CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Ontwerpbestemmingsplan Eendrachtstraat 28 Bijlagen bij de toelichting

1 - RAADSVERGADERING 30 mei 2024, gemeente MeppelBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen ontwerpbestemmingsplan 'Meppel - Centrumschil, herziening Eendrachtstraat 28'17.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Meppel Centrumschil, herziening Eendrachtstraat 28

-2-

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Stedenbouwkundig kader

4

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

35

Bijlage 3

Bezonningsstudie

91

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

93

Bijlage 5

Watertoets

171

Bijlage 6

Quickscan flora en fauna

179

Bijlage 7

Ontheffingsaanvraag vleermuizen

198

Bijlage 8

Ontheffingsaanvraag vleermuizen bijlage

227

Bijlage 9

AERIUS-berekening

230

Bijlage 10

Aanmeldnotitie

256

Bijlage 11

Participatie

275

Bijlage 12

Participatie bijlagen

284

Bijlage 13

Nota zienswijzen

289

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel Centrumschil, herziening Eendrachtstraat 28

-3-

Bijlagen bij de toelichting

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel Centrumschil, herziening Eendrachtstraat 28

-4-

Bijlage 1

Stedenbouwkundig kader

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel Centrumschil, herziening Eendrachtstraat 28

Stedenbouwkundig kader Eendrachtstraat 28 Meppel november 2021

Stedenbouwkundig kader Eendrachtstraat 28 Meppel november 2021

Inhoud 1. Inleiding ......................................................................................................... 4 1.1.

Waarom dit stedenbouwkundig kader? .......................................................... 4

1.2.

Huidig bestemmingsplan ............................................................................. 5

1.3.

Mogelijke ontwikkeling ................................................................................ 6

2. Situatie en ontwikkeling ................................................................................. 7 2.1.

Situering van de locatie ............................................................................... 7

2.2.

Historische ontwikkeling .............................................................................. 8

3. Gewenste ontwikkeling ................................................................................ 12 3.1.

Duurzaamheid .......................................................................................... 12

3.2.

Leefbaarheid ............................................................................................. 13

3.3.

Natuurwaarde ........................................................................................... 14

3.4.

Beleid ten aanzien van het Mallegat ............................................................. 14

3.5.

Ten aanzien van de locatie ......................................................................... 15

4. Ruimtelijk kader en aspecten ....................................................................... 16 4.1.

Ruimtelijke opzet ...................................................................................... 17

4.2.

Relatie met de openbare ruimte. ................................................................. 18

4.3.

Verkeer en parkeren .................................................................................. 18

4.4.

Groen en water ......................................................................................... 19

4.5.

Ruimtegebruik .......................................................................................... 19

5. Indicatieve beeldvorming ............................................................................. 20 bijlage natuurinclusief bouwen en natuurwaarde ............................................. 26 bijlage Flyer kwaliteitsmanifest ....................................................................... 28

3

1.

Inleiding

1.1.

Waarom dit stedenbouwkundig kader?

Tot voor kort was aan de Eendrachtstraat 28 te Meppel het politiebureau gevestigd. Inmiddels is de politie verhuisd en is de locatie vrijgekomen voor een nieuw gebruik. Het is mogelijk dat dit als het gaat om de bestemming of de bouwmogelijkheden niet past binnen het nu geldende bestemmingsplan ‘MeppelCentrumschil’. De voorliggende notitie geeft het stedenbouwkundig kader waarbinnen initiatieven ontwikkeld kunnen worden. Past het initiatief binnen dit kader dan wordt voldaan aan een voorwaarde voor medewerking aan een wijziging van het bestemmingsplan.

4

1.2.

Huidig bestemmingsplan

De locatie valt binnen het bestemmingsplan ‘Meppel – Centrumschil’ en heeft de bestemming 'Maatschappelijk'. Maatschappelijke voorzieningen (met daaraan ondergeschikte voorzieningen ten behoeve van de bestemming als parkeer-, groen-, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, wegen en paden, nutsvoorzieningen en daarbij behorende tuinen en terreinen) zijn daarbinnen mogelijk. Binnen het bouwvlak is een maximale bouwhoogte van 8 m toegestaan. Er is sprake van een gebiedsaanduiding ‘Geluidzone – industrie’, dat wil zeggen dat de gronden ter plaatse van deze aanduiding mede zijn bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de geluidsbelasting van industrieterrein Oevers. Naast de bestemming ‘Maatschappelijk’ is er de ‘Waarde - Archeologie 3’ ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachting. Voordat een omgevingsvergunning wordt verleend dient te worden aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of als blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn deze veiliggesteld kunnen worden.

5

1.3.

Mogelijke ontwikkeling

De vraag is wat naast de geldende maatschappelijke bestemming voor deze locatie passend zou kunnen zijn. Een bestemming die kantoren of detailhandel mogelijk maakt ligt, gezien de huidige markt en parkeermogelijkheden, niet voor de hand. Ook een bedrijfsbestemming ligt niet voor de hand gezien de beperkte omvang van de locatie, de eventuele milieuhinder voor de omgeving en het risico van een laagwaardige beeldkwaliteit. De beeldbepalende ligging aan de Ceintuurbaan en de ligging ten opzichte van de binnenstad vraagt om representatieve bebouwing. Woningbouw kan aan deze wens voldoen. Het biedt als voordeel dat er bebouwing kan ontstaan die rondom uitstraling en contact met de openbare ruimte heeft. De locatie grenst aan het Transformatiegebied Noordpoort. Voor de daarbinnen te transformeren bedrijventerreinen is wonen één van de gewenste functies. Wonen gaat een aanzienlijke bijdrage leveren aan de transformatie. Waarbij te denken is aan behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle elementen of structuren of een verbetering van het gebruik en beleving van water. Ook is het van belang dat transformatie een mix van functies op gang kan brengen. Het beleid voor het transformatiegebied is er dan ook op gericht dat er een gemengd gebied met de functies wonen, werken, recreëren en groen tot stand komt.

De bedoeling is dat de locatie zowel ruimtelijk als functioneel een schakelfunctie gaat vervullen tussen Noordpoort en de binnenstad.

6

2.

Situatie en ontwikkeling

2.1.

Situering van de locatie

De locatie ligt op het raakpunt van gebieden uit verschillende periodes met elk een geheel eigen karakteristiek. Daarnaast ligt de locatie aan voor de structuur van Meppel belangrijke wegen als de Ceintuurbaan en de Eendrachtstraat en de waterloop het Mallegat. Te onderscheiden zijn: Liggend aan de locatie (1) de Eendrachtstraat. Deze vormt een belangrijke verbinding tussen de binnenring van het centrum (2) en de Ceintuurbaan (3). De Ceintuurbaan maakt onderdeel uit van de buitenring. Ten oosten ligt de ‘Indische buurt’ (4) en ten noorden Haveltermade (5). Qua bebouwingstypologie maakt de locatie deel uit de omgeving Noordeinde waarvan de Schoolstraat (6) de centrale ontsluiting vormt. De derde en laatste begrenzing van de locatie wordt gevormd door het Mallegat (7)

6

5 1

3

4

7

2 7

2.2.

Historische ontwikkeling

1900

1930

1950

8

1975 Omgeving Schoolstraat De locatie maakt deel uit van een van oorsprong industrieel en bedrijvig gebied met bebouwing voornamelijk uit de naoorlogse periode dat wordt doorsneden door het Noordeinde. De Schoolstraat wordt gekenmerkt door wat grootschaliger bebouwing: scholen, bedrijven en een gezondheidscentrum, en vormt qua karakter een contrast met het Noordeinde. Het Noordeinde is de oudste wegstructuur in het gebied. Deze vormt een onderdeel van de historische uitvalsroute Kruisstraat-Molenstraat-Noordeinde- Steenwijkerstraatweg. Vanaf globaal het einde van de 18de eeuw groeide de bebouwing hier geleidelijk aan. Het gebied is van de binnenstad gescheiden door het Mallegat. Mallegat In 1662 werd tussen het Oude Diep en de Wold Aa het Mallegat gegraven. Een ingreep voor het versneld afvoeren van water, om droge voeten en bouwland te behouden. Het Mallegat sloot via De Wold Aa aan op de in 1650 ten noorden van de Wold Aa rechtgetrokken Smildervaart (Oude Smildervaart, c.q. Oude Vaart). Over het Mallegat werd ter plaatse van de kruising met de uitvalsweg Noordeinde een brug gerealiseerd, de Steenebrug. Rond 1850 had het Mallegat een asymmetrisch profiel. Aan de noordzijde was sprake van een kade met hiervandaan ontsloten bebouwing. Hier bevond zich onder andere het armenhuis van de Nederlands Hervormde Diaconie (het gebouw was eerst als kazerne gebouwd).

De situatie aan beide zijden van het Mallegat is ingrijpend gewijzigd door saneringsoperaties na de Tweede Wereldoorlog.

9

Het groen op de locatie maakt deel uit van de groen-blauwe verbinding tussen binnenstad, parken en buitengebied. De locatie is de laatste ontbrekende schakel in de route voor langzaam verkeer langs deze groenblauwe verbinding. Als de kade openbaar toegankelijk wordt dan is deze belemmering opgeheven.

Detail Uitsnede ‘kaart Monsma’, 1928. Met over de trambaan geprojecteerde Ceintuurbaan, iets anders gesitueerde Schoolstraat en ‘doorgetrokken’ Ambonstraat.

De omgeving van de locatie heeft een geheel eigen ontwikkeling gekend. Als gevolg van het Uitbreidingsplan van stadsarchitect Monsma die een tramtransportverbinding plande tussen Ceintuurbaan en de Bult, werd tussen 1927 en 1933 een weg aangelegd op de locatie van de huidige Schoolstraat die eindigde aan de achterzijde van de bebouwing aan het Noordeinde. Hier stuitte de aanleg. Ook was een dwarsstraat gepland in het verlengde van de Ambonstraat in de Indische Buurt. In de jaren ’50 waren beide straten alweer afgebroken. Niettemin ontstond er op de locatie bebouwing. Op de plek van het Armhuis, de oude panden en het hieromheen liggend land kwamen bedrijfspanden en scholen. In de jaren ’70 werd de Schoolstraat alsnog aangelegd, nu wel doorgetrokken tot het Noordeinde. De Ceintuurbaan die als hoofdverkeersader in belang toenam, riep als vanzelfsprekend grootschaliger functies op. Op het grondstuk tussen de huidige Eendrachtstraat, Mallegat en Ceintuurbaan werd het politiebureau gebouwd. Rond 1988 werd de verbinding Grote Oever - Ceintuurbaan via de Eendrachtstraat voltooid, waarvoor een nieuwe brug over het Mallegat is aangelegd. Deze Eendrachtstraat vormde het

10

laatste onderdeel van de binnenring binnenstad (Eendrachtstraat – Grote en Kleine Oever – Brouwersstraat – Kromme Elleboog – Marktstraat – Vledderstraat – Noteboomstraat – Eendrachtsstraat). In de laatste jaren is er nog het nodige in het gebied gebeurd en hebben de nodige uitbreidingen van bedrijven en scholencomplexen plaatsgevonden. Haveltermade aan de overzijde van de Ceintuurbaan is de eerste én de meest kenmerkende wederopbouwwijk van Meppel die tussen 1955 en 1969 gerealiseerd is in laag- en gestapelde middelhoogbouw. Hierbij is sprake van een combinatie van meerdere stedenbouwkundige principes die kenmerkend waren voor de wederopbouwperiode gedurende de tweede helft van de jaren ’40, de jaren ’50 en jaren ’60.

11

3.

Gewenste ontwikkeling

3.1.

Duurzaamheid

Duurzaamheid en energie zijn aspecten die de nodige aandacht verdienen. Er wordt voor gekozen om niet een bepaalde invulling van deze aspecten van tevoren vast te leggen. Dit omdat de ontwikkelingen op dit gebied razendsnel gaan. Vanzelfsprekend wordt bebouwing minimaal gerealiseerd op het niveau van het bouwbesluit, toepassing van extra maatregelen wordt toegejuicht. Bij de concrete invulling kan, afhankelijk van toe te kennen functies, nader bepaald worden wat een duurzame en energetisch verantwoorde invulling is. De 10 duurzame uitgangspunten die de gemeenteraad als vertrekpunten heeft vastgesteld vormen de basis. De 10 punten uit de Structuurvisie Duurzaam Verbinden (2013) zijn: 1

Het optimaal benutten van water voor waterbeheer, de historische identiteit, wonen en werkgelegenheid.

2

De gemeente Meppel minimaliseert haar bijdrage aan het versterkte broeikaseffect door de komende jaren (2040) CO2-neutraal te worden.

3

Zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij optimaal gebruik van de bestaande gebouwde omgeving en gebouwen voorop staat en groene waarden zoveel mogelijk worden beschermd.

4

Een gezonde en veilige omgeving voor mens en natuur.

5

Zelfwerkzaamheid van inwoners, bedrijven en organisaties, zodat zij zelf de uitvoering van duurzame maatregelen in de gemeente Meppel ter hand te nemen.

6

Een sterke Meppeler identiteit door het benutten van haar speciale kwaliteiten als water, historische gebouwen, knooppunt van verbindingen, stad in het open land, de maakindustrie en het respecteren van het waardevolle culturele erfgoed in de gemeente.

7

Wijken en buurten met een hoge leefbaarheid.

8

Bovenregionale verbindingen over water, spoor en weg optimaal benutten; een intensief gebruik van de knooppunten voor voorzieningen en werkgelegenheid.

9

Duurzame werkgelegenheid die past bij de identiteit van Meppel in brede zin.

10

Regionale samenwerking gericht op het plaatsen van bedrijven en bevorderen van recreatie met andere gemeenten en provincies.

Voor onderwerpen als leefbaarheid, klimaatadaptatie en natuurinclusief wordt aangesloten op het beleid zoals dat voor het aangrenzende Transformatiegebied Noordpoort is vastgesteld.

12

Voor ‘groen en water’ in het algemeen is de kadernotitie ‘Zo doen we Groen!, van belang. Hierin is de ambitie genoemd voor ‘Goed groen’, ‘Mijn groen Meppel’ en ‘Gezond groen’. Groen en verhard moeten in balans zijn, groen is zichtbaar en dichtbij. We willen de groene openbare ruimte gebruiken, in elk geval voor even ertussenuit en gezellig verpozen. Gebruik op, aan en in het water willen we stimuleren. Bomen moeten oud kunnen worden en er is ruimte voor toekomstig monumentale bomen. Uitgangspunt is dat het kroonvolume groeit, waarbij de hoeveelheid bomen per inwoner en het kroonvolume per wijk minimaal gelijk blijft. vertrekpunten: -

Goede balans tussen groen en verhard met een hoger percentage groen en toename van boomkroonvolume;

-

Beleefbaar water mogelijk maken

Van belang is de hoeveelheid groen en water, de zichtbaarheid ervan en de verblijfskwaliteit en gebruikswaarde van het groen en water.

3.2.

Leefbaarheid

Bij leefbaarheid gaat het om de sociale veiligheid en samenhang, gezondheid en toegankelijkheid. Functies staan in relatie tot de openbaar toegankelijke ruimte als het gaat om bijvoorbeeld sociale veiligheid, levendigheid en verbinding met de buurt. Gebouw en buitenruimte: -

lokken uit tot bewegen en actieve mobiliteit;

-

bieden plekken voor ontmoeten en ontspannen;

-

creëren een sociaal veilige omgeving door uitstraling, overzicht, licht en sociaal toezicht;

-

dragen bij aan de levendigheid en dynamiek in het gebied;

-

bevorderen de verbinding met de buurt (bewoners en andere functies)

Als het om leefbaarheid gaat vraagt ook het aspect geluid de aandacht. De belasting van het wegverkeerslawaai op de gevels van nieuw te bouwen woningen is op deze locatie van dien aard dat een procedure hogere grenswaarde noodzakelijk is. De Wet geluidhinder heeft het beschermen van de mens tegen geluidshinder als doel en gaat over geluid dat veroorzaakt wordt door wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Zowel hinder als gevolg van wegverkeer als van de zone industrie is op de locatie aan de orde. Het is noodzakelijk de exacte geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw te berekenen. Vervolgens kan een procedure hogere grenswaarde gevoerd worden. De maximaal ontheffingsgrens voor industrielawaai kan daarbij nog beperkend zijn.

13

3.3.

Natuurwaarde

Bij het aspect natuur gaat het om het behouden en versterken van de natuurwaarde op de locatie en haar omgeving. In hoeverre draagt het initiatief bij aan het versterken van de natuurwaarde. Onder natuurwaarde verstaan we: de aanwezigheid en het behoud van plant en dier. In ‘Zo doen we Groen! is de ambitie genoemd voor aaibare natuur in de stad. We zien in de stedelijke omgeving graag typische stadsnatuur, gebonden aan bomen, bebouwing, beplanting, water of ruige hoekjes. Bebouwing kan ook een belangrijke bijdrage leveren aan de natuurwaarde in de stad. Door vooraf bij de planvorming hierover na te denken, kunnen voorzieningen en terreininrichting gericht op natuur vaak eenvoudig toegepast worden. Bij het respecteren en vergroten van de natuurwaarden en de beleving hiervan gaat het om -

het geschikt maken van bebouwing voor stadssoorten (natuurinclusief bouwen)

-

het creëren van natuurwaarde op het erf/terrein (stadsnatuur ontwikkelen)

Het verwachte positieve effect op de natuurwaarde en de beleving ervan, die maatregelen in een plan met zich meebrengen is aangegeven in de tabel in de bijlage. Naast natuurinclusief bouwen vraagt ook de inrichting van de buitenruimte om aandacht voor natuurwaarde. Voor de ontwikkeling van stadsnatuur wordt bijvoorbeeld gekeken naar de natuurlijkheid van beplanting, onderlinge verbondenheid, mate van gelaagdheid in de beplanting en de wijze waarop de natuur beleefd kan worden.

3.4.

Beleid ten aanzien van het Mallegat

In ‘Zo doen we groen’ valt het Mallegat onder de categorie ‘grachten’. Voor de grachten is de ambitie voor de groenblauwe structuur vertaalt in het volgende streefbeeld; De grachten in Meppel worden getypeerd door kademuren en verharde kades. Bruggen, sluizen, aanlegplekken en rolpalen versterken het historische beeld. De grachten worden begeleid door bomenrijen in verharding. We zien graag pleksgewijs uitnodigende ruimtes aan het water. We streven daarnaast naar grotendeels openbare kades, vanaf waar je het water kunt zien. De meeste grachten voldoen aan dit streefbeeld. Het Mallegat heeft echter wel het versterken van de recreatieve verbinding als opgave. Hier missen uitnodigende groene plekken. De opgaven staan beschreven in Opgaven groenblauwe structuur;

14

Opgave 13 van ‘Zo Doen We Groen’ komt voort uit de structuurvisie 2030 en gaat over het versterken van recreatieve verbinding langs de grachten. Hier ligt er een opgave als het gaat om het aantrekkelijker maken en vergroenen van de verbinding langs het Mallegat.

3.5.

Ten aanzien van de locatie

We streven naar een omgeving waar het levendig is en waar bebouwing, functies en openbare ruimte op elkaar zijn afgestemd. In het algemeen moet de locatie onderdeel zijn van een gemengd gebied waar wordt gewerkt, gewoond en ontspannen. We laten ons graag verrassen door nieuwe onverwachte functies die een meerwaarde kunnen zijn voor dit stukje Meppel. Een ondersteunende rol in relatie tot de binnenstad is daarbij een pre. Een schaal en maat passend bij de omgeving Schoolstraat is uitgangspunt. De korrelgrootte is daarbij anders, wat grootschaliger, dan die van de binnenstad. Diversiteit en contrasten in functies, hoogte, volume en uitstraling kenmerken dit gebied. Alzijdigheid van de bebouwing is belangrijk; naar het openbaar gebied toe dienen anonieme situaties vermeden te worden. Ook naar het water toe heeft het gebouw een ‘gezicht’ en toegankelijkheid. Voorkanten zijn naar de openbare ruimte gericht en buitenterreinen zijn zorgvuldig vormgegeven. In het gebied rond de Schoolstraat is sprake van een relatief heldere structuur. Door de richtingsverandering van de Eendrachtetraat wat duidelijker tot uitdrukking te laten komen kan de oriëntatie in het gebied verbeterd worden. Dit wordt bereikt door met het gebouw aan te sluiten op de richtingen uit de omgeving.

We streven in deze omgeving naar versterking van de verblijfskwaliteit door een verdere definiëring van het voetgangersdomein. Ruimtelijk zien we graag een verheldering van de overgang tussen bebouwing en openbaar en meer oriëntatie op de openbare ruimte. De te kiezen oplossing voor het parkeren draagt bij aan de gewenste hoogwaardige uitstraling van de locatie. Een belangrijk aspect voor de ontwikkeling van de omgeving is het toevoegen van verblijfskwaliteit door onder andere groene verblijfsplekken te creëren. De initiatiefnemer wordt uitgedaagd om de nu nog vooral potentiële kwaliteiten ten volle te benutten. Met name als het gaat om de relatie met het Mallegat.

15

4.

Ruimtelijk kader en aspecten

richting uit omgeving / zichtlijnen

basement

opbouw indicatie maximale bouwhoogte in m

ontsluitingspunt auto

groen-blauwe verbindingsroute

10 20

16

Het vorige hoofdstuk ging in op algemeen geformuleerde onderwerpen als het gaat om de gewenste ontwikkeling. Onderwerpen waarvan aan de initiatiefnemer gevraagd wordt zelf invulling te geven. Het onderstaande geeft het ruimtelijk kader waarbinnen de herontwikkeling van de locatie plaats kan vinden. Hier wordt aangegeven binnen welke grenzen de initiatiefnemer ideeën vorm kan geven. Vervolgens wordt aandacht gevraagd voor een representatieve verschijningsvorm van de architectuur aan de hand van een indicatieve beeldvorming.

4.1.

Ruimtelijke opzet

De begrenzing van bebouwing in bouwvlak en bouwhoogte kadert de speelruimte voor de ontwikkeling in. Het bouwvlak wordt gevormd door de richtingen uit de omgeving. Aan de noordzijde is dat die van de Ceintuurbaan. Aan de westzijde de richting van de Heinsiusstraat die vanuit Haveltermade zijn voortzetting vindt in de Eendrachtstraat en aan de zuidzijde, in overeenstemming met de oorspronkelijke opzet van Momsma, de lijn van de Ambonstraat. Hiermee geeft de bebouwing ruimte aan zichtlijnen over de genoemde straten. De bebouwing voegt zich in de bebouwingsstructuur en schaal van de omgeving door aan te sluiten op de bouwhoogte van 2 tot 3 lagen die aan de overzijde van de Ceintuurbaan en het Mallegat aanwezig is. Deze bouwhoogte van ter indicatie max 10 meter vormt het basement. Omdat de locatie van belang is als entree vanaf de Ceintuurbaan naar de binnenstad is een bescheiden ‘landmark’ hier op zijn plaats. Op het basement kan een hoger volume deze rol als landmark vervullen als dit teruggeplaatst wordt uit de gevellijnen van het basement. Het hogere volume domineert zo niet de directe omgeving. Het basement heeft een bemiddelende rol tussen de schaal van het gebouw en die van de omgeving.

17

Langs het Mallegat is de begrenzing van het bouwvlak uit het vigerende bestemmingsplan overgenomen. Hierdoor blijft de bebouwing ruimte geven aan de groenblauwe verbinding langs het Mallegat.

4.2.

Relatie met de openbare ruimte.

De bebouwing is rondom georiënteerd op de openbare ruimte, heeft ‘ogen op straat gericht’. De begane grond heeft een relatie met de openbare ruimte door gebruiksruimtes met zicht op de straatzijde of door de functies zichtbaar te maken. Bebouwing staat, afhankelijk van de functie, met de gevel direct aan de straat of een voorterrein De overgang tussen de bebouwing en het openbaar gebied wordt in ieder geval mee-ontworpen tot de erfgrens. Zo moet er ruimtelijk een aantrekkelijke intermediair tussen gebouw en de openbare ruimte ontstaan. Aan de Eendrachtstraat is een bestemming op de begane grond die ondersteunend is richting binnenstad gewenst. Een begane grond die eenvoudig te transformeren is naar een andere functie door bijvoorbeeld een hogere plint is functioneel toekomstbestendig. Bij wonen op de begane grond zijn de woningen ontsloten vanaf het maaiveld en hebben deze de voordeur en ramen gericht op het openbaar gebied.

4.3.

Verkeer en parkeren

De ontsluiting voor autoverkeer vindt plaats overeenkomstig de bestaande ontsluiting aan de zijde van de Eendrachtstraat. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid wordt de ontsluiting beperkt tot één inrit. Daarbij dient er voldoende afstand tot de kruispunten aangehouden te worden zodat er goed zicht op aankomend verkeer mogelijk is. Langs de Ceintuurbaan en de Eendrachtstraat zijn voetpaden aanwezig die de locatie ontsluiten voor langzaam verkeer. De bebouwing is zodanig gesitueerd dat er voldoende ruimte voor de voetganger aanwezig is. Langs het Mallegat is een verbinding voor langzaam verkeer gewenst. Zo wordt de locatie een schakel in de groenblauwe verbinding tussen, in zuidelijke richting, Mallegatsgracht/binnenstad en, in het noordelijke richting, Oude Vaart/Noorderpark en Wold Aa/ Wandelpark. Voor het aspect parkeren is de parkeernota van de gemeente Meppel van toepassing. Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. In verband met de gewenste representatieve inrichting en uitstraling vindt er geen parkeren voor de bebouwing aan de zijde van de Ceintuurbaan plaats. Langs de Eendrachtstraat is in combinatie met de inrit parkeren voor bezoekers mogelijk. De overige

18

parkeerplaatsen worden aan het zicht vanuit de omliggende wegen onttrokken. Deze zijn bijvoorbeeld omsloten door bebouwing dan wel groen ingepast.

4.4.

Groen en water

Groen in de vorm van beplanting, gras, bomen en groene daken is van belang voor het tegengaan van hittestress. Daarbij helpt het met het reduceren van CO2 in de atmosfeer. Toepassing van groen is ook een antwoord op de wateropgave. Hoe minder het regenwater afgevoerd hoeft te worden hoe beter het is. Om het water zo goed mogelijk vast te houden op de locatie (waterberging) wordt de hoeveelheid verharding zoveel mogelijk geminimaliseerd door bijvoorbeeld de toepassing van halfverharding en groene daken. Als het gaat om de belevingswaarde van water dan is de visuele relatie van de locatie en haar omgeving met het Mallegat van belang. Voor wat de gebruikswaarde van groen betreft bieden plekken aan de zuidzijde en richting Mallegat ruimte om te verpozen. De kruin van een boom telt, als het gaat om de hoeveelheid groen, separaat mee. Deze is extra ten opzichte van bijvoorbeeld onderliggend groen waar de boom in staat. Van belang is wel dat er in het ontwerp rekening gehouden wordt met voldoende ondergrondse en bovengrondse groeiruimte. De buitenruimte nodigt uit tot gebruik en heeft verblijfskwaliteit. Denk daarbij aan zichtbaarheid, toegankelijkheid, schaduwplekken en zo mogelijk bespeelbaarheid.

4.5.

Ruimtegebruik

Om efficiënt met de stedelijke ruimte om te gaan is een inventief, intensief en meervoudig ruimtegebruik gewenst. Zo kan tot kwalitatief hoogwaardige oplossingen gekomen worden. Daken kunnen benut worden, al dan niet in combinatie, voor zonnepanelen, als sedumdaken, voor tuinen en terrassen, parkeren, etc. Ook kan gedacht worden aan collectief gebruik van ruimtes en collectieve oplossingen voor duurzaamheid, parkeren en autogebruik

19

5.

Indicatieve beeldvorming

De locatie is door de ligging aan de Ceintuurbaan en de ontsluiting van de binnenstad zo beeldbepalend dat de bebouwing bij de herontwikkeling een representatieve uitstraling dient te hebben. Dit is een belangrijk criterium. De locatie is dusdanig bijzonder dat een specifiek voor deze locatie ontworpen bebouwing een vereiste is. De gevels ondersteunen de richtingen. Zowel basement als opbouw hebben daarom strakke gevelwanden (in één vlak, zonder grote sprongen, aanbouwen, balkons, erkers of grote onderbrekingen). Verfijning in een geleding van het gevelvlak is wel mogelijk. Buitenruimtes bij de woningen worden als loggia’s uitgevoerd. De gevels hebben een stedelijk karakter. Denk daarbij aan verticale geleding en materialisering. Eventuele geluidwerende voorzieningen maken onderdeel uit van de architectuur. Deze zijn geïntegreerd in de gevel. Een zorgvuldige detaillering, kleur en materiaalgebruik is een vereiste. De bebouwing moet uitstralen te zijn gebouwd voor langere tijd, details moeten duurzaam zijn en materialen moeten mooi verouderen. Het materiaalgebruik is ingetogen in aansluiting op de omgeving.

Groenblauwe verbinding met verblijfswaarde langs het Mallegat en basement

20

Strakke gevels Stedelijke architectuur Duurzaam materiaal

21

Impressie vanuit richting Schoolstraat

Vanuit richting binnenstad

Vanuit het oosten

22

Vanuit het noordoosten

Langs de midden hoogbouw aan de Ceintuurbaan

Vanuit de Ceintuurbaan

23

Vanuit de Ambonstraat

Vanuit het noorden

Vanaf Haveltermade

24

Richting het oosten

Vanaf de rotonde

Vanuit de Schoolstraat

25

bijlage natuurinclusief bouwen en natuurwaarde Onderstaande onderdelen beoordelen we bij het natuurinclusief bouwen. Daarbij geldt de aangegeven maatregel per bebouwingseenheid (woning/bedrijfsruimte).

Minimaal 5 punten te behalen voor natuurinclusief bouwen. Indien het plan meer dan 5 punten behaald dan doen deze extra punten mee in de totale score voor de natuurwaarde.

26

Natuurwaarde De onderdelen natuurinclusief bouwen en stadsnatuur ontwikkelen vormen samen de natuurwaarde.

Scores op natuurwaarde:

27

bijlage Flyer kwaliteitsmanifest

28

29

30

- 35 -

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel Centrumschil, herziening Eendrachtstraat 28

Rapport Projectnummer: 372446 Referentienummer: SWNL0262150 Datum: 10-06-2020

Verkennend bodemonderzoek Eendrachtstraat 28, Meppel

Definitief

Opdrachtgever: Politie Nederland

Sweco Robijnstraat 11 1812 RB Alkmaar Postbus 214 1800 AE Alkmaar Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Alkmaar Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Adviseur Bodem en Ondergrond T M

Verantwoording Titel

Verkennend bodemonderzoek

Subtitel

Eendrachtstraat 28, Meppel

Projectnummer

372446

Referentienummer

SWNL0262150

Revisie

D1

Datum

10-06-2020

Auteur(s) E-mailadres

.nl

Gecontroleerd door Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door Paraaf goedgekeurd

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld bij welke werkzaamheden is afgeweken van de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen. De consequenties hiervan zijn dan toegelicht.

2 (16)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 4

1.1

Algemeen ................................................................................................................. 4

1.2

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................ 4

1.3

Opbouw van het rapport .......................................................................................... 4

2

Vooronderzoek....................................................................................................... 5

2.1

Algemeen ................................................................................................................. 5

2.2

Onderzoekslocatie ................................................................................................... 5

2.3

Bekende bodemkwaliteitsgegevens ........................................................................ 5

2.4

Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................... 6

2.5

Historisch gebruik .................................................................................................... 6

2.6

Resultaten locatiebezoek ........................................................................................ 7

2.7

PFAS ....................................................................................................................... 7

2.8

Conclusies vooronderzoek ...................................................................................... 8

2.9

Onderzoekshypothese en -strategie ....................................................................... 8

3

Veldonderzoek ..................................................................................................... 10

3.1

Onderzoeksstrategie ............................................................................................. 10

3.2

Visuele beoordeling grond ..................................................................................... 10

3.3

Grondwateronderzoek ........................................................................................... 11

4

Laboratoriumonderzoek ..................................................................................... 12

5

Resultaten bodemonderzoek ............................................................................. 13

5.1

Toetsingskader ...................................................................................................... 13

5.2

Mate van bodemverontreiniging ............................................................................ 13

6

Interpretatie onderzoeksresultaten.................................................................... 15

6.1

Verontreinigingssituatie ......................................................................................... 15

6.2

Noodzaak tot vervolgonderzoek ............................................................................ 15

7

Conclusie en advies ............................................................................................ 16

7.1

Conclusie ............................................................................................................... 16

7.2

Advies .................................................................................................................... 16

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Situatie met gaten en boringen

Bijlage 3

Veldonderzoek

Bijlage 4

Analysecertificaten

Bijlage 5

Toetsingstabellen

Bijlage 6

Toetsingskader bodemkwaliteit

Bijlage 7

Kwaliteitsborging

3 (16)

1

Inleiding

1.1 Algemeen In opdracht van Politie Nederland heeft Sweco Nederland B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Eendrachtstraat 28 te Meppel. Voor het verkennend bodemonderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksnormen: · NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek; · NEN 5740:2009+A1:2016 nl – Bodem -Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen verkoop van de locatie. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) noodzakelijk. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek geeft inzicht in de algemene bodemkwaliteit. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.

1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: · het vooronderzoek, de indeling in deellocaties en vaststelling onderzoekshypothese (hoofdstuk 2); · het uitgevoerde veldonderzoek (hoofdstuk 3); · het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 4); · de resultaten van het onderzoek (hoofdstuk 5); · de interpretatie van alle resultaten (hoofdstuk 6); · conclusie en advies (hoofdstuk 7). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.

4 (16)

2

Vooronderzoek

2.1 Algemeen Voor het vooronderzoek is de onderzoekssystematiek gevolgd, behorend bij aanleiding A ''opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek'' uit de NEN 5725. Met het vooronderzoek worden de onderzoeksvragen zoals benoemd in de NEN 5725 beantwoord. De gebruikte informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging. Het vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. 2.2 Onderzoekslocatie De regionale ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage 2. De onderzoekslocatie is op dit moment in gebruik als politiebureau. In tabel 2-1 zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2-1:

Overzicht locatiegegevens

Adres locatie Kadastrale gegevens locatie Eigenaar locatie Coördinaten Oppervlakte locatie (in m²) Huidig gebruik Verhardingen

Eendrachtstraat 28, Meppel MPL00 - A - 9165 Politie Nederland X: 209 248 Y: 524 070 3369 Politiebureau Deels bebouwd, deels klinkerverharding, deels onverhard

2.3 Bekende bodemkwaliteitsgegevens Bij het bodemloket zijn geen bodemonderzoeken bekend ter plaatse van de onderzoekslocatie. Wel zijn twee locatiecodes bekend binnen een straal van 25m rond de onderzoekslocatie. 1. DR011901440 ligt op circa 15 m afstand van de onderzoekslocatie afgescheiden door middel van een brede watergang (Mallegat). De locatiecode wordt als niet relevant beschouwd voor het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van onderzoekslocatie. 2. DR011900611 beslaat een bodemonderzoek uit 1999 ter plaatse van de Schoolstraat (tussen circa 15 en 175 m van de onderzoekslocatie). De locatie heeft bij bodemloket de status ‘voldoende onderzocht’. Er zijn geen verontreinigende activiteiten bekend. Er wordt geen invloed van de locatiecode verwacht op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

5 (16)

2.4 Bodemkwaliteitskaart Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de RUD Drenthe zijn onderstaande gegevens op de locatie van toepassing; de verwachte bodemkwaliteit van bovengrond ter plaatse van de onderzoekslocatie voldoet aan bodemkwaliteitsklasse Wonen. Op basis van de P90 waarden zouden hier licht verhoogde gehalten van kwik, lood, zink en PAK voor kunnen komen. De verwachte bodemkwaliteit van de ondergrond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Op basis van de P90 waarden zouden hier licht verhoogde gehalten van kwik voor kunnen komen. 2.5 Historisch gebruik Uit gegevens van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen blijkt dat de huidige bebouwing dateert uit 1977. Uit historische kaarten blijkt dat de onderzoekslocatie in de periode hier aan voorafgaand in gebruik is geweest als landbouwgebied. Tussen ca 1934 en 1954 heeft er mogelijk een deel van een weg gelegen in de meest zuidelijke punt van het onderzoeksgebied. Tussen 1953 en 1973 lijkt er een gebouw hebben gestaan naast de brug en een toegangsweg te hebben gelegen langs de watergang. De aanwezigheid van resten van voormalige bebouwing, weg of fundatie zouden kunnen duiden op plaatselijke bodemverontreinigingen. Er zijn geen aanwijzingen op dempingen of ophogingen aangetroffen. In onderstaande figuur is de locatie weergegeven op historische kaarten.

1940

1960

1975 Figuur 2-1:

1990 Historische kaarten (topotijdreis)

6 (16)

2.6 Resultaten locatiebezoek Het locatiebezoek is uitgevoerd door Sweco op 25 mei 2020. Een locatiebezoek betreft een inspectie van de locatie gericht op het huidige gebruik, kenmerken die kunnen duiden op bodemverontreiniging en het vaststellen van de mogelijke aanwezigheid van asbest. Bij het locatiebezoek zijn geen bijzonderheden waargenomen op het maaiveld. De verharding rond de bebouwing en op de binnenplaats bestaat uit klinkers. Er worden werkzaamheden uitgevoerd in de openbare ruimte. Foto’s van het locatiebezoek zijn weergegeven in bijlage 3. 2.7 PFAS Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stofgroep bestaat uit ruim 6000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS zijn stoffen die door mensen zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Zij worden al tientallen jaren gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerken voor deze stoffen zijn dat ze mobiel, persistent en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. De stoffen PFOS en PFOA behoren tot de zogenaamde zeer zorgwekkend Stoffen (ZZS).

Door het gebruik over een groot gebied en door emissie/incidenten worden PFAS in Nederland (en Europa) niet alleen bij puntbronnen maar ook als diffuse verontreiniging in de bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. Begin juli 2019 is door de Rijksoverheid een Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van kracht. In dit handelingskader zijn landelijke normen opgesteld voor het toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Daarnaast zijn verschillende vormen van toepassingen nader uitgewerkt. Door Sweco Nederland B.V. is een PFAS-viewer ontwikkeld. In de viewer zijn bronnen aangegeven (zoals brandweerkazernes, bedrijven, luchthavens) die mogelijk een verontreiniging met PFAS kunnen veroorzaken. Uit de viewer blijkt dat er geen PFAS bronnen bekend zijn nabij de onderzoekslocatie. Op ruim 250m van de onderzoekslocatie bevindt zich een brandweerkazerne. Ter plaatse van de onderzoekslocatie worden geen verhoogde waarden aan PFAS verwacht ten opzichte van de diffuse achtergrondbelasting.

7 (16)

Figuur 2-2:

PFAS verdachte activiteiten (PFAS viewer)

2.8 Conclusies vooronderzoek Uit de informatie die verzameld is, zijn de onderstaande conclusies getrokken over de beïnvloeding van de bodem en de verwachting van de bodemkwaliteit. · Op basis van de bodemkwaliteitskaart worden maximaal lichte verontreinigingen verwacht in de bovengrond. · Er zijn geen sterke verontreinigingen bekend ter plaatse van de onderzoekslocatie en geen activiteiten bekend die mogelijk geleid hebben tot sterke bodemverontreinigingen. · Uit historische kaarten blijkt dat er mogelijk bebouwing en/of wegen aanwezig zijn geweest binnen het onderzoeksgebied. Mogelijk zijn er resten van voormalige bebouwing, weg of fundatie aanwezig. Dit betreft met name het zuiden en oosten van het onderzoeksgebied. · Geadviseerd wordt om het onderzoeksgebied op basis van gegevens van historische kaarten te beschouwen als heterogeen verdacht gebied en aandacht te besteden aan zintuiglijke waarnemingen met name in een brede strook langs de watergang. · Er zijn geen aanwijzingen op de aanwezigheid van asbest. Mochten er bij veldonderzoek (puin)restanten van voormalige bebouwing of weg worden aangetroffen wordt wel geadviseerd aanvullend verkennend asbestonderzoek uit te voeren. · De locatie is niet verdacht op verhoogde gehalten aan PFAS.

Op basis van deze bevindingen is de onderzoekslocatie verdeeld in de deellocaties zoals opgesomd in tabel 2-2: Tabel 2-2

Bevindingen vooronderzoek

Deellocatie Gehele locatie

Omschrijving en reden tot wel of niet verdenking van bodemverontreiniging Heterogeen verdacht

2.9 Onderzoekshypothese en -strategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek, zoals beschreven in paragraaf 2.8, zijn in tabel 2-2 de deellocaties met hypotheses gedefinieerd.

8 (16)

Tabel 2-2

Hypothese en onderzoeksstrategie

Deellocatie

Oppervlakte (m2)

Bodemlaag (m -mv)

Hypothese

Strategie

Gehele locatie

3369

0 – 2,0

verdacht

VED-HE-NL

De invulling van de onderzoeksstrategie wordt gegeven in hoofdstuk 3.

9 (16)

3

Veldonderzoek

3.1 Onderzoeksstrategie Het veldwerk voor de onderzoeksstrategie is ingevuld, zoals in tabel 3-1 beschreven: Tabel 3-1:

Uitgevoerd veldwerk Veldwerk Bodem laag (m -mv)

Deel locatie

Opper vlakte (m2)

Strategie

Bovengrond Aantal

Diepte

Ondergrond Aantal

Diepte

Boring met peilbuis Aantal

m-mv

Gehele locatie

0-2

3369

NEN 5740:VED-HE-NL

12

0,5

Diepte m-mv

2

2,0

1

3,20

Het veldwerk is uitgevoerd door Poelsema Veldwerk B.V. (certificaatnummer EC-SIKB02239) op 27 mei 2020. Het veldwerk (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en de bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2018 (zie bijlage 7). Het veldwerk is uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde veldwerkers waarvan de naam vermeld is bij de profielen in bijlage 3. De bemonstering van de peilbuis heeft plaatsgevonden door op 4 juni 2020. De locaties van de boringen, gaten en peilbuis zijn weergegeven in bijlage 2. De boorlocaties zijn bepaald aan de hand van de bevindingen van het vooronderzoek. Bij de uitvoering van het veldwerk zijn geen afwijkingen van de NEN 5740. 3.2 Visuele beoordeling grond Uitvoering Bij het verrichten van boringen is de grond visueel geïnspecteerd op grondsoorten, bodemvreemde bijmengingen en afwijkende kenmerken. De boringen zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 3. Zintuiglijke waarnemingen De resultaten van de visuele inspectie cq de zintuiglijke waarnemingen in de grond zijn opgenomen in tabel 3-2. Tabel 3-2:

Resultaten visuele inspectie en zintuiglijke waarnemingen

Boringnummer

Maximale boordiepte (m -mv)

Diepte (m -mv)

Grondsoort

Zintuiglijke waarneming

04

3,20

0,90 - 1,40

Zand

resten baksteen

05

0,50

0,20 - 0,50

Zand

sporen baksteen

06

0,50

0,20 - 0,50

Zand

sporen baksteen

08

0,60

0,20 - 0,30

Zand

sporen baksteen

11

0,50

0,00 - 0,50

Zand

sporen baksteen

Bemonstering

10 (16)

De opgeboorde en opgegraven grond is bemonsterd per 0,5 m of per te onderscheiden bodemlaag. 3.3 Grondwateronderzoek Uitvoering Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen. Bij de bemonstering zijn de volgende werkzaamheden verricht: · het opnemen van de grondwaterstand in de peilbuis. · het bepalen van de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (Ec) en de troebelheid (NTU) van het grondwater. · het nemen van grondwatermonsters uit de peilbuis. Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen In tabel 3-3 zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3-3:

Resultaten veldmetingen grondwater

Deellocatie

Peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Gehele locatie

04

2,20 - 3,20

1,81

6,8

910

4,9

Een eventueel afwijkende zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) of troebelheid (NTU, Nephelometric Turbidity Units) in het grondwater kan een indicator zijn voor de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Bij een troebelheid >10 moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de concentraties aan relatief zware organische verbindingen beïnvloed zijn door de troebelheid van het water. De in tabel 3-3 weergegeven waarden voor de troebelheid, zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen worden niet als afwijkend beschouwd.

11 (16)

4

Laboratoriumonderzoek

Op basis van de visuele inspectie zijn monsters geselecteerd voor analyse. De monsterselectie is opgenomen in tabel 4-1. Tabel 4-1:

Monsterselectie

Monster

Monstertraject (m -mv)

Boringnummers

Analysepakket

MM01

0,90 - 1,40

04 (0,90 - 1,40)

STAP

resten baksteen

MM02

0,20 - 0,50

05 (0,20 - 0,50) 06 (0,20 - 0,50)

STAP

sporen baksteen

MM03

0,00 - 0,50

11 (0,00 - 0,50)

STAP

sporen baksteen

Motivatie

Het standaardpakket (STAP) grond bestaat uit zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbinfenylen (PCB) en minerale olie. De grondmonsters zijn tevens geanalyseerd op organische stof en lutum, ten behoeve van de toetsing. De grondwatermonsters uit de geplaatste peilbuis zijn geanalyseerd op het standaardpakket grondwater, bestaande uit zware metalen, vluchtige aromaten, vluchtige chloorkoolwaterstoffen en minerale olie. De geselecteerde monsters voor de analyses op de standaardpakketten zijn in het laboratorium van Synlab Analytics & Services B.V. geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn. De analysecertificaten met de resultaten van het laboratoriumonderzoek en een toelichting op de toegepaste analysemethoden zijn weergegeven in bijlage 4.

12 (16)

5

Resultaten bodemonderzoek

5.1 Toetsingskader Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze circulaire. Aanvullend op de Circulaire bodemsanering toetst Sweco ook aan de tussenwaarde, het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde. Deze toetsing geeft, in combinatie met de bodemkwaliteitskaart en locatiespecifieke kenmerken, een indicatie voor de noodzaak tot nader onderzoek. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 5. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6 bij dit rapport.

Niet verhoogd

interventiewaarde Matig verhoogd

tussenwaarde

streefwaarde

grondwater

Licht verhoogd

Sterk verhoogd

interventiewaarde

grond

tussenwaarde

achtergrondwaarde

5.2 Mate van bodemverontreiniging De resultaten van de toetsing ter bepaling van de mate van bodemverontreiniging, zijn samengevat in de tabellen 6-1 en 6-2. De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:

Tabel 6-1:

Toetsing aan de toetsingswaarden grondmonsters (Circulaire bodemsanering)

Monster

Monstertraject (m -mv)

MM01

> AW (+index)

>T

>I

BBK monsterconclusie

04 (0,90 - 1,40)

Koper (0,39) Kwik (0,02) Lood (0,34)

-

-

Klasse industrie

MM02

05 (0,20 - 0,50) 06 (0,20 - 0,50)

-

-

-

Altijd toepasbaar

MM03

11 (0,00 - 0,50)

Zink (0,04) Kwik (-) Lood (0,12)

-

-

Klasse wonen

> AW >T >I Index

: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)

13 (16)

Tabel 6-2:

Toetsing aan toetsingswaarden grondwatermonsters (Circulaire bodemsanering)

Deellocatie

Monstercode

Filterstelling (m -mv)

> S (+index)

>T

>I

Gehele locatie

04-1-1

2,20 - 3,20

Naftaleen (-)

-

-

>S >T >I Index

: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - S) / (I - S)

14 (16)

6

Interpretatie onderzoeksresultaten

6.1 Verontreinigingssituatie Zintuiglijk zijn plaatselijk (boringen 4, 5, 6, 8 en 11) resten baksteen aangetroffen. Uit analyseresultaten blijkt de grond hier niet tot licht verontreinigd met koper, kwik en lood. Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen. 6.2 Noodzaak tot vervolgonderzoek De resultaten van het verkennend onderzoek worden in twee stappen getoetst op de noodzaak tot vervolgonderzoek. Stap 1 betreft de toetsing van de onderzoekshypothese: geven de resultaten aan dat de juiste hypothese gekozen is? En indien niet, is aanvullend verkennend onderzoek nodig om te voldoen aan een andere hypothese? Stap 2 betreft de toetsing van de mate van verontreiniging: zijn de gehalten aan verontreinigende stoffen zodanig hoog dat nader onderzoek nodig is? In de tabel 7-1 is de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld. Tabel 7-1:

Noodzaak vervolgonderzoek chemische parameters Stap 1: toetsing hypothese

Deellocatie

Hypothese

Correct?

Gehele locatie

verdacht heterogeen

ja, want licht verhoogde gehalten

Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese nodig? nee, onderzoeksinspanning voldoende

Stap 2: toetsing mate van verontreiniging Nader onderzoek nodig? Nee, want maximaal licht verhoogde gehalten

15 (16)

7

Conclusie en advies

7.1 Conclusie Ten behoeve van voorgenomen verkoop van de locatie is ter plaatse van Eendrachtstraat 28 te Meppel een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd. Op basis van resultaten uit het historisch vooronderzoek is het onderzoek met de hypothese heterogeen verdacht uitgevoerd. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte bijmengingen waargenomen. Er is geen aanvullend verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Plaatselijk zijn sporen/resten baksteen waargenomen in boven- en ondergrond. Deze monsters zijn analytisch onderzocht op het standaardpakket. Uit de analyseresultaten blijkt dat de baksteenhoudende boven- en ondergrond niet tot licht verontreinigd zijn met koper, kwik en lood. Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen. De bodemkwaliteit van de bovengrond komt overeen met de bodemkwaliteitskaart van RUD Drenthe. De kwaliteit van het ondergrondmonster ter plaatse van boring 4 is iets slechter dan kan worden verwacht op basis van de bodemkwaliteitskaart. De hier waargenomen resten baksteen en lichte verontreiniging met koper, kwik en lood zouden verband kunnen houden met een voormalige weg welke mogelijk tussen circa 1934 en 1954 ter plaatse van boring 4 aanwezig is geweest. 7.2 Advies Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Gezien de resultaten van het verkennend bodemonderzoek op basis van de NEN5740 wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’, strikt genomen juist is gebleken. Gezien de relatief lage gehalten gemeten is er echter geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek met een aangepaste hypothese. Bodemonderzoek wordt in beginsel steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks het feit dat Sweco Nederland B.V. bij de uitvoering van deze werkzaamheden aansluit bij landelijke kwaliteitsrichtlijnen en regelgeving, maakt het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek het niet mogelijk om garanties af te geven ten aanzien van een eventueel beschreven verontreinigingssituatie. Sweco Nederland B.V. accepteert dan ook geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever of derden naar aanleiding van het door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde bodemonderzoek nemen.

16 (16)

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

w m 7 u :1 i t 5 c :1 a 16 l @ 022 a /2 a 8 d /1 n 05 e l s n o . o n r . e m n Regionale ligging

Eendrachtstraat 28, Meppel

Legenda Onderzoekslocatie

Opdrachtgever: Politie Projectnummer: 372446 Status: Definitief Datum: 28-5-2020 Schaal: 1:5.000 Formaat: A4 Getekend: HB - Gecontroleerd: AN 0

50

100

150

200

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

250

300

meter

´

Esri Nederland, Community Map Contributors

\\NLAMSFS004\Project\750\372446_Politie_TEC_afstoot_Franeker\2. Do Work\Assendelft Meppel\Meppel\VBO\GIS 3\Marco_master20112019.mxd 28-5-2020 12:46:42

o

Bijlage 2

Situatie met gaten en boringen

01 x:209227 y:524096

15 x:209246 y:524094

<

<

02 x:209224 y:524087

14 x:209263 y:524088

<

!

03 x:209222 y:524076

!

< 06 x:209253 y:524072

11 x:209277 y:524070

o

w < m u :17 < i t 5 1 c : . ! a 16 < l @ 022 a /2 < a 8 < d /1 n 05 e l < s n o . o n r . e m n <

05 x:209241 y:524065

04 x:209228 y:524057

07 x:209247 y:524055

08 x:209239 y:524046

10 x:209254 y:524044

09 x:209240 y:524035

Legenda < ! . !

Boring tot 0,5 m-mv Boring tot 2,0 m-mv Peilbuis

Onderzoekslocatie

Boorpuntenkaart

Eendrachtstraat 28, Meppel Opdrachtgever: Politie Projectnummer: 372446 Status: Definitief Datum: 26-5-2020 Schaal: 1:500 Formaat: A4 Getekend: HB - Gecontroleerd: AN 0

5

10

15

20

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

25

30

meter

´

Esri Nederland, Community Map Contributors

\\NLAMSFS004\Project\750\372446_Politie_TEC_afstoot_Franeker\2. Do Work\Assendelft Meppel\Meppel\VBO\GIS 3\Marco_master20112019.mxd 26-5-2020 15:41:30

<

12 x:209289 y:524084

13 x:209272 y:524081

Bijlage 3 -

Veldonderzoek

Boorprofielen en legenda Foto’s

Projectnummer: Projectnaam: Boring: Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:

372446-MEPPEL Eendrachtstraat 28 Meppel

01

Boring:

02

27-5-2020 209226,70 524095,96

Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:

27-5-2020 209222,58 524085,44

0

0

bosschage

1 50

50

0

0

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

bosschage Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

1 50

50

Zand, matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, neutraalcreme, Edelmanboor

2 100 3 150

150 4

185

5

200

Boring: Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:

03

Boring:

04

27-5-2020 209220,72 524073,68

Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:

27-5-2020 209228,46 524057,88

0 8

0 1

50

50

klinker

0 8

0

Klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, geen olie-water reactie, neutraalcreme, Edelmanboor

200

1 50

30

2 3

Klinker Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

140

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, resten baksteen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

5 170

6 220

Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, resten wortels, geen olie-water reactie, donker zwartbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, donker zwartbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, beigegrijs, Edelmanboor

7

250

klinker

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalcreme, Edelmanboor

4

200

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

90

100

150

Zand, matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, neutraal beigecreme, Edelmanboor

8

300

320

Boring: Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:

05 27-5-2020 209240,80 524063,93 0 8

0 1

20

2 50

50

klinker

Boring:

06

Boormeester: Datum:

27-5-2020

0 8

0

Klinker

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalbeige, Edelmanboor

2

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen grind, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

50

20

50

klinker Klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen grind, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 1 van 3

Projectnummer: Projectnaam: Boring: Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:

372446-MEPPEL Eendrachtstraat 28 Meppel

07

Boring:

08

27-5-2020 209247,08 524054,30

Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:

27-5-2020 209240,14 524046,11

0 8

0 1

50

50

klinker

0 8

0

Klinker Zand, matig fijn, matig siltig, sporen grind, geen olie-water reactie, neutraalbeige, Edelmanboor

1 2

20 30

3

50

klinker Klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalbeige, Edelmanboor

60

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen grind, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Edelmanboor

Boring:

09

Boring:

10

Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:

27-5-2020 209239,32 524038,87

Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:

27-5-2020 209250,62 524043,87

0

0

bosschage

50

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, resten wortels, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

1 50

Boring: Boormeester: Datum:

11 27-5-2020

0

0

bosschage

50

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, sporen baksteen, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

1 50

0

0

bosschage

50

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, resten wortels, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

0

bosschage

1 50

Boring:

12

Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:

27-5-2020 209278,89 524083,45

0

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, sporen grind, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

1 50 2 100 3

150

120

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraalbeige, Edelmanboor

4

5 200

200

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 2 van 3

Projectnummer: Projectnaam: Boring: Boormeester: Datum:

372446-MEPPEL Eendrachtstraat 28 Meppel

13

Boring:

14

27-5-2020

Boormeester: Datum:

27-5-2020

0

0

bosschage

50

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, resten wortels, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

0

bosschage

1 50

Boring:

15

Boormeester: Datum:

27-5-2020

0

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

1 50

bosschage

50

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

1 50

0

0

50

Schaal (A4): Pagina:

1: 50 3 van 3

Legenda (conform NEN 5104)

grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=ac98cc0c-628d-420b-bcec-69bcf683e841