CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

NIEUW - 20250917 Beantwoording Technische vragen VVD - Oprichting GR JHRD

1 - RAADSVERGADERING 25 september 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Oprichting Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulpregio Drenthe587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen raadsvoorstellen Raadsvoorstel: Oprichting Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulpregio Drenthe Portefeuillehouder: A. Peterson Fractie (naam indiener) VVD (H. van Scheijen)

Vraag

Antwoord

1. Op welke wijze kunnen raden in de toekomst wijzigingen van de GR afdwingen of blokkeren?

Wijzigingen van de GR kunnen uitsluitend plaatsvinden als alle deelnemende colleges daarmee instemmen, na toestemming van hun raden (art. 31 en 32). Gemeenteraden hebben dus een formeel instemmingsrecht bij wijziging, toetreding, uittreding of opheffing. Daarmee kunnen raden wijzigingen blokkeren door geen toestemming te verlenen. De GR regelt dat het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter gevraagd én ongevraagd alle relevante informatie verstrekken (art. 14). Daarnaast ontvangen raden jaarlijks de beleids- en financiële kaders (vóór 30 april), de ontwerpbegroting (12 weken voorafgaand aan vaststelling), en de jaarrekening (art. 21-22). Bij ingrijpende besluiten kan de raad zienswijzen indienen (art. 15). Dit borgt structurele informatievoorziening en formele invloed. De bijdrageverordening regelt de kostenverdeling tussen gemeenten (art. 20). Oprichtingskosten worden daarin meegenomen en via de begroting toegerekend aan deelnemers. Voor frictiekosten bij uittreding of opheffing geldt dat deze worden geraamd en verdeeld conform de artikelen 27-28, en verwerkt in de financiële verantwoording.

2. Hoe wordt de informatie- en verantwoordingsplicht naar gemeenteraden concreet ingevuld (vorm, frequentie detailniveau)?

3. Hoe worden de oprichtingskosten en frictiekosten in de begroting verwerkt?

4. Welke efficiencywinst wordt door de schaalvoordelen verwacht en op welke termijn?

5. Hoe wordt omgegaan met onvoorziene tekorten of overschrijdingen binnen de GR?

6. Welke personele capaciteit is nodig voor de nieuwe organisatie?

De GR heeft als doel het vergroten van de beschikbaarheid en kwaliteit van jeugdhulp tegen lagere kosten (art. 3). Door gezamenlijke inkoop, administratieve bundeling en kwaliteitsmanagement worden schaalvoordelen verwacht. De exacte omvang en termijn van efficiencywinst worden nader uitgewerkt. Deelnemers zijn verplicht te zorgen dat de GR altijd over voldoende middelen beschikt (art. 20). Tekorten worden via de bijdrageverordening en aanvullende bijdragen naar rato verdeeld onder de gemeenten. Indien een gemeente weigert te betalen, geldt de wettelijke regeling voor interbestuurlijk toezicht. Zie ons antwoord op vraag 4

7. Hoe wordt de samenwerking met bestaande structuren geregeld?

De GR bouwt voort op bestaande samenwerkingsverbanden. Afstemming met andere regio’s en betrokken partners is opgenomen in de basistaken (art. 4). Voor additionele taken wordt een dienstverleningsovereenkomst gesloten (art. 5).

8. Welke kwaliteitscriteria worden opgenomen in de gezamenlijke inkoop van jeugdhulp?

De GR schrijft voor dat naast contractbeheer en monitoring ook kwaliteitsmanagement tot de basistaken behoort (art. 4). De concrete kwaliteitscriteria worden uitgewerkt in het inkoopbeleid en contracten met aanbieders, inclusief afspraken over gegevenslevering, verantwoording en evaluatie.

9. Hoe wordt voorkomen dat regionale besluitvorming leidt tot afstand tot de lokale praktijk (ouders, jongeren, wijkteams)?

10. Welke risico’s zijn er als de wet landelijk toch niet wordt aangenomen?

11. Hoe wordt de GR geëvalueerd na enkele jaren (bijv. in 2028, vóór de nieuwe inkoopronde)?

De GR verplicht tot beleidsafstemming met lokale kaders (art. 4 lid 2). Daarnaast is inspraak en participatie van ingezetenen en belanghebbenden geregeld via de bestaande gemeentelijke inspraakprocedures en, indien nodig, aparte trajecten met betrokkenheid van adviescommissies (art. 16). Dit borgt verbinding met de lokale praktijk. Feitelijk zijn er geen risico’s: ook zonder wettelijke verplichting zouden we in Drenthe samen een niet vrijblijvende en slagvaardige intergemeentelijke samenwerking rondom de gespecialiseerde jeugdhulp willen invoeren. Het algemeen bestuur kan besluiten de regeling te evalueren (art. 9 lid 2). Voorafgaand aan een evaluatie wordt doel, reikwijdte en wijze van evaluatie vastgesteld. Dit biedt ruimte om in 2028 een brede evaluatie te organiseren, zodat de resultaten meegenomen kunnen worden in de volgende inkoopronde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=ea05d0ab-f8d3-4ec0-ab4f-0fb50d48c42a