Bijlage 2 - Nota van Aanpassingen Blankensteinweg 53
Tekst van het document
Nota van aanpassingen Bestemmingsplan Meppel - Blankensteinweg 53 Onderwerp: begeleidende notitie herstelwerkzaamheden bestemmingsplan Blankensteinweg 53 Datum: 14 januari 2026
1. Doel van deze notitie De Raad van State heeft de gemeente Meppel de opdracht gegeven om een aantal punten van het vastgestelde bestemmingsplan Meppel - Blankensteinweg 53 te herstellen. Deze notitie licht toe welke herstelwerkzaamheden er zijn uitgevoerd en waarom.
2. Opdracht van de Raad van State In een tussenuitspraak van 10 september 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4316) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) de gemeenteraad van Meppel opgedragen enkele geconstateerde gebreken in het bestemmingsplan Blankensteinweg 53 te Meppel te herstellen: 1) In het plan te regelen dat uitsluitend het hobbymatig houden van paarden is toegestaan (e.e.a. overeenkomstig de bedoeling van de raad) 2) Motiveren en/of onderzoeken van de aanvaardbaarheid van het woon en leefklimaat van de omliggende woningen 3) De inhoud van de ondergrondse mestvoorziening planologisch te regelen.
3. Toelichting van de herstelwerkzaamheden 3.1 Uitsluitend hobbymatig gebruik Met betrekking tot onderdeel 1 zijn enkele aanpassingen in de tekst van de regels doorgevoerd (met name in de gebruiksregels voor de gronden met de bestemming ‘agrarisch’). Door toevoeging van het woord ‘hobbymatig’ aan het houden van paarden is beoogd tot uitdrukking te brengen dat binnen deze bestemming iedere vorm van het bedrijfsmatig houden van paarden is uitgesloten. Op deze wijze wordt in artikel 3 in de regeling zelf uitdrukkelijk het hobbymatig karakter benadrukt. Daarnaast wordt zekerheidshalve een nieuw begrip geïntroduceerd om het strikte onderscheid tussen hobbymatig en bedrijfsmatig ook daardoor te voeren. Met de invoering en aanpassing van deze begrippen kunnen ook enkele andere begrippen komen te vervallen, zoals de paardenfokkerij, de paardenstalling en de paardrijhal. De regeling wordt zo vereenvoudigd en beter leesbaar en maakt bovendien duidelijker onderscheid in het toegestane gebruik en het planologisch strijdige gebruik. Door deze wijze van bestemmen kan met het toevoegen van een strijdig gebruik-bepaling in artikel 8 van het bestemmingsplan iedere vorm van bedrijfsmatige hippische activiteiten onmogelijk gemaakt worden. Daarmee wordt enerzijds het hobbymatig
gebruik duidelijker planologisch verankerd, maar tegelijkertijd ook iedere vorm van bedrijfsmatige hippische activiteiten uitdrukkelijk uitgesloten. In ‘tabel 1 Overzicht wijzigingen begrippen’ wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze deze wijzigingen op zichzelf en in onderlinge samenhang beogen de geconstateerde gebreken (in ieder geval voor zover mogelijk) te herstellen. De wijziging in de planregels is opgenomen in ‘tabel 2 Overzicht wijziging planregels’. In de tekstuele aanpassing van de toelichting wordt bovendien toegelicht op welke wijze met deze wijzigingen tegemoetgekomen wordt aan de opdracht van de Afdeling. Met de (alfabetische) invoeging van enkele nieuwe begrippen worden de overige begrippen ook vernummerd. Ter illustratie van de positie van invoeging wordt in onderstaande tabel uitgegaan van de bestaande nummering in het bestreden besluit en wordt niet vooruitgelopen op de hierboven bedoelde vernummering. Tabel 1 Overzicht wijzigingen begrippen Begrip
Bestaand of nieuw?
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.25 binnenrijbak
Bestaand aangepast
een gebouw met daarin een (omheinde) piste waarin paarden een uitloop hebben en of training ontvangen.
een gebouw met daarin een al dan niet omheinde piste met overige bijbehorende voorzieningen ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden
1.33 buitenrijbak
Bestaand aangepast
een (omheinde) niet overdekte piste, waar paarden een vrije uitloop kunnen hebben en/of waar paarden worden getraind.
een al dan niet omheinde, niet overdekte piste met overige bijbehorende voorzieningen ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden
1.46 geuremitterende activiteit en/of voorziening
Nieuw
n.v.t.
paardenverblijven en mestopslagvoorzieningen, een en ander met uitzondering van gebouwen (of gedeelten daarvan) en/of andere voorzieningen zoals een binnen- en/of buitenrijbak en omliggende agrarische gronden
1.49 hobbymatig houden van paarden
Nieuw
n.v.t.
het niet-commercieel en/of bedrijfsmatig houden van paarden door- en ten behoeve van de rechthebbende, met inbegrip van het hobbymatig beoefenen van de paarden(top)sport, het stallen en/of houden van eigen paarden, het rijden van paarden, het verzorgen en/of het trainen van eigen paarden, een en ander onder uitsluiting van deze activiteiten voor zover die aangemerkt moeten
Begrip
Bestaand of nieuw?
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
worden als hippische bedrijfsactiviteiten 1.50 hippische bedrijfsactiviteiten
Nieuw
n.v.t.
Bedrijfsactiviteiten gericht op het met bedrijfs- of beroepsmatig houden van paarden, waaronder in ieder geval maar niet uitsluitend moet worden begrepen: een manege, een paardenfokkerij, een hippisch centrum, alsmede het in de uitoefening van een beroep of bedrijf geven van lessen en/of trainingen, het organiseren van wedstrijden en/of evenementen of andere vormen van op publiek gerichte hippische dagrecreatieve activiteiten, het al dan niet tegen betaling houden en/of stallen van paarden voor derden, een en ander met uitzondering van het hobbymatig privégebruik van gronden en/of bouwwerken door de rechthebbende.
1.65 ondergrondse opslagvoorziening voor mest:
Bestaand aangepast
een gebouwde voorziening met als doel er mest in op te slaan en welke zich ondergronds dient te bevinden
een gebouwde ondergrondse voorziening, voorzien van maatregelen tegen inregenen en bescherming van de bodem met als doel er mest in op te slaan
1.69 paardenhouderij:
Bestaand verwijderd
een bedrijf dat gericht is op zowel paardenfokkerij als paardenstalling.
n.v.t.
1.70 paardrijhal:
Bestaand verwijderd
rijhal voor paarden, Een binnenrijbak is ook een paardrijhal.
n.v.t.
1.71 paardenstalling
Bestaand verwijderd
het houden van paarden en pony's ten behoeve van verhuur en eigen gebruik, alsmede het bieden van gelegenheid aan derden om hun paarden en pony's in pension te stallen en te weiden; onder paardenstalling worden geen maneges verstaan.
n.v.t.
3.2 Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Zoals hierboven aangegeven is met de toevoeging van het woord ‘hobbymatig’ in artikel 3, lid 3.1, onder 3.1.1, onder a en b, al grotendeels tegemoetgekomen aan de opdracht van de Afdeling om het hobbymatige karakter planologisch te verankeren. Daarnaast heeft de Afdeling geoordeeld dat het plan het houden van paarden in een omvang als ware het bedrijfsmatig toestaat. Dat oordeel raakt, samen met de situering van de bebouwing, aan de tweede opdracht van de Afdeling: de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat van de omliggende woningen. In het bestemmingsplan wordt een aanvullende voorwaardelijke verplichting opgenomen inhoudende een voorwaardelijke verplichting dat bij het hobbymatig agrarisch gebruik en hobbymatig houden van paarden de verplichting oplegt om daarbij ook gebruik te maken van de ondergrondse mestopslag. Een ondergrondse mestopslag is slechts op één locatie in het plan toegestaan die is gelegen buiten de 50 meter-richtafstand, waardoor voor het aspect geurhinder meer aansluiting gezocht wordt bij de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Daarnaast wordt in de toelichting zowel vanuit het aspect geur(hinder) als vanuit historisch perspectief toegelicht waarom met het voorliggende plan en de daarin opgenomen aanpassingen toch een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden wordt gerealiseerd.
Met name door planologisch vast te leggen dat de feitelijke dierplaatsen/stallen en de mestopslag buiten de richtafstand van 50 meter moeten liggen, worden eventuele milieueffecten zoveel mogelijk beperkt. Tegelijkertijd wordt daarmee wel recht gedaan aan de historisch gegroeide verwevenheid tussen agrarische functies en woningbouw in een tijd waarin dergelijke milieueffecten geen of slechts een beperkte rol spelen. Een (verdere) afwaardering van die agrarische gebruiksactiviteiten, onder andere door bedrijfsmatig agrarisch gebruik uit te sluiten, doet enerzijds recht aan een aanvaardbaar woon- en leefmilieu voor omwonden, maar respecteert anderzijds ook juist die historische verwevenheid van de beide functies. Tabel 2 Overzicht wijzigingen planregels Artikel(lid)
Bestaand of nieuw?
Bestaande tekst
Nieuwe tekst (cursief = toegevoegd)
3.1.1 (agrarisch – bestemmingsomschrijving)
Bestaand - aangepast
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. b.
cultuurgronden; het houden van maximaal 8 paarden waartoe tevens een binnen- en buitenrijbak is toegestaan; met daaraan ondergeschikt: c. d.
groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. wegen, straten en paden; f. nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende:
a.
cultuurgronden ten behoeve van hobbymatig agrarisch gebruik; b. het hobbymatig houden van maximaal 8 paarden waartoe tevens een binnen- en buitenrijbak is toegestaan; met daaraan ondergeschikt: c. d.
groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
Artikel(lid)
Bestaand of nieuw?
Bestaande tekst
Nieuwe tekst (cursief = toegevoegd) e.
g. h. i.
j.
tuinen, erven en terreinen; andere bouwwerken; watergangen ten behoeve van de waterhuishouding; en ter plaatste van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch ondergrondse opslagvoorziening voor mest' een opslagvoorziening voor mest.
wegen, straten en paden; f. nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: g. h. i.
j.
tuinen, erven en terreinen; andere bouwwerken; watergangen ten behoeve van de waterhuishouding; ter plaatste van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch ondergrondse opslagvoorziening voor mest' een ondergrondse opslagvoorziening voor mest.
Met dien verstande dat: k.
l.
m.
het emissiepunt van geuremitterende activiteiten of voorzieningen op minimaal 50 meter afstand ligt van geurgevoelige bestemmingen en functies of van de uiterste situering van de gevel van een woning, gemeten vanaf de feitelijke situering van de stallen (al dan niet als onderdeel van de binnenrijbak) bij natuurlijke ventilatie en, bij geforceerde afzuiging van de stallen, de plaats van de luchtuitlaat; de onder k. beschreven voorwaarde geldt niet voor de (functioneel verbonden) woning binnen het plangebied van dit bestemmingsplan; het onder a en/of b bedoelde gebruik slechts toegestaan is voor zover dierlijke mest wordt opgeslagen in een daarvoor bestemde
Artikel(lid)
Bestaand of nieuw?
Bestaande tekst
Nieuwe tekst (cursief = toegevoegd) ondergrondse opslagvoorziening voor mest.
3.2.1 (agrarisch -bouwregels)
8
Bestaand - aangepast
Op of in de tot 'Agrarisch' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van de onder artikel 3.1 onder a en b genoemde functies ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - binnenrijbak' met een maximale goothoogte van 4 m en een maximale bouwhoogte van 8 m; b. andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen, palen en masten.
Op of in de tot 'Agrarisch' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van de onder artikel 3.1.1 onder a en b genoemde functies ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch binnenrijbak' met een maximale goothoogte van 4 m en een maximale bouwhoogte van 8 m; b. bouwwerken ten behoeve van de onder artikel 3.1.1 onder a en b genoemde functies ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – buitenrijbak’; c. een opslagvoorziening voor mest zoals genoemd onder artikel 3.1 onder j. is enkel binnen de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch ondergrondse opslagvoorziening voor mest' toegestaan, heeft een maximale inhoud van 45 m3 en wordt ondergronds gebouwd; d. andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen, palen en masten.
Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen:
Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen:
a.
b.
het gebruik of doen laten gebruiken van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; het gebruik of doen laten gebruiken van
a.
b.
het gebruik of doen laten gebruiken van gronden als storten/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; het gebruik of doen laten gebruiken van
Artikel(lid)
Bestaand of nieuw?
Bestaande tekst
c.
d.
gronden als stallingsen/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaarof vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; het gebruik of doen laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; het gebruik of doen laten gebruiken van gronden voor het oprichten van een verkooppunt van motorbrandstoffen.
Nieuwe tekst (cursief = toegevoegd)
c.
d.
e.
gronden als stallingsen/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaarof vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; het gebruik of doen laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; het gebruik of doen laten gebruiken van gronden voor het oprichten van een verkooppunt van motorbrandstoffen het gebruik van gronden of bouwwerken ten behoeve van hippische bedrijfsactiviteiten.
3.3 Omvang mestopslag De Afdeling heeft de raad opgedragen de inhoud van de ondergrondse opslagvoorziening voor mest te regelen. In tabel 2 is bij de bouwregels een aanvulling opgenomen voor de maximale inhoud van de ondergrondse mestopslag. Daarnaast zijn (mede in het kader van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden voorzieningen voorgeschreven om (onder andere) inregenen te voorkomen. Er zijn voor dit onderdeel geen wijzigingen aangebracht in de toelichting.
Bijlage 1: Aanpassing toelichting (opgenomen in paragraaf 6.2.4) Aanvullende toelichting naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 september 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4316). Het plangebied ligt centraal in de wijk Oosterboer, een rustige woonwijk die in de jaren ’70 van de vorige eeuw is aangelegd. Op meerdere plaatsen in deze wijk is sprake van vervlechting tussen enerzijds (voormalige) agrarische gebruiksfuncties en later toegevoegde woonfuncties. Zoals ook door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) is geoordeeld1, geldt op basis van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ voor dit gebiedstype binnen de bebouwde kom voor bedrijfsmatige agrarische activiteiten een richtafstand van 50 meter naar de dichtstbijzijnde geurgevoelige objecten. Deze afstand wordt gemeten vanaf de bestemmingsgrens tot de uiterste mogelijke (planologische) situering van de gevel van een woning. Naast het opnemen van begrippen voor hobbymatig en bedrijfsmatig hippisch gebruik, is eenzelfde onderscheid doorgevoerd in de toegestane gebruiksfuncties in artikel 3 en in een strijdig gebruikbepaling in artikel 8, waarmee iedere vorm van hippische bedrijfsactiviteiten uitgesloten zijn binnen het plangebied.
Aldus is beoogd gevolg te geven aan de opdracht van de Afdeling om het hobbymatig karakter beter planologisch te verankeren. In het verlengde daarvan is nadrukkelijker opgenomen dat hippische bedrijfsactiviteiten uitgesloten zijn. In dit plan is de afstand van de bestemmingsgrens tot bestaande woningen minder dan de hierboven bedoelde richtafstand van 50 meter. Hoewel geen sprake is van bedrijfsmatige activiteiten, kan mede gelet op het aantal paarden de omvang wel als ware het bedrijfsmatig worden beschouwd. Dit wordt ook als zodanig door de Afdeling in de tussenuitspraak geoordeeld. Daarbij neemt de Afdeling het aantal te houden paarden in samenhang met de flinke omvang van de ten behoeve daarvan toegestane bebouwing en voorzieningen en de beperkte borging van het niet-commerciële gebruik als omstandigheden in aanmerking. 2 Hoewel de richtafstanden niet één op één toepasbaar zijn omdat geen sprake is van bedrijfsmatige activiteiten,3 vereist de omvang van de hobbymatige activiteiten evenwel een draagkrachtige motivering op het onderdeel van de aanvaardbaarheid daarvan in relatie tot het woon/ en leefklimaat van omwonenden. Daarin ligt ook de motivering voor het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de planregels ten aanzien van het hobbymatig agrarisch gebruik en het hobbymatig houden van paarden.
Dat is, ingevolge de planregels, slechts toegestaan voor zover dierlijke mest wordt opgeslagen in een daarvoor bestemde ondergrondse opslagvoorziening voor mest. Met betrekking tot de opslagvoorziening van mest is bovendien een aanpassing gedaan in de begripsbepalingen zodat deze uitsluitend toegestaan is voor zover bodembeschermende
1 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4316, r.o. 6.4. 2 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4316, r.o. 5.3. 3 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 14 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2250, r.o. 16.1
maatregelen zijn getroffen en de ondergrondse voorziening bovendien tegen inregenen beschermd is. Door het opnemen van deze aanvullende regelingen worden de negatieve effecten van het houden van paarden binnen de richtafstand van 50 meter beperkt. Aangezien de afstand van de geprojecteerde ondergrondse mestopslag buiten de hierboven bedoelde richtafstand ligt en bovendien aanvullende maatregelen voorgeschreven zijn, wordt eventuele geuroverlast tot een minimum beperkt en wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden geborgd. Uit ‘figuur 1 – contour (50m) rondom functieaanduidingen) blijkt dat binnen de richtafstand van 50 meter rondom de ondergrondse mestopslag geen woningen gesitueerd zijn. Voor wat betreft de overige omgevingsaspecten (omvang en plaats van toegestane bebouwing en voorzieningen) wordt in aanmerking genomen dat de samenloop van agrarische functies met woningbouw op deze locatie het gevolg is van stedelijke ontwikkelingen in de tweede helft van de vorige eeuw. Op basis van het onderliggende bestemmingsplan ‘Meppel – Oosterboer’ was op deze locatie een manege (en dus hippische bedrijfsactiviteiten) toegestaan, zonder dat daarin een beperking ten aanzien van dieraantallen was opgenomen. Met het voorliggende plan wordt het bedrijfsmatige karakter opgeheven en wordt een maximum voor het aantal te houden dieren opgenomen.
Hoewel daarmee de ruimtelijke uitstraling van de hobbymatige gebruiksactiviteiten nog steeds omvangrijk is en een bedrijfsmatige uitstraling heeft, is sprake van een aanzienlijke inperking van de milieuruimte ten opzichte van het voorheen geldende plan ‘Meppel – Oosterboer’. Mede gelet op deze inperking voorziet het bestemmingsplan dan ook in een aanzienlijke verbetering van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat hoewel in het bestemmingsplan vijf in plaats van vier woningen binnen de richtafstand van 50 meter liggen, waarbij voor vier woningen geldt dat bebouwing dichterbij de woning mogelijk is dan voorheen het geval was, staat het bestemmingsplan geen kortere bebouwingsafstand tot woningen toe dan op basis van het hierboven bedoelde voorheen geldende plan was toegestaan. De minimale afstand tussen de toegestane bebouwing en de meest nabijgelegen woonfunctie was en wordt 28 meter. Hoewel door het meer westelijk gelegen bouwvlak een toename van (geur) hinder theoretisch niet uitgesloten is, maakt de beperking van de dieraantallen dat het niet aannemelijk is dat een toename ontstaat.
Daarbij wordt bovendien in aanmerking genomen dat de bestemmingsgrenzen in het plan in relatie tot de omliggende woningen niet wijzigen en dat waar op basis van het voorheen geldende plan agrarisch en/of de exploitatie van een manege toegestaan waren, op basis van het voorliggende plan uitsluitend nog hobbymatig agrarisch gebruik toegestaan is.
Figuur 1 contour (50m) rondom functieaanduidingen
Om eventuele geurhinder te kunnen uitsluiten is bovendien een bepaling opgenomen dat het emissiepunt voor (met name) de stallen niet binnen de richtafstand van 50 meter ligt. Dat betekent dat hoewel de binnenrijbak als zodanig wel (geheel of gedeeltelijk) binnen de richtafstand toegestaan is, maar de feitelijke dierverblijven, ook voor zover die geïntegreerd zijn in de binnenrijbak, niet toegestaan zijn binnen de hierboven bedoelde richtafstand. Daarmee wordt enerzijds recht gedaan aan de belangen van omwonenden bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en anderzijds aan de historisch gegroeide situatie en belangen van de eigenaar/gebruiker van de gronden binnen het plangebied. De verplaatsing van de bebouwingsmogelijkheden in westelijke richting gaan gepaard met een beperking van onder andere bouwhoogte en totale oppervlakte waarbinnen gebouwd mag worden. De maximale bouwhoogte is lager dan de toegestane bouwhoogte van omliggende woningen in
het plangebied en (zoals hierboven ook geconstateerd werd) komt voor geen enkele woning dichterbij woningen te liggen dan de kortst toegestane afstand van de toegestane bouwmogelijkheden op basis van het voormalige bestemmingsplan voor deze locatie. Mede gelet op de ruimtelijke inpassing van zowel de agrarische als woonfunctie binnen het plangebied en de relatief beperkte ruimtelijke uitstraling van de westelijke uitbreiding van de bouwmogelijkheden maken dat ook op dat onderdeel sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling in relatie tot het woon- en leefmilieu van omwonenden. Daarbij wordt bovendien in aanmerking genomen dat de bouwmogelijkheden in zuidelijke richting beperkt worden, waardoor zeker de woningen die vanuit een hoek zicht hebben op dit bouwwerk (mede gelet op de verlaging van de toegestane bouwhoogte) weinig tot geen beperkingen ervaren in vergelijking met de reeds toegestane bouwmogelijkheden. Ook in zoverre voorziet dit bestemmingsplan niet in een ontwikkeling die het woon- en leefklimaat van omwonenden op onevenredige wijze aantast.
Bijlage 2 wijzigingen paragraaf 4.9 van de toelichting Paragraaf 4.9 Bedrijven en milieuhinder Beleid en normstelling Met het ruimtelijk bestuursrecht wordt beoogd de kwaliteit van het woon- en leefklimaat te behouden en te verbeteren. Dat betekent dat ook bij het bestemmen van gronden of het toekennen van functies aan locaties in het kader van een goede ruimtelijke ordening (nu) en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (onder de Omgevingswet) rekening gehouden moet worden met milieuaspecten. Om deze reden wordt uitgegaan van een passende afstand tussen milieubelastende activiteiten, bedrijven of inrichtingen enerzijds, en milieugevoelige functies (zoals wonen) anderzijds. Die ruimtelijke scheiding wordt meestal vormgegeven door het hanteren van minimale afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Hoe groter de milieubelasting, hoe groter de benodigde afstand tussen beide functies. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen milieubelastende en milieugevoelige functies te borgen, wordt in dit bestemmingsplan gebruikgemaakt van milieuzonering op basis van een Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB). Deze lijst bevat de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten, gerangschikt naar de mate van milieubelasting.
De standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten is opgesteld op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). Het rond het plangebied liggende gebied bestaat vrijwel uitsluitend uit woningen. Direct ten oosten van het plangebied is een supermarkt gevestigd. Voor supermarkten is in VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering een richtafstand opgenomen van 10 meter, hierin is het aspect geluid leidend. In de feitelijke situatie is de afstand tot het plangebied circa 170 meter. Hiermee wordt ruim voldaan aan de richtafstand. Voor de aanvaardbaarheid van de binnen het plangebied toegestane functies in relatie tot de omliggende woningen wordt verwezen naar de afzonderlijke motivering van de aanvaardbaarheid in de paragraaf ‘Aanvullende toelichting naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 september 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4316).’