College 1.14.9 Bijlage 6 - Regionale routekaart warmte Drentse Energietafel 2022
Tekst van het document
Regionale Routekaart
WARMTE 10 november 2022
Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5.
Inleiding………………………………………………………………………….2 Projectaanpak………………………………………………………………..3 Prognose duurzame warmte ……………………………………….5 Analyse Gemeentelijke Transitievisies Warmte……………..7 Prognose Reflectie en conclusies…………………………………………………..10 duurzame 4.1. Reflectie warmte netbeheerders…………………………………….11 4.2. Conclusies…………………………………………………………12 Drenthe 6. Acties op weg naar 2030 ……………………………………………..13 7. Regionale Routekaart Warmte………………………………………14 8. Aanbevelingen……………………………………………………………….16
Bevindingen
Bijlage 1. Verantwoording Prognose en Analyse
Actualisatie kennis
1
1. Inleiding Doel van het klimaatakkoord is om uiterlijk in 2050 geen aardgas meer te gebruiken. Dit geldt ook voor de gebouwde omgeving. We moeten in relatief korte tijd van het aardgas af en in plaats daarvan gebruik gaan maken van duurzame energie om alle woningen te verwarmen. Dit rapport is het resultaat van het onderzoek “De regionale routekaart warmtebronnen”. Dit onderzoek is in opdracht van de DET uitgevoerd door de werkgroep warmte met als doel een antwoord te geven op de vraag: “Van welke duurzame warmtebronnen gaan we in Drenthe gebruik maken als we van het aardgas afgaan?”
Bevindingen
Het resultaat van het onderzoek heeft een technisch inzicht gegeven in het verloop van de warmtetransitie in Drenthe en laat zien waarop gestuurd moet worden om deze transitie efficiënt te laten verlopen. Opbouw In dit rapport wordt eerst de projectaanpak beschreven. Daarna wordt compact de prognose van het gebruik van duurzame warmtebronnen en het resultaat van de analyse van de regionale warmtetransitievisies weergegeven. Daarop volgt de reflectie van de netbeheerders en de bevindingen die dit heeft opgeleverd. Vervolgens worden de acties gepresenteerd die nodig zijn om de warmtetransitie in Drenthe te faciliteren. Het rapport wordt afgesloten met aanbevelingen aan de Drentse Energietafel. 2
Actualisatie kennis
2. Projectaanpak Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de volgende vijf onderdelen: Prognose Hoe gaat de gebouwde omgeving in Drenthe van het aardgas af? Op basis van literatuurgegevens en CBS-gegevens is een prognose gemaakt van welke duurzame warmtebronnen er in Drenthe gebruik gemaakt gaat worden op weg naar 2050*.
Analyse Van welke duurzame warmtebronnen gaan we gebruik maken volgens de gemeentes? Om deze vraag te beantwoorden zijn de gemeentelijke Transitievisies Warmte geanalyseerd*. Reflectie uitvoerende stakeholders De resultaten van de bovengenoemde analyse en prognose zijn voor reflectie voorgelegd aan de regionale netbeheerders en een projectontwikkelaar op het gebied van warmteprojecten. Bevindingen De prognose, analyse en reflectie leverden waardevolle bevindingen op. Acties en aanbevelingen De bevindingen zijn vervolgens vertaald naar acties en aanbevelingen.
* zie bijlage 1 voor de verantwoording van het onderzoek 3
2. Projectaanpak Acties
Input
Literatuuronderzoek: Hoe gaat de gebouwde omgeving in Drenthe van het aardgas af?
Van welke duurzame warmtebronnen gaan we gebruik maken volgens de gemeentes.
Prognose duurzame warmte Drenthe
Analyse Transitievisies Warmte
Beschouwing en Consequenties
Reflectie netbeheerders/ warmtenetontwikkelaar
Bevindingen
Reactie uitvoerende partijen op de aangeleverde informatie
Waar moeten we mee aan de slag om de warmtetransitie te faciliteren?
4
Voorbereid zijn
Wegnemen belemmeringen
Actualisatie kennis
3. Prognose duurzame warmte Kenmerken Drentse woningvoorraad De Drentse woningvoorraad kenmerkt zich door een hoog energiegebruik, grote/slecht geïsoleerde huizen in grotendeels landelijk gebied. Er zijn relatief weinig warmtebronnen aanwezig die geschikt zijn voor collectief gebruik.
Energiegebruik De wijze waarop we onze huizen verwarmen zal de komende jaren veranderen. Het aardgasgebruik zal de komende jaren afnemen: -44 % in 2030, -59 % in 2040. In 2050 gebruiken we geen aardgas meer om onze huizen en gebouwen te verwarmen.
Energievraag De energie die we nodig hebben om onze huizen en gebouwen te verwarmen zal de komende jaren afnemen. Vooral door besparing (isolerende maatregelen en energie die warmtepompen halen uit de lucht of de bodem); -12% in 2030, -21% in 2040 en –44% in 2050. De voorspelde energievraag om onze huizen en gebouwen te verwarmen in 2050 is in totaal 1210 GWh.
Door het gebruik van warmtepompen zal het aardgasgebruik sterk afnemen. Daarnaast zal voor verwarming het gebruik van collectieve warmtebronnen en groen gas richting 2050 een grotere rol gaan spelen. Mede door de 20% bijmengverplichting die voor 2030 is aangekondigd, waarbij groengas aan aardgas wordt toegevoegd.
Bevindingen
Over het gebruik van waterstofgas in de gebouwde omgeving zijn geen betrouwbare gegevens gevonden. Het aantal houtkachels blijft in de komende periode tot 2050 stabiel.
5
3. Prognose duurzame warmte
6
4. Analyse Transitievisies Warmte In het afgelopen jaar is in alle Drentse gemeenten een Transitievisie Warmte opgesteld. Hierin is antwoord gegeven op de vraag op welke manier de dorpen en wijken in de gemeente van het aardgas gaan, hoe het tijdpad richting 2050 eruit ziet en op welke wijze hier uitvoering aan wordt gegeven.
Voor de resterende 28% van de woningen in Drenthe worden door de gemeentes onderzoeken gedaan naar de haalbaarheid om deze woningen met een collectief warmtesysteem van warmte te voorzien. De hiervoor te gebruiken warmtebronnen zijn: aquathermie (6%), geothermie (9%) of restwarmte (13%).
Uit de analyse van de Transitievisies blijkt dat minimaal 72% van de huizen volgens de plannen van de gemeenten in 2050 verwarmd zullen worden door middel van elektriciteit (elektrificatie). Indien all-electric niet mogelijk is, kan voor een hybride-oplossing gekozen worden (bij grote, oude, zeer slecht geïsoleerde panden).
Tot 2030 wordt er voornamelijk ingezet op besparing door het nemen van no-regret maatregelen.
Bevindingen
7
4. Analyse Transitievisies Warmte
Kenmerken woningen en warmteopgave Drenthe
Uitkomst analyse gemeentelijke T VW’s
Hybride
Onderzoeken collectieve warmtebronnen
Overall Strategie T VW’s
- Hoog energiegebruik - Grote/slecht geïsoleerde huizen - Grotendeels Landelijk gebied
Meer dan 70% van de woningen wordt volgens de TVW's in de toekomst door elektrificatie verwarmd.
Relatief veel Elektrificatie in Drenthe –> hybride als het echt niet anders kan (bij grote, oude, zeer slecht geïsoleerde panden).
Voor een deel van de woningen wordt nog haalbaarheidsonderzoek gedaan naar het benutten van warmtebronnen voor collectieve systemen.
Tot 2030 inzetten op besparing door het nemen van no-regret maatregelen.
- Weinig warmtebronnen geschikt voor collectief gebruik.
8
4. Analyse Transitievisies Warmte
9
5. Reflectie en conclusies De prognose van de warmtetransitie en de analyse van de Transitievisies Warmte geven inzicht in de verwachte opgave om de warmtevoorziening voor 2050 aardgasvrij te maken. Het laat de verwachte wijze zien waarop dit in Drenthe gaat gebeuren. Passende netinfrastructuur is een essentieel onderdeel om de warmtetransitie te laten slagen. Het aanpassen van de netinfrastructuur op de huidige en toekomstige ontwikkelingen vraagt om een goed samenspel tussen netbeheerders en overheden.
Bevindingen
In dit hoofdstuk wordt daarom de reflectie van de netbeheerders op deze prognose en analyse beschreven. Vervolgens worden uit deze prognose, analyse en reflectie conclusies getrokken voor de warmtetransitie in Drenthe: waar zitten de knelpunten, waar zitten de kansen en waarop kunnen we sturen?
10
5.1. Reflectie netbeheerders
De regionale netbeheerders Enexis, Rendo en projectontwikkelaar Enpuls Warmteinfra (onderdeel van Enexis) hebben een reflectie gegeven op de: − Prognose van het warmtegebruik in Drenthe; − Inhoud van de Transitievisies Warmte; − Uitkomst van de analyse.
De belangrijkste bevindingen die van invloed zijn op de warmtetransitie zijn: − In de gemeentelijke Transitievisies Warmte zijn geen duidelijke keuzes gemaakt over het gebruik van warmtebronnen. − Een concrete planning met fasering ontbreekt. − Het aantal woningen in Drenthe dat volgens de huidige plannen met elektriciteit verwarmd gaat worden is hoog. − Voor de startwijken, die als eerste stappen maken om van het aardgas te gaan, geldt: er is onduidelijkheid over het eindresultaat en de planning.
11
5.2. Conclusies Op basis van de reflectie van de netbeheerders kan worden geconcludeerd dat de warmtetransitie stagneert. De belangrijkste reden hiervoor is dat de netbeheerders en warmteontwikkelaars te weinig informatie hebben om in actie te komen. De informatie is niet toereikend om als input te dienen voor de investeringsplannen. De netbeheerders geven daarom als waarschuwing af dat dit tot vertraging van de warmtetransitie leidt.
Geen keuzes maken betekent dat er in de komende jaren geen werkzaamheden worden uitgevoerd. Er blijft dan minder tijd over – vanaf het moment dat er wel keuzes worden gemaakt- om alle infrastructurele werkzaamheden die in het kader van de warmtetransitie nodig zijn voor 2050 af te ronden. Dit is ook vanwege personeelsschaarste en het tekort aan materiaal niet wenselijk. Het grotendeels inzetten op elektrificatie betekent meer duurzame opwek van stroom, een aanzienlijke versterking van de elektriciteitsinfrastructuur en hoge kosten voor de huiseigenaren van de relatief grote slecht geïsoleerde woningen. Alternatief is meer gebruik maken van beschikbare warmtebronnen met collectieve systemen of voor het verwarmen duurzame gassen te gebruiken.
12
6. Acties op weg naar 2030 De volgende acties worden voorgesteld om de uitvoering van warmtetransitie goed te laten verlopen:
- Voor de recenter gebouwde woonwijken met goed geïsoleerde woningen geldt dat een all-electric oplossing voor de aanwezige woningen voor de hand ligt. Om de warmtetransitie efficiënt te - Warmtevraagreductie vermindert de impact voor het aanpassen laten verlopen wordt voorgesteld deze keuze nu al te maken zodat van de netinfrastructuur. Daarom is actie noodzakelijk samen met de inwoners een Wijkuitvoeringsplan (WUP) opgesteld dat woningen en gebouwen worden geïsoleerd, en dat kan worden. Ten behoeve van de netinfrastructuur, worden in ieder inwoners hun energiegedrag aanpassen. geval de volgende acties ondernomen: - Het is onwenselijk op elektrificatie in te zetten als ook andere - Benodigde infrastructuur door laten rekenen door geschikte warmtebronnen benut kunnen worden. Op lokaal netbeheerder/ontwikkelaar. niveau is het daarom verstandig om lopende - Gemeentelijke laadvisie/wijklaadplannen hierbij ook haalbaarheidsonderzoeken naar collectieve warmtesystemen op betrekken. korte termijn uit te voeren. Op regionaal niveau is, in verband - Check: voldoende ruimte binnen wijken/buurten voor met voortschrijdend inzicht en constante ontwikkelingen, toekomstbestendige energie-infrastructuur? noodzakelijk om de inzetbaarheid van warmtebronnen voor de - Mogelijkheden benutten om strategische locaties te Drentse gemeentes tweejaarlijks te herijken.
Hierbij gaat het om: reserveren voor infrastructuur. - Gebruik bronnen voor collectieve warmtenetten; - Ruimtelijke procedures alvast voeren indien - Inzet duurzame gassen (waterstofgas/groen gas); bestemmingsplan niet toereikend is. - Om stagnatie van de warmtetransitie door netcongestie te - Zo veel mogelijk bestuurlijk vast laten stellen. voorkomen is het noodzakelijk dat in de Transitievisies Warmte 2.0 concretere keuzes worden gemaakt met betrekking tot welke wijk/dorp wanneer op welke wijze van het aardgas gaat. De hierboven genoemde herijking dient daartoe tot input.
13
7. Regionale routekaart Warmte De route tot een aardgasvrij Drenthe loopt tot 2050. De regionale routekaart regio Drenthe geeft de route aan richting de tussenstop 2030. Op dat moment verwachten we 12% minder energievraag, en een reductie van 44% in de aardgasvraag. Tijdens het proces sturen we de route bij waar nodig, en maken we deze gedetailleerder waar kan. De afspraken worden op regionaal niveau vervat in de voortgangsdocumenten van de RES. Op gemeentelijk niveau worden de keuzes opgenomen in de herijking van de Transitievisies Warmte. Bij het opstellen van de Transitievisies Warmte en de Wijkuitvoeringsplannen (WUP’s) worden inwoners betrokken. Er vindt daarnaast samenwerking plaats met de netbeheerders en eventuele warmtenetontwikkelaars.
14
7. Regionale routekaart Warmte
Onderzoek • Afronding haalbaarheidsonderzoeken • All-electric wijken aanwijzen
2022
2023
Vertrekpunt: TVW 1.0 • Inzetten op energiebesparing • Uitvoeren lopende haalbaarheidsonderzoeken collectieve warmte
Prognose duurzame warmte Drenthe
2024
Op naar TVW 2.0 • Participatieprocessen met inwoners en raad voor TVW 2.0
2025
Opstellen WUP’s • Opstarten proces WUP’sall-electric wijken samen met inwoners en netbeheerder
Ondersteunen en aanjagen
2026
Voortgangsdocument RES • Herijking gebruik warmtebronnen • Aanscherpen routekaart
Monitoren Warmtetransitie • Signaleren kansen en belemmeringen • Faciliteren regionale vraagstukken • Kennisdeling
2027
Vaststellen TVW 2.0 • TVW’s met keuzes en gedetailleerde Informatie • ->input investeringsplannen netbeheerders
2028
2029
Regio
Voortgangsdocument RES • Herijking gebruik warmtebronnen • Aanscherpen routekaart
Gemeente
Voortgangsdocument RES • Herijking gebruik warmtebronnen • Aanscherpen routekaart
2030 Gemeente
Voortgangsdocument RES • Vaststellen routekaart
Uitvoering acties TVW 2.0 • WUP processen uitvoeren met inwoners • Samen met netbeheerder en projectontwikkelaars infrastructurele werkzaamheden (collectieve/individuele warmteoplossingen) voorbereiden
Autonome groei monitoren en analyseren
Maatregelen op huisniveau & collectieve acties inwonersinitiatieven 15
Inwoners
8. Aanbevelingen Om de, in het vorige hoofdstuk, onderscheiden acties, effectief en efficiënt uit te voeren, komen we tot de volgende aanbevelingen:
1. Op zowel lokaal als regionaal niveau zetten we actief in op warmtevraagreductie. De uitvoering hiervan valt niet binnen de RES. Wel vervult de RES-organisatie een verbindende en aanjagende functie tussen de partijen die hiermee aan de slag zijn, zoals het Drents Energieloket, de gemeenten en provincie.
3. Gemeenten maken op lokaal niveau concretere keuzes in de Transitievisies Warmte 2.0 met betrekking tot welke wijk/dorp wanneer op welke wijze van het aardgas gaat. De hiervoor genoemde herijking dient daartoe tot input. 4. Op het moment dat de warmtevoorziening van een wijk/dorp duidelijk is, stellen gemeenten op lokaal niveau een Wijkuitvoeringsplan (WUP) op. Hierbij betrekken ze de netbeheerders intensief.
2. Op regionaal niveau monitoren en verkennen we reflexief de ontwikkelingen die er zijn ten aanzien van de toekomstige warmtevoorziening voor de gebouwde omgeving. In het bijzonder gaat het om de beschikbaarheid van groen gas en waterstofgas en de aanleg van regionale warmteleidingen. De resultaten van deze monitoring en verkenning worden vanaf 2025 opgenomen in de Voortgangsdocumenten van de RES en leveren input op voor gemeenten om op lokaal niveau de gemeentelijke Transitievisies Warmte te herijken. De regionale herijking gebruik warmtebronnen laten we extern uitvoeren. We zien mogelijkheden om deze opdracht te laten uitvoeren door de op te richten samenwerkingsorganisatie waarover binnen de VDG gesproken wordt. De RES-organisatie vervult een coördinerende functie.
5. Ten behoeve van het Voortgangsdocument 2025 voeren we als RES-organisatie opnieuw een onderzoek uit naar de voortgang van de warmtransitie in Drenthe. Wanneer nodig maken we t.z.t. hernieuwde afspraken op regionaal niveau.
16
Bijlage 1. Verantwoording Prognose en Analyse Prognose duurzame warmte Er is een literatuurstudie gedaan om in beeld te brengen – prognose- welke duurzame warmtebronnen gebruikt gaan worden in Drenthe in de gebouwde omgeving
Analyse Transitievisies Warmte Er is bij de analyse onderscheid gemaakt tussen het benutten van de volgende warmtebronnen: aquathermie, restwarmte en geothermie.
De informatie voor het maken van de prognose is grotendeels afkomstig van de landelijke klimaatmonitor. Aanvullend is data gebruikt van TNO, CBS, trendrapporten van brancheorganisaties en is gebruik gemaakt van ‘expert judgement’
Per warmtebron is bepaald welke wijken en daaruit volgend; hoeveel woningen hiermee verwarmd gaan worden. Een aantal gemeentes voeren nog haalbaarheidsonderzoeken uit voor het gebruik van een van de bovengenoemde warmtebronnen. Aanname voor deze analyse is dat deze collectieve warmtebronnen Bevindingenworden benut. ook daadwerkelijk
Er is conform CBS cijfers rekening gehouden met een toename van het aantal woningen in Drenthe.
Wordt er geen gebruik gemaakt van een van bovenstaande warmtebronnen, dan worden de woningen door elektrificatie verwarmd.
Uitgangspunt is dat vanaf 2020 het aardgas in de gebouwde omgeving wordt bijgemengd met groen gas (20% volgens de bijmengregeling die dit jaar schriftelijk door minister Jetten is aangekondigd).
Hoeveel van de woningen, die door middel van elektrificatie worden verwarmd, voorzien worden van een hybride systeem (gas en elektriciteit) kon niet herleid worden uit de Transitievisies Warmte.
Om het verloop van het gebruik van duurzame warmtebronnen te verbeelden is een sankey diagram (energie flow schema) gemaakt.
17