Bijlage 6. Externe veiligheid
Tekst van het document
Adviesgroep AVIV BV Wethouder Beversstraat 185 7543 BK Enschede
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
Project Datum
224946 28 juni 2022
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
Project
224946
Datum
28 juni 2022
Auteur Review
R.J.J. Fiering A.J.H. Schulenberg
Versie nr.
1
Opdrachtgever
Bureau voor Planvorming & Advies Korenbloemstraat 30 8012 XS Zwolle
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 2.1 Risicobenadering ____________________________________________ 5 2.2 Besluit externe veiligheid transportroutes _________________________ 5 3 Uitgangspunten risicoberekening _________________________________ 9 3.1 Plangebied _________________________________________________ 9 3.2 Spoorlijn Herfte aansl. - Meppel ________________________________ 9 3.3 Rijksweg A32 ______________________________________________ 10 3.4 Bebouwing ________________________________________________ 11 4 Resultaten ___________________________________________________ 12 4.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 12 4.2 Groepsrisico_______________________________________________ 12 4.3 Plasbrandaandachtsgebied ___________________________________ 14 5 Conclusies ___________________________________________________ 15 5.1 Spoorlijn Herfte aansl. - Meppel _______________________________ 15 5.2 A32 _____________________________________________________ 15 Referenties _____________________________________________________ 16 Bijlage 1. Gegevens bebouwing ____________________________________ 17
3
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
1 Inleiding Er bestaan plannen voor de herontwikkeling van het terrein aan de Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel. Het gaat om de realisatie van 40 woningen. De locatie ligt binnen de invloedsgebieden van de spoorlijn Herfte aansl. - Meppel en de rijksweg A32 waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Voor een goede ruimtelijke onderbouwing dienen de risico’s betreffende externe veiligheid in kaart te worden gebracht. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd.
4
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
2 Normstelling externe veiligheid 2.1
Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.
2.2
Besluit externe veiligheid transportroutes Het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is een risiconormering vastgesteld. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de regels opgenomen voor de ruimtelijke ordening [2]. Voor infrabesluiten zijn de regels vastgelegd in de Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten (de Beleidsregels) [3]. Op 1 april 2015 is het Basisnet volledig in werking getreden. Het basisnet bestaat uit een aangewezen aantal routes (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarop het mogelijk moet zijn en blijven om gevaarlijke stoffen te vervoeren. Het doel van het Basisnet is het vastleggen en waarborgen van een duurzame balans tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, de ruimtelijke omgeving en de veiligheid van personen die wonen en werken langs de route. Het Basisnet stelt grenzen aan het risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, vaarwegen en spoorlijnen alsmede aan ruimtelijke ontwikkelingen langs die wegen, vaarwegen en spoorlijnen. Voor elke weg, spoorlijn en vaarweg die deel uitmaakt van het Basisnet, is vastgesteld hoeveel risico het vervoer van gevaarlijke stoffen over die weg, spoorlijn of vaarweg maximaal mag veroorzaken.
De basisnetroutes en deze zogenoemde “risicoplafonds” zijn vastgelegd in de regeling basisnet [4].
5
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
2.2.1
Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Het PR leent zich daarmee goed voor het vaststellen van een veiligheidszone tussen een route en kwetsbare bestemmingen zoals woonwijken. In tabel 1 wordt weergegeven welke normen voor het plaatsgebonden risico van toepassing zijn.
Type object
Omgevingsbesluit
Kwetsbare objecten
Grenswaarde PR 10-6
Beperkt kwetsbare objecten
Richtwaarde PR 10-6
Tabel 1.
Normen plaatsgebonden risico
De grenswaarde moet te allen tijde in acht worden genomen, het bevoegd gezag mag niet van de grenswaarde afwijken. Voor de richtwaarde geldt dat uitsluitend in geval van zwaarwegende belangen (zoals economische) daarvan mag worden afgeweken. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes dienen de afstanden rechtstreeks getoetst te worden aan de risicoplafonds zoals die zijn vastgesteld in de Regeling Basisnet [4]. Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van andere dan de basisnetroutes dienen de afstanden getoetst te worden aan de berekende 10 -6 contour van het plaatsgebonden risico. In veel gevallen is een risicoberekening niet nodig en kan worden volstaan met het toepassen van de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (Hart) [5].
2.2.2
Groepsrisico Indien een plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, wordt in de toelichting bij het bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning in elk geval ingegaan op: De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die transportroute, en Voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die transportroute een ramp voordoet. Als het groepsrisico door een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een transportroute meer dan 10% toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie en groter is dan 10% van de oriëntatiewaarde dient het groepsrisico te worden verantwoord. Dit wordt ook wel aangeduid als de verantwoordingsplicht groepsrisico. In de motivering bij het betrokken besluit moeten ten minste de volgende gegevens worden opgenomen:
6
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
1°. de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan of besluit wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn, en 2°. de als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft; het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan of de vergunning wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de vooren nadelen daarvan.
Oriëntatiewaarde
Figuur 1.
Voorbeeld groepsrisico transportroute
Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde activiteit, kortom de kans op een ramp. Het aantal personen dat in de omgeving van de route verblijft, bepaalt mede de hoogte van het GR. Het GR wordt weergegeven in een zogenaamde fN-curve, op de verticale as staat de cumulatieve kans per jaar f op een ongeval met N of meer slachtoffers en op de horizontale as het aantal slachtoffers. Figuur 1 geeft een voorbeeld.
7
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
Het groepsrisico wordt bepaald per kilometer route en vergeleken met de oriëntatiewaarde. Deze waarde helpt het bevoegd gezag bij de afweging of de kans op een ramp opweegt tegen het maatschappelijk voordeel van het voorgenomen besluit. Het begrip oriëntatiewaarde houdt in dat het bevoegd gezag gemotiveerd kan besluiten een hogere kans op een ramp te accepteren.
8
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
3 Uitgangspunten risicoberekening 3.1
Plangebied Figuur 2 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de spoorlijn Herfte aansl. Meppel (basisnetroute 40). Daarnaast ligt het plangebied in het invloedsgebied van de rijksweg A32. De in de risicoberekeningen gehanteerde uitgangspunten worden in dit hoofdstuk beschreven.
Figuur 2.
Ligging plangebied ten opzichte van spoorlijn
3.2
Spoorlijn Herfte aansl. - Meppel
3.2.1
RBM II Het risico van de transportroute wordt berekend met RBM II versie 2.3, ontwikkeld in opdracht van Rijkswaterstaat voor evaluatie van transportroutes [6]. Voor de berekening zijn de volgende gegevens nodig:
9
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
De transportintensiteit van gevaarlijke stoffen. Trajecteigenschappen zoals de uitstromingsfrequentie, de kans per voertuigkilometer dat een spoorketelwagen met gevaarlijke stoffen betrokken raakt bij een ongeval zodanig dat er uitstroming van de stof optreedt. Het aantal personen dat langs de route blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval. De meteorologische condities: hiervoor is weerstation Eelde gebruikt. 3.2.2
Transportintensiteit Gerekend is met de voorgeschreven vervoersintensiteiten conform bijlage 2 van de regeling Basisnet [4]. Deze worden getoond in tabel 2. Ook de zogenoemde warme/koude Bleveverhouding die is afgeleid uit de samenstelling van de vervoersstroom is een invoerparameter. Bij de risicoberekening wordt standaard aangenomen dat 29% van het transport overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur evenredig verdeeld over de dagen van de week [5]. Hoofdcategorie
Stofcat.
Voorbeeldstof
Brandbaar gas
A
Propaan
1430
Toxisch gas
B2
Ammoniak
910
B3
Chloor
Brandbare vloeistof
C3
Pentaan
5620
Toxische vloeistof
D3
Acrylnitril
1110
D4
Acroleïne
180
Warme/koude
A
Propaan
0.00
Bleve-verhouding
B2
Ammoniak
0.84
Tabel 2.
3.2.3
Aantal
0
Vervoershoeveelheden cf. Regeling Basisnet
Trajecteigenschappen Het te beschouwen deel van de spoorroute valt in de breedtecategorieën 0-24 m en 25-49 m. In de risicoberekening wordt uitgegaan van de standaard uitstromingsfrequentie van 6.07 10-8 /skw-km (spoorketelwagenkilometer) voor een hoge snelheidstraject met wisseltoeslag en de standaard uitstromingsfrequentie van 2.77 10-8 /skw-km voor een hoge snelheidstraject zonder wisseltoeslag.
3.3
Rijksweg A32 Het plangebied ligt op ongeveer 660 m vanaf de rijksweg A32 en daarmee buiten de 200 m zone waarbinnen conform art. 8 van het Bevt verantwoording afgelegd dient te worden over de invloed op het groepsrisico [4]. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van giftige stoffen. Conform art. 7 van het Bevt dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies
10
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet.
3.4
Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de risicobronnen is opgevraagd via de BAG-Populatieservice [7]. Informatie over de toekomstige invulling van de deelgebieden is afkomstig van de opdrachtgever. In bijlage 1 is een gedetailleerd overzicht van de gebieden en aantallen personen opgenomen.
11
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
4 Resultaten 4.1
Plaatsgebonden risico Bij het Basisnet Spoor gelden de afstanden die in bijlage 2 van de regeling Basisnet zijn opgenomen [4]. Voor het traject ter hoogte van de beoogde ontwikkeling is de waarde maximaal 6. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op 6 m vanaf het midden van de spoorbundel niet meer mag bedragen dan 10 -6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plangebied.
4.2
Groepsrisico Tabel 3 toont de hoogte van het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor van 0.11 betekent dat het groepsrisico ongeveer 9 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Figuur 3 toont de groepsrisicocurven van de huidige en toekomstige situatie.
Situatie
Factor t.o.v. OW
Huidig
0.11
Toekomstig
0.11
Tabel 3.
Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
Figuur 3.
Groepsrisicocurven Oriëntatiewaarde Huidige situatie Toekomstige situatie
12
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
Uit tabel 3 en figuur 3 blijkt dat het groepsrisico kleiner is dan de oriëntatiewaarde en niet toeneemt door de voorgenomen plannen. Conform art. 8 van het Bevt kan de verdere verantwoording van het groepsrisico daarom achterwege blijven. Wel dient, conform art. 7 van het Bevt, de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied [2]. Figuur 4 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. Het gedeelte van het traject dat het kilometervak met het maximale groepsrisico omvat, is weergegeven met een lichtblauwe kleur. Geel gemarkeerd zijn de ongevalspunten die de grootste bijdrage leveren aan het groepsrisico. Het dichtstbij gelegen gele punt bevindt zich op ongeveer 200 m ten zuidoosten van het plangebied waarvan de ligging is aangeduid met de zwarte cirkel.
Figuur 4.
Geografische weergave groepsrisico, toekomstige situatie Deel van het traject dat het kilometervak met het hoogste groepsrisico (GR) omvat Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het groepsrisico van dit kilometervak Overige deel van het traject met een GR tussen 0.1 en 1 keer de oriëntatiewaarde Overige deel van het traject met een groepsrisico kleiner dan 0.1 keer de OW
13
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
4.3
Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied tot 30 m van het spoor waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf van het buitenste doorgaande spoor. Volgens de regeling Basisnet geldt voor de spoorlijn Herfte aansl. - Meppel een PAG. Het plangebied meer dan 140 m van de spoorlijn af. Het PAG vormt hierdoor geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied.
14
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
5 Conclusies 5.1
Spoorlijn Herfte aansl. - Meppel Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico is in zowel de huidige als toekomstige kleiner dan de oriëntatiewaarde en neemt niet toe. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied.
5.2
A32 Het plangebied ligt buiten de 200 m zone waarbinnen verantwoording afgelegd dient te worden over de invloed op het groepsrisico. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet.
15
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
Referenties 1.
Ministerie VROM
2004
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, 250
2.
Ministerie I&M
2014
Besluit externe veiligheid transportroutes Stb. 2013, 465
3.
Ministerie I&M
2015
Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten Stct. 2014, 25839
4.
Ministerie I&M
2014
Regeling Basisnet Stct. 2014, 8242
5.
Ministerie I&M
2017
Handleiding risicoanalyse transport, versie 1.2
6.
Impuls Omgevings Veiligheid
2022
BAG-Populatieservice, versie 2022-01. http://populatieservice.demis.nl/
7.
Ministerie I&M
2014
RBM II versie 2.3
8.
IOV
2018
Handleiding populatieservice versie 1.0 juli 2018
9.
Geonovum
2022
www.ruimtelijkeplannen.nl
16
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
Bijlage 1. Gegevens bebouwing Plangebied In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een zorginstelling en een braakliggend terrein. Uit de BAG-populatieservice is uitgelezen dat er gedurende de hele dag 66 personen aanwezig zijn binnen het plangebied [6]. Voor het aantal aanwezige personen in de toekomstige situatie is gebruik gemaakt van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens. Het gaat om circa 40 woningen. Voor de bepaling van het aantal aanwezigen is uitgegaan van 2.4 personen per woning waarvan 50% aanwezig overdag en 100% ’s nachts [8]. Dit resulteert in 48 personen overdag en 96 personen ‘s nachts. De toekomstige invulling van het plan is weergeven in figuur 5.
Figuur 5.
Plangebied Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
17
Externe veiligheid / Commissaris de Vos van Steenwijklaan 10 te Meppel
Omgeving De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de spoorlijn is verkregen via de BAG-populatieservice [6]. Dit is gemodelleerd in figuur 6. Voor de omzetting naar het bevolkingsbestand voor RBM II zijn de drempelwaarden voor alle functies verlaagd naar 25 personen per object. Panden met een personenaantal boven deze waarde worden geleverd als bouwvlak, panden met een personenaantal lager dan deze waarde worden verdeeld over het bevolkingsgrid van 50x50 m. Voor overige instellingen zijn de standaardwaarden gehanteerd. Op basis van de informatie van ruimtelijke plannen zijn sportvelden en recreatiegebieden toegevoegd aan het populatiebestand [9]. Voor de sportvelden wordt aangenomen dat 30 personen per hectare voor 183 dagen per jaar aanwezig zijn [8]. Dit komt neer op 535 personen. Deze zijn voor 8 uur overdag en 4 uur ’s nachts aanwezig verondersteld. Voor de recreatiegebieden wordt aangenomen dat 100 personen per hectare voor 134 dagen per jaar aanwezig zijn [8]. Dit resulteert in 1202 aanwezige personen voor vak 1 en 1460 personen voor vak 2. Deze zijn voor 8 uur overdag en 2 uur ’s nachts aanwezig verondersteld.
Figuur 6.
Gemodelleerde omgeving Meppel
18