Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterweg 5-7_Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterweg 5-7
-2-
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Inrichtingsplan erf en omgeving De Reesthorst
4
Bijlage 2
Erfinrichtingsplan uitgewerkt
16
Bijlage 3
Bodemonderzoek
26
Bijlage 4
Geluidsonderzoek De Schiphorst
78
Bijlage 5
Onderzoek geluidwering gevels
129
Bijlage 6
Besluit hogere grenswaarde
148
Bijlage 7
Watertoets aanvraag
153
Bijlage 8
Beknopte natuurtoets Schiphosterweg 5-7
158
Bijlage 9
Nader onderzoek huismus
172
Bijlage 10
AERIUS-berekening
175
Bijlage 11
Reactienota zienswijzen
196
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
-3-
Bijlagen bij toelichting
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
-4-
Bijlage 1 Inrichtingsplan erf en omgeving De Reesthorst
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
Inrichtingsplan erf en omgeving boerderij ‘De Reesthorst’ Schiphorsterweg 5/7 te De Schiphorst (gemeente Meppel)
Aanleiding en doel Stichting Het Drentse Landschap werkt samen met Stichting Bosch en Vaart bij het behoud, de bescherming en het herstel van natuur en erfgoed in Drenthe. Enkele jaren geleden heeft Dhr. van Stichting Bosch en Vaart het eigendom verworven van een gebied van circa 30 hectare in het Reestdal, in het buurtschap De Schiphorst nabij Meppel. Van dit gebied maakt deel uit een rijksmonumentale boerderij met erf, gelegen aan de Schiphorsterweg 5/7.
In de vorm van gedelegeerd opdrachtgeverschap verzorgt Het Drentse Landschap namens de eigenaar de planvorming en de begeleiding van de restauratie van de boerderij. In de plannen is ook de ontwikkeling van een nieuwe schuurwoning opgenomen, welke mogelijk wordt gemaakt vanuit de ruimte-voor-ruimte regeling.
Voor de ontwikkeling van de nieuwbouwwoning is een bestemmingsplanwijziging vereist. Deze bestemmingsplanwijziging wordt door bureau Bügel Hajema verzorgd. Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging is een inrichtingsplan voor het erf vereist. Omdat het erf onderdeel uitmaakt van een groter gebied, dat net als de boerderij naar historische referenties wordt hersteld, is het zinvol om voor het grotere geheel een integraal inrichtingsplan op te stellen. Boerderij, erf en omgeving vormen tenslotte een ensemble, waarvan het geheel meer is dan de som der delen.
Het inrichtingsplan is opgesteld door medewerkers Drentse Landschap, in samenwerking met DAAD architecten. en specialist op het gebied van natuur en landschap,
en
van Het is beleidsmedewerker is teamhoofd
monumenten & erven en specialist op het gebied van zowel het gebouwde als het groene erfgoed.
1
Context Stichting Het Drentse Landschap heeft in de omgeving van De Schiphorst zo’n 125 hectare natuur in bezit en beheer. Het is een afwisselend landschap met natte hooilanden langs De Reest, op de hogere en drogere delen graslanden, enkele akkers en bos. Tot het gebied behoort ook De Havixhorst, een landgoed met een havezate met bijgebouwen, tuin, gracht en omliggend bos.
Het eigendom van dhr.
ligt ten westen van het landgoed De Havixhorst en beslaat een
oppervlakte van circa 30 hectare (zie figuur 1). De eigenaar heeft de wens om het terrein in te richten met meer ruimte voor natuurwaarden en aandacht voor het historische landschap.
Het inrichtingsplan heeft betrekking op het gebied ten noorden van de Schiphorsterweg, waar de boerderij is gelegen. In onderstaande figuur gaat het dan om het gebied dat aan de noordzijde begrensd wordt door de snelweg en aan de zuidzijde door de Schiphorsterweg, die dwars door het gebied slingert.
Figuur 1: Eigendom: blauw dhr.
, rood Stichting Het Drentse Landschap.
2
Hoogteligging Het gebied (zie figuur 2) ligt ongeveer 1.6-1.85 meter boven N.A.P. De hoger gelegen delen hebben een hoogte van 2.5-3.5 meter boven NAP. De Reest stroomt door een laagte. Hier is het hoogtepeil ongeveer 0,75 meter boven N.A.P.
Figuur 2: Hoogtekaart van de ruime omgeving (groen is laag, rood is hoog).
3
Historisch landgebruik De omgeving van het plangebied kent een bewoningsgeschiedenis die ver teruggaat in de tijd. Al in de 14e eeuw wordt in een geschrift melding gemaakt van een versterkt huis of steenhuis met toen nog de naam Havehorst. Rond 1850 is het gehele gebied al verdeeld in veelal kleine percelen grasland en akkers met daartussen bossen. Rond 1900 is het beeld niet veel veranderd, hoewel de oppervlakten van de percelen zijn vergroot doordat de hele kleine perceeltjes zijn samengevoegd tot iets grotere, maar naar huidige maatstaven nog steeds kleine percelen. Er is een duidelijke afwisseling van akkers op de hogere en drogere delen, en grasland op de lagere en natte delen. Dit past bij het toen gebruikelijke gemengde boerenbedrijf.
Tussen 1900 en 2000 is in de kern van het gebied nog steeds niet veel veranderd aan de percelering. Wel is het grondgebruik veranderd, veel akkers zijn omgezet in grasland. Aan de randen van het gebied hebben meer veranderingen plaatsgevonden. Akkers zijn omgezet in grasland en percelen zijn samengevoegd tot grotere, makkelijker te bewerken percelen. Ook is de snelweg A28 aangelegd die het gebied aan de noordzijde doorsnijdt van west naar oost.
Figuur 3: Historische kaarten van het gebied van respectievelijk 1850, 1900, 1950, 2000 (bron: www.Topotijdreis.nl). 4
De waterhuishouding Het meeste water zal wegzakken in de bodem en als grondwater richting de Reest stromen. Er bevinden zich enkele sloten die belangrijk zijn voor de afwatering. Deze lopen vanaf de Schiphorsterweg richting de Reest.
Figuur 4: Waterlopen met stroomrichtingen (blauwe pijltjes) (bron: Waterschap Drents Overijsselse Delta).
5
Natuurwaarden Om inzicht te krijgen in de natuurwaarden is de Nationale Datebase Flora en Fauna geraadpleegd. Zoals in figuur 5 te zien is zijn er veel waarnemingen van flora en fauna verzameld in het gebied. Het gebied is rijk aan natuurwaarden. Soorten die het gehele landschap gebruiken zoals das, laatvlieger en bosuil komen hier voor. In de oude bossen komen soorten voor als salomonszegel, dalkruid en ook de brede wespenorchis. De houtwallen en singels hebben ook een hoge natuurwaarde met o.a. de zeldzame dubbelloof. In de extensief beheerde graanakkers komt korensla en slofhak voor en in de natte graslanden langs de Reest moeraskartelblad.
Figuur 5: Beschikbare data in de Nationale Datebase Flora en Fauna (NDFF)
6
Inrichtingsvoorstel zuidelijk deelgebied Voor zowel het gebied ten noorden als het gebied ten zuiden van de Schiphorsterweg is een inrichtingsvoorstel ontwikkeld. Hieronder wordt kort het voorstel voor het zuidelijk deelgebied beschreven. Het noordelijke gebied, dat het erf en de omgeving van de boerderij beslaat, wordt verderop nader uitgewerkt.
Dit zuidelijke deelgebied lijkt nog sterk op de situatie van rond 1900. Het ligt dan ook niet voor de hand om grootschalige inrichtingsmaatregelen uit te voeren. Grootste ingreep is het terugbrengen van een akker op de oude es (gele vlek in figuur 6). Deze es is op de hoogtekaart (figuur 2) duidelijk terug te zien en was tot midden jaren zeventig ook nog als akker in gebruik. Het zou daarom zeer passend zijn hier weer een graanakker terug te brengen met een beheer vergelijkbaar met diverse graanakkers die door Het Drentse Landschap worden beheerd in de omgeving.
Op twee locaties kunnen verdwenen houtsingels hersteld worden. Daarnaast is er bij de bestaande singels ook nog natuurwinst te behalen door bij te planten en rasters aan te passen. Tot slot is het aan te bevelen aanvullend onderzoek te doen naar nut en noodzaak van de afwaterde sloot die door het gebied loopt. Wellicht dat hier nog winst voor de natuur is te behalen.
Figuur 6: Inrichtingsvoorstellen deelgebied ten zuiden van Schiphorsterweg 7
Inrichtingsplan erf en omgeving boerderij Het landschappelijk inrichtingsplan is gebaseerd op de periode 1900- 1925. In figuur 7 is de situatie uit 1925 weergegeven. Er is dan een kleinschalig landschap aanwezig met vermoedelijk hoge natuurwaarden. De essen, hagen en struweelzones in het landschap en de tuin, fruitboomgaard en bijgebouwen op het erf zijn duidelijk zichtbaar. Hieronder volgt een toelichting op het inrichtingsplan. In figuur 9 en 10 zijn de bijbehorende tekeningen weergegeven. •
De tuinen van de woningen worden zoveel mogelijk open gehouden, om het historische open karakter van het erf te benadrukken. Waar dat nodig is worden afscheidingen aangelegd door middel van hagen bestaande uit een sortering van meidoorn, veldesdoorn (Spaanse Aak), hulst, beuk en/of haagbeuk, eventueel afgewisseld met houten hekwerken van inheemse materialen in een informele en sobere uitvoering.
•
De historisch waardevolle tuinaanleg aan de zuidzijde van de boerderij blijft behouden conform bestaand. Indien gewenst worden kleinschalige herstelmaatregelen getroffen, met als doel herstel en versterking van de historische waarden.
•
Direct ten westen van de boerderij wordt een deel van het bestaande grasland omgezet in tuin. Daarmee wordt de situatie uit het begin van de 2oe eeuw hersteld, toen het erf aan de westzijde ruimer was. Hierdoor krijgt de woning die in dit gedeelte van de boerderij wordt gerealiseerd ook meer ruimte ten opzichte van het naastgelegen agrarisch land.
•
De fruitboomgaard wordt hersteld/gereconstrueerd op de oude locatie.
•
De singel of struweelzone aan de noordzijde van het erf, tussen de schuur en de boomgaard, wordt hersteld. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van bomen en heesters als meidoorn, sleedoorn, hazelaar, roos en krentenboom.
•
Het grasland en de twee essen worden hersteld. Deze kunnen weer in gebruik genomen worden als weiland/hooiland resp. graanakker. Tot het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw waren de essen ook als akker in gebruik.
•
Tussen de akkers en graslanden worden struweelzones aangelegd. Het gaat hier om landschapshagen met bijvoorbeeld meidoorn, sleedoorn en roos. Zie figuur 8 voor een foto van hoe zo’n struweelzone of landschapshaag eruitziet.
•
Langs de noordkant van het gebied wordt een brede bosstrook aangelegd, bestaande uit diverse loofboomsoorten en hulst. Deze bosstrook was vroeger niet aanwezig, maar wordt nu toegevoegd om verschillende redenen. Het onttrekt de snelweg aan het zicht, draagt bij aan de opvang van CO2, zorgt voor vergroting van de biodiversiteit en verlaagt de geluidsdruk op de woningen.
8
Figuur 7: Deelgebied ten noorden van Schiphorsterweg in 1925 (Bron: www.topotijdreis.nl)
Figuur 8. Voorbeeld van een struweelzone of landschapshaag met meidoorn, sleedoorn en roos
9
Figuur 9: Schets van de inrichting van erf en omgeving 10
Figuur 10: Schets van de inrichting van het erf
11
- 16 -
Bijlage 2
Erfinrichtingsplan uitgewerkt
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
Erfinrichtingsplan Boerderij ‘De Reesthorst’ Schiphorsterweg 5-7 - Schiphorst Maart 2023
Erfinrichtingsplan ‘De Reesthorst’
Inleiding Dit erfinrichtingsplan is op verzoek van Het Drentse Landschap en in opdracht van de eigenaar van de boerderij, , opgesteld. Het betreft een historische boerderij met erf, oorspronkelijk daterend uit de 19e de heer eeuw. Door (Groen erfgoed.nu) is in 2020 een tuinhistorische verkenning uitgevoerd naar de inrichting van het erf, de boerderijtuin en de directe omgeving. Hierin wordt beschreven dat het oorspronkelijke woonhuis van de herenboerderij rond 1914 is verbouwd. Bij het nieuwe woonhuis in Art Nouveau-stijl werd ook de tuin heringericht. Hierbij werd de fijnmazige en slingerende padenstructuur veranderd in een strakkere en eenvoudigere structuur met geometrische vormen. In de tuinhistorische verkenning is een reconstructie opgenomen van de situatie rond 1916. De hoofdlijnen van deze structuur zijn heden nog aanwezig. De tuinaanleg, met de monumentale bomen en overige tuinelementen wordt in relatie tot het gehele boerderij-complex gewaardeerd als hoge monumentenwaarde. In 2022 is door bureau DAAD een inrichtingsplan op hoofdlijnen gemaakt waarbij ook de inpassing van een nieuwe woning is opgenomen. Dit inrichtingsplan is een verdere uitwerking van het inrichtingsplan van DAAD. Hierbij gaat het om het restaureren/conserveren van de voortuin en het opnieuw inrichten van het erf aan de zijkant en achterzijde.
Het inrichtingsplan wordt gemaakt ten behoeve van de vergunningverlening. De detaillering van het plan is beperkt tot het aangeven van (half)verharde paden en terrassen, hagen, bomen en belangrijke heestergroepen met daarbij behorende soorten en aantallen. Gedetailleerde inrichting van de (privé)tuinen aan de achterzijde en zijkant is niet opgenomen omdat daarbij met de wensen van de toekomstige bewoners rekening gehouden dient te worden.
Tuinhistorische verkenning Groen Erfgoed.nu, 2020
Inrichtingsplan bureau DAAD, 2022
Van Donkelaar Groenadvies, maart 2023
Erfinrichtingsplan ‘De Reesthorst’
Van Donkelaar Groenadvies, maart 2023
Erfinrichtingsplan ‘De Reesthorst’
Beschrijving inrichting Uitgangspunten: Bij het inrichtingsplan is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Consolidatie en herstel van de sobere en rechtlijnige inrichting van de voortuin. Deze voortuin wordt na restauratie collectief gebruikt door de bewoners van de verschillende woningen. Authentiek gebruik van inrichtingselementen zoals klinkerverharding en halfverharding van grind. Behoud van monumentale bomen. Herstel van heesterbeplanting (rododendron en hulst) en toevoegen van enkele eenvoudige heesterperken met onderbeplanting volgens het historisch beeld en met toepassing van historisch sortiment. Terugbrengen van de hoogstamboomgaard, ook deze kan collectief gebruikt worden. Landschappelijke inpassing van het erf door middel van landschapshagen- struweelsingels van inheemse en autochtone bomen en heesters. Groene erfafscheidingen tussen de privé-tuinen, bestaande uit gemengd haagplantsoen. Streefbeeld: Het erf is landschappelijk ingepast in een herinrichting van de naast gelegen es met akkers, bos, houtsingels en struweelhagen. Relatief moderne opstallen en verhardingen zijn verwijderd. De woningen zijn gerenoveerd waarbij de monumentale status van het woonhuis weer volledig tot zijn recht komt. In plaats van de verwijderde opstallen is een nieuwe woning in passende stijl gerealiseerd achter de huidige boerderij.
Aan de noordwest zijde achter de boerderij staat op de historische locatie weer een hoogstamboomgaard met oude peren en appelrassen. Iedere woning heeft de beschikking over een eigen privé-tuin met terras. De tuinen zijn voor privacy omsloten door geschoren hagen van gemengde heesters. In de tuinen staan verschillende (sier)bomen die voor structuur en aangename schaduw zorgen. De verdere invulling van de privé-tuinen is afhankelijk van de wensen van de betreffende bewoners. De historische voortuin heeft een sobere inrichting met een eenvoudige padenstructuur met een toplaag van grind. De monumentale beukenbomen en de eiken langs de oostelijke oprit bepalen in belangrijke mate het beeld. De tuin heeft vanaf de weg een open karakter. Alleen de twee rododendrongroepen aan weerzijde geven een zekere inkadering. Het grasveld bestaat uit bloemrijk kort gras met in het voorjaar bloei van aanwezige graslandkruiden zoals madeliefje en pinksterbloem en de nu aanwezige stinzenplanten: bonte krokus, gewone vogelmelk en enkele groepen met narcissen. Voor het herstel van de historische voortuin worden de volgende maatregelen uitgevoerd: De bestaande oprit aan de westzijde wordt 8-10 meter verschoven in westelijke richting. Hij komt daarmee buiten de historische erfgrens te liggen in het bij het erf getrokken deel van het weiland. De voortuin krijgt zo weer zijn oorspronkelijke grootte.
Op de oude erfgrens komt een meidoornhaag. De afsluitende beukenhaag aan de wegzijde en het hekwerk met poort worden verwijderd. De padenstructuur wordt hersteld en goed uitgelijnd op het woonhuis. Een historisch pad tussen de westelijke oprit en het gebogen pad om de zonnewijzer wordt weer teruggebracht. Er worden enkele perken met bloeiende heesters en passende onderbeplanting aangelegd. De historische padenstructuur in het gazon en rond de monumentale bruine beuk wordt nu niet hersteld omdat dit ten koste zal gaan van de vitaliteit van de beuk. Wel kan deze structuur in de vorm van een gemaaid pad zichtbaar gemaakt worden. Mocht op lange termijn de beuk afsterven dan worden de paden alsnog hersteld met een nieuwe bruine beuk op de plaats van de oude.
Van Donkelaar Groenadvies, maart 2023
Huidige oprit (rood) wordt verplaatst in westelijke richting. De historische tuin krijgt daarmee zijn oorspronkelijk formaat weer terug.
Erfinrichtingsplan ‘De Reesthorst’
Voortuin Paden: De grindpaden hebben geen opsluiting maar een gestoken graskant. De toplaag bestaat uit klassiek ‘boeren’grind, de huidige kleur is iets te wit. Het hoofdpad wordt uitgelijnd op de twee meest rechtse ramen van het woonhuis en is daarmee 3.54 m breed. Het gebogen pad om de zonnewijzer wordt uitgelijnd op de hoofdentree en is 1.66 meter breed. Het teruggebrachte schuine pad wordt uitgelijnd op de zonnewijzer en is eveneens 1.66 meter breed. Langs de middenschuur is een molgoot van oude klinkers aanwezig. Deze wordt weer zorgvuldig hersteld. Bloemrijk gazon: Het gazon in de voortuin bevat veel lage kruiden zoals klein streepzaad, madeliefje, pinksterbloem, muizenoor en grassoorten zoals gewone veldbies. Rond de bruine beuk staan in het gras grote groepen met gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) en bonte krokus (Crocus vernus cv.). Deze twee bolgewassen worden tot de stinzenplanten gerekend. Bij goed beheer zullen ze zich uitbreiden. Belangrijk daarbij is dat het bollenloof in de zomer de tijd krijgt om af te sterven en dat er zaad bij de krokus gevormd kan worden. Ook staan er achter de beuk enkele groepen met narcissen. Om het korte bloemrijke grasland in stand te houden en de graslandkruiden en bollen uit te laten breiden wordt het gras extensief gemaaid. De eerste maaibeurt gebeurt in juni, na afsterven van het blad van de vogelmelk.
Dit eerste maaiwerk gebeurt met een messenbalkmaaier of zeis. Het maaisel wordt afgevoerd. Na half juni kan eens per drie weken gemaaid worden. Dit kan het beste met een grasmaaier met mulchmes. Kort maaisel kan zo blijven liggen en als voeding weer worden opgenomen. Het bloemrijke gazon gaat op een natuurlijk wijze over in de sloot-greppel aan de wegzijde. Deze wordt twee maal jaarlijks gemaaid. In het najaar wordt afgevallen boomblad ook met de mulchmaaier verkleind zodat de voedingsstoffen voor de bomen beschikbaar blijven. De maaipaden refereren naar de historische padenstructuur en worden in het bloemrijke gazon vanaf het voorjaar uitgemaaid en door een frequenter maaien (eens per week / twee weken) in stand gehouden. Voor een strakker beeld kan ook langs de paden een smalle strook gras frequenter gemaaid worden. Bij herstel worden de grindpaden zorgvuldig uitgelijnd. Zie rode stippellijnen. Het hoofdpad op de twee meest rechtse ramen van de woning, het gebogen pad op de entree en het schuine pad op de zonnewijzer.
Maaipad in bloemrijk grasland Bloemrijk gazon (stinzenweide) met stinzenplanten
Van Donkelaar Groenadvies, maart 2023
Smalle maaistrook langs een pad door bloemrijk grasland
Erfinrichtingsplan ‘De Reesthorst’
Bomen: Bestaande bomen zijn: 1- Bruine beuk (Fagus sylvatica ‘Atropunicea’) 2- Eiken (Quercus robur) 15x 3- Eik (Quercus robur) 4- Berk (Betula utilis) Nieuwe bomen: 5- Kerspruim (Prunus cerasifera), 3x Heesters: Bestaande heesters 6- Rododendron (Rhododendron ponticum hybr.), sterk terugzetten 7- Hulst (Ilex aquifolium), waar nodig terug zetten Nieuwe heesterperken: De nieuwe heesterperken worden ingericht met bloemheesters passend bij een ontwerp uit het begin van de 20e eeuw. Onder de heesters komt een onderbeplanting van vaste planten en stinzenplanten. De heesterperken hebben gestoken graskanten.
8- Pluimhortensia (Hydrangea paniculata ‘Grandiflora), aanwezig, verplanten 9x onderbeplanting: Ooievaarsbekje (Geranium endressii) 72x 9- Stermagnolia (Magnolia stellata) 1x Blauwbaard (Caryopteris incana) 10x onderbeplanting: Vrouwenmantel (Alchemilla mollis) 48x, Bloedooievaarsbek (Geranium sanguineum) 96x 10- Japanse sierkwee (Chaenomeles japonica) 3x onderbeplanting: Vroeg vergeetmijnietje (Omphalodes verna) 72x 11- Gele Azalea (Rhododendron luteum) 3x onderbeplanting: Elfenbloem (Epimedium x versicolor ‘Sulphureum’) 24x, Maarts viooltje (Viola odorata) 24x 12- Sering (Syringa vulgaris ‘Andenken an L.Spaeth’) 3x Prachtframboos (Rubus spectabilis) 3x onderbeplanting: Weegbree zonnebloem (Doronicum plantagineum) 24x, Donkere ooievaarsbek (Geranium phaeum) 24x, Longkruid (Pulmonaria officinalis) 48x, Vaste judaspenning (Lunaria rediviva) 12x, Narcissen (aanwezig). Tussen de eiken en de hulst kunnen in de greppelrand wat groepen varens worden aangeplant: Mannetjes varen ( Dryopteris filix-mas) 48 x en langs de oprit onder de eiken bosanemoon (Anemone nemorosa). Haag: 13- Meidoorn (Crataegus monogyna) in dubbele versprongen rij, 6/m1
Seringenperk op Dickninge
Van Donkelaar Groenadvies, maart 2023
Gele Azalea
Longkruid
Donkere ooievaarsbek
Erfinrichtingsplan ‘De Reesthorst’
Landschappelijke haag Landschappelijke haag – struweelsingel: De landschappelijke haag is een singelbeplanting met inheemse heestersoorten en lagere boomvormers Het sortiment bestaat uit: Acer campestre Cornus sanguinea Corylus avellana Crataegus monogyna Euonymus europaeus Frangula alnus Ilex aquifolium Malus sylvestris Prunus padus Prunus spinosa Rosa canina Viburnum opulus
– Veldesdoorn – Rode kornoelje – Hazelaar – Eenstijlige meidoorn – Kardinaalsmuts – Vuilboom – Hulst – Wilde appel – Inheemse vogelkers – Sleedoorn – Hondsroos – Gelderse roos
Gelderse roos
Kardinaalsmuts
Hondsroos
Sleedoorn
Meidoorn
Mispel
Te planten uitsluitend plantmateriaal van autochtone herkomst. Plantdichtheid = gemiddeld 1 per 2 m2 In de houtsingels in de regio komen naast algemene soorten ook enkele bijzondere heesterrozen voor. Zie Maes (2021) en Kaart Groen Erfgoed. Van deze rozen kan een klein aantal aan het sortiment worden toegevoegd. Rosa corymbifera – Heggenroos Rosa tomentella – Beklierde heggenroos Rosa tomentosa – Viltroos Rond de boomgaard kunnen enkele exemplaren worden toegevoegd van: Amelanchier lamarckii – Canadees krentenboompje Mespilus germanica – Mispel Cornus mas – Gele kornoelje
Boomgaard: In de boomgaard komen hoogstam fruitbomen in een vierkantverband van 10x10 meter. Het sortiment kan bestaan uit oude fruitrassen zoals: Appel: ‘Drentse Bellefleur’, Groninger Kroon’, ‘Reinette van Ekenstein’, ‘Valkappel’, ‘Bramley Seedling’, ‘Drentse paradijs’, ‘Glorie van Holland’, ‘Goudreinette’, ‘Rode Pippeling’, ‘Notarisappel’. Peer: ‘Winterjan’, ‘Jut’, ‘Legipont’, ‘Triomphe de Vienne’, ‘Brederode’, Gieser Wildeman’, ‘Winterrietpeer’ De onderbegroeiing bestaat uit bloemrijk grasland met ingemaaide paden, inzaaien Cruydthoeck G1- 1gr/m2 Het bloemrijk grasland wordt twee maal jaarlijks gemaaid, maaisel wordt afgevoerd. De haag tussen de privé-tuinen is een meidoornhaag met daarin twee landhekken die toegang geven tot de boomgaard. Meidoorn (Crataegus monogyna) in dubbele versprongen rij, 6/m1
Van Donkelaar Groenadvies, maart 2023
Erfinrichtingsplan ‘De Reesthorst’
Landschappelijke haag, boomgaard en privé-tuinen
Van Donkelaar Groenadvies, maart 2023
Erfinrichtingsplan ‘De Reesthorst’
Privé-tuinen
Bronnen
Verharding: De prive-tuinen van de woningen hebben alle drie een terras. Bij de historische boerderij bestaat het terras uit een gebakken klinker verharding. Hiervan is ter plekke materiaal aanwezig wat wellicht hergebruikt kan worden. Bij de nieuwe woning kan ook voor een moderner verhardingsmateriaal gekozen worden, passend bij het ontwerp en materialisatie van de woning. De opritten en paden bestaan uit halfverharding met grind toplaag.
Richtlijnen tuinhistorisch onderzoek (URL 6001)
Erfafscheiding – scheerhaag: De erfafscheiding tussen de tuinen bestaat uit scheerhagen van gemengde samenstelling. Breedte van de hagen is 1 meter. Aanplant in dubbele versprongen rij, 6/m1 Acer campestre – Veldesdoorn 25% Crataegus monogyna – Meidoorn` 25 % Carpinus betulus – Haagbeuk 15% Fagus sylvatica – Beuk 25% Ilex aquifolium – Hulst 10% Beplanting: Afhankelijk van de wensen en gebruik worden de tuinen ingericht met beplanting naar keuze. Passend hierbij zijn boom- en heestersoorten die al meer dan een eeuw bij boerderijtuinen aangeplant werden. Hieronder een lijst met geschikte soorten: Bomen: Carpinus betulus Castanea sativa Corylus colurna Fraxinus excelsior 'Jaspidea' Juglans nigra Sorbus aucuparia Tilia cordata Tilia platyphyllos
– Haagbeuk – Tamme kastanje – Boomhazelaar – Goudes – Zwarte walnoot – Lijsterbes – Winterlinde – Zomerlinde
Heesters: Amelanchier lamarckii Buxus sempervirens + cv Clethra alnifolia Cornus mas Corylus maxima 'Purpurea' Deutzia scabra Diervilla splendens Hibiscus syriacus Ilex aquifolia cv Kerria japonica Laburnum alpinum Ligustrum vulgare Lonicera periclymenum Lonicera tatarica Lonicera xylosteum Malus baccata Philadelphus coronarius Rhododendron lutea Rhododendron hybriden Ribes sanguineum Staphylea pinnata Syringa vulgaris Taxus baccata Viburnum lantana Viburnum opulus 'Roseum'
– Canadees krentenboompje – Buxus – Schijnels – Gele kornoelje – Rode hazelaar – Bruidsbloem – Gele weigela – Tuinhibiscus – Hulst – Ranonkelstruik – Alpengoudenregen – Liguster – Kamperfoelie – Tartaarse kamperfoelie – Rode kamperfoelie – Kersappel – Boerenjasmijn – Tuinazalea – Rododendron – Rode ribes – Pimpernoot – Gewone sering – Venijnboom, Taxus – Wollige sneeuwbal – Sneeuwbal
Van Donkelaar Groenadvies, maart 2023
–bloei, bes, herfstkleur –ook cultivars, bont, bladvorm, wintergroen –bloei –vroege bloei –solitair –bloei, ook dubbelbloemig –late bloei, insecten –late bloei –ook cultivars, bont en bladvorm, wintergroen –enkelbloemig –bloei –halfwintergroen, bloei, bes –klimmer, bloei, geur –struikvorm, bloei –struikvorm, bloei, bes –bloei, bes, solitair –bloei, geur –bloei, geur –wintergroen, bloei –vroege bloei –bloei, vrucht –bloei, in groepen –wintergroen –bloei, solitair –bloei, kleine groep
Uitvoeringsrichtlijn hovenierswerk historische tuinen en parken (URL 6010) Kaart groen erfgoed
Boer, M de (2020) , Tuinhistorische verkenning Boerderijtuin Schiphorsterweg 5-7 te Schiphorst, Groen Erfgoed.nu. DAAD (2022), Inrichtingsplan erf. Maes, B. et al. (2006). Inheemse bomen en struiken. Amsterdam: Uitgeverij Boom. Maes, B. et al. (2021). Atlas wilde bomen en struiken. Woudrichem: Picture Publishers.
- 26 -
Bijlage 3
Bodemonderzoek
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterw eg 5-7
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
Projectnummer:
22-M10474
Opdrachtgever: Datum:
oktober ’22
19 oktober 2022
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
datum
19 oktober 2022
projectnummer
22-M10474
in opdracht van
uitgevoerd door
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
oktober ’22
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 11
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 13
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 14
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 18
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 18
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 20
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 22
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 26
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 27
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
oktober ’22
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van is in augustus/september 2022 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op de locatie aan de Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst (gemeente Meppel). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
oktober ’22
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
oktober ’22
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
B 0
C
D
✓
✓
✓
✓
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
G
A 0
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
oktober ’22
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Meppel (per email via RUD-Drenthe d.d. 19-07-2022); • Bodemloket.nl; • Geoportaal Drenthe; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
oktober ’22
Schiphorsterweg 5 t/m 7 De Schiphorst Meppel Zie bijlage 1 X = 213,486 Y= 522,113 Gemeente Meppel, percelen sectie O nrs. 253 (ged.) en 271 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 300 m2 De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie gelegen aan de Schiphorsterweg 5 t/m 7 te De Schiphorst. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een bestaande boerderij en diverse agrarische bijgebouwen. De opdrachtgever is voornemens om ter plaatse van een deel van de stal ten noorden van de boerderij de nieuwbouw van een woning te realiseren. De onderzoekslocatie is momenteel nog bebouwd met de af te breken stal. De stal is deels voorzien van mestkelders. Rondom de stal bevindt deels bestrating en deels beton (mestkelders). Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De af te breken stal dateert van 1992. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is deels verhard met betonklinkers en beton. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "middelhoge trefkans" tot “hoge trefkans”. De nieuwbouw van een woning.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)
Op basis van de topografische kaarten is op de locatie aan de Schiphorsterweg 5 t/m 7 tot 1899 geen bebouwing te herkennen. Op kaarten vanaf 1899 is bebouwing te herkennen. T.p.v. het onderzochte terreindeel (plangebied) ter plaatse van de geplande nieuwbouw is, voor zover te beoordelen, vanaf rond ca. 1955 voor het eerst enige bebouwing zichtbaar. Vanaf 1995 is de huidige stal zichtbaar op de topografische kaarten. Huidig De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie gelegen aan de Schiphorsterweg 5 t/m 7 te De Schiphorst. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een bestaande boerderij en diverse agrarische bijgebouwen. De onderzoekslocatie is momenteel nog bebouwd met de af te breken stal. De stal is deels voorzien van mestkelders. Rondom de stal bevindt deels bestrating en deels beton (mestkelders). Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om ter plaatse van een deel van de stal ten noorden van de boerderij de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten van voor 1900 is in basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / Topotijdreis) gewijzigd.
Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich voornamelijk agrarische percelen en enkele woningen en boerderijen. Aan de noord- en oostzijde grenst de locatie aan naastgelegen agrarische percelen. Aan de zuidzijde grenst de locatie aan de Schiphorsterweg. Aan de westzijde grenst de locatie aan naastgelegen agrarische percelen.
oktober ’22
Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een deel van de locatie gelegen aan de Schiphorsterweg 5 t/m 7 te De Schiphorst. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een bestaande boerderij en diverse agrarische bijgebouwen. De opdrachtgever is voornemens om ter plaatse van een deel van de stal ten noorden van de boerderij de nieuwbouw van een woning te realiseren. De onderzoekslocatie is momenteel nog bebouwd met de af te breken stal. De stal is deels voorzien van mestkelders. Rondom de stal bevindt deels bestrating en deels beton (mestkelders). Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Op de onderzoekslocatie is al lange tijd een veehouderijbedrijf gevestigd. T.p.v. het terreindeel waar de nieuwbouw van een woning is gepland staat vanaf 1990 een veestal. In het verre verleden stond op deze plaats een kleiner bijgebouw. Elders op het erf (buiten het onderzoeksgebied) bevindt zich een werktuigenschuur.
Bouwvergunning Milieuvergunning
Handelsregister Aanwezigheid brandstoftanks
oktober ’22
Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Voor de bestaande bebouwing zijn bouwvergunningen verleend. Op de locatie zit een bedrijf gevestigd met als activiteit het fokken en houden van rundvee. De oprichtingsvergunning voor dit bedrijf is verleend in 1983. Voor het oprichten van het mestbassin is in 2002 een melding gedaan. De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
Aanwezigheid asbest
Op basis van de gemeentelijk asbestdakenkaart geldt dat daken van de gebouwen op de locatie verdacht zijn voor asbesthoudende dakbedekking (zie figuur 1).
figuur 1: asbestdakenkaart gemeente Meppel
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
oktober ’22
Het dak van de stal waar de nieuwbouw van de woning is gepland bestaat uit asbestverdachte dakplaten. Het dat is niet voorzien van een dakgoot en watert af op een met betonklinkers verharde ondergrond. De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens.
De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren.
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich voornamelijk naastgelegen woningen. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► Niet bekend.
Omgeving <25 m
► Niet bekend.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
► Niet bekend.
►De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 1-2 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-7
7-27
beschrijving
formatie
zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Boxtel
Kreftenheye
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
oktober ’22
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Meppel, percelen sectie O nrs. 253 (ged.) en 271 (ged.) Niet nagegaan.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek. 2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op het adres aan de Schiphorsterweg 5-7 te De Schiphorst langere tijd een veehouderijbedrijf is gevestigd. T.p.v. het onderzochte terreindeel (plangebied) ter plaatse van de geplande nieuwbouw staat vanaf 1990 een veestal. In het verre verleden stond op deze plaats een kleiner bijgebouw. Elders op het erf (buiten het onderzoeksgebied) bevindt zich een werktuigenschuur. De opdrachtgever is voornemens om, ter plaatse van het onderzochte terreindeel, de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v.
het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1).
oktober ’22
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 300 m2)
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
oktober ’22
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie
datum:
bijzonderheden:
25-08-2022
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
21-09-2022
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering ● Het dak van de stal waar de nieuwbouw van de woning is gepland bestaat uit asbestverdachte dakplaten. Het dat is niet voorzien van een dakgoot en watert af op een met betonklinkers verharde ondergrond.
(erkend en geregistreerd)
(erkend en geregistreerd) 25-08-2022 (erkend en geregistreerd)
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
4
ca.0.5
3 t/m 6
1
ca.2.0
2
1
ca.3.6
1
Onderzoekslocatie (ca. 300 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
oktober ’22
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.9 0.9-3.6
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand
zwak siltig zwak siltig
bruin/beige beige/grijs
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1
2.6-3.6
2.06
5
6.3
EGV geleidingsvermogen µS/cm 440
troebelheid (NTU) 35
In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt, zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.
oktober ’22
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schiphorsterweg nrs. 5 t/m 7 te De Schiphorst
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.