Feedback Adviesraad Sociaal Domein op regiovisie na verwerking zienswijzen JHRD 26 maart 2026
Tekst van het document
jnmm 1. Inleiding In vervolg op het eerder ontvangen concept regiovisie JHRD biedt de Adviesraad Sociaal Domein Meppel hierbij haar reactie op de definitieve versie. “Deze visie op de vormgeving van de regionale, gespecialiseerde jeugdhulp in de regio Drenthe ademt wederom maakbaarheid, daadkracht en ambitie uit.” Dit is wel de energie die nodig is om structurele veranderingen aan te brengen. De rol van de systeemwereld wordt onder de loep genomen wat weer gevolgen heeft voor de rol van de leefwereld in het proces van samenwerking tussen beide werelden. De raad juicht deze verandering toe. Niet in de laatste plaats omdat dit recht moet doen aan de rechten van het kind, het recht op zelfbeschikking en het recht om regie te hebben en te voeren binnen je directe leefomgeving. Onze complimenten dus voor de stappen die gemaakt zijn t.o.v. de eerste versie. Zoals in de vorige reactie al vermeld werd door de raad is taal en toonzetting belangrijk in een visie. Net zoals de keuzes welke onderwerpen men wel benoemt in een visie en welke niet. De adviesraad begrijpt dat een tekst op vele manieren uitgelegd kan worden. De adviesraad erkent dat men gewoon moet beginnen met een nieuwe aanpak. De eerste stap moet een keer gezet worden.
En zoals al is aangegeven in het stuk, is de praktijk als altijd weerbarstig en hangt de kracht van deze visie erg af van de uitvoering van elk individueel hulpverleningsproces én de integrale samenhang. Omdat het vooral gaat over visie is het dus afwachten wat de uitvoering brengt. En met dat in gedachte heeft de adviesraad ook nu een aantal aandachtspunten die zij graag wil meegeven. Sommige punten zullen opnieuw een directe link met de uitvoering van deze visie te maken hebben. Dat is de reden dat een aantal aandachtspunten uit de vorige reactie ook in dit stuk staat. 2. Aandachtspunten 2.1. Samenwerking systeemwereld – leefwereld Het is de bedoeling dat de systeemwereld ondersteunend werkt aan de leefwereld, want daar begint het. Dan zou het aan te bevelen zijn om in de visie de taal te gebruiken die een brug slaat naar de leefwereld. In de visie staat: “Inzet is de versterking van kind en gezin door middel van betrokkenheid, verbinding en invullen van een domein overstijgende aanpak.” Dit gaat over de systeemaanpak. Indien de leefwereld het begin is, zou er ook een visie moeten zijn met betrekking tot versterking van de vaardigheden van kind en gezin, mede gezien de kadering van het begrip normalisering. In de totstandkoming van de visie (pagina 7) valt niet terug te lezen in hoeverre de kennis en ervaring van de leefwereld hierin zijn meegenomen.
De adviesraad ziet dit als een gemiste kans, omdat hierdoor niet duidelijk wordt welke duurzame baat de leefwereld heeft bij deze nieuwe visie. Dit is een lastig gegeven bij de uitwerking van de visie. Het stuk ademt een sfeer uit van gelijkwaardigheid en normalisering. Toch lijkt er nog geen visie te zijn op de borging van die gelijkwaardigheid en normalisering in de samenwerking tussen
systeemwereld en leefwereld. Borging lijkt de adviesraad een goede stap richting effectieve samenwerking en duurzame resultaten. Er is geen twijfel over de wens om goede zorg te leveren. Alleen samenwerken kost tijd en geld. Wie bekostigt deze samenwerking? Waar ligt de regie op de samenwerking en wie bepaalt dat? Het lijkt de adviesraad van belang dat dit duidelijk wordt beschreven. Het liefst al in de visie. 2.2. Taal en aansluiting bij de leefwereld We maken ons, al lezend, zorgen over hoe de taal van de systeemwereld wordt gebruikt om het voor de leefwereld beter te krijgen. Om te zorgen dat kind en gezin in een normaliserend proces terechtkomen, zul je wellicht toch moeten nadenken welke taal daar dan bij hoort. Onze zorg is dat de taal van de visie ook bepalend zal zijn voor de uitvoering en hoe de leefwereld uiteindelijk toch de systeemwereld moet volgen. Al was het alleen maar het feit dat in de regiovisie niet wordt verteld hoe men tegen besluitvormingsprocessen aankijkt en welke rol, verantwoordelijkheid en recht kind en gezin daarin hebben. 2.3. Nieuwe aanpak en reflectie In de aanhef van de visie wordt aangegeven dat dit een nieuwe aanpak is. Men werkt vanuit bedoeling en van sommige zaken weet men nog niet precies hoe het zal uitpakken. Zoals ook staat in de leidende principes is reflectie en monitoring vanzelfsprekend.
Ook wordt vermeld dat het een nieuw proces wordt waarin nog veel te leren valt. De adviesraad is het hier van harte mee eens. De adviesraad vindt het van belang dat monitoring en evaluatie structureel (en deels onafhankelijk) worden ingericht, zodat tijdig kan worden bijgestuurd en zichtbaar wordt wat wel en niet werkt. Het lijkt de adviesraad een goed idee om een universiteit en/of hogeschool mee te nemen in dit proces om te kijken of deze aanpak ook leidt tot het duurzaam normaliseren van de gezinssituatie en/of thuissituatie. Wat zijn dan in dit nieuwe de werkende en de remmende factoren? En hoe kunnen we het geleerde inpassen en/of toevoegen aan een al lopend hulpverleningsproces? Het lijkt de adviesraad goed dat de onafhankelijkheid van een hogeschool of universiteit een rol gaat spelen in het leerproces. 2.4. Deskundigheid en regie van professionals Een aantal aandachtspunten die ook van belang zijn voor de vormgeving van de uitvoering, naar de mening van de adviesraad, stonden in onze eerste reactie. Deze willen we graag nogmaals meegeven omdat deze van belang zijn voor de duurzaamheid van de resultaten bij deze vernieuwde aanpak.
Deze zijn: “..duidelijk maken dat hulpverleners, maar ook verwijzers, naast jeugdigen en hun sociale context staan..” De adviesraad vindt dat deze aanpak vereist dat de kwaliteit van de vaardigheden van de professionals worden doorontwikkeld of verder aangescherpt. Het zijn de professionals die de gesprekken moeten voeren en het hulpverleningsproces gaan ondersteunen. Ook al staat het stuk dat er training moet komen voor professionals, is dit te mager. Zoiets wordt namelijk altijd gezegd. Als het gaat om termen als “regie daar laten waar het hoort” en “normaliseren van
gezinssituaties” zijn specifieke vaardigheden vereist. Dus maak het specifiek door te spreken over deskundigheidsbevordering op bijvoorbeeld: ● Samenwerking ● Regievoering en regieshift gedurende het hulpverleningsproces, zowel op casusniveau als in het brede veld ● Communicatie, waaronder voorlichting, en houding die passend en nodig zijn bij het centraal stellen van de jeugdige en de samenwerking met de leefwereld van de jeugdige. Er wordt wel gesproken over regievoering binnen de systeemwereld. In de samenwerking tussen systeemwereld en leefwereld wordt minimaal uitgewerkt waar dan de regie ligt. Maak duidelijk waar de regie ligt in de samenwerking. Maak dit duidelijk vanaf de start van de hulpverlening en hoe de regie kan verschuiven gedurende dit proces. De adviesraad vraagt (in de uitwerking) expliciet aan te geven wie eindverantwoordelijk is per (type) casus en hoe dit richting gezin en jeugdige wordt gecommuniceerd. 2.5. Capaciteit en uitvoerbaarheid De zorg van de adviesraad is dat deze gewenste cultuuromslag veel beslag zal leggen op professional en organisatie. Er zal veel energie en tijd gestoken moeten worden. Niet alleen als professional en organisatie heb je dan wat te doen, maar ook de samenwerking met andere belanghebbenden zal aandacht vereisen.
De adviesraad beseft dat men al doende leert, echter dat kan en mag niet ten koste gaan van de jeugdige en het gezin. Zij moeten bij de nieuwe aanpak baat hebben. Het zou goed zijn als men in de visie, maar zeker in de uitwerking daarvan, daar rekening mee houdt en aangeeft hoe men dit spanningsveld wil aanvliegen. De adviesraad vraagt expliciet aandacht voor de benodigde capaciteit. Integrale samenwerking vraagt meer afstemming en tijd, wat druk kan zetten op de directe hulpverlening. Hoe wordt geborgd dat dit niet ten koste gaat van de kwaliteit en beschikbaarheid van zorg? 3. Conclusie De Adviesraad Sociaal Domein Meppel spreekt waardering uit voor de ambitie en richting van de regiovisie jeugdhulp Drenthe. Tegelijkertijd benadrukt de adviesraad dat het succes van deze visie in hoge mate afhankelijk is van de uitvoering in de praktijk. De adviesraad vraagt in het bijzonder aandacht voor de volgende punten: ● Heldere regievoering op casusniveau, inclusief duidelijkheid voor jeugdige en gezin over verantwoordelijkheden ● Voldoende capaciteit en uitvoerbaarheid, zodat integrale samenwerking niet ten koste gaat van directe hulpverlening ● Structurele en onafhankelijke monitoring en evaluatie ● Bewust taalgebruik dat aansluit bij de leefwereld van jeugdigen en gezinnen ● Gerichte deskundigheidsbevordering van professionals, passend bij de beoogde werkwijze.
De adviesraad benadrukt dat deze randvoorwaarden essentieel zijn voor het slagen van de visie in de praktijk. Tot zover de reactie van de adviesraad.