Bijlage - Bouwstenennotitie wonen 15 november 2022
Tekst van het document
Dit kan ingevuld worden door nieuwe zorginstellingen (verpleeghuizen) of door zorg thuis in een gevarieerd aanbod van geclusterde woonvormen (tussenvormen) en voor een beperkt deel in de reguliere woning. In de trendraming is er rekening mee gehouden dat een deel van deze vraag in de reguliere woningvoorraad wordt opgevangen (circa 1/3 deel). Mocht dat meer worden, gezien het Rijksbeleid om verpleegzorg thuis te gaan organiseren, dan groeit de woningbehoefte verder. • De behoefte aan geclusterde woonvormen groeit met 260 woningen, waarvan 195 sociale huurwoningen. Deze behoefte is al onderdeel van de trendraming. Kwalitatief kan dit door aanpassing van bestaande woningen of door nieuwbouw. • De behoefte aan geschikte woningen groeit. Deze groei is onderdeel van de (mis)match van vraag en aanbod. Dit stelt eisen aan de toegankelijkheid van de woningvoorraad. Deze groei hoeft zeker niet alleen door nieuwbouw, maar zal ook door aanpassing van bestaande woningen moeten gebeuren; ook ten behoeve van variatie in buurten. Wonen en zorg voor Verstandelijk gehandicapten (VG) De doelgroep VG gaat in toenemende mate lokaal wonen en hierdoor verandert het aandeel mensen met een verstandelijke beperking op de bevolking richting het landelijk gemiddelde. Het aantal VG-indicaties in de regio Zuidwest-Drenthe en Meppel ligt boven het landelijk gemiddelde.
• Er is een actueel tekort aan 90 plekken geclusterde woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze plekken kunnen binnen reguliere woningen gevonden worden. • Bij gespikkeld wonen (verspreid over een gebouw) is er een klein maar oplopend tekort. 30
Wonen en zorg voor de doelgroepen Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO). De opgave voor uitstroom uit BW en MO voor de komende jaren kan als volgt worden samengevat. 2021 2025 2030 Uitstroom 31 29 tot 33 28 tot 38 Bron: BW-indicaties, bevolkingsprognoses, rapport doelgroepen flexwonen, bewerking Companen.
De huisvestingsopgave is onderdeel van de reguliere woningvraag.
Participatie De doorstroming naar passende woningen en langer zelfstandig wonen moet worden bevorderd. Dit kan enerzijds door er voor te zorgen, dat er binnen de wijk een voldoende aantrekkelijk en kwalitatief goed aanbod nabij voorzieningen van passende woningen is (zoals appartementen, woningen met bad- en slaapkamer op de begane grond en woonzorgclusters). Op deze manier kunnen mensen in hun vertrouwde levensloopbestendige wijk blijven wonen. De betaalbaarheid van deze woningen is daarnaast van belang. Anderzijds kan winst worden behaald in de bewustwording bij ouderen, voorlichting en het ondersteunen van ouderen. Dit kan ondersteuning bij verhuizing zijn. Overigens verhuizen veel ouderen liever niet. Zij willen het liefst zo lang mogelijk in hun eigen woning blijven wonen. Of in hun eigen wijk. Om de sociale kring niet te verliezen. Bij passende woningen wordt gedacht aan appartementen, woningen met een bad- en slaapkamer op de begane grond en woonzorgclusters. Aan de marktpartijen en de overheidsorganisaties is de vraag voorgelegd welke nieuwe mogelijkheden zij zien voor locaties voor woonzorginitiatieven. De stakeholders zien op dit moment geen geschikte of beschikbare locaties voor woonzorginitiatieven. De plannen in Noordpoort worden wel als voorbeeld genoemd. Mobiele voorzieningen kunnen een goede vervanging voor voorzieningen in de buurt.
Voor deze mobiele voorzieningen worden de volgende randvoorwaarden meegegeven: - betaalbaar; - beschikbaar, indien mogelijk ook op afroep; - bereikbaar; - toegankelijk; - niet ten koste van sociale interactie en gezondheid; - bekendheid (bijvoorbeeld van de wijkteams). In het algemeen geldt dat op locaties waar geclusterd wonen met zorg aangeboden wordt een hoog voorzieningsniveau een vereiste is. Een lager voorzieningenniveau zou volstaan in wijken waar minder mensen met mobiliteitsproblemen of zorgvraag wonen. 31
Als innovatieve woonconcepten worden genoemd: - de ‘Knarrenhofjes’; - wonen in een wijk met zorg om de hoek (zoals in Koedijkslanden); - aanleunwoningen bij zorginstellingen; - woonzorglocaties met een flexibel zorgaanbod. Op de vraag wie verantwoordelijk wordt geacht voor het langer zelfstandig blijven wonen van ouderen, blijkt dat met name verwacht wordt dat de verantwoordelijkheid bij de ouderen zelf ligt. Uiteindelijk is het een samenspel tussen de overheid, gemeente, zorgorganisaties, zorgverzekeraars, welzijnsorganisaties en andere betrokkenen. Van de gemeente wordt verwacht dat zij de regie(rol) pakken.
Bouwstenen voor wonen en zorg 1. Een substantieel aandeel van de nieuwbouwwoningen wordt toegankelijk gebouwd Gelet op de behoefte moet een groot deel van het programma toegankelijk zijn. Daarom is het, waar het gaat om toegankelijkheid van woningen, wenselijk om woningen zoveel mogelijk toegankelijk te realiseren. Nabijheid van voorzieningen is daarbij belangrijk. Uitgangspunt is, dat mits passend bij de omgeving (binnen ca. 500 meter van zorg, welzijns- en primaire winkelvoorzieningen) in ieder geval de onderkant van de bandbreedte voor de toevoeging van toegankelijk woningaanbod van het programma-advies van Companen richtinggevend is. Dit betekent voor sociale huurwoningen een aandeel van minimaal 85 %, voor vrije sectorhuur minimaal 50 % en voor koopwoningen minimaal 30 %. Bij het aandeel toegankelijke sociale huurwoningen wordt niet alleen gekeken naar de toevoegingen maar naar de totale voorraad. Door bestaande woningen geschikt te maken om langer zelfstandig thuis te wonen. Als er meer nieuwbouw wordt gerealiseerd dan enkel op basis van de lokale behoefte (bijvoorbeeld door vervangende nieuwbouw of nieuwbouw ten behoeve van verstedelijkingsopgave) zal dit percentage lager kunnen zijn. Verder zijn er qua toegankelijkheid koppelkansen met de Wmo.
2. De bewustwording bij ouderen om langer zelfstandig thuis te wonen bevorderen Dit doen wij door het geven van voorlichting. Bij het invoeren van de blijverslening (inmiddels vervangen door de verzilverlening) door de gemeente hebben wij meegelift op de campagne “Lang zult u wonen” van de provincie Drenthe om de bewustwording van ouderen om langer zelfstandig thuis te wonen te vergroten. Naast het meedoen aan provinciale en/of regionale campagnes zet het college in op een lokale aanpak. Dit zal in samenwerking met de lokale partijen, waaronder zorgaanbieders en leveranciers, worden opgepakt. Randvoorwaarde daarbij is dat hier financiële middelen voor beschikbaar 32
worden gesteld. Deze financiële ruimte kan worden gevonden doordat investeringen in bouwkundige- en domotica aanpassingen om langer thuis te kunnen blijven wonen, er toe leiden dat er minder beroep op Wmogelden hoeft te worden gedaan. De Verzilverlening blijft bestaan. Hierdoor zullen woningeigenaren geen beroep hoeven te doen op Wmo-gelden. Naast het bevorderen van langer zelfstandig thuiswonen door particuliere woningeigenaren, is focus op de huurders nodig. Door informatie te verstrekken over wat is er mogelijk is voor huurders. En het huurders makkelijker te maken om te langer thuis kunnen blijven wonen.
3. Het inzetten van een locatiescan en/of stadsscan om nieuwe locaties voor woonzorgvormen te onderzoeken Enerzijds zetten wij erop in, dat ouderen langer thuis blijven wonen en anderzijds dat ouderen kunnen doorstromen naar een passende woning, het liefst in hun eigen omgeving. Het vinden van nieuwe locaties voor o.a. (innovatieve) woonzorgvormen is in de praktijk niet eenvoudig. Verschillende stakeholders hebben aangegeven, dat de zoektocht naar locaties ingewikkeld is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan locaties voor Knarrenhoven, Wonen Zonder Zorgen, het Woonconcept, maar ook voor flexwonen, waarbij de uitstroom uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang ook één van de doelgroepen is. Graag willen wij een Locatiescan laten uitvoeren als slimme tool om kansrijke nieuwe locaties te vinden, om nog onbekende plekken in beeld te brengen die kansrijk zijn voor de verschillende doelgroepen. Daarbij zou kunnen worden aangehaakt op de locatietool Flexwonen van adviesbureau Over Morgen. Dat is een GIS-analyse, gebaseerd op het vinden van onbebouwde locaties, gefilterd op belemmeringen en gekoppeld aan diverse beschikbare datasets, die helpen gefundeerde keuzes te maken. Een andere methode is Ruimte Zat. Dit is een onderzoeksmethode van KAW, waarbij ontwerpend onderzoek wordt gecombineerd met analyse van big data.
Hiervoor kunnen voor verschillende onderwerpen specifieke, representatieve locaties ruimtelijk onderzocht en getoetst op haalbaarheid van ruimtelijke invulling met woningen. Volgens het onderzoek van KAW is er Ruimte Zat in de Bestaande Stad. Ruimte die je kunt gebruiken voor veel meer woningen in de bestaande wijken.
4. Het woonzorgpanel nieuw leven inblazen. Bij het vorige woningmarktonderzoek is onder leiding van Companen een zogenaamd woonzorgpanel georganiseerd om de behoefte aan woningen voor bewoners met een zorgvraag in beeld te brengen. Te weten zorg met verblijf (intramuraal wonen) en verzorgd wonen voor ouderen (extramuraal). Daaraan hebben naast de gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties ook alle in onze gemeente actieve zorgpartijen deelgenomen. 33
Voorgesteld wordt om het woonzorgpanel opnieuw in te zetten om verder invulling en uitvoering te geven aan het programma-advies voor wat betreft het onderdeel wonen met zorg en bij het opstellen van de visie op wonen en zorg.
5. De inzet van mobiele voorzieningen naast vaste voorzieningen nader onderzoeken Mobiele voorzieningen kunnen een goede vervanging of aanvulling zijn voor voorzieningen in de buurt. Voorbeelden van mobiele voorzieningen zijn een bibliotheek, een oude SRV-wagen, tandarts, huisarts, klussendienst, huishoudelijke hulp en een mobiel wijkteam. Daarmee hoeft niet elke wijk dezelfde graad van voorzieningen op het gebied van wonen en zorg te hebben. Dit kan per wijk verschillen. Op locaties waar geclusterd wonen met zorg aangeboden wordt is een hoog voorzieningsniveau een vereiste is. Een lager voorzieningenniveau zou volstaan in wijken waar minder mensen met mobiliteitsproblemen of zorgvraag wonen. Wel moet de basis op orde zijn. Wij willen vanuit de driehoek wonen, zorg en welzijn gezamenlijk onderzoek doen om wat voor soort mobiele voorzieningen het zou kunnen gaan en wat hiervoor nodig is.
6. Het woningmarktonderzoek om de bouwstenen voor wonen en zorg gebruiken als input voor een woonzorgvisie Een woonzorgvisie wordt per 1-1-2024 verplicht. Het opstellen van deze bouwstenennotitie heeft prioriteit gehad. Samen met het woningmarktonderzoek, bij de totstandkoming waarvan ook zorgpartijen zijn betrokken, vormen de bouwstenen voor wonen en zorg voldoende ingrediënten om een korte en snelle vertaalslag naar een woonzorgvisie te maken. Wij willen de Taskforce Wonen en Zorg benaderen om ons daarbij te ondersteunen en gebruik maken van de kennis van de Alliantie Drentse Zorg met Ouderen.
34
7.Leefbaarheid in wijken Leefbare wijken zijn van belang om prettig te kunnen wonen. Onder andere door wijk- en dorpsgericht werken wordt binnen onze gemeente gewerkt aan de continuering en verbetering van de leefbaarheid van de wijken van Meppel en het dorp Nijeveen.
Nationale Woon- en Bouwagenda We bouwen met aandacht aan de leefbaarheid en veiligheid in wijken. De leefbaarheid van verschillende wijken in Nederland is de afgelopen jaren onder druk komen te staan, zo blijkt uit onder meer de Leefbaarometer. Een aantal kwetsbare gebieden in de Nederlandse steden heeft te maken met een concentratie en stapeling van – per gebied uiteenlopende – problemen op het gebied van onderwijs, werkloosheid, armoede, gezondheid, de kwaliteit van de woon- en leefomgeving, veiligheid en georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. We hebben ook oog voor de sociale kant van wonen. Wonen en samenleven – het fysieke en sociale domein – zijn nauw verweven. Volkshuisvesting gaat over het bouwen van gemeenschappen. Ook bij het leefbaarder maken van wijken zet de Rijksoverheid een stap naar voren. Bijzondere aandacht krijgen zestien stedelijke vernieuwingsgebieden die uitdagingen kennen op het vlak van veiligheid en leefbaarheid. Om te voorkomen dat deze kwetsbare gebieden achterop raken is een gebiedsgerichte, langjarige inzet nodig van de Rijksoverheid, betrokken gemeenten en maatschappelijke en private partners. Daarom start het kabinet het nationaal programma Leefbaarheid en veiligheid. Het doel van het programma is om de leefsituatie en het perspectief van bewoners van de meest kwetsbare gebieden in Nederland in vijftien tot twintig tijd te verbeteren.
Het Volkshuisvestingsfonds vormt voor het programma een belangrijke bouwsteen. Omdat Meppel in vergelijking tot andere gebieden goed scoort op de leefbarometer en geen kwetsbaar gebied met bijzondere aandacht van het rijks is, is het nagenoeg onhaalbaar om in aanmerking te komen voor rijksmiddelen uit het Volkshuisvestingsfonds om bestaande woningen in wijken te verbeteren en de leefbaarheid in wijken te vergroten.. Door het rijk worden met woningcorporaties prestatieafspraken gemaakt over het investeren in leefbaarheid.
Bidbook 35
Naast de kwantitatieve opgave om woningen toe te voegen (waardoor de woonvraag bediend wordt en hierdoor ook de huidige woningvoorraad wordt verbeterd) is er een directe link met de kwalitatieve opgave om in bestaande wijken en dorpen bij te dragen aan het tegengaan van segregatie; via diversifiëring van typologieën, prijsklassen en leefstijlen en het herstructureren en transformeren van de woningvoorraad. De link die hierin bestaat tussen de diverse op te zetten programma’s van het Rijk (Een thuis voor iedereen, programma betaalbaarheid en programma verduurzaming) vraagt om een integrale benadering. Dit heeft een positief effect op de leefbaarheid.
Collegeprogramma Het college wil niet alleen bijdragen aan de woningbouwopgave, maar tegelijkertijd aan de slag met o.a. veilige buurten waar het goed wonen is in een gezonde leefomgeving. In Meppel zien we elkaar. Wij willen bijdragen om die kwaliteit te behouden en te bevorderen. Daarom streven we naar bekrachtiging van sociale verbondenheid in een aantrekkelijke leefomgeving. De sociale structuur van Meppel is hecht en uiterst belangrijk. Met vrijwilligerswerk, het verenigingsleven, wijk- en dorpsgericht werken geven we daar verder invulling aan. Samen met mensen in hun buurt, wijk of dorp. Partijen zoals jongerenwerk, opbouwwerk en wijkagent benutten we daarbij optimaal. Juist in een buurt, dorp, wijk, gemeente is het mogelijk om de schijnbaar toegenomen tegenstellingen en het onbegrip te overbruggen. De leefomgeving van de toekomst daagt mensen uit tot gezond gedrag. Bij gezonde leefomgeving draait het niet alleen om schone lucht en voldoende groen, maar ook kan de leefomgeving uitnodigen tot wandelen, fietsen, hardlopen, watersport, skeeleren, enzovoorts. Bij elke aanpak in de leefomgeving bekijken we welke mogelijkheden op dit vlak bestaan en voeren deze mogelijkheden, indien haalbaar, door.
Visie op wijkagenda ‘s Wijk- en dorpsgericht werken is een wijze van werken waarbij de behoefte van de inwoner centraal staat. In de samenwerkingsovereenkomst Wijken dorpsgericht werken is de aanzet gegeven voor een gezamenlijk initiatief voor het WDW. Door vanuit één visie integraal te werken aan de verbetering van het leefmilieu, de leefkwaliteit en door bewoners actief te betrekken bij wat in hun buurt gebeurt, denken we als organisaties in staat te zijn om samen met bewoners een toekomstige agenda voor elke wijk of dorp op te stellen. We willen graag de belangrijkste prioriteiten in een wijk of dorp in beeld hebben. Dit doen we door als gezamenlijke organisaties en bewoners samen te werken. De wijkagenda is een instrument dat ons hierbij helpt. Het helpt om te sturen op resultaten. De wijkagenda is van en voor bewoners en betrokken partijen. De wijkagenda’s zijn gemaakt met inbreng van alle partners in de wijk: bewoners, ondernemers, politie, zorg- en welzijnsinstellingen, woningcorporaties en gemeente. 36
De agenda is opgebouwd uit thema’s, prioriteiten en activiteiten. De thema ’s fysiek, sociaal en veilig zijn leidend voor de wijkagenda. Uit de prioriteiten volgen de activiteiten. De wijkagenda ’s bestaan uit de onderdelen opgaves uit de wijk en opgaves uit de organisaties, beide op basis van cijfers en feiten uit de wijk. Binnen Meppel hebben we 7 werkgebieden. De planning is, dat eind 2022 de wijkagenda ’s in 3 gebieden voor 2023 zijn opgesteld, te weten in de gebieden Nieuwveense Landen, Haveltermade en Nijeveen. In Oosterboer is navolgend op de wijk Koedijkslanden vanuit de gemeente een wijkaanpak ingezet. Koedijkslanden/Berggierslanden is al bezig met een korte termijnagenda.
Participatie Er is in de gesprekken veel ingegaan op burgerparticipatie om de leefbaarheid te vergroten. Betrek bewoners aan de voorkant of zij ideeën hebben. Door het verzamelen van wensen, problemen en knelpunten van bewoners door de wijkagent, huisarts, woningcorporaties en zorgorganisaties in kaart worden gebracht. Daarbij moet samenwerking en verbinding tussen wijkteams, wijkplatforms, bewoners, etc. worden gezocht door samen in gesprek gaan. Het fysieke en het sociale domein moeten daarbij vaker samenwerken. Het sociale domein moet worden betrokken bij het verbeteren van woningen en de woonomgeving. Zodat een koppeling wordt gemaakt tussen het sociale domein en fysieke projecten. Dit kan door binnen de gemeente te werken met multifunctionele teams. De regie ligt bij de gemeente. Vaak wordt een relatie gelegd met straat/wijkevenementen. Gepleit wordt voor het beschikbaar stellen van meer buurtbudgetten voor buurtactiviteiten. Ook het gezamenlijk onderhouden van groen in de wijk wordt genoemd. Het geven van meer verantwoordelijkheid en zeggenschap waar mogelijk over hun eigen leefomgeving. Doe daarbij wel aan verwachtingenmanagement. Daarnaast kwamen gemengde wijken vaak aan bod met betrekking tot de demografische menging, de woonvormen, het uiterlijk van de wijk en de voorzieningen.
Er wordt verschillend gedacht over dat in elke wijk een dwarsdoorsnede van doelgroepen moet wonen om de sociale duurzaamheid van wijken veilig te stellen. Het op peil houden van voorzieningen is hoe dan ook randvoorwaardelijk. Kwalitatief goede ontmoetingsplaatsen worden belangrijk gevonden om de leefbaarheid te vergroten. De leefbaarheid in Meppel wordt in zijn algemeenheid als goed ervaren.
Bouwstenen voor leefbaarheid in wijken Uitgegaan wordt van de kracht en kwaliteit in de wijken en in de samenleving. Gestreefd wordt naar krachtige, vitale wijken. 37
1. Samen werken aan leefbaarheid Er wordt al veel samengewerkt als het gaat om het verbeteren van de leefbaarheid in de gemeente Meppel. Op de volgende manieren kan verder goed worden samengewerkt: - gezamenlijk werken aan het oplossen/verbeteren van mulitprobleem casuïstiek; - meer delen van informatie bij casuïstiek; - werken vanuit een analyse van verschillende wijken en dan gezamenlijk een aanpak ontwikkelen; - zorgen dat de verantwoordelijkheden blijven op de plek waar ze horen. - meer betrokkenheid van de bewoners; - goede samenwerking tussen de wijkteams, de wijkplatforms en de bewoners; - door bij initiatief van de ontwikkeling van de wijk samen hierover het gesprek aan te gaan. De gemeente zal hierin de regie moeten voeren; - door met elkaar in gesprek te gaan en wensen, zorgen en mogelijkheden te bespreken en verkennen. 2. Werken met wijkagenda ‘s Het opstellen van wijkagenda ’s binnen de kaders van de Visie op wijkagenda ‘s. Naast het werken met wijkagenda ‘s, wordt er ook gewerkt met een wijkaanpak, zoals in Oosterboer. 3. Het fysieke en sociale domein werken nauw samen In de wijkagenda ’s zijn de thema ’s fysiek, sociaal en veilig aan elkaar gekoppeld. Het sociale domein wordt betrokken bij het verbeteren van woningen en de woonomgeving. Zodat een koppeling wordt gemaakt tussen het sociale domein en fysieke projecten.
Dit kan door binnen de gemeente te werken met multifunctionele teams. 4. Elke wijk is uniek vraagt om maatwerk Iedere wijk heeft zijn eigen karakter. Niet elke wijk vraagt om een zelfde aanpak. Elke wijk heeft zijn eigen prioriteiten. De activiteiten worden daarop afgestemd. Dit betekent dat niet in elke wijk een dwarsdoorsnede van doelgroepen hoeft te wonen en niet elke wijk dezelfde voorzieningen hoeft te hebben. De inzet per wijk kan verschillen. Bijvoorbeeld door in te zetten op een gemengde wijk, balans draagkracht/draaglast, een duurzame wijk, of juist niet. In de uitwerking via wijkagenda ’s zal het gewenste karakter per wijk worden beschreven. De voorzieningen in alle wijken moeten op peil worden gehouden. 5. Het realiseren van ontmoetingsplaatsen 38
Door goede ontmoetingsplaatsen in wijken te realiseren wordt de sociale verbondenheid versterkt en de leefbaarheid vergroot. Door fysieke elementen als groen, een speeltuin of een prettig wandelpad toe te voegen aan openbare ruimtes, creëer je meer gelegenheid tot interactie en dus ontmoeting. Bij het opstellen van de wijkagenda ’s zal hier bijzondere aandacht voor worden gevraagd. Koppelkansen bij elke aanpak in de leefomgeving worden indien haalbaar benut. 6. Bewoners waar mogelijk meer verantwoordelijkheid en zeggenschap over hun eigen leefomgeving geven Het gezamenlijk onderhouden van groen in de wijk is hiervan een goed voorbeeld. Daarbij moet wel aan goed verwachtingenmanagement worden gedaan.
39