Mondelinge vragen (CDA) - Wijziging woonplaatsbeginsel Jeugd
Tekst van het document
Mondelinge vragen vragenhalfuur raadsvergadering
Datum raadsvergadering:
30 september 2021
Onderwerp:
Wijziging woonplaatsbeginsel Jeugd
Introductie en vragen
Op 1 januari 2022 gaat het nieuwe woonplaatsbeginsel Jeugd in. Het woonplaatsbeginsel bepaald welke gemeente verantwoordelijk is voor de Jeugdhulp. In het huidige woonplaatsbeginsel wordt er gekeken naar de woonplaats van de gezagdrager. Het nieuwe woonplaatsbeginsel kijkt naar de woonplaats van een jeugdige op het moment van de zorgvraag. Deze wijziging geldt niet alleen voor alle ‘nieuwe’ jeugdigen met verblijfszorg, maar ook voor alle jeugdigen die hier al gebruik van maken. Daarom moet van elke jeugdige in verblijfzorg opnieuw bepaald worden welke gemeente verantwoordelijk is. Dit betreft een forse administratieve wijziging voor gemeenten en organisaties, maar ook inhoudelijk zijn er nog veel zaken die geregeld moeten worden in de overdracht van jeugdigen tussen verschillende gemeenten. Wij hebben hierover de volgende vragen: 1. Heeft het college van elke individuele jeugdige (die nu nog onder onze gemeente verantwoordelijkheid vallen) de adreshistorie en start verblijfszorg weten te achterhalen? Zo “ja”; Heeft de gemeente alle gegevens inmiddels conform de landelijke planning aangeleverd? Zo “nee”; Wanneer verwacht het college een volledig beeld te hebben en deze te kunnen aanleveren? 2.
Heeft de gemeente zicht het aantal wijzigingen die dit voor onze gemeente gaat betekenen? M.a.w.: Hoeveel jongeren vallen nu onder de gemeente Meppel, hoeveel komen er straks onder onze verantwoordelijkheid en hoeveel moeten worden overgedragen naar andere gemeenten? 3. Heeft het college zicht op de financiële gevolgen van deze wijziging voor onze gemeente? Zo “ja”; kan zij hier een indicatie van geven? Zo “Nee; wanneer verwacht het college hier zicht op te krijgen? 4. Hoe en wanneer wordt hierover met ouders en jeugdigen gecommuniceerd? 5. Hoe verloopt de samenwerking en communicatie met jeugdzorgorganisaties? 6. Hoe wordt de inhoudelijke overdracht tussen de sociale teams van gemeenten vorm gegeven? 7. Verwacht het college nog knelpunten in het administratieve en/of inhoudelijke proces van overdracht? Zo “ja” welke? Namens het CDA, Klaas-Jan Dunnink