Bijlage 12. Vormvrije mer-beoordeling (aanmeldnotitie)
Tekst van het document
VORMVRIJE M.E.R.BEOORDELING
MULO LOCATIE, MEPPEL
COLOFON VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING MULO-LOCATIE, MEPPEL
IBAN: NL84 RABO 0308 1446 51 Btw-nr.: NL139099268 KvK nr. : 65329732 P/A Korenbloemstraat 30 8012 XS Zwolle
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Nijhuis Noord Bureau voor Planvorming & Advies | Zwolle
Opgesteld door Datum
T. Melenhorst februari 2021
Inhoud 1.
Inleiding................................................................ 3 1.1 Aanleiding en doel.....................................................................................................................3 1.2 Beoordelingskader ....................................................................................................................3 1.3 Procedure .................................................................................................................................3 1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ....................................................................................................4 1.5 Opzet van de aanmeldnotitie ....................................................................................................4
2.
Beschrijving van de voorgenomen activiteit ......... 5 2.1 Inleiding ....................................................................................................................................5 2.2 Beschrijving van de huidige situatie van de locatie en omgeving ................................................5 2.3 Voorgenomen activiteit .............................................................................................................8 2.4 Kwetsbaarheid van het milieu ...................................................................................................9
3. Beschrijving van de gevolgen voor het milieu ........ 13 3.1 Inleiding .................................................................................................................................. 13 3.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu ................................................................ 13 3.3 Eindconclusie .......................................................................................................................... 14
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Tussen de Burgemeester Knopperslaan, Het Vledder, de Meester W. Doornbosstraat en de Gasgracht ligt het terrein van de voormalige Mulo, de ‘Mulo-locatie’. Het gebied ligt in de nabijheid van de binnenstad van Meppel en maakt onderdeel uit van een gebied (het Vledder) waar zich van oorsprong, als overloopgebied van het centrum, grootschaligere stedelijke functies bevonden. De afgelopen decennia heeft het gebied een transformatie ondergaan en heeft een ontwikkeling naar een woongebied plaatsgevonden. De locatie van voorliggend plangebied, dat sinds de sloop van de Mulo in 2008 braak ligt, vormt het laatste gedeelte van de herontwikkeling. Ook voor de Mulolocatie geldt dat er woningen zijn voorzien. Hiermee wordt, afgestemd op de ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving, invulling gegeven aan een woningvraag. Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Meppel-Centrumschil’ (2014). Binnen de geldende bestemming zijn maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Het bouwen van woningen is binnen deze bestemming niet mogelijk. Om het initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt het bestemmingsplan gewijzigd. In dergelijke gevallen is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing. Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
1.2 Beoordelingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel. Eén van de belangrijkste gevolgen van de wetswijziging is dat vanaf 16 mei 2017 een vormvrije m.e.r.beoordelingsbesluit moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit is een extra stap in de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het nut van deze aanmeldnotitie is dat al in een vroeg stadium beoordeeld wordt of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en er mogelijk een milieueffectrapportage noodzakelijk is. Bovendien kunnen in dit stadium mitigerende maatregelen worden geformuleerd.
1.3 Procedure In de gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldingsnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Deze aanmeldingsnotitie dient voor het starten van de hierboven beschreven procedure. 3
1.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. In de D-lijst bij het Besluit m.e.r. is bijvoorbeeld o.a. de volgende activiteit beschreven: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Voor activiteiten die voorkomen op de D-lijst zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: -
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
Een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). De oppervlakte van de voorgenomen activiteit blijft onder de drempelwaarden van 100 hectare. Het plan voorziet niet in een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². De voorgenomen activiteit voorziet in de realisatie van 75 woningen en komt daarmee niet boven de grens van 2.000 woningen. Conclusie Het realiseren van 75 woningen (in combinatie met parkeren) wordt gekwalificeerd als een stedelijk ontwikkelingsproject. De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Om die reden dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden.
1.5 Opzet van de aanmeldnotitie In artikel 7.16 Wm is beschreven waar een aanmeldingsnotitie aan moet voldoen. Onderliggende notitie sluit hier op aan. In hoofdstuk 2 van deze notitie wordt de voorgenomen activiteit beschreven. In hoofdstuk 3 worden de waarschijnlijke gevolgen van de activiteit voor het milieu beschreven.
4
2. Beschrijving van de voorgenomen activiteit 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder a Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerkzaamheden. Daarnaast dient een beschrijving gegeven te worden van de locatie van de activiteit met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn. Achtereenvolgens komen in dit hoofdstuk de beschrijving van de voorgenomen activiteit en de mogelijke gevolgen daarvan voor het milieu aan bod.
2.2 Beschrijving van de huidige situatie van de locatie en omgeving Huidige situatie De voormalige Mulo-locatie is een in de nabijheid van de stadskern van Meppel gelegen gebied dat langere tijd met haar omgeving als overloopgebied gefunctioneerd heeft voor grootschaliger functies in de binnenstad. Het gebied wordt getypeerd als Het Vledder, afgeleid van de Vledderlanden. Het plangebied wordt omsloten door de Burgemeester Knopperslaan, Het Vledder, de Meester W. Doornbosstraat en de Gasgracht. Het terrein ligt sinds 2008 braak. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven.
Begrenzing plangebied.
5
De Burgemeester Knopperslaan is een doorgaande weg die verschillende delen van Meppel en omliggende dorpen met elkaar verbindt. Er geldt een 50 km-uur regime. Aan beide zijden van de weg bevindt zich een fietspad. Ter hoogte van het plangebied bevindt zich aan de Burgemeester Knopperslaan een bedrijfsgebouw. Parallel aan deze Burgemeester Knopperslaan ligt de spoorverbinding Zwolle – Groningen/Leeuwarden v.v. Onder de Burgemeester Knopperslaan en het spoor loopt een fiets- en voetgangerstunnel. Deze loopt aan de noordzijde van het plangebied, deels parallel aan Het Vledder, en gaat over in de Doornbosdwarsstraat.
Links: zicht over de Burgemeester Knopperslaan richting het plangebied. Rechts: fiets - en voetgangerstunnel onder de weg en het spoor.
Aan de noordzijde van het plangebied bevinden zich op enige afstand woningen die in het kader van de transformatie van Het Vledder zijn gebouwd. Deze woningen zijn in aansluiting op bestaande bouw uit de jaren ’80 – ’90 gerealiseerd. Ter plaatse bevindt zich ook openbaar groen en er is een openbare speelgelegenheid aanwezig. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de achtertuinen van de woningen die zijn gesitueerd aan de Gasgracht. De Gasgracht loopt vanaf de Burgemeester Knopperslaan naar het centrum van Meppel. De inrichting van de Gasgracht is zodanig dat overwegend bestemmingsverkeer en langzaam verkeer gebruik maken van deze verbinding.
Links: fietspad aan de noordzijde van het plangebie d. Rechts: achterzijde woningen aan Gasgracht.
6
Ten westen grenst het plangebied aan de Meester W. Doornbosstraat. Hier bevinden woningen die in het kader van de ontwikkeling van Het Vledder zijn gerealiseerd. Op korte afstand van het plangebied zijn achter deze woningen voorzieningen in de vorm van onder andere supermarkten aanwezig. Deze voorzieningen zijn via de Meester Doornbosstraat en de Dirk Jacobsstraat te bereiken.
Links: nieuwbouwwoningen aan de Meester W. Doornbosstraat. Rechts: zicht over het plangebied vanaf de Meester W. Doornbosstraat.
Bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Meppel-Centrumschil’ (2014). Op de volgende afbeelding is een uitsnede uit de verbeelding van dit bestemmingsplan weergegeven, met daarbinnen rood omkaderd het plangebied.
Begrenzing plangebied binnen bestemmingsplan Meppel – Centrumschil (2014).
7
Binnen de geldende bestemming zijn maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Maatschappelijke voorzieningen worden in het bestemmingsplan gedefinieerd als educatieve, informatieve, levensbeschouwelijke, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele voorzieningen, zorg- en welzijnsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, als ook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Op de verbeelding van het bestemmingsplan zijn bouwblokken weergegeven en zijn maximale bouw- en goothoogten opgenomen. Het bouwen van woningen is binnen deze bestemming niet mogelijk. Om het initiatief juridischplanologisch mogelijk te maken wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
2.3 Voorgenomen activiteit Het plan voorziet in de realisatie van 75 appartementen in verschillende bouwblokken die evenwijdig aan de omliggende wegen worden gesitueerd. De te realiseren nieuwbouw omsluit een binnenterrein waar geparkeerd wordt. Op de volgende afbeelding is de opzet weergegeven.
Stedenbouwkundige opzet plangebied.
8
2.4 Kwetsbaarheid van het milieu Voor de kenmerken van de potentiële milieugevolgen van het initiatief zijn van belang de ordegrootte van effecten, de duur en frequentie van de effecten, de mogelijke onomkeerbaarheid ervan, alsmede de afstand waarover effecten kunnen optreden. Het initiatief is op een aantal relevante onderdelen getoetst op kwetsbaarheid voor het milieu. Daaruit komt het volgende naar voren. Ecologie In het kader van de wijziging van bestemmingsplannen, zoals dat ten behoeve van voorliggende ontwikkeling noodzakelijk is, dient te worden onderzocht of binnen en/of in de nabijheid van het plangebied beschermde plant- en diersoorten en/of natuurgebieden aanwezig zijn en of deze worden aangetast. Deze eerste stap om de aanwezigheid van beschermde soorten en/of gebieden te bepalen, is het uitvoeren van een QuickScan flora en fauna. In het kader van het initiatief heeft een ecologisch onderzoek plaatsgevonden. Uit de quickscan blijkt dat binnen en in de directe omgeving van het plangebied geen streng beschermde soorten voorkomen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Stikstofdepositie Om de effecten van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden te kunnen bepalen is in het kader van het voorgenomen plan een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd in de vorm van een AERIUSberekening.
Daarbij is zowel in beeld gebracht of er significante negatieve effecten zijn tijdens de aanlegfase als tijdens de gebruiksfase van het voorziene plan. Uit de berekeningen blijkt dat de toename van stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde Natura2000gebieden niet boven 0,00 ml N/ha/jaar uit komt. Hiermee is aangetoond dat het project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura2000-gebieden, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied niet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het project niet in de weg. Het is met het oog op potentiële effecten van de stikstofdepositie niet nodig om voor dit project een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Archeologie De gemeente Meppel beschikt over een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Daarmee heeft de gemeente Meppel een instrument in handen op basis waarvan zij op een verantwoorde manier met haar bodemarchief kan omgaan. Het beleid geeft een indicatie van de trefkans voor archeologische waarden. Op hoofdlijnen worden drie verwachtingszones onderscheiden: lage verwachting, middelhoge verwachting en hoge verwachting.
Deze verwachtingszones zijn in bestemmingsplannen door vertaald naar archeologische dubbelbestemmingen. Voor het plangebied is geen archeologische dubbelbestemming opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Dit vloeit voort uit het feit dat voor de locatie geldt dat er geen archeologische verwachting is. Bodem In het kader van het plan heeft gezien de milieugevoelige functie (wonen) bodemonderzoek plaatsgevonden. Uit het bodemonderzoek blijkt dat in het zuidelijke terreindeel en in het noordelijk terreindeel vervuiling is aangetroffen. In het kader van de ontwikkeling wordt deze vervuiling nader in kaart gebracht (ingeperkt) en vervolgens op basis van een saneringsplan gesaneerd. Hierdoor 9
verbetert de milieukundige kwaliteit van het plangebied waarmee het geschikt is voor de voorziene woonfunctie. Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. In het kader van voorliggend plan is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat zich in de directe omgeving van het plangebied, op circa 40 meter, de Spoorlijn Zwolle – Groningen bevindt. Over deze spoorlijn vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats.
Uitsnede risicokaart. Bron: www.risicokaart.nl.
In het kader van de wijziging van het bestemmingsplan dient, conform het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), onderzocht te worden of voldaan wordt aan de in deze besluiten opgenomen veiligheidsnormen. Daarom is, aangezien het plangebied is gelegen binnen 60 meter van een spoortraject waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd, een berekening van het groepsrisico uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat het groepsrisico lager is dan 0.1 maal de oriëntatiewaarde en er is geen sprake is van een toename van meer dan 10% van het groepsrisico. Conform art. 8 van het Bevt kan in dat geval de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Conform de regeling Basisnet geldt voor de spoorlijn een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het plangebied ligt buiten dit plasbrandaandachtsgebied. 10
Het plan is op basis van het aspect externe veiligheid uitvoerbaar. Akoestiek Ten aanzien van het plangebied geldt dat er sprake is van de invloed van weg- en spoorweglawaai. In het kader van dit weg- en spoorweglawaai heeft akoestisch onderzoek plaatsgevonden. Op basis van uitgevoerd akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting op een aantal punten in bouwblok 1 de maximale ontheffingswaarde van 68 dB overstijgt. Om het plan op het plan mogelijk te maken dienen voorzieningen zoals een dove gevel getroffen te worden om te voldoen aan de Wet geluidhinder. Dit vraagt om een nadere architectonische en technische uitwerking. In het bestemmingsplan is daarom voor dit blok een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat bij de aanvraag omgevingsvergunning aangetoond moet worden dat het plan voldoet aan de Wet geluidhinder. Hiermee is geborgd dat het plan uitvoerbaar is. Voor de andere delen van het plangebied geldt dat (al dan niet middels een procedure hogere grenswaarde) een goed akoestisch niveau gehaald kan worden. Luchtkwaliteit Het plan betreft de ontwikkeling van 75 appartementen. Het betreft hier een plan categorie 3A.2 overeenkomstig bijlage 3a van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (milieukwaliteitseisen). Per ontsluitingsweg worden minder dan 1500 woningen en/of minder dan 100.000 m2 bvo kantoor gerealiseerd.
Volgens bijlage 3B van de Regeling draagt het plan hierdoor ‘niet in betekenende mate’ bij. Er hoeft daarom niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof PM10/PM2,5. Water In het kader van het plan heeft een digitale watertoets plaatsgevonden. Het plan is, vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap van belang. Daarom heeft afstemming plaatsgevonden met het waterschap, wat heeft geleid tot het opstellen van een uitgangspuntennotitie. Deze uitgangspuntennotitie is opgenomen in het bestemmingsplan. Het doel van de uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase van een plan bruikbare informatie aan te leveren voor de waterhuishouding in en rond het plangebied. Het waterschap adviseert de uitgangspunten zoals opgenomen in de uitgangspuntennotitie te verwerken in het plan. De initiatiefnemer is vrij te bepalen op welke wijze wordt voldaan aan de uitgangspunten, maar heeft aangegeven de uitgangspuntennotitie bij de technische uitwerking van het plan als uitgangspunt te hanteren. Trillingen Het plangebied ligt in de nabijheid van het spoor. Daarom heeft onderzoek naar het effect van spoorwegtrillingen op het bouwplan plaatsgevonden.
Uit dit onderzoek blijkt dat de in het kader van trillinghinder in woningen na te streven waarden zoals aangegeven in de Richtlijn deel B ‘Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, meet- en beoordelingsrichtlijn’ van de Stichting Bouwresearch (SBR) van augustus 2006 zullen worden overschreden. Op basis van ervaring dient de situatie beoordeeld te worden als technisch oplosbaar. De exacte maatregelen kunnen pas in een later stadium worden gedimensioneerd. Middels deze maatregelen kan een acceptabel woon- en leefklimaat worden gewaarborgd zodat qua trillingen geen belemmeringen bestaan om het bestemmingsplan vast te stellen. 11
Bedrijven en milieuzonering Het plan voorziet in het realiseren van een woonbestemming. Dit is een bestemming die geen milieugevoelige activiteiten mogelijk maakt, maar wel gevoelig is voor omliggende gevoelige activiteiten en bestemmingen. Rondom het plangebied bevinden zich diverse bestemmingen, zoals wonen, detailhandel, bedrijven en horeca. Er is zodoende sprake van een gemengd gebied. Waar het om woonbestemmingen gaat bestaat er geen potentiële milieuhinder voor het voorziene plan. Waar het om horeca-, bedrijfs en detailhandelsbestemmingen gaat kan hier wel sprake van zijn. Uit deze toetsing, op basis van de VNGpublicatie Bedrijven en Milieuzonering, blijkt dat wordt voldaan aan de geldende richtafstanden. Functies in de omgeving van het plangebied spelen geen milieukundige rol op basis van de aard van de functie en de afstand tot de voorziene woningbouw.
12
3. Beschrijving van de gevolgen voor het milieu 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder b en c Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit kan hebben voor het milieu en de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de verwachte residuen, emissies, productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In deze beschrijving worden de mogelijke maatregelen om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden meegenomen.
3.2 Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu Kenmerken Om de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu te kunnen beschrijven wordt een onderscheid gemaakt in de aanlegfase en de gebruiksfase. In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een toename van vrachtverkeer (geluid en luchtverontreiniging) en bouwactiviteiten (waaronder trillingen en geluid). Na afronding van de bouwwerkzaamheden verdwijnen deze effecten. Effecten op het woon- en leefklimaat zijn in de gebruiksfase beperkt. De voorgenomen activiteit leidt tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. Dit kan leiden tot een zeer beperkte toename van het geluidsniveau in de directe nabijheid van de locatie. De toename van het aantal verkeersbewegingen leidt tot een beperkte toename van de luchtverontreiniging, maar dit is acceptabel zoals onderbouwd in paragraaf 2.4. Verder voorziet de voorgenomen activiteit niet in het gebruik van gevaarlijke stoffen en wordt er geen toename van het risico op ongevallen verwacht als gevolg van de voorgenomen activiteit. In de directe omgeving zijn geen projecten die in combinatie met onderliggend plan leiden tot extra effecten. De effecten in de gebruiksfase hebben een permanent karakter. Bereik van de effecten De voorgenomen activiteit heeft geen gebieds- en landsgrens overschrijdende effecten.
De effecten van de voorgenomen activiteit zijn zeer beperkt van omvang en treden alleen lokaal op. Ten aanzien van gevoelige gebieden in de omgeving zijn er geen effecten te verwachten, zoals in paragraaf 2.4 is aangetoond. Afvalstoffen Het voorgenomen gebruik zal zorgen voor de productie van afvalstoffen, zoals huishoudelijk afval en afvalwater. Deze stoffen worden volgens de normen van de gemeente ingezameld en verwerkt. Natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Maatregelen Onderliggende ontwikkeling leidt slechts tot minimale effecten. Om deze minimale effecten nog verder te minimaliseren worden geen specifieke maatregelen getroffen.
13
3.3 Eindconclusie Op basis van voorliggend plan zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Het uitvoeren van een milieueffectrapportage is niet noodzakelijk.
14
Postadres: Korenbloemstraat 30, 8012 XS Zwolle | info@bureaupena.nl | www.bureaupena.nl