CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

NIEUW - achterliggend stuk - Advies van adviesraad sociaal domein over gewijzigde Verordening Sociaal Domein

1 - RAADSVERGADERING 29 januari 2026, gemeente MeppelBij agendapunt: Wijzigingen Verordening Sociaal Domein 20251.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Betreft: Advies gewijzigde Verordening Sociaal Domein

Aan: college burgemeester en wethouders Meppel, 15 oktober 2025

Geacht college, Op 11 september 2025 heeft u de Adviesraad Sociaal Domein Meppel gevraagd advies te geven over de gewijzigde Verordening Sociaal Domein. De verordening regelt het ondersteunen van inwoners op verschillende gebieden, zoals jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en participatie. Aanleiding voor de wijzigingen zijn recente rechterlijke uitspraken in de Jeugdwet en bij andere wetgevingen technische aanpassingen en verduidelijkingen. Bij de adviesaanvraag was een toelichting met een was-wordt overzicht gevoegd waarin de huidige en nieuwe teksten zijn aangegeven. Wij hebben de voorgenomen wijzigingen in onze themagroepen besproken. Daarna hebben wij verdiepingsvragen aan uw medewerkers gesteld. Bij de bespreking zijn de vragen toegelicht, waarna in een schriftelijke reactie gemotiveerd is aangegeven welke verbetervoorstellen van de Adviesraad worden overgenomen en welke niet. Het overnemen van een deel van onze adviezen vinden wij uiteraard positief, maar voor het niet overgenomen deel van onze adviezen vestigen wij uw aandacht op de voor ons belangrijkste onderdelen. Hieronder volgt bij deze artikelen een nadere uitleg Artikel 1.7, eerste lid Bij Algemene begrippen wordt eigen kracht gedefinieerd als het vermogen van de inwoner om het eigen netwerk in zetten. In artikel 1.7 wordt dit begrip verbonden aan een onderzoek bij een hulpbehoefte.

Wij vragen ons af of de inzet van het eigen netwerk voldoende kwantificeerbaar en bestendig is om een hulpvraag af te wijzen. Wij stellen voor dit ruimhartig toe te passen. Artikel 2.1.3, vierde lid en artikel 2.2.4, eerste lid Indien naar uw mening zorgvuldig onderzoek nodig is, kunt u een door u aan te wijzen adviseur inschakelen bij een melding, aanvraag of heronderzoek. Om tot een transparante afweging te komen stellen wij voor om een onafhankelijke adviseur te kiezen. Ook is het optie om dit in bijzondere gevallen ook op een gemotiveerd verzoek van de aanvrager mogelijk te maken. Artikel 2.1.12, eerste lid Het college wijst een toezichthouder aan om de rechtmatigheid en kwaliteit van de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet te controleren. Wij denken dat de kwaliteit van de hulp moeilijk meetbaar is. Om misstanden bij de toetsing te voorkomen, raden wij u aan een helder protocol in te richten waarin de

kwaliteit van de uitvoering wordt gedefinieerd en de onafhankelijkheid van de toezichthouder wordt gewaarborgd. Artikel 2.2.2, tweede lid In de beantwoording van onze vragen heeft het college toegezegd dat burgers nooit de dupe kunnen worden van fouten bij de aanmeldprocedure. Met andere woorden, de burger draait niet op voor kosten als er een verwijzing naar een niet gecontracteerde zorgaanbieder wordt gedaan en deze niet door de gemeente wordt vergoed. Wij adviseren het college om deze toezegging in de uitleg bij dit artikel op te nemen. Artikel 2.2.3, derde lid U hanteert bij een aanvraag voor jeugdhulp een beslistermijn van maximaal 10 weken, deze termijn kan ook nog worden verlengd. Een aanvraag voor hulp kan spoedeisend zijn, voor de aanvrager kan deze termijn problematisch zijn. In de toelichting van dit artikel kunt u aangeven dat u in principe altijd binnen 8 werken een beslissing neemt. Artikel 2.2.3, zesde lid Voor het treffen van een spoedeisende voorziening neemt u binnen 4 weken een besluit. Voor de aanvragers is deze termijn erg lang. De voorwaarden zijn dan nog niet duidelijk en en of de al verleende hulp een blijvend karakter krijgt is ook niet duidelijk. In onze optiek is daarom een termijn van 2 weken in dergelijke situaties passender.

Artikel 2.2.5.1 tweede lid Tijdens het overleg is aangegeven dat het onduidelijk is wat de grenzen zijn van de inzet van het sociaal netwerk. Denk hierbij aan intieme persoonlijke verzorging aan kinderen van 12 jaar en ouder. De adviesraad is van mening dat in de Verordening de grenzen van de inzet van het sociaal netwerk moeten zijn aangegeven. Dit kan eventueel bij de uitleg van dit artikel. Artikel 2.2.5.1 vijfde lid onder f. Naar de mening van de Adviesraad gaat het niet om de ‘noodzaak’, maar om de ‘wens’ van de ouders om in een inkomen te voorzien. Bij het woordje ‘noodzaak’ wordt al snel een financiële afweging gemaakt, bijvoorbeeld de hoogte van een (minimum) gezinsinkomen. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat gemeente de financiële situatie van ouders niet bij de besluitvorming mag betrekken. Het woordje ‘noodzaak’ kan worden vervangen door ‘de wens’ van ouders om in een inkomen te voorzien. Dit sluit aan bij het VN-Vrouwenverdrag waarin staat dat ouders (beide) het recht hebben om in een inkomen te voorzien. Door het woordje ‘noodzaak’ te veranderen in ‘wens’ wordt hieraan tegemoet gekomen. Artikel 2.2.5.2 Tabel Volgens het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep moet de aard (activiteiten) en omvang (frequentie en tijdseenheid) van de ondersteuningsbehoefte door het college worden vastgesteld.

Vervolgens wordt onder andere gekeken naar wat onder gebruikelijke en bovengebruikelijke zorg valt. Van de bovengebruikelijke zorg wordt maximaal 5 uur per week afgetrokken.

In de nieuwe Verordening is alleen een overzicht opgenomen van de activiteiten die het college als gebruikelijke zorg ziet en geen overzicht van de gebruikelijke omvang (frequentie en tijdseenheid) van de betreffende activiteit. Dat is volgens de Adviesraad onvoldoende. Het probleem dat zich voor kan doen, is dat een activiteit weliswaar gebruikelijk is, maar de frequentie en/of tijdsduur niet. Als een kind bijvoorbeeld spastisch is, dan kan de ‘aankleedtijd’ aanzienlijk langer duren dan een kind zonder beperkingen (tijdeenheid). Die extra tijd is bovengebruikelijke zorg en kan als jeugdhulp worden geïndiceerd. Datzelfde kan gezegd worden van een jongere die ook overdag verschoond moet worden, terwijl leeftijdsgenootjes alleen ’s nachts nog verschoning nodig hebben (frequentie). Ook dat is bovengebruikelijke zorg. Volgens vaste jurisprudentie1 moet het college in de verordening duidelijk maken wanneer een ouder aanspraak op jeugdhulp maakt en wanneer niet. Hierbij dient het college ook het toetsings- en afwegingskader in de verordening op te nemen. Nu het college niet duidelijk maakt wanneer er sprake is van gebruikelijke zorg (aard en omvang) en wanneer niet, wordt aan dit criterium niet voldaan. Tijdens het gesprek met de beleidsmedewerkers hebben wij geadviseerd om aansluiting te vinden bij het overzicht ‘gebruikelijke zorg’ van het CIZ2.

Het gaat hier weliswaar over de gebruikelijke zorg aan volwassenen, maar het geeft in ieder geval houvast bij het gesprek dat met ouders gevoerd gaat worden. Er zijn meerdere gemeenten die hiervan gebruik maken. De Adviesraad adviseert uw college om in de verordening een transparant overzicht op te nemen, waarin naast de aard ook de omvang van de gebruikelijke zorg is vastgelegd. Wij wensen u veel succes met de besluitvorming over de wijzigingen in de Verordening Sociaal Domein. Wij zien graag uw besluit op onze wijzigingsvoorstellen tegemoet. Adviesraad Sociaal Domein Meppel Secretaris Voorzitter Thijs Visser

Gerard Velthuis

1 O.a. ECLI:NL:CRVB:2024:1097

2 Indicatiewijzer versie 7.1, blz. 79-81

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=dc78282a-d15c-4300-984e-1a82629fefd8