Bijlage 4. Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Verkennend en nader bodemonderzoek Burgemeester Klopperslaan ong. te Meppel Project 2020-0114
projectnummer versie
auteur
2020-0114 1.0 De heer R.A. Fieten
project datum
controle
Burgemeester Klopperslaan ong., Meppel 14 juni 2020 De heer B. Franke
opdrachtgever
Opdrachtgever
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding ................................................................................................................................................. 4
2.
Vooronderzoek .......................................................................................................................................... 5 Werkwijze.......................................................................................................................................................... 5 Locatiegegevens ................................................................................................................................................ 5 Historische informatie ....................................................................................................................................... 6 Geohydrologische gegevens ............................................................................................................................. 9
3.
Uitvoering verkennend onderzoek........................................................................................................... 10 3.1
Hypothese ....................................................................................................................................................... 10
3.2
Onderzoeksstrategie ....................................................................................................................................... 10
3.3
Uitvoering veldwerk ........................................................................................................................................ 10
3.4
Zintuigelijke waarnemingen ............................................................................................................................ 11
3.5
Uitvoering laboratoriumonderzoek ................................................................................................................ 11
4.
Resultaten verkennend onderzoek .......................................................................................................... 14 4.1
Analyseresultaten grond ................................................................................................................................. 14
4.2
Analyseresultaten Asbest ................................................................................................................................ 15
4.3
Analyseresultaten grondwater ........................................................................................................................ 16
5.
Uitvoering nader bodemonderzoek ......................................................................................................... 18 5.2
Conceptueel model ......................................................................................................................................... 18
5.3
Vaststellen onderzoeksstrategie ..................................................................................................................... 18
5.4
Uitvoering veldwerkzaamheden ..................................................................................................................... 19
5.5
Uitvoering laboratoriumonderzoek ................................................................................................................ 20
6.
Resultaten nader onderzoek .................................................................................................................... 22 6.1
Analyseresultaten grond PAK-verontreiniging ................................................................................................ 22
6.2
Analyseresultaten grondwater PAK-verontreiniging....................................................................................... 23
6.3
Analyseresultaten mogelijke asbest-verontreiniging ...................................................................................... 25
7.
Pagina
Conclusies ................................................................................................................................................ 27 5.1
Resultaten grond ............................................................................................................................................. 27
5.2
Resultaten grondwater ................................................................................................................................... 28
5.3
Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................................................... 28
2 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
8.
Betrouwbaarheid onderzoek ................................................................................................................... 29
Bijlagen
Pagina
1.
Locatiekaart
2.
Situatieschets
3.
Boorprofielen
4.
Toetsing analyseresultaten
5.
Analyserapporten laboratorium
6.
Achtergrond-, streef- en interventiewaarden
7.
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ‘niet verdachte’ locaties
3 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
1.
Aanleiding
In opdracht van Bureau voor Planvorming en Advies en Nijhuis Noord heeft Lycens B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Burgemeester Klopperslaan ong. te Meppel. Het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Meppel, sectie B, nummers 1855, 1873 en 2272 en heeft een totale oppervlakte van 6660 m2. Voor de ligging van deze locatie wordt verwezen naar bijlage 1, de locatiekaart.
De aanleiding voor het onderzoek is de geplande planologische procedure en de geplande herinrichting van de locatie.
Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren welke consequenties kunnen hebben voor de geplande planologische procedure en de geplande herinrichting van de locatie. Hiervoor is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater beoordeeld door het verrichten van een aantal boringen en het analyseren van een aantal grond- en grondwatermonsters.
Het onderzoek is conform de Nederlandse Normen "Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek" (NEN5740) en “Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond” (NEN5707) uitgevoerd.
In hoofdstuk 2 worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven. De opzet van het onderzoek wordt in hoofdstuk 3 en de verrichte veld- en laboratoriumwerkzaamheden worden in hoofdstuk 4 beschreven. In hoofdstuk 5 en 6 worden de resultaten van het uitgevoerde nader onderzoek beschreven. Tot slot worden in hoofdstuk 7 de resultaten en conclusies van het uitgevoerde onderzoek weergegeven en worden aanbevelingen geformuleerd.
Pagina
4 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
2.
Vooronderzoek Werkwijze
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN5725:2017. Conform deze norm bepaald de aanleiding van het onderzoek de minimale onderzoeksaspecten. In onderstaande tabel zijn deze onderzoeksaspecten per aanleiding weergegeven. In onderhavige situatie is sprake van aanleiding A. (Bodemonderzoek). Tabel 2.1: Onderzoeksaspecten in relatie tot aanleiding van het onderzoek
Locatiegegevens
2
Bodemopbouw en geohydrologie
3
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
4
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Terreinverkenning
5
Optioneel
G: Tijdelijke uitplaatsing
F: Ontgraven of toepassen van grond
E: Opstellen bodemkwaliteitskaart
D: Partijkeuring
B: Nul-/eindsituatie onderzoek
A: Bodemonderzoek
1
C: Toepassen grond of baggerspecie
Aanleiding tot vooronderzoek
Onderzoeksaspecten
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. Bodemkwaliteitskaart O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht? Verplicht
Het doel van het vooronderzoek is om op basis van minimaal de verplichte aspecten in tabel 2.1 inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw, het (historische) gebruik van de locatie, de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende activiteiten c.q. situaties en de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging.
Locatiegegevens De onderzoekslocatie bevindt zich in het oostelijke deel van het centrum van Meppel. De locatie zelf is onverhard en braakliggend. In de directe omgeving is voornamelijk sprake van woningbouw. Direct ten oosten van de locatie is de Burgemeester Klopperslaan gelegen alsmede de spoorlijn Zwolle – Heerenveen. In tabel 2.2 op de volgende pagina zijn de algemene locatiegegevens weergegeven. Op basis van de door de opdrachtgever beschikbaar gestelde gegevens verklaart Lycens B.V. dat de onderzoekslocatie geen eigendom is van Lycens B.V. of een aan Lycens B.V. gerelateerd bedrijf.
Pagina
5 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
Tabel 2.2: Locatiegegevens Locatie
Burgemeester Klopperslaan ong. te Meppel
Ligging locatie
In het oostelijke deel van het centrum van Zwolle
Kadastrale gegevens
Meppel, sectie B, nummers 1855, 1873 en 2272
Oppervlakte
Circa oppervlakte 6660 m2
Topografische aanduiding
Coördinaten: X: 209.791, Y: 523.488
Gebruik locatie - voormalig
Weiland
- huidig
Braakliggend
- toekomstig
Wonen met tuin (appartementen)
Opdrachtgever
Bureau voor Planvorming & Advies, Nijhuis Noord
Overige belanghebbenden
Geen
Historische informatie Onderstaand is een overzicht gegeven van de geraadpleegde bronnen. Er is van uitgegaan dat de geleverde informatie juist en volledig is. Lycens B.V. is niet aansprakelijk voor onjuiste of onvolledige informatie die door derden is verstrekt. Bron: •
Regionale Uitvoeringsdienste Drenthe / Gemeente Meppel
•
Opdrachtgevers: Bureau voor Planvorming & Advies, Nijhuis Noord
•
Bodematlas Provincie Drenthe
•
www.bodemloket.nl
•
https://bagviewer.kadaster.nl
•
www.topotijdreis.nl
•
https://topokaartnederland.nl/
•
http://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Archeologie-in-Nederland&profileName=Viewer#
•
www.BROloket.nl
•
www.grondwatertools.com
•
https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/handboek-water/thema-s/grondwater/achtergrond/
Historisch gebruik Voor het historisch onderzoek zijn de topografische kaarten vanaf 1832 bestudeerd. Hieruit blijkt dat de onderzoekslocatie en directe omgeving daarvan tot 1940 in agrarisch gebruik zijn geweest. De ten zuiden gelegen bebouwing is vanaf 1851 al zichtbaar.Wel is vanaf 1916 een trambaan te zien op enige afstand ten oosten van de onderzoekslocatie. Rond 1934 is de Burgemeester Klopperslaan aangelegd. In 1940 is het (inmiddels gesloopte) schoolgebouw gebouwd. Rond die periode is ook de directe omgeving ontwikkeld. In 2008 is de bebouwing gesloopt, daarna is het terrein braakliggend. De terreinindeling is sindsdien niet significant gewijzigd.
Pagina
6 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
Informatie Gemeente Meppel Uit het historisch onderzoek blijkt dat er voor zover bekend op de onderzoekslocatie geen onder- of bovengrondse tanks aanwezig zijn, of zijn geweest. Voor zover bekend hebben er op de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden.
Verkennend bodemonderzoek Op het perceel aan de Burgemeester Knopperslaan 3 (huidig kadastraal perceelnummer: 1873) heeft in 2004 een verkennend bodemonderzoek plaats gevonden door De Straat Milieu-adviseurs B.V.. Het onderzoek is op 20 februari 2004 gerapporteerd onder kenmerk: B04K0034. Aanleiding voor het onderzoek was de geplande herontwikkeling van deze locatie. Opgemerkt dient te worden dat enkel uitpandige boringen zijn geplaatst. Op het terrein staat ten tijde van het onderzoek een kantoorpand. Het uitgevoerde historisch onderzoek geeft geen blijk van verdachte deellocaties of activiteiten. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond (conform de destijds geldende normen) licht verontreinigd is met kwik, lood, zink, minerale olie en PAK. De ondergrond is eveneens licht verontreinigd met kwik en PAK. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte chroom gemeten. De oorzaak van de licht verhoogde gehalten wordt toegeschreven aan het gebruik van het terrein door de jaren heen.
Verkennend bodemonderzoek Op het terrein aan de Burgemeester Knopperslaan 1 (direct ten ten zuiden en oosten van de huidige onderzoekslocatie) is in het kader van de geplande herontwikkeling in 1994 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport is in augustus 1994 opgesteld door Oranjewoud (kenmerk: 16546-62161). Aanleiding voor het onderzoek was de geplande herontwikkeling van het terrein. Op het terrein was ten tijde van het onderzoek een sportschool gevestigd. Het uitgevoerde historisch onderzoek geeft geen blijk van verdachte deellocaties of activiteiten. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met lood en zink. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten xylenen, naftaleen en Fenolindex gemeten.
Verkennend bodemonderzoek Het uitgevoerde historisch onderzoek geeft geen blijk van verdachte deellocaties of activiteiten. In het kader van de geplande transactie is op het perceel aan Het Vledder 5 door Oranjewoud een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is op 30 juli 1997 gerapporteerd onder kenmerk: 16546-63535. Het uitgevoerde historisch onderzoek geeft geen blijk van verdachte deellocaties of activiteiten. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met koper, lood, zink en PAK. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom, nikkel, zink en tetrachlooretheen.
Pagina
7 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
Historisch onderzoek Door Royal Haskoning is op 15 mei 2000 een Historisch onderzoek in de gemeente Meppel gerapporteerd onder kenmerk: H2570.AO/R001/RHW,SRO/AHA. Doelstelling van het onderzoek is het inventariseren van bodembedreigende activiteiten op voormalige bedrijfslocaties. Uit dit onderzoek is van belang voor onderhavig onderzoek: de locaties aan de Gasgracht. Vermeld dient te worden dat de percelen aan de Gasgracht in het verleden zijn omgenummerd. Uit de rapportage blijkt dat op het perceel aan de Gasgracht 25 van 1912 tot 1929 een handel in petroleum en bijproducten op de locatie gevestigd was. Op het perceel aan de Gasgracht 27/28 (huidig 23 en 24) blijkt een pakhuis aanwezig geweest te zijn. Nadere informatie ten aanzien van dit pakhuis is echter niet gevonden. Ter plaatse van Gasgracht 30, 32 en 34 (huidig Gasgracht 29) is van 1923 tot 1959 een Brandstoffenhandel aanwezig geweest. Op het huidige perceel aan de Gasgracht 32 was een brandstoffen bergplaats gevestigd. Volgens de historische vereniging “Stichting Oud Meppel” handelde dit bedrijf eveneens in kolen. Deze kolenhandel bevond zich nabij het huidige adres Gasgracht 29. Uit het in 1994 uitgevoerde bodemonderzoek (Consulmij B.V.) blijkt dat dit perceel een sterke bodemverontreiniging bevat met PAK, fenolen en minerale olie.
In 1999 heeft een bodemsanering plaats gevonden en is een nieuw appartementencomplex gebouwd. Betreffend perceel bevindt zich direct ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie.
Saneringsplan Ten behoeve van de geplande herontwikkeling is door Milieu Adviesbureau Nillesen een saneringsplan opgesteld. Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken (Consumij, kenmerk:N.940.012, maart 1994 en kenmerk: N.940.036, april 1994) blijkt dat de bovengrond op het gehele terrein verontreinigd is met PAK, afkomstig van een vervuilde ophooglaag. Daarnaast bevindt zich in de ondergrond een sterke verontreiniging met PAK, fenolen en minerale olie afkomstig van creosoot, vermoedelijk vrijgekomen bij het creoseren van de (inmiddels gesloopte) schuur. Het grondwater was licht verontreinigd met PAK. Het saneringsplan voorziet in een multifunctionele sanering.
Evaluatierapport Op 11 mei 199 is door Mijnia – Van Dorsser raadgevende ingenieurs B.V. een evaluatierapport (kenmerk: 5981154.R02) opgesteld naar aanleiding van de uitgevoerde saneringswerkzaamheden. Uit het evaluatierapport blijkt dat de bovengrond op het gehele perceel is ontgraven en afgevoerd. Er is ontgraven tot zintuiglijk geen puin of kolengruis meer aanwezig was. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de ondergrond nog hooguit een licht verhoogd PAK-gehalte (maximaal 2,0 mg/kg d.s.) is gemeten.
Tevens is de creosootverontreiniging ontgraven tot maximaal 2,8 m-mv. Op basis van de analyseresultaten (licht verhoogde gehalten) is de gerealiseerde ontgraving in noordelijke richting uitgebreid. Uit de tekening blijkt dat tot circa 1,5 meter op de huidige onderzoekslocatie is ontgraven. Uit de eindmonsters blijkt dat in de aanvullend uitgekeurde wand en bodem (conform huidige toetsingskaders) geen verhoogde gehalten PAK en minerale olie zijn gemeten.
Pagina
8 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
De ontgraving is vervolgens aangevuld met schoon zand. Aanvullend is een controlepeilbuis geplaatst. Uit de analyse van het grondwater uit deze peilbuis blijkt dat in het grondwater geen verhoogde gehalten minerale olie, PAK en fenolen zijn gemeten. Na sanering bestond geen belemmering voor de geplande herontwikkeling van het terrein.
Provinciale bodematlas Volgens de provinciale bodematlas zijn ter plaatse van en in de directe omgeving van de onderzoekslocaties geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Ook is voor zover bekend geen sprake van verontreinigingen, saneringen en/of zorgmaatregelen.
Conclusie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie, ondanks de licht verhoogde gehalten zware metalen en PAK in de directe omgeving, ten aanzien van chemische parameters als onverdacht te beschouwen. Ten aanzien van asbest is de locatie eveneens als onverdacht te beschouwen.
Geohydrologische gegevens Uit de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst Grondwaterverkenning TNO) zijn de volgende (hydro)geologische gegevens afkomstig:
Ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat de bodem tot circa 14 m–mv uit zandige afzettingen. Daaronder bevindt zich een scheidende laag bestaat uit klei en leem. Tot circa 90 m-mv bestaat de bodem vervolgens uit matig grof tot uiterst grof zand.
De stroming van het freatische grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal in westelijke richting. Lokaal kan de grondwaterstroming van deze richting afwijken. De onderzoekslocatie bevindt zich voor zover bekend niet in een grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied en/of boringvrije zone.
Pagina
9 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
3.
Uitvoering verkennend onderzoek
3.1
Hypothese
Chemische parameters In het kader van de NEN5740 is een hypothese gesteld over het karakter van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2) wordt de locatie beschouwd als "onverdacht". De hypothese vormt het uitgangspunt van de gevolgde onderzoeksstrategie tijdens dit onderzoek.
Asbest In het kader van de NEN5707 is een hypothese gesteld over het karakter van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de locatie beschouwd als onverdacht. Uit de resultaten van het vooronderzoek is ten aanzien van asbest ter plaatse van de onderzoekslocatie echter geen bodembelasting of verontreinigingsbeeld af te leiden. Derhalve kan de onderzoekslocatie onderzocht worden volgens de strategie voor een kleinschalig onverdachte locatie met een kleinschalige verkaveling/wisselend gebruik.
3.2
Onderzoeksstrategie
Op basis van de gestelde hypothese wordt de locatie onderzocht conform de strategie voor een ‘onverdachte nietlijnvormige locatie’ (ONV-NL). De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 6600 m². Conform de gehanteerde onderzoeksstrategie kan afgeleid worden dat in totaal twaalf boringen tot 0,5 meter diepte, drie boringen tot circa 2,0 m-mv of de heersende grondwaterstand en één boring tot circa 1,5 meter onder de heersende grondwaterstand uitgevoerd moeten worden. De boring tot onder de grondwaterspiegel zal met een peilbuis worden afgewerkt voor het grondwateronderzoek. De peilbuis zal ter controle van de in 1999 uitgevoerde saneringswerkzaamheden ter plaatse van de op de onderzoekslocatie gerealiseerde sanering geplaatst worden.
Voor het asbestonderzoek conform NEN5707 worden de ondiepe boringen vervangen door gaten met een afmeting van circa 0,3x0,3 x0,5 meter (lxbxd).
3.3
Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd op 25 maart 2020 door de heer B.A. Jansen van Lycens B.V.. De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat (K46918/10) uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000: ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ en de daarbij behorende protocollen. In verband met de volledige begroeiing ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen maaiveldinspectie uitgevoerd.
Pagina
10 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
Vervolgens zijn in totaal zestien boringen verricht en/of gaten gegraven. Hiervan zijn twaalf gaten verricht tot circa 0,5 m-mv, drie gaten doorgezet tot circa 2,0 m-mv en één boring tot circa 2.5 m-mv welke is afgewerkt met een peilbuis. Opgemerkt dient te worden dat deze boring is gestaakt op een storende laag waardoor het niet mogelijk was het filter dieper te plaatsen. Het filter van de peilbuis staat op een diepte van circa 1,5 tot 2,5 m-mv.
De peilbuis is na plaatsing op 25 maart 2020 en voor bemonstering conform NEN5744:2011 op 6 april 2020 door de heer B.A. Jansen doorgepompt. De posities van de onderzoekspunten zijn op de tekening in bijlage 2 weergegeven.
Het vrijkomende materiaal is zintuiglijk beoordeeld op samenstelling, geur, kleur en overige bijzonderheden die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. De resultaten zijn samengevat beschreven in paragraaf 3.4. De uitgetekende bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.
3.4
Zintuigelijke waarnemingen
Tijdens de maaiveldinspectie zijn op het maaiveld van de locatie geen asbestverdachte materialen of overige bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging.
Uit de bodemprofielen blijkt dat de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat uit matig fijn zand in de bovengrond tot matig fijn zand in de ondergrond. Enkel ter plaatse van boring 2 is in de ondiepe ondergrond een sterk zandige veenlaag aangetroffen. Verspreid over de locatie zijn tijdens het uitvoeren van het veldwerk tot een diepte van circa 1,0 m –mv puin- en kolengruishoudende lagen waargenomen. Plaatselijk is glas en plastic in de bodem waargenomen. Er zijn geen asbestverdachte (plaat)-materialen aangetroffen in de bodem.
Ter plaatse van de in het verleden uitgevoerde sanering is van 1,5 tot 2,5 m-mv een sterke olie/water-reactie en een matige carbolineumgeur waargenomen.
Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is een gemiddelde grondwaterstand waargenomen van circa 1,5 m -mv. De grondwaterstand kan afhankelijk van seizoen en positie op de locatie variëren.
3.5
Uitvoering laboratoriumonderzoek
Bij de uitvoering van het laboratoriumonderzoek is de gehanteerde onderzoeksstrategie in de NEN5740 en NEN5707 als leidraad gebruikt (bijlage 7). Het onderzoek met betrekking tot chemische parameters is uitgevoerd door het laboratorium "Eurofins Analytico B.V." te Barneveld. Het onderzoek met betrekking tot asbest is uitgevoerd door het laboratorium "ACMAA Laboratoria B.V." te Deurningen. Beide laboratoria zijn geaccrediteerd volgens de AS3000. Voor het inschatten van de risico's van eventueel aanwezige verontreinigingen zijn de chemische analyseresultaten (meetwaarden) van het laboratorium gestandaardiseerd (GSSD) en vervolgens getoetst aan de streef-, achtergronden interventiewaarden bodemsanering (bijlage 6).
Pagina
11 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
Het toets resultaat wordt weergegeven als index en geeft de verhouding weer tussen het gemeten gehalte en de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. Met betrekking tot asbest zijn daar waar noodzakelijk de gewogen asbestconcentraties bepaald.
Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond en het grondwater zijn twee mengmonsters van de bovengrond, twee mengmonsters van de ondergrond en één grondwatermonster chemisch-analytisch onderzocht op het standaardpakket (bijlage 7). Tevens is de zintuiglijk verontreinigde ondergrond separaat geanalyseerd op het standaardpakket. Naar aanleiding van de historische informatie en zintuiglijke waarnemingen is het grondwater aanvullend onderzocht op PAK. Daarnaast zijn van de bovengrond twee mengmonsters samengesteld en conform NEN5898 onderzocht op de aanwezigheid van asbest.
In tabel 3.1 is de monstercodering, de samenstelling en het doel van het (samengestelde meng-) monster weergegeven.
Tabel 3.1: Samenstelling van de (meng)monsters Monstercode
Monsters
Diepte (m-mv)
Doel
03-1 04-1 05-1 06-1 07-1 08-1 09-1 10-1 11-1 02-1 12-1 13-1 14-1 15-1 16-1 01-2 01-3 02-3 03-3 04-3 04-4 03-2 04-2 04-1 05-1 06-1 07-1 08-1 12-1 13-1
0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,5-1,0 1,0-1,5 0,9-1,4 1,0-1,5 1,0-1,5 1,5-1,8 0,5-1,0 0,5-1,0 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5
Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit bovengrond noordelijk terreindeel
Grond Bovengrond 1
Bovengrond 2
Ondergrond 1
Ondergrond 2 MM AB BG 1
Pagina
12 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit bovengrond zuidelijk terreindeel
Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit zintuiglijk schone ondergrond
Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit zintuiglijk verontreinigde ondergrond onverdacht terreindeel Vaststellen kwaliteit ten aanzien van asbest oostelijk terreindeel
Datum
14 juni 2020
Vervolg tabel 3.1: Samenstelling van de (meng)monsters Monstercode
Monsters
Diepte (m-mv)
Doel
02-1 03-1 09-1 10-1 11-1 14-1 15-1 16-1 01-4 01-5
0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 1,5-2,0 2,0-2,5
Vaststellen kwaliteit ten aanzien van asbest westelijk terreindeel
1,5-2,5
Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit grondwater
Grond MM AB BG 2
Boring 1 (1,5-2,5)
Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit zintuiglijk verontreinigde ondergrond voormalige saneringslocatie
Grondwater 01-1-1
Opgemerkt wordt dat de veenlaag in de ondergrond ter plaatse van boring 2 niet onderzocht is. Dit aangezien het niet toegestaan is monsters van verschillende texturen met elkaar te mengen. Aangenomen wordt dat de kwaliteit van de veenlaag niet significant afwijkt van de overige geanalyseerde grondmonsters (met uitzondering van de verontreinigde laag ter plaatse van boring 01).
Pagina
13 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
4.
Resultaten verkennend onderzoek
De laboratoriumrapporten zijn opgenomen in bijlage 5. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten getoetst aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden.
4.1
Analyseresultaten grond
Tabel 4.1 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)-monsters. Indien er gestandaardiseerde gehalten zijn aangetoond groter dan de achtergrondwaarde, zijn tevens de meetwaarden vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Naast de meetwaarde is tevens het gestandaardiseerde gehalte (GSSD) en de index weergegeven. De niet weergegeven parameters overschrijden de achtergrondwaarde niet.
Tabel 4.1: Interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)monsters (Meng)monster
Parameter
Meetwaarde
GSSD
Index
Monsterconclusie
Bovengrond 1
Barium
*
-
-
Overschrijding achtergrondwaarde
PAK
6,5
6,5
0,13
Barium
*
-
-
Koper
37
74
0,23
Lood
91
141
0,19
Zink
78
181
0,07
PAK
2,9
2,9
0,04
Barium
*
-
-
PAK
40
40
1
Minerale olie
290
1450
0,26
Bovengrond 2
Boring 1 (1,5-2,5)
≤0 ≥0<0,5 ≥0,5<1 ≥1 *
: : : : : :
Overschrijding achtergrondwaarde
Overschrijding Interventiewaarde
niet bepaald kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde groter dan de achtergrondwaarde, kleiner dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan de interventiewaarde de normwaarden voor barium zijn tijdelijk buiten werking gesteld, met uitzondering van duidelijk antropogene verontreinigingen
Bespreking resultaten Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond op het noordelijke terreindeel een licht verhoogd gehalte aan PAK bevat. De bovengrond op het zuidelijke terreindeel is licht verontreinigd met koper, lood, zink en PAK. De oorzaak voor de gemeten verhoogde gehalten wordt gezocht in het gebruik van het terrein door de jaren heen en de waargenomen bodemvreemde materialen. In zowel de zintuiglijk verontreinigde als de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. De gemeten verhoogde gehalten in de bovengrond overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate en vormen geen belemmering voor de geplande planologische procedure en de geplande herinrichting van de locatie. Het uitvoeren van nader onderzoek naar deze gehalten is niet noodzakelijk.
Pagina
14 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
In de ondergrond ter plaatse van boring 1 is een sterk verhoogd PAK-gehalte gemeten alsmede een licht verhoogd gehalte minerale olie. Op basis van de bekende historische informatie wordt de oorzaak gezocht in de gecreoseerde schuur in het verleden op het naastgelegen terreindeel. Een directe oorzaak voor het verschil in gemeten gehalten ten opzichte van de in 1999 uitgevoerde sanering kan op basis van de bekende gegevens niet direct gegeven worden. Boring 01 is in het midden van de destijds ingetekende ontgraving geplaatst. Mogelijk heeft de uitkeuring van de bodemsanering in het verleden op een dusdanig wijze plaats gevonden dat er een positiever beeld van het saneringsresultaat is gevormd dan dat er daadwerkelijk sprake van was. Aangezien er momenteel sprake is van een interventiewaarde-overschrijding dient nader onderzoek plaats te vinden naar de omvang van de aangetoonde verontreiniging. Dit nader onderzoek is beschreven in hoofdstuk 5 en 6.
Betreffende verontreiniging kan namelijk een negatief effect hebben op de geplande herontwikkeling van de locatie. Op basis van de bekende gegevens wordt de aanwezige verontreiniging gerelateerd aan de voormalige activiteiten in de periode 1923-1959 op het perceel direct ten zuiden van de onderzoekslocatie. Derhalve kan gesteld worden dat deze verontreiniging voor 1987 is ontstaan (historisch geval van verontreiniging) en dat de zorgplicht niet van toepassing is.
4.2
Analyseresultaten Asbest
Tabel 4.2 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de asbestanalyseresultaten. Indien asbest is aangetoond, wordt de gewogen concentratie vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Tabel 4.2: Interpretatie van de asbestanalyseresultaten van het grondmengmonster Monster
Gewogen gehalte (mg/kg d.s.)
Grond
Materiaal
MM AB BG 1
-
MM AB BG 2
0,6 Niet aanwezig Niet aantoonbaar Asbest aangetoond, geen overschrijding interventiewaarde Asbest aangetoond, overschrijding interventiewaarde
n.a. 10 105
: : : :
Grond
Grond, incl. materiaal
94
-
Monsterconclusie
Asbest aantoonbaar, kleiner dan interventiewaarde Asbest aantoonbaar, kleiner dan interventiewaarde
Bespreking resultaten Uit de analyseresultaten blijkt dat in de fijne fractie van beide mengmonsters asbest is aangetoond. Daar waar op het westelijke terreindeel nagenoeg geen asbest is aangetoond is op het oostelijke terreindeel een gewogen asbestgehalte aangetoond welke de interventiewaarde benaderd. Aangezien dit gewogen gehalten de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) overschrijdt zal nader onderzoek conform NEN 5707 plaats moeten vinden. Dit nader onderzoek is beschreven in hoofdstuk 5 en 6.
Pagina
15 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
4.3
Analyseresultaten grondwater
Tabel 4.3 geeft een overzicht van de peilbuisspecificaties en de analyseresultaten van het grondwatermonster. Indien er concentraties zijn gemeten hoger dan de streefwaarde, dan zijn de betreffende parameters en concentraties vermeld in microgram per liter (µg/l). Tevens zijn de index en de monsterconclusie weergegeven.
Tabel 4.3: Interpretatie van de analyseresultaten van het grondwatermonster Peil-
Filter-
Grondwater-
buis
stelling
stand (m-mv)
Parameter
Meetwaarde/
index
GSSD
Monster-
Troebelheid
Zuurgraad
Geleidings-
conclusie
NTU)
(pH)
vermogen µS/cm)
01-1-1
1,5-2,5
≤0 >0≤0,5 >0,5<1 ≥1 #
1,68*
: : : : : :
Xylenen
-/0,96
0,01
Overschrijding
PAK
-/113
-
interventie-
Minerale olie
1800/1800
3,18
waarde
17#
6,87
432
niet onderzocht kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde groter dan de streefwaarde, gelijk aan of kleiner dan ½(streefwaarde+interventiewaarde) groter dan ½(streefwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan de interventiewaarde de gemeten troebelheid is hoger dan 10 NTU. Tijdens monstername is vastgesteld dat het maximale onttrekkingsdebiet 500 ml/min bedroeg, de verlaging van het waterniveau in de peilbuis niet meer dan 50 centimeter bedroeg. Tevens was tijdens de bemonstering sprake van een constante EGV. Aangezien aan de eisen uit de NEN5744:2011 is voldaan, is ondanks de hoger gemeten NTU overgegaan tot bemonstering. De gemeten troebelheid wordt niet van invloed geacht op de analyseresultaten
* aangezien de grondwaterstand lager is dan de bovenzijde van het filter dient geconcludeerd te worden dat het filterdeel belucht is. Oorzaak wordt gezocht in het niet dieper kunnen plaatsen van deze peilbuis. Vanwege de waargenomen verontreiniging in deze boring is deze ondoordringbare laag als scheidende laag beschouwd en derhalve niet doorboord. Het niet conform plaatsen van het filter wordt gezien de locatiespecifieke omstandigheden niet als kritische afwijking beschouwd. Aangezien wel aan de overige eisen is voldaan, wordt de invloed op de analyseresultaten nihil geacht.
Bespreking resultaten Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater een licht verhoogde concentratie aan xylenen bevat. Daarnaast zijn sterk verhoogde gehalten minerale olie en PAK gemeten. Opgemerkt dient te worden dat de som PAK geen index bevat, maar dat de interventiewaarde voor PAK (som) 1,0 bedraagt. De index zou in dat geval 113 zijn. De individuele componenten PAK zijn, op naftaleen na, allen hoger dan de bijbehorende interventiewaarden waarbij de index varieert van 2 tot 34,02. De oorzaak voor de verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen verontreiniging in betreffende boring.
Op basis van de bekende historische informatie wordt de oorzaak gezocht in de gecreoseerde schuur in het verleden op het naastgelegen terreindeel. Een directe oorzaak voor het verschil in gemeten gehalten ten opzichte van de in 1999 uitgevoerde sanering kan op basis van de bekende gegevens niet direct gegeven worden. Boring 01 is in het midden van de destijds ingetekende ontgraving geplaatst. Uit de geplaatste monitoringspeilbuis blijkt namelijk dat na sanering in 1999 geen grondwaterverontreiniging met minerale olie, PAK of fenolen aanwezig is. Wel is een zeer licht verhoogd gehalte indeno(1,2,3-c,d)pyreen gemeten.
Pagina
16 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
Aangezien er momenteel sprake is van een interventiewaarde-overschrijding dient nader onderzoek plaats te vinden naar de omvang van de aangetoonde verontreiniging. Dit nader onderzoek is beschreven in hoofdstuk 5 en 6.
Betreffende verontreiniging kan namelijk een negatief effect hebben op de geplande herontwikkeling van de locatie. Op basis van de bekende gegevens wordt de aanwezige verontreiniging gerelateerd aan de voormalige activiteiten in de periode 1923-1959 op het perceel direct ten zuiden van de onderzoekslocatie. Derhalve kan gesteld worden dat deze verontreiniging voor 1987 is ontstaan (historisch geval van verontreiniging) en dat de zorgplicht niet van toepassing is.
Pagina
17 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
5.
Uitvoering nader bodemonderzoek
Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er sprake is van twee (potentiële) bodemverontreinigingen op de onderzoekslocatie waar nader onderzoek benodigd is. Dit betreffen de sterke verontreiniging met minerale olie en PAK in de ondergrond en het grondwater ter plaatse van boring 01 en de mogelijke asbestverontreiniging op het oostelijke terreindeel.
5.2
Conceptueel model
De onderzoeksstrategie voor het nader bodemonderzoek naar de verontreinigingen met minerale olie en PAK in de bodem is gebaseerd op NTA 5755 en afgestemd op verontreiniging- en locatiespecifieke omstandigheden. Conform NTA 5755 is gebruik gemaakt van een conceptueel model. Volgens het conceptueel model dient informatie te worden verkregen over de verontreinigingssituatie en de (mogelijke) risico’s van de verontreiniging.
Concreet betekent dit dat in eerste instantie door middel van afperkende boringen en analyses en op basis van de verticale en horizontale verspreiding van de verontreiniging vastgesteld dient te worden of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
De onderzoeksstrategie ten behoeve van het nader onderzoek naar een mogelijke asbestverontreiniging is gebaseerd op het nader onderzoek uit NEN 5707 volgens de methode: het vaststellen van het gemiddelde gehalte van de verontreiniging per RE.
5.3
Vaststellen onderzoeksstrategie
Verontreiniging met PAK en minerale olie Ten behoeve van het vaststellen van de omvang van de sterke verontreiniging met PAK in grond en de sterke verontreiniging met PAK en minerale olie in grondwater dienen aanvullende boringen geplaatst te worden. Er zal ter plaatse van boring 01 een diepe boring (101) geplaatst worden om de verontreiniging in verticale richting af te perken. Tevens zullen boringen in westelijke, noordelijke en oostelijke richting geplaatst worden om de verontreiniging in horizontale richting af te perken. Er worden geen boringen buiten de huidige onderzoekslocatie geplaatst. De boringen waar zintuiglijk geen verontreiniging in wordt waargenomen zullen afgewerkt worden met een peilbuis ten behoeve van grondwateronderzoek.
Mogelijke verontreiniging met asbest Om vast te stellen of er op het oostelijke terreindeel sprake is van een verontreiniging met asbest dienen per 1000 m2 vijf sleuven gegraven te worden tot 0,5 m-mv. De omvang van het oostelijke terreindeel is vastgesteld op 2500 m2 zodat in totaal 3 RE’s onderzocht dienen te worden. In verband met een onderliggende transactie is besloten kadastraal perceel 1873 met een oppervlakte van 943 m2 separaat als één RE te onderzoeken. Het overige verdachte terreindeel wordt verdeel in twee RE’s. Per RE worden 5 sleuven gegraven, waaruit in principe één mengmonster van de fijne fractie wordt samengesteld.
Pagina
18 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
5.4
Uitvoering veldwerkzaamheden
Het veldwerk is uitgevoerd op 30 april en 1 mei 2020 door de heren B.A. Jansen en N. Ruiter (veldwerker in opleiding) van Lycens B.V.. De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat (K46918/10) uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000: ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ en de daarbij behorende protocollen. De posities van de onderzoekspunten zijn op de tekening in bijlage 2 weergegeven. Het vrijkomende materiaal is zintuiglijk beoordeeld op samenstelling, geur, kleur en overige bijzonderheden die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. De resultaten zijn samengevat onderstaand beschreven. De uitgetekende bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.
Verontreiniging met PAK en minerale olie
Ter plaatse van de kern van de aangetoonde verontreiniging is een diepe peilbuis 101 (filterstelling 4,2-5,2 m-mv) geplaatst. Betreffende boring is met behulp van een lost-casing geplaatst. De storende laag welke tijdens het verkennend onderzoek is aangetroffen is in deze boring niet waargenomen. Enkel in de laag van 2,4 tot 2,6 is een matige olie/water-reactie en een carbolineumgeur waargenomen. Hoewel deze peilbuis op korte afstand van boring 01 staat is dit behoorlijk afwijkend ten opzichte van de waarnemingen in boring 01. Een directe verklaring voor dit verschil is op basis van de bekende gegevens niet te geven. In de boringen 102 en 103 in respectievelijk westelijke en noordelijke richting zijn zintuiglijk geen verontreinigde lagen waargenomen. In beide boringen zijn peilbuizen tot een diepte van 2,8 m-mv geplaatst (filterstelling 1,8-2,8 m-mv). In de boringen 104, 106 en 107 zijn vanaf circa 1,4 m-mv zintuiglijk verontreinigde lagen waargenomen. Enkel in boring 106 is de verontreiniging visueel afgeperkt in de ondergrond (2,1 m-mv). In boring 104 is vanaf 2,0 tot 2,5 m-mv wel een minder verontreinigde laag opgeboord. Boring 107 is op 2,3 m-mv gestaakt. In boring 108 en de later aanvullend geplaatste boringen 109 en 110 zijn geen zintuiglijk verontreinigde lagen waargenomen. Wel is in de ondergrond van boring 109 (2,0-2,3) hout, puin en glas waargenomen.
Betreffende boring is op 2,3 m-mv gestaakt, waarbij betreffende laag niet is bemonsterd. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is boring 108 afgewerkt met een peilbuis. De geplaatste peilbuizen 101, 102, 103 en 108 zijn direct na plaatsing op 1 mei 2020 en voor bemonstering op 8 mei 2020 door de heer B.A. Jansen conform NEN 5744:2011 doorgepompt.
Mogelijke verontreiniging met asbest
Ten behoefte van het asbestonderzoek is de onderzoekslocatie conform CROW 400 ingericht. De veiligheidsklasse is vastgesteld op zwart, niet vluchtig. De onderzoekswerkzaamheden hebben onder asbestcondities plaats gevonden. Voor uitvoering is het op asbest te onderzoeken terreindeel verdeeld in drie RE’s. Binnen de RE’s zijn de te graven sleuven gepositioneerd waarbij in ieder geval sleuven worden gegraven ter plaatse van de in het verkennend onderzoek gegraven gaten. Hierbij is SL01 gegraven ter plaatse van gat 13, Sl04 ter plaatse van gat 12, Sl06 ter plaatse van gat 07, Sl11 ter plaatse van gat 05, Sl13 ter plaatse van gat 04 en Sl15 ter plaatse van gat 16.
Pagina
19 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
Het ontgraven materiaal is met behulp van een mechanische zeef gezeefd. De zeef had een zeefdek met een maaswijdte van 20 millimeter. Tijdens de zeefwerkzaamheden zijn in de sleuven Sl09, Sl11 en Sl12 asbestverdachte materialen waargenomen. Derhalve is besloten om de fijne fractie en de asbestverdachte materialen uit deze sleuven separaat te bemonsteren en ter analyse in te zetten. Uit de fijne fractie van de overige sleuven zijn conform NEN 5707 in het veld per RE mengmonsters samengesteld.
5.5
Uitvoering laboratoriumonderzoek
Bij de uitvoering van het laboratoriumonderzoek is de gehanteerde onderzoeksstrategie in de NEN5740 en NEN5707 als leidraad gebruikt. Het onderzoek met betrekking tot chemische parameters is uitgevoerd door het laboratorium "Eurofins Analytico B.V." te Barneveld. Het onderzoek met betrekking tot asbest is uitgevoerd door het laboratorium "ACMAA Laboratoria B.V." te Deurningen. Beide laboratoria zijn geaccrediteerd volgens de AS3000. Voor het inschatten van de risico's van eventueel aanwezige verontreinigingen zijn de chemische analyseresultaten (meetwaarden) van het laboratorium gestandaardiseerd (GSSD) en vervolgens getoetst aan de streef-, achtergronden interventiewaarden bodemsanering (bijlage 6). Het toets resultaat wordt weergegeven als index en geeft de verhouding weer tussen het gemeten gehalte en de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. Met betrekking tot asbest zijn daar waar noodzakelijk de gewogen asbestconcentraties bepaald.
Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond en het grondwater zijn vier monsters van de ondergrond onderzocht op PAK. Aangenomen wordt dat het gehalte minerale olie samenhangt met het PAK-gehalte en in lagere concentraties aanwezig is dan het aangetoonde PAK-gehalte. Daarnaast zijn vier grondwatermonsters chemischanalytisch onderzocht op PAK en minerale olie. Daarnaast is van de bovengrond per RE één mengmonster samengesteld en conform NEN5898 onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Uit de sleuven waarin asbestverdacht materiaal is waargenomen zijn separate monsters van de fijne fractie en de asbestverdachte materialen samengesteld in het veld. In totaal zijn in aanvulling op de onderzoeksstrategie drie monsters van de fijne fractie en drie materiaalverzamelmonsters conform NEN5898 onderzocht op de aanwezigheid van asbest.
In tabel 5.1 op de volgende pagina is de monstercodering, de samenstelling en het doel van het (samengestelde meng) monster weergegeven.
Pagina
20 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
Tabel 5.1: Samenstelling van de (meng)monsters Monstercode
Monsters
Diepte (m-mv)
Doel
2,6-3,0 2,0-2,5 2,0-2,4 2,0-2,8
Verticale afperking grond Horizontale afperking grond Horizontale afperking grond Horizontale afperking grond
4,2-5,2 1,8-2,8 1,8-2,8 1,9-2,9
Verticale afperking grondwater Horizontale afperking grondwater Horizontale afperking grondwater Horizontale afperking grondwater
0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5
Vaststellen kwaliteit ten aanzien van asbest RE 01
Verontreinging met PAK en minerale olie Grond Boring 101 (2,6-3,0) Boring 102 (2,0-2,5) Boring 103 (2,0-2,4) Boring 108 (2,0-2,5) Grondwater
101-3 102-2 103-2 108-2
101-1-1 102-1-1 103-1-1 108-1-1 Mogelijke verontreiniging met asbest Grond MM FF RE 01
MM FF RE 02
MM FF RE 03
Sl09 (0-0,5) Sl09 MVM (0-0,5) Sl11 (0-0,5) Sl11 MVM (0-0,5) Sl12 (0-0,5) Sl2 MVM (0-0,5)
Pagina
21 van 29
Sl01 Sl02 Sl03 Sl04 Sl05 Sl06 Sl07 Sl08 Sl10 Sl13 Sl14 Sl15 Sl09 Sl09 Sl11 Sl11 Sl12 Sl12
Projectnummer:
2020-0114
Vaststellen kwaliteit ten aanzien van asbest RE 02
Vaststellen kwaliteit ten aanzien van asbest RE 03
Vaststellen kwaliteit ten aanzien van asbest Sl09 Vaststellen kwaliteit ten aanzien van asbest Sl09 Vaststellen kwaliteit ten aanzien van asbest Sl11 Vaststellen kwaliteit ten aanzien van asbest Sl11 Vaststellen kwaliteit ten aanzien van asbest Sl12 Vaststellen kwaliteit ten aanzien van asbest Sl12
Datum
14 juni 2020
6.
Resultaten nader onderzoek
De laboratoriumrapporten zijn opgenomen in bijlage 5. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten getoetst aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden.
6.1
Analyseresultaten grond PAK-verontreiniging
Tabel 6.1 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de analyseresultaten van de grondmonsters. Indien er gestandaardiseerde gehalten zijn aangetoond groter dan de achtergrondwaarde, zijn tevens de meetwaarden vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Naast de meetwaarde is tevens het gestandaardiseerde gehalte (GSSD) en de index weergegeven. De niet weergegeven parameters overschrijden de achtergrondwaarde niet.
Tabel 6.1: Interpretatie van de analyseresultaten van de grondmonsters (Meng)monster
Parameter
Meetwaarde
GSSD
Index
Monsterconclusie
Boring 101 (2,6-3,0)
PAK
-
<0,35
-0,03
Voldoet aan achtergrondwaarde
Boring 102 (2,0-2,5)
PAK
-
<0,35
-0,03
Voldoet aan achtergrondwaarde
Boring 103 (2,0-2,4)
PAK
-
<0,35
-0,03
Voldoet aan achtergrondwaarde
Boring 108 (2,0-2,5)
PAK
-
2,00
0,01
Overschrijding Interventiewaarde
≤0 ≥0<0,5 ≥0,5<1 ≥1 *
: : : : : :
niet bepaald kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde groter dan de achtergrondwaarde, kleiner dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan de interventiewaarde de normwaarden voor barium zijn tijdelijk buiten werking gesteld, met uitzondering van duidelijk antropogene verontreinigingen
Bespreking resultaten Uit de analyseresultaten blijkt dat de zintuiglijk schone ondergrond uit boring 101 daadwerkelijk geen verhoogd PAKgehalte bevat. Eveneens bevatten de zintuiglijk schone monsters uit de boringen 102 en 103 geen verhoogde PAKgehalten. In boring 108 is nog een licht verhoogd PAK-gehalte gemeten. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is geen directe oorzaak voor de licht verhoogde gehalte te geven. De bodem boven de onderzochte laag is wel afwijkend van de bodemopbouw op het overige terreindeel. Aangezien de verontreiniging zich eveneens in de boringen 104, 106 en 107 bevindt (en boring 109 op deze diepte bodemvreemde materialen bevat) lijkt het dat de verontreiniging zich langs de perceelgrens in oostelijke richting heeft verspreid. Mogelijk is sprake van een voormalige sloot of greppel welke in het verleden aanwezig was maar niet zichtbaar is op topografische kaarten. Hier is vaak sprake van een ‘verminderde’ bodemweerstand waardoor een verontreiniging zich makkelijker kan verspreiden.
De verontreiniging is naar onze mening in verticale en horizontale richting in voldoende mate afgeperkt. Wel dient er rekening mee gehouden te worden dat in zuidelijke richting geen afperking heeft plaats gevonden. Ook de gestaakte boring 109 kan duiden op een onvolledig beeld in zowel horizontale als verticale richting (mogelijk stortgat).
Pagina
22 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
Op basis van de bekende gegevens wordt verwacht dat de sterk verontreinigde grond zich over minimaal 40 m2 heeft verspreid. De dikte van de verontreinigde laag is circa 1,0 meter zodat circa 40 m3 grond sterk verontreinigd is. Aangezien sprake is van meer dan 25 m3 sterk verontreinigde grond is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Indien gewenst kan aanvullend onderzoek gedaan worden naar de totale omvang van de aangetoonde verontreiniging zodat inzicht verkregen kan worden in de mogelijke saneringskosten. Op de situatieschets in bijlage 2 is de geschatte interventiewaarde-contour weergegeven. De omvang van de totale verontreiniging wordt vooralsnog groter ingeschat.
6.2
Analyseresultaten grondwater PAK-verontreiniging
Tabel 6.2 geeft een overzicht van de peilbuisspecificaties en de analyseresultaten van de grondwatermonsters. Indien er concentraties zijn gemeten hoger dan de streefwaarde, dan zijn de betreffende parameters en concentraties vermeld in microgram per liter (µg/l). Tevens zijn de index en de monsterconclusie weergegeven.
Tabel 6.2: Interpretatie van de analyseresultaten van de grondwatermonsters Peil-buis
Filter-
Grondwater-
stelling
stand (m-mv)
Parameter
Meetwaarde/
index
GSSD
Monster-
Troebelheid
Zuurgraad
Geleidings-
conclusie
NTU)
(pH)
vermogen µS/cm)
101-1-1
4,2-5,2
1,75
PAK
-/12
-
Overschrijding
Minerale olie
680
1,15
interventie-
24,7#
6,8
381
22,3#
6,9
325
24,2#
6,9
355
21,7#
6,8
386
waarde 102-1-1
1,8-2,8
103-1-1
1,8-2,8
108-1-1
1,9-2,9
1,70
1,65
1,55
PAK
<0,62
-
Voldoet aan
Minerale olie
<50/<35
-0,03
streefwaarde
PAK
<0,62
-
Voldoet aan
Minerale olie
<50/<35
-0,03
streefwaarde
PAK
1,10
-
Overschrijding
Minerale olie
<50/<35
-0,03
interventiewaarde
≤0 >0≤0,5 >0,5<1 ≥1 #
Pagina
: : : : : :
23 van 29
niet onderzocht kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde groter dan de streefwaarde, gelijk aan of kleiner dan ½(streefwaarde+interventiewaarde) groter dan ½(streefwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan de interventiewaarde de gemeten troebelheid is hoger dan 10 NTU. Tijdens monstername is vastgesteld dat het maximale onttrekkingsdebiet 500 ml/min bedroeg, de verlaging van het waterniveau in de peilbuis niet meer dan 50 centimeter bedroeg en niet verder is gezakt dan het filterdeel. Tevens was tijdens de bemonstering sprake van een constante EGV. Aangezien aan de eisen uit de NEN5744:2011 is voldaan, is ondanks de hoger gemeten NTU overgegaan tot bemonstering. De gemeten troebelheid wordt niet van invloed geacht op de analyseresultaten
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
Bespreking resultaten Uit de analyseresultaten blijkt dat de grondwaterverontreiniging zich in de diepte verspreid heeft. Alhoewel het sterk verhoogde PAK-gehalte circa een factor 10 lager is dan het freatische grondwater, heeft verticale afperking nog niet plaats gevonden. Aanbevolen wordt een diepere peilbuis te plaatsen om de sterke verontreiniging in verticale richting af te perken.
Daarnaast blijkt dat in de peilbuizen 102 en 103 geen verhoogde gehalten zijn gemeten. Derhalve is de freatische grondwaterverontreiniging in westelijke en noordelijke richting volledig afgeperkt. Aangezien de sterke verontreiniging zich in de diepte verspreid heeft wordt aanbevolen op deze locaties eveneens diepe peilbuizen te plaatsen om vast te stellen dat de grondwaterverontreiniging zich op diepte eveneens niet in deze richting verspreid heeft.
Het grondwater uit peilbuis 108 is eveneens nog sterk verontreinigd met PAK. Het gehalte in deze peilbuis is echter een factor 100 lager dan het gehalte in de kern en is nagenoeg gelijk aan de interventiewaarde. De grondwaterverontreiniging is echter in oostelijke richting niet afgeperkt. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de analyses van de grond wordt verwacht dat de grondwaterverontreiniging zich eveneens langs het profiel van een voormalige sloot of greppel verspreid heeft. Eveneens kan sprake zijn van een grondwateronttrekking in oostelijke richting welke invloed heeft op de verspreiding van de grondwaterverontreiniging met PAK. Peilbuis 108 is in de zuidoostelijke hoek van de onderzoekslocatie geplaatst. Geadviseerd dient te worden verder aanvullend onderzoek uit te voeren naar de verspreiding van de grondwaterverontreiniging in oostelijke richting.
Op basis van de bekende gegevens wordt geschat dat het freatische grondwater over minimaal 170 m2 sterk verontreinigd is. De verontreiniging heeft zich tot minimaal 5,2 m-mv verspreid. Bij een grondwaterstand van circa 1,7 m-mv houdt dit in dat de verontreinigde laag circa 3,5 meter dik is. In totaal is dan minimaal sprake van 595 m3 verontreinigd grondwater. Aangezien meer dan 100 m3 grondwater sterk verontreinigd is, is sprake van een ernstig geval van verontreiniging. Er zal verder aanvullend onderzoek plaats moeten vinden om meer inzicht te krijgen in de omvang van de sterke grondwaterverontreiniging. Zodra inzicht verkregen is in de omvang kan eveneens een inschatting gemaakt worden van de mogelijke saneringskosten. Op de situatieschets in bijlage 2 is de geschatte interventiewaarde-contour weergegeven.
Bovendien zal tijdens de herontwikkeling van het terrein rekening gehouden moeten worden met deze grondwaterverontreiniging. Er kan niet zondermeer bronbemaling toegepast worden aangezien het niet toegestaan is zonder aanvullende maatregelen de grondwaterverontreiniging te verminderen of te verplaatsen.
Pagina
24 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
6.3
Analyseresultaten mogelijke asbest-verontreiniging
Tabel 6.3 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de asbestanalyseresultaten. Indien asbest is aangetoond, wordt de gewogen concentratie vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Tabel 6.3: Interpretatie van de asbestanalyseresultaten van het grond(meng)monsters Monster
Gewogen gehalte (mg/kg d.s.)
Monsterconclusie
Grond
Materiaal
Grond
Grond, incl. materiaal
MM FF RE 01
-
n.a.
-
Geen asbest aangetoond
MM FF RE 02
-
n.a.
-
Geen asbest aangetoond
MM FF RE 03
-
0,3
0,3
Asbest aantoonbaar, kleiner dan interventiewaarde
MM FF SL09
MVM Sl09
n.a.
0
Geen asbest aangetoond
MM FF SL11
MVM Sl11
n.a.
285,2
MM FF SL12
MVM Sl12 n.a. 16,2 Niet aanwezig Niet aantoonbaar Asbest aangetoond, geen overschrijding interventiewaarde Asbest aangetoond, overschrijding interventiewaarde
n.a. 10 105
: : : :
Asbest aantoonbaar, groter dan interventiewaarde Asbest aantoonbaar, kleiner dan interventiewaarde
Bespreking resultaten Uit de analyseresultaten blijkt dat in de fijne fractie ter plaatse van RE 01 en RE 02 geen asbest is aangetoond. Met uitzondering van Sl09 zijn in de sleuven ter plaatse van deze RE’s geen asbestverdachte materialen aangetoond. Het asbestverdachte materiaal uit Sl09 blijkt na analyse niet asbesthoudend te zijn. Derhalve kan gesteld worden dat RE 01 en RE 02 niet asbesthoudend zijn.
De fijne fractie uit de onverdachte sleuven van RE 03 (het separaat onderzochte kadastrale perceel) blijkt wel asbesthoudend te zijn. De gewogen concentratie is echter dusdanig laag dat hier geen belemmeringen ten aanzien van de planologische procedure en geplande herontwikkeling te verwachten zijn. Eveneens heeft dit gehalte geen negatieve invloed op de financiële waardering van het perceel.
Ter plaatse van de sleuven Sl11 en Sl12 binnen deze RE is echter wel asbesthoudend materiaal aangetroffen. De aangetroffen hoeveelheid asbesthoudend materiaal ter plaatse van Sl12 is echter dusdanig laag dat geen aanvullend onderzoek of sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. Ter plaatse van Sl11 wordt de interventiewaarde overschreden. Derhalve is hier sprake van een ernstig geval van verontreiniging. Deze verontreiniging heeft een negatieve invloed op de planologische procedure, de geplande herontwikkeling en de financiële waardering van het perceel.
Gezien de ligging van deze sleuf kan geen eenduidige uitspraak worden gedaan over de omvang van deze verontreiniging. Derhalve wordt aanbevolen verder nader onderzoek uit te voeren om de omvang van deze verontreiniging te bepalen. Zodra de omvang bekend is kan inzicht verkregen worden in de mogelijke saneringskosten.
Pagina
25 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
Op oude topografische kaarten lijkt ter plaatse van Sl11 bebouwing aanwezig te zijn. Derhalve kan niet met zekerheid gesteld worden of betreffend asbest tijdens de bouw (voor 1993) of tijdens de sloop (na 1993) in de bodem is terecht gekomen. Derhalve kan geen uitspraak worden gedaan of de zorgplicht van toepassing is. Mocht de zorgplicht van toepassing zijn dan kan het zijn dat ook het aangetoonde asbest ter plaatse van Sl12 gesaneerd dient te worden.
Pagina
26 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
7.
Conclusies
In opdracht van Bureau voor Planvorming & Advies en Nijhuis Noord heeft Lycens B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Burgemeester Klopperslaan ong. te Meppel.
De aanleiding voor het onderzoek is de geplande planologische procedure en de geplande herinrichting van de locatie.
Het doel van het verkennend onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren welke consequenties kunnen hebben voor de geplande planologische procedure en de geplande herinrichting van de locatie. Het doel van het nader bodemonderzoek is het vaststellen van de omvang van de aangetoonde sterke verontreinigingen.
Op grond van de beschikbare gegevens (resultaten vooronderzoek, zintuiglijke waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk en de analyseresultaten) kan het volgende worden geconcludeerd:
5.1
Resultaten grond
Chemisch-analytisch zijn in de zintuiglijk verontreinigde bovengrond licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en PAK aangetoond. De verhoogde gehalten zijn vermoedelijk te relateren aan de waargenomen bodemvreemde bijmengingen. In zowel de zintuiglijk verontreinigde ondergrond als de zintuiglijk schone ondergrond zijn, met uitzondering van de verontreiniging ter plaatse van boring 01, geen verhoogde gehalten gemeten. Tevens is plaatselijk in de bovengrond (met uitzondering van Sl11) in zeer geringe mate asbest aangetoond. De gemeten (gewogen) gehalten overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate en vormen (met uitzondering van de aangetoonde verontreinigingen) geen belemmering voor de geplande planologische procedure en de geplande herinrichting van de locatie. Het uitvoeren van nader onderzoek naar deze licht verhoogde gehalten is niet noodzakelijk.
Op het zuidelijke terreindeel is in de ondergrond een ernstige verontreiniging met PAK aangetoond. De omvang van deze verontreiniging is nog niet volledig bepaald. De aangetoonde verontreiniging vormt een belemmering voor de geplande planologische procedure en de geplande herontwikkeling van het terrein. Na sanering zal deze belemmering opgeheven zijn.
Op het noordelijke terreindeel is in de bovengrond een ernstige verontreiniging met asbest aangetoond. De omvang van deze verontreiniging is eveneens nog niet volledig bepaald. De aangetoonde verontreiniging vormt een belemmering voor de geplande planologische procedure en de geplande herontwikkeling van het terrein. Tevens heeft de aangetoonde verontreiniging een negatieve invloed op de financiële waardering van het perceel. Na sanering zal deze belemmering opgeheven zijn.
Pagina
27 van 29
Projectnummer:
2020-0114
Datum
14 juni 2020
5.2
Resultaten grondwater
Chemisch analytisch is in het grondwater op het zuidelijke terreindeel een ernstige verontreiniging met PAK en minerale olie aangetoond. De gemeten concentraties vormen een belemmering voor de geplande planologische procedure en de geplande herinrichting van de locatie. De omvang van deze verontreiniging is eveneens nog niet volledig bepaald. De aangetoonde verontreiniging vormt een belemmering voor de geplande planologische procedure en de geplande herontwikkeling van het terrein. Na sanering zal deze belemmering opgeheven zijn.