CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

1 - RAADSVERGADERING 17 juni 2021, gemeente MeppelBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 1422.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

- 32 -

afstand tot het bedrijventerrein. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Direct ten westen van het plangebied staat een woonzorgcentrum voor ouderen. Voor een dergelijke inrichting geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De voorgenomen woningen komen op meer dan 10 meter afstand tot het woonzorgcentrum te staan. Ten zuidwesten van het plangebied staat de Gereformeerde Kerk van Nijeveen. Voor een kerk geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Ook hier wordt aan de richtafstand voldaan, omdat de dichtstbijzijnde woningen op circa 57 meter worden gebouwd. Tot slot grenst aan de zuidoostzijde van het plangebied een detailhandelsbestemming. Hier is de lokale bakker gevestigd. Voor een dergelijke inrichting geldt conform de richtafstandenlijst behorend bij de brochure Bedrijven en milieuzonering een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De dichtstbijzijnde woning in het plangebied ligt op circa 20 meter tot de bakkerij. Door te voldoen aan de gestelde richtafstand kan er vanuit worden gegaan dat geen sprake is van hinder als gevolg van de bakkerij, ter plaatse van de voorgenomen woningen. Daarnaast geldt dat de bakkerij aan het Activiteitenbesluit en de bijbehorende Activiteitenregeling moet voldoen.

Om geurhinder ten gevolge van het bakken te voorkomen is hierin opgenomen dat de afvoer van dampen ten minste 2 meter boven de hoogste daklijn van de binnen een afstand van 25 meter van het afvoerpunt gelegen bebouwing moet worden afgevoerd. Binnen het plangebied zullen de twee-onder-één kapwoningen in het zuiden binnen deze afstand vallen. De woningen worden maximaal 9,5 meter hoog. De afvoer van dampen van de bakkerij geschiedt echter op lagere hoogte. Desondanks kan wordt hier geredeneerd dat het in de bedrijfsvoering gaat om het bakken van brood en aanverwante producten. Hetgeen zorgt voor een geur met een hoge hedonische waarde. Dit houdt in, dat de geur van gebakken brood en aanverwante producten als zeer aangenaam wordt ervaren. Hoewel de geur ter plaatse van de woningen dus kan worden waargenomen, zal dit niet tot hinder leiden doordat het gaat om geuren met een hoge hedonische waarde. Daarom is het niet noodzakelijk om aanpassingen te verzorgen aan de bakkerij inzake mogelijke geurhinder. Omdat voor alle bedrijven en andere inrichtingen in de omgeving wordt voldaan aan de richtafstand is geen nader onderzoek noodzakelijk.

4.11 Kabels en leidingen en zones Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

- 33 -

vragen om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Toetsing en conclusie In (de omgeving van) het plangebied zijn geen leidingen en kabels aanwezig waar tijdens de uitvoering van de ontwikkeling rekening mee gehouden moet worden. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

- 34 -

Hoofdstuk 5

Juridische aspecten

In dit hoofdstuk staat een toelichting op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. In paragraaf 5.1 staat een algemene toelichting op de betekenis en opbouw van het bestemmingsplan en de achtergronden daarvan. In paragraaf 5.3 wordt de bestemmingsregeling van dit bestemmingsplan toegelicht.

5.1

Algemeen

5.1.1 Wat is een bestemmingsplan Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken' (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt daarom: het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken (aanleggen).

5.1.2 Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een (enkel)bestemming. De gronden met een bepaalde bestemming zijn begrensd door het bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Aanvullend daarop kunnen de toegekende gebruiksmogelijkheden op twee manieren verder worden ingevuld: Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en daarnaast soms een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding. Een aanduiding is een vlak of een teken op de ruimtelijke verbeelding van het plan. Bij het vlak kan het gaan om een functieaanduiding. Het teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode etc. Via een aanduiding

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

- 35 -

wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden en/of beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing. De (on)mogelijkheden van aangeduide gebieden kunnen zijn geregeld in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels, maar ook in een eigen regel in de Algemene aanduidingsregels. Een toelichting op de in dit bestemmingsplan opgenomen enkel- en dubbelbestemmingen en opgenomen aanduidingen staat in 5.3.

5.1.3 Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is de manier waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2) bepaald. De inhoudelijke opzet van deze regels wordt deels voorgeschreven in de SVBP2012. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Hierbij is een landelijk een hiërarchie afgesproken, waarbij eerst de enkelbestemmingen (alfabetisch) aan de orde komen en vervolgens de dubbelbestemmingen (ook alfabetisch). Per bestemming geven de bestemmingsomschrijving en de (specifieke) gebruiksregels aanwijzingen voor het gebruik. De bouwregels geven per bestemming aanwijzingen voor het bouwen van gebouwen, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Eventueel zijn hierbij flexibiliteitsbepalingen - mogelijkheden voor afwijken met een omgevingsvergunning en/of wijzigingsbevoegdheden - opgenomen. Daarnaast kan het voorkomen dat een bestemming voorzien is van een omgevingsvergunningstelsel. Dit bepaalt bijvoorbeeld welke werken en/of werkzaamheden alleen mogelijk zijn na verlening van een omgevingsvergunning.

Vaak zijn de flexibiliteitsbepalingen en het omgevingsvergunningstelsel gekoppeld aan randvoorwaarden en/of eisen waaraan voldaan moet worden. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Deze gelden in principe voor het hele plangebied. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels en algemene afwijkingsregels. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in feite algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. De inhoudelijke opzet van deze regels wordt deels voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de geldende SVBP.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

- 36 -

5.2

Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting (met bijbehorende bijlagen). De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide plandelen worden in onderlinge samenhang bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Inhoudelijke opzet Door de gemeente Meppel is een handboek opgesteld. Dit handboek vormt de basis voor de inhoudelijke opzet van de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Met dien verstande dat de uitgangspunten van de (voorheen) geldende bestemmingsplannen zo veel mogelijk gehandhaafd zijn. Dit komt de vergelijkbaarheid ten goede met de regelgeving in de omgeving van het voorliggende plangebied .

Regels De opbouw van de regels van de verschillende bestemmingen is overal hetzelfde, deze is als volgt: Bestemmingsomschrijving: In dit onderdeel worden de toegestane doeleinden en het toegestane gebruik omschreven. Bouwregels: Hierin worden de regels voor wat betreft het bouwen uitgewerkt. Nadere eisen: In deze bepaling is opgenomen dat Burgemeester en Wethouders nadere eisen kunnen stellen inzake de plaats en afmeting van gebouwen, bijvoorbeeld in het kader van een goede woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Deze bepaling maakt het mogelijk voor het gemeentebestuur om waar nodig sturing te geven aan de ruimtelijke ontwikkeling. Afwijking bouwregels: In dit onderdeel kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van de bouwregels, waarmee ruimere bouwmogelijkheden kunnen worden gegeven. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel kunnen enkele specifieke ongewenste gebruiksmogelijkheden uitgesloten, zoals zelfstandige bewoning van bijgebouwen en stortplaatsen. Afwijking van de gebruiksregels: In dit onderdeel zijn mogelijkheden voor het bij omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels opgenomen, bijvoorbeeld voor het toestaan van aan huis gebonden bedrijven. In dit bestemmingsplan is geen afwijkingsbevoegdheid opgenomen.

Wijzigingsbevoegdheid: In dit onderdeel kunnen mogelijkheden op worden genomen voor het wijzigen van de bestemming. In dit bestemmingsplan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

- 37 -

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden: Dit onderdeel (de voormalige aanlegvergunning) is alleen van toepassing voor de dubbelbestemmingen voor archeologie. Verbeelding Voor de vormgeving van de verbeelding geldt een aantal uitgangspunten. Zo worden de kaarten in kleur opgezet, waarbij de kleuren worden ondersteund met een letteraanduiding. De kleuren en letters zijn afgestemd op de kleur en letteraanduiding in de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). De schaal van de analoge kaarten is 1:1.000. Ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid en digitale raadpleegbaarheid wordt waar mogelijk informatie op de verbeelding gezet (bouwvlakken, goot-/bouwhoogten, eventueel bebouwingspercentages).

5.3

Regels De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hiervoor is beschreven. Dit bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Tuin De gronden op de woonerven die grenzen aan het openbaar gebied, met name aan de voorzijde van de toekomstige woningen zijn conform de systematiek van gemeente Meppel bestemd als 'Tuin'. Deze gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gebouwde hoofdgebouwen. Verkeer - Verblijfsgebied De ontsluitingsweg in het plangebied en de parkeerplaatsen in de openbare ruimte zijn bestemd als 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Hier binnen zijn straten, pleinen en parkeervoorzieningen toegestaan. Omdat dit een openbare ontsluiting betreft, zijn deze gronden niet binnen de woonbestemming opgenomen. Water De bestemming 'Water' is ter plaatse van de Nijeveense Grift opgenomen om op die manier te waarborgen dat deze gronden uitsluitend bestemd zijn voor water en niet ontwikkeld worden in het kader van de voorgenomen woningbouw. Wonen De bestemming wonen is afgestemd op de gemeentelijke standaard die voor de woonbestemming wordt gehanteerd. Op de verbeelding zijn de maximale goot- en bouwhoogte en de dakhelling opgenomen. Waarde - Archeologie Ter plaatse van het plangebied is mogelijk sprake van archeologische waarden. Door

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

- 38 -

toepassing van deze dubbelbestemming worden deze waarden beschermd. Het is conform de regeling bij ruimtelijke ingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 noodzakelijk om archeologisch onderzoek uit te voeren. Waterstaat De dubbelbestemming 'Waterstaat' is opgenomen om een beschermende regeling te bieden aan de cultuurhistorische watergang de Nijeveense Grift. De gronden zijn mede bestemd voor waterstaatkundige voorzieningen.

5.4

Verbeelding Voor de vormgeving van de verbeelding gelden een aantal uitgangspunten die als volgt luiden: De kaarten worden in kleur opgezet waarbij de kleuren worden ondersteund met een letteraanduiding (bijv. B- bedrijventerrein) een en ander afgestemd op de kleur en letteraanduiding in de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012. De schaal van de kaarten is 1: 1000. Ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid en digitale raadpleegbaarheid wordt waar mogelijk informatie op de kaart gezet (bouwvlakken, goot-/bouwhoogten, bebouwingspercentages). In dit bestemmingsplan zijn deze vormgevende uitgangspunten toegepast. Dit bestemmingsplan biedt een nieuwe regeling waarbij de bestaande regeling in een nieuw jasje wordt gegoten. Daarbij worden het handboek en de SVBP2012 als basis voor de regeling aangehouden.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

- 39 -

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Voor het bestemmingsplan is het van belang om de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid aan te tonen.

6.1

Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

6.1.1 Financiële haalbaarheid In het plangebied worden elf grondgebonden woningen gerealiseerd. De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat dit financieel haalbaar is.

6.1.2 Grondexploitatie Tussen gemeente en initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst afgesloten, omdat er binnen het plangebied nieuw openbaar gebied ontstaat. Deze wordt naar de gemeente overgedragen. In de overeenkomst worden eisen en kostenafspraken vastgelegd.

6.2

M aatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak en overleg Het voorliggende bestemmingsplan is eerst als voorontwerp aan overlegpartners en belanghebbenden ter inzage gelegd. Het plan heeft vanaf 28 september 2020 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Er zijn tijdens deze inzageperiode geen inspraakreacties ingediend. Voor het vooroverleg zijn er reactie ontvangen van de provincie Drenthe, Veiligheidsregio Drenthe en Waterschap Drents Overijsselse Delta. De Veiligheidsregio en de Provincie hebben aangegeven met het plan in te stemmen. Het waterschap heeft enkele opmerkingen ten aanzien van de afstand tot de watergang in relatie tot onderhoudsmogelijkheden. Hierop i besloten een strook met een breedte van 3,5 meter aan te houden waar geen bebouwing wordt toegestaan. Daarmee is voldaan aan de opmerking van het waterschap. Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 11 maart 2021, gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn was het mogelijk om zienswijzen in te dienen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Binnen deze termijn zijn wel reacties ontvangen van het Waterschap DO Delta en de Provincie Drenthe. Beide geven aan geen opmerkingen te hebben op het bestemmingsplan, zoals het als ontwerp ter inzage is gelegd.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

- 40 -

Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

- 41 -

Bijlagen toelichting

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

- 42 -

Bijlage 1

Vormvrije m.e.r.-notitie

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

Nijeveen – Ds. van Halsemastraat 14 Meppel Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

20192069

18-11-2020

projectleider:

opdrachtgever:

E. Venema

Zwanenburg projecten

auteur(s):

S.E.H. Lie

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

Inhoud

1.

2.

3.

4.

Inleiding

5

1.1. 1.2. 1.3.

5 5 5

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

Plaats en omvang van het project

8

2.1. 2.2.

Plaats van het project Kenmerken van het project

8 11

Kenmerken van de milieueffecten

13

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9. 3.10.

13 13 14 14 15 15 16 16 17 17

Verkeer en parkeren Geluid Bodem en water Natuur Luchtkwaliteit Geur Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Conclusie

Bijlagen

18 20

Bijlage 1 – Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 2 – Quickscan flora en fauna

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

5

1. Inleiding

1.1.

Aanleiding

Ter plaatse van het oude zwembad De Duker aan de Ds. Van Halsemastraat 14 te Nijeveen zijn er plannen om elf woningen te realiseren. Hiervoor wordt de huidige bebouwing ten behoeve van het zwembad gesloopt. Tevens worden groenvoorzieningen en parkeerplaatsen aangelegd. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan Nijeveen. Om de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen en realiseren is het opstellen van een nieuw juridisch kader noodzakelijk. In het kader hiervan is een nieuwe bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op ‘een oppervlakte van 100 hectare of meer’, ‘een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat’ of ‘een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer’ (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een 11 woningen en blijft hiermee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is waar dit document in voorziet.

1.2.

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten:  de plaats van het project;  de omvang van het project;  de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3.

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie:  beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project;  licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe;

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

6

geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.

Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

7

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

8

2. Plaats en omvang van het project

2.1.

Plaats van het project

Het plangebied ligt direct ten noorden van het centrum van Nijeveen. De ligging van het plangebied is opgenomen in figuur 2.1 en betreft de gronden van het perceel Ds. Van Halsemastraat 14.

Figuur 2.1 Ligging van het plangebied Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het plangebied kent in het bestemmingsplan ‘Nijeveen’ (vastgesteld op 03-11-2009) de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie', deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Op deze gronden geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en met grondbewerkingen dieper dan 30 centimeter, dat een archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

9

Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied De Wieden ligt op circa 2,5 kilometer (figuur 2.2). Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN bevindt zich op een afstand van circa 3,3 kilometer (figuur 2.3). Het plangebied is tevens niet gelegen binnen een waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (figuur 2.4) of een stiltegebied (figuur 2.5).

Figuur 2.2 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)

Figuur 2.3 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van NNN-gebieden (bron: Provincie Drenthe)

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

10

Figuur 2.4 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten grondwaterbeschermingsgebieden (bron: Provincie Drenthe)

opzichte

van

waterwin-

en

Figuur 2.5 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van stiltegebieden (bron: Provincie Drenthe)

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

11

2.2.

Kenmerken van het project

De initiatiefnemer heeft het plan om in het plangebied elf grondgebonden woningen te realiseren. De bestaande bebouwing van het zwembad zal worden gesloopt. Ook zal een deel van de bomen in het plangebied worden gekapt. Ter plaatste worden negen rijwoningen en twee twee-onder-één-kap woningen gerealiseerd. De rijwoningen worden verdeeld over een rij van vier woningen die met de voorzijde aan de Ds. Van Halsemastraat zijn gericht en een rij van vijf woningen die centraal in het plangebied worden geplaatst. De twee-onder-één-kap woningen worden in het zuiden van het plangebied gerealiseerd. In het plangebied wordt aan de westzijde een ontsluiting aangelegd met parkeerplaatsen. Bij de twee-onder-één-kap woningen is op eigen erf eveneens ruimte voor het parkeren van één auto. De twee-onder-één-kap woningen en de hoekwoningen van de rijwoningen in het binnengebied zullen levensloopbestendig en rolstoeltoegankelijk zijn. De overige zeven woningen zullen gezinswoningen zijn. In figuur 2.6 is de voorgenomen inrichting van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 2.6 Voorgenomen inrichting van het plangebied De twee blokken aan rijwoningen zullen bestaan uit twee bouwlagen met een kap. Elke woning wordt tevens voorzien van een berging op het achtererf. De twee-onder-één-kapwoningen worden voorzien van één bouwlaag met kap, een uitbouw en een berging. Verkeersontsluiting De woningen worden ontsloten aan de Ds. Van Halsemastraat. In westelijke richting wordt aangesloten op de Schuurmansweg. Dit betreft de doorgaande weg die in zuidelijke richting naar Meppel loopt en in noordelijke richting naar Steenwijk. Op deze manier is het plangebied op een goede wijze bereikbaar en ontsloten.

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

12

Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen ontstaan tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

13

3. Kenmerken van de milieueffecten

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

3.1.

Verkeer en parkeren

Verkeer De Ds. Van Halsemastraat betreft een erfontsluitingsweg, via deze weg kunne de doorgaande wegen in het dorp kunnen worden bereikt. De verkeersbewegingen ten behoeve van de nieuwe woningen gaan op in het huidige verkeersbeeld. Dit mede doordat deze gesaldeerd kunnen worden met de verkeersbewegingen ten behoeve van het voormalige zwembad. Per saldo zal de verkeersgeneratie in de huidige en voorgenomen situatie vergelijkbaar zijn. Daarom zal deze niet of nauwelijks toenemen. De bestaande wegenstructuur heeft voldoende tijd om dit op te vangen. Parkeren In het plangebied worden elf woningen gerealiseerd. Conform de Nota Parkeernormen van de gemeente Meppel ligt het plangebied in de zogenaamde 'Schil'. Voor middendure woningen geldt in dit gebiedstype een parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen per woning. in dit geval is daarom de totale parkeerbehoefte 18 parkeerplaatsen. In het plangebied worden 18 parkeerplaatsen in de openbare ruimte aangelegd. Daarnaast is bij de twee-onder-één-kap woningen ruimte voor één parkeerplaats per woning op eigen erf. Daarmee wordt voorzien in de parkeerbehoefte. Vanuit de aspecten verkeer en parkeren worden negatieve effecten uitgesloten.

3.2.

Geluid

Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt midden in de kern van Nijeveen. Direct rondom het plangebied is uitsluitend sprake van wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Voor deze wegen geldt geen zonering. Ten westen van het plangebied, op een afstand van circa 170 meter loopt de Schuurmansweg/Nieuweweg. Voor deze weg geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur. Het plangebied valt daarom officieel in de geluidzone van deze weg (200 m). In dit geval is er echter sprake van een hoge mate van geluidafschermende bebouwing tussen de Schuurmansweg/Nieuweweg en het plangebied, met name het naastgelegen woonzorgcentrum. Vanwege de geluidafscherming en de afstand van 170 m kan zonder nadere berekening worden gesteld dat zonder meer aan de voorkeursgrenswaarde L den = 48 dB wordt voldaan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

14

De kortste afstand van het plangebied tot de Ds. Van Halsemastraat (30 km-weg) bedraagt circa 10 meter. Vanwege deze afstand en de geringe verkeersintensiteit op deze weg, zal de geluidbelasting nooit meer bedragen dan Lden = 48-50 dB, wat als acceptabel kan worden gezien voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Door te voldoen aan de minimale eisen uit het Bouwbesluit voor wat betreft de gevelgeluidwering, GA;k = 20 dB(A), zal ook binnen de woning sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarbij opgemerkt dat door gasloos bouwen met een hoog niveau van thermische isolatie en balansventilatie de geluidwering naar verwachting hoger is dan de minimaal vereiste waarde. Negatieve effecten kunnen voor het aspect wegverkeerslawaai worden uitgesloten. Uitstralingseffect Voor toetsing van het uitstralingseffect bestaat geen wettelijk kader. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat bij een toename van de verkeersomvang met meer dan 40% sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (wat voor het menselijk oor hoorbaar is). Gezien de verkeersgeneratie vrijwel gelijk is aan de huidige situatie, is er geen sprake van een extra bijdrage van meer dan 40% van de totale verkeersintensiteit over deze wegen. Relevante negatieve uitstralingseffecten naar de omgeving zijn dan ook uitgesloten.

3.3.

Bodem en water

Bodem De bodem is in het geldende bestemmingsplan geschikt bevonden voor sport- en dagrecreatie. Wonen is momenteel niet toegestaan in het plangebied en betreft een bodemgevoeligere functie dan wat nu is toegestaan. Daarom zal een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd om te onderzoeken of de bodem geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Dit onderzoek zal worden uitgevoerd na de sloop van de huidige bebouwing. Wanneer blijkt dat de bodem vervuild is, zal dit worden gesaneerd. Hiermee worden negatieve effecten uitgesloten vanuit het aspect bodem. Water In het plangebied bevindt zich een overige kering. Ten oosten bevindt zich tevens een primaire watergang met beschermingszone 2. Wanneer werkzaamheden plaatsvinden binnen de aangegeven zones van het waterschap zal een vergunning aangevraagd worden. Door de beoogde ontwikkeling vindt er geen toename van verharding plaats van meer dan 1.500 m2 waardoor compensatie niet noodzakelijk is. Hemelwater zal afgevoerd naar omliggend oppervlaktewater. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hiermee heeft de beoogde ontwikkeling derhalve geen negatieve effecten voor de waterhuishoudkundige situatie.

3.4.

Natuur

Gebiedsbescherming Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied De Wieden ligt op circa 2,5 kilometer. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN bevindt zich op een afstand van circa 3,3 kilometer. In het plangebied worden 11 woningen ontwikkeld. Tussen zowel het Natura 2000-gebied als het NNNgebied en het plangebied is reeds bebouwing aanwezig. Bovendien wordt het voormalige zwembad uit

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

15

het plangebied verwijderd. Gezien de relatieve kleinschaligheid van de ontwikkeling en het feit dat midden in bestaand bebouwd gebied wordt ontwikkeld is de kans dat de ontwikkeling significante gevolgen heeft voor deze natuurgebieden zeer klein. Desondanks is een stikstofonderzoek uitgevoerd, om aan te tonen of de stikstofdepositie als gevolg van het voornemen geen grenswaarden overschrijdt. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 1. Hieruit is naar voren gekomen dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Soortenbescherming In de huidige situatie is de bebouwing van het voormalige zwembad in het plangebied aanwezig. Deze bebouwing wordt gesloopt en tevens zullen er een aantal bomen worden gekapt ten behoeve van de voorgenomen woningbouw. In het kader van dit plan is daarom een quickscan flora en fauna uitgevoerd (bijlage 2). Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat in verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels, het noodzakelijk is om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen. Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig.

Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de provincie Drenthe. Het voorkomen van overige beschermde soorten kan worden uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. Met de mitigerende maatregel worden er geen negatieve effecten verwacht.

3.5.

Luchtkwaliteit

In het plangebied worden 11 woningen gerealiseerd. Dit aantal woningen valt ruim onder de grenswaarde, waarmee het voornemen niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland is er in de directe omgeving van het plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit, waarbij de concentraties aan schadelijke stoffen ruim onder de grenswaarden blijven. Op basis van bovenstaande conclusies is aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit niet noodzakelijk. Ter plekke is er sprake van een aanvaardbar woon- en leefklimaat. Negatieve effecten kunnen vanuit het aspect luchtkwaliteit uitgesloten worden.

3.6.

Geur

Aan de zuidoostzijde van het plangebied grenst een detailhandelsbestemming. Hier is de lokale bakker gevestigd. Voor een dergelijke inrichting geldt conform de richtafstandenlijst behorend bij de brochure Bedrijven en milieuzonering een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De dichtstbijzijnde woning in het plangebied ligt op circa 20 meter tot de bakkerij. Door te voldoen aan de gestelde richtafstand kan er vanuit worden gegaan dat geen sprake is van hinder als gevolg van de bakkerij, ter plaatse van de voorgenomen woningen. Daarnaast geldt dat de bakkerij aan het Activiteitenbesluit en de bijbehorende Activiteitenregeling moet voldoen. Om geurhinder ten gevolge van het bakken te voorkomen is hierin opgenomen dat de afvoer van dampen ten minste 2 meter boven de hoogste daklijn van de binnen een afstand van 25 meter van het afvoerpunt gelegen bebouwing moet worden afgevoerd. Hier zal in het vervolg van de procedure nog nader naar gekeken worden. Dit aspect zal evenwel niet tot een mer-plicht leiden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

16

Omdat voor alle bedrijven en andere inrichtingen in de omgeving wordt voldaan aan de richtafstand is geen nader onderzoek noodzakelijk. Vanuit het aspect geur worden geen significante negatieve effecten verwacht.

3.7.

Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid

Externe veiligheid Om te onderzoeken of sprake is van risicovolle inrichtingen, transportroutes en buisleidingen is gebruik gemaakt van de risicokaart. Hieruit is naar voren gekomen dat in de omgeving van het plangebied geen sprake is van risicovolle inrichtingen, transportroutes en buisleidingen die invloed hebben op het plangebied. Daarom is geen nader onderzoek noodzakelijk. Negatieve effecten kunnen vanuit het aspect externe veiligheid uitgesloten worden. Risico’s op rampen door klimaatverandering Er is geen sprake van een significante toename in verharding, compenserende maatregelen hoeven niet genomen te worden. Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatadaptatie hiermee niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Een significant effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.

3.8.

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie Ter plaatse van het plangebied zelf is geen sprake van cultuurhistorische waarden. Het gebied grenst echter direct aan de Nijeveense Grift uit de 13e of 14e eeuw. Het is één van de oudste veenkanalen in Drenthe en belangrijk als verwijzing naar de geschiedenis van de veenontginning. Daarnaast heeft het veenkanaal als zichtlijn landschappelijke waarde. Deze waarden brengen de noodzaak van een verantwoorde ruimtelijke overgang binnen het plangebied richting de Nijeveense Grift met zich mee. Hier wordt in de uitvoeringsfase rekening mee gehouden. Hiermee kunnen negatieve effecten vanuit het aspect cultuurhistorie uitgesloten worden. Archeologie In het plangebied is in het geldende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Hiervoor is beleid geformuleerd, waarbij sprake is van een bepaalde mate van bescherming van mogelijke waarden en daaraan gekoppelde onderzoeksplicht. Wanneer bodemingrepen niet voorkomen kunnen worden, moet bij ingrepen groter dan 100 m² een onderzoek plaatsvinden. In dit geval is een groot deel van de gronden reeds geroerd ten behoeve van de bouw van het zwembad. De mogelijke archeologische waarden ter plaatse zijn daardoor reeds verstoord. Echter wordt door de ontwikkeling van de woningen de grenswaarde van 100 m 2 alsnog overschreden. Daarom is een archeologisch onderzoek noodzakelijk.

Dit onderzoek zal worden uitgevoerd na de sloop van de huidige bebouwing. Hiermee worden negatieve effecten vanuit het aspect archeologie uitgesloten.

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

17

3.9.

Aanlegwerkzaamheden

Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

3.10. Mitigerende maatregelen 

Uit de quickscan flora en fauna is naar voren gekomen dat in verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels, het noodzakelijk is om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen. Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

18

4. Conclusie

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

19

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

20

Bijlagen

Rho adviseurs voor leefruimte

20192069

- 63 -

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Nijeveen - Ds. van Halsemastraat 14

VERKENNEND BODEMONDERZOEK DS. VAN HALSEMASTRAAT 14 TE NIJEVEEN

Rapportage verkennend bodemonderzoek Ds. van Halsemastraat 14 te Nijeveen Opdrachtgever

Zwanenburg Projecten Marktweg 75 8444 AC Heerenveen

Rapportnummer Versienummer

14932.001 D1

Status

Eindrapportage

Datum

18 maart 2021

Vestiging

Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl

Opsteller

De heer drs. M.S.H. Niemarkt

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer H.W. Looman, BSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2015. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.

In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 5

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 5

5

VELDWERK ................................................................................................................................ 6 5.1 5.2 5.3

6

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 8 6.1 6.2 6.3 6.4

7

Algemeen.......................................................................................................................... 6 Uitgevoerde werkzaamheden ........................................................................................... 6 Zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................ 6 5.3.1 Grond.................................................................................................................. 6 5.3.2 Grondwaterbemonstering ................................................................................... 7 Uitvoering analyses .......................................................................................................... 8 Toetsingskader ................................................................................................................. 8 Resultaten grond- en grondwatermonsters ...................................................................... 9 Interpretatie analyseresultaten ...................................................................................... 10

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 11

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 5. 6. 7.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Informatie vooronderzoek - Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en)

1

INLEIDING

Zwanenburg Projecten heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Ds. van Halsemastraat 14 te Nijeveen. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002 en de daarin gestelde eisen. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).

Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (2.630 m²) is gelegen aan de Ds. van Halsemastraat 14 te Nijeveen (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Nijeveen, sectie I, nummer 863 (ged). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 0,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 207.550, Y = 527.610. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.

R 14932.001 versie D1

Pagina 1 van 11

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM

3.1

Geraadpleegde bronnen

Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.

Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever (contactpersoon de heer B. Dijk), 21 januari 2021

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Gemeente Meppel (contactpersoon mevrouw A. Veldhuizen), 15 februari 2021 Omgevingsdienst RUD Drenthe (contactpersoon de heer R. Nijhoff), 11 maart 2021

Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion

Terreininspectie

Uitgevoerd door Econsultancy, 6 februari 2021

3.2

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

In de figuren 1 t/m 3 is een aantal historische topografische kaartjes opgenomen, dat een indruk geeft van het gebruik en de ontwikkeling van de locatie en haar omgeving in de periode 1970 - heden. De omgeving van de locatie is sinds eind jaren ‘70 geleidelijk steeds meer bebouwd geraakt als woonwijk.

Figuur 1. Situatie omstreeks 1970

Figuur 2. Situatie omstreeks 1990

Figuur 3. Situatie omstreeks 2010

De onderzoekslocatie is vanaf 1977 tot eind 2020 bebouwd geweest met een zwembad (De Duiker). Op basis van de oudere topografische kaart (1970, figuur 1) blijkt, dat er, voordat er een zwembad op de locatie was gebouwd, een sloot over het terrein heeft gelegen. Bij de bouw van het zwembad zal er vermoedelijk meer en dieper zijn ontgraven dan de omvang van de toenmalige sloot. Van slootdemping is derhalve geen sprake.

R 14932.001 versie D1

Pagina 2 van 11

Voor zover bekend bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Bij de gemeente Meppel zijn gegevens aanwezig waaruit blijkt dat er asbesthoudende materialen zijn toegepast op of in de (voormalige) bebouwing. Uit de asbestinventarisatie door Find asbestinventarisatie (rapport 20-E-270, 28 oktober 2020, zie bijlage 6), is gebleken dat de asbesthoudende materialen zich voornamelijk uitpandig (dakplaten en beglazingskit) hebben bevonden. Het voormalig zwembadgebouw was geheel voorzien van dakgoten, er zijn dus geen ‘druppelzones’ aanwezig geweest. De bebouwing is eind 2020 gesloopt en de voormalige (sloop)bouwput is weer opgevuld met grond (van onbekende herkomst/kwaliteit). De locatie is momenteel braakliggend en geheel onverhard. 3.3

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens elf woningen op de locatie te (laten) bouwen. Tevens worden groenvoorzieningen en parkeerplaatsen aangelegd 3.4

Calamiteiten

Voor zover bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Meppel / Omgevingsdienst RUD Drenthe blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

In mei 1997 heeft het ingenieursbureau Grontmij een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de onderzoekslocatie (zwembad de Duiker; rapportnummer PN 01/7128-1, d.d. 16 mei 1997, bijlage 7). Het onderzoek is destijds uitgevoerd in verband met de verkoop van het terrein. Destijds zijn er 12 boringen verricht, waarvan 1 boring is afgewerkt als peilbuis. In de zintuiglijk met puindeeltjes verontreinigde bovengrond zijn destijds geen verontreinigingen aangetroffen. In de zintuiglijk met puindeeltjes verontreinigde ondergrond is een lichte verontreiniging met PAK aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met tolueen. In de bodem zijn verder geen verontreinigingen aangetroffen. 3.6

Aangrenzende terreindelen/percelen

In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:    

aan de noordzijde bevindt zich de openbare weg met woonhuizen aan de overzijde; aan de oostzijde bevindt zich een sloot en verderop woonhuizen; aan de zuidzijde bevinden zich woonhuizen met tuin en een bakkerij; aan de westzijde bevindt zich een woonzorgcomplex (het Kerspel).

Op het perceel dat in westelijke richting aan de onderzoekslocatie grenst is in 1992 een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd (Grontmij, rapport 91/5948, februari 1992). In de bodem (grond en grondwater) zijn destijds geen verontreinigingen van de geanalyseerde parameters aangetroffen.

R 14932.001 versie D1

Pagina 3 van 11

De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. Van de overige aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Uit de verzamelde informatie blijkt niet, dat er vanuit de omliggende percelen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7

Terreininspectie

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Het terrein is braakliggend en nagenoeg onbegroeid. Her en der op het terrein zijn wat brokken baksteen en stukjes glas op het maaiveld aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 3.8

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten

De onderzoekslocatie is met betrekking tot de boven- en ondergrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "AW2000”, van het gebied waarvoor de gemeente Meppel samen met de provincie Drenthe een Nota bodembeheer (17 juni 2019)” heeft opgesteld. Met betrekking tot de kwaliteit van de bovengrond is de onderzoekslocatie gedefinieerd als "klasse Wonen”. Incidenteel kunnen in de bovengrond licht verhoogde waarden aan lood en/of PAK voorkomen. Met betrekking tot de kwaliteit van de ondergrond is de onderzoekslocatie gedefinieerd als "schoon”. Regionaal komen mogelijk verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. Asbest Voor het gebied waarin onderhavige onderzoekslocatie is gelegen, is geen asbestkansenkaart vastgesteld. PFAS Op 2 juli 2020 is de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie gepubliceerd waarin enkele nieuwe toepassingswaarden zijn opgenomen, waaronder voorlopige achtergrondwaarden. PFAS en PFOA zijn stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen worden al heel lang gebruikt in industriële en andere processen. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. De stoffen zijn persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar.

Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland verdacht op het voorkomen van deze stoffen. Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. De gemeente Meppel volgt het generieke landelijke beleid ten aanzien van PFAS.

R 14932.001 versie D1

Pagina 4 van 11

3.9

Bodemopbouw en geohydrologie

De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een Veldpodzolgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 0,5 m -NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,0 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in westelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)

Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het beperkt milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een onderzoeksopzet bepaald. In tabel 2 is de onderzoeksstrategie, die van toepassing is op de locatie, weergegeven. Tabel 2.

Onderzoeksstrategie (NEN 5740) Onderzoekslocatie

Voormalig instructiezwembad Ds. van Halsemastraat 14 Nijeveen Perceel Nijeveen, sectie I, nummer 863

Oppervlakte 2.630 m2

Verwachte stoffen -

Onderzoeksstrategie ONV-NL

Onderzoeksstrategie volgens NEN 5740: ONV-NL : Onverdacht, niet lijnvormig

Asbest Er zijn vanuit het vooronderzoek geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging in de bodem op de locatie te verwachten. PFAS Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op aangeven van de opdrachtgever maakt PFAS geen deel uit van onderhavig onderzoek.

R 14932.001 versie D1

Pagina 5 van 11

5

VELDWERK

5.1

Algemeen

Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuis. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 5.2

Uitgevoerde werkzaamheden

Aan de hand van de geldende onderzoeksstrategieën zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals die in tabel 3 zijn vermeld. Het veldwerk is op 2 maart 2021 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer F. Sloëtjes. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". Tabel 3.

Uitgevoerde werkzaamheden Onderzoekslocatie

Veldwerk Boringen/peilbuizen

Voormalig instructiezwembad Ds. van Halsemastraat 14 Nijeveen Perceel Nijeveen, sectie I, nummer 863

01, 02, 03, 05, 07, 08, 10 (0,5 m -mv) 11, 12 (1,0 m -mv) 02, 09 (2,0 m -mv) 06 (peilbuis)

Analyses Verharding (*B)

onverhard

Grond

Grondwater

standaardpakket (3x)

standaardpakket (1x)

De boringen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor en een zuigerboor. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Voor de geplaatste peilbuis geldt dat het onderste gedeelte van de peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd en de ruimte tussen de wand van het boorgat en het peilfilter is opgevuld met filtergrind. Boven het filtergrind is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 2 maart 2021 is ingeschat. De peilbuis is direct na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd. 5.3 5.3.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=48d2ecc0-7ac8-46f1-bc32-47a54c5a1aa2