Bijlage - Gebiedsvisie stationsgebied Meppel
Tekst van het document
Gebiedsvisie Stationsgebied Hartelijk welkom in een karaktervol gebied
Inhoudsopgave
1
Inleiding
5
2
Opgave en Achtergrond
7
3
Ambities
13
Royal HaskoningDHV
4
Inventarisatie
19
Projectleiding:
Carolien van de Bles, Jan Nicolai, Anita de Jong
5
Gebiedsvisie
29
Projectteam:
gemeente Meppel: Hugo van Eerten, Ben Stahl, Erica
In opdracht van: met medewerking van: Inhoud & opmaak:
Gemeente Meppel NS, ProRail, Provincie Drenthe
Kloekhorst, Walter Buijs, Angèl Meijnen NS: Marc Jan Compagner, Peter Ananias, Geke Pasman, Nienke de Hart ProRail: Esther Hegeman, Mark Bendik Provincie Drenthe: Martin Courtz Team Royal HaskoningDHV:
Friedemann Römhild, Martijn Bijl, Jan-Willem Bouwman, Erwin Webbink, Yi-Chuan Huang definitief: juni 2021
2
3
1
Inleiding
Op het moment dat de NS tegen de reizigers zegt “het
waardige ruimtelijke kwaliteit met Meppeler karakte-
volgende station is Station Meppel”, willen wij uitstralen
ristiek.
“Hartelijk welkom in Meppel!” Ook geeft de visie richting aan vraagstukken als de Als entree van Meppel kan het stationsgebied hier nog
Bekinkbaan en de ontwikkellocaties binnen het gebied.
meer aan bijdragen. Het station zelf kan op onderde-
Niet alle onderdelen zullen van vandaag op morgen
len aantrekkelijker en gebruiksvriendelijker gemaakt
gerealiseerd zijn. De visie kent een lange termijn karak-
worden. Maar ook in de ruimere stationsomgeving mag
ter, waarbij we tevens ontwikkeling en investeringen
de karakteristiek en levendigheid van Meppel in mijn
door derden proberen te stimuleren. Dit toekomstper-
ogen meer naar voren komen.
spectief hebben we steeds voor ogen gehouden in het proces. Op termijn zullen we afhankelijk van ontwik-
Dat er in de stationsomgeving belangrijke ontwikke-
kelingen en momentum overgaan tot daadwerkelijke
lopgaven liggen werd al in de Structuurvisie Duurzaam
uitvoeringsstappen. Met de visie hebben we de richting
Verbinden benoemd. Dit leidde in 2018 vervolgens tot
daarvoor al uitgestippeld.
het besluit om een Gebiedsvisie voor het stationsgebied op te stellen. De kansen, knelpunten en belangen
Iedereen die een rol heeft gehad in het proces rondom
rond het gebied hebben we samen met de omgeving
deze gebiedsvisie of daaraan heeft meegedacht wil ik
en belanghebbende partijen verkend en gebundeld in
van harte bedanken. Het is de weg naar een stationsom-
uiteenlopende varianten. Op basis hiervan is een voor-
geving dat Meppel verdient. Hartelijk welkom in Meppel!
keursvariant aangewezen. Deze voorkeursvariant is verder uitgewerkt in de Visie die nu voor u ligt.
Robin van Ulzen, Wethouder
Het document dat voor u ligt, kan met recht een visiedo-
Juni 2021
cument genoemd worden. Het vormt een samenhangend perspectief en toetsingskader voor de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden in het gebied. Het legt een stevige basis voor de verdere projectverkenningen en –uitwerkingen en biedt daarbij borging voor een hoog-
4
5
2 2.1
Opgave en achtergrond Achtergrond
mogelijkheden verder onderzocht en worden de ambities ten aanzien van structuur en beeld nader gedetail-
In de Structuurvisie Meppel 2030 “Duurzaam Verbin-
leerd voor de lanen, de inpassing van de Bekinkbaan en
den”, vastgesteld 2013, is het stationsgebied benoemd
bebouwingsmogelijkheden van Kraton en de weerszij-
als één van de integrale gebiedsopgaven van Meppel.
den van het spoor.
In 2018 is een startnotitie voor dit proces vastgesteld
In de kern van de visie staan een drietal opgaven en
door het college. Sinds eind 2018 is een projectteam
uitdagingen:
aan het werk gegaan om in samenspraak met betrokken
1.
De visie moet borgen dat het station als centrale
partijen en omwonenden tot een gezamenlijke visie te
vervoersknoop voor (duurzame) mobiliteit nu en in
komen voor zowel de korte als de lange termijn.
de toekomst optimaal kan functioneren;
In de zogenaamde variantenstudie zijn uiteenlopende
2.
De visie moet aanwezige infrastructurele barrières
scenario’s voor de verschillende deellocaties in beeld
voorzover mogelijk slechten en een helder raam-
gebracht. De gemeenteraad wees vervolgens de voor-
werk van openbare ruimte vormen;
keursvariant met de titel ‘organische ontwikkeling’ aan.
3.
Er liggen in het gebied unieke kansen voor ontwik-
Deze visie betreft een uitwerking van die voorkeursva-
keling en transformatie. De visie moet deze duiden
riant.
en maakt keuzes.
2.2
Opgave:
2.3
Beleidskaders
Het stationsgebied, aan weerszijden van het spoor gele-
In de startnotitie voor deze visie zijn enkele uitgangs-
gen tussen de Reest en de Herengracht en Gasgracht,
punten geformuleerd, waaronder:
geeft momenteel een onsamenhangend beeld. Het
•
ringsparagraaf als verzameling uitgangspunten;
gebied kent mooie monumenten, maar ook barrières en achterkanten.
•
Doel van de gebiedsvisie is het bieden van een samenhangend toetsingskader. De gebiedsvisie geeft rich-
Hanteer de dynamische structuurvisie met uitvoeGeef invulling aan de wens een extra fietsverbinding naar Ezinge te realiseren;
•
Verzamel en hou rekening met eerder gedane
ting aan de infrastructurele vraagstukken, nodigt uit
studies en onderzoeken, maar denk ook “out of the
tot ontwikkeling en legt de basis voor verdere project-
box”, zodat een integrale visie ontstaat.
verkenningen. In deze projectverkenningen worden de
Luchtfoto van de Stationsomgeving (2017)
6
7
2.4
Gas
gra
Kraton
cht
n
views met eigenaren en partijen in het gebied gehouden.
Het stationsgebied wordt in het Noorden begrenst door
In het najaar van 2019 heeft een open werkbijeenkomst
de Gasgracht en in het Zuiden door de Reest - twee
plaatsgevonden waarin open werd uitgenodigd om te
uiterst prominente watergangen in Meppel. De weste-
reageren op de ontwikkelde varianten.
lijke grens wordt gevormd door Leonard Springerlaan en
Opbrengst en verloop van het participatietraject zijn
de Parallelweg, de oostelijke grens door de Ezingerweg.
tevens uitgewerkt en vastgelegd in een participatie-
Kraton en koelhuislocatie vallen als belangrijke ontwik-
verslag.
Om goed antwoord te kunnen geven op de vraagstukken van nieuwe verbindingen, kijkt de visie plaatselijk
Station
NS
Ezinge
Stad en Esch
dan 20 deelnemers. Verder is een reeks van diepte-inter-
De gebiedsgrenzen zijn weergegeven in de kaart links.
kellocaties in het projectgebied.
kbaa
Bekin
Gebiedsgrenzen
2.6
Richtinggevende keuze door de Gemeenteraad
ook over de gebiedsgrenzen heen en beschouwen wij
De gebiedsvisie nodigt partijen in het gebied uit
het gebied tevens vanuit haar positie binnen de stad.
om te investeren in het gebied en zo een bijdrage
2.5
Open proces
te leveren aan het geschetste toekomstperspectief. Zo kan momentum ontstaan, op basis waar-
De visie komt tot stand in een nauw samenwerkingspro-
van de afweging kan worden gemaakt om vanuit
ces tussen de gemeente en haar adviseurs, inwoners,
de gemeente ook te investeren in het Stationsge-
belanghebbenden en partijen in het gebied. Als spil in
bied. Vanuit dit perspectief is aan de gemeenteraad
het proces is een gemeentelijke projectgroep ingericht
gevraagd een richtinggevende keuze te maken met
die het project begeleid en alle betrokken afdelingen
betrekking tot het ambitieniveau van de scenario’s.
aanhaakt. Daarnaast zijn vertegenwoordigers van de
De Gemeenteraad heeft in Juni 2020 de voorgestelde
“Spoorse partijen” NS, ProRail en van Provincie Drenthe
voorkeursvariant vastgesteld. Op basis hiervan is de
uitgenodigd om deel te nemen aan werksessies van de
nader uitgewerkte visie opgesteld.
projectgroep. Als aftrap van het proces om te komen tot een gebiedsvisie is een Stationsschouw georganiseerd met meer
Wilhelminapark
8
De
9
Ree s
t
I - Ambities & Inventarisatie
10
11
3
Ambitie
3.1
Ambitie 1: Hartelijk welkom het station als visitekaartje
Stationsgebieden ontwikkelen zich steeds meer naar intensief gebruikte knooppunten van werken, wonen en ontmoeting. Ze zijn belangrijke aanjagers van een vitale stedelijke economie, en het zijn entree- en visitekaartjes van de stad. Het station Meppel en het ervoor ligggende groene plein is een fraai historisch ensemble. De stationsomgeving is minder representatief. Onder andere NS en Bureau Spoorbouwmeester hebben heldere visies op aan stationsgebieden gerelateerde ruimtelijke vraagstukken opgesteld - zo bijvoorbeeld de visie “Hartelijk welkom - samenwerken aan Stationsgebieden” uit 2018. De gebiedsvisie visie zal deze ambities passend voor Meppel vertalen. KNOOPPUNT VAN DUURZAME MOBILITEIT
De mobiliteitstransitie naar duurzame, gezonde en actieve mobiliteit is en belangrijke maatschappelijk trend. Stations zijn dan ook belangrijke aanjagers en knooppunten om mensen te verleiden om meer te fietsen, te bewegen en het openbaar vervoer te gebruiken. Een goed functionerend en toekomstvast station is dan ook cruciaal voor deze belangrijke maatschappelijke doelen, niet alleen voor Meppel, maar ook voor de regio. In Meppel is het stationsgebied ook een belangrijk knooppunt voor de automobilist: De Bekinkbaan en de Leonard Springerlaan zijn belangrijke stadsentrees. Tevens kent Meppel een aantrekkelijke gratis P&R-functie. De gebiedsvisie dient ervoor te zorgen dat al deze functies in voldoende capaciteit en kwaliteit geborgd worden.
Station Meppel 2017 (boven) en 1897 (beneden) Bron: Cultuurhistorische waardestelling station Meppel. SteenhuisMeurs Eigenschappen van een stationsgebied. Bron: Hartelijk Welkom, Bureau Spoorbouwmeester 2018
12
13
3.2
Ambitie 2: Een duurzaam raamwerk van openbare ruimte
HET SPOOR ALS BARRIÈRE
Het gelijkvloers lopende spoor vormt een fikse barrière in de stad. Door het sluiten van de gelijkvloerse overgang voor gemotoriseerd verkeer bij de Gasgracht in de jaren 1980, en met name door nieuwe functies aan Ezinge-zijde zoals het onderwijspark Stad en Esch, is deze barrière manifester geworden en is de noodzaak voor nieuwe verbindingen gegroeid. Kern van de gebiedsvisie is daarom het streven naar een raamwerk van duurzame verbindingen, dat het stationsgebied aan weerszijden van het station hecht en toekomstvast onderling en met de omgeving verbindt. KARAKTERISTIEKE OPENBARE RUIMTE
Meppel kenmerkt zich door een karakteristieke openbare ruimte met veel water en groen. Het water overwegend in de vorm van grachten. Het groen veelvuldig in de vorm van laanbeplanting en groenstructuren. In het stationsgebied is dit niet overal even goed ervaarbaar. Hoewel in de directe nabijheid voldoende en hoogwaardig groen aanwezig is, bijvoorbeeld het Wilhelminapark en de groenstructuur langs de Stationsweg, kan de groenstructuur binnen het Stationsgebied zelf versterkt en beter ervaarbaar worden gemaakt. Dit willen we onder andere doen door de wegen langs het station meer als lanen vorm te geven, en daarmee aantrekkelijker te maken. HELDERE VERKEERSSTRUCTUUR EN LOGISCHE ORIËNTATIE
Ongelijkvloers kruisen van het spoor vergt het overbruggen van een flink hoogteverschil - en dat is niet altijd even makkelijk in de kleinschalige stadsstructuur. Zo wordt de aansluiting van de Bekinkbaan op de ring door de lus als verwarrend ervaren en wordt aldaar de stadsstructuur onprettig doorsneden. In de gebiedsvisie zijn oplossingen voor dit probleem onderzocht. NIEUWE FIETS- EN VOETGANGERSVERBINDING
Op dit moment bestaat er tussen de binnenstad en Ezinge alleen een verbinIntacte versus desolate uitstraling van de openbare ruimte langs de Herengracht / Gasgracht: Omgeving van de Prinsenbrug (boven) en omgeving Kraton (onder), ca. 200 m verderop.
14
ding bij het Vledder. Voor een betere bereikbaarheid met de fiets willen we een nieuwe fietsverbinding vanaf Ezinge richting Meppel-Zuid creëren.
15
3.3
Ambitie 3: Een dynamisch gebied
EEN HELDERE KNOOP VOOR EEN VITALE STADSECONOMIE
Stationsgebieden ontwikkelen zich steeds meer naar belangrijke knooppunten voor functies van regionaal of nationaal belang. Station Meppel is een intercitystation op een kwartier reisafstand van Zwolle, en Zwolle wordt steeds meer overloopgebied van de Randstad - voor wonen, maar ook voor onderwijs en werken. Het Stationsgebied kan een interessante positie innemen voor forenzen, en ook voor regionale en bovenregionale functies. De recente ontwikkeling van onderwijspark Stad en Esch is een uitstekend voorbeeld van een publieksfunctie die gebruik maakt van de directe ligging aan het station. ONTWIKKELLOCATIES EN TRANSFORMATIELOCATIES
De spoorzone zelf, tussen Ezingerweg en Leonard Springerlaan, biedt kansen voor intensiever gebruik, maar is ook gekenmerkt door milieutechnische beperkingen. De spoorzone kent daarnaast twee ontwikkellocaties, waar een verdere ontwikkeling urgent is en welke een belangrijke ruimtelijke en maatschappelijke impact hebben: de Koelhuislocatie in Ezinge en het Kraton. Het Kraton is een belangrijke schakel naar de binnenstad en momenteel weinig aantrekkelijk. De Koelhuislocatie biedt kansen voor een uniek nieuw milieu en een cruciale verbinding tussen Meppel-Zuid, Stad en Esch en de grote sportvoorzieningen. Ook in de directe spoorzone zijn er potentiële ontwikkelkavels. We kiezen hierbij voor een hoge ambitie: Ontwikkeling in de spoorzone is mogelijk, mits hierbij wordt ingespeeld op de ligging aan het station en nieuwe functies bijdragen aan de ambitie voor het stationsgebied. AANTREKKELIJKE AANGRENZENDE WOONWIJKEN
De omgeving van het stationsgebied wordt gevormd door een aantal bestaande woonwijken zoals Ezinge en Oud-Zuid. De bewoners van deze wijken hebben dagelijks te maken hebben met het wel of niet goed functioneren van het station. Boven: Onderwijspark Stad en Esch, Ezinge-zijde station: Prominente en passende functies in het stationsgebied. Onder: Leonard Springerlaan, stadzijde station: Smalle stoep, gebrek aan bomen en parkeren aan de zijde van de middenstand, leiden tot weinig aantrekkelijke binnenkomst en veel oversteekbewegingen over de weg.
16
Alhoewel deze wijken niet in het projectgebied vallen, zijn hun bewoners via de bestaande bewonersplatforms dan ook nadrukkelijk betrokken in de gebiedsvisie.
17
4
Inventarisatie
4.1
Historische ontwikkeling van het Stationsgebied
1870
TALLOZE LAGEN IN HET GEBIED
De brede stationsomgeving heeft door de eeuwen heen talloze gedaanteverwisselingen ondergaan en is dan ook rijk aan karakteristieke monumenten en gebouwen. Vele lagen zijn niet meer zichtbaar, zoals de goederenhaven aan de Gasgracht en de drukke centrumwijk Kraton, die gesloopt is voor de aanleg van de Bekinkbaan. Andere
1883
bakens zoals het stationsgebouw zelf en het Wilhelminapark staan er in volle glorie bij. RANDLIGGING
Oorspronkelijk is het station eind van de 19e eeuw net buiten de stad aangelegd en zijn er twee toegangswegen gemaakt - Stationsweg en de latere Leonard Springerlaan. Later pas groeide hieromheen de wijk
1910
Oud-Zuid, en werd het Wilhelminapark aangelegd. EMPLACEMENTEN EN HAVEN
In het begin van de 20e eeuw was de gehele spoorzone gebruikt voor rangeerterreinen en overslagfaciliteiten voor goederentransport zelfs een haven aan Ezinge-zijde ten zuiden van de Gasgracht werd gegraven. De meeste van deze terreinen zijn inmiddels hergebruikt voor stedelijke functies (zoals de bedrijfsgebouwen aan de Leonard
1938
Springerlaan ten zuiden van het station) of stationsfuncties (zoals fietsenstalling en P&R). De voormalige goederenhaven aan de Gasgracht is gedempt en daarna tussentijds gebruikt als emplacement. Inmiddels is de plek overgroeid, maar verder niet in gebruik. Boven: Luchtfoto van de Stationsomgeving 1947. Onder: Kaart van het stationsgebied 1927 met haven bij de Gasgracht, Ezinge-zijde. Bron: Cultuurhistorische waardestelling station Meppel. SteenhuisMeurs
1976 18
19
4.2
Positie in de stad
AAN DE RAND VAN DE BINNENSTAD
In de huidige situatie ligt het station aan de rand van de binnenstad, een kleine tien minuten lopen van het stadshart. Er zijn twee hoofdroutes van het station naar de binnenstad: De historische en representatieve route loopt via de Stationsweg en de Schouwburg. Een iets directere informele route loopt via de Emmastraat. HOOFDVERKEERSSTRUCTUUR AUTO
De Bekinkbaan is een van de meest belangrijke toegangswegen naar Meppel. De Leonard Springerlaan cq. Parallelweg vormen een binnenstadsring en lopen pal voor het Stationsplein. Zij vormen hierbij een ruggengraat van het stationsgebied en maken het station zeer goed bereikbaar voor P&R. Tegelijkertijd vormen zij een barrière naar de binnenstad. HOOFDFIETSSTRUCTUUR
Het stationsgebied is niet direct verbonden met hoofdfietsroutes van en naar Meppel. Op de toegangswegen naar het station is er weinig ruimte voor fietsers. Op de Leonard Springerlaan zijn er krappe fietsstroken. Deels leidt dit tot redelijk onoverzichtelijke en onveilige situaties.
Legendal Legendal snelweg (A32) provincialeweg (N375) Legenda: lokale hoofdontsluitingswegen snelweg (A32) wandelroute richting centrum provincialeweg (N375) busnetwerk lokaal lokale hoofdontsluitingswegen busnetwerk regionaal wandelroute richting centrum station NS en busstation busnetwerk lokaal
WATER- EN GROENSTRUCTUUR
Meppel heeft een karakteristieke mooie en riante water- en groenstructuur. In de directe omgeving van het Stationsgebied zijn Wilhelminapark, de Reest en de Sportvelden in Ezinge belangrijke elementen ervan. Daarnaast worden omringende wegen door volgroeide bomen begeleidt. De waardevolle groen-en waterstructuur kan vervolmaakt en beter als kwaliteit ervaarbaar gemaakt worden.
busnetwerk regionaal station NS en busstation
N
N
20
21
4.3
Het perspectief van de reiziger
GEBRUIK VAN HET STATION
Met ca. 6600 dagelijkse reizigers is station Meppel redelijk klein voor een intercitystation. De jaarlijkse groei ligt met 4,5% per jaar wel bijzonder hoog. Meppel is door zijn ligging goed geschikt om functies van station Zwolle over te nemen mocht dat nodig zijn. Met het oog op meer regionaal vervoer over het spoor wordt er door de provincie gekeken
reizigersgroei 4,5% jaarlijkse over afgelopen 5 jaar
naar de mogelijkheden van een vierde perron. Aan Ezinge-zijde is hiervoor ruimte. Deze ruimte dient dan ook ten alle tijden gereserveerd te worden. Dit is zo meegenomen in alle varianten van de gebiedsvisie. VOOR-EN NATRANSPORT
28,5%
De schema’s aan rechterzijde geven weer hoe treinreizigers naar het station komen. De grootste gebruikersgroepen komen met de auto (31%) of zijn te voet of met de fiets (elk 28,5%). Vergeleken met andere stations van vergelijkbare omvang valt het hoge aantal automobilisten en het lage aantal busgebruikers op.
28,5%
CAPACITEIT
NS heeft projecties voor de verwachte noodzakelijke capaciteitsgroei voor P&R-parkeerplaatsen en fietsparkeerplaatsen voor de komende 5-10 jaar ingebracht. Ondanks dat beide onderdelen voldoende capaciteit is conform NS standard, is er wel krapte. Zo worden de P&R-terreinen ook door forenzen als gratis parkeerplekken dicht-
11,5%
bij de binnenstad gebruikt en zijn die daardoor geregeld (over)vol. Hierdoor is er vaak een tekort aan parkeerplaatsen voor reizigers. Er wordt inmiddels ook gezocht naar uitbreidingsruimte voor fietsparkeercapaciteit. Er zijn geen projecties van de benodigde toekomstige capaciteit van het busstation. Naar verwachting is de huidige capaciteit voldoende
31%
ook bij toekomstige groei van het regionale busvervoer. Zoals eerder omschreven, zijn comfort en uitstraling wel aandachtspunten voor het busstation.
22
Reizigersgegevens Station Meppel, bron: NS
23
4.4
Milieu en veiligheid
seren van woningbouw in principe mogelijk is, omdat
Als basis voor de gebiedsvisie is geïnventariseerd welke
onder voorwaarden voldaan kan worden aan de maxi-
aandachtspunten op het gebied van geluid (spoor en
male grenswaarde. Uit door de RUD Drenthe berekende
weggeluid), luchtkwaliteit en externe veiligheid van
geluidscontouren blijkt dat voor de woningbouwloca-
invloed zijn op de toekomstige ontwikkeling van het
ties deels niet aan de maximale waarden kan worden
stationsgebied.
voldaan. Dit wordt met name veroorzaakt door de stalen spoorbruggen. Dit betekent dat er oftewel bouwkundige
EXTERNE VEILIGHEID
maatregelen aan toekomstige gebouwen noodzakelijk
Het spoor bij Meppel (traject Groningen-Zwolle) maakt
zijn, of dat de geluidcontouren beperkt dienen te worden
onderdeel uit van een transportroute voor gevaarlijke
door bijvoorbeeld geluidschermen of aanpassingen
stoffen. Dit brengt veiligheidrisico’s met zich mee voor
aan de spoorbrug. Bij de nadere invulling van de plan-
de omgeving en daaruit volgend eventuele beperkingen.
nen zal er een nieuwe akoestische beoordeling moeten
Een belangrijk aandachtspunt in het stationsgebied is
plaatsvinden. Binnen het plangebied is er daarnaast in
het plasbrandaandachtsgebied, een zone van 30 meter
de huidige situatie sprake van industrielawaai van het
aan beide zijden van de buitenste spoorstaven. Het
bedrijf GS Meppel (bedrijf in milieucategorie 4.1.). Hier-
Bouwbesluit bevat regels rondom bouwen binnen plas-
door zijn “gevoelige bestemmingen” uitgesloten op de
brandaandachtsgebieden en het bevoegd gezag dient
koelhuislocatie.
te motiveren waarom juist op dergelijke locaties kwetsbare objecten worden toegelaten. Daarnaast dient een
LUCHTKWALITEIT
ruimtelijke ontwikkeling in de nabijheid van het spoor op
De luchtkwaliteit wordt uitgedrukt in waarden voor stik-
het effect voor het zogeheten groepsrisico te worden
stof (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5).
beoordeeld. Het groepsrisico (GR) gaat over de impact
Uit een luchtkwaliteitsadvies door de RUD Drenthe ten
van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers tege-
behoeve van de gebiedsvisie blijkt er geen belemme-
lijk. Ten behoeve van de visie is voor de ontwikkelloca-
ring te zijn voor het realiseren van woningbouw op de
ties waar woningbouw wordt voorzien berekend wat de
Kraton- en Koelhuislocatie in het stationsgebied.
toename op het groepsrisico zou zijn. Er is sprake van een lichte toename die geen beperkingen voor woning-
BOUWHOOGTE
bouw op de getoetste locaties met zich mee brengt.
Het plangebied valt - net als het overgrote deel van Meppel - onder laagvliegroute 10A voor jachtvliegtuigen
GELUID
van de Koninklijke Luchtmacht. Hiervoor goldt decen-
In en nabij het stationsgebied bevinden zich diverse
nialang een maximale bouwhoogte van 40 meter vanaf
geluidsbronnen, zoals het spoor, de rijksweg A32 en
het maaiveld. Deze beperking is zeer recent komen te
bedrijven die van invloed zijn op de ontwikkelingsmoge-
vervallen.
lijkheden. Voor de gebiedsvisie is door de RUD Drenthe gekeken naar de invloed van de geluidscontouren van Kaart militaire laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening, Bijlage 11.1)
24
Berekende geluidcontouren ten gevolge van de rijksweg A32 op 10 meter hoogte boven maaiveld (geel: 48 dB Lden tot 53 dB Lden). Bron: RUD Drenthe
de A32 en het spoor op mogelijke woningbouw op de Kraton- en Koelhuislocatie. De conclusie is dat het reali25
II - De Gebiedsvisie
26
27
5
De Gebiedsvisie
OVERWEGINGEN TEN GRONDSLAG AAN DE VISIE
We willen dat het stationsgebied een gebied wordt dat de karakteristiek van Meppel, een stedelijke allure als entreegebied en de unieke ligging aan het station combineert. Het monumentale stationsgebouw kan beter tot haar recht komen, zeker in aansluiting op het beschermde stadsgezicht rondom de Stationsweg, als visitekaartje voor reizigers en bezoekers. Ook de Reest en Hoogeveense Vaart kunnen als aanknopingspunten dienen voor een voor Meppel karakteristieke invulling. VISIEKAART
De visiekaart geeft een illustratief grafisch beeld van een mogelijke ontwikkeling binnen de kaders van de gebiedsvisie. Hoewel de invulling van de visiekaart concreet vormgegeven is qua (bebouwings) vlakken en lijnen, geeft de gebiedsvisie met name abstracte kaders en randvoorwaarden mee waardoor er ruimte en flexibiliteit blijft bestaan voor uiteindelijke uitwerkingsplannen en - ontwikkelingen. De visie bestaat uit twee delen: Enerzijds is de visie gebaseerd op een raamwerk voor de openbare ruimte: de Lanenstructuur. Anderzijds duidt de visie de ontwikkelpotenties op hoofdlijnen van een drietal sleutellocaties: De stationsomgeving zelf, het ensemble rondom Kraton en Bekinkbaan, en de ontwikkellocaties aan de Reest, te weten de spoorzone en de koelhuislocatie. Op de volgende bladzijden werken wij de gemaakte keuzes voor de het raamwerk van de lanenstructuur en de sleutellocaties verder uit.
28
29
5.1
Sleutelgebied: Stationsomgeving
OPGAVE EN KNELPUNTEN
De stationsomgeving wordt gekenmerkt door karakteristieke en monumentale gebouwen in een riante setting met volgroeide bomen. Deze tijdloze kwaliteiten bieden houvast. De inrichting wordt minder gewaardeerd: Over het algemeen heeft de stationsomgeving een gedateerde uitstraling en komt het geheel verwarrend en rommelig over. Ruimtelijke kwaliteit, verkeersveiligheid en beheer zijn punten van zorg voor busstation, Park&Ride (P&R), secundaire fietsenstalling zuidelijk van het station en bij diverse voetgangersroutes naar het station toe. UITGANGSPUNTEN
Het borgen van een toekomstvast en aantrekkelijk stationsgebied is een kerndoel van de gebiedsvisie. Daarnaast heeft de gemeenteraad in een motie het college van B&W opgeroepen om bestaande bomen op het voorplein te behouden, de groene kwaliteit te verhogen en het beeld van Vrouwe Fortuna een plek te geven. Verder hebben NS en ProRail ruimtelijk beleid voor stationsomgevingen geformuleerd. Die partijen zijn dan ook nadrukkelijk betrokken in de visie. KEUZE IN DE GEBIEDSVISIE
We kiezen voor de directe stationsomgeving voor een herinrichting van de openbare ruimte naar een statig stationsplein. Het stationsplein wordt groener, overzichtelijker en veiliger. Statige elementen zoals de stationsklok en het beeld van ‘vrouwe Fortuna’ worden in ere hersteld. Zo ontstaat een aantrekkelijk verblijfsgebied voor alle gebruikers, met een stedelijke uitstraling. We kiezen voor herinrichting van het busstation, geïntegreerd met de opstelling van Kiss & Ride. Voor deze herinrichting blijkt veel draagvlak, zowel van de spoorse partijen als betrokkenen uit de omgeving. De herinrichting geeft op realistische en haalbare wijze invulling aan de ambitie voor een hartelijk welkom.
Knelpunten van de huidige situatie: • Te groot K&R voor het Stationsgebouw, weinig ruimte voor voetgangers; • verwaarloosde fietsenstalling • onlogisch en onprettig profiel Parallelweg; • bij busstation: verwarrende situatie met veel in-en-uitritten in beperkte ruimte
De stationsomgeving gezien vanuit (boven de) Stationsweg
30
31
PLANSCHETS
Binnen de werksessies voor de gebiedsvisie is samen met betrokkenen een eerste richtinggevende schets gemaakt, die hier is weergegeven. De schets is weliswaar redelijk concreet getekend, maar nog
2
niet als ontwerp te beschouwen: Op basis van de gebiedsvisie kan het ontwerptraject beginnen. Hierin worden de verschillende aspecten nader uitgewerkt en vormgegeven. HIGHLIGHTS VAN DE PLANSCHETS: 1.
Groen en statig ontvangstdomein, ruimte voor standbeeld Vrouwe Fortuna.
5
4
2.
Statig laanprofiel Leonard Springerlaan met bomen en (vrijliggende) fietspaden aan beide zijden
1
9
3.
Taxi en Kiss&Ride worden geïntegreerd in buslus
4.
Één duidelijke & veilige oversteekplaats, die een directe en logische route biedt vanuit de Stationstunnel zowel richting Stationsstraat als richting
10
Emmastraat
3
5.
Meer ruimte en betere positie voor beeldbepalend café terras (door asverschuiving Leonard Springerlaan)
6.
Modern busstation in zaagtandopstellingmet vier hoofdperrons en 2-3 nevenperrons. Geen oversteken over de rijweg meer nodig om naar de bus te komen.
7.
6
storende huidige bushokje kan dan verdwijnen.
7 8
Stationsgebouw benutten als rustruimte chauffeurs: het utilitaire en
8.
2de fietsenstalling in de vorm van een pleinwand, behoud statige groenstructuur
11
9.
Ezinge-zijde krijgt opknapbeurt - 2de voorkant maken!
10. Ruimtereservering voor toekomstig 4de perron 11. De P&R terreinen aan weerszijden blijven behouden.
11 32
33
5.2
Spoorkavels en Koelhuislocatie
Langs het spoor liggen diverse kavels die niet of niet intensief in gebruik zijn. Ontwikkeling van deze gebieden is mogelijk, mits deze inspelen op de ligging nabij het station en in belangrijke mate bijdragen aan de ambities voor het Stationsgebied. Ook voor de koelhuislocatie wordt gezocht naar een definitieve invulling. KOELHUISLOCATIE
We kiezen voor integrale herontwikkeling van deze strategische locatie. We schalen af naar lichte bedrijvigheid, passend in het stationsgebied. Het gaat dan bijvoorbeeld om onderwijs, gezondheid, sport en recreatie. SPOORKAVELS
We zien voor de spoorkavels herontwikkeling voor ogen, passend in het stationsgebied. Ontwikkelingen met grootstedelijke uitstraling met functies die passen bij een stationslocatie behoren tot het gewenste beeld. De ontwikkeling van spoorzone als één geheel draagt bij aan een herkenbaar en aantrekkelijk beeld vanaf het stationsplein, de entree vanaf de Bekinkbaan en de omliggende wegen. Juist hier zoeken we naar de combinatie van een stedelijke maat en schaal, de karakteristieke uitstraling van Meppel en de unieke ligging nabij het station. REESTOEVER
De riante groen oevers naar de Reest worden behouden als ecologische en groene zone. De bebouwing maakt voorkanten naar deze ruimte, er kan eventueel een hoogteaccent komen. FIETSVERBINDING
De door middel van pijlen aangeduide toekomstige fietsverbinding kan de locatiewaarde verder verhogen.
34
35
5.3
Sleutelgebied: Bekinkbaan, Kraton en voormalige goederenhaven Ezinge
ACHTERGROND
Al jaren zijn Kraton en Bekinkbaan gespreksonderwerpen in Meppel. Het grootschalige kunstwerk heeft de kleinschalige stadsstructuur van het historische wijkje Kraton bruut doorsneden en is momenteel slecht geïntegreerd. Terwijl het kunstwerk uit einde jaren 70 op zichzelf niet uitgesproken onaantrekkelijk is, is de route en daarmee de binnenkomst voor automobilisten naar Meppel enigszins verwarrend en niet aantrekkelijk. Aan weerszijden van het spoor bevinden zich ongebruikte percelen die weliswaar op een strategische plek liggen, maar slecht ontwikkelbaar zijn door het kunstwerk. Het profiel van de weg nodigt uit tot hardrijden en de directe omgeving heeft een relatief hoge fijnstofconcentratie, naar alle waarschijnlijkheid door het optrekkende en afremmende autoverkeer op de hellingen. VARIANTENSTUDIE
Luchtfoto 2019, met begrenzing studielocatie
In het kader van de gebiedsvisie zijn verschillende varianten afge-
Fijnstofconcentratie 2020: Verhoogde
wogen, waaronder het maken van een tunnel ter vervanging van het
concentraties rondom de snelweg en de
kunstwerk en het behouden van de status quo. De keuze is gevallen
Bekinkbaan. bron: klimaatatlas
om de Bekinkbaan fundamenteel te transformeren tot een groen stadsentree, met behoud van het bestaande kunstwerk.
Kratonstraat, ca. 1970
Oosteinde, ca. 1970
Aanleg Bekinkbaan 1975
Aanleg Bekinkbaan 1974
Overzicht, 1977
Overzicht, 1984
36
huidige inrichting
37
KEUZE VOOR INTEGRATIE MET AMBITIE: TRANSFORMATIE NAAR EEN GROEN STADSENTREE
We kiezen voor herontwikkeling van de Bekinkbaan voor auto’s, fietsers en voetgangers tot een ‘nieuwe Poort’ naar de stad. De Bekinkbaan wordt ingepakt met hogere stedelijke bebouwing, waarbij het Kraton wordt gelift tot het niveau van de Bekinkbaan. Het gebied verdient een welkome entree met stedelijke allure en extra kwaliteit voor het gebied. Zo ontstaat een aantrekkelijk entreegebied op het Kraton voor fietsers en voetgangers en automobilisten. De helling van de Bekinkbaan en ook het mogelijk verbeteren van de oriëntatie op de stad (door de lus in de weg) zijn aandachtspunten voor de vervolguitwerking. Herontwikkelingen ter plaatse van het Vliegenpad behoort ook tot de uitgangspunten. Het ruimtelijk effect van de ontwikkeling is vergelijkbaar met de combinatie van school en fietsbrug bij de recent ontwikkelde Dafne Schippersbrug, Utrecht: De huidige steile taluds veranderen naar een prettig op de zon hellend park. Hiervoor wordt het tracé van de weg enigszins
Referentie Dafne Schipperspark Utrecht:
opgeschoven zodat er voldoende ruimte komt voor een parkachtige
Combinatie brug / park / gebouw
inrichting op de zon. Het Kraton kan gefaseerd worden herontwikkeld tot een statig stedelijk blok met woningen, maar ook andere stedelijke functies. Onder het verhoogde park kan een stadsgarage komen in één of twee lagen, goed bereikbaar vanuit de huidige Parallelweg. De faseringsschema’s op de volgende bladzijde laten zien hoe de nieuwe ontwikkeling in de bestaande situatie kan groeien, waarbij bestaand vastgoed op het Kraton gehandhaafd kan blijven - bij voorkeur tijdelijk, maar indien nodig ook permanent. Bij de herontwikkeling van het Kraton kan ook het Oosteinde een ander profiel krijgen in aansluiting op de schaal van de gracht, zodat er een aantrekkelijke stadskade kan ontstaan die past bij het grachtenkarakter van Meppel. Referentie Smakkelaarspark Utrecht: Groen gebouwensemble als stadsentree
38
39
Alle 3d-visualisaties zijn te beschouwen als illustratieve “Artist Impressions” en geven geen finaal ontwerp weer.
0
huidige situatie
1
herontwikkeling openbare ruimte, afronden stedelijke blokken aan binnenstadszijde
2
vastgoedontwikkeling en bovengrondse parkeerfaciliteit op huidig leegstaande terreinen
3
40
41
5.4
Raamwerk Lanenstructuur
EEN MONUMENTALE BOMENSTRUCTUUR
Het stationsgebied wordt gekenmerkt door een mooie maar niet volledige groenstuctuur. Langs de omringende lanen - de Leonard Springerlaan, Parallelweg en de Ezingerweg - zijn volgroeide en deels ook monumentale bomen, maar van een volwaardige groen- of laanstructuur is nog geen sprake. Dit willen we naar een hoger kwaliteitsniveau brengen. Ook zijn de routes onvoldoende veilig en prettig: met name voor fietsers en voetgangers laat de situatie te wensen over. In de gebiedsvisie bouwen wij voort op de aanwezige kwaliteiten van de groenstructuur en streven wij er naar om de gebreken te verhelpen. Zo kan het stationsgebied toekomstvast, duurzaam, veilig en mooier worden. LANENSTRUCTUUR
Voor de wegen langs het spoor zoeken we ruimte voor een transformatie naar lommerrijke lanen met ruimte voor de fiets, zonder in te boeten aan ruimte voor de auto. De as van de Parallelweg kan binnen de huidige openbare ruimte verlegd worden, waarbij ruimte ontstaat voor voetgangers en fietsers, met behoud van ruimte voor de auto. Transformatie van de andere wegen is een realistische optie op het moment dat voor één van de aangrenzende percelen van de ‘auto-
Leonard Springerlaan: Terwijl er aan stationszijde overmaat is (een ongebruikte grasstrook) is er juist aan stadszijde een smalle stoep en kun je niet parkeren bij je bestemming. Tevens is de inrichting krap en niet geheel veilig voor fietsers. Mogelijk kan het binnen de bestaande ruimte veel beter: door de as van de weg ruim 2m op te schuiven naar het spoor, kan aan stadszijde een strook voor bomen met langsparkeren toegevoegd worden. De fietspaden worden gescheiden van de rijweg voor betere veiligheid en prettiger flaneren en fietsen. Zo ontstaat binnen de bestaande profielruimte een laanprofiel met bomen aan weerszijden. Verder haalbaarheidsonderzoek is nodig om tot haalbare inrichtingsprincipes te komen.
motive zone’, gedempte goederenhaven en koelhuislocatie herontwikkeling wordt gestart. NIEUWE FIETSVERBINDINGEN
De Bekinkbaan wordt geschikt gemaakt voor langzaam verkeer. Dit wordt nader beschreven in het volgende hoofdstuk onder “Sleutel-gebied: Bekinkbaan, Kraton en voormalige goederenhaven Ezinge”. Daarnaast streven we er naar om een nieuwe fietsverbinding tussen Ezinge en Meppel Zuid. Er zijn meerdere mogelijkheden wat betreft uitvoeringsvorm en exacte locatie. We maken hierin bewust nog geen definitieve keuze, maar willen dit onderdeel laten zijn van een gezamenlijke verkenning met Prorail naar meerdere overwegen op dit spoortraject. Van belang is dat er een toegankelijke en efficiënte nieuwe fietsroute naar Meppel Zuid ontstaat, die sociaal- en verkeersveilig is. Mooie bomenstructuur, maar alleen marginaal ruimte voor fietsers en voetgangers bij de Leonard Springerlaan
42
43
44