CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Quickscan ecologie

1 - RAADSVERGADERING 2 juni 2022, gemeente MeppelBij agendapunt: Bestemmingsplan MULO-locatie6.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecol o gi s c he qu i c k s c an

Voormalige mulolocatie te Meppel I n het k ader van een bestemmingspl anw i j z i g i ng

Titel

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

Betreft

Ecologische quickscan

Locatie

Burgemeester Knopperslaan te Meppel

Uitvoering

J.Mossink, Ruimte voor Advies BV Deventerstraat 179 8171 NS Vaassen

Contactpersoon

Dhr. J. Mossink, ecoloog mossink@ruimtevooradvies.nl - 06 83 222 610

Opdrachtgever

Nijhuis Bouw BV

Datum

06-04-2020

Status

Versie 1.0

I N H OU D 1

Inleiding 4

1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborg 2

Resultaten beschermde flora en fauna

7

2.1 Vaatplanten 2.2 Broedvogels 2.3 Vleermuizen 2.4 Overige zoogdieren 2.5 Amfibieën 2.6 Reptielen en vissen 2.7 Overige soorten (dagvlinders, libellen, weekdieren en overige soortgroepen) 3

Effectbeoordeling 12

3.1 Vaatplanten 3.2 Broedvogels 3.3 Vleermuizen 3.4 Grondgebonden zoogdieren 3.5 Amfibieën 3.6 Overige soorten 3.7 Algemeen 4

Gebiedsbescherming 15

4.1 Natuurnetwerk Nederland 4.2 Natura 2000 5

Conclusies 17

5.1 Overzicht van de bevindingen 5.2 Conclusies en aanbevelingen 6

Samenvatting wettelijk kader 20

6.1 Inleiding 6.2 Gebiedsbescherming 6.3 Soorten bescherming [3]

6.4 Rode lijsten

1

I n l eiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde Ruimte voor Advies een ecologische quickscan uit op de voormalige mulolocatie aan de Burgemeester Knopperslaan in Meppel. In de gemeente Meppel bestaan lange wachttijden om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. De onderzoekslocatie is aangewezen om door woningcorporatie Actium te worden ontwikkeld met sociale huurappartementen. Gemeente Meppel is deels eigenaar van de grond, de overige gronden zijn in het bezit van Nijhuis Bouw BV. De locatie zal integraal ontwikkeld worden. Het plangebied heeft momenteel de enkelbestemming “Maatschappelijk”. Om de plannen mogelijk te maken moet de bestemming gewijzigd worden in een passende woonbestemming. Voor de bestemmingsplanwijziging is toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk om te bepalen of het voornemen tot negatieve effecten op beschermde soorten of natuurgebieden kan leiden. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een verkennend onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige een inschatting maakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Naast de soortbescherming is een beoordeling gemaakt van de gebiedsbescherming.

In dat kader is een inschatting gemaakt van de mogelijke ecologische gevolgen van de voorgenomen ingreep ten aanzien van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden houden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep De onderzoekslocatie betreft een braakliggend terrein met een oppervlakte van ca. 6500 m2 net buiten het centrum van Meppel in de gelijknamige gemeente (zie afb. 1.1 en 1.2). Tot 2008 heeft op het terrein een middelbare school gestaan die voorheen de mulo werd genoemd, vandaar de benaming van de locatie. Het plangebied wordt begrensd door een fiets-/voetgangerstunnel (noordkant), Burgemeester Knopperslaan en gebouw voormalige gymzaal (oostkant), achterkant percelen Gasgracht (zuidkant) en de Meester W. Doornbosstraat aan de westkant. Op korte afstand in westelijke richting ligt het centrum van Meppel, met aan de Meester W. Doornbosstraat relatief recente woonblokken. Aan de oostzijde van de Burgemeester Knopperslaan ligt een bedrijventerrein.

De omgeving van het plangebied heeft een stedelijk karakter met relatief weinig structuurgroen.

De voornaamste ingrepen zijn: • Opschonen en bouwrijp maken van het terrein; • Kappen van 3 japanse sierkersen en een zomereik (dbh 20-40 cm); • Dempen van enkele poeltjes (voormalige kelders); • Bouw van 3 appartementencomplexen met sociale huurwoningen (3-laags, 4-laags en 5-laags); • Aanleg van parkeerplaatsen centraal op het terrein (binnenplaats); • Aanleg groene omzoming langs omsluitende wegen en groene aankleding binnenplaats.

[4]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

Alle ingrepen vallen onder de noemer “ruimtelijke ontwikkeling en inrichting”. 1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, websites etc.), een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 26 maart 2020 bezocht door J. Mossink, ecoloog van bureau Ruimte voor Advies. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is met name gelet op (mogelijke) verblijfplaatsen van onder de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde soorten zoals marterachtigen, egel, vleermuizen, broedvogels en amfibieën. Het locatiebezoek is onder zonnige omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 9 0C en matige noordoostelijke wind. 1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. Ruimte voor Advies is kandidaat-lid van en hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB), soortinventarisatieprotocollen van het NGB en/of richtlijnen kennisdocumenten van BIJ12. Toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren is niet te geven.

Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met de veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar, onder voorwaarde dat er tussentijds geen grote veranderingen plaatsvinden in het plangebied en relevante omgeving.

[5]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

Meppel

Afb. 1.1: Luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (rood cirkel) nabij het centrum van Meppel. Bron ondergrond: pdok.nl/viewer.

Afb. 1.2: Kadastrale situatie plangebied. Op deze kaart zijn ook enkele ondiepe poelen te zien die ontstaan zijn door het uitgraven van de kelders van het voormalige schoolgebouw. Bron: pdok.nl/viewer.

[6]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

2

Re s u ltate n Bes chermde F LO R A EN FAUNA 2.1 Vaatplanten Uit het plangebied en omgeving zijn geen waarnemingen van beschermde plantensoorten bekend. Tot ruim een decennium geleden was de onderzoekslocatie bebouwd. De grond op het terrein bestaat overwegend uit wit bouwzand. Mede daardoor heeft de vegetatie zich op aanzienlijke delen van het terrein niet veel verder ontwikkeld dan een gazon of op de meest schrale plekken een laag mossen met daartussen algemene pionierssoorten (o.a. zandraket, canadese fijnstraal, klein hoefblad). Het terrein wordt intensief gebruikt door hondenbezitters. De grote hoeveelheden uitwerpselen zijn gunstig voor nitrofiele soorten zoals grote brandnetel, gewone braam, veldzuring en paardenbloem die met name langs de spontaan ontstane wandelpaden goed gedijen. Ook in de zuidoostelijke hoek van het terrein is de vegetatie wat ruiger van aard, vermoedelijk door het dumpen van tuinafval en eventueel maaisel van het terrein zelf. Na de sloop zijn de plekken waar voorheen kelders gesitueerd waren volgelopen met water en begroeid geraakt met riet. Het riet bedekt de gehele verlaging inclusief taluds. Tussen en langs het riet is veel opslag van schietwilgen. Grotere wilgen ontbreken. In het meest westelijke deel van het terrein, tussen de poeltjes en Meester W.

Doornbosstraat, groeien enkele soorten van enigszins vochtige omstandigheden zoals speenkruid en smeerwortel. Op de locatie komen geen bijzondere of beschermde plantensoorten voor. Geschikt biotoop voor dergelijke soorten ontbreekt binnen het plangebied en directe omgeving. Ook zijn er vanuit de NDFF geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten in en rondom het plangebied. Aanwezigheid van beschermde vaatplanten is daarom met zekerheid uitgesloten. 2.2 Broedvogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen, maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. Ook andere onderdelen van de leefomgeving van belang voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd. Denk hierbij aan jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van huismussen (dichtbegroeide en/of wintergroene struiken). Huismus Bebouwing en dichte opgaande begroeiing ontbreekt binnen het plangebied waardoor de herontwikkeling niet zal leiden tot directe aantasting van huismusnesten.

Het leefgebied van de huismus moet voldoen aan een combinatie van een aantal elementen, die binnen een straal van enkele meters (dekking bij voedselbronnen) tot enkele honderden meters (nestplek en voedselbronnen) van elkaar moeten liggen. De habitat moet bestaan uit een combinatie van plekken voor nestgelegenheid, voedsel (voor volwassen en jongen), dekking zoals groenblijvende struiken en klimplanten, plekken voor stofbaden en drinkwater. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen binnen het plangebied of op de huizenblokken naast het terrein. Gezien bovenstaande en door de openheid en gebrek aan schuilmogelijkheden zoals hagen of dichte struiken kan worden geconcludeerd dat het plangebied geen wezenlijk onderdeel is van de functionele leefomgeving van huismussen.

[7]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

Overige vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Er zijn geen potentiële nestplekken van overige soorten met jaarrond beschermde nest- en verblijfplaatsen zoals gierzwaluw, sperwer, buizerd, andere roofvogels, roek of grote gele kwikstaart aanwezig. Zowel bebouwing als bomen van voldoende formaat ontbreken namelijk binnen het plangebied. Gierzwaluwen zouden in bebouwing in de omgeving onder pannendaken en achter dakgoten kunnen nestelen. Echter, gierzwaluwen zoeken juist sterk stedelijke omgevingen op om te broeden en zullen niet verstoord worden door werkzaamheden. Ook leidt de bouw van appartementen niet tot negatieve effecten op mogelijke broedlocaties. De afstand tot bestaande bebouwing is ruim voldoende om een vrije aanvliegroute te garanderen. Nader onderzoek naar overige broedvogelsoorten met jaarrond beschermde nesten is niet aan de orde. Overige inheemse broedvogels Een groot deel van het terrein is ongeschikt voor broedvogels door het ontbreken van opgaande vegetatie en het intensieve gebruik door met name hondenbezitters en hun honden. Tijdens het veldbezoek werden bovendien meerdere huiskatten op het zuidelijk deel van het terrein gezien. De mate van verstoring is dus groot. In de sierkersen en eik zijn broedgevallen van met name houtduif, turkse tortel en zangvogels mogelijk.

Van deze soorten is het nest uitsluitend beschermd wanneer deze voor voortplantingsdoeleinden in gebruik zijn. Voor veel soorten valt het broedseizoen in de periode half maart - half augustus, maar eerdere of latere broedgevallen van met name duiven kunnen voorkomen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode. Bezette nesten zijn altijd beschermd, ongeacht de periode en soort. 2.3 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop en renovatie zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. Verblijfplaatsen Uit de omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Beide soorten hebben vaak verblijfplaatsen in woningen met toegankelijke spouw en/of pannendaken en andere geschikte gebouwen binnen de bebouwde kom. Daarnaast is ook de ruige dwergvleermuis uit de omgeving bekend (eigen waarneming) en kan zomer-, paar- en kleine winterverblijfplaatsen in woningen in de omgeving hebben.

Soorten als rosse vleermuis, watervleermuis, meervleermuis en gewone grootoorvleermuis komen eveneens in de omgeving van Meppel voor maar verblijfplaatsen in de nabijheid van het plangebied zijn uitgesloten. Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden zijn geen (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Bebouwing ontbreekt en de bomen op het terrein hebben geen holten, scheuren of andere mogelijke vleermuisverblijfplaatsen. Potentiële verblijfplaatsen in bebouwing in de omgeving blijven behouden en worden niet verstoord door de werkzaamheden aangezien er voldoende afstand tussen plangebied en mogelijke verblijfplaatsen is. Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied is in zekere mate geschikt als foerageergebied voor vleermuizen zoals gewone

[8]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Van essentieel foerageergebied is echter geen sprake. Het oppervlak van het plangebied is relatief gering en hoog opgaande begroeiing zoals bomen en forse struiken is er alleen in beperkte mate in het westelijk deel. In de omgeving zijn veel alternatieve foerageergebieden in de vorm van tuinen, grachten en waterpartijen, parkjes en bomenrijen. Deze uitwijkmogelijkheden bevinden zich allemaal binnen een kilometer afstand en voor een groot deel op veel kortere afstand van het plangebied. De onderzoekslocatie is geen onderdeel van een doorlopende lineaire landschappelijke structuur die als vliegroute kan dienen. 2.4 Overige zoogdieren Onder “overige zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Het betreft onder andere knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marters. In de NDFF worden negen zoogdiersoorten genoemd die in de omgeving voorkomen: boommarter, bosmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, otter, steenmarter en vos. De otter is beschermd onder de europese Habitatrichtlijn. Boommarter, steenmarter en egel zijn in de provincie Overijssel beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling van ontheffingsplicht geldt bij ruimtelijke ingrepen. Voor bosmuis, haas, huisspitsmuis, konijn en vos geldt deze vrijstelling wel.

Daarnaast zijn mogelijk nog enkele algemene vrijgestelde soorten te verwachten zoals veldmuis en bruine rat. Verblijfplaatsen van otter en boommarter zijn op voorhand uitgesloten wegens de ligging in stedelijke omgeving en het ontbreken van houtopstanden (boommarter) en permanent oppervlaktewater (otter). Steenmarter heeft zich de afgelopen jaren uitstekend aangepast aan het leven binnen de bebouwde kom in met name de oostelijke delen van Nederland. De soort komt in vele woonwijken voor en heeft bijvoorbeeld verblijfplaatsen in schuurtjes, houthokken, tuinhuisjes en slecht onderhouden panden. Als jachtgebied worden tuinen, bermen, plantsoenen en andere plekken met voldoende voedselaanbod en niet al te veel verstoring gebruikt. Het is niet geheel uit te sluiten dat steenmarter incidenteel gebruik maakt van het plangebied om te jagen. Er is echter slechts één waarneming bekend, op enige afstand van het plangebied. Dit in combinatie met de prominente aanwezigheid van honden en een relatief gebrek aan schuilmogelijkheden sluiten een belangrijke functie voor steenmarters uit. Van de egel zijn veel waarnemingen in Meppel bekend. Vaste voortplantings- en rustplaatsen van egels zijn in de provincie Overijssel beschermd, evenals dekking en verbindingen binnen het leefgebied die belangrijk zijn voor het functioneren van de vaste rust- en voortplantingsplaatsen.

Egels maken veel gebruik van toegankelijke, begroeide tuinen en andere groenstructuren zoals parken en plantsoenen. Waarnemingen uit het plangebied zijn niet bekend. Voor de egel zijn er nauwelijks schuilmogelijkheden, met uitzondering van een klein hoekje bramenruigte in de zuidoostelijke hoek van het plangebied. Dit braamstruweel is echter van beperkt oppervlak, biedt weinig dekking en is verstoringsgevoelig. Aanwezigheid van voortplantings- of rustplaatsen van egels kan daarom worden uitgesloten. Van belangrijke schuilmogelijkheden of een verbindingsfunctie tussen leefgebiedonderdelen is evenmin sprake. Algemene kleine zoogdiersoorten zoals bruine rat, veldmuis, bosmuis, huismuis komen mogelijk voor binnen of in de omgeving van het onderzoeksgebied. Voor deze soorten geldt in de provincie Overijssel een vrijstelling bij ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. 2.5 Amfibieën Binnen het plangebied is in beperkte mate oppervlaktewater aanwezig in de vorm van enkele ondiepe poelen in het westelijk terreindeel. Tijdens het veldbezoek stond in twee poelen in het

[9]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

midden een laag water van 20-30cm. De middelste poel stond al droog. Alle poelen zijn volledig begroeid met riet. Naar verwachting vallen alle poelen droog in perioden van aanhoudende droogte, zoals met name afgelopen jaren gebruikelijk is. Indien watervoerend in het voorjaar zijn de poelen geschikt als voortplantingswater voor enkele algemene amfibieën (bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad, kleine watersalamander). Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. Beschermde amfibieën zoals rugstreeppad, poelkikker, heikikker en kamsalamander ontbreken in de omgeving van het plangebied. Gezien de ligging in bebouwde omgeving, gebrek aan verbindingen met bekende leefgebieden en relatief recente aard van de poelen is aanwezigheid van beschermde amfibieën binnen het plangebied uitgesloten. 2.6 Reptielen en vissen Reptielen komen niet voor in de bebouwde kom van Meppel. De ringslang komt algemeen voor ten westen van Meppel (Wieden/Weerribben), in noordelijke richting (rond Westerveld) en oostelijke richting (tussen Meppel en Hoogeveen) maar geschikt biotoop ontbreekt in het plangebied en andere delen van Meppel. Permanent oppervlaktewater ontbreekt op de locatie. De poeltjes staan niet op enig moment in verbinding met andere wateren en vallen jaarlijks droog, waarmee aanwezigheid van vissen uitgesloten is.

2.7 Overige soorten (dagvlinders, libellen, weekdieren en overige soortgroepen) Binnen een straal van 2 kilometer van het plangebied zijn twee beschermde insecten waargenomen: de brede geelgerande waterkever en de noordse winterjuffer. Beiden vallen onder bescherming van de Habitatrichtlijn. Van de brede geelgerande waterkever is een lokale populatie bekend uit het buitengebied ten noorden van Meppel. De noordse winterjuffer is een soort die vooral in laagveengebieden wordt aangetroffen en die zich voortplant in stilstaande wateren met goed ontwikkelde rietkragen met meestal ook lisdodde. Ze overwinteren als imago vooral in heidevelden, pijpenstrootjesvegetatie en halfopen moerasbossen. De Weerribben en in mindere mate Wieden zijn een waar bolwerk voor de soort in Nederland, en ook in Meppel worden volwassen exemplaren af en toe aangetroffen. De kleine, geïsoleerde, extreem begroeide poeltjes voldoen niet als voortplantingsbiotoop. De brede geelgerande waterkever is in Nederland een zeer zeldzame verschijning. De soort leeft in grote, permanente, rijk begroeide wateren en de keverlarven zijn afhankelijk van een hoge dichtheid aan kokerjufferlarven. Dit is binnen het plangebied niet voorhanden. Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van overige beschermde ongewervelden.

[10]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

Afb. 2.1: Plangebied vanuit centraal punt in westelijke richting gezien.

[11]

Afb. 2.2: Plangebied gezien vanaf Meester W. Doornbosstraat, met links de te kappen sierkersen.

Afb. 2.3: Foto vanaf de fietserstunnel aan Het Vledder.

Afb. 2.4: Eén van de twee spontaan ontstane poeltjes in de westelijke terreinhelft, geschikt voor algemen amfibieën.

Afb. 2.5: Noordoostelijke hoek van het plangebied, volledig bestaand uit gazon.

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

3

Effe ctb e oordel i n g 3.1 Vaatplanten Op de onderzoekslocatie zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Effecten op beschermde planten zijn uitgesloten, nader onderzoek is niet nodig. 3.2 Broedvogels De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot verstoring, aantasting of vernieling van jaarrond beschermde rust- of voortplantingsplaatsen van broedvogels. Het terrein heeft geen wezenlijke functie voor huismussen. Tijdens het veldbezoek werden geen huismussen gezien of gehoord. Door de afstand tot nestlocaties, openheid en het gebrek aan schuilmogelijkheden is het plangebied weinig geschikt als foerageergebied. Nader onderzoek en/ of het aanvragen van een ontheffing zijn ten aanzien van de huismus niet aan de orde omdat er geen verbodsbepalingen worden overtreden. De nieuwbouw biedt mogelijk kansen voor huismussen in geval er nestruimtes worden aangeboden in de vorm van inmetselkasten of andere inbouwvoorzieningen en er voldoende, geschikt opgaand groen wordt geplant. Mogelijke nestlocaties van gierzwaluwen in gebouwen in de omgeving zullen geen hinder ondervinden van de bouw en ingebruikname van appartementen. Er worden geen aanvliegroutes belemmerd en gierzwaluwen trekken zich nauwelijks iets van menselijke activiteiten aan zolang er niet in directe nabijheid van de nestplaats gewerkt wordt.

Voor buizerd, sperwer, boomvalk, havik, ransuil en roek zijn de bomen te klein als nestboom. Ook zijn er geen nesten van kraaiachtigen die uitgebouwd kunnen worden. Voor overige broedvogels met jaarrond beschermde nesten is de locatie ongeschikt als broedlocatie of foerageergebied. Tijdens het broedseizoen zijn broedgevallen van algemene broedvogels, zoals houtduif, merel, winterkoning, heggemus en roodborst mogelijk op het terrein. De werkzaamheden kunnen derhalve leiden tot het verstoring of vernieling van nesten van algemene broedvogels wanneer deze in het broedseizoen plaatsvinden. Broedgevallen kunnen zich met name voordoen in de bomen en struiken op het terrein. In het riet en bramenvegetatie is de kans op broedgevallen klein maar niet geheel uitgesloten. Het is van belang om mogelijk verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten of preventieve maatregelen te nemen om vestiging van broedgevallen te voorkomen. Snoei de begroeiing op het terrein sterk terug voorafgaand aan het broedseizoen om broedgevallen te voorkomen en voer de bomenkap uit in de periode september - februari. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn wel mogelijk, vooral van de houtduif.

Bezette nesten zijn altijd beschermd, onafhankelijk van de soort en het moment van nestelen. Worden toch bezette nesten aangetroffen dan dienen werkzaamheden met een mogelijk negatief effect te worden uitgesteld totdat de ouders klaar zijn met broeden en de jongen zelfstandig het nest definitief hebben verlaten.

[12]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

3.3 Vleermuizen Effectbeoordeling vaste rust- en verblijfplaatsen vleermuizen Binnen het plangebied zijn verblijfplaatsen van vleermuizen uitgesloten. Het voornemen heeft geen invloed op mogelijke verblijfplaatsen in de omgeving. Nader onderzoek naar vaste, jaarrond beschermde rust- of voortplantingsplaatsen is niet aan de orde. Effectbeoordeling vaste vlieg- en migratieroute en essentieel foerageergebied Het plangebied is in zekere mate geschikt als foerageergebied voor vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Van essentieel foerageergebied is echter geen sprake. Het oppervlak van het plangebied is relatief gering en hoog opgaande begroeiing zoals bomen en forse struiken is er alleen in beperkte mate in het westelijk deel. In de omgeving zijn veel alternatieve foerageergebieden in de vorm van tuinen, grachten en waterpartijen, parkjes en bomenrijen. Deze uitwijkmogelijkheden bevinden zich allemaal binnen een kilometer afstand en voor een groot deel op veel kortere afstand van het plangebied. De onderzoekslocatie is geen onderdeel van een doorlopende lineaire landschappelijke structuur die als vliegroute kan dienen. Er hoeft daarom geen nader onderzoek te worden uitgevoerd naar effecten op foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. 3.4 Grondgebonden zoogdieren In de bebouwde omgeving van Meppel komt de egel voor.

Vaste voortplantings- en rustplaatsen van egels zijn in de provincie Overijssel beschermd, evenals dekking en verbindingen binnen het leefgebied die belangrijk zijn voor het functioneren van de vaste rust- en voortplantingsplaatsen. Egels maken veel gebruik van toegankelijke, begroeide tuinen en andere groenstructuren zoals parken en plantsoenen. Waarnemingen uit het plangebied zijn niet bekend. Voor de egel zijn er nauwelijks schuilmogelijkheden, met uitzondering van een klein hoekje bramenruigte in de zuidoostelijke hoek van het plangebied. Dit braamstruweel is echter van beperkt oppervlak, biedt weinig dekking en is verstoringsgevoelig. Aanwezigheid van voortplantings- of rustplaatsen van egels kan daarom worden uitgesloten. Van belangrijke schuilmogelijkheden of een verbindingsfunctie tussen leefgebiedonderdelen is evenmin sprake. Het aanvragen van een ontheffing of uitvoeren van nader onderzoek naar egels is daarom niet nodig. Beschermde gebiedsfuncties van overige grondgebonden zoogdiersoorten zijn eveneens uitgesloten. Algemene kleine zoogdiersoorten zoals bruine rat, veldmuis, bosmuis, huisspitsmuis komen mogelijk voor binnen of in de omgeving van het onderzoeksgebied. Voor deze soorten geldt in de provincie Overijssel een vrijstelling bij ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. Wel geldt de zorgplicht.

Bij het opschonen van het terrein dient in rustig tempo en richting de achtertuinen van woningen aan de Gasgracht gewerkt te worden om eventueel aanwezige dieren de kans te geven om te vluchten. 3.5 Amfibieën De poelen kunnen door algemene amfibieën gebruikt worden als voortplantingswater. Het gaat om soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een vrijstelling van de ontheffingsplicht geldt. Mogelijk voorkomende soorten zijn bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander. Werkzaamheden aan de poelen kunnen leiden tot het doden of verwonden van genoemde amfibieën. Om aan de zorgplicht te voldoen moeten de poelen buiten het voortplantingsseizoen [13]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

van amfibieën gedempt worden. De periode september - oktober is hiervoor het meest geschikt. Op dat moment zijn er geen eieren of larven meer in het water, de juvenielen hebben het water al verlaten. De periode van winterrust is normaal gesproken nog niet ingetreden waardoor eventueel aanwezige volwassen dieren kunnen vluchten. Om dieren de kans te geven om te vluchten dient de baggerlaag eruit geschept en gedurende 1-2 dagen op het terrein gedeponeerd te worden. Daarna kan de bagger worden afgevoerd. 3.6 Overige soorten Het vóórkomen van beschermde soorten uit overige soortgroepen (reptielen, vissen, ongewervelden) is op voorhand uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt leefgebied of doordat de locatie buiten het bekende verspreidingsgebied valt. Negatieve effecten op beschermde soorten uit overige soortgroepen zijn derhalve op voorhand uit te sluiten. De overige soorten die voor kunnen komen zijn niet beschermd. Zoals voor alle soorten, beschermd of niet, geldt ook hier de algemene zorgplicht. 3.7 Algemeen • Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden.

In dit specifieke geval zijn naar verwachting geen speciale maatregelen nodig; • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. • Extra: Ruimte voor Advies promoot natuur in stad & land. Zo is het bij nieuwbouw van woningen vaak met relatief weinig moeite mogelijk om huismussen, vleermuizen, zwaluwen en andere dieren een plek te geven. Bij voorkeur door ruimtes naar een spouw, onder dakpannen of achter betimmeringen toegankelijk te maken. Andere mogelijkheden zijn het aanbrengen van nestkasten, toepassen van inheemse beplanting, terughoudend zijn met buitenverlichting en bestrating en juist royaal met groen.

[14]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

4

G ebiedsbescher m ing

4.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) “Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuur- en landbouwgebieden met hoge natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). Hiermee dragen we bij aan (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden. De realisatie van natuurdoelen gaat zo veel mogelijk samen met het versterken van de landbouw, de regionale economie en de wateropgaven. De NNN begrenzing van Overijssel is als verordening opgenomen in de Overijsselse Omgevingsverordening Op 13 november 2019 hebben Provinciale Staten van Overijssel een geactualiseerde Omgevingsvisie en Omgevinsgverordening vastgesteld. Het gaat om beleidswijzigingen die eerder zijn vastgesteld. Verder zijn omissies hersteld. De NNN maakt onderdeel uit van de Zone Ondernemen met Natuur en Water (Zone ONW). Naast de begrenzing van de NNN zijn er tevens Zone ONW gebieden buiten de NNN. hier is het beleid gericht op ruimte te creëren voor economische ontwikkelingen zoals de landbouw, recreatie en natuurgebonden woon- en werklocaties (bijvoorbeeld nieuwe landgoederen)” (bron: Provincie Overijssel). Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Dichtsbijzijnde onderdelen van het NNN liggen op ruim 1300 meter in zuidelijke richting, ten zuidoosten van de A32.

Er is geen landschappelijke binding met onderdelen van het NNN. Gezien de aard en schaal van de ingreep zijn externe effecten op ecologische doelstellingen en kernkwaliteiten van het NNN op voorhand uitgesloten. 4.2 Natura 2000 Natura 2000-gebied De Wieden ligt op ongeveer 3400 meter in westelijke richting. Tussen het plangebied en Natura 2000-gebied liggen het centrum van Meppel, een woonwijk en een uitgestrekt bedrijventerrein. Het plangebied heeft geen landschappelijke binding met het natuurgebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op beduidend grotere afstand. Gezien de aard en schaal van het project en de ligging op ruim 3400 meter van het dichtsbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten op aangewezen soorten van nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten. De voorgenomen activiteiten leiden tot een toename van stikstofemissie tijdens de sloop- en realisatiefase door inzet van machines en aan- en afvoer van materialen. In de gebruiksfase is sprake van een toename van stikstofuitstoot ten opzichte van de bestaande situatie door een toename van bestemmingsverkeer. De appartementen worden gasloos uitgevoerd. Conform het document “Handreiking woningboue en AERIUS” (Rijksoverheid, januari 2020) mag de uitstoot van gasloze woningen gelijkgesteld worden aan 0. Stikstofgevoelige habitattypen liggen op ruim 5 kilometer ten oosten van het plangebied.

Op het moment van schrijven is er zeer veel onduidelijkheid omtrent het stikfstofbeleid. Op 29 mei 2019 oordeelde de Raad van State dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet voldoet. Op dit moment (april 2020) is in principe iedere toename van stikstof (> 0,00 mol/hectare/jaar) op gevoelige habitattypen vergunningplichtig. Voer een berekening uit in AERIUS Calculator om te bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie > 0,005 mol/hectare/jaar op Natura 2000-gebieden. Blijven de rekenresultaten onder de grenswaarde dan is geen vergunning of nader onderzoek ten aanzien van gebiedsbescherming vereist. Bij

[15]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

een toename groter dan de grenswaarde is een passende beoordeling nodig om te bepalen of er sprake is van significante effecten op Natura 2000-gebieden. In dat geval is ook altijd een milieueffectrapportage (MER) vereist.

Afb. 4.1: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het NNN (donkergroen). Het plangebied is geen onderdeel van NNN en heeft er geen landschappelijke binding mee. Bron ondergrond: https://services.geodataoverijssel.nl/viewer/ layer/B46_natuur_en_landschap/B46_Natuurnetwerk_Nederland.

Afb. 4.2: De ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. De minimumafstand tussen het plangebied en N2000-gebied bedraagt ongeveer 3400 meter. Dichtsbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen liggen eveneens op ongeveer 3400 meter afstand. Tijdens de aanlegfase en gebruiksfase is er mogelijk sprake van een toename van stikstofdepositie op gevoelige habitattypen. Een Aerius-berekening is noodzakelijk om te bepalen of er sprake is van een toename en daarmee vergunningplicht. Bron: https://calculator.aerius.nl/calculator (bezocht: 05-04-2020), OSM & Kadaster.

[16]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

5

Conc lusies en aanbeve l ingen 5.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Flora - beschermde soorten niet geen geen Vleermuizen - verblijfplaatsen niet niet geen Vleermuizen - vliegroutes niet niet geen Vleermuizen - essentieel foerageergebied niet niet geen Vleermuizen - lichtverstoring niet niet geen Zoogdieren - gebouwbewonend niet geen geen Zoogdieren - grond-/boombewonend niet geen geen Zoogdieren - vrijgestelde soorten zeker negatief zorgplicht Vogels - jaarrond beschermde nesten niet niet geen Vogels - algemene broedvogels mogelijk mogelijk zie 5.2 Amfibiëen - vrijgestelde soorten mogelijk mogelijk zie 5.2 Overige beschermde soorten niet geen geen Gebiedsbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Natura 2000 - doelsoorten/habitattypen niet geen geen Natura2000 - stikstof op afstand mogelijk zie 5.2 Overige onderdelen NNN niet niet geen

5.2 Conclusies en aanbevelingen 5.2.1 Vleermuizen • Effecten op verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen zijn uitgesloten. Nader onderzoek naar vleermuizen is niet aan de orde. • De nieuwbouw biedt volop kansen voor vleermuizen door het realiseren van voorzieningen die kunnen dienen als verblijfplaats. Door natuurinclusief te bouwen kunnen lokale populaties gebouwbewonende soorten zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger versterkt worden. Dit is gunstig voor de vleermuizen en zorgt er bovendien mogelijk op termijn voor dat ruimtelijke ontwikkelingen elders in Meppel eenvoudiger kunnen plaatsvinden omdat de lokale staat van instandhouding versterkt wordt. Zie hoofdstuk 3.3 voor meer informatie omtrent mogelijkheden voor voorzieningen. 5.2.2 Vogels met jaarrondbeschermde nestplaatsen • Binnen invloedssfeer van het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig. Nader onderzoek naar vogel met jaarrond beschermde rust- of voortplantingsplaatsen en leefgebied is niet nodig. Voor de huismus biedt de nieuwbouw mogelijkheden indien de bebouwing toegankelijk wordt (bijvoorbeeld door het toepassen van inbouwkasten) en er voldoende beschutting en slaapgelegenheid komt in de vorm van geschikte struiken of hagen, zoals meidoorn.

[17]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

5.2.3 Algemene broedvogels • Tijdens het broedseizoen kunnen nesten verstoord, beschadigd of vernield worden bij sloopwerkzaamheden en het verwijderen van beplanting. Voer werkzaamheden die kunnen leiden tot het vernielen of verstoren van nesten buiten het broedseizoen uit of begin buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn niet uitgesloten, met name van duiven. Bezette nesten zijn altijd beschermd, ongeacht de soort of periode. In de periode 15 maart - 15 augustus kunnen mogelijk verstorende werkzaamheden uitsluitend worden uitgevoerd nadat een broedvogeldeskundige heeft vastgesteld dat er geen bezette nesten aanwezig zijn. • Bij start van mogelijk verstorende werkzaamheden tijdens het broedseizoen is een broedvogelcheck noodzakelijk, uitgevoerd door een erkend ecoloog. Zonodig worden werkzaamheden uitgesteld of maatregelen getroffen om verstoring of vernieling van nesten te voorkomen, bijvoorbeeld het instellen van een zone rondom het nest totdat de jongen het nest verlaten hebben. 5.2.5 Overige beschermde soorten • Nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet aan de orde. Houdt wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle dieren, beschermd of niet.

Werk bij het opschonen van het terrein in rustig tempo en in één richting, waarbij dieren de kans wordt geboden om te vluchten richting achtertuinen van woningen aan de Gasgracht. • De poelen kunnen door algemene amfibieën gebruikt worden als voortplantingswater. Het gaat om soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een vrijstelling van de ontheffingsplicht geldt. Mogelijk voorkomende soorten zijn bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander. Werkzaamheden aan de poelen kunnen leiden tot het doden of verwonden van genoemde amfibieën. Om aan de zorgplicht te voldoen moeten de poelen buiten het voortplantingsseizoen van amfibieën gedempt worden. De periode september oktober is hiervoor het meest geschikt. Op dat moment zijn er geen eieren of larven meer in het water, de juvenielen hebben het water al verlaten. De periode van winterrust is normaal gesproken nog niet ingetreden waardoor eventueel aanwezige volwassen dieren kunnen vluchten. Om dieren de kans te geven om te vluchten dient de baggerlaag eruit geschept en gedurende 1-2 dagen op het terrein gedeponeerd te worden. Daarna kan de bagger worden afgevoerd.

5.2.6 Gebiedsbescherming • De ontwikkelingen voortvloeiend uit de voorgenomen ontwikkelingen leiden niet tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden (Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland), met mogelijke uitzondering van stikstofgevoeligheid. Nadere toetsing aan het NNN is niet aan de orde. Voer een berekening uit in AERIUS Calculator om te bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie > 0,005 mol/hectare/ jaar op Natura 2000-gebieden. Blijven de rekenresultaten onder de grenswaarde dan is geen vergunning of nader onderzoek ten aanzien van gebiedsbescherming vereist. Bij een toename groter dan de grenswaarde is een passende beoordeling nodig om te bepalen of er sprake is van significante effecten op Natura 2000-gebieden. In dat geval is ook altijd een milieueffectrapportage (MER) vereist. 5.2.7 Calamiteiten [18]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

• Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk tijdelijk stil en neem contact op een ecologisch deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

[19]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

6

samenvatting Wettelijk kader 6.1 Inleiding In Nederland is de wetgeving omtrent de bescherming van natuurwaarden gesplitst in soortbescherming en gebiedsbescherming. De bescherming was voorheen geregeld in respectievelijk de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Voor houtopstanden gold de Boswet. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden die de bovenstaande wetten vervangt. Wat betreft gebiedsbescherming is er weinig veranderd. Op het gebied van soortenbescherming hebben zich diverse wijzigingen voorgedaan. Zo zijn veel planten en vissen onder de nieuwe wet niet meer beschermd, terwijl een aantal zeldzame dagvlinders en libellen juist zijn toegevoegd. Verder is het bevoegd gezag in de meeste gevallen GS van de provincie, waar dat eerder de RVO was. De provincies hebben meer zeggenschap over het beleid, wat zich vooral uit in het feit dat er verschillen zijn in de vrijstellingslijsten van soorten waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting of bestendig beheer en onderhoud vrijstelling geld. Meer informatie over de Wet natuurbescherming is onder andere terug te vinden op de websites van de Rijksoverheid en de verschillende provincies. 6.2 Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming was voorheen opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998 en heeft de bescherming en instandhouding van natuurgebieden in Nederland als doel.

Daartoe zijn gebieden aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn (VR-gebieden), Habitatrichtlijn (HR-gebieden) en het Verdrag van Ramsar (Wetlands). Beschermde Natuurmonumenten vervallen onder de Wet natuurbescherming omdat deze vrijwel geheel samenvallen met Natura 2000-gebieden. De VR- en HR-gebieden worden samengevat onder de noemer Natura 2000. Voor de Natura 2000-gebieden worden/zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor specifieke vogelsoorten of habitats. Deze kunnen van gebied tot gebied verschillen. De hierboven genoemde gebieden kunnen overlappen. Activiteiten die een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden. Dat geldt ook voor activiteiten buiten de gebieden die een negatief effect hebben binnen het gebied, zoals een toename van stikstofemissie en -depositie met mogelijke gevolgen voor stikstofgevoelige habitattypen. Voor activiteiten is een vergunning mogelijk. Een vergunning wordt pas afgegeven wanneer een zogenaamde ‘habitattoets’ is doorlopen. Hieruit moet blijken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast en de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie.

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) komt voort uit het herdefiniëren van de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS) door de provincies. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Binnen de zone ondernemen met natuur en water is ruimte voor ontwikkeling maar dient hierbij een aantoonbare bijdrage te worden geleverd aan de ontwikkelingsdoelen. In het NNN is sprake van een natuurbestemming. Binnen het NNN zijn ruimtelijke ontwikkelingen slechts mogelijk wanneer deze van groot algemeen of provinciaal belang zijn én er geen reële alternatieven zijn. Er geldt dan wel een compensatieverplichting om negatieve effecten teniet te doen. De begrenzing en doelstellingen van NNN worden door de provincie vastgesteld en is in verwerkt in de omgevingsvisie

[20]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

en -verordening.

6.3 Soortenbescherming Onder de Wet natuurbescherming zijn verschillende beschermingsregimes te onderscheiden: soorten van de Vogelrichtlijn (VR), soorten van de Habitatrichtlijn (HR) en overige beschermde soorten genoemd in bijlage A behorend bij artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Daarnaast hebben provincies de vrijheid om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid en BIJ12. 6.4 Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringsfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort onder de Wet natuurbescherming nodig. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.

[21]

Ecologische quickscan voormalige mulolocatie te Meppel

06

april

2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=0a9820f9-1371-4842-bc7d-607714534793