Bijlage 4 - Overzicht veranderingen nieuwe APV ten opzichte van in te trekken APV
Tekst van het document
BIJLAGE 4 Overzicht belangrijkste veranderingen ingetrokken ten opzichte van nieuwe APV – 20-8-2025 Algemene toelichting veranderingen Hoofdstukindeling, afdelingen en artikelnummering van de model-APV zijn aangehouden. Hierdoor ziet de indeling er op onderdelen anders uit. Tekstuele aanpassingen, juridisch-technische (ver)wijzigingen en andere artikelnummers zijn in dit overzicht niet opgenomen. In dit overzicht gaat het over de belangrijkste inhoudelijke aanpassingen. Bevoegdheid vaststelling Nadere regels Op basis van artikel 156 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad aan het college of aan een door hem ingestelde bestuurscommissie bevoegdheden, waaronder de vaststelling van nadere regels, delegeren/overdragen. De algemene delegatiebepaling van artikel 156 Gemeentewet voorziet niét in de mogelijkheid tot delegatie van de raad aan de burgemeester. In de huidige APV werd deze delegatie wel toegestaan. Deze komt daarom, gelet op artikel 156 Gemeentewet, niet meer in de nieuwe APV voor. Intentieverklaring Drentse aanpak ondermijning Met de ondertekening van de intentieverklaring in 2024 hebben de Drentse gemeenten, waterschappen en de provincie gezamenlijke ambities onderschreven in de aanpak van ondermijning (Drentse Aanpak Ondermijning).
Eén van de onderdelen hiervan is het “ondermijningsproof” maken van de APV met als doel de kans op "shopgedrag" van criminelen te verkleinen en het daarmee samenhangende “waterbedeffect” terug te dringen. Dit betreft het opnemen van de volgende onderdelen in de APV: 1. evenementenvergunning ook verplichten voor vechtsportevenementen en -gala’s; 2. (exploitatie)vergunningsstelsel voor openbare ((droge) horeca) inrichtingen; 3. (exploitatie)vergunningstelsel voor prostitutie/ escort/seksinrichtingen; 4. (exploitatie)vergunningstelsel voor speelautomatenhallen (via de verordening Speelautomatenhallen); Alle categorieën met de eis ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn’. 5. sluitingsbevoegdheid voor publiek toegankelijke gebouwen of bijbehorend erf; 6. tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (vergunningsplicht branches, gebieden en gebouwen. De onderdelen 2 t/m 4 waren in de APV Meppel al opgenomen. De onderdelen 1, 5 en 6 zijn nieuw. Herbeoordeling onderwerpen die eerder in APV Meppel niet zijn overgenomen uit de model-APV Eerder werd al besloten diverse artikelen uit het model-APV niet over te nemen in de APV Meppel. Dit betrof onderstaande onderwerpen waarvan destijds werd beoordeeld dat die in Meppel niet tot problemen leidden. Er is opnieuw beoordeeld of deze artikelen nu wel relevant zijn om op te nemen.
De hieronder schuingedrukte onderwerpen zijn nu wel opgenomen. Hoofdstuk 2 - Winkelwagentjes - Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp - Openen straatkolken e.d. - Kelderingangen e.d. - Objecten onder hoogspanningslijn - Veiligheid op het ijs - Betreden van plantsoenen e.d. (nu VFL) - Rijden over bermen e.d. - Bespieden van personen - Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren - Loslopend vee - Duiven - Bijen - Bedelarij - Bestuurlijke ophouding - Veiligheidsrisicogebieden - Verkoopvergunning consumentenvuurwerk Hoofdstuk 4 - Mosquito - Straat vegen - Toestand van sloten en andere wateren Hoofdstuk 5 - Ligplaatsen vaartuigen - Beschadiging van waterstaatswerken - Reddingsmiddelen - Crossterreinen - Beperking verkeer in natuurgebieden
- Verstrooiing as Toepassing Lex Silencio Positivo (LSP) Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht regelt de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen: de Lex Silencio Positivo. In de APV Meppel was in één artikel in hoofdstuk 1 geregeld op welke aanvragen om vergunning/ontheffing de LSP wel/niet van toepassing was. Overeenkomstig het model is dit nu in verschillende hoofdstukken bij de diverse artikelen zelf opgenomen of bij een aanvraag om vergunning/ontheffing de LSP wel/niet van toepassing is. Dit bevordert de duidelijkheid. In diverse artikelen is opgenomen dat de exploitant, beheerder of leidinggevende niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn. Het is nodig dat het bevoegde bestuursorgaan hiervoor beleidsregels vaststelt. Aanduiding vervallen/niet relevante artikelen - Artikelen met nummers en daaronder (Vervallen) zijn niet meer in de model-APV van de VNG opgenomen. - Artikelen met nummers en daaronder (Gereserveerd) zijn wel in het model, maar niet in de APV Meppel opgenomen. - Artikelen met nummers en opschrift en daaronder (Vervallen – opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving) zijn verplaatst van de APV naar de VFL. Het grootste deel van de voorgestelde wijzigingen gaat om redactionele en tekstuele verbeteringen of technische aanpassingen.
Verder gaat het om wijzigingen die nodig zijn vanwege nieuwe wetgeving of jurisprudentie. Op een aantal onderdelen is de APV ook inhoudelijk gewijzigd. De meer inhoudelijke keuzes die bij de actualisering zijn gemaakt, worden hieronder gemotiveerd/toegelicht. Veranderingen ten opzichte van de huidige APV én de voorgestelde APV zoals voorgesteld aan de gemeenteraad in mei 2025 zijn hieronder in blauw weergegeven. Veranderingen – aanhef van de APV en hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Motivering/toelichting
1. De eerder voorgestelde considerans is komen te vervallen en het besluit tot vaststelling van de verordening is in naamgeving aangepast.
1. De considerans is weggelaten, omdat deze niet alle redenen weergaf tot vaststelling van de nieuwe APV en niet verplicht is. Onder de zin dat de raad de volgende verordening vaststelt is de juiste naamgeving van de APV opgenomen.
2. Artikel 1:1 Definities Het begrip beperkingengebiedactiviteit is komen te vervallen. Bij bouwwerk en gebouw zijn verwijzingen naar de Omgevingswet aangepast.
Veranderingen - hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van onregelmatigheden 1. Artikel 2:3 Betoging op openbare plaatsen In de APV Meppel is een kennisgevingstermijn van 4 x 24 (96) uur opgenomen. Dit is in de nieuwe APV beperkt tot 48 uur. Hierbij wordt de termijn niet meer als veelvoud van 24 uur aangegeven, maar enkel de termijn van 48 uur. Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik openbare plaatsen Diverse artikelen zijn eerder als niet relevant beoordeeld. Zie hierboven bij de algemene toelichting. Nu wel opgenomen: • Artikel 2:14 Winkelwagentjes • Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp • Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Afdeling 3 Evenementen Artikel 2:24 Definities en artikel 2:25 Evenementenvergunning
2. Het begrip komt door omzetting van artikelen naar de VFL niet voor in de APV, zodat deze kan komen te vervallen. De verwijzing naar de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet was niet volledig opgenomen. Motivering/toelichting
1. Blijkens de MvT bij de Wet Openbare Manifestaties moet de kennisgevingstermijn zo kort mogelijk zijn. De wetgever had daarbij 24 of 48 uur in gedachten. Doel van kennisgevingstermijn is het faciliteren van een ordelijk en veilig verloop van demonstraties. Met het opnemen van de artikelen wordt een grondslag gecreëerd voor de boa’s en politie om adequater te kunnen optreden in reactie op klachten/meldingen over o.a. rondslingerende winkelwagentjes en uitzicht belemmerende en gevaarlijke beplanting.
2
1. In het tweede lid onder f in samenhang met het eerste lid onder g is conform de model-APV een vergunningplicht opgenomen voor door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 2. In het eerste lid onder f is de verwijzing naar artikel 2:9 vervallen. 3. In het eerste lid onder g is een aanvulling op de modelAPV opgenomen, waardoor voetbalwedstrijden waarbij ten minste één betaalde-voetbalorganisatie (een profclub) betrokken is en sportwedstrijden die op de weg plaatsvinden (zoals hardloopwedstrijden) wel onder het begrip evenement worden gebracht. 4. In het tweede lid van artikel 2:24 is de snuffelmarkt alsnog weggelaten als evenement. De snuffelmarkt wordt geregeld in afdeling 5 van hoofdstuk 5. 5. Aanpassing artikel 2:24, derde lid: criteria voor een klein, eendaags evenement worden verduidelijkt. 6. De verwijzing in artikel 2:25, zesde lid, is aangepast.
1. Het toevoegen van een vergunningplicht voor aangewezen vechtsportevenementen is een onderdeel van het ondermijningsproof maken van de APV en een ambitie voorvloeiende uit de DAO. 2. De verwijzing naar artikel 2:9 is vervallen, omdat in de APV geen artikel 2:9 is opgenomen. 3. In de praktijk is gebleken dat voetbalwedstrijden van een profclub en wedstrijden op de weg invloed hebben op de veiligheid en de openbare orde, waardoor een uitzondering op de definitie van evenement en daarmee op de vergunningplicht niet wenselijk is. 4. Een snuffelmarkt is geen evenement, omdat deze wordt gehouden in een gebouw. Indien het betreft braderieën, vrijmarkten op Koningsdag of vlooienmarkten in de openbare ruimte, is er sprake van een evenement, dat al dan niet vergunningplichtig is op grond van artikel 2:25. De snuffelmarkt wordt daarom, conform de model-APV, apart geregeld in afdeling 5 van hoofdstuk 5. 5. Met de verduidelijking van de criteria voor een klein evenement wordt duidelijker wanneer hiervoor geen vergunning nodig is. Daarbij is voor de plaatsing van objecten aansluiting gezocht bij het aantal vierkante meter in het recent vastgestelde Omgevingsplan. 6. De verwijzing in het zesde lid naar het tweede lid was onjuist, dit moet het derde lid zijn.
Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Toegevoegd aan artikel 2:28, lid 4, dat geen vergunning vereist is voor een openbare inrichting die zich bevindt in: e. een museum en een bibliotheek; g. voor een bed & breakfast voor maximaal 6 personen, zonder kookgelegenheid en ondergeschikt aan de woonfunctie.
1. De toevoegingen aan artikel 2:28 zijn in afwijking van het model, maar conform de eerdere regeling in APV Meppel. Deze categorieën brengen beperkte risico’s met zich mee.
2. Lid 6 van artikel 2:28 is aangepast met een enkele verwijzing naar artikel 3.4.1.1 van de VFL.
2. Volstaan wordt in lid 6 met een verwijzing, omdat de weigeringsgronden zoals deze in de huidige APV zijn opgenomen in artikel 2:11, lid 6, dezelfde gronden zijn als in genoemd artikel van de VFL.
3. Lid 7 van artikel 2:28 is verduidelijkt wat betreft de wijze van vaststelling van de soorten van openbare inrichtingen.
3. In lid 7 is de formulering aangepast, zodat duidelijk is dat de burgemeester de openbare inrichtingen dient aan te wijzen.
4. In artikel 2:28, lid 8, is de vrijstelling komen te vervallen.
4. In het artikel is geen mogelijkheid van een vrijstelling opgenomen (zoals wel opgenomen in de model-APV), daarom komt deze zinssnede te vervallen.
5. In plaats van een regeling opgenomen in artikel 2:28 wordt in artikel 2:28a een aparte regeling opgenomen over het verval van de vergunning. Hiervoor is in artikel 2:27 een definitie opgenomen van de exploitant. 6. Artikel 2:29 Sluitingstijd In artikel 2:29, derde lid, is afgeweken van de model-
5. De ervaring leert dat wijzigingen m.b.t. exploitant of de onderneming niet actief worden gemeld. Hierdoor zijn exploitatievergunningen niet meer actueel. Om hierop adequater te kunnen acteren is nu in artikel 2:28a geregeld, dat de vergunning
3
APV. 7. Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting In artikel 2:30, eerste lid, is de zinssnede “dan de krachtens artikel 2:29 geldende” komen te vervallen.
dan van rechtswege vervalt. De exploitant moet dan een nieuwe aanvraag doen. Het artikel betreft een verdere uitwerking van de huidige regeling van artikel 2:11, lid 9 van de APV en is gekozen voor duidelijkere bewoordingen wanneer sprake is van verval. Daarom is in het eerste lid toegevoegd dat, net zoals nu, uit andere informatie kan blijken dat het bedrijf niet meer voor rekening van de exploitant wordt geëxploiteerd. De verwijzing in het tweede lid naar sub c van het eerste lid, bleek niet juist te zijn. Ten behoeve van de regeling omtrent verval is in artikel 2:27, derde lid, een definitie gegeven van de exploitant. 6. In de model-APV wordt uitgegaan van de ontheffing van sluitingstijden. In de lokale praktijk is gebruikelijk, en ook als zodanig opgenomen in de huidige APV, om de afwijkende sluitingstijden op te nemen in de exploitatievergunning. De behoefte bestaat om deze regeling zo te behouden. 7. Vanwege de wijziging in artikel 2:29, derde lid, zijn de sluitingstijden breder op te vatten, waardoor volstaan moet worden met “andere sluitingstijden”.
Opnemen Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet In 2022 koos de VNG er voor om de regels die gaan over alcoholverstrekking door paracommerciële rechtspersonen, beperkingen horeca- en slijtersbedrijven en andere detailhandel, verbod prijsacties horeca en proeverijen in slijterbedrijven weer in de model-APV op te nemen in plaats van in een aparte drank- en horecaverordening.
Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden De Wet op de kansspelen reguleert de kansspelen, zoals speelcasino’s en speelautomaten(hallen). De wet is niet van toepassing op spelen, met uitzondering van behendigheidsautomaten, waarbij de spelers door hun behendigheid de kans om te winnen kunnen vergroten. Op deze restcategorie speelgelegenheden voor behendigheidsspelen ziet afdeling 7.
Het is praktisch en logisch om alle onderwerpen die gaan over alcoholverstrekking te bundelen in de APV samen met aanverwante zaken, zoals de horecaexploitatievergunning, sluitingstijden e.d. Door aan te sluiten bij de model-APV is er een regeling die voldoet aan de Alcoholwet en is de Drank- en horecaverordening 2014 overbodig geworden. Meppel heeft een Verordening speelautomatenhallen en Nadere regels verdeling schaarse vergunningen en andere criteria voor de exploitatie van een speelautomatenhal. Hiermee wordt voldaan aan de ambitie uit de DAO tot invoering van een (exploitatie) vergunningstelsel voor speelautomatenhallen. Artikel 2:39, derde lid onder b is aangepast, meer in lijn van de systematiek van de Omgevingswet. Artikel 2:40, tweede lid, is wat betreft de formulering gelijk aan de formulering van de model-APV.
Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
4
1. Artikel 2:22 Plakken en kladden In artikel 2:42, tweede lid, is het verbod uitgebreider omschreven.
1. Zowel voor de wijze van aanplakken als voor het gebruik van materialen om te kladden is een extra verduidelijking opgenomen.
2. Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen In artikel 2:47, eerste lid onder a vervalt “voertuig”.
2. Het begrip voertuig is te breed en niet nodig om op te nemen: het klimmen of zich bevinden op een voertuig zoals een auto is veelal vernieling, terwijl zich op een fiets – ook zijnde een voertuig – bevinden een normale activiteit betreft.
3. Wijziging en aanvulling van de normen uit het artikel “Glazen drinkgerei” (2:48a) en vervallen Artikel over “Lachgasverbod” (artikel 2:48a model) 4. Nieuw artikel in model “Messen en andere voorwerpen als steekwapen” (artikel 2:50a) grotendeels overgenomen. 5. Nieuw artikel 2:54 in model ‘Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats” overgenomen. In het eerste lid is de opmaak van onderdeel b aangepast. In derde lid zijn de grondslagen voor de ligplaatsen aangevuld. 6. Opgenomen artikel “Bedelarij” (artikel 2:65) Verbod om op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken. Het college kan gebieden aanwijzen waar een bedelverbod geldt, wanneer naar het oordeel van het college een overlastgevende situatie in een bepaald gebied ontstaat. 7. Er lag een verzoek tot aanpassing van Artikel 2:58 “Verontreiniging door honden” Er geldt een uitzondering op de opruimplicht voor de eigenaar of houden van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat bijstaan. De vraag lag voor om de uitzonderingsgrond te verruimen en ook te laten gelden voor mensen in een scootmobiel. 8. Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein In artikel 2:59a is het terrein aangevuld met “en/of erf”.
3. Bij de evaluatie van het artikel in de huidige APV over “Glazen drinkgerei” is geconcludeerd dat dit verbod verduidelijkt moet worden. Dit verbod hangt nauw samen met artikel 2:48 APV, zodat ervoor gekozen is het verbod terug te laten komen in artikel 2:48a APV. Artikel 2:48a in de model-APV betreft het lachgasverbod dat sinds 1 januari 2023 is opgegaan naar de Opiumwet. 4. Door de sterke toename van wapenbezit en het gebruik van steekwapens in het bijzonder is in de model-APV een messenverbod opgenomen. De regeling is een aanvulling op de Wet wapens en munitie. Doel is bescherming tegen mogelijke aantasting van de openbare orde en veiligheid. Gelet op dit doel van het artikel, is de bevoegdheid tot het aanwijzen van gebieden voor het verbod toegekend aan de burgemeester. 5. Het artikel is bedoeld om hinder en overlast te voorkomen, brandgevaar te beperken, de openbare ruimte te beschermen tegen verontreiniging en risico’s voor de volksgezondheid te reduceren. Toezicht en handhaving op het slaapverbod is maatwerk en vraagt zorgvuldige afweging. Het is weinig zinvol dakloze mensen te beboeten als zij noodgedwongen buiten moeten slapen of om mensen te beboeten die dat niet kunnen betalen. In dergelijke gevallen is het beter om handhaving te richten op ondersteuning of maatschappelijke opvang. Het eerste lid onder b is aangepast aan de model-APV.
In het derde lid onder a is de grondslag voor toegestane vaartuigen en woonboten verduidelijkt. 6. De strafbaarstelling van bedelarij is in 2000 uit het WvSr verdwenen. De wetgever heeft echter expliciet de mogelijkheid opengehouden om op basis van de gemeentelijke autonomie een regeling te treffen, indien dit gedrag de openbare orde verstoort of dreigt te verstoren. 7. Er is voor gekozen de uitzonderingsgrond niet verder te verruimen. Er kan gebruik worden gemaakt van bijvoorbeeld een afvalgrijper. Daarbij is handhaving in dergelijke situaties maatwerk. Ook mensen/invaliden in een scootmobiel hoeven de poep niet op te ruimen, als zij daartoe niet in staat zijn.
5
Afdeling 10 Consumentenvuurwerk en carbidschieten 1. Opgenomen Artikel 2:72 “Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen”. Als in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk wordt verkocht dan is hiervoor een verkoopvergunning van het college nodig. 2. Artikel 2:73a “Carbid” niet in model-APV, wel in APV Meppel.
1. Vuurwerverkoopvergunning was in APV Meppel niet opgenomen, maar planologisch gereguleerd via het bestemmingsplan. Op basis hiervan mag één bedrijf op het bedrijventerrein vuurwerk verkopen. Vanwege de strenge veiligheidsregels die gelden voor de opslag en verkoop van vuurwerk wordt nu toch een verkoopvergunning verplicht. 2. Het artikel wordt met een aantal aanpassingen gehandhaafd, waarbij het verbod in het eerste lid is aangescherpt en verduidelijkt. In het derde lid wordt de uitzondering verder aangescherpt. De regeling via algemene regels in de APV Meppel was erg ruim. Vooraf bestaat er geen/onvoldoende inzicht waar carbid wordt geschoten. Het artikel is uitgebreid met een meldingsplicht, het eindtijdstip is gesteld op 18.00 uur, gebruikmaking van een bal/zacht voorwerp als projectiel is verplicht en er geldt een leeftijdseis vanaf 18 jaar voor het schieten. Vergeleken met het eerder voorgestelde artikel is het verbod op alcohol en drugs vervallen, vanwege problemen in de handhaafbaarheid van deze voorwaarde.
Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester 1. Overeenkomstig de model-APV is nu in de APV Meppel ook gekozen voor bundeling van de bijzondere burgemeesters bevoegdheden in één afdeling: • “gebiedsontzeggingen” was in APV Meppel opgenomen als “verblijfsontzeggingen” in afdeling 8; • “cameratoezicht op openbare plaatsen’ was in APV Meppel opgenomen in afdeling 11; • “woonoverlast” was in APV Meppel opgenomen in afdeling 13. 2. Opgenomen artikel 2:76 “Aanwijzen veiligheidsrisicogebieden” door de burgemeester. 3. Nieuw artikel 2:80 in model “Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf ”overgenomen. Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid tot sluiting van een voor het publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte of bijbehorend erf. Dit kan alleen als dat noodzakelijk en proportioneel is en er geen minder ingrijpende maatregelen zijn om het doel te bereiken. 4. Nieuw artikel 2:81 in model “Tegen gaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat ” overgenomen. Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid branches (bv autobranche, kappersbranche, belwinkels), bijbehorende erven en gebieden aan te wijzen die voor de uitoefening van hun bedrijfsmatige activiteiten een exploitatievergunning nodig zijn. Er moet wel een onderbouwde reden zijn, voordat de burgemeester een branche kan aan te wijzen.
1. Terminologie gebiedsontzeggingen wordt aangehouden. 2. Door het opnemen van het artikel over Veiligheidsrisicogebieden wordt het mogelijk voor de politie om in aangewezen gebieden personen preventief te fouilleren en voertuigen te doorzoeken. 3. In aanvulling op de sluitingsbevoegdheid in artikel 174 Gemeentewet wordt het mogelijk bv garages, autoverhuurbedrijven, uitzendbureaus, glazenwassers, winkels, bioscopen te sluiten bij overtredingen anders dan op grond van de Opiumwet. Het gaat dan om het veroorzaken van overlast en plegen van strafbare feiten, het gedogen of op andere wijze toestaan ervan, bijvoorbeeld door aangetroffen wapens, illegaal gokken, heling of mensenhandel. 4. De noodzaak om branches aan te wijzen moet blijken uit analyse aantal, onderzoek en politierapportage. Deze maatregel richt zich niet zozeer op personen (de potentiële daders), maar op de situaties en gelegenheidsstructuren die de georganiseerde criminaliteit faciliteren en soms zelfs aanmoedigen. Het is een vergaande maatregel, daarom worden hoge eisen gesteld aan de onderbouwing. Met het opnemen van dit artikel wordt voldaan aan een ambitie in de DAO tot het ondermijningsproof maken van de APV.
6
Algemeen - hoofdstuk 3 Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Sinds de opheffing van het bordeelverbod op 1 oktober 2000 moet sekswerk worden benaderd als legaal beroep. Doel van het rijk was een beleid dat gericht is op normalisering en decriminalisering van de prostitutie. De wetgeving om dit te reguleren/stimuleren laat nog steeds op zich wachten. Ruim twintig jaar later is de Nederlandse seksbranche verder ontwikkeld: - landelijk een sterk dalende trend in de traditionele vormen van vergunde seksbedrijven; - meer flexibele en onvergunde vormen van sekswerk, waarbij zelfstandige sekswerkers hun klanten via internet en sociale media werven. Deze ontwikkeling leidt enerzijds tot mogelijkheden voor sekswerkers die zelfstandig en zonder bemoeienis van een exploitant willen werken, anderzijds tot het vergroten van de onzichtbaarheid van slachtoffers van mensenhandel. Of er een omzetting moet komen van een meer regulerend naar ook een decriminaliserend en destigmatiserend sekswerkbeleid is een strategische vraag die voorligt. In een dergelijk beleid is er meer oog voor het welzijn van de sekswerker en het bestrijden van criminaliteit (zelfstandig werkende sekswerker). Bijvoorbeeld door zelfstandig, thuissekswerk planologisch aan te merken als dienstverlening aan huis/aan huisverbonden beroep of bedrijfsmatig thuissekswerk vergunningplichtig te maken.
De vraag over de toekomstige vormgeving van het sekswerkbeleid zal in Meppel nog beantwoord worden. Anticiperend op de toekomstige inwerkingtreding van de Wet regulering sekswerk is hoofdstuk 3 in de model-APV aangepast. Dit is gedaan om niet binnen afzienbare termijn opnieuw substantiële materiële wijzigingen aan te hoeven brengen in de betreffende regelgeving – en om de ontvlechting daarvan te zijner tijd te vergemakkelijken. Het betreft de volgende artikelen: 1:2 ‘Beslistermijn’, 1:5 ‘Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing’, 1:6 ‘Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing’, 1:7 ‘Termijnen’ en 1:8 ‘Weigeringsgronden’. Deze bepalingen worden waarschijnlijk op termijn in of krachtens de Wet regulering sekswerk in afwijking van de (algemene) bepalingen van de APV geregeld. Daarbij dient opgemerkt te worden dat onduidelijk is wanneer deze wet in werking zou treden, omdat deze nog niet behandeld is in de Tweede en Eerste Kamer. Voorlopig wordt prostitutie in Meppel als volgt gereguleerd: 1. De regeling van hoofdstuk 3 in de model-APV wordt overgenomen. Dit betekent dat artikelen over in te dienen gegevens, concentratie seksinrichtingen, weigerings- en intrekkingsgronden, verplichtingen/bedrijfsplan in de APV worden opgenomen; 2.
De gemaakte beleidskeuzes worden gehandhaafd: o Maximumstelsel van 3 prostitutiebedrijven al dan niet in combinatie met een escortbedrijf o Vergunningsduur van maximaal 5 jaar met mogelijkheid tot verlenging voor 5 jaar 3. De Nadere regels verdeling vergunningen prostitutiebedrijven worden nog aangepast/vervangen door beleidsregels met criteria voor de bekendmakings-, verdelings- en wegingscriteria van de schaarse vergunningen voor prostitutiebedrijven. Veranderingen - hoofdstuk 3 Regulering prostitutie, Motivering/toelichting seksbranche en aanverwante onderwerpen Afdeling 2 Vergunning seksbedrijf 1. Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen De term seksinrichting is gewijzigd in prostitutiebedrijf en 1. Door wijziging in “prostitutiebedrijf” is het artikel er is aangegeven dat de locaties gelegen moeten zijn in in overeenstemming gebracht met artikel 3 van de huidige nadere regels. Beoogd is om geen de gebieden op de bijgevoegde kaarten. verandering te brengen in dit kader. De kaarten zijn eveneens gelijk aan die zijn vastgesteld met 2. Artikel 3:5 Beperking aantal vergunningen de nadere regels. De omschrijving van de beperking van het tweede lid is aangepast. 2. De beperking is in overeenstemming gebracht met artikel 3:3, eerste lid, van de huidige APV. 3. Artikel 3:6 Aanvraag De vermelding van fasen in de aanvraagprocedure wordt weggelaten. 3.
In de aanvraagprocedure wordt ongeacht de fasen die gehanteerd worden om de schaarse 4. Artikel 3:9 Intrekkingsgronden vergunning te verdelen, conform de model-APV, In het eerste lid onder c is de verwijzing naar artikel 3:14 aan iedere aanvraag deze minimumeisen aangevuld. gesteld. 4. De verwijzing bleek nog niet conform de modelAPV.
7
Afdeling 3 Uitoefenen seksbedrijf Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees. Het eerste lid is toegevoegd.
Het eerste lid is toegevoegd, zodat het artikel gelijkluidend is aan de bepaling van de model-APV.
Veranderingen - hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Regeling van dit hoofdstuk is met ingang van 2022 niet meer via de APV Meppel, maar in de Verordening Fysieke Leefomgeving.
Veranderingen - hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Regeling van de onderwerpen is met uitzondering van de afdelingen over het collecteren, venten en snuffelmarkten met ingang van 2022 overgegaan van de APV Meppel naar de Verordening fysieke leefomgeving. Afdeling 2 Collecteren Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving. In het derde lid is tweemaal het woord “of” toegevoegd. Afdeling 3 Venten Artikel 5:15 Ventverbod Het woord zondag is aangepast naar zondagen. Afdeling 5 Snuffelmarkten De afdeling, met artikel 5:22 en 5:23, is toegevoegd.
Afdeling 6 Openbaar water en waterstaatswerken Artikel 5:30 In het tweede lid is de VFL toegevoegd.
Conform de model-APV is in lid 3 met “of” aangegeven dat het niet gaat om cumulatieve voorwaarden. Hiermee is de bepaling in overeenstemming gebracht met artikel 5:12, tweede lid, van de huidige APV. Een snuffelmarkt was ondergebracht onder de afdeling 3 in hoofdstuk 2 over evenementen. Een snuffelmarkt is echter geen evenement, omdat deze wordt gehouden in een gebouw. Indien het betreft braderieën, vrijmarkten op Koningsdag of vlooienmarkten in de openbare ruimte, is er sprake van een evenement, dat al dan niet vergunningplichtig is op grond van artikel 2:25. De snuffelmarkt wordt daarom apart geregeld in afdeling 5 van hoofdstuk 5 en is zo in overeenstemming met de model-APV. Het tweede lid bevatte in de uitzondering nog niet het volledige kader van regelgeving.
Veranderingen - hoofdstuk 6 Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen 1. Artikel 6:2 Toezichthouders In het eerste lid is toegevoegd “daartoe bevoegde”. 2. Artikel 6:4 Intrekking oude verordeningen Het artikel is opgesplitst in twee leden. 3. Artikel 6:5 Overgangsrecht In het overgangsrecht is het begrip “besluiten” verduidelijkt en is er een regel opgenomen over de behandeling van aanvragen. 4. Artikel 6:6 Inwerkingtreding De datum is gesteld op 1 januari 2026. 5. Artikel 6:7 Citeertitel De citeertitel is aangepast.
1. Gekozen is voor de toegevoegde woorden, zodat duidelijker wordt dat het de aangewezen toezichthouders betreft. 2. Zoals gebruikelijk is, is voor elke intrekking een apart artikellid geformuleerd. 3. In overeenstemming met het overgangsrecht in de VFL is ervoor gekozen om specifiek te vermelden dat besluiten, beleidsregels en nadere regels genomen onder de huidige APV en Dranken Horecaverordening gelden als dergelijke besluiten onder de nieuwe APV. Daarnaast is een regeling opgenomen voor de situatie dat een aanvraag is ingediend voor 1 januari 2026, maar daarop na deze datum nog niet is besloten. 4. De APV brengt een aantal wijzigingen met zich mee, waarvoor tijd moet zijn om hierover met inwoners/bedrijven te communiceren en de
8
werkprocessen aan te passen. Dat geldt met name voor de uitvoering van afdeling 10 van hoofdstuk 2 (Consumentenvuurwerk). Daarom wordt voorgesteld om de APV per 1 januari 2026 in werking te laten treden en dus niet eerder, kort na de raadsvergadering van 27 november 2025. 5. De citeertitel is in overeenstemming gebracht met de titel van de verordening.
9