere projecten bevatten. Per jaarschijf zal daarvoor een planning worden opgesteld. Uitrol zal gedurende de hele looptijd plaatsvinden.
Nr 18
Vraag De klimaatgelden van bijna € 2,1 miljoen voor 2027 worden volgens de PPN volledig ingezet voor de wettelijke taken uit de Klimaatwet, de Regionale Energiestrategie, de warmtetransitie en de eigen lokale duurzaamheidsambities. Kan het college een uitsplitsing geven van dit bedrag naar deze vier onderdelen voor 2027?
19
Is de meicirculaire al bekeken en heeft er al een doorrekening plaatsgevonden voor de komende jaren met de huidige stand van zaken die weergegeven is in de PPN? (inclusief eventuele wijzigingen in 2026)
Antwoord Sinds 2023 ontvangen gemeenten middelen voor klimaat- en energiebeleid, de CDOKE. Deze middelen zijn bedoeld om de gemeentelijke capaciteit structureel te versterken, zodat wij onze wettelijke taken op het gebied van klimaat en energie kunnen uitvoeren. Dit betekent dat het gros van deze middelen dus wordt ingezet voor capaciteit voor team Duurzaam. Er zijn extra middelen beschikbaar gesteld die we op hoofdlijnen hebben belegd voor aanvullend benodigde personele capaciteit en/of specialistische kennis, uitvoering van de RES en de warmtetransitie en fysieke duurzaamheidsmaatregelen binnen ons beheer en onderhoud van openbare ruimte en het verduurzamen van ons maatschappelijk vastgoed. De RES en warmtetransitie maken onderdeel uit van de wettelijke taken vanuit de Klimaat en ook onze lokale ambities vloeien hieruit voort. Om die reden is een afzonderlijke uitsplitsing naar die vier onderdelen niet mogelijk. De uitsplitsing van de klimaatgelden van bijna 2,1 miljoen ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: Bestaande capaciteit team Duurzaam: 1.200.000 Inzet op RES-opgave, opstellen en uitvoeren van warmteprogramma en warmteplannen, duurzame mobiliteit en communicatie. Belegde structurele kosten: 160.000 Onder andere het Drents Energieloket, Meppel Deelt, fixteam, flexteam Drenthe.
Regionale energiestrategie: 100.000 Onder andere inzet op de zon-opgave en juridische expertise. Warmtetransitie: 150.000 Voor de uitvoering van de warmteplannen. Extra benodigde capaciteit/specialistische kennis: 300.000 Inzet voor onder andere verduurzamen bedrijventerreinen en Soortenmanagementplan-specialist Fysieke duurzaamheidsmaatregelen: 160.000 Voor maatregelen binnen beheer en onderhoud van de openbare ruimte en het gemeentelijk vastgoed. Over de uitkomsten van de meicirculaire 2026 ontvangt u een memo vóór de raadsbehandeling van de PPN op donderdag 2 juli.