Bijlage 5 - Bijlagen bij de Toelichting
Tekst van het document
-
kleiner dan of gelijk aan de Achtergrondwaarde groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Oordeel
78,5 1,9 98 <2,0
78,5 1,9
-
<20 <0,20 <3,0 <5,0 <0,050 <1,5 <4,0 <10 <20
54,25 0,241 7,383 7,241 0,0502 1,05 8,167 11,02 33,22
-
<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35
10,5 17,5 17,5 38,5 17,5 21 122,5
-
-
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245
-
-
<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35
-
3,4
Nr.
*
GSSD
Uitgevoerd
81,6 3,6 96 3,4
2,3
3
1,9 2
Uitgevoerd
82,5 2,8 97 2,3
Verklaring van de gebruikte tekens:
Oordeel
-
1,4
-
BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Uw projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
P04939 Zegelhorstweg 4 in Meppel
Analyse
Eenheid
16-01-2023 2023005786 16-01-2023 19-01-2023
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
1
Oordeel
2
Oordeel
3,6 3,4
1,9 2
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
82,5 2,8 97 2,3
81,6 3,6 96 3,4
78,5 1,9 98 <2,0
<20 <0,20 <3,0 <5,0 <0,050 <1,5 <4,0 <10 <20 <3,0 <5,0 <5,0 <11 7 <6,0 <35 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
<= AW
30 <0,20 <3,0 <5,0 0,051 <1,5 <4,0 <10 <20
<= AW
<3,0 <5,0 <5,0 <11 8,5 <6,0 <35
<= AW
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
<= AW
<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
<= AW <= AW <= AW <= AW <= AW <= AW <= AW
<= AW
<20 <0,20 <3,0 <5,0 <0,050 <1,5 <4,0 <10 <20
<= AW
<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35
<= AW
<= AW
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
<= AW
<= AW
<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
<= AW
<= AW <= AW <= AW <= AW <= AW <= AW <= AW
Legenda Analytico-nr
Monster
Oordeel
1
13330273
BG1 B05 (0-50) B06 (0-50) B08 (0-50) B09 (0-50) B11 (0-40) B12 (0-50)
Altijd toepasbaar
2
13330274
BG2 B01 (7-20) B02 (0-50) B03 (0-30) B04 (0-30) B10 (0-50) B13 (0-50)
Altijd toepasbaar
3
13330275
OG B03 (120-170) B03 (170-200) B08 (100-150) B08 (150-200) B10 (110-160) B10 (160-180)
Altijd toepasbaar
Verklaring van de gebruikte tekens: kleiner dan of gelijk aan de Achtergrondwaarde
Ind.
klasse industrie
Oordeel
2,8 2,3
Nr.
<= AW
3
Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
<= AW <= AW <= AW <= AW <= AW <= AW <= AW <= AW
BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep) Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
P04939 Zegelhorstweg 4 in Meppel
Analyse
Eenheid
23-01-2023 Collin Bosgraaf 2023009931 24-01-2023 26-01-2023
Metalen Barium (Ba) µg/L Cadmium (Cd) µg/L Kobalt (Co) µg/L Koper (Cu) µg/L Kwik (Hg) µg/L Molybdeen (Mo) µg/L Nikkel (Ni) µg/L Lood (Pb) µg/L Zink (Zn) µg/L Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen µg/L Tolueen µg/L Ethylbenzeen µg/L o-Xyleen µg/L m,p-Xyleen µg/L Xylenen (som) factor 0,7 µg/L BTEX (som) µg/L Naftaleen µg/L Styreen µg/L Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan µg/L Trichloormethaan µg/L Tetrachloormethaan µg/L Trichlooretheen µg/L Tetrachlooretheen µg/L 1,1-Dichloorethaan µg/L 1,2-Dichloorethaan µg/L 1,1,1-Trichloorethaan µg/L 1,1,2-Trichloorethaan µg/L cis 1,2-Dichlooretheen µg/L trans 1,2-Dichlooretheen µg/L CKW (som) µg/L Tribroommethaan µg/L Vinylchloride µg/L 1,1-Dichlooretheen µg/L 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/L 1,1-Dichloorpropaan µg/L 1,2-Dichloorpropaan µg/L 1,3-Dichloorpropaan µg/L Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/L Minerale olie Minerale olie (C10-C12) µg/L Minerale olie (C12-C16) µg/L Minerale olie (C16-C21) µg/L Minerale olie (C21-C30) µg/L Minerale olie (C30-C35) µg/L Minerale olie (C35-C40) µg/L Minerale olie totaal (C10-C40) µg/L Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen µg/L
1
GSSD
Analytico-nr
Monster
1
13428717
B10-1-1 B10 (150-250)
Eindoordeel:
kleiner dan of gelijk aan Streefwaarde groter dan Streefwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
S
Streefwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
20 0,2 2 2 0,05 2 3 2 10
50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65
338 3,2 60 45 0,175 153 45 45 433
625 6 100 75 0,3 300 75 75 800
<0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,20 0,21 <0,90 <0,020 <0,20
0,14 0,14 0,14 0,07 0,14 0,21
-
0,2 0,2 0,2
0,2 7 4
15,1 504 77
30 1000 150
-
0,2
0,2
35,1
70
0,014 0,14
-
0,02 0,2
0,01 6
35 153
70 300
<0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,10 <0,10 <1,6 <0,20 <0,10 <0,10 0,14 <0,20 <0,20 <0,20 0,42
0,14 0,14 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,07
-
0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1
0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01
500 203 5 262 20 454 204 150 65
1000 400 10 500 40 900 400 300 130
-
0,2 0,1 0,2
0,01 0,01 0,01
2,5 5 10
630 5 10 20
-
0,6
0,8
40,4
80
<10 <10 <10 <15 <10 <10 <50
7 7 7 10,5 7 7 35
-
50
50
325
600
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
T
* -
Gebruikte afkortingen *
S
150 0,37 3,7 1,4 0,035 1,4 10 1,4 10
Overschrijding Streefwaarde
-
RG
150 0,37 3,7 <2,0 <0,050 <2,0 10 <2,0 10
Legenda Nr.
Oordeel
0,14 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42
0,77 Geen oordeel mogelijk
Verkennend bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
Bijlage 7: Historische informatie
Projectcode: P04939 Versie: Definitief
GEMEENTE
B
V oorwaarden behorende b ij de h in d erw etv erg u n n in g aan v raag van , Z egelhorstw eg 4, 797 1 RX H a v e lte , voor h e t in w e rkin g hebben en houden van een ru n d v e e b e d i f met de d a a rb j behorende m est en ru w v o e d e -o p s la g p la a ts e n aan de Z e g e lho rstw e g te H a v e lte , kadas tr a a l bekend gem eente H a v e te s e c ie K n rs . 342(ged.) en 3 9 5 (g ed .). Voor h e t a a n d ri v e n van m achines w o rd t g e b ru ik gem aakt van e le k t o m o to re n met een to ta a l verm ogen van 12,75 pk. In de in r ic h t n g is te ve n s o p sla g voor 2400 lit e r d ie s e lo lie .
Behoort bij houders d.d
besluit van burgemeester en wet------
---------- -
Q.
1. GEDRAGSVOORSCHRIFTEN. 1.2.
Degene die de inrichting drijft is overigens gehouden te doen en na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om gevaar en schade dan wel hinder buiten de inrichting te voorkomen of te beperken.
1.3.
De inrichting moet te allen tijde in een schone en ordelijke toestand en de opstallen en installaties in een goede staat van onderhoud verkeren.
1.4.
Het aantrekken van insecten, knaagdieren en ongedierte moet zo veel mogelijk wórden voorkomen. Zo vaak de omstandigheden daartoe aanleiding geven, moet doel matige bestrijding van insecten, knaagdieren en ander ongedierte plaatsvinden.
1.5.
Tijdens het pneumatisch vullen van voedersilio 1s moeten maatregelen zijn getroffen om verspreiding van stof buiten de inrichting te voorkomen.. -
1.6.
Ramen van de stallen moeten, voor zover zij geen functie hebben voor de luchtverversing in de stal, gesloten worden gehouden. Deuren moeten gesloten zijn behoudens gedurende het doorlaten van personen, dieren of goederen.
1.7.
Voor de opslag van bestrijdingsmiddelen zijn de artikelen 8 t/m 12 van het "Bestrijdingsmiddelen besluit" van overeenkomstige toepassing.
2. AFVALSTOFFEN.
2.1.
Afvalstoffen mogen in de inrichting niet worden ver brand .
2.2.
Afvalstoffen, niet zijnde snoeihout, bladeren en soortgelijke afvalstoffen, of met afvalstoffen ... verontreinigd water.mogen niet in de bodem worden gebracht of terecht kunnen komen.
2.3.
Afvalstoffen, niet zijnde snoeihout, bladeren en soortelijke afvalstoffen, moeten op gezette tijden uit de inrichting worden afgevoerd. Het afvoeren moet zodanig geschieden dat zich geen afval in of buiten de inrichting kan verspreiden.
2.4.
Het bewaren van afvalstoffen moet op ordelijke en nette wijze geschieden. Van afvalstoffen afkomstige geur mag zich niet buiten de inrichting kunnen verspreiden.
2.5.
Een riolering voor de afvoer van afvalwater moet vloeistofdicht zijn uitgevoerd.
3. BODEMBESCHERMING.
3.1.
Stoffen moeten zodanig worden bewaard en worden gebezigd dat geen verontreiniging van de bodem optreedt.
3.2.
Indien verontreiniging van de bodem met stoffen optreedt of is opgetreden, moet degene die de inrichting drijft: a. deze verontreiniging terstond melden aan het bevoegd gezag; b. het verontreinigen terstond beëindigen en in overleg met het bevoegd gezag de gevolgen ervan zo spoedig mogelijk opheffen.
4. HET HOUDEN VAN DIEREN EN DE OPSLAG VAN MEST. 4.1.
Dunne mest en gier moet worden opgeslagen in een hiertoe bestemde mestdichte opslagruimte. Indien de opslagruimte niet onder een stal is gelegen moet het transport naar de opslagruimte geschieden door middel van een gesloten en mestdicht riool of een daaraan gelijkwaardige voor ziening . Het opslagsysteem mag niet zijn voorzien van een over stort .
4.2.
Behalve tijdens het ledigen moet de opslagruimte door middel van goed sluitende deksels, luiken of een daaraan gelijkwaardige voorziening, gesloten worden gehouden.
4.3.
Spoel- en schrobwater uit de melkrundveehouderij moet worden afgevoerd naar een mestdichte opslagruimte.
4.4.
De in de sta.len aanwezige vaste mest moet zoveel moge lijk dagelijks worden verzameld en overgebracht naar een nietvloeistof doorlatende mestplaat. De stapeling van de mest op deze plaat moet op zodanige wijze geschieden dat alle uitzakkende vocht binnen de (rand van de) plaat wordt opgevangen eh afgevoerd naar de opslagruimte bedoeld in voorwaarde 4.1. De mestplaat moet tenminste 25 m. afstand zijn gelegen van bebouwing van derden en van de openbare weg.
4.5.
Ter vermijding van stankverspreiding en vliegenontwikkeling moet gedurende het tijdvak van 1 april tot 1 oktober, . behoudens tijdens het bijstorten of afvoeren van mest, de opslag van vaste mest zijn en blijven afgedekt, zodanig dat geen licht of lucht wordt toegelaten.
4.6.
Bij het verwijderen van mest of gier mag de omgeving niet worden verontreinigd. Transport van dunne mest of gier moet geschieden in gesloten takwagens. Vaste mest moet getransporteerd worden met behulp van daartoe geschikte transportmiddelen, die op korrekte wijze zijn beladen.
4.7.
Behoudens ter bemesting van grond volgens de normale landbouwpraktijken mag het terrein van de inrichting niet worden bevloeid of op andere wijze van mest of gier worden voorzien.
5.4.
Voor een kuilvoeropslag van gras als bedoeld in voorschrift 5.3. behoeven de maatregelen genoemd onder punt 1 van dit voorschrift niet in acht te worden genomen indien: 1. de kuilvoeropslag is gelegen op ten minste 25 m afstand van een woning van derden of een gevoelig objekt; 2. een analyserapport van de betreffende kuil overgelegd kan worden waaruit blijkt dat de kuil geen stankhinder kan veroorzaken, het geen het geval is bij een droge stofgehalte hoger dan 30% en een boterzuurgehalte in een droge stof lager dan 2,5%, danwel bij een droge stofgehalte hoger dan 30% en een ammoniakfraktie lager dan 25. De monstername en analyses (droge stofgehalte en boterzuurgehalte óf ammoniakfraktie) moeten ten minste 4 weken na het inkuilen zijn verricht door de Stichting Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek te Oosterbeek of de Stichting Bedrijfslaboratorium voor Gewas onderzoek te Leeuwarden.
6. GELUIDHINDER.
6.1.
Het equivalente geluidsniveau (LAeq), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige vast opgestelde toestellen, mag ter plaatse van woningen van derden, andere geluidsgevoelige bestemmingen en - voor zover binnen een afstand van 50 m van de inrichting geen woningen van derden of geluidgevoelige bestemmingen aanwezig zijn - op enig punt 50 m van de inrichting niet meer bedragen dan het referentieniveau ter plaatse met dien verstande dat: -het equivalente geluidsniveau (LAeq) niet meer mag bedragen dan: 50 dB(A) tussen 06.00 en 19.00 uur; 45 dB(A) tussen 19.00 en 22.00 uur; 40 dB(A) tussen 22.00 en 06.00 uur.
6.2.
Onverminderd het gestelde in de voorschriften 6.1. mogen incidentele verhogingen van geluidsniveaus, voor zover deze een gevolg zijn van de in de in richting aanwezige vast opgestelde toestellen en installaties, gemeten in de meterstand "fast" in de regel niet groter zijn dan 10 dB(A) boven de getals waarde van het overeenkomstig 6.1. toegelaten equivalente geluidsniveau (LAeq) en mogen in ieder geval als piekwaarde niet meer bedragen dan: 70 dB(A) tussen 06.00 en 19.00 uur; 65 dB(A) tussen 19.00 en 22.00 uur; 60 dB(A) tussen 22.00 en 06.00 uur.
6.3.
Indien controle op of berekening van de in voorschrift 6.1 en 6.2. vastgestelde geluidsniveaus plaats vindt, moet dit geschieden overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai, IL-HR-13-01" van maart 1981. Ook de beoordeling van de meetresultaten moet over eenkomstig deze handleiding plaats vinden.
6.4.
Indien meteingen ter plaatse van de in voorschrift 6.1. bedoelde woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen dan wel op de in dat voorschrift bedoelde afstand niet mogelijk zijn vanwege stoorgeluidsniveaus kan het bevoegd gezag een nadere eis stellen, inhouden de de vaststelling van referentiepunten waar metingen wel mogelijk zijn en moeten worden verricht. Daarbij kan het bevoegd gezag niveaus vaststellen, die zijn afgeleid van de in voorschrift 6.1 en 6.2. genoemde niveaus.
7. BEPERKEN BRANDGEVAAR EN BRANDBESTRIJDING.
7.2.
De op de tekening aangegeven brandblusser(s) moeten zijn "gloedpoederblusser (s) " met een vulgewicht van tenminste 7 kg. de blusser(s) moeten jaarlijks door een erkend deskundige worden gekontroleerd op deugdelijkheid .
7.3.
De warmte-isolatie materialen welke eventueel in de dakkonstruktie worden gebruikt, moet voldoen aan de eisen volgens de Nederlandse norm (NEN) 3883: brandvoortplanting klasse 1 = kan zeer zwak bijdragen tot brandvoortplanting. rookgetal 5-15 = matige rookontwikkeling in orde van grootte van de gebruikelijke houtsoorten.
8. ELEKTRISCHE INSTALLATIE.
8.1.
De elektrische installatie moet voldoen aan NEN 1010. Indien ruimten aanwezig zijn met gasontploffings gevaar moet de daar aanwezige installatie bovendien voldoen aan NEN 3410 en het elektrische materieel aan NEN 3125, NEN-En 50014 t/m 50020, NEN-EN 50028 en NEN-En 50039.
9. GASDRUKREGEL- EN MEET.'NSTALLATIES EN AARDGASGESTOOKTE INSTALLATIES.
9.1.
De uitvoering van een gasdrukregel- en meetinstallatie en van een aardgasinstallatie als gedefinieerd in NEN 1078, alsmede die van de ruimten, waarin deze installaties zijn opgesteld, moet voldoen aan de Aansluitvoorwaarden Gas 1979 van de Vereniging van Exploitanten van Gas bedrijven in Nederlan (VEGIN), uitgave 1979.
10. BEWARING KI-, K2- EN K3-VLOEISTOFFEN EN CHEMICALIËN IN EMBALLAGE.
10.1.
De verpakking van Kl-, K2- en K3-vloeistoffen en van andere chemicaliën moet dicht zijn, geschikt voor de desbetreffende stof en voldoende sterk. Bewaring van voornoemde stoffen is niet toegestaan op plaatsen die kunnen dienen als vluchtweg in geval van brand of anderszins.
VOORSCHRIFTEN VOOR DE OPSLAG VAN GASOLIE, LICHTE STOOKOLIE EN DIESELOLIE IN BOVENGRONDSE STALEN TANKS MET EEN INHOUD VAN MEER DAN 200 LITER EN TEN HOOGSTE 3.000 LITER.
1. De stijfheid en sterkte van een tank moeten voldoende zijn om schadelijke vervorming als gevolg van overdruk bij vulling of overvulling te voorkomen terwijl de dichtheid onder alle omstandigheden moet zijn verzekerd. 2. De ondersteunde konstruktie van een tank moet uit onbrandbaar materiaal bestaan; op plaatsen waar kans op verzakking bestaat, moet een doelmatige fundatie zijn aangebracht.
3. Een tank moet tenminste 3 m van een gebouw of een bewaarplaats van brandgevaarlijke stoffen zijn verwijderd, tenzij de wand van het gebouw of de bewaarplaats een brandwerendheid bezit van tenminste 60 minuten. De afstand tussen een tank en de erfscheiding moet tenminste 3 m bedragen. De afstand tussen 2 tanks moet voldoende zijn ten behoeve van inspektie en onderhoud. 4. Een tank moet zijn voorzien van een ontluchtingsleiding met een inwendige middellijn van tenminste 30 mm; de ontluchtings leiding moet tegen inregenen zijn beschermd.
5. Indien een vloeistofstandaanwijzer of peilinrichting is aan gebracht, moet deze zodanig zijn ingericht dat het uitstromen van vloeistof uit de tank, ook door verkeerde werking of door breuk, onmogelijk is. 6. In elke aansluiting op een tank beneden het hoogste vloeistof niveau moet zo dicht mogelijk bij de tankwand een metalen afsluiter zijn geplaatst; deze moet zodanig zijn uitgevoerd dat duidelijk is te zien of de afsluiter is geopend, dan wel is gesloten. 7. Het uitwendige van een tank en de leidingen moet afdoende tegen corrosie zijn beschermd. 8. Een tank moet zijn omgeven door een vloeistofdichte omwalling of muur van zodanige hoogte, dat een vloeistofdichte bak ontstaat met een inhoud tenminste gelijk aan de inhoud van de tank; deze omwalling of muur moet voldoende sterk zijn om weerstand te kunnen bieden aan de als gevolg van een lekkage optredende vloeistofdruk. 9. Indien zich binnen de omwalling of muur slechts één tank bevindt, moet de opnamecapaciteit ten minste gelijk zijn aan de tankinhoud; zijn in een ruimte twee of meer tanks opgesteld, dan moet de opnamecapaciteit ten minste gelijk zijn aan de inhoud van de grootste tank, vermeerderd met 10% van de gezamenlijke inhoud van de overige tanks.
10. De bodem binnen de omwalling of muur moet vloeistofdicht zijn.
11. Hemelwater moet regelmatig uit de bak worden afgevoerd door een leiding waarin buiten en zo dicht mogelijk bij de omwalling of muur een afsluiter is aangebracht; deze af sluiter moet gesloten worden gehouden en mag slechts voor het laten afvloeien van hemelwater worden geopend; deze voorzieningen kunnen achterwege blijven, indien boven de vloeistofdichte bak een afdak is aangebracht, zodanig dat geen hemelwater in de bak kan komen, of indien een pompvoorziening is opgenomen die slechts voor het verpompen van hemelwater in bedrijf mag worden gesteld. 12. De gehele installatie van de tank en de leidingen moet vloeistofdicht zijn, hetgeen voor het in gebruik nemen of na een grote reparatie, door een beproeving moet worden aange toond; deze beproeving moet geschieden door de tank en de leidingen geheel met water te vullen; indien bij de beproeving een lekkage of een andere ongerechtigheid wordt gekonstateerd mag de tank niet in gebruik worden gesteld. Voor de beproeving moet tijdig kennis worden gegeven aan het bevoegd gezag, zodat het bevoegd gezug in de gelegenheid is om bij de beproeving aanwezig te zijn.
13. Het vullen van of aftappen uit een tank moet zonder morsen geschieden. 14. Een tank mag slechts voor 95% worden gevuld.
15. Onmiddellijk nadat de vloeistof in een tank is overgebracht en de losslang is afgekoppeld, moet de vulstomp of vulleiding met een goed sluitende dop of afsluiter worden afgesloten. 16. Leidingen, met uitzondering van flexibele verbindingsstukken, moeten zijn vervaardigd van metaal van voldoende mechanische sterkte; de verbindingen moeten onder alle omstandigheden even sterk zijn als de rest van de leiding.
17. De omgeving van een tank moet vrij van brandgevaarlijke stoffen worden gehouden. De begroeiing in de omgeving van de tank moet kort worden gehouden. 18. Een pomp moet zodanig zijn ingericht, dat slechts gedurende een daartoe stekkende opzettelijke bediening, vloeistof uit de pomp kan stromen. 19. Indien geen toezicht wordt gehouden, moet de pomp zijn afgesloten, zodat onbevoegden deze niet in werking kunnen stellen.
bestaande kuilvoerplaten
14.50
woonhuis
_ bergi
wer
hal
machine berging
5.00
[61 31.00
garage
jongvee
1100 m.
.mestopsl.6m3. berging 71
8.00
mg
8.50
jongvee 3
m estopsl, 6 m.
;
Renvoo
. 1koelma c hin 5pk. 2 vaC u Ü m po mp 5pk.
3m elkpom 34pk.
roer vin 1/ 2 pk. dieseloliet ank 1200 I. 6 ven ti la to r 385 w 7 v e n tila to 385 w. 8 veevoeder ! lo 5 m 9 kunstm st i lo 12 3 4
;5
31.00
m aïs p la a t
kuil
latienok f pl aten 240
mestk e ld jrs
Dwarsdoorsnede veestalling
‘ 2/AE
UEA s
gr
d -M u ds d n
f
700
Kadastrale s itu a tie Gem een t e __H avelte
S ct
XK
342
S ch a a l 1:2500
GM
N HAVELT
ING 1
M EN
DE
138
No,
AANVRAAG OM VERGUNNING INGEVOLGE DE HINDERWET VOOR REKENING VAN DHR. ZEGELHORSTWEG 4 HAVELTE. SCHAAL1:250 DATUM: 24.11.1988.
Verkennend en nader bodemonderzoek
Zegelhorstweg 4 in Meppel
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
Colofon Titel:
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
Projectcode: Versie: Datum: Auteur:
P05650 Definitief 28-08-2023 Hans Verboom
Opdrachtgever:
Buro Stedenbouw
Opdrachtnemer:
Telefoon: Email: Website:
Greenhouse Advies BV Huismanstraat 6 6851 GT Huissen 026 2020606 algemeen@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Hans Verboom 0682460347 hans.verboom@greenhouse-advies.nl
Vrijgave projectleider
Kwaliteitsverantwoording onderzoek Soort onderzoek ☐ Indicatief ☒ NEN 5740 ☐ NEN 5707 ☒ NTA 5755 BRL-protocol ☒ 2001 (boorwerkzaamheden handmatig) ☒ 2002 (bemonsteren grondwater) ☐ 2003 (waterbodem) ☐ 2018 (asbest in grond)
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Pagina 2 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
Inhoudsopgave 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 4
1.1
Aanleiding en doel ............................................................................................................................. 4
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid .............................................................................................. 4
1.3
Leeswijzer .......................................................................................................................................... 4
2
Vooronderzoek .................................................................................................................................. 5
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie ......................................................................................................... 5
2.2
Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken .............................................................. 6
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 7
2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie en onderzoeksopzet ................................................................. 8
3
Veldonderzoek ................................................................................................................................... 9
3.1
Verrichte werkzaamheden ................................................................................................................. 9
3.2
Bodemopbouw ................................................................................................................................... 9
3.3
Zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................................. 9
3.4
Veldmetingen grondwater ................................................................................................................ 10
3.5
Waarnemingen in het kader van voorkomen van asbest ................................................................ 10
4
Chemisch onderzoek ....................................................................................................................... 11
4.1
Samenstelling monsters en toegepaste analyses ........................................................................... 11
4.2
Analyseresultaten, toetsing en interpretatie .................................................................................... 11
4.2.1
Resultaten en toetsing standaardpakketten .................................................................................... 11
4.3
Bespreking en interpretatie resultaten ............................................................................................. 12
5
Nader onderzoek ............................................................................................................................. 13
6
Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................................... 16
6.1
Conclusie ......................................................................................................................................... 16
6.2
Advies .............................................................................................................................................. 17
6.3
Algemene opmerkingen ................................................................................................................... 17
Bijlagen Bijlage 1: Kaart regionale ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Overzichtstekening veldwerkzaamheden Bijlage 3: Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen Bijlage 4: Analysecertificaten Bijlage 5: Toetsingskaders Bijlage 6: Toetsingsresultaten Bijlage 7: Historische informatie
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Pagina 3 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
1 Inleiding In opdracht van Buro Stedenbouw is door Greenhouse Advies BV een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek) uitgevoerd, en een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755, ter plaatse van Zegelhorstweg 4 in Meppel. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Meppel, sectie P, perceelnummer 41 gedeeltelijk. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 6.800 m2.
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie van Agrarisch naar Wonen. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het perceel dat de bestemming Wonen krijgt, zodat bij de beoordeling van de bestemmingswijziging rekening kan worden gehouden met de eventueel aanwezige bodemverontreinigingen. Het doel van het nader onderzoek is het vaststellen van de aard en de omvang van de verontreiniging.
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid
Greenhouse Advies BV of andere gelieerde bedrijfsonderdelen van DAGnl zijn geen eigenaar van de locatie en hebben geen binding met de eigenaar. Greenhouse Advies BV heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het onderzoek. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de BRL SKIB 2000 en bijbehorende protocollen. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door een AS3000 erkend laboratorium dat voldoet aan de accreditatiecriteria van de Raad van Accreditatie conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2018.
1.3
Leeswijzer
In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. De rapportage is als volgt opgebouwd: ● ● ● ● ●
Vooronderzoek (hoofdstuk 2); Veldonderzoek (hoofdstuk 3); Chemisch onderzoek (hoofdstuk 4); Nader onderzoek (hoofdstuk 5); Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Pagina 4 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
2 Vooronderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven, hiervoor is de NEN 5725 (strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek) aangehouden. De formele aanleiding conform de NEN 5725 betreft aanleiding A. Opstellen hypothese van de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Het vooronderzoek is met name gericht op het achterhalen van voormalige bodembedreigende activiteiten en eventuele aanwezige bodemverontreiniging ter plaatse of in de nabijheid van het project tot een straal van 25 meter rondom de locatie. Dit resulteert in een hypothese over een mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie.
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
In onderstaande tabel zijn de kadastrale gegevens en andere relevante informatie van de onderzoekslocatie weergegeven. Algemene informatie onderzoekslocatie Adres Gemeente Coördinaten Kadastrale gegevens • Gemeente • Sectie • Perceelnummers Gebruik locatie • Voormalig • Huidig • Toekomstig
Zegelhorstweg 4 in Meppel Meppel X: 211.334, Y: 527.722 • • •
Meppel P
• • •
Agrarisch erf Woonerf Woonerf
41 gedeeltelijk
De onderzoekslocatie ligt in het landelijke gebied ten noorden van de dorpskern Ruinerwold. De onderzoekslocatie betreft een voormalig agrarisch erf, waarop nu nog een woning en een kleine schuur staan, verhard oppervlak met beton en klinkers, en het overgrote deel betreft tuin. Het te onderzoeken perceel heeft een oppervlakte van circa 6.800 m2. Op de onderstaande luchtfoto is de locatie met de globale onderzoeksgrenzen weergegeven. Een tekening met daarop de regionale ligging van de locatie is opgenomen als bijlage 1. Afbeelding: Luchtfoto met globale
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Pagina 5 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
2.2
Historische gegevens en voorgaande bodemonderzoeken
Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ● het landelijk Bodemloket (www.bodemloket.nl); ● website Topotijdreis (www.topotijdreis.nl); ● de gemeente Meppel; ● eerder uitgevoerd bodemonderzoek; ● bodemkwaliteitskaart 2019; ● locatiebezoek door dhr. C. Bosgraaf op 13-06-2023, direct voorafgaand aan de uitvoer van de veldwerkzaamheden. Bodemloket In de landelijke database van het Bodemloket is voor de onderzoekslocatie geen informatie opgenomen. Ook voor de directe omgeving is geen informatie beschikbaar. Topotijdreis Op historische topografische kaarten van Topotijdreis (het Kadaster) is te zien dat de locatie rond het jaar 1900 in gebruik is als agrarisch erf en agrarisch land. Een enkele woning/schuur staat dan al op de locatie. In 1961 is te zien dat de bebouwing op de locatie wat locatie en vorm betreft overeenkomt met het huidige bebouwing. In 1974 staat er een nieuw schuurtje op de kaart tussen het hoofdgebouw en de openbare weg, die in 2006 weer van de kaart verdwijnt. In de jaren daarna veranderd er op de kaart niets meer. Op luchtfoto’s is nog wel te zien dat in 2020 de betonnen fundering voor het kuilgras verdwijnt en er een vijver gegraven wordt.
Gemeente Meppel De gemeente Meppel heeft aangegeven dat voor de bestemmingswijziging van deze locatie een bodemonderzoek uitgevoerd dient te worden waarbij tevens de mogelijke bodembedreigende activiteiten van het agrarische bedrijf worden onderzocht in het kader van de bedrijfsbeëindiging. Bij de gemeente Meppel is een informatieverzoek ingediend om bodeminformatie en de milieuvergunning van het agrarische bedrijf. Van de gemeente Meppel is geen bodeminformatie ontvangen omdat deze waarschijnlijk niet beschikbaar is, wel is informatie opgestuurd van de hinderwetvergunning en een certificaat van een tanksanering. Deze worden hieronder verder toegelicht. Hinderwetvergunning In 1988 is voor de locatie Zegelhorstweg 4 in Havelte (tegenwoordig Meppel) een Hinderwetvergunning aangevraagd voor een melkveehouderij. In de aanvraag wordt melding gemaakt van twee dieseltanks van 1.200 liter. Op 11 april 1989 is de Hinderwetvergunning vergeven, hierin wordt opnieuw melding gemaakt van op slag van 2.400 liter diesel. Op de tekening bij de vergunning is de locatie van de twee tanks weergegeven. Daarnaast is nog een machinewerkplaats (garage) op de tekening aangegeven. Sanering dieseltanks Uit een tanksaneringscertificaat blijkt dat in 2016 twee bovengrondse dieseltanks met een inhoud van circa 1 m3 per stuk zijn gesaneerd en afgevoerd.
Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Op de onderzoekslocatie is zover als bekend niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd. Op het perceel ten noorden van de locatie, wat ook onderdeel van het zelfde agrarische erf is geweest, is in januari 2023 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: In januari 2023 heeft Greenhouse Advies een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het deel van het agrarische erf van de Zegelhorstweg 4 dat ten noorden van de openbare weg is gelegen. Uit het veldonderzoek blijkt dat visueel geen bodemverontreinigingen zijn aangetoond. Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de Wbb blijkt dat in de boven- en ondergrond geen van de onderzochte parameters verhoogd zijn aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Uit de toetsing van de analyseresultaten van het grondwater aan de Wbb blijkt dat de concentratie van barium licht verhoogd is aangetoond ten opzichte van de streefwaarde.
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Pagina 6 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
Bodemkwaliteitskaart In 2019 heeft de RUD Drenthe de nota Bodembeheer 2019 gepubliceerd. Binnen deze nota is de Actualisatie bodemkwaliteitskaart Drenthe van Royal Haskoning DHV opgenomen (referentie BE1656TPRP1905231004, 13-12-2019). Op de functieklassenkaart heeft de onderzoekslocatie de bodemfunctie Landbouw/natuur. Op de bodemkwaliteitskaarten van zowel de boven- als de ondergrond, en zowel de ontgravingskaart als de toepassingskaart heeft de onderzoekslocatie de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. In bijlage 7 zijn de certificaten van de tanksanering en de Hinderwetvergunning weergegeven.
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In de onderstaande afbeelding is de regionale bodemopbouw van de omgeving van de onderzoekslocatie weergegeven. Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B16H1422 van het Dinoloket (www.dinoloket.nl) gekozen. Deze boring is op circa 1,5 km ten noorden van de locatie uitgevoerd.
Afbeelding: Boorbeschrijving boring B16H1422 (bron: Dinoloket)
De regionale bodem bestaat ten opzichte van het maaiveld uit een afwisseling van lagen zand die matig fijn tot matig grof zijn. Dit zandpakket bevindt zicht minimaal tot op een diepte van 25 meter onder het maaiveld. In de omgeving van de onderzoekslocatie vind peilbeheer plaats. Dit betekend dat het een kwelsituatiebetreft, en dus dat het water op het perceel naar de dichtstbijzijnde sloot stroomt en via het oppervlaktewater afgevoerd wordt. Het maaiveld op de onderzoekslocatie ligt op circa +1,4 mNAP (Algemeen Hoogtebestand Nederland).
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Pagina 7 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie en onderzoeksopzet
De onderzoekslocatie wordt onderverdeeld in de volgende deellocaties: A. Vml bovengrondse dieseltanks B. Machinewerkplaats C. Overige terrein D. Beton- en klinkerverharding A. Voormalige bovengrondse dieseltanks In een schuurtje van 5 bij 5 meter hebben twee bovengrondse dieseltanks gestaan die in 2016 zijn gesaneerd. Omdat de tanks dichter dan 5 meter op elkaar hebben gestaan wordt dit als een enkele verdachte locatie beschouwd, waarbij wel een boring ter plaatse van iedere tank wordt geplaatst. De toe te passen onderzoeksstrategie is Verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) uit de NEN 5740. Het oppervlak van de locatie is 25 m2 De verdachte bodemlaag is de bovengrond, en de verdachte parameter is minerale olie. B. Machinewerkplaats Op de tekening van het activiteitenbesluit is een machinewerkplaats (garage) opgenomen. Deze locatie wordt onderzocht met de onderzoeksstrategie Verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) uit de NEN 5740. De oppervlakte van de locatie is circa 24 m2. De verdachte bodemlaag is de bovengrond, en de verdachte parameter is minerale olie. C.
Overige terrein Omdat de verdachte locaties separaat worden onderzocht wordt voor het overige terrein de hypothese Onverdacht van de strategie Onverdacht Niet-Lijnvormig (ONV-NL) uit de NEN 5740 gehanteerd. Het oppervlak van het overige terrein is circa 6.800 m2. D. Beton- en klinkerverharding Op de locatie is beton- en klinkerverharding aanwezig, waarvan onbekend is of er een funderingslaag onder zit. Boringen van deellocatie E. Overige terrein zullen in deze beton- en klinkerverharding worden geplaatst, en als blijkt dat er menggranulaat of puin onder de verharding aanwezig is zal worden opgeschaald naar een asbest in grond onderzoek conform de NEN 5707. Het aantal boringen per laag, het aantal peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. De onderstaande tabel geeft de gehanteerde aantallen weer conform de onderzoeksopzet. Gepland aantal boringen, peilbuizen en analyses in de onderzoeksopzet Onderzoek (deel)locatie hypothese Aantal boringen A. Vml dieseltanks VEP 2 boringen tot 0,5 m-mv 1 peilbuis 2 (2 stuks, 25 m )
Analyses1 2x minerale olie (laag 0,0-0,5 m-mv)
B. Vml werkplaats
2 boringen tot 0,5 m-mv
1x minerale olie (laag 0,0-0,5 m-mv)
1 peilbuis
1x minerale olie in grondwater
12 boringen tot 0,5 m-mv
3 x STAPgrond (laag 0,0-0,5 m-mv)
3 boring tot 2,0 m-mv
2 x STAPgrond (laag 0,5-2,0 m-mv)
1 peilbuis (gecombineerd met tanks)
1 x STAPgrondwater
4 proefboringen (gecombineerd met
2x Asbest in grond
VEP
(24 m2) C. Vml erf
ONV
(ca. 6.800 m2)
D. Beton- en klinkerverharding
Maatwerk
1x minerale olie in grondwater
erf)
1 Standaardpakketten: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC) grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten, (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC).
De bij de boringen opgeboorde grond is in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen. Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Pagina 8 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
3 Veldonderzoek 3.1
Verrichte werkzaamheden
De werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de onderzoeksopzet, met de volgende uitzonderingen: - De betonverhardingen op het erf zijn tijdens de uitvoer van het bodemonderzoek inmiddels verwijderd, en dus zijn geen kernboringen nodig. - Op het erf is (onder de klinkerverharding) geen puin in de bodem aangetroffen, en dus is de analyse op asbest komen te vervallen. - Vanwege het aantreffen van de vreemde rode kleur is een extra analyse op het standaardpakket ingezet. De locaties van de monsterpunten zijn weergegeven in bijlage 2. Het veldwerk is op 13-06-2023 uitgevoerd door dhr. C. Bosgraaf, werkzaam bij Greenhouse Advies BV. Het grondwater is bemonsterd op 23-06-2023, eveneens door dhr. C. Bosgraaf. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de Beoordelingsrichtlijnen ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ (BRL SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Tijdens uitvoering van de boringen is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Door middel van de ‘olie-op-water’-proef is een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen.
3.2
Bodemopbouw
De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen als bijlage 3. Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat het algemene beeld van de bodemopbouw een meter humeus zand als bovengrond betreft, met daaronder een laag veen tot minimaal 2,5 meter diepte. Tijdens de monsterneming is de grondwaterstand aangetroffen op een diepte van 1,10 m-mv.
3.3
Zintuiglijke waarnemingen
In het veld is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld, waarbij geen actieve geurwaarnemingen zijn gedaan. Aansluitend is de grond beschreven en bemonsterd, en zijn de te analyseren (meng)monsters geselecteerd. De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijke waarnemingen van bodemvreemde stoffen beschreven. Zintuigelijke waarnemingen van bodemvreemde stoffen Boring Traject (m-mv) Zintuiglijke waarneming B01 0,40-0,80 Sporen baksteen B02 0,60-1,00 Sporen baksteen B10 0,40-0,50 Sporen baksteen D01 0,90-1,00 Vreemde rode kleur
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Afbeelding vreemde rode kleur:
Pagina 9 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
3.4
Veldmetingen grondwater
Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn in het veld metingen verricht; deze zijn weergegeven in onderstaande tabel. Veldmetingen tijdens bemonstering van het grondwater Peilbuis Datum Datum Grondwater(filterstelling) plaatsing bemonstering stand (m-mv) D01 (1,60-2,60) 13-06-2023 23-06-2023 1,10 W01 (1,60-2,60) 13-06-2023 23-06-2023 1,02
Zuurgraad pH 8,1 7,9
Geleidbaarheid (µS/cm) 1320 1309
Troebelheid (NTU) 18,7 8,7
De troebelheid van het grondwatermonster van peilbuis D01 is hoger dan 10 NTU. Een hoge troebelheid kan invloed hebben op de analyseresultaten. De zuurgraad (pH) en het elektrische-geleidingsvermogen (EGV) wijken niet af van de waarde die in een natuurlijke situatie verwacht wordt. De locaties van de boringen en de peilbuizen zijn weergegeven op de overzichtstekening die is opgenomen als bijlage 2.
3.5
Waarnemingen in het kader van voorkomen van asbest
Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. In de opgeboorde grond is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Opgemerkt wordt dat er geen verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707 (Monsterneming en analyse van asbest in bodem) of NEN 5897 (Monsterneming en analyse van asbest in bouw- en sloopafval en puingranulaat) heeft plaatsgevonden.
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Pagina 10 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
4 Chemisch onderzoek 4.1
Samenstelling monsters en toegepaste analyses
Op aanwijzing van Greenhouse Advies zijn door Eurofins Analytico grondmengmonsters samengesteld. De mengmonsters zijn zo samengesteld dat na uitvoering van de analyses een representatief beeld ontstaat van de milieuhygiënische kwaliteit van de boven en ondergrond en grondwater. In onderstaande is de samenstelling van de geanalyseerde (meng)monsters weergegeven. Samenstelling van geanalyseerde (meng)monsters Monster Motivatie Samenstelling A. Voormalige dieseltanks MO1 BG tank 1 MO2 BG tank 2 D01-1-1 Grondwater B. Voormalige werkplaats MO3 BG werkplaats W01-1-1 Grondwater C. Voormalig erf BG1 BG noord
BG2
BG zuid
OG1
Bijmenging baksteen
OG2 OG3
Vreemde rode kleur OG veen
D01-1-1
Grondwater
Traject (m-mv)
Analyse
D02 (0,00 - 0,50) D03 (0,00 - 0,50) D01 (1,60-2,60)
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 1,60 - 2,60
Minerale olie Minerale olie STAP grondwater
W01 (0,00 - 0,50), W02 (0,20 - 0,50) W03 (0,20 - 0,50) W01 (1,60-2,60)
0,00 - 0,50
Minerale olie
1,60-2,60
Minerale olie
B02 (0,00 - 0,50), B03 (0,05 - 0,20) B06 (0,05 - 0,50), B08 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50), B15 (0,00 - 0,50) B01 (0,00 - 0,40), B04 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50), B10 (0,00 - 0,40) B11 (0,00 - 0,50), B12 (0,00 - 0,50) B01 (0,40 - 0,80), B02 (0,60 - 1,00) B10 (0,40 - 0,50) D01 (0,90 - 1,00) B02 (1,00 - 1,50), B02 (1,50 - 2,00) B03 (1,10 - 1,60), B03 (1,60 - 2,00) D01 (1,50 - 2,00), W01 (1,10 - 1,60) D01 (1,60-2,60)
0,00 - 0,50
STAP grond
0,00 - 0,50
STAP grond
0,40-1,00
STAP grond
0,90-1,00 1,00-2,00
STAP grond STAP grond
1,60-2,60
STAP grondwater2
1: Standaardpakketten: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC) grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten, (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC). 2: Peilbuis is gecombineerd uitgevoerd: deellocatie A. Vml dieseltanks voor minerale olie, deellocatie C. Voormalige erf voor het hele STAP-pakket.
4.2
Analyseresultaten, toetsing en interpretatie
De analysecertificaten van de onderzochte monsters zijn weergegeven in bijlage 4. De toetsingskaders voor de Wet bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) zijn opgenomen in bijlage 5. De resultaten van de toetsing zijn opgenomen in bijlage 6.
4.2.1
Resultaten en toetsing standaardpakketten
In onderstaande tabel wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming (Wbb) en het besluit bodemkwaliteit (Bbk) weergegeven.
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Pagina 11 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
Eindoordeel Wbb en Bbk na toetsing van de analyseresultaten Monster Traject Motivatie Toetsing Wbb (m-mv) Beoordeling A. Voormalige dieseltanks MO1 0,00 - 0,50 BG tank 1 + MO2 0,00 - 0,50 BG tank 2 + D01-1-1 1,60 - 2,60 Grondwater B. Voormalige werkplaats MO3 0,00 - 0,50 BG werkplaats W01-1-1 1,60-2,60 Grondwater + C. Voormalig erf BG1 0,00 - 0,50 BG noord BG2 0,00 - 0,50 BG zuid OG1 0,40-1,00 Bijmenging baksteen OG2 0,90-1,00 Vreemde rode kleur +++ + OG3 D01-1-1 + ++ +++
4.3
1,00-2,00 1,60-2,60
OG veen Grondwater
+ +
Kritieke parameter
Toetsing Bbk Beoordeling
Minerale olie Minerale olie -
N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Barium
N.v.t. N.v.t.
Zink Cadmium, kobalt, koper, kwik, nikkel lood, PAK Kobalt, PAK Barium
Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Niet toepasbaar
Altijd toepasbaar N.v.t.
< Achtergrond-/streefwaarde (niet verontreinigd) > Achtergrond-/streefwaarde (licht verontreinigd) > Tussenwaarde (matig verontreinigd) > Interventiewaarde (sterk verontreinigd)
Bespreking en interpretatie resultaten
Voormalige dieseltanks Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de Wbb blijkt dat in de bovengrond ter plaatse van beide tanks een licht verhoogd gehalte aan minerale olie is aangetoond. In het grondwater is geen verhoogde concentratie van minerale olie aangetoond. Voormalige werkplaats Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de Wbb blijkt dat in de bovengrond ter plaatse van de voormalige werkplaats geen minerale olie boven de detectielimiet is aangetoond. In het grondwater is geen verhoogde concentratie van minerale olie aangetoond. Voormalige erf Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de Wbb blijkt dat in de bovengrond geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarde zijn aangetoond. In de ondergrond is ter plaatse van boring (en peilbuis) D01 een sterk verhoogd gehalte van zink, en een licht verhoogd gehalte van diverse andere zware metalen en PAK zijn aangetoond. In het grondwater is de concentratie van barium licht verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde. Het sterk verhoogde gehalte van zink is aangetoond in een bodemlaag dat een vreemde rode kleur heeft. De veldwerker heeft verteld dat het geen baksteengruis betreft, en dat hij het verder niet kan identificeren. Het is verder in geen van de boringen aangetroffen. Mogelijk betreft het verf.
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Pagina 12 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
5 Nader onderzoek Inleiding In de verkennende fase van het bodemonderzoek is een bodemlaag aangetroffen met een vreemde rode kleurstof. Uit het analytische onderzoek blijkt dat het gehalte van zink in deze bodemlaag boven de interventiewaarde is aangetoond. In dit nader onderzoek zijn aanvullende boringen geplaatst om de bodemlaag horizontaal en verticaal af te perken, zodat de omvang van de verontreiniging in beeld kan worden gebracht. Uit het verkennende bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse van boring D01, op een diepte van 0,90-1,00 mmv zink boven de I-waarde is aangetoond. In het grondwater in diezelfde boring (gws op 1,10 m-mv) is zink niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde. Conceptueel model en onderzoeksstrategie Om het overzicht te bewaren zijn de verschillende punten uit de NTA 5755 hieronder in een tabel weergegeven: Onderdeel Toelichting Sterke verontreiniging rode aarde met zink Oorzaak van de verontreiniging - Gezien de opvallende kleur betreft de verontreiniging waarschijnlijk verf. Omvang van de verontreiniging - Omvang van de verontreiniging is vooralsnog niet bekend. Wel is aangetoond dat de verontreiniging niet in het grondwater aanwezig is. - De locatie betreft: boring D01, op een diepte van 0,90-1,00 m-mv. Ernst van de verontreiniging - Het betreft een interventiewaarde-overschrijding in de grond van zink. De omvang is nog onbekend.
Spoed van de sanering - De urgentie van sanering is nog onbekend. Om de hiaten in het conceptueel model te vullen is een antwoord op de volgende onderzoeksvragen nodig: 1. Wat is de oorzaak van de verontreiniging? 2. Wat is de omvang van de aangetroffen verontreiniging? 3. Is er sprake van eventuele spoedeisendheid? Onderzoeksstrategie De onderstaande tabel bevat de onderzoeksopzet. Onderzoeksvraag 1
2
Type onderzoek Afperkend onderzoek Bureau-onderzoek
Onderzoeksinspanning 1 boring tot 1,5 m-mv (verticale afperking) 4 boringen tot 1,5 m-mv (horizontale afperking) 6 x analyse op zink Uitzoeken oorzaak verontreiniging, en indien het een ernstig geval betreft uitvoeren van een Sanscrit risicobeoordeling.
Beschikbare informatie oorzaak verontreiniging Op de locatie waar de verontreiniging is aangetoond heeft tot zeer recent (luchtfoto van 2022) een klein schuurtje gestaan. Op historische topografische kaarten is dit schuurtje voor het eerst in 1961 te zien, daarvoor is de kaart te onduidelijk om te kunnen vaststellen of het schuurtje al bestaat. Wat wel zeker is dat de locatie al voor het jaar 1900 in gebruik is geweest als agrarisch erf. Uit de vergunning uit 1988 blijkt dat het schuurtje een machineberging van het melkveebedrijf betreft, waarin tevens twee bovengrondse dieseltanks staan. De dieseltanks zijn in 2016 gesaneerd. Gezien de zeer opvallende kleur en het gebruik van de locatie is het mogelijk dat de verontreiniging verf betreft; dit is echter niet zeker. Het moment van ontstaan van de verontreiniging is ook onzeker. Voor het jaar 1900 tot circa 2018 is het erf in agrarisch gebruik geweest. Aangezien het erf meer jaren voor 1987 in gebruik is geweest dan jaren na 1987 wordt aangenomen dat de verontreiniging voor 1987 is ontstaan, en dus dat het een historisch geval betreft.
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Pagina 13 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
Uitgevoerde werkzaamheden Op 21-08-2023 is het veldwerk uitgevoerd door dhr. C. Bosgraaf, en dhr. C. Laurense (in opleiding). Tijdens het veldwerk is gebleken dat in twee van de vier boringen die om de bekende verontreiniging heen stonden visueel de vreemde rode kleur opnieuw is aangetroffen. Daarom is besloten om een nieuwe ronde boringen te plaatsen, en zo verder visueel af te perken. In totaal zijn 12 boringen tot 1,5 meter geplaatst. In verband met fysieke obstakels is de verontreiniging niet geheel visueel afgeperkt, maar wel voldoende om een conclusie over de omvang te kunnen trekken. In de onderstaande tabel is het uitgevoerde veldwerk, zintuigelijke waarnemingen en de analyses weergegeven. Boorpunt Visuele waarneming Monster Analyse D01.1 0,20-0,90 licht rode kleur D01.01 (20-70) (verticale afperking) Zink D01.1 1,00-1,50 geen rode kleur D01.01 (100-150) (verticale afperking) Zink D01.2 0,40-0,90 sterk rode kleur D01.02 (40-90) (horizontale afperking) Zink D01.3 Geen rode kleur D01.03 (50-70) (horizontale afperking) Zink D01.4 Geen rode kleur D01.5 0,70-1,00 sterk rode kleur D01.6 0,60-1,20 sterk rode kleur D01.06 (60-110) (horizontale afperking) Zink D01.7 0,60-1,00 uiterst rode kleur D01.8 Niet uitgevoerd i.v.m.
fysiek obsta- kel D01.9 Geen rode kleur D01.10 Geen rode kleur D01.11 Geen rode kleur D01.12 Matig rode kleur D01.12 (60-100) (horizontale afperking) Zink D01.13 Sporen rode kleur Analyseresultaten en toetsing In onderstaande tabel wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming (Wbb) en het besluit bodemkwaliteit (Bbk) weergegeven. Eindoordeel Wbb en Bbk na toetsing van de analyseresultaten Monster Traject Motivatie (m-mv) D01.01 (20-70) 0,20 -0,70 Verticale afperking boven D01.01 (100-150) 1,00 -1,50 Verticale afperking onder D01.02 (40-90) 0,40 - 0,90 Afperking west D01.03 (50-70) 0,50 - 0,70 Afperking noord D01.06 (60-110) 0,60-1,10 Afperking oost D01.12 (60-100) 0,60-1,00 Afperking noord + ++ +++
Toetsing Wbb Beoordeling +++ ++ -
Kritieke parameter zink zink -
< Achtergrond-/streefwaarde (niet verontreinigd) > Achtergrond-/streefwaarde (licht verontreinigd) > Tussenwaarde (matig verontreinigd) > Interventiewaarde (sterk verontreinigd)
Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de Wbb blijkt dat: - In de bovengrond boven de sterke verontreiniging geen verhoogde gehalten van zink zijn aangetoond boven de achtergrondwaarde. - De sterke verontreiniging in de verticale boringen niet is aangetoond, slechts een tussenwaardeoverschrijding. - De bodemlaag onder de aangetoonde sterke verontreinging ook sterk verontreinigd is met zink.
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Pagina 14 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
Beantwoording onderzoeksvragen en aanvulling conceptueel model Onderdeel Toelichting Sterke verontreiniging rode aarde met zink Oorzaak van de verontreiniging Op de locatie waar de verontreiniging is aangetoond heeft tot zeer recent (luchtfoto van 2022) een klein schuurtje gestaan. Op historische topografische kaarten is dit schuurtje voor het eerst in 1961 te zien, daarvoor is de kaart te onduidelijk om te kunnen vaststellen of het schuurtje al bestaat. Wat wel zeker is dat de locatie al voor het jaar 1900 in gebruik is geweest als agrarisch erf. Uit de vergunning uit 1988 blijkt dat het schuurtje een machineberging van het melkveebedrijf betreft, waarin tevens twee bovengrondse dieseltanks staan. De dieseltanks zijn in 2016 gesaneerd. Gezien de zeer opvallende kleur, en het gebruik van de locatie, is het mogelijk dat de verontreiniging verf betreft. Echter, dit is allerminst zeker.
Omvang van de verontreiniging
Ernst van de verontreiniging
Spoed van de sanering
Projectcode: P05650 Versie: Definitief
Het moment van ontstaan van de verontreiniging is ook onzeker. van voor het jaar 1900 tot circa 2018 is het erf in agrarisch gebruik geweest. Aangezien het erf meer jaren voor 1987 in gebruik is geweest dan na 1987 wordt aangenomen dat de verontreiniging voor 1987 is ontstaan, en dus dat het een historisch geval betreft. - De locatie van de verontreiniging betreft: boring D01. - Horizontaal is de verontreiniging afgeperkt met een oppervlakte van 4,5 m2. Verticaal is de sterke verontreiniging aangetoond van 0,9-1,5 mmv. De verontreiniging is naar de diepte toe nog niet afgeperkt. Zeker is dat de verontreiniging 2,5 m3 betreft, en als de verontreiniging zich dieper bevindt dan 1,5 meter is de omvang groter. De reeds aangetoonde verontreiniging betreft 2,5 m 3, en alleen als de verontreiniging zich dieper bevindt dan 6,5 m-mv kan de 25 m3 grond overschreden worden. Aangezien het ongeroerde veen op 1,0 m-mv begint, is het vrijwel uitgesloten dat deze verontreiniging de 25 m 3 overschrijdt en dus betreft het hoogstwaarschijnlijk geen geval van ernstige bodemverontreiniging. Aangezien de verontreiniging geen geval van ernstige bodem verontreiniging betreft, is er ook geen sprake van saneren met spoed. Opgemerkt wordt dat de verontreiniging zich vanaf 0,9 meter en dieper bevindt, dus dat er ook geen sprake van blootstelling aan de verontreiniging vanaf het maaiveld.
Pagina 15 van 17
Verkennend en nader bodemonderzoek Zegelhorstweg 4 in Meppel
6 Conclusies en aanbevelingen In opdracht van Buro Stedenbouw is door Greenhouse Advies BV een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek) uitgevoerd ter plaatse van Zegelhorstweg 4 in Meppel. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Meppel, sectie P, perceelnummer 41 gedeeltelijk. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 6.800 m2. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie van Agrarisch naar Wonen. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het perceel dat de bestemming Wonen krijgt, zodat bij de beoordeling van de bestemmingswijziging rekening kan worden gehouden met de eventueel aanwezige bodemverontreinigingen.
6.1
Conclusie
Vooronderzoek Uit het historisch onderzoek blijkt dat de locatie al rond het jaar 1900 in gebruik is als agrarisch erf en agrarisch land. Over de decennia breidt het erf zich uit, tot in 2020 op luchtfoto’s is te zien dat de betonnen fundering voor het kuilgras verdwijnt en er een vijver gegraven wordt. Bij de gemeente Meppel is het oude activiteitenbesluit van de voormalige veehouderij opgevraagd. Op het erf is nog niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd. In het activiteitenbesluit worden twee bovengrondse dieseltanks genoemd en een werkplaats. De dieseltanks zijn gesaneerd 2016. Veldonderzoek Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat het algemene beeld van de bodemopbouw een meter humeus zand als bovengrond betreft, met daaronder een laag veen tot minimaal 2,5 meter diepte. In de ondergrond is op enkele plekken sporen baksteen aangetroffen, en in de ondergrond is in een enkele boring een vreemde rode kleur aangetroffen. Het is onbekend wat dit voor stof betreft, mogelijk is het verf. Tijdens de monsterneming is de grondwaterstand aangetroffen op een diepte van 1,10 m-mv. Chemisch onderzoek Uit de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: Voormalige dieseltanks Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de Wbb blijkt dat in de bovengrond ter plaatse van beide tanks een licht verhoogd gehalte aan minerale olie is aangetoond.
In het grondwater is geen verhoogde concentratie van minerale olie aangetoond. Voormalige werkplaats Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de Wbb blijkt dat in de bovengrond ter plaatse van de voormalige werkplaats geen minerale olie boven de detectielimiet is aangetoond. In het grondwater is geen verhoogde concentratie van minerale olie aangetoond. Voormalige erf Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de Wbb blijkt dat in de bovengrond geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarde zijn aangetoond. In de ondergrond is ter plaatse van boring (en peilbuis) D01 een sterk verhoogd gehalte van zink, en een licht verhoogd gehalte van diverse andere zware metalen en PAK zijn aangetoond. In het grondwater is de concentratie van barium licht verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde. Nader onderzoek Uit het nader bodemonderzoek blijkt dat de oorzaak van de verontreiniging onbekend is. De verontreiniging is horizontaal afgeperkt op een oppervlakte van 4,5 m2. Verticaal is bekend dat de bovengrond niet verontreinigd is, en de sterke verontreiniging zich bevindt van 0,9 tot 1,5 m-mv. De omvang van de verontreiniging is minimaal 2,5 m3.