NIEUW: Beantwoording technische vraag P. van Leeuwen: RUD Integraal advies De Wetering 2 Meppel 2023
Tekst van het document
Milieuadvies RUD Integraal Datum advies
31 juli 2023
Bevoegd gezag
Gemeente Meppel
Zaaknummer BG
1547227
Zaaknummer RUD Datum binnenkomst BG Datum binnenkomst RUD
Z2023-018625 13 juli 2023 13 juli 2023 ☐ Advies vooroverleg ☒ Integraal advies ☐ Advies toezicht ☐ Overig advies ☒ Alleen voor intern gebruik (opdrachtgever & RUD) ☐ Advies mag extern worden gedeeld (aanvrager/klager) 2023 integraal advies milieuaspecten_De Wetering 2 Meppel
Type advieszaak Advies bedoeld voor Onderwerp Procedure Bijlagen Algemene gegevens Locatie Postcode en plaats Correspondentie adres
: De Wetering 2 : 7943 KV Meppel :
Aanleiding: Initiatiefnemers zijn voornemens nabij het Tolhuis De Knijpe, De Wetering 2 Meppel een recreatieterrein te realiseren. Er is reeds vooroverleg gevoerd met de gemeente Meppel. Bij brief van 19 februari 2021 is in principe medewerking uitgesproken voor het inrichten van een terrein voor 35-50 camperplaatsen met bijbehorende voorzieningen. Conclusie: 1. Bodem Op voorhand is de locatie niet verdacht voor bodemverontreiniging. Op basis hiervan achten wij het niet noodzakelijk om voor het ruimtelijk plan een bodemonderzoek te verrichten. Mogelijk is voor een aanvraag omgevingsvergunning bouwen wel een bodemonderzoek nodig. 2. Externe veiligheid De camperplaats ligt volledig binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie en ligt grotendeels binnen de 100% letaliteitszone van de buisleiding. Het plan voldoet aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar. De camperplaats ligt buiten de belemmeringenstrook van de buisleiding. De gemeente Meppel moet het groepsrisico verantwoorden. In het kader van externe veiligheid wordt geadviseerd de opstelling van de campers op de camperplaats aan de zuidzijde van het terrein binnen het plangebied te projecteren. Daarmee wordt voorkomen dat campers binnen de 100% letaliteitszone moeten worden geplaatst.
De VRD moet voor dit plan door de gemeente Meppel in de gelegenheid worden gesteld om een advies uit te kunnen brengen. In de omgeving zijn verder geen risicobronnen aanwezig die van invloed zijn op het plangebied. 3. Geluid Voor het aspect geluid zijn er geen belemmeringen te verwachten. 4. Licht Pagina 1 van 4
Niet relevant 5. Lucht / geur • Een camperplaats betreft geen geurgevoelig object in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij. Binnen het nieuwe bestemmingsplan is tevens vastgelegd dat er binnen het beoogde plangebied geen geurgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd; • In het kader van de omgekeerde werking is een geurberekening uitgevoerd waarbij is uitgegaan van de bestemmingsgrens van de recreatieve bestemming. Het is aan de gemeente om te beoordelen of deze coördinaten kloppend zijn; • In de berekening is uitgegaan van de randen van het bouwblok van de veehouderij. De voorgrondbelasting bedraagt 3,2 ouE per m3, waar de norm op grond van het Activiteitenbesluit/de Wet geurhinder en veehouderij 8,0 ouE per m3 bedraagt. Er kan ruimschoots aan de geurnorm uit het Activiteitenbesluit/de Wet geurhinder worden voldaan. Het is echter aan de gemeente om te beoordelen of er sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. 6. Milieu algemeen In het stadium van een eventuele aanvraag omgevingsvergunning voor Bouwen moet een melding worden ingediend via AIMonline.nl of het DSO (ten tijde van de Omgevingswet). Beoordeling / Advies: 1. Bodem Bij het opstellen van een ruimtelijk plan moet rekening worden houden met de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied (artikel 3.1.6 van Bro).
De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie of de financiële haalbaarheid van het bestemmingsplan. In de Bro is echter geen rechtstreekse verplichting opgenomen voor het uitvoeren van bodemonderzoek of bodemsanering. Van deze locatie is bij ons geen bodeminformatie bekend. Geen bodemonderzoeken en geen bodembedreigende activiteiten. Op voorhand is de locatie niet verdacht voor bodemverontreiniging. Op basis hiervan acht ik het niet noodzakelijk om voor het ruimtelijk plan een bodemonderzoek te verrichten. Omgevingsvergunning bouwen Mogelijk is voor een aanvraag omgevingsvergunning bouwen wel een bodemonderzoek nodig. In artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht is bepaald dat bij een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een bodemonderzoek moet worden gevoegd. Conform artikel 2.1.5 van de Bouwverordening betreft dit een recent (niet ouder dan 5 jaar) milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740. Het onderzoek dient te worden verricht ter plaatse van de verblijfsruimten. 2. Externe veiligheid Aan de noordzijde van De Wetering ligt een hogedruk aardgastransportleiding (N-520-15) die van invloed is op de camperplaatsen binnen de camping.
De 50 camperplaatsen zijn aan de noordzijde van de planlocatie geprojecteerd en liggen daarmee volledig binnen het invloedsgebied en grotendeels binnen de 100% letaliteitszone van de aardgastransportleiding. Campers bieden tegen een eventuele fakkelbrand van een hogedruk aardgastransportleiding geen enkele bescherming waardoor binnen campers geen overlevingskans aanwezig is als ter hoogte van de camping een incident met de aardgasleiding voordoet. Vanuit EV wordt daarom geadviseerd de camperplaatsen op zo groot mogelijke afstand van de buisleiding te situeren. Dit is naar onze mening mogelijk door de camperplaatsen aan de zuidzijde van het plangebied richting de oever van de Hoogeveense Vaart te situeren. Wanneer dit om bepaalde redenen niet mogelijk blijkt te zijn, kan er wellicht een en ander geregeld worden m.b.t. gelijktijdigheid. Dat wil zeggen dat de camping voor campers gesloten moet zijn als binnen de belemmeringenstrook van de hogedruk aardgastransportleiding werkzaamheden worden verricht over een leidinglengte van circa 100 meter aan weerszijden van de camping. Echter kan dit niet in het bestemmingsplan worden vastgelegd door het ontbreken van de ruimtelijke relevantie van deze maatregel. Deze maatregel moet dus privaatrechtelijk worden geregeld. In het toekomstige Omgevingsplan moet dit wel mogelijk zijn.
De in zuidelijke richting gelegen NAM-locatie heeft geen PR-contour buiten het mijnbouwterrein. Daarnaast geldt dat deze locatie is gesloten en of deze weer opnieuw in bedrijf gaat, valt te betwijfelen. De
locatie ernaast is waarschijnlijk bestemd geweest voor de affakkelinstallatie. Deze fakkelinstallatie is niet meer aanwezig. De mijnbouwlocatie levert geen belemmeringen op voor de camping voor campers. Besluit externe veiligheid buisleidingen Doordat de camping voor campers binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding is geprojecteerd moet het ruimtelijk plan worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Als onderdeel van de Bevb-toets heeft de RUD een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd met behulp van het rekenprogramma Carola (versie 1.0.0.52). Op grond van het Bevb moet de plansituatie worden getoetst aan het PR10 -6, de ligging van de belemmeringenstrook moet in de beoordeling worden betrokken en het groepsrisico moet worden beoordeeld en moet door de gemeente worden verantwoord. Plaatsgebonden risico en belemmeringenstrook De hogedruk aardgastransportleiding N-520-15 heeft ter hoogte van de camping een PR10-6 die kleiner is dan 4 meter. Het PR10-6 ligt daarmee binnen de belemmeringen strook van 4 meter. De camping ligt buiten de belemmeringenstrook van de buisleiding en voldoet het ruimtelijk plan aan de grenswaarde van het PR10-6 per jaar. Er is in deze situatie sprake van een grenswaarde, omdat de camping met 50 campers als een kwetsbaar object wordt aangemerkt.
Uitgaande van 2 personen per camper, verblijven er meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen op het kampeerterrein (artikel 1, eerste lid, letter l onder d van het Besluit externe veiligheid inrichtingen). De camping ligt tevens buiten de belemmeringenstrook van 4 meter. Groepsrisico Om de hoogte en de verandering van het groepsrisico te kunnen beoordelen is de hoogte van het groepsrisico in de QRA voor de bestaande en voor de nieuwe situatie met een toename van 100 personen binnen het invloedsgebied berekend. Voor de bestaande situatie is er geen groepsrisico berekend en bedraagt het aantal slachtoffers 0 personen. Door de ruimtelijke ontwikkeling, inhoudende een toename van 100 personen, neemt de maximale overschrijdingsfactor van het groepsrisico toe met 10 slachtoffers. Het berekende groepsrisico is lager dan 0,5% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Qua hoogte van het groepsrisico kan de gemeente volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Dit houdt in dat de hoogte en de gevolgen van het plan voor het groepsrisico moeten worden beoordeeld. In de QRA, zoals hiervoor genoemd, is dat gedaan. Daarnaast moet de zelfredzaamheid en de voorbereiding en bestrijding van een ramp worden verantwoord. Hiervoor moet de gemeente de VRD in de gelegenheid stellen om voor deze ontwikkeling een advies externe veiligheid uit te kunnen brengen.
Omgevingswet Onder de werking van de Omgevingswet vanaf 1-1-2024 is er geen sprake meer van een invloedsgebied en wordt niet meer getoetst aan de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. In de plaats daarvan moet in het omgevingsplan voor de hogedruk aardgastransportleiding rekening worden gehouden met een brandaandachtsgebied ter grootte van 75 meter vanaf de leiding. Een camping met meer dan 50 personen worden aangemerkt als een kwetsbare locatie. Binnen het brandaandachtsgebied heeft de gemeente de mogelijkheid om een brandvoorschriftengebied vast te stellen in het omgevingsplan. Echter voor een camping is het vrijwel onmogelijk brandveiligheidsmaatregelen te treffen. Daarentegen zal in het omgevingsplan moeten worden afgewogen of een nieuwe camping binnen een brandaandachtsgebied wel of niet ontwikkeld moet worden. Hierbij kan de gelijktijdigheid wellicht ook uitkomst bieden op een zo veilig mogelijke ontwikkeling. Voor eventuele voorbeeldmaatregelen verwijs ik naar de Maatregelenwiki | Maatregelenwiki van het Rivm. In de maatregelwiki is onder de tab nieuws eveneens het “Inspiratiedocument externe veiligheid in het omgevingsplan” te raadplegen. 3. Geluid Zoals in de toelichting aangegeven geldt volgens de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” voor kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) voor geluid een richtafstand van 50 meter.
In de toelichting is aangegeven dat gemotiveerd kan worden afgeweken van de algemene hinderrichtafstanden. De aangegeven milieucategorie is gebaseerd op kampeerterreinen in het algemeen,
waarbij sprake is van voorzieningen zoals horeca en zwembad. In dit geval is sprake van een kampeerterrein met weinig voorzieningen. De voorzieningen zijn beperkt tot de basisvoorzieningen. Er is geen mogelijkheid voor horeca en/of een zwembad. Daarmee kan gesteld worden dat in dezen een lagere milieucategorie 2 van toepassing is. Daarbij is sprake van een hinderafstand van 30 meter. In de beoordeling is uitgegaan van deze hinderrichtafstand. Dit is akkoord met de aanvulling dat de ontsluiting op grotere afstand dan 50 meter is gelegen en voor de ontsluiting ruimschoots aan de algemene richtafstand wordt voldaan. Derhalve zijn geen belemmeringen te verwachten. De afstand vanaf de camperplaatsen tot het bouwvlak van de woning aan De Wetering 2 bedraagt 30 meter. Hiermee wordt aan de gemotiveerde richtafstand van 30 meter voldaan, en zijn er voor het aspect geluid geen belemmeringen te verwachten. Kampeerterreinen zijn niet geluidgevoelig. Derhalve zal deze ontwikkeling geen belemmering zijn voor de bedrijven in de omgeving. 4. Licht De camperplaats zal niet leiden tot lichthinder omdat er naar verwachting geen zware armaturen worden gebruikt en de afstand tot woningen relatief groot is. Aan de kant van De Wetering wordt de camperplaats ook afgeschermd door een groenstrook. 5.
Lucht/geur Een camperplaats betreft geen geurgevoelig object in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij. In de regels behorende bij het nieuwe bestemmingsplan is vastgelegd dat er binnen de recreatieve bestemming geen geurgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd. De gemeente zal in het kader van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wel aandacht moeten besteden aan het milieuaspect geur. Op het adres De Veltkamp 1 in Rogat is een vleeskalverenhouderij c.q. paardenhouderij gevestigd. Voor de inrichting is in 2018 een melding Activiteitenbesluit ingediend en een OBM verleend voor het uitbreiden met twee stallen en het uitbreiden met dieraantallen. In de geurberekening is uitgegaan van de bestemmingsgrens van de recreatieve bestemming. Het is aan de gemeente om te beoordelen of deze coördinaten kloppend zijn. In de berekening is uitgegaan van de randen van het bouwblok van de veehouderij. Deze wijze van meten is in overeenstemming met jurisprudentie, de veehouder heeft immers het recht om overal op zijn bouwblok te bouwen. De voorgrondbelasting bedraagt 3,2 ouE per m3, waar de norm op grond van het Activiteitenbesluit/de Wet geurhinder en veehouderij 8,0 ouE per m3 bedraagt. Er kan ruimschoots aan de geurnorm uit het Activiteitenbesluit/de Wet geurhinder worden voldaan.
Het is echter aan de gemeente om te beoordelen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er is in dit geval alleen een berekening gemaakt van de voorgrondbelasting, aangezien zich in een straal van twee kilometer rondom het plangebied, slechts één veehouderij bevindt waar dieren met geuremissiefactoren worden gehouden. In gebieden met zeer weinig veehouderijen wordt de hinder namelijk sterk onderschat als die alleen op basis van de achtergrondbelasting wordt berekend. Er wordt daarom aangeraden om in deze gebieden altijd de hinder op basis van de voorgrondbelasting te bepalen. 6. Milieu algemeen Campings en dergelijke vallen onder het begrip inrichting in de Wet milieubeheer. Alvorens de camperplaats in bedrijf gaat, zal er een melding van moeten worden gedaan. Dat kan nu nog door middel van AIMonline.nl. Vanaf 2024 wordt dit het DSO.