Bijlage 3 - Omgevingsvisie Meppel
Tekst van het document
Omgevingsvisie Meppel Samen bouwen aan duurzaam geluk 03-03-2025
www.meppel.nl/omgevingsvisie
Inhoudsopgave 01 - Inleiding. P. 03 1.1 Waarom een omgevingsvisie? 1.2 Het verhaal van Meppel 1.3 Meppel nu: kwaliteit en karakter 1.4 Ambities en strategieën voor de leefomgeving 1.5 Over deze omgevingsvisie
A
P. 03 P. 04 P. 08 P. 10 P. 17
Koers voor onze leefomgeving.
02 - Duurzaam in alle opzichten. P. 21 2.1 Energietransitie P. 21 2.2 Circulaire economie P. 25 03 - Schoon, natuurlijk en gezond. 3.1 Een natuurlijke leefomgeving 3.2 Aanpassen aan een veranderend klimaat 3.3 Een schone leefomgeving 3.4 Een gezonde leefomgeving
P. 28 P. 28 P. 32 P. 37 P. 40
04 - Levendig en leefbaar voor iedereen. P. 43 4.1 Voorzieningen P. 43 4.2 Inrichting en beheer van de openbare ruimte P. 47 4.3 Toerisme en recreatie P. 49 4.4 Levendige binnenstad P. 51 P. 55 05 - Kwalitatieve en inclusieve groei 5.1 Woningbouw P. 55 5.2 Een diverse economie P. 59 5.3 Bedrijventerreinen P. 63 5.4 Mobiliteit P. 66 5.5 Ruimtelijke kwaliteit P. 69
B
Werken aan onze leefomgeving.
06 - Ontwikkelprincipes. P. 72 6.1 Vier ontwikkelprincipes P. 72 6.2 Ontwikkelprincipes per ambitie P. 73 07 - Uitwerking per deelgebied. P. 75 7.1 Buitengebied P. 75 7.2 Wijken en dorpen P. 79 7.3 Binnenstad P. 90 7.4 Bedrijventerreinen P. 92 7.5 Bestaande ontwikkelgebieden P. 94 7.6 Nieuwe ontwikkelgebieden P. 96
08 - Van visie naar uitvoering. P. 101 8.1 Omgevingsprogramma’s P. 101 8.2 Wijkagenda’s P. 103 8.3 Hoe de gemeente zich opstelt P. 104 8.4 Financiële instrumenten P. 107 8.5 Monitoring en actualisatie P. 108
Bijlage 1 P. 109 Bijlage 2 P. 115 Bijlage 3 P. 118
1. Inleiding Deze omgevingsvisie vertelt het verhaal van Meppel, Nijeveen en omstreken. Dat verhaal hangt sterk samen met de buitenruimte: de leefomgeving. Vroeger al, als poort van Drenthe en handelsstad, maar ook nu. Allerlei (inter)nationale ontwikkelingen beïnvloeden onze leefomgeving: de landbouwtransitie, de woningmarkt, de digitale revolutie, veranderende klimaatomstandigheden. Dat maakt dat we keuzes moeten maken die gevolgen hebben voor de leefomgeving. In tijden van verandering is het van belang om koers te houden. Deze omgevingsvisie bevat daarom koers van de gemeente Meppel over de leefomgeving tot aan 2040. Hierbij willen we de gemeente verder laten groeien, terwijl we ook behouden wat belangrijk is voor stad en dorpen. Zo werken we aan een gemeente die klaar is en blijft voor de toekomst.
1.1 Waarom een omgevingsvisie? In deze omgevingsvisie leggen we vast wat we willen met onze leefomgeving. We kijken daarbij naar 2040. Het is van belang om met een blik op de lange termijn naar onze buitenruimte, onze maatschappij en onze economie te kijken. Dat helpt ons bij de grote en kleine keuzes die we maken over de leefomgeving. Onze omgevingsvisie heeft twee belangrijke functies, en ze valt daarom ook uiteen in twee delen. Deel A bevat onze koers voor de leefomgeving. Deze valt uiteen in vier ambities. Samen bieden ze een antwoord op de uitdagingen van deze tijd. Het gaat om: duurzaam in alle opzichten (hoofdstuk 2), schoon, natuurlijk en gezond (hoofdstuk 3), levendig en leefbaar (hoofdstuk 4), en kwalitatieve en inclusieve groei (hoofdstuk 5). Deel B laat zien hoe we de omgevingsvisie in de praktijk toepassen. Als we werken aan de leefomgeving is de omgevingsvisie ons kader. Het biedt handvatten voor specifieker beleid over bepaalde gebieden of bepaalde onderwerpen. Denk dan aan een gebiedsprogramma voor de binnenstad of een programma over energie of mobiliteit. Om deze reden bevat de visie een set ontwikkelprincipes (hoofdstuk 6) en een korte uitwerking per gebied (hoofdstuk 7) en tekst en uitleg over de opvolging van de visie in omgevingsprogramma’s en wijkagenda’s (hoofdstuk 8). Tot slot is deze omgevingsvisie ook een uitnodiging.
Op onze schaal doen we wat we kunnen. Ontwikkelen op Meppeler wijze noemen we dat. Maar we kunnen het niet alleen. Bijvoorbeeld in het buitengebied. Daar ligt het initiatief vooral bij de provincie. Aan de woningcrisis kunnen we maar voor een deel bijdragen. Watervraagstukken liggen voornamelijk bij het waterschap. Inwoners, ondernemers, partners, medeoverheden: we hebben elkaar nodig om onze leefomgeving mee te laten bewegen met de grillen van de tijd. Met dit document zetten wij onze koers neer en geven we aan hoe die een invulling kan krijgen. We nodigen iedereen uit om hieraan bij te dragen. Welke kansen zie jij?
Foto: Gracht Meppel richting het westen.
3
1.2 Het verhaal van Meppel Meppel heeft een rijke geschiedenis. Om keuzes te maken voor de toekomst, moeten we weten waar we vandaan komen. Daarom vertellen we eerst in het kort het verhaal van onze gemeente1. We vertellen hoe het was, en hoe onze leefomgeving er nu bij ligt. Daaruit blijkt als vanzelf welke kwaliteiten we willen koesteren als we keuzes maken voor de toekomst. Kruispunt van riviertjes Niets Hollands is Meppel vreemd. De stad is ontstaan als handelscentrum aan het water, en dat karakter dragen we nog steeds met trots. Water heeft altijd een cruciale rol gespeeld bij onze groei en handel. Meppel ontstaat op een kruispunt van riviertjes onderaan het Drents plateau. Daar waar de Reest, de Wold Aa, de Havelter Aa en de al vroeg gegraven Swarte Grift en Wetering samenkomen in de Sethe, ontstaat in de middeleeuwen een nederzetting. Het ligt op een strategische plek, omdat de Sethe (nu Meppeler Diep) direct in verbinding staat met de Zuiderzee.
Afbeelding 1: Meppel (1820).
Poort van Drenthe Het dorp Meppel is eerst een stapelplaats. Landbouwproducten uit het zuidwesten van Drenthe worden er via water aangevoerd en in pakhuizen verzameld. Vaak zijn ze bestemd voor de bisschop uit Utrecht die ook Drenthe bestuurt. Vanaf de 15de eeuw groeit Meppel verder. In 1460 stelt de bisschop twee vrije jaarmarkten in. Ruim twintig jaar later mogen er ook weekmarkten worden gehouden. Meppel krijgt positie als marktplaats en wordt steeds belangrijker. Het achterland wordt steeds groter. En Meppel functioneert steeds meer als poort van Drenthe. Het dorp groeit. De Meppelaars bouwen scheepswerven, een waag, een kerk en uiteindelijk komt er een stadhuis, nadat het dorp in 1644 stadsrechten heeft gekregen.
Afbeelding 2: Oude en nieuwe benamingen (1820).
4
Groene weiden en agrarische linten Niet alleen de handel bloeit in de middeleeuwen. Ook de landbouw komt in een stroomversnelling. De veengebieden worden ontgonnen. Steeds systematischer ontginnen de boeren de natte gronden van Drenthe. Niet de landbouw maar het winnen van turf wordt het belangrijkste doel. Uiteindelijk ontstaan groene weidezones doorsneden door griften: rechte smalle wateren waarlangs boeren en turfstekers hun waren en turf vervoeren. Boeren bouwen kleine dorpen en buurtschappen om samen te komen en hun waren te verwerken en te verkopen. Zo ontstaan de lintdorpen Ruinerwold, Nijeveen en Kolderveen. Handel en diversiteit Vanaf de 17de eeuw groeit de economie en dus ook het transport. Bredere kanalen zijn nodig. De Sethe wordt uitgediept tot Meppelerdiep. De Hoogeveensche Vaart wordt aangelegd. In de 18e eeuw volgt de Drentse Hoofdvaart, zodat ook de verbinding met Groningen verbetert. Het Meppelerdiep wordt rechtgetrokken en er komen diverse sluizen, zoals de Meppeler Sluis aan de Sluisgracht. Zo kunnen de waterstanden beter worden beheerst en neemt de kans op overstromingen af. Langs de vaarwegen verrijzen pakhuizen, molens en fabrieken. Met de verbeterde verbindingen komen ook de mensen van verder. Meppel wordt diverser, de stad bloeit. Meppel bewijst zich als regionaal knooppunt Na het water volgt in de 19e eeuw het spoor.
Meppel wordt het punt waar de spoorlijnen uit het noorden samenkomen. Dat zorgt voor reuring op het station. Na de eeuwwisseling komen daar nog tramwegen bij. Tussen 1908 en 1939 rijdt er een tram van Meppel over Rogat naar De Wijk en Balkbrug. Tussen 1916 en 1933 rijdt er ook een tram langs de Drentse Hoofdvaart naar Hijkersmilde. Ondertussen groeit ook het wegverkeer. Begin 19e eeuw worden de Rijksstraatwegen naar Groningen en Zwolle aangelegd. Meppel heeft zich dan al als regionaal knooppunt bewezen. Diep in de twintigste eeuw wordt deze status bevestigd als ook de snelwegen naar het noorden bij Meppel uiteengaan. De watersector staat ondertussen niet stil. In 1928 krijgt Meppel een nieuwe haven aan het Meppelerdiep. Dat biedt nieuwe kansen en bedrijvigheid. Het vormt uiteindelijk de basis voor de (veel latere) regionale samenwerking die we nu kennen als ‘Port of Zwolle’.
Afbeelding 3: Zand en veen, dorpen en buurtschappen (1851).
Afbeelding 4: Groei van Meppel en het water (1843).
Afbeelding 5: Infrastructuur (1935).
5
De stad krijgt vorm De goede verbinding leggen de stad geen windeieren. Meppel groeit. Eerst nog willekeurig langs de uitvalswegen en vaarten, later steeds planmatiger. In 1916 bouwt de Meppeler bouwvereniging de Indische buurt. Aan de zuidkant van Meppel verrijst een luxe wijk. De gemeente geeft Leonard Springer opdracht om er een park te ontwerpen. Hij ontwierp eerder het Amsterdamse Oosterpark en het Groninger Stadspark. Hij maakt zijn naam waar met een wandelpark dat later Wilhelminapark wordt gedoopt. Eind jaren ’20 stelt de gemeente het uitbreidingsplan van D. Monsma vast. Dit voorziet in de aanleg van het Beatrixplantsoen, de zuidkant van de Indische Buurt. De stad groeit voorbij de grenzen die de infrastructuur haar stelt: aan de oostkant verschijnt Ezinge aan de overzijde van het spoor. Aan de westkant wordt de sprong over de Hoofdvaart gemaakt met de buurt bij de Steenwijkerstraat. Na de oorlog worden uitbreidingswijken groter en seriematiger. Haveltermade en Koedijkslanden en de bedrijventerreinen langs het water geven de stad de basis voor de vorm die het nu heeft. Later komen daar Oosterboer, Berggierslanden en de Nieuwveense Landen bij. Zo groeit de gemeente van een kleine 25.000 inwoners in 1995 tot ruim 35.000 nu (2024). Verandering en kansen De groei en ontwikkeling van de stad heeft flinke gevolgen voor het stadscentrum met zijn grachten.
Ze zijn niet geschikt voor grotere schepen. Het autoverkeer vraagt bovendien steeds meer ruimte. In de jaren ’60 worden daarom verschillende grachten gedempt. Het geeft de binnenstad een ander aanzien, maar ook nieuwe kansen.
Afbeelding 6: Planmatige stadsontwikkeling.
Ook het landschap verandert door de komst van snelwegen, kanalen en bedrijvigheid. Dat is het opvallendst rondom Rogat. Hier vormen vaart, sluis, Hessenweg en snelweg samen de aanleiding voor een nieuw regionaal bedrijventerrein. Rond Nijeveen blijft het oude slagenlandschap met lintdorpen grotendeels intact.
Afbeelding 7: Verandering 2de helft 20ste eeuw (1974).
6
Meppel tijdlijn 15e eeuw
16e eeuw
17e eeuw
De Drentse Hoofdvaart verbetert
Groei van economie
1480 - weekmarkten
de verbinding tussen Meppel en
en transport
Groningen
1644 - Scheepswerven,
1460 - twee vrije
een waag, een kerk en een
jaarmarkten
19e eeuw
18e eeuw
stadhuis gebouwd.
20e eeuw Tussen 1908 / 1939 - met de tram Rogat naar De Wijk en Balkbrug
1920 - uitbreidingsplan
1928 - nieuwe haven aan
van D. Monsma
het Meppelerdiep
19e eeuw wordt Meppel het
Tussen 1908 / 1939 - met
1916 - bouwvereniging
1960 - Grachten worden
punt waar de sporen uit het
de tram langs de Drentse
de Indische buurt.
gedempt, autoverkeer
noorden samenkomen.
Hoofdvaart naar Hijkersmilde.
krijgt voorrang.
7
1.3 Meppel nu: kwaliteit en karakter Sinds 1998 vormen Nijeveen en Meppel één gemeente. Ook delen van De Wijk en Havelte worden aan de gemeente toegevoegd. Stad en buitengebied ontwikkelen zich samen tot een aantrekkelijke woon- en werkgemeente, waar ook toerisme en recreatie steeds belangrijker worden. Recreatievaart speelt daarbij een rol, maar ook verblijfsrecreatie komt steeds meer voor. De historische binnenstad heeft charme en daardoor aantrekkingskracht. De voorzieningen zoals Bad Hesselingen, schouwburg Ogterop, evenementen, weekmarkt op het Kerkplein hebben een regionale uitstraling. Het midden- en kleinbedrijf, de grafische industrie, veevoederindustrie, automotive, landbouwgerelateerde en maritieme industrie geven de stad een solide economische basis voor de regio ZuidwestDrenthe en de Kop van Overijssel. De verbindingen met de regio zijn er goed en de afstanden binnen de gemeente zijn klein. Daardoor zijn de hechte gemeenschapen in dorpen en stad behouden. Van oudsher vindt Meppel vitaliteit, leefbaarheid en vrijheid belangrijk. Het vele groen en water en de altijd nabije open ruimte en hoogwaardige natuur zorgen dat het goed wonen en leven is in onze gemeente. Kaart 1: Regionale ligging Meppel.
We waarderen de kwaliteiten en karakter die onze stad en dorpen hebben gemaakt tot wat ze zijn. Daarom vormen ze een belangrijke basis voor de omgevingsvisie. Samengevat gaat het om: Het karakter dat we willen behouden • Ondernemende aard, handelsgeest, lef en doen; • Open mentaliteit, gastvrij, samen aanpakken; • Diversiteit in bevolking; • Geluk in gemeenschappen: vitaliteit, leefbaarheid en vrijheid. Kwaliteiten die we willen behouden en versterken • Landschap, cultuurhistorie en bodem als onderlegger • Water en groen: beleefbaar, bruikbaar en gezond; • Knooppunt van infrastructuur: wegen, spoor- en vaarwegen; • Regionale functie: groot verzorgingsgebied; • Diverse bedrijvigheid: motor van ontwikkeling.
Kaart 2: Regiofunctie Meppel.
8
Wijken, dorpen, gebieden en wateren Legenda Gemeentegrond Meppel Wijken en Dorpen Binnenstad en Centrumgebied Buitengebied Bedrijventerrein Bestaande ontwikkelgebieden Nieuwe ontwikkelgebieden woonleef- en werkgebieden Nieuwe ontwikkelgebieden nietwoonfuncties
Kaart 3: Basiskaart met toponiemen.
9
1.4 Ambities en strategieën voor de leefomgeving De wereld staat niet stil. Zowel internationaal, nationaal als lokaal zijn er voortdurend ontwikkelingen die van invloed zijn op onze leefomgeving. Welk antwoord hebben we daarop? Het gaat om grote ontwikkelingen, zoals een veranderende economie, de woningmarkt en klimaatverandering, maar juist ook om veranderende lokale behoeften rondom leefbaarheid, vergrijzing, vervoer of vergroening. Ook de veranderende verhouding tussen gemeente en samenleving speelt een rol. Trends en ontwikkelingen leiden tot opgaven voor de omgevingsvisie. Duurzame ontwikkelingsdoelen Om de veranderingen om ons heen te vertalen in opgaven, gebruiken we de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Deze doelen vormen wereldwijd een blauwdruk voor een duurzame toekomst voor iedereen. Ze pakken wereldwijde uitdagingen aan waarmee we worden geconfronteerd, waaronder armoede, ongelijkheid, klimaat, aantasting van het milieu, welvaart, vrede en gerechtigheid. De doelen zijn onderling verbonden en versterken elkaar. Niemand wordt achtergelaten. We groeperen de 17 doelen in 4 categorieën, zoals op onderstaande afbeelding. De onderste grote cirkel is de basis. Dat is de biosfeer. De biosfeer gaat over het bodem- en watersysteem, biodiversiteit en klimaatverandering. De tweede, iets kleinere cirkel is de maatschappij.
Hier gaat het over woningbehoefte, diversiteit, voorzieningen, armoede, onderwijs en gezondheid. Als derde volgt de economische laag. Die omvat een eerlijke economische groei, innovatie en verantwoorde productie en consumptie. De drie cirkels passen in elkaar. De buitenste cirkels (biosfeer en maatschappij) zijn randvoorwaardelijk voor de binnenste (economie). Andersom is dat niet het geval.
Afbeelding 8: Clustering van de SDG’s die betrekking hebben op de biosfeer (het levensondersteunend systeem van de aarde), de samenleving en de economie (Azote voor het Stockholm Resilience Centre, Stockholm University).
Tot slot zien we een donkerblauwe pijl dwars door alle lagen heen lopen. Dit is de opgave om altijd duurzaam te werk te gaan, bij alles wat we doen. Zo kunnen de generaties na ons leven en wonen in net zo’n mooie gemeente als wij.
10
Omgevingsvisie
Kaart 4: Omgevingsvisie Meppel.
De kaart van de omgevingsvisie Meppel verenigt alle beleidsstrategieën. Per strategie - beschermen, transformeren en ontwikkelen wordt de kaart in een aparte laag (kaarten 5, 6 en 7) uitgewerkt en van een legenda voorzien.
11
Vier ambities Alle opgaven zijn nu verdeeld in vier categorieën. Voor elke categorie hebben we een ambitie geformuleerd. Deze werken we in afzonderlijke hoofdstukken uit. Onderstaande diagram laat dit zien. Categorie Ambitie Hoofdstuk Duurzaamheid
Duurzaam in alle opzichten
2
Biosfeer
Schoon, natuurlijk en gezond
3
Maatschappij Levendig en leefbaar 4 Economie
Kwalitatief en inclusief groeien
5
Drie strategieën voor de leefomgeving Een veranderende maatschappij vraagt om actie ten aanzien van onze leefomgeving. Bovenstaande tabel laat zien hoe maatschappelijke veranderingen beantwoord kunnen worden met ambities voor de leefomgeving. Niet elke opgave is hetzelfde. Daarom vraagt elke opgave een andere strategie. We onderscheiden 3 strategieën: beschermen, transformeren en ontwikkelen.
12
Beschermen
Beschermen Willen we bestaande kwaliteiten en waarden behouden, dan kiezen we voor een strategie van bescherming. Dit gaat bijvoorbeeld om landschapstypen, erfgoed of onze groenblauwe structuur. Dit doen we door duidelijke regels te stellen via het omgevingsplan. Denk aan het beschermd stadsgezicht rond het Wilhelminapark. Maar alleen beschermen is meestal niet genoeg. Ze gaat vaak hand in hand met andere strategieën.
Natuur Water Bossen en/of parken Groenblauwe hoofdstructuur (“Zo doen we groen”) Versterken groenblauwe structuur Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natura 2000 (buiten gemeentegrens) Cultuurhistorie Historische binnenstad Beschermd stadsgezicht Lintbebouwing Beeldbepalende, cultuurhistorische objecten Historische grift Landschap Slagen landschap Open landschap Esgehuchtenlandschap Aardkundige waarden
Kaart 5: Omgevingsvisie Meppel, strategie ‘Beschermen’.
13
Transformeren
Transformeren Als we bestaande elementen willen aanpassen aan de huidige eisen van de maatschappij, dan praten we over transformeren. Zo krijgen gebieden en gebouwen een langere levensduur en nieuwe functies en blijven ze van waarde voor stad en dorp. Denk hierbij aan het herbestemmen van gebouwen, het aardgasvrij maken van gebouwen. Transformatie kan een kans zijn om historische elementen beter tot zijn recht te laten komen. Zo ontstaat een combinatie tussen beschermen en transformeren. De oude gasfabriek is een sprekend voorbeeld. Door deze te herbestemmen tot werklocatie en innovatieve hotspot voorziet het in een behoefte van de gemeenschap en is het gebouw tegelijk behouden voor de stad.
Transformatie buitengebied Natuurinclusieve landbouw Versterken groenblauwe dooradering Beekdalherstel Versterken esgehuchtenlandschap Leefbaarheid wijken Groene hart Sport Toekomstbestendige woonleefgebieden en verdichting Toekomstbestendige bedrijven(terreinen) Gebied met gemengde functies Hittestress Waterinfiltratie Potentie warmtevoorziening Netwerken Snelfiets route Regionale mobiltieitshub Verkeershub
Kaart 6: Omgevingsvisie Meppel, strategie ‘Transformeren’.
14
Ontwikkelen
Ontwikkelen Bij de strategie ‘ontwikkelen’ voegen we iets nieuws toe aan onze leefomgeving. Het kan gaan om nieuwe structuren, gebieden, gebouwen of functies. Dit kan een krachtige motor zijn voor groei en verbetering, mits op een doordachte, duurzame en respectvolle manier te werk wordt gegaan. Ontwikkeling biedt de mogelijkheid om nieuwe kwaliteiten toe te voegen, zoals moderne infrastructuur, duurzame woonwijken en innovatieve werkplekken. Een goede afstemming tussen het bestaande en het nieuwe is daarbij belangrijk. Ontwikkeling kan, mede door de geldstromen die erdoor op gang komen, kansen bieden om bestaande kwaliteiten te behouden. Denk aan behoud van cultuurhistorische elementen, door het opknappen ervan mee te nemen in de begroting van een gebiedsontwikkeling.
Groenblauwe aders Recreatieve verbinding groenblauwe hoofdstructuur Ecologische verbinding Energie Kansrijke gebieden windenergie Waterstofbackbone Zoekgebied gebied zonne-energie langs snelwegen Potentie energiehub Zoekgebied biogas Wonen en Werken Toevoegen woon-leefgebieden Zoekgebied is voor uitbreiding woon-leefgebieden Stadsrandzone Meppel (overgang woongebied / Zoekgebied niet-woon functies) Zoekgebied groenfuncties Ontwikkeling gemengd gebied Ontwikkeling bedrijventerreinen Circulaire haven (Port of Zwolle) Kenniscampus
Kaart 7: Omgevingsvisie Meppel, strategie ‘Ontwikkelen’.
15
Voor elke opgave een passende strategie (overzicht) Welke strategieën zijn nu nodig als we werken aan de opgaven waar we voor staan? Dit is van verschillende factoren afhankelijk. In veel gevallen is niet één enkele strategie passend, maar gaat het om een combinatie. Onderstaand overzicht laat de ambities nog eens zien. Per ambitie zijn opgaven benoemd waar we voor staan. Daarnaast staat de voornaamste strategie die we hanteren. Ambitie
1. Ambitie: Duurzaam in alle opzichten
2. Ambitie: Schoon, natuurlijk en gezond
3. Ambitie: Levendig en leefbaar
4. Ambitie: Inclusieve en kwalitatieve groei
Onderwerp
Voornaamste strategie
2.1 Energietransitie
transformeren
2.2 Circulaire economie
transformeren
3.1 Natuurlijke leefomgeving
beschermen
3.2 Klimaatadaptatie
transformeren
3.3 Schone leefomgeving
beschermen
3.4 Gezonde leefomgeving
transformeren
4.1 Voorzieningen
beschermen
4.2 Openbare ruimte
transformeren
4.3 Toerisme en recreatie
beschermen
4.4 Levendige binnenstad
ontwikkelen
5.1 Wonen
ontwikkelen
5.2 Diverse economie
ontwikkelen
5.3 Bedrijventerreinen
ontwikkelen
5.4 Mobiliteit
transformeren
5.5 Ruimtelijke kwaliteit
beschermen 16
1.5 Over deze omgevingsvisie Juridische status Het opstellen van een omgevingsvisie is bij wet verplicht (Omgevingswet, artikel 3.1). Met het vaststellen van de omgevingsvisie voldoen we aan deze wettelijke verplichting. De visie gaat over het hele grondgebied van de gemeente Meppel en richt zich op de fysieke leefomgeving. We volgen hierbij twee doelen uit de Omgevingswet: • Het behouden van een veilige en gezonde leefomgeving. • Het effectief beheren, gebruiken en ontwikkelen van de leefomgeving voor maatschappelijke behoeften. Deze omgevingsvisie stelt opnieuw het gemeentelijk beleid op hoofdlijnen vast. Hiermee vervalt eerder beleid voor onze leefomgeving. In de vast te stellen omgevingsvisie nemen we een lijst op van beleid dat komt te vervallen en blijft gelden. Effecten op de omgeving In de omgevingsvisie maken we keuzes over de leefomgeving. Deze keuzes kunnen allerlei effecten hebben. Denk aan de toename van verkeer, of veranderen van grondwaterstromen. Deze effecten hebben we in beeld gebracht, samen met maatregelen om negatieve effecten te verminderen. Deze inzichten zijn weer meegenomen bij het aanscherpen van de visie zelf. Dit staat in de omgevingseffectrapportage (OER) die bij deze omgevingsvisie hoort. De OER is tevens een planMER als bedoeld in de wet (Omgevingswet, artikel 16.43, 1e lid).
Samenhang met ander beleid In deze visie hebben we rekening gehouden met relevante gemeentelijke beleidsnota’s en plannen. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van het bestaand beleid wat relevant is voor de omgevingsvisie en voor toekomstige omgevingsprogramma’s. Ook houdt de omgevingsvisie rekening met beleid van buurgemeenten, de provincie, het waterschap en het Rijk. Doorwerking De omgevingsvisie werkt door in gemeentelijk beleid en de uitvoering in programma’s en projecten. Meer hierover leest u in hoofdstuk 8.
17
Indruk van de week van de omgevingsvisie 1057
6%
50%
77%
In totaal zijn er 1057 inwoners van Meppel die in de eerste ronde van de participatie digitaal hebben meegedacht
van de ondervraagden gaat weinig tot niet de natuur in
van de ondervraagden (828) bezoekt vaak natuurgebieden in de omliggende gemeenten
van de ondervraagden vindt een gemengde buurt waarin een mix van jong en oud, alleenstaand en samenwonend, met of zonder zorgvraag, religie of andere nationaliteiten belangrijk
Windenergie kan het beste langs snelwegen of langs het spoor worden opgewekt
Top 5 meest belangrijke voorzieningen volgens inwoners:
Horeca Inwoners van Meppel hechten veel waarde aan groen voor recreatie en gezondheid
Deelnemers waren enthousiast over De Week van de omgevingsvisie
Zwembad
Park
Winkels in het centrum
Sport accommodaties
“Meer verbinding zou gecreëerd kunnen worden door in de buitengebieden wat horeca met terrassen toe te staan. Een stuk fietsen en een kop koffie met gebak of een broodje in de natuur is toch heerlijk!”
Natuur inclusieve landbouw vinden de meeste ondervraagden de meest passende nieuwe vorm van landbouw in Meppel
Met een pipowagen zijn raadsleden en ambtenaren de straat op gegaan om ideeën en wensen van inwoners te verzamelen.
18
Totstandkoming Deze omgevingsvisie is opgesteld met inbreng van inwoners, ondernemers en partners en medeoverheden. De participatie voor de omgevingsvisie van Meppel is grondig en zorgvuldig opgezet in drie ronden, waarbij breed is ingezet op het betrekken van inwoners en stakeholders. In de eerste ronde, die in september 2022 plaatsvond, werden diverse participatiemethoden ingezet, zoals een inloopbijeenkomst, pipokar-sessies op de markt, ideeënbussen in buurthuizen, een digitale peiling (met 1057 respondenten), jongereninterviews, werksessies met stakeholders en gesprekken met raadsfracties. Hieruit bleek dat de inwoners veel waarde hechten aan de kwaliteiten van Meppel, zoals cultuurhistorie en het landschap, maar ook voor dilemma’s staan, zoals de afweging tussen vergroening en andere belangen. In de tweede ronde, in het voorjaar van 2023, werden drie scenario’s besproken, ondersteund door een digitale peiling (956 respondenten) en een sessie met ketenpartners. De belangrijkste uitkomst was dat verduurzaming en klimaatadaptatie van groot belang zijn, dat er ruimte is voor groei van woningen en bedrijvigheid, maar dat dit niet ten koste mag gaan van de kwaliteiten van Meppel.
De derde ronde, begin 2024, richtte zich op de gebiedsgerichte vertaling van onze vier ambities, waarbij in drie gebiedsbijeenkomsten werd getest of deze aansluiten bij de behoeften in verschillende delen van de gemeente. Dankzij de grote betrokkenheid van onze inwoners en partners is deze visie rijker geworden. We zijn hier trots op. In bijlage 1 staat hoe en met wie de omgevingsvisie precies tot stand is gekomen. Zienswijzen De ontwerp-omgevingsvisie is vrijgegeven voor zienswijzen. Iedereen binnen en buiten de gemeente kon zijn of haar mening geven over het stuk. De zienswijzen helpen ons om de visie te verbeteren. Zo werken we samen aan een mooie toekomst voor onze stad, dorpen en het buitengebied. De zienswijzen zijn verwerkt in een definitieve omgevingsvisie. Als deze omgevingsvisie is vastgesteld door de gemeenteraad en is gepubliceerd, dan is deze officieel van kracht.
19
A
Koers voor onze leefomgeving
2. Duurzaam in alle opzichten Meppel wil duurzaam zijn in alle opzichten. Alleen dan ontstaat een fijne en veilige leefomgeving voor mens en dier. Dat gaat niet alleen over hernieuwbare energie of het aardgasvrij maken van woningen. We omarmen ook de circulaire economie. We bewegen mee met een veranderend klimaat en zijn natuurinclusief. We zijn fossielvrij en CO2-neutraal, met nadruk op efficiënt energiegebruik en lokale duurzame opwekking. Bij nieuwe ontwikkelingen is er geen afwenteling in plaats en tijd. We hebben oog voor water, bodem en energiesystemen, zodat nieuwe kansen ontstaan. Samen leven, ontwikkelen, produceren en consumeren doen we in alle opzichten duurzaam. Zo komen we tegemoet aan de behoeften van de huidige generatie zonder toekomstige generaties tekort te doen.
2.1
Energietransitie
Uitstoot van fossiele brandstoffen is veruit de grootste oorzaak van een veranderend klimaat. Het Klimaatakkoord van Parijs, is in Nederland in 2019 vertaald in het Nationale Klimaatakkoord. Dit bevat maatregelen en doelstellingen om uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen. Hieruit volgt de opgave om CO2-uitstoot te verminderen, vooral door verbranding van fossiele brandstoffen sterk te beperken. We moeten toe naar nieuwe systemen voor onze energievoorziening: andere vormen van energieopwekking, nieuwe vormen van mobiliteit, industrie en verwarming (warmtetransitie). Elke regio in Nederland ontwikkelt hiervoor een eigen regionale energiestrategie (RES) die aansluit bij de nationale klimaatdoelen en de specifieke mogelijkheden en behoeften van de regio. Voor de gemeente Meppel is dit de RES-regio Drenthe. Deze strategie is in 2021 vastgesteld. Hierin staat (onder andere) het streven om in 2030 een kwart van het energiegebruik van Drenthe op te wekken via wind en zon. Voor elke Drentse gemeente zijn ambities en afspraken gemaakt om dit doel te behalen.
Opgave: Transformeer de energie-infrastructuur door duurzame energiebronnen zoals zonneen windenergie te integreren in de regio. Stimuleer energie-efficiëntie in bestaande gebouwen en maak overstappen op duurzame warmteoplossingen mogelijk.
CO2-reductie De energietransitie is een systeemverandering. Onze huidige systemen voor energievoorziening, transport, industrie en verwarming maken plaats voor nieuwe. We zetten ons in voor een broeikasgasarme leefomgeving. Een leefomgeving waarin de uitstoot van methaan, lachgas, fluorgassen en CO2 zo laag is dat deze geen negatieve gevolgen heeft voor onze leefomgeving. Hierbij focussen we ons op het omlaag brengen van de CO2-uitstoot. We maken de gemeente Meppel CO2-neutraal door de energievraag te verminderen en energie efficiënt te gebruiken en over te stappen op hernieuwbare energie. Zo worden we CO2-neutraal binnen de gebouwde omgeving, de industrie en in de mobiliteit. Hierbij streven we naar een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten.
21
Naar een aardgasvrije gemeente Het omschakelen naar nieuwe systemen om onze huizen, kantoren en andere gebouwen te verwarmen noemen we de warmtetransitie. In de praktijk betekent dit dat geen enkel gebouw in onze gemeente in de toekomst nog met (fossiel) aardgas wordt verwarmd. Voor nieuwe woonwijken als Nieuwveense Landen is dat al het geval. Voor de bestaande woonwijken, dorpen en industrieterreinen maken we warmteplannen. Warmteplannen komen gezamenlijk tot stand met alle partijen die hiermee van doen hebben: inwoners, ondernemers en netbeheerders. Voor de Berggierslanden en Koedijkslanden is een warmteplan vastgesteld. Nieuwe warmtesystemen Er zijn diverse mogelijkheden om van het aardgas af te stappen. Zo kan in de ene wijk een individuele warmtepomp een geschikte oplossing zijn. In een andere wijk is een warmtenet weer passender, vanwege de aanwezigheid van goede warmtebronnen voor collectieve verwarming. Dit kan gaan om warmte uit de lucht, bodem, uit oppervlaktewater, afvalwater of restwarmte van de industrie. In de Transitievisie Warmte (vastgesteld door de gemeenteraad in 2021) staat geschetst welke warmteoplossing het meest geschikt is voor welk gebied. Ook zijn hierin mogelijke warmtebronnen aangewezen, zowel de warmtebronnen, de opslag van warmte als het transport via warmtenetten hebben een directe ruimtelijke vertaling.
Grootschalige energieopwek Alleen besparen op energie is niet genoeg. De energie die we nodig hebben, willen we duurzaam en lokaal opwekken. Dit kost meestal ruimte. De hoeveelheid ruimte die nodig is voor energieopwek, wordt sterk beïnvloed door de energievraag. Energiebesparing, maar ook onze groeiambities (zie hoofdstuk 5) hangen hiermee samen. Voor de opwek van windenergie zoeken we naar ruimte in de buitengebieden. Voor de opwek van zonne-energie volgen we de zonneladder van het Rijk. We kijken eerst naar de daken in de gebouwde omgeving. Daarnaast kijken we naar zon langs rijks- en snelwegen en op (boven) parkeerterreinen. Op deze manier komen we de afspraken na die we hebben gemaakt in de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 regio Drenthe. Kansrijke gebieden windenergie Grootschalige opwek van windenergie heeft grote ruimtelijke invloed. In de omgevingseffectrapportage bij de omgevingsvisie onderzochten we waar in onze gemeente kansen liggen voor de opwek van windenergie. Kansrijke gebieden nemen we op in deze omgevingsvisie, zie kaart pagina 15 en pagina 24. Windturbines staan we echter nu nog niet toe. We stellen eerst beleid op dat de kaders geeft voor de realisatie van windenergie en lokaal eigendom. Dan is een wijziging van het omgevingsplan nodig.
In eerste instantie leggen we voor de RES-opgave 1.0 voor 2030 de focus op het ontwikkelgebied Noord IV, zie paragraaf 7.6. De andere kansrijke gebieden voor windenergie blijven in beeld.
22
Duurzame gassen en waterstof In de energietransitie zien we een belangrijke rol voor duurzame gassen en waterstof. Houtige biomassa zien we op dit moment als een transitiemiddel. We zoeken naar vormen om groen gas en/of waterstof op te wekken en op te slaan. Dit heeft ook effecten op de leefomgeving. Voor de productie van groen gas kijken we met name naar het buitengebied. De (voormalige) gaswinlocaties kunnen in de toekomst een schakelpunt vormen in het netwerk van duurzame gassen of waterstof. Opslag en transport van gassen hebben gevolgen voor de leefomgeving. Dit nemen we mee in onze afwegingen. Energienetwerk We verbruiken steeds meer stroom. Daardoor wordt ons elektriciteitsnetwerk steeds voller en is het soms niet mogelijk om nieuwe elektriciteitsaansluitingen te realiseren. Er is sprake van file op het elektriciteitsnetwerk. Dat noemen we netcongestie. Uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk is nodig om aan- en afvoer van elektriciteit mogelijk te maken. Netbeheerders verzwaren daarom bestaande elektriciteitskabels, trekken nieuwe kabels en bouwen nieuwe transportverdeelstations. Ze vergroten het aantal middenspanning- en laagspanningstations. Op Noord III komt een nieuw hoogspanningsstation. Netbeheerders zijn hiervoor verantwoordelijk.
De gemeente faciliteert en ondersteunt waar nodig en zorgt dat ingrepen aan het elektriciteitsnetwerk zorgvuldig worden ingepast in bestaande ruimtelijke structuren. De beschikbare ruimte in bestaand bebouwd gebied is beperkt. We houden daarom rekening met andere ruimtevragers in de openbare ruimte en onze andere ambities voor de openbare ruimte. Zolang het elektriciteitsnetwerk nog niet voldoende is uitbereid wordt er gezocht naar alternatieve oplossingen om gevolgen van netcongestie te beperken. We kijken ook naar de mogelijkheden voor het ontwikkelen van energiehubs, onder andere bij bedrijventerreinen en (voormalige) gaswinlocaties. Doelen: • In 2030 hebben we 55% CO2 reductie bereikt ten opzichte van 1990. We streven naar een reductie van 60%; • In 2040 is de gemeente Meppel CO2-neutraal; • In 2040 zijn alle gebouwen in de gemeente Meppel aardgasvrij; • In 2030 wekken we jaarlijks 0,167 TWh hernieuwbare energie op. Hiervan is 0,102 TWh windenergie en 0,065 TWh zonne-energie (RES-opgave 1.0). Doorwerking • Omgevingsprogramma energietransitie • Een warmteplan voor elke woonwijk
23
Energietransitie Legenda Zon-op-landprojecten Bestaande windmolens Kansrijke gebieden windenergie Zoekgebied biogas Energiehub Middenspanningsstation Hoogspanningsstation
Kaart 8: Energietransitie.
24
2.2 Circulaire economie Onze samenleving maakt intensief gebruik van allerlei natuurlijke hulpbronnen zoals metalen, mineralen, fossiele brandstoffen en hout. De vraag naar deze grondstoffen blijft wereldwijd stijgen door bevolkingsgroei, economische ontwikkeling en technologische vooruitgang. De huidige lineaire economische modellen, waarin we grondstoffen winnen, producten maken, gebruiken en uiteindelijk weggooien, leiden tot een onhoudbare druk op onze natuurlijke hulpbronnen. Voorraden van cruciale producten en grondstoffen dreigen op te raken, de leveringszekerheid neemt af. Het is nodig om het gebruik van grondstoffen tot een minimum te beperken. De overgang naar een circulaire economie is onvermijdelijk. Deze richt zich op het verminderen van grondstoffengebruik en het maximaliseren van de levensduur van materialen en producten door zowel onze inwoners als onze bedrijven. Dit kan door te hergebruiken en te repareren, de levensduur van producten te verlengen, producten te delen en zo min mogelijk afval te creëren. Zo helpen we onze natuurlijke systemen in stand te houden en weer op een gezond niveau te komen.
Opgave: Transformeer de lokale economie naar een circulair model door initiatieven voor hergebruik, reparatie en recycling te ondersteunen. Stimuleer lokale productie en consumptie om de afhankelijkheid van externe grondstoffen te verminderen en zo een veerkrachtige samenleving en economie te bouwen.
Ruimte voor de circulaire bedrijven Een circulaire economie betekent dat bedrijven hun bedrijfsprocessen anders zullen inrichten. Ze ontwerpen producten die langer meegaan, goed te onderhouden zijn en makkelijk te repareren zijn. Door innovaties krijgen reststromen waarde. Zo ontstaan er nieuwe kansen voor ons bedrijfsleven. We willen ruimte bieden aan bedrijven die een bijdrage leveren aan de circulaire economie. Dit doen we bijvoorbeeld door voldoende ruimte op bedrijventerreinen te reserveren voor het upcyclen, recyclen en tijdelijk opslaan van grondstoffen, zie ook onder onze vierde ambitie onder “werken”. De bedrijventerreinen in en nabij de haven lijken hier geschikt voor. We werken samen met partners in het havenecosysteem Port of Zwolle. Circulair ambachtscentrum We stimuleren bedrijven om gesloten kringlopen te creëren. Zij weten het beste hoe zij hun bedrijfsprocessen circulair kunnen maken. Dat past bij de Meppeler mentaliteit van lef hebben en doen. We realiseren daarom een circulair ambachtscentrum. Dit is een combinatie van milieustraat, kringloopwinkel en reparatieplaats. Zo gaan materialen langer mee en ontstaat minder afval. De circulaire economie wordt tastbaar en beleefbaar voor iedereen. Hiermee stimuleren we inwoners om mee te doen aan de circulaire economie. Circulair bouwen Ook in de bouwsector speelt circulariteit een rol.
Hergebruik en renovatie van gebouwen krijgt de voorkeur boven sloop- en nieuwbouw. Hergebruikte materialen krijgen de voorkeur boven nieuwe grondstoffen. Circulair bouwen is ook bouwen zodat gebouwen na tientallen jaren weer te demonteren zijn. Flexibel en levensloopbestendig bouwen zodat gebouwen voor meerdere functies te gebruiken zijn en een kringloop van bouwmaterialen ontstaat. 25
Kortere ketens Kortere ketens leiden tot een kleinere CO2-voetafdruk. Het gaat hierbij onder meer om kortere voedselketens tussen stad en platteland. We streven naar een stevig netwerk van leveranciers van duurzaam voedsel in ons buitengebied en afnemers in onze stad en dorpen. Ook de productie van groen gas is een voorbeeld van een korte keten. Doelen: • In 2050 hebben we een circulaire economie • In 2040 is de gemeente Meppel een essentiële schakel in de circulaire economie van het havenecosysteem Port of Zwolle • In 2040 is de circulaire economie tastbaar en beleefbaar voor inwoners, lokale en regionale partijen.
26
Duurzaam in alle opzichten Opgave: Transformeer de energie-infrastructuur door duurzame energiebronnen zoals zonneen windenergie te integreren in de regio. Stimuleer energie-efficiëntie in bestaande gebouwen en maak overstappen op duurzame warmteoplossingen mogelijk Opgave: Transformeer de lokale economie naar een circulair model door initiatieven voor hergebruik, reparatie, en recycling te ondersteunen. Stimuleer lokale productie en consumptie om de afhankelijkheid van externe grondstoffen te verminderen en zo een veerkrachtige samenleving en economie te bouwen.
Foto: Sluisgracht met de molen.
27
3. Schoon, natuurlijk en gezond In een schone, natuurlijke en gezonde omgeving is het prettig leven en werken. De aanwezigheid van groen en water spelen hierin een grote rol. Een natuurlijke omgeving kan ook toenemende weersextremen goed aan. Ons grondgebied moet bestendig zijn voor veranderende klimaatomstandigheden. Een groene leefomgeving heeft aantoonbare effecten op de gezondheid en geluk van mens en dier. De gemeente Meppel moet daarom een plek zijn waar inwoners gemakkelijk gezonde keuzes kunnen maken.
3.1 Een natuurlijke leefomgeving Meppel heeft een stevige basis als het om groen en water gaat. Waar je ook bent, altijd is een park, bos of water dichtbij. Vanuit het open buitengebied lopen de oude wateren waaraan de stad zijn bestaan dankt de bebouwde kom in, als groenblauwe dragers van het stedelijk weefsel. Het beste voorbeeld is het Wilhelminapark, dat lijkt te ontspringen vanuit de Reest. Uitbreidingswijken als Oosterboer, Haveltermade en Berggierslanden zijn gebouwd op een mal van grachten en wijkgroen. Inwoners van de gemeente Meppel wonen en werken graag in een natuurlijke leefomgeving. Ze zien graag meer ruimte voor groen en water, zowel binnen als buiten de stad en dorpen. Parken, groene daken en stedelijke tuinen zorgen voor mooiere, leefbaardere en gezondere wijken en dorpen en maken de stad veerkrachtiger. Zo kunnen effecten van klimaatverandering worden beperkt en kan biodiversiteit worden vergroot. Vijvers en grachten dragen bij aan een goed waterbeheer en bieden mogelijkheden voor recreatie.
Opgave: Bescherm en herstel lokale biodiversiteit door natuurgebieden en groenblauwe structuren te behouden en versterken en ecologische verbindingszones aan te leggen. Zorg voor de verbetering van waterkwaliteit. Bescherm de cultuurhistorische waarden van onze landschappen en werk volgens de cultuurhistorische inventarisatie en waardenstelling (2016).
Groen en water zijn van waarde Groen en water is medebepalend voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Het bepaalt of we de ruimte als prettig en aangenaam ervaren. Groen maakt gelukkig, zeker als dit gepaard gaat met ontmoeting in de buitenruimte. Groen nodigt uit om in te spelen, om in te wandelen, fietsen, skaten of crossen, om naar te kijken of een boek te lezen, of biedt ruimte voor evenementen, zoals in het Wilhelminapark. Zo draagt gebruik van (en zicht op) groen bij aan onze gezondheid. Bovendien vertellen parken en landschappen ons iets over de geschiedenis van onze regio. Denk aan park Hesselingen, het beekdal van de Reest of het open slagenlandschap rondom Nijeveen dat het verhaal van de turfstekerij vertelt. Elk stuk groen of water heeft zijn eigen kwaliteit. Elk park of landschap heeft zijn eigen waarde. Het is van belang om die waarde te kennen, te erkennen en te behouden.
Foto: De Reest.
28
Groenblauwe structuur We behouden en herstellen groen en blauw erfgoed. De parken zijn de groene harten van onze wijken, met elk een eigen karakter en gebruik. We versterken de bestaande groen- en waterstructuur bij het Ringpark, langs Mallegat, Wold Aa en de stadsrandzones. Ontbrekende schakels in het netwerk vullen we aan, zodat de totale structuur sterker wordt en er robuuste verbindingen ontstaan. Zo zijn de Schiphorst en Broekhuizen nu nog van elkaar gescheiden door de A28. Naast de groenblauwe hoofdstructuur als gemeentelijk natuurnetwerk werken we aan een robuuste nevenstructuur van buurtgroen zodat robuuste verbindingen ontstaan. We koppelen nieuw groen aan fiets- en wandelpaden, om gezond gedrag te stimuleren. Ook maken we een koppeling met de wegen in het buitengebied, om zo het rijgedrag onbewust te beïnvloeden (het zogenaamd natuurlijk sturen). Biodiversiteit Groen en water hebben ook ecologische kwaliteit. Ze geven ruimte aan planten en dieren om zich te versterken, dragen bij aan vermindering van hittestress en helpen om regenwater gemakkelijker op te vangen en vast te houden. De veerkracht van ons natuurlijk systeem staat onder druk. De biodiversiteit gaat steeds harder achteruit. Plant- en diersoorten verdwijnen in hoog tempo. Zo zijn er steeds minder insecten en nemen de aantallen van weidevogels en bepaalde stadsvogels steeds verder af.
Dat heeft gevolgen, nu en op de langere termijn. Dieren en planten hebben elk hun plek in ons ecosysteem en zijn op zichzelf van waarde. Daarom verdienen ze bescherming. Bovendien zijn we als mensen ook afhankelijk van de natuur. Zij levert ons schone lucht en water, verkoeling, voedsel en grondstoffen om mee te bouwen. We kunnen niet zonder. We bevorderen de biodiversiteit door in de gehele gemeente een goede basiskwaliteit natuur te realiseren en onze plannen voor de leefomgeving altijd natuurinclusief vorm te geven. Waterkwaliteit Om de ecologische kwaliteit van ons water op orde te krijgen zijn er doelstellingen vanuit de Kaderrichtlijn Water, waaronder beekherstel, natuurvriendelijke inrichting en het verbeteren van de waterkwaliteit. Het waterschap is hierin verantwoordelijk. Wij ondersteunen het waterschap hierin. Deze opgaven krijgen ook een plek in het toekomstig Drents provinciaal beleid voor het landelijk gebied. We beschermen bestaande bomen, natuur en landschapselementen.
29
Inrichting en beheer van groengebieden Bij de inrichting en het beheer van ons groen zoeken we balans tussen ruimtelijke kwaliteit, gebruikskwaliteit en ecologische kwaliteit. Ook kijken we naar behoeften van inwoners en kenmerken van de buitenruimte. Verschillen per buurt, wijk of streek mogen er zijn en proberen we via beheer te versterken. Gebruik van groen moet in balans zijn met de ecologische draagkracht van het gebied. Dit geldt vooral bij gebruik voor recreatie en evenementen. In ons groenbeleid “Zo doen we groen!” hebben we dit verder uitgewerkt. Doel • In 2050 heeft de gemeente Meppel een robuust en veerkrachtig ecosysteem voor planten en dieren, passend bij de kenmerken van de verschillende gebieden binnen de gemeente Meppel en met behoud en herstel van landschaps- en natuurkwaliteiten. • In 2030 is 5% van het buitengebied ingericht met groene of blauwe landschapselementen, in 2050 is dat 10%. In de bebouwde kom is sprake van 30% groene of blauwe inrichting. Doorvertaling: • Uitgangspunten en maatregelen rond biodiversiteit werken we verder uit in een omgevingsprogramma. • O m onze bestaande en nieuwe groenblauwe structuren te beschermen nemen we regels op n het omgevingsplan. • De groenblauwe opgaven voor het buitengebied krijgen een plek in een gebiedsgericht omgevingsprogramma buitengebied.
30
Natuur- en groenwaarden in en om Meppel Legenda Water Bossen en/of parken Bomenrijen Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natura 2000 Slagen landschap Groene hart Ambities Groenblauwe hoofdstructuur (“Zo doen we groen”) Recreatieve verbinding groenblauwe hoofdstructuur Ecologische verbinding Schiphorst - Broekhuizen
Kaart 9: Natuur- en groenwaarden.
31
3.2 Aanpassen aan een veranderend klimaat Het klimaat verandert. En het is zaak om Meppel daar goed op voor te bereiden. Buien worden extremer, en periodes van droogte worden langer en intenser. Meppel is gevoelig voor wateroverlast, als laag punt waar water vanaf het Drents plateau samenkomt. Onze stad en dorpen moeten daarom zo zijn ingericht dat ook extremere buien zonder al te veel overlast kunnen worden opgevangen. Daarnaast is het nodig om de bebouwde omgeving meer hittebestendig te maken. Hogere temperaturen en langere periodes van droogte zorgen voor hittestress. De weersextremen hebben effecten op de gezondheid en leefbaarheid en brengt hoge (indirecte) kosten met zich mee. Niets doen is geen optie.
Opgave: Bescherm Meppel tegen klimaatverandering door te investeren in waterbeheer en vergroening van stedelijke gebieden. Dit omvat het verbeteren van afvoersystemen, aanleggen van groenstructuren om hittestress te verminderen en het creëren van bufferzones voor wateropvang.
Hitte-eilanden Steeds warmere en drogere zomers maken dorpen, buurten en wijken minder leefbaar en hebben effecten op de gezondheid van inwoners. Meer schaduw is nodig. We willen meer schaduw van bomen in de straten en pleinen en beschaduwde fiets- en wandelroutes. Verharding vervangen we daarom voor groen. We planten bomen op duurzame standplaatsen in de openbare ruimte. Maar alleen ingrijpen in de openbare ruimte is niet genoeg. Veel hete plekken zijn in eigendom van particulieren of bedrijven. Daarom stimuleren we aanleg van groene daken en het vervangen van verharding door groen. Vergroten sponswerking Vanwege haar ligging is er veel water in de gemeente. Van oudsher zijn we gewend om dit water af te voeren. Van het Drents plateau naar het Meppelerdiep en verder. Om effecten van droogte te kunnen verzachten, moeten we water juist vasthouden en bergen. We voeren water pas af als het niet anders kan. Om water vast te kunnen houden en wateroverlast door hevige buien te beperken, moet de ondergrond het water vlug kunnen opnemen. We vergroten daarom de sponswerking van de ondergrond. We creëren een fijnmazig systeem van infiltratie en lokale waterberging in parken, bermen en andere groenvoorzieningen. We vervangen verharding (zoals tegels, parkeerplaatsen) voor groen en (half)open verharding waar dat kan.
Hierbij houden we ook rekening met de kwaliteit van het groen en de gebruikswaarde die deze heeft voor de omgeving. Dit is een dilemma. Grondwaterstanden mogen niet te hoog worden. Dit kan overlast geven. Het aanhouden van hoge grondwaterstanden zorgt voor beperkingen in het gebruik van de grond. Denk aan agrarische gronden, maar ook aan kelders van woningen. We spreken van grondwateroverlast als de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) minimaal 30 dagen per jaar minder dan 50 cm onder het maaiveld ligt. De doelstelling voor het vergroten van de sponswerking zal een zorgvuldige afweging vragen.
32
Kaartbeeld watersysteem Meppel en omgeving Watersysteem Water Hoofdwatersysteem Griften Bodem Moerige eerdgronden en moerige podzolgronden Veengrond Zandgrond Petgaten
Kaart 10: Water en bodem.
33
Wateroverlast Legenda 5 - 10 cm 10 - 15 cm 15 - 20 cm 20 - 30 cm > 30 cm
Kaart 11: Wateroverlast: waterdiepte bij hevige bui 140mm / 2 uur (Klimaateffectatlas, 2024).
34
Stedelijk hitte eiland effect Legenda 1.2 - 1.4 °C 1.0 - 1.2 °C 0.8 - 1.0 °C 0.6 - 0.8 °C 0.4 - 0.6 °C 0.2 - 0.4 °C 0.0 - 0.2 °C
Kaart 12: Stedelijk hitte eiland effect (Klimaateffectatlas, 2024).
35
Regenwater afkoppelen Veel regenwater verdwijnt nog in het riool. Soms voeren we regenwater direct af naar het oppervlaktewater. In enkele gebieden verdwijnt hemelwater in het riool en vermengt het met afvalwater. Bij hevige buien kunnen riolen het water dan niet aan. Dit kan leiden tot wateroverlast, schade en gezondheidseffecten. Van deze situaties willen we af. We willen het afvalwater volledig gescheiden van het hemelwater inzamelen. We stimuleren eigenaren van particuliere (bedrijfs-) terreinen om hun regenwatervoorziening af te koppelen van het vuilwaterriool en regenwater vast te houden en te laten infiltreren in de bodem op eigen terrein. Dit vult de grondwaterstand ter plekke aan en vermindert zo tegelijk het effect van droogteperiodes. Doelen: • In 2050 is 30% van de openbare ruimte beschaduwd; • In 2050 is de gemeente Meppel klimaatbestendig en waterrobuust; • In 2050 zamelen we al het afvalwater gescheiden van het hemelwater in. Schoon hemelwater transporteren we niet meer naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Doorwerking • In het omgevingsprogramma Riolering en Water Programma 2023-2028 staat hoe we omgaan met afvalwater, hemelwater en grondwater (vastgesteld door de gemeenteraad in 2022). • In het omgevingsprogramma (Lokale Adaptie Strategie en Lokale Uitvoeringsagenda) klimaatadaptatie 20232027 staat hoe we werken aan klimaatadaptatie.
Hierbij is de Lokale Adaptatie Strategie in 2024 door de raad vastgesteld, en de Lokale Uitvoeringsagenda door het college in hetzelfde jaar. Dit doen we niet alleen. In samenwerkingsverband Fluvius werken we samen met buurgemeenten en waterschap aan de regionale klimaatknelpunten. • Beide programma’s worden op termijn opgenomen in een overkoepelend omgevingsprogramma groen en water.
36
3.3 Een schone leefomgeving Sommige activiteiten in onze leefomgeving kunnen schade toebrengen aan onze gezondheid en ons ecosysteem. Onze gemeente heeft een aantal zware bedrijven met invloed op de leefomgeving. Horeca en evenementen in de binnenstad van Meppel zorgen voor levendigheid, maar hebben ook invloed op de leefomgeving.
Opgave: Bescherm de volksgezondheid en beperk veiligheidsrisico’s en uitstoot van stoffen, geur, en geluid. Zorg voor een optimale balans tussen een goede bedrijfsvoering van bedrijven en een schone en leefbare omgeving.
Schoon water Een schone leefomgeving begint bij schoon water. Om dit te bereiken, werken we aan de doelen uit de Europese Kaderrichtlijn Water. Het gaat om beekherstel, een natuurvriendelijke inrichting van watergangen en het verbeteren van de waterkwaliteit. Het waterschap is hiervoor verantwoordelijk. Precieze doelen hierover krijgen een plek in het toekomstig Drents provinciaal beleid voor het landelijk gebied. Daarnaast werkt het waterschap elke dag aan schoon water door ons afvalwater af te voeren en te zuiveren. Zo beschermen we de volksgezondheid en blijven stad en dorpen leefbaar. Schone lucht Ook onze luchtkwaliteit wordt belast door economische activiteiten zoals industrie en verkeer. Hierbij kan bovendien sprake zijn van geurhinder. Beperking van hinder dient bij de bron plaats te vinden. Daarom zorgen we dat geldende normen worden nageleefd en stimuleren we fietsen en wandelen boven de auto. Schone bodem De kwaliteit van de bodem is bepalend voor de (toekomstige) functie ervan. Zo is de bodemkwaliteit sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen. We voorkomen nieuwe bodemverontreinigingen. We bevorderen herstel of beheersing van aanwezige bodemverontreinigingen. Zo wordt duurzaam, milieuhygiënisch verantwoord en kosteneffectief hergebruik van grond en baggerspecie op land mogelijk. In de nota Bodembeheer staat hoe we dat doen (vastgesteld door de gemeenteraad in 2013).
De nota geeft het kader waarbinnen gebruik gemaakt kan worden van de bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënisch bewijsmiddel. Voor de landbouw ontmoedigen we intensieve teelten, waarin veel bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.
37
Geluid Voortdurende blootstelling aan geluid heeft effecten op de gezondheid van mens en dier. Bedrijvigheid en verkeer over wegen en spoor zorgen voor geluid. We streven naar een balans tussen voldoende geluidsruimte voor hinder veroorzakende bronnen en een leefbare situatie voor geluidgevoelige functies. We zijn realistisch: in een gemeente waar veel bedrijvigheid en levendigheid is in de nabijheid van gevoelige functies, accepteren we bepaalde niveaus van geluidhinder. Maar onze groeiambitie maakt ook dat die botsing tussen geluid en gevoelige functies in de toekomst zal blijven bestaan. Gezien de beperkte ruimte die we hebben, kunnen we niet naar een complete scheiding van die functies streven. Wel naar een zo goed mogelijke inpassing. Door geluidruimte voor bronnen vast te stellen, kunnen geluidgevoelige functies zoals wonen, onderwijs en zorg worden beschermd. Voor Rijkswegen en het spoor gelden daarom Geluidproductieplafonds van het Rijk. Voor bedrijventerreinen Oevers, Noord I en Spijkerserve zijn geluidzones vastgelegd in het omgevingsplan. Licht Overmatige blootstelling aan licht heeft gezondheidseffecten op mens en dier. Daarom is het behouden en terugwinnen van duisternis van belang. We verlichten waar het moet en bewaken het donker waar het kan. Diervriendelijke (groene) verlichting is hiervan een voorbeeld.
Externe veiligheid Externe veiligheidsrisico’s zijn omgevingsrisico’s als gevolg van het vervoer, de opslag en het werken met gevaarlijke stoffen. Over de spoorlijnen in onze gemeente worden gevaarlijke stoffen vervoerd. We willen een verantwoord niveau van fysieke veiligheid voor de samenleving creëren door het optimaal combineren van bedrijvigheid en ruimtelijke ontwikkeling. In de Beleidsvisie externe veiligheid (vastgesteld door de gemeenteraad in 2014) is dit verder uitgewerkt. Normering Voor milieuthema’s zijn landelijke normen vastgesteld. De Omgevingswet biedt ons de mogelijkheid om strengere normen te stellen. Daar kiezen we nu niet voor. We voorzien dat normen in de toekomst strenger worden, mede door Europese regelgeving en wereldwijde ontwikkelingen. Maar op ons grondgebied liggen kwetsbare functies dichtbij bronnen van hinder en vervuiling. Er is beperkt beschikbare ruimte. Onze schone en gezonde leefomgeving staat onder druk. Daarom willen we onderzoeken of we voor nieuwe situaties strengere normen of grotere afstandscriteria kunnen hanteren. We willen de belasting van het ecosysteem zo veel mogelijk beperken. Per locatie zoeken we naar passende mogelijkheden. We creëren voldoende afstand tussen gezondheidbelastende activiteiten en kwetsbare (woon)functies. Doelen • In 2040 voldoet de kwaliteit van bodem, water, lucht en geluid aan de wettelijke milieunormen.
38
Externe veiligheid Legenda Hoofdinfrastructuur Spoor Hoogspanning Trafostation Buisleiding Tank Brandstoffen Opslagtank Gas
Kaart 13: Externe veiligheid.
39
3.4 Een gezonde leefomgeving We zijn steeds minder gezond. Vooral het percentage (ernstig) overgewicht neemt toe, vooral bij mensen met een lage ‘positieve gezondheid’2. Dat brengt gezondheidsklachten en -kosten met zich mee. Preventie is nodig. Ook het stijgend aandeel ouderen en de toename van eenzaamheid onder inwoners brengt een toenemende vraag naar (preventieve) maatregelen met zich mee. Vanuit het Nationaal Preventieakkoord heeft de gemeente hier een taak in. Door het bevorderen van een gezonde leefstijl kunnen we inwoners helpen om te gaan met fysieke, emotionele of sociale uitdagingen. De inrichting van de leefomgeving kan hierbij een rol van betekenis spelen. Een gezonde omgeving is een omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, waar wandelen en fietsen prioriteit krijgen. Dit nodigt uit tot een actieve levensstijl. Daarnaast dragen ook een schone lucht en vermindering van geluidhinder bij aan de gezondheid van onze inwoners.
Opgave: Transformeer de openbare ruimte zodat deze uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Creëer wandel- en fietspaden, investeer in sportfaciliteiten en groene recreatiegebieden om een actieve levensstijl te stimuleren en om sociale cohesie te bevorderen.
Groene leefomgeving Een groene omgeving is een gezonde omgeving. Het goed beheren van groen, werken aan een robuuste groenblauwe structuur (zie paragraaf 3.1) en het ontwikkelingsprincipe 3-30-300 (zie hoofdstuk 6) dragen hier positief aan bij. Geluid en luchtkwaliteit Voortdurende blootstelling aan veel (achtergrond)geluid en een slechte luchtkwaliteit dragen negatief bij aan gezondheid. In paragraaf 3.3 staat hoe we hier mee om willen gaan. Wandel- en fietsroutes We stimuleren wandelen en fietsen als gezond en duurzaam alternatief voor de auto. Daarvoor zetten we in op verbetering van een samenhangend netwerk van aantrekkelijke, klimaatbestendige wandel- en fietsroutes met voldoende schaduw. Het gaat om de doorgaande wandel- en fietsroutes, maar ook om een fijnmazig netwerk in wijken en buurten. We realiseren ontbrekende schakels, maken koppelingen tussen stad, dorpen en buitengebied en verhogen het comfort voor het gebruik van deze routes. Een voorbeeld is de verbinding tussen Stadsreest en het Reestdal. We zoeken de samenwerking met buurgemeenten en provincies op om snelfietsroutes of recreatieve hoofdroutes te realiseren, bijvoorbeeld een doorfietsroute tussen Meppel en Steenwijk.
Positieve gezondheid omvat zes dimensies van gezondheid: Dagelijks functioneren,
2
Lichaamsfuncties, Meedoen, Mentaal welbevinden, Zingeving en Kwaliteit van leven.
40
Speeltuinen Kinderen zijn volwaardig medegebruiker van de buitenruimte. Al spelend leren ze en groeien ze op. Interactie met anderen, met de natuur en met de openbare ruimte is daarbij belangrijk. Plekken die voor volwassen een andere betekenis hebben, weten zij met fantasie te gebruiken in hun spel (informele speelruimte). We ontwikkelen daarom een netwerk van groene informele speel- en verblijfsplekken. Hier kunnen kinderen hun grenzen fysiek en mentaal verleggen en andere kinderen ontmoeten. In het Speelruimteplan (2011) staat hoe we dit aanpakken. Vanaf ongeveer 12 jaar wordt het spelen meer sporten of met vrienden en vriendinnen chillen op plekken die de jongeren daarvoor uitkiezen. We creëren rookvrije ruimtes waar kinderen elkaar kunnen ontmoeten of samen kunnen bewegen. Sportvoorzieningen Om gezond gedrag te stimuleren zorgen we dat sportvoorzieningen voldoende capaciteit en kwaliteit hebben. In het sportaccommodatiebeleidsplan werken we dat verder uit. Daarmee bouwen we voort op het actieve sportverenigingsleven in de gemeente Meppel. Sportvoorzieningen zijn toegankelijk en multifunctioneel bruikbaar. Sportterreinen zijn ook van belang voor het realiseren van onze duurzaamheidsambities. Daarom zijn afscheidingen bij voorkeur natuurlijk en zijn hekwerken voor kleine dieren te passeren. Doel: • In 2040 zijn alle plekken waar kinderen elkaar ontmoeten of bewegen rookvrij