CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

College 1.14.2 Voortgangsdocument RES-regio Drenthe - maart 2023

1 - RAADSVERGADERING 30 maart 2023, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen9.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voortgangsdocument Regionale Energie Strategie (RES) Regio Drenthe Samen stappen zetten

Maart 2023

www.energievoordrenthe.nl

2

Voorwoord Samen de schouders eronder In 2021 stelden we de RES 1.0-regio Drenthe vast. Een strategie voor het opwekken van duurzame energie in onze regio. We zetten ook een ambitie neer. Hoeveel energieprojecten passen er in Drenthe? En past dat ook bij het landschap en de inwoners? We keken naar wat wél kan. In de tussentijd is er veel gebeurd. De energiecrisis veroorzaakt een roerige tijd. Meer dan een technische transitie is de energietransitie een sociale transitie. Dat is nu nóg duidelijker dan twee jaar geleden. Van inwoners wordt gevraagd om in een razend tempo mee te gaan in een stroom van veranderingen. Dat lukt lang niet altijd, waardoor de energiecrisis tot serieuze problemen leidt. Dat gaat ons aan het hart. Inwoners, vrijwilligersorganisaties en overheden zetten alle zeilen bij om de schrijnende energiearmoede aan te pakken. De energiecrisis geeft een enorme versnelling aan de energietransitie. Dat vraagt om handelen en daadkracht. Gelukkig hebben we in de RES-regio Drenthe twee jaar geleden al forse stappen gezet. Aanpassing van onze ambities in de vorm van een RES 2.0 is daarom niet nodig. We werken met volle inzet aan de uitvoering van de RES 1.0, om de daarin gestelde doelen te realiseren.

Colofon

In de RES-regio Drenthe zetten we samen de schouders onder de energietransitie. De beren op de weg, bijvoorbeeld de overbelasting van het elektriciteitsnet, pakken we met onze partners stevig aan. Dat doen we nog steeds op onze eigen manier; trots, met behoud van onze identiteit en zuinig op ons mooie landschap. We blijven tenslotte eigenzinnige Drenten. Namens de Drentse Energietafel,

Tekst en eindredactie: Werkbureau RES-regio Drenthe in opdracht van de Drentse Energietafel Tekeningen: Herman Roozen Grafische verzorging: Grafische diensten provincie Drenthe

Riek Siertsema (onafhankelijk voorzitter)

3

Samenvatting

Opwek hernieuwbare elektriciteit

Van RES 1.0 naar Voortgangsdocument 2023

We constateren dat op 31 december 2022 met 1,909 TWh een aanzienlijk deel van onze bijdrage van 3,45 TWh is gerealiseerd (de huidige opwek).

In 2021 spraken we in In 2021 spraken we in de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Regio Drenthe af om in 2030 3,45 TeraWattuur (TWh) duurzame energie op land op te wekken met windmolens, zonneparken en grote zonnedaken. We stelden ambities op over hoe we dat het best kunnen doen. Ook maakten we afspraken over het stimuleren van zonnepanelen op daken en zoeken we naar duurzame warmtebronnen om onze huizen en gebouwen op een andere manier te verwarmen. Dit voortgangsdocument is een piketpaaltje richting 2030. Het laat zien waar we in de RES-regio Drenthe op dit moment staan, wat er is gebeurd en waar we de komende jaren aan gaan werken. Op lokaal niveau en op regionaal niveau. We gaan daarmee van strategie naar uitvoering. Zo zorgen we er samen voor dat de Drentse energietransitie niet blijft steken, maar dat deze doorgaat en slaagt.

We ontwikkelden de Routekaart RES en elektriciteitsnetwerk 2030. Hierin is de regionale aanpak en programmering van de uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk in samenhang met de opwek van hernieuwbare elektriciteit opgenomen.

Duurzame warmte Inwoners zijn volop aan de slag met de energietransitie. We verwachten daarom dat het aardgasgebruik de komende jaren daalt. Alle Drentse gemeenten hebben de rol van energieregisseur voor de gebouwde omgeving goed opgepakt en hebben een Transitievisie Warmte opgesteld. We hebben een Regionale routekaart warmte ontwikkeld die antwoord geeft op de vraag: van welke duurzame warmtebronnen gaan we in Drenthe gebruik maken als we van het aardgas afgaan?

Ontwikkelingen De energiecrisis heeft tot een heel nieuw speelveld geleid. De markt is nu compleet anders dan die was bij de vaststelling van de RES 1.0 en inwoners en bedrijven gaan – noodgedwongen – veel bewuster om met hun energiegebruik. Dat verandert de rol van de overheid: van het stimuleren en in gang zetten naar faciliteren en versnellen. Dat vraagt om een vernieuwde, intensieve manier van samenwerking en daadkracht. De uitdaging is het tempo: de energietransitie is volop aan de gang. Dat is ook nodig om de doelstellingen in 2030 te halen. De transitie gaat inmiddels zo snel dat de netinfrastructuur overbelast is. Er wordt hard gewerkt om dat knelpunt op te lossen. Naast de techniek is het aantal ‘handjes’ een probleem. In Drenthe is er veel werk in de energietransitie, maar zijn er te weinig mensen die dat werk kunnen doen.

We zien voor onze regio kansen voor het inzetten van biogrondstoffen voor energiedoeleinden, voornamelijk voor het opwekken van groen gas door monomestvergisting. Deze kansen willen we benutten door als regio samen op te trekken.

Maatschappelijke betrokkenheid en zorgvuldig ruimtegebruik We zien dat er de afgelopen jaren steeds meer oog is voor (financiële) participatie, lokaal eigendom en zorgvuldig ruimtegebruik bij energieprojecten. We streven naar 50% lokaal eigendom, maar het is ingewikkeld om lokaal eigendom te realiseren. Bij zorgvuldig ruimtegebruik zien we dat bij sommige, soms toonaangevende, gerealiseerde projecten al sprake is van meervoudig ruimtegebruik, koppeling van vraag en aanbod of extra aandacht voor landschappelijke inpassing. De verwachting is dat deze trend zich doorzet.

4

Aandachtpunten en randvoorwaarden Realisatie van de gehele Drentse bijdrage van 3,45 TWh lijkt op weg naar 2030 haalbaar. De vertaling van (techniek neutrale) ambities naar concrete plannen, projecten en vergunningen voor 1 januari 2025 lijkt niet meer realistisch. De invulling van de doelstelling wordt wel steeds concreter. Stevige inspanning is nodig om alle projecten zo snel mogelijk te vergunnen, het elektriciteitsnet op tijd te verzwaren en projecten voor 2030 te realiseren. Lokaal eigendom blijft hierbij een belangrijk aandachtspunt. Realisatie van de Drentse bijdrage vraagt van alle betrokken partijen een stevige inspanning en een voortvarende aanpak. De krappe arbeidsmarkt vormt een knelpunt. Voor de realisatie van de ambitie voor zon-op-dak is een extra impuls en versnelling noodzakelijk.

Op weg naar 2025 We maken plannen in een dynamische context. De ontwikkelingen binnen de energietransitie gaan snel, bijvoorbeeld op het gebied van techniek, economie en afspraken en wetgeving. Denk aan de potentie van waterstof, de economische gevolgen van de energiecrisis en de op handen zijnde warmtewet. We weten op dit moment niet altijd zeker welke kant ontwikkelingen opgaan. Dat betekent niet dat we geen stappen vooruit zetten. Binnen deze context is het belangrijk om intensief met elkaar in gesprek te blijven, slimme keuzes te maken en bij te sturen als ontwikkelingen daarom vragen. We doen dat met de kennis van nu voor later. We onderscheiden de volgende onderwerpen die de komende twee jaar met prioriteit worden opgepakt: • Regionale Routekaart Netinfrastructuur Elektriciteit We werken, samen met overheden, netbeheerders en maatschappelijke partners, intensiever aan de aanpassing van het elektriciteitsnet, met als doel te komen tot een netinfrastructuur die passend is voor de energievraag- en het aanbod, van nu en de toekomst. Hierin zoeken we actief naar de samenhang met het p MIEK.

• Regionale Routekaart Warmtebronnen & - infrastructuur We herijken de alternatieve bronnen binnen de RES-regio Drenthe. Dit biedt input voor de gemeenten om in hun Transitievisies Warmte 2.0 keuzes te heroverwegen of aan te scherpen. We maken de toekomstige elektriciteitsvraag voor warmte zo scherp mogelijk, zodat de netbeheerders hierop hun investeringsplannen kunnen maken. Hierin zoeken we actief naar de samenhang met het pMIEK en de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur (RAL). • Versnellingsaanpak zon-op-dak We werken aan een stevig meerjarig uitvoeringsprogramma voor de sporen MKB, landbouw en maatschappelijk vastgoed, dat in samenwerking met alle betrokken partners wordt uitgevoerd. • Uitvoeringsprogramma Groen Gas De productie van groen gas biedt kansen voor onze regio. De komende periode maken we daarom regionale afspraken over de productie van groen gas. Op weg naar 2025 stellen we aan de hand van deze afspraken een uitvoeringsprogramma op, dat in samenwerking met alle betrokken RES-partners wordt uitgevoerd. Daarnaast werken we de komende twee jaar aan verschillende projecten en programma’s. Dit doen we vanuit de Drentse Energietafel of we nemen als één van de partners aan een programma of project deel.

5

Inhoud

1. Inleiding

Voorwoord

2

Samenvatting

3

1.

Inleiding

5

2.

Eén regio

7

In de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Regio Drenthe staat beschreven waar en hoe het best duurzame energie opgewekt kan worden. Waar past het in de ruimte? Past het op het energienet? En zijn de plekken maatschappelijk gezien acceptabel en financieel haalbaar? Dat vraagt om een zorgvuldige afweging. Ook zoeken we naar duurzame warmtebronnen om onze huizen en gebouwen op een andere manier te verwarmen.

RES 1.0 3.

Ontwikkelingen en context

8

4.

Opwek hernieuwbare elektriciteit

10

5.

Duurzame warmte

14

In 2021 spraken we in de RES-regio Drenthe af om in 2030 3,45 TeraWatt-uur (TWh) duurzame energie op land op te wekken met windmolens, zonneparken en grote zonnedaken1. Ook maakten we afspraken over het stimuleren van zonnepanelen op daken, het reduceren van aardgasgebruik en het inzetten van alternatieve warmtebronnen.

6.

Maatschappelijke betrokkenheid

16

Stappen en ontwikkelingen

7.

Zorgvuldig ruimtegebruik

18

8.

Aandachtspunten en randvoorwaarden

19

9.

Op weg naar 2025

22

10.

Overzicht bijlagen

24

We zijn nu twee jaar verder. In de tussentijd is er veel gebeurd. In gemeenten zijn energieprojecten gerealiseerd. Daardoor is nu meer dan de helft van de Drentse ambitie gehaald. Op regionaal niveau werken we intensief samen. Zo werken we aan routekaarten voor elektriciteit en warmte, bouwen we gezamenlijk kennis op over onderwerpen zoals lokaal eigendom, biodiversiteit en zon-op-dak, en organiseren we activiteiten zoals de Drentse Energie Driedaagse en energiecafés. De energiecrisis heeft veel in gang gezet. In de jaren richting de RES 1.0 lag de nadruk op het stimuleren van de energietransitie. Dat is op dit moment niet meer nodig. De vraag is nu hoe we de energietransitie kunnen faciliteren. De uitdaging is het tempo: de energietransitie is volop aan de gang. Dat is ook nodig om de doelstellingen in 2030 te halen. De transitie gaat inmiddels zo snel dat de netinfrastructuur overbelast is. Er wordt hard gewerkt om dat knelpunt op te lossen. Naast de techniek is het aantal ‘handjes’ een probleem. In Drenthe is er veel werk in de energietransitie, maar zijn er te weinig mensen die dat werk kunnen doen.

1

Voor deze ambitie geldt voor zon-op-dak een ondergrens voor het vermogen van 15 kW.

6

Voortgangsdocument Dit voortgangsdocument is een piketpaaltje richting 2030. Het laat zien waar we in de RES-regio Drenthe op dit moment staan, wat er is gebeurd en waar we de komende jaren aan gaan werken. Op lokaal niveau en op regionaal niveau. We gaan daarmee van strategie naar uitvoering. Zo zorgen we er samen voor dat de Drentse energietransitie niet blijft steken, maar dat deze doorgaat en slaagt.

Geen RES 2.0? In de Regionale energie Strategie (RES) 1.0 Regio Drenthe en de Notitie Op Weg naar RES 2.0 Regio Drenthe wordt gesproken over een RES 2.0. In de tussentijd is op landelijk niveau de terminologie aangepast naar Voortgangsdocument 20232. In de RES-regio Drenthe gebruiken we deze nieuwe terminologie. Door middel van dit voortgangsdocument informeert de Drentse Energietafel over waar we op dit moment in Drenthe staan, wat er is gebeurd en waar we de komende jaren aan gaan werken.

Leeswijzer De opbouw van dit document is als volgt: eerst beschrijven we hoe de RES-regio Drenthe is georganiseerd. Vervolgens gaan we in op de voortgang en aanpak hernieuwbare elektriciteit. Hierop volgt de beschrijving van de voortgang en aanpak duurzame warmte. Daarna gaan we in op de onderwerpen maatschappelijke betrokkenheid en zorgvuldig ruimtegebruik. Daaropvolgend geven we aan wat voor de RES-regio Drenthe de aandachtspunten en randvoorwaarden zijn om de ambitie in 2030 te halen. Tot slot laten we zien welke stappen we zetten op weg naar 2025.

Landelijk wordt nog wel gesproken over een RES 2.0 wanneer bij het uitvoeren van de Regionale Energiestrategie nieuwe inzichten ontstaan die leiden tot het aanpassen van regionale ambities of het vaststellen van nieuwe regionale kaders voor toekomstige ontwikkelingen. Dat is op dit moment in de RES-regio Drenthe niet aan de orde. Omdat de landelijke ambitie optelt tot 55 TWh in 2030, in plaats van de gevraagde 35 TWh, verwachten we voor 2030 geen extra opgave.

2

Meer informatie hierover: https://regionale-energiestrategie.nl/leefomgeving/planmerplicht/default.aspx.

7

2. Eén regio

2.2

Organisatie

Bestuurlijk In de RES-regio Drenthe werken overheden, netbeheerders en maatschappelijke partners samen aan de energieopgaven waar we in de regio voor staan. Dat doen we gelijkwaardig, ieder vanuit de eigen rol. In dit hoofdstuk laten we zien hoe de samenwerkingsstructuur eruitziet.

Een onafhankelijk voorzitter begeleidt en regisseert het proces aan de DET. De regietafel waaraan afgevaardigden van de DET deelnemen, bereidt de vergaderingen voor. Per thema is er een bestuurlijk trekker aangewezen. De separate overleggen tussen de afgevaardigde bestuurders van de bevoegde gezagen worden voorbereid door de Vereniging van Drentse Gemeenten (VDG).

2.1

Ambtelijk

Samenwerkende organisaties

De volgende partijen werken samen binnen de RES-regio Drenthe: • Overheden: 12 gemeenten, Provincie Drenthe, 4 waterschappen • Netbeheerders: Enexis, TenneT, RENDO, Gasunie • Maatschappelijke partners: ­ - Natuur- en Milieufederatie Drenthe – namens de natuuren landbeherende organisaties ­ - LTO Noord – namens de landbouw ­ - Rijksvastgoedbedrijf - mede namens Defensie ­ - VNO-NCW – namens het bedrijfsleven ­ - Drentse KEI – namens de energiecoöperaties ­ - Woonstichting De Volmacht – namens de woningcorporaties ­ - JongRES – namens de jongere generatie Van alle deelnemende partijen neemt een afgevaardigde bestuurder deel aan de Drentse Energietafel (DET), of is daarvan agenda-lid. De afgevaardigde bestuurders van de colleges en dagelijks besturen dragen bestuurlijk de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de RES van de RES-regio Drenthe. Beslissingen door afgevaardigde bestuurders van deze bevoegde gezagen worden formeel genomen in een separaat overleg. De bestuurders zijn daarbij zelf verantwoordelijk voor de terugkoppeling met hun colleges, dagelijks besturen of Gedeputeerde Staten. De overige partners aan de Drentse Energietafel hebben een adviserende rol in het proces.

Medewerkers van alle partijen in de RES-regio Drenthe zijn vertegenwoordigd aan de werktafel en werken mee in de werkgroepen. De werktafel is de ambtelijke tafel ter voorbereiding op de bestuurlijke tafel. Binnen vijf werkgroepen worden de stukken voor de bestuurlijke tafel opgesteld en opdrachten uitgevoerd. Het werkbureau van de RES-regio Drenthe is de ambtelijk opdrachtnemer van de DET en voert de ambtelijke procesregie.

2.3

Positie en betrokkenheid volksvertegenwoordigers

Met het vaststellen van de RES 1.0 hebben de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen besturen van de waterschappen de kaders vastgesteld voor de uitwerking van de Regionale Energiestrategie in de RES-regio Drenthe. De volksvertegenwoordigende en controlerende rol loopt tot aan 2030 door. Met informatieavonden, nieuwsbrieven, halfjaarlijks rapportages en de online RES-monitor worden volksvertegenwoordigers op de hoogte gehouden van de regionale ontwikkelingen. Daarnaast bieden NP RES en VNG webinars en trainingen aan voor volksvertegenwoordigers om hun positie en rol binnen de energietransitie, op regionaal en lokaal niveau, te versterken.

8

3. Ontwikkelingen en context In dit hoofdstuk beschrijven we kort de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen twee jaar, die invloed hebben op het proces en de voortgang van de energietransitie in onze regio.

3.1

Ontwikkelingen

Energiecrisis De energiecrisis heeft tot een heel nieuw speelveld geleid. De markt is nu compleet anders dan die was bij de vaststelling van de RES 1.0 en inwoners en bedrijven gaan – noodgedwongen – veel bewuster om met hun energiegebruik. Dat verandert de rol van de overheid: van het stimuleren en in gang zetten naar faciliteren en versnellen. Dat vraagt om een vernieuwde, intensieve manier van samenwerking en daadkracht.

Stikstof De stikstofcrisis zorgt voor stevige beperkingen en vertraging in de vergunningverlening voor bedrijven en (woning)bouw. In alle sectoren die stikstof uitstoten moeten er maatregelen worden genomen om tot stikstofreductie te komen. Omdat in de gebouwde omgeving meestal nog aardgas wordt gebruikt – verbranding van aardgas in de cv-ketel – moeten ook hier maatregelen genomen worden.

Wet- en regelgeving Sinds vaststelling van de RES 1.0 zijn op nationaal niveau veel aanpassingen gedaan in wet- en regelgeving. Hierna een overzicht van de belangrijkste (aangekondigde) wijzigingen die invloed hebben op ons RES-proces: • Omgevingswet De omgevingswet vraagt van gemeenten en provincie een andere manier van werken: niet langer is de overheid alleen beleidsbepaler en vergunningsverlener. Veel meer wordt de overheid regisseur van beleidsprocessen en vergunning-verleningstrajecten. Deze trend zien we al een tijdje, maar komt met het proces rondom de omgevingswet in een stroomversnelling.

Netcongestie In de RES-regio Drenthe is er sprake van een overbelasting van het elektriciteitsnet. Daardoor is het op veel plekken op dit moment niet mogelijk om grote energieprojecten aan te sluiten op het net. Op sommige plekken zijn er nog beperkte aansluitmogelijkheden. Ook is er in november 2022 afname-schaarste afgekondigd voor heel Drenthe. Dit betekent dat nieuwe grotere energievragers niet meer kunnen worden aangesloten en bestaande bedrijven niet of beperkt kunnen elektrificeren en/of uitbreiden.

Arbeidsmarkt Er zijn in Drenthe te weinig arbeidskrachten om het werk dat de energietransitie vraagt, op te pakken. Het Planbureau voor de Leefomgeving geeft in het rapport Inzicht in arbeidsmarktknelpunten voor de uitvoering van het klimaatbeleid 3 aan dat dit probleem in Drenthe groter is dan het nationaal gemiddelde. Dit vanwege de grote investeringen in de omschakeling naar duurzame energie die worden verwacht in onze regio.

3

Bijlage 1 Inzicht in arbeidsmarktknelpunten voor de uitvoering van het klimaatbeleid (Planbureau voor de Leefomgeving, 2022).

• Hybride warmtepomp vanaf 2026 Het kabinet heeft aangekondigd dat vanaf 2026 hybride warmtepompen de standaard worden voor het verwarmen van woningen. • Bijmengregeling groen gas Het kabinet heeft een wetsvoorstel aangekondigd voor een bijmengverplichting voor groen gas voor de gebouwde omgeving. Energieleveranciers worden verplicht om vanaf 2025 groen gas bij het fossiele aardgas te mengen. In 2030 moet uiteindelijk 20% van het geleverde gas voor de gebouwde omgeving uit groen gas bestaan. Om over voldoende groen gas te kunnen beschikken heeft het kabinet de ambitie om in 2030 ten minste twee miljard kubieke meter (2 bcm) groen gas in Nederland te produceren. • Wet collectieve warmtevoorziening Deze wet regelt dat de consument, die via een collectieve warmtevoorziening warmte afneemt, wordt beschermd tegen het betalen van te hoge tarieven. Daarnaast wordt hierin geregeld dat een warmtenet voor een groot deel in publieke handen moet zijn. Deze aanpassing van de wet wordt momenteel voorbereid en wordt volgens de huidige planning in 2023 door de Kamer vastgesteld.

9

• Kabeltracés Op dit moment loopt een hoger beroepsprocedure bij de Raad van State rondom zuinig (ondergronds) ruimtegebruik in het licht van kilometerslange kabelverbindingen tussen energieparken en inkoopstations. Rechtbank Noord-Nederland oordeelde in juli 2022 hierop vooruitlopend dat het redelijk is dat de gemeente Midden-Drenthe geen vergunning verleende vanwege strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening. • Financieringsvormen multifunctioneel ruimtegebruik Creatief ruimtegebruik is nodig om alle ruimtelijke vraagstukken binnen Nederland in te passen. NP RES heeft daarom recent onderzoek gedaan naar instrumenten om ruimtelijke kwaliteit te financieren, bijvoorbeeld met een aangepaste SDE-regeling.

3.2

Context

Het proces van de RES staat in Nederland niet op zichzelf. Het is één van de onderdelen uit het Klimaatakkoord en is daarmee één van de schakels in de hele energietransitie. Dit is ook het geval in de regio Drenthe. Aan verschillende bestuurlijke regionale tafels wordt gewerkt aan de energietransitie. De focus van de RES ligt op de opwek van hernieuwbare energie en de versterking van de bovenlokale energie infrastructuur. De bestuurlijke tafels waar de RES de meeste raakvlakken mee heeft zijn het portefeuillehouders-overleg Energie, Klimaat & Milieu en het portefeuillehouders-overleg Wonen & Ruimte. Beide worden gefaciliteerd door de Vereniging van Drentse Gemeenten. • Portefeuillehouders-overleg Energie, Klimaat & Milieu Aan deze tafel worden duurzaamheidsvraagstukken besproken en opdrachten gegeven voor gezamenlijke projecten en programma’s, zoals het Drents Energieloket. Deze tafel heeft vooral een raakvlak met de RES op het gebied van de warmtetransitie. Aan deze tafel wordt samengewerkt aan de lokale warmtetransitie en energiereductie en binnen de RES werken we aan de bovenlokale en regionale vraagstukken. Beide processen hebben invloed op elkaar. Daarom wordt nauw samengewerkt.

• Portefeuillehouders-overleg Wonen & Ruimte Aan deze tafel worden vraagstukken besproken op het gebied van ruimtelijke ordening en wonen. Deze tafel heeft vooral een raakvlak met de RES op het gebied van de ruimtelijke inpassing van de opwek van hernieuwbare energie. Aan deze tafel wordt het gesprek gevoerd vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening en binnen de RES combineren we dit oogpunt met andere aspecten, zoals systeemefficiëntie. Relevante thema’s worden op beide tafels besproken. De thema-trekker Ruimte van de RES is portefeuillehouder ruimte en verbindt op die manier de Drentse Energietafel met deze tafel. Sinds vaststelling van de RES 1.0 zijn op nationaal niveau verschillende programma’s opgezet, die relevant zijn voor de uitvoering van de RES 1.0, waaronder: • Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Het versnellen van de uitbreiding van bestaande energie-infrastructuur en het slim benutten hiervan, vraagt om een nieuwe aanpak voor programmeren en prioriteren van de energie-infrastructuur. Deze programmering landt in een MIEK. Dit ziet toe op de integrale ontwikkeling van vraag en aanbod van energie, dus bezien vanuit alle sectoren. Het provinciaal MIEK wordt tweejaarlijks geactualiseerd.

• Nationaal Programma Landelijk Gebied De provincie moet een gebiedsprogramma in het kader van het NPLG opstellen waarin beschreven staat hoe doelen op het gebied natuurherstel, water en emissiereductie (o.a. stikstof) worden bereikt. De provincie is daarom bezig om samen met inwoners en belanghebbende partijen de meest effectieve maatregelen die tot stikstofreductie leiden, te inventariseren. • Nationale Agenda Laadinfrastructuur De NAL is een meerjarige beleidsagenda met ambities en acties die ervoor gaan zorgen dat we straks altijd overal, makkelijk en slim kunnen laden. De regionale Aanpak Laadinfrastructuur is de provinciale doorvertaling van deze agenda.

10

4. Opwek hernieuwbare elektriciteit In de RES 1.0 spraken we af om in 2030 3,45 TeraWattuur (TWh) duurzame energie op land op te wekken met windmolens, zonneparken en grote zonnedaken4. Hiermee dragen we bij aan de nationale doelstelling in het Klimaatakkoord5. In de RES 1.0 hebben we aangegeven dat deze bijdrage realistisch en haalbaar is op weg naar 2030. In dit hoofdstuk geven we de stand van zaken weer en laten we zien welke stappen we de afgelopen periode hebben gezet.

4.1

Voortgang ambitie opwek hernieuwbare elektriciteit

Doelstelling De in RES 1.0 vastgestelde Drentse bijdrage van 3,45 TWh is als volgt opgebouwd: • 1,123 TWh windenergie • 1,249 TWh zonne-energie op land • 0,893 TWh grootschalig zonne-energie op dak • 0,234 TWh techniekneutraal.

Stand van zaken We monitoren de realisatiegraad en status van de opwek van hernieuwbare elektriciteit in TWh. Daarbij maken we onderscheid in windenergie, zonneenergie op land, zonne-energie op dak en techniekneutraal6. In figuur 1 is de voortgang van de realisatie van de ambitie opwek hernieuwbare elektriciteit weergegeven, onderverdeeld naar status ambitie, status pijplijn en status huidig.7 Figuur 2 geeft de voortgang van de projectstadia binnen de status pijplijn weer. De cijfers per 31 december 2022 zijn berekend met een aangepaste NP RES-systematiek (zie kader)

4 5 6

7

Voor deze ambitie geldt voor zon-op-dak een ondergrens voor het vermogen van 15 kW. In het Nationale Klimaatakkoord is afgesproken om in 2030 35 TWh duurzame energie op land op te wekken met windmolens, zonneparken en grote zonnedaken. Techniekneutraal betekent dat er nog invulling aan moet worden gegeven; het kan dus gaan om opwekking van elektriciteit door middel van grootschalig zonne-energie op land, grootschalig zonneenergie op dak en windenergie. Zie voor een totaaloverzicht per gemeente en detailinformatie van de projecten, bijlage 2.

Systematiek van rapporteren Met het oog op de monitoring is het van belang om te weten dat binnen het Nationaal Programma RES de systematiek van rapporteren over de voortgang van realisatie van hernieuwbare energie is gewijzigd. In deze rapportage hebben we daarom een enkele conversie moeten doen. In onze RES 1.0 onderscheiden wij de volgende fasen: • gerealiseerd/in aanbouw • vergunning verleend/lopend • ambitie In de huidige NP RES-systematiek en in deze rapportage onderscheiden wij de volgende, aangepaste, fasen: • huidige opwek • pijplijn • ambitie In deze systematiek verstaan we onder pijplijn de projecten in één van de volgende stadia: voortraject, RO procedure, vergunningaanvraag, vergunningverlening, subsidiebeschikking en bouw. De aanpassing naar de NP RES-systematiek betekent in onze situatie een kleine wijziging: de projecten die wij eerder als in aanbouw hebben aangemerkt, zijn nu in de fase pijplijn opgenomen.

We constateren dat op 31 december 2022 met de huidige opwek van 1,909 TWh een aanzienlijk deel van onze bijdrage van 3,45 TWh is gerealiseerd, namelijk 55,3%. Dit is berekend volgens de huidige NP RES systematiek. Voor de RES 1.0 berekenden we de realisatiegraad volgens de eerdere systematiek. Op 30 juni 2021 was de realisatiegraad, berekend volgens die systematiek, 36,4%. Een jaar later, op 30 juni 2022, was dit 55,3%. Berekenen we de huidige stand van zaken volgens de eerdere systematiek,

11 p

Op 31 december 2022 zat er voor 0,858 TWh aan projecten in de pijplijn en er stond 0,834 TWh als te realiseren ambities open. Een klein deel daarvan, 0,065 TWh, is de techniek neutrale ambitie van enkele gemeenten (zie figuur 1).

Huidig

Pijplijn

Power BI Desktop

Ambitie

Wind

Zon op land

Zon op dak

0,326 0,30

0,252

0,25

0,191

Opwek (TWh)

dan is de realisatiegraad op 31 december 2022 57,8 %. Deze realisatiegraad is logischerwijs iets hoger dan binnen de huidige NP RES systematiek, omdat we in de eerdere systematiek bij de berekening van de realisatiegraad ook de projecten ‘in aanbouw’ meenamen.

0,20

0,167 0,15

0,252

0,108

0,081

0,10

1,513

0,05

1,5

0,108

0,135

0,086 0,006

0,263 0,00

Voortraject

Opwek (TWh)

1,124 1,0

RO-procedure

Vergunningaanvraag

0,104 0,135

0,642

Vergunningverlening

Subsidiebeschikking en bouw

Figuur 2: Voortgang projectstadia binnen status pijplijn

0,899

0,402 0,5

Conclusies 0,081

0,885 0,608

0,416 0,065 0,0

Wind

Zon op land

Zon op dak

Techniek neutraal

Figuur 1: Voortgang realisatie ambitie opwek hernieuwbare elektriciteit

Landelijk is afgesproken dat uiterlijk op 1 januari 2025 de RES-bijdragen concreet in vergunningen zijn vertaald. De openstaande ambitie voor wind, zon-op-land en techniekneutraal, in totaal 0,432 TWh, moet nog omgezet worden in plannen, en daarna in concrete projecten met vergunningen. Voor de techniek neutrale ambities moet eerst besloten worden of die met windenergie of met zonneenergie worden ingevuld. Gelet op de gebruikelijke proceduretijd voor plannen en vergunningen, lijkt vergunningverlening vóór 1 januari 2025 niet realistisch. Van de wind- en zon op land projecten die in de pijplijn zitten, in totaal 0,777 TWh, constateren we dat 0,108 TWh in de fase van voortraject zit. Ook hier lijkt het krap om vóór 1 januari 2025 de vergunningen te hebben verleend. Van de projecten die in de pijplijn zitten constateren we dat 0,332 TWh in de fase van ruimtelijke procedure of vergunningaanvraag zit. Voor die projecten is de datum van 1 januari 2025 realistischer. Tot slot zit 0,338 TWh al in de fase van vergunningverlening, en subsidie-beschikking en bouw.

12

Stevige inspanning van gemeenten is nodig om de (techniek neutrale) ambities en het specifieke deel van de pijplijn dat nog in voortraject zit, zo snel mogelijk in locaties en vergunningen te vertalen, en deze vóór 1 januari 2030 te realiseren. Realisatie van de gehele Drentse bijdrage van 3,45 TWh lijkt op weg naar 2030 haalbaar. De totaal verwachte Drentse opwek in 2030 komt op dit moment met 3,6 TWh iets hoger uit dan de in de RES 1.0 opgenomen bijdrage van 3,45 TWh. Dat is op zich niet vreemd, omdat in de praktijk projecten net wat anders kunnen uitvallen dan dat ze eerder geprognotiseerd en gepland zijn. Voor één gemeente stijgt de capaciteit van de verwachtte projecten boven de, in de RES 1.0 gestelde, eigen ambitie uit.

4.2

Energie-infrastructuur

Routekaart RES en elektriciteitsnetwerk 2030 Netinfrastructuur is en blijft een erg belangrijk aandachtspunt voor de realisatie van de plannen en ambities voor 2030. Om de voortgang te bewaken is inzicht nodig in de stappen die gezet moeten worden om de projecten op tijd aan te kunnen sluiten op het elektriciteitsnet, en door welke partij. Denk bijvoorbeeld aan het tijdig afgeven van de omgevingsvergunning en de bouw van het elektriciteitsstation. We hebben daarvoor de Routekaart RES en elektriciteitsnetwerk 20308 ontwikkeld. Hierin is de regionale aanpak en programmering van de uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk in samenhang met de opwek van hernieuwbare elektriciteit opgenomen. De routekaart bevat de programmering van investeringen op het elektriciteitsnetwerk in samenhang met de hernieuwbare elektriciteitsprojecten. De routekaart is geen vast te stellen momentopname, maar een dynamisch document dat bijgesteld wordt op basis van de voortgang in de projecten en netuitbreiding. Monitoring en actualisatie van de routekaart vindt op weg naar 2030 periodiek plaats. De partijen zijn verantwoordelijk voor de eigen data; de netbeheerders voor hun data over netuitbreiding en de gemeenten voor de data over de voortgang van hun hernieuwbare elektriciteitsprojecten.

Voortgang, knelpunten en mogelijke oplossingen bij de uitvoering van de routekaart worden periodiek besproken in een regieteam. 8

Routekaart RES en elektriciteitsnetwerk 2030.

Netbeheerders zijn verantwoordelijk voor voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet. Ze kunnen alleen investeren in uitbreiding en verzwaring van het net op basis van concrete plannen van overheden en marktpartijen. In de RES 1.0 is afgesproken hoeveel hernieuwbare elektriciteit we in 2030 in de RES-regio Drenthe willen opwekken. Om het elektriciteitsnet op tijd uit te breiden en te verzwaren, moeten(techniek neutrale) ambities zo snel mogelijk naar concrete projecten worden omgezet. Het realisatietempo van zonneenergie op daken is niet direct beïnvloedbaar en daarmee onzeker. Naast de productie van hernieuwbare elektriciteit zijn er nog meer ontwikkelingen op het gebied van energie die invloed hebben op het elektriciteitsnet, zoals de elektrificatie van mobiliteit, bedrijfsprocessen en de warmtevoorziening tot 2030. Het is en blijft nodig de planvorming van gemeenten, provincie en waterschappen continu af te stemmen met de netbeheerders en vertegenwoordigers van maatschappelijke sectoren. Deze afstemming heeft betrekking op de ruimtelijke keuzes en afwegingen, nut, noodzaak, wenselijkheid en volgordelijkheid van hernieuwbare energieprojecten, en op efficiency en effectiviteit (CO2-effecten) van te ontwikkelen energieinfrastructuur.

Om het geheel aan ontwikkelingen in energieproductie en energievraag in alle sectoren goed te kunnen programmeren wordt onder regie van de provincie het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) gemaakt. Dit programma biedt de basis voor de netimpactanalyse van de netbeheerders, en omvat naast de informatie uit de Routekaart RES en elektriciteitsnetwerk 2030 ook de ontwikkelingen zoals die zijn vastgelegd in ruimtelijk economisch beleid (wonen, mobiliteit, bedrijvigheid).

Netimpact-analyse De netwerkbedrijven, Enexis en RENDO hebben de netimpact-analyse9 geactualiseerd en waar nodig bijgesteld en aangepast aan nieuwe ontwikkelingen. In de analyse wordt de samenhang van hernieuwbare energie met de elektrificatie van industrie, mobiliteit, landbouw en gebouwde omgeving opgenomen. 9

Bijlage 3: Netimpact-analyse RES-regio Drenthe (Enexis & RENDO, 2023).

13

De analyse laat enkele knelpunten zien. Het is belangrijk dat deze knelpunten worden opgelost. De netbeheerders doen hier in het document aanbevelingen voor. In het proces dat loopt voor de Routekaart RES en elektriciteitsnetwerk 2030 werken de Drentse overheden samen met de netbeheerders aan het slim, snel en goed oplossen van de knelpunten. De aanbevelingen van de netbeheerders en de oplossingsrichtingen voor het oplossen van de knelpunten worden in het vervolgproces besproken aan de Drentse Energietafel.

Combineren opwek van wind- en zonne-energie Het is belangrijk om de opwek van windenergie en zonne-energie meer en slimmer te combineren, om daarmee zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van het elektriciteitsnetwerk. In de RES-regio Drenthe is er potentie om de opwek van windenergie en zonne-energie te combineren. Bijvoorbeeld door bij nieuw aangevraagde aansluitingen op het netwerk voor zonprojecten combinaties te onderzoeken met bestaande windprojecten. En andersom zijn er kansen om bij bestaande windprojecten een combinatie te zoeken met het realiseren van zonprojecten. Bij nieuwe initiatieven voor windenergie is het belangrijk om vanaf het begin de combinatie met zonne-energie te onderzoeken. In de gemeente Emmen is bijvoorbeeld een energiepark van 100 MW gerealiseerd waarin de opwek van windenergie en zonne-energie is gecombineerd. Ook het dicht bij elkaar brengen van opwek en gebruik is daarbij belangrijk. Dit is per project in samenspraak tussen de betrokken netwerkbedrijven, initiatiefnemers, gemeenten en provincie om op te pakken.

4.3

Zonne-energie op daken

Op dit moment is zon-op-dak actueler dan ooit. Naast een bijdrage aan de RES doelstellingen, levert het ook een belangrijke bijdrage aan het verduurzamen van het vastgoed en het verlagen van de energierekening. De ambitie voor zon-op-dak is groot. De realisatie verloopt echter nog te traag. De overheid heeft weliswaar de ambitie voor zon-op-dak vastgesteld, maar zij is niet de eigenaar van de daken en er zijn factoren die de realisatie van zon-op-dak in de weg staan, zoals netcongestie en de geschiktheid van dakconstructies.

Regionale samenwerking en uitvoering van een versnellingsaanpak is daarom noodzakelijk. Zon-op-dak vraagt om een extra impuls. Regionale afstemming, het delen van kennis en expertise en samen projecten oppakken, is belangrijk. En extra inzet is nodig om knelpunten weg te nemen en dak eigenaren gericht van onafhankelijke informatie, advies en begeleiding te voorzien. Voor kleinschalig zon-op-dak (vooral op huizen) wordt landelijk een autonome groei verwacht naar ca. 7 TWh in 2030. De extra opwek boven deze 7 TWh wordt meegerekend als bijdrage voor de landelijk op te wekken 35 TWh (afspraak klimaatakkoord). Door onder andere de huidige energiecrisis in combinatie met de netcongestie wordt een toename van veel kleine zonnedaken waargenomen. De verwachting is dat dit de komende jaren verder toeneemt. We volgen de opwek van elektriciteit door kleinschalig zon-op-dak van jaar tot jaar.

14

5. Duurzame warmte Eén van de grootste uitdagingen van de energietransitie is het vervangen van aardgas als warmtebron door alternatieve duurzame energiebronnen. In de RES 1.0 is vermeld dat meer dan de helft van het totale energiegebruik in de RES-regio Drenthe wordt ingezet voor het verkrijgen van warmte – namelijk 7,03 TWh. Dit wordt nu nog grotendeels ingevuld met aardgas. Volgens de Systeemstudie energie-infrastructuur Groningen en Drenthe10 is 3,9 TWh aan energie nodig om aan de warmtevraag in de gebouwde omgeving te voldoen. In dit hoofdstuk geven we de voortgang weer van de ambities en laten we zien welke stappen we de afgelopen twee jaar hebben gezet.

5.1

Voortgang ambities duurzame warmte

In de RES 1.0 zijn ambities voor de transitie naar duurzame warmtebronnen voor de gebouwde omgeving geformuleerd op het gebied van warmtebesparing in de gebouwde omgeving, warmtebesparing-initiatieven, aardgasvrije/hybride wijken en warmte-experimenten11. In de cijfers van 2021 is nog geen afname van het aardgasgebruik in de gebouwde omgeving te zien. De officiële cijfers van 2022 zijn nog niet beschikbaar. Op basis van de voorlopige gegevens over het aardgasgebruik in 2022 lijkt er circa 15-20% minder aardgas gebruikt te zijn ten opzichte van het jaar 2021. We verwachten dat deze afname het komende jaar doorzet. Inwoners zijn namelijk volop aan de slag zijn met de energietransitie. Dat zien we bijvoorbeeld terug bij de 25 warmtebesparing-initiatieven. Er worden ook experimenten uitgevoerd om de warmtetransitie te versnellen. Alle Drentse gemeenten hebben de rol van energieregisseur voor de gebouwde omgeving goed opgepakt en hebben een Transitievisie Warmte opgesteld. In deze visies is beschreven hoe en wanneer de gebouwde omgeving van het aardgas afgaat. 10 Bijlage 4 Systeemstudie energie-infrastructuur Groningen en Drenthe (CE Delft, 2019). 11 Zie voor een rapportage van de voortgang per doelstelling bijlage 5.

5.2

Proces en genomen stappen

Regionale routekaart warmte We hebben een Regionale routekaart warmte12 ontwikkeld die antwoord geeft op de vraag: van welke duurzame warmtebronnen gaan we in de RES-regio Drenthe gebruik maken als we van het aardgas afgaan? De routekaart geeft een technisch inzicht in het verloop van de warmtetransitie in Drenthe en maakt inzichtelijk waar op de korte termijn op gestuurd moet worden om de transitie efficiënt te laten verlopen. Drentse gemeenten hebben de Transitievisies Warmte conform opdracht uitgevoerd. We hebben de inhoud van de Transitievisies Warmte geanalyseerd. Hieruit blijkt dat: 1. de Drentse gemeenten de komende jaren vooral inzetten op de besparing van energie; 2. meer dan 70% van de woningen geëlektrificeerd (inclusief hybride warmtepomp) lijkt te worden; 3. weinig concrete keuzes worden gemaakt over de te gebruiken duurzame warmtebronnen en over de planning en fasering voor de overstap naar duurzame warmte. De elektrificatie van woningen vraagt om een forse uitbreiding van netcapaciteit in de gebouwde omgeving en een aanzienlijke toename in de vraag naar hernieuwbare elektriciteit. Dit kan worden beperkt door, daar waar mogelijk, gebruik te maken van alternatieve duurzame warmtebronnen die met collectieve warmtesystemen de gebouwde omgeving verwarmen. Netbeheerders zijn verantwoordelijk voor voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet.

We constateren dat netbeheerders concretere informatie nodig hebben om de energie-infrastructuur op tijd aan te kunnen passen voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Ze kunnen alleen investeren in uitbreiding en verzwaring van het net op basis van concrete plannen van overheden en marktpartijen.

12

Bijlage 6 Regionale routekaart warmte (Drentse Energietafel, 2022).

15

De komende jaren is het daarom noodzakelijk dat gemeenten concretere keuzes maken. Hiervoor voeren zij haalbaarheidsonderzoeken uit en stellen ze wijkuitvoeringsplannen op. Hernieuwde keuzes nemen ze op in de gemeentelijke Transitievisies Warmte 2.0. Regionaal verzamelen we de informatie op wijkniveau en herijken we de inzet van alternatieve warmtebronnen. Deze herijking vormt input voor de gemeentelijke Transitievisies Warmte 2.0.

Productie groen gas biogrondstoffen We hebben onderzoek gedaan naar de mogelijkheid biogrondstoffen in te zetten voor energiedoeleinden, met als doel regionale kansen te identificeren. Het gaat hierbij vooral om het gebruik van mest voor de productie van groen gas. Aan de hand van een literatuurstudie zijn de ontwikkelingen rondom biogrondstoffen en energieproductie in beeld gebracht. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in het rapport Groen gas in Drenthe, een handelingsperspectief13. De uitkomsten zijn besproken aan de Drentse Energietafel. Daar zijn kansen en belemmeringen geïdentificeerd. Deze zijn samengebracht in de Oplegnotitie Groen Gas in Drenthe14. We zien voor onze regio vooral kansen voor het opwekken van groen gas door mono-mestvergisting. Dit biedt kansen voor het opwekken van groen gas, de bedrijfsvoering van agrariërs en de reductie van stikstof en broeikasgassen. Deze kansen willen we benutten door als regio gezamenlijk op te trekken.

13

Bijlage 7 Groen gas in Drenthe, een handelingsperspectief (New Energy Coalition, 2022).

14

Bijlage 8 Oplegnotitie Groen gas in Drenthe (Drentse Energietafel, 2022).

16

6. Maatschappelijke betrokkenheid

6.2

Proces en genomen stappen

Gereedschapskist en online projecttool In dit hoofdstuk beschrijven we de voortgang van de ambities op participatie en lokaal eigendom, en laten we zien welke stappen we de afgelopen twee jaar hebben gezet.

We ontwikkelden de gereedschapskist16 op de website door. Daarvoor stelden we onder andere de regionale handreikingen Participatie, Communicatie en Jongerenparticipatie op. Daarnaast ontwikkelen we momenteel een online tool17 waarmee we de Drentse energieprojecten interactief presenteren.

6.1

RES-Social Lab

Voortgang ambities participatie en lokaal eigendom

In de RES 1.0 zijn ambities15 opgenomen over participatiebeleid, procesparticipatie, financiële participatie en lokaal eigendom. De Drentse gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de participatie en communicatie met de eigen inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners. Zij staan immers als overheid het dichtste bij de samenleving. We zien dat de gemeenten vorm geven aan hun eigen energiebeleid. Evenals de gemeenten, heeft de provincie Drenthe participatiebeleid voor energieprojecten. Er vindt bij nagenoeg alle nieuwe energieprojecten procesparticipatie plaats in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van een energieproject, en bij veel energieprojecten wordt de mogelijkheid geboden tot financiële participatie. Lokaal eigendom zien we nog bij weinig projecten. Overheden zetten hier steeds steviger op in. Bij enkele projecten is het daardoor gelukt om lokaal eigendom te realiseren. We verwachten dat dit bij nieuwe projecten vaker zal lukken, aangezien de bijbehorende vergunningstrajecten zijn gestart na vaststelling van de RES 1.0 – het moment dat we afspraken te streven naar 50% lokaal eigendom. Het niet-juridisch kunnen afdwingen van lokaal eigendom blijft een groot knelpunt, dat de voortgang in de weg zit.

15

Zie voor een rapportage van de voortgang per doelstelling, bijlage 5.

We organiseerden samen met JongRES het RES-Social Lab. Het Social Lab is een broed- en inspiratieplaats, een plek waar jonge en ervaren mensen elkaar ontmoeten, samenwerken, kennis en kunde delen en door elkaar geïnspireerd raken. Tijdens drie intensieve workshops van elk twee dagen brachten we allerlei verschillende ideeën, opinies en gevoelens in één ruimte samen om in elkaars werelden onder te dompelen.

Scholenchallenge ‘Wij hebben de toekomst!’ Voor het voortgezet onderwijs en MBO organiseerden we de Scholenchallenge ‘Wij hebben de toekomst!’ Dit idee kwam voort uit het RES-Social Lab. Deze Scholenchallenge was een samenwerking tussen veel partijen, waaronder het Technasiumnetwerk en het Nationaal Programma Groningen. Het winnende idee werken we samen met het winnende team verder uit.

Energie-educatie basisscholen Voor basisscholen hebben we een aparte webpagina ingericht, met daarop een verzameling van energie-educatieprogramma’s die door RES-partners of andere non-profit organisaties worden aangeboden. Daarnaast ontwikkelden we vanuit de RES-regio Drenthe het ‘Energie-voor-Drenthe bordspel’ (printable), waarmee leerlingen alles leren over het opwekken en besparen van energie.

16 www.energievoordrenthe.nl/toolkit/ 17 In de RES 1.0 noemden we deze tool de publieksvriendelijke monitor.

17

Drentse Energie Driedaagse We organiseerden de tweede editie van de Drentse Energie Driedaagse. Dit keer niet online maar fysiek: drie dagen in het teken van de energietransitie in Drenthe. Onderdelen van de Driedaagse waren het Energie-voor-Drenthe Festival, de GewoonZo!-beurs, en de Drentse Klimaatdag.

Drentse Energiecafés Tweemaandelijks organiseerden we een Drents Energiecafé, waarop we een vraagstuk dat speelt binnen de Drentse energietransitie uitdiepen. Een plek om kennis op te doen, ervaring uit te wisselen en elkaar cross sectoraal te ontmoeten.

Programma Lokale Energietransitie Drenthe We zijn nauw betrokken bij het Programma Lokale Energietransitie Drenthe (PLED) van de Drentse Kei, de Natuur- en Milieufederatie Drenthe en de Provincie Drenthe. Doel van het programma is een dekkend netwerk van energiecoöperaties in Drenthe. Dit doen de partijen met het Steunpunt Lokale Energie Initiatieven Drenthe. Daarmee ondersteunen en professionaliseren ze de Drentse energiecoöperaties en zetten ze zich in om het aantal coöperaties uit te breiden. Zodat iedereen die mee wil doen, ook mee kan doen.

18

7. Zorgvuldig ruimtegebruik

7.2

Proces en genomen stappen

Ontwerpgids Drentse Ontwerp- en Energie Tafel In dit hoofdstuk beschrijven we voortgang van de ambities voor zorgvuldig ruimtegebruik, en laten we zien welke stappen we de afgelopen twee jaar hebben gezet.

7.1

Voortgang ambities zorgvuldig ruimtegebruik

In de RES 1.0 hebben we ambities opgenomen voor meervoudig ruimtegebruik, het combineren van grootschalige energieproductie met andere opgaven en investeringen, het zo dicht mogelijk bij elkaar plaatsen van vraag en aanbod en het aansluiten bij gebieds-specifieke kenmerken18. De gemeenten zijn in de meeste gevallen verantwoordelijk voor de vergunningverlening van zonprojecten en windprojecten. De gemeente kan alleen de vergunning verlenen als het plan ook aan deze provinciale regels voldoet.

De Ontwerpgids DOET is bedoeld om inwoners, belanghebbenden, professionals en overheden samen te laten werken aan duurzame energieprojecten die waardevol zijn voor het landschap, de leefomgeving, de economie en het klimaat. De gids is al enige tijd in concept klaar. We testen de gids en de daarin vervatte methodiek samen met gemeente De Wolden en Energiecoöperatie Energiek Ansen. Na afronding van deze pilot wordt de ontwerpgids definitief gemaakt.

Effectenanalyse energieprojecten Samen met de gemeente Emmen onderzoeken we hoe we een gestandaardiseerde effectenanalyse voor energieprojecten kunnen ontwikkelen. Een van de aandachtspunten is of alle overeengekomen ruimtelijke afspraken zijn nagekomen. Met deze methodiek kunnen vervolgens ook andere energieprojecten onderzocht worden.

We zien dat bij sommige, soms toonaangevende gerealiseerde projecten, sprake is van meervoudig ruimtegebruik, koppeling van vraag en aanbod of extra aandacht voor landschappelijke inpassing. De verwachting is dat deze trend zich doorzet, aangezien de bijbehorende vergunningstrajecten zijn gestart na vaststelling van de RES 1.0 – het moment dat we regionale afspraken maakten over zorgvuldig ruimtegebruik.

Handreiking juridische verankering RES We ontwikkelden een handreiking Juridisch Instrumentarium RES-regio Drenthe. De handreiking heeft als doel om Drentse gemeenteambtenaren

We verwachten dat zorgvuldig ruimtegebruik, na een periode van stagnatie door netcongestie, in alle Drentse energieprojecten in Drenthe de norm is.

Beschermingszones Astron (radio-astronomie in Drenthe)

Gevoed door nieuw en nieuw te ontwikkelen gemeentelijk en provinciaal beleid19 in aansluiting op RES 1.0 en door nieuwe mogelijkheden en ideeën, bijvoorbeeld zoals vermeld in de brochure Multifunctioneel ruimtegebruik van de Alliantie Zon20.

18 Zie voor een rapportage van de voortgang per doelstelling, bijlage 5. 19 Bijlage 9 Overzicht vastgesteld gemeentelijk en provinciaal omgevingsbeleid. 20 Bijlage 10 Brochure Multifunctioneel ruimtegebruik (Alliantie ZON, 2022).

handvatten te bieden voor het begeleiden en vereenvoudigen van het vergunningverleningstraject voor grotere energieprojecten, onder andere met een uitgebreide projectplanning.

Samen met Astron is onderzocht hoe de belangen van Astron (radioastronomische waarnemingen zonder storing) in nieuwe omgevingsplannen geborgd kunnen worden, rekening houdend met RES-opgaven die voor ons liggen. Dit maakt het onder voorwaarden en in goed overleg mogelijk om energieprojecten op kortere afstand tot radiotelescopen toe te kunnen staan.

19

8. Aandachtspunten en randvoorwaarden In dit hoofdstuk beschrijven we de punten die binnen onze regio de komende periode aandacht vragen. De Rijksoverheid speelt een sleutelrol in het oplossen van problemen voor het realiseren van onze bijdrage. Daarom zetten we de randvoorwaarden uiteen voor de realisatie van onze ambities voor 2030.

Ook voor de warmtetransitie is continue afstemming over planvorming van gemeenten, provincie en waterschappen met de netbeheerders en vertegenwoordigers van maatschappelijke sectoren essentieel. Gemeenten zetten voor de vervanging van aardgas als warmtebron grotendeels in op elektrificatie (inclusief hybride warmtepomp). Dit heeft een grote impact op de elektrische infrastructuur en de hoeveelheid op te wekken duurzame stroom.

Realisatie zon-op-dak

8.1

Aandachtspunten

Vergunningverlening Met een realisatiegraad van 55% zijn we mooi op weg! Keerzijde is dat de vertaling van (techniek neutrale) ambities naar concrete plannen, projecten en vergunningen voor 1 januari 2025 niet meer realistisch lijkt. De invulling van de doelstelling van 3,45 TWh wordt in samenhang met de netwerkversterking wel steeds concreter. We concluderen dat realisatie van de gehele Drentse bijdrage van 3,45 TWh op weg naar 2030 nog haalbaar is. Dat doel bereiken vraagt van alle betrokken partijen een stevige inspanning en een voortvarende aanpak.

De realisatie van zon-op-dak projecten verloopt nog te traag. De overheid heeft weliswaar de ambitie voor zon-op-dak vastgesteld, maar zij is niet de eigenaar van de daken en er zijn factoren die de realisatie van zon-op-dak in de weg staan, zoals netcongestie en de geschiktheid van dakconstructies.

Transitievisies Warmte De netbeheerders hebben door het ontbreken van concrete informatie over het toekomstige gebruik van duurzame warmte geen basis om met de warmtetransitie aan de slag te gaan. Dit heeft als negatief gevolg dat netaanpassingen niet kunnen worden doorgerekend, infrastructurele werkzaamheden niet kunnen worden gepland en er in de investeringsplannen geen reserveringen worden opgenomen. Dit heeft een stagnerend effect op de warmtetransitie.

Netinfrastructuur Netinfrastructuur is en blijft een zeer belangrijk aandachtspunt voor de realisatie van de plannen en ambities voor 2030. Het is en blijft nodig de planvorming van gemeenten, provincie en waterschappen continu af te stemmen met de netbeheerders en vertegenwoordigers van maatschappelijke sectoren. Waar voor een paar jaar terug de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk vaak na vergunningverlening nog geregeld kon worden, vormt concreet zicht op aansluiting nu een afwegingscriterium in het vergunningverleningsproces. Dit heeft enerzijds tot gevolg dat dit de vergunningverlening vertraagt. Anderzijds zullen eenmaal vergunde projecten naar verwachting sneller uitgevoerd kunnen worden en op het energienet worden aangesloten.

Hybride warmtepompen Door het Rijk is aangekondigd dat er vanaf 2026 alleen nog nieuwe cv-ketels verkocht mogen worden die zijn voorzien van een hybride warmtepomp. Als gemeentes hier geen beleid voor hebben kan dit tot geluidsoverlast leiden en een negatieve impact op het straatbeeld. Dit kan uiteindelijk een remmend effect op de warmtetransitie hebben.

Opwek groen gas Alleen met autonome groei worden de groen gas doelstellingen van het Rijk om per 2030 jaarlijks 2 miljard kubieke meter groen gas te produceren, niet gehaald. Dit vraagt ook om inzet van decentrale overheden. RES-regio’s kunnen hier, vanwege hun unieke samenwerkingsstructuur, een belangrijke rol in vervullen.

20

Gaswinningslocaties

Maatschappelijke acceptatie

In de regio zijn diverse gaswinningslocaties die buiten gebruik zijn gesteld of dit op korte termijn gaan worden. De vergunninghouder (vaak de NAM) is verplicht deze locaties, als er geen gas meer wordt gewonnen, op te ruimen. Voor een aantal geldt dat ze vanwege de ligging en de aanwezig infrastructuur interessant zijn om ze voor andere energiedoeleinden te gebruiken.

De komende jaren worden nieuwe vergunningen voor energieprojecten afgegeven. Om de deadline van 2025 te halen, zal dit in enkele gemeenten met het nodige tempo gebeuren. De beleidsparticipatieprocessen zijn in nagenoeg alle gemeenten momenteel afgerond. Projectparticipatie blijft de komende tijd van belang voor een maatschappelijk geaccepteerde energietransitie en vraagt de aandacht van gemeenten, provincie, maatschappelijke partners en initiatiefnemers.

Groene Waterstof gebouwde omgeving In de gemeentelijke Transitievisies Warmte wordt groene waterstof regelmatig genoemd als duurzame vervanger voor aardgas. Momenteel zijn er vooral in het noorden diverse projecten om groen waterstofgas te produceren, te bufferen, te transporteren en te consumeren.

Capaciteit gemeenten Het behalen van de doelstellingen uit de RES 1.0 vraagt inspanning en dus de nodige capaciteit bij overheden. Met de krappe arbeidsmarkt is dat een aandachtspunt. Voor de warmtetransitie wordt binnen het VDG een flexpool opgezet, die gemeenten ondersteuning biedt bij het opstellen van wijkuitvoeringsplannen, de Transitievisie Warmte 2.0 en de bijbehorende communicatie-en participatietrajecten. Onder de Omgevingswet wordt het traject voorafgaand aan de formele vergunnings-aanvraag en -verlening nog belangrijker. Het is aan partners binnen RES-regio Drenthe om zich hierop voor te bereiden. Ook dat vraagt nieuwe vaardigheden en deskundigheid van overheden.

Realisatie lokaal eigendom De realisatie van lokaal eigendom bij nieuwe energieprojecten blijft een belangrijk aandachtspunt. Vanwege het ontbreken van een wettelijk kader is lokaal eigendom niet juridisch afdwingbaar. Gemeenten mogen het dus niet verplicht stellen. Wel kan een gemeente een belangrijke rol spelen binnen het vergunningsproces, en op die manier proberen te stimuleren dat een project (deels) in lokaal eigendom van de omgeving komt. Daarnaast is het van belang dat er voldoende energiecoöperaties zijn en ontstaan om (mede-) eigenaar te worden van een energieproject en dat de energiecoöperaties over voldoende mensen, kennis, kunde en middelen beschikken.

Stikstof De recente uitspraak van de Raad van State rondom stikstofreductie en bouwvrijstelling21 kan ook voor energieprojecten vertraging opleveren.

8.2

Randvoorwaarden

Beschikbaarheid van voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet De netbeheerders zijn verantwoordelijk voor voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet. Alle noodzakelijke en geplande investeringen in het elektriciteitsnet moeten worden getroffen om de projecten voor opwek van hernieuwbare elektriciteit te kunnen aansluiten. De netbeheerders investeren in de uitbreiding en verzwaring van het net op basis van plannen van overheden en marktpartijen.

Groen Gas - Lokaal produceren, lokaal consumeren Groen gas wordt in het huidige handelssysteem op papier verkocht aan de hoogste bieder. Dit is op dit moment de transportsector. Het is nog lucratiever groen gas om te zetten in BIO-LNG en per vrachtauto naar het buitenland te transporteren. Voor een goed draagvlak is het wenselijk de lusten en lasten van mestvergisting lokaal te houden en het groene gas lokaal te gebruiken. Groen gas als BIO-LNG exporteren levert bovendien geen bijdrage aan de nationale groen gas-doelstelling. Om dit te voorkomen is een gelijk (Europees) financieel speelveld nodig voor de productie van groen gas en andere duurzame gassen dat financieel aantrekkelijk is.

21

Bouwvrijstelling stikstof van tafel, maar geen algehele bouwstop - Raad van State

21

Groen Gas – gebruik stikstof Als processtap bij het vergisten van mest is het wenselijk de vrijkomende stikstof af te vangen (strippen). Het product dat hierbij ontstaat is geschikt om in te zetten als kunstmestvervanger in de landbouw. Op dit moment maakt Europese wetgeving dit nog niet mogelijk. De Europese commissie heeft aangekondigd hier in het voorjaar van 2023 een besluit over te nemen.

Wettelijk kader lokaal eigendom In de RES 1.0 namen we op dat een nationaal wettelijk kader de belangrijkste randvoorwaarde is voor het realiseren van 50% lokaal eigendom en financiële participatie. Op dit moment is er nog steeds geen landelijke wetgeving waarin specifiek voor wind- en/of zonneparken bevoegdheden zijn opgenomen waarmee compensatie, financiële participatie en lokaal eigendom kan worden afgedwongen. In de praktijk leidt dit er op lokaal niveau toe dat er, ondanks de inzet van de overheid, geen lokaal eigendom bij projecten wordt gerealiseerd wanneer marktpartijen daarin zelf geen verantwoordelijkheid nemen.

22

9. Op weg naar 2025

willen de woningvoorraad elektrificeren. Dat heeft een grote netimpact. De komende twee jaar herijken we daarom de alternatieve bronnen die binnen de RES-regio Drenthe kunnen worden ingezet. Deze herijking warmtebronnen biedt input voor de gemeenten om in hun Transitievisies Warmte 2.0 keuzes te heroverwegen of aan te scherpen.

In dit hoofdstuk beschrijven we de route naar 2025. Op lokaal niveau en op regionaal niveau. Door de overheden individueel, in samenwerking met de maatschappelijke partners en als regio samen.

9.1

Vooruitblik

We maken plannen in een dynamische context. De ontwikkelingen binnen de energietransitie gaan snel, bijvoorbeeld op het gebied van techniek, economie en afspraken en wetgeving. Denk aan de potentie van waterstof, de economische gevolgen van de energiecrisis en de op handen zijnde warmtewet. We weten op dit moment niet altijd zeker welke kant ontwikkelingen opgaan. Dat betekent niet dat we geen stappen vooruit zetten. Binnen deze context is het belangrijk om intensief met elkaar in gesprek te blijven, slimme keuzes te maken en bij te sturen als ontwikkelingen daarom vragen. We doen dat met de kennis van nu voor later.

9.2

We willen de toekomstige elektriciteitsvraag voor warmte zo scherp mogelijk krijgen, zodat de netbeheerders hierop hun investeringsplannen kunnen maken. Hierin zoeken we actief naar de samenhang met het pMIEK en de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur (RAL). • Versnellingsaanpak zon-op-dak Vanuit efficiënt ruimtegebruik willen we nadrukkelijk inzetten op opwek van duurzame elektriciteit door zon-op-dak. In de RES 1.0 is de (deel)bijdrage zon-op-dak vastgesteld op 0,893 TWh in 2030. Voor het aanjagen van de realisatie van zon-op-dak voeren we drie sporen uit om tot een intensivering te komen. Het gaat om de sporen MKB, landbouw en maatschappelijk vastgoed. We werken aan een stevig meerjarig uitvoeringsprogramma voor deze sporen dat in samenwerking met alle betrokken partners wordt uitgevoerd. Dit programma wordt in 2023 uitgewerkt en daarna operationeel gemaakt.

Uitvoeringsstrategie

We onderscheiden de volgende onderwerpen die de komende twee jaar met prioriteit worden opgepakt: • Regionale Routekaart Netinfrastructuur Elektriciteit De nadruk komt nog meer te liggen op de aanpassing van de netinfrastructuur. De komende twee jaar werken we, samen met overheden, netbeheerders en maatschappelijke partners, intensiever aan deze vraagstukken, met als doel te komen tot een netinfrastructuur die passend is voor de energievraag- en het aanbod, van nu en de toekomst. Hierin zoeken we actief naar de samenhang met het pMIEK. • Regionale Routekaart Warmtebronnen & - infrastructuur De komende twee jaar werken gemeenten de eerste wijkuitvoeringsplannen uit. Ook bereiden ze de Transitievisies Warmte 2.0 voor. Veel gemeenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=6c4aeae7-6288-425b-892c-ee0544cc2750