CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76 - Toelichting

1 - RAADSVERGADERING 28 januari 2021, gemeente MeppelBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zuideinde 76 Meppel13.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland 2011.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 34 -

De meest relevante luchtkwaliteitseisen voor ruimtelijke plannen zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Getoetst dient te worden aan de norm voor NO2 per 1 januari 2015. Vanaf die datum moet blijvend aan de norm van NO2 worden voldaan. Per 21 juni 2011 moet aan de grenswaarden voor fijn stof worden voldaan. Uit de Grootschalige Concentratiekaarten blijkt dat in het plangebied de achtergrondniveaus voor NO2, PM10 en PM2,5 in zowel 2011, 2015 als 2020 onder de grenswaarden liggen. Conclusie Het project moet worden beschouwd als een nibm-project. Uit de achtergrondniveaus blijkt dat deze ruim onder de wettelijke normen blijven. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit kan achterwege blijven.

4.7

Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas en vloeibare brandstof). Om voldoende ruimte te scheppen tussen de risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit.

Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Onderzoek BUISLEIDINGEN Uit een inventarisatie van de risicokaart (risicokaart.nl) blijkt dat zich in de omgeving van het plangebied geen buisleidingen bevinden die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. De dichtstbijzijnde leidingen liggen op een afstand van minimaal 1.300 meter van het plangebied. Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van risicovolle leidingen. INRICHTINGEN In de omgeving van het plangebied zijn geen inrichtingen die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. De dichtstbijzijnde inrichtingen liggen op een afstand van minimaal 600

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 35 -

m van het plangebied. Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen. (WATER)WEGEN In of nabij het plangebied bevinden zich geen wegen of waterwegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van deze transportroutes. SPOOR Op circa 500 m ten oosten van het plangebied ligt de spoorlijn Zwolle-Groningen. Deze spoorlijn valt onder het Basisnet en heeft, ter hoogte van het plangebied, een plaatsgebonden risicocontour van 6 meter en een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter. Het plangebied ligt ruimschoots buiten deze zones. Het invloedsgebied van het spoor wordt hoofdzakelijk bepaald door het transport van brandbaar gas, zoals propaan en LPG. Het invloedsgebied van het spoor bedraagt circa 460 meter voor het transport van brandbare gassen (bv. LPG/propaan). Voor toxische stoffen is het invloedsgebied groter (bron: HART), maar dit is voor de verantwoording minder relevant. Verantwoording groepsrisico In het plangebied worden kwetsbare objecten in de vorm van woningen gerealiseerd. Het groepsrisico moet berekend worden voor de realisatie van nieuwe ontwikkelingen binnen 200 meter van een Basisnetroute. Het plangebied ligt op meer dan 200 meter van de spoorlijn Zwolle-Groningen. Volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

In het geldende bestemmingsplan voor het plangebied (Meppel-Centrumschil) heeft het gebied een maatschappelijke bestemming waarbinnen een school aanwezig was. Het huidige plan wijkt af van de geldende planologische mogelijkheden (zie paragraaf 1.3). Het leidt echter niet tot een hogere personendichtheid dan die al mogelijk was op grond van het geldende bestemmingsplan. Het groepsrisico stijgt niet als gevolg van dit bestemmingsplan. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan.

4.8

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Het doel hiervan is om reeds in ruimtelijke plannen milieuhinder bij woningen te voorkomen en tegelijkertijd aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun bedrijfsactiviteiten. Regels voor milieuzonering zijn opgenomen in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (2009). Hierin wordt, onderscheiden naar omgevingstypen waarvoor een bepaalde mate van milieuhinder aanvaardbaar wordt geacht, een

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 36 -

richtafstand tot woningen per bedrijfstype aangegeven. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige wijk. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kan gemotiveerd een kleinere afstandrichtlijn worden aangehouden, omdat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting aanwezig is. Onderzoek Het plangebied ligt in de centrumschil van Meppel. In de omgeving van het plangebied bevindt zich een mengeling van maatschappelijke-, culturele-, sport-, dienstverlenende- en woonfuncties. Gezien deze functiemenging is er sprake van een gemengd gebied en kunnen de richtafstanden met één stap terug worden gebracht. Ten noorden van het plangebied bevinden zich schouwburg Ogterop, een gymzaal en een sportveld (zonder verlichting). Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich een zorginstelling. Voor het overige bevinden zich in de directe omgeving van het plangebied geen milieubelastende activiteiten. De zorginstelling bestaat uit een appartementencomplex met zorgwoningen.

Ruimtelijk en functioneel onderscheidt de zorginstelling zich daarmee niet of nauwelijks van reguliere woningen. De zorginstelling vormt geen belemmering voor de herontwikkeling van het plangebied. De schouwburg is ingedeeld in milieucategorie 2, hetgeen in gemengd gebied een maximale richtafstand van 10 meter betekent (bepaald door geluid). Het sportveld en de gymzaal zijn ingedeeld in milieucategorie 3.1 met een maximale richtafstand van 30 meter (bepaald door geluid). De beoogde woningbouw ligt op een afstand van minimaal 11 meter van de schouwburg. Sporthal en het feitelijke sportveld liggen op een afstand van minimaal 35 meter van de toekomstige woningen. Er wordt hiermee voldaan aan de richtafstanden. Vanuit de omliggende milieubelastende functies zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het plangebied. De nieuwe woningen worden gebouwd op een afstand van schouwburg en gymzaal die groter is dan die van de afstand van al bestaande woningen tot deze functies. Het plan vormt daarmee geen extra belemmering voor de ontwikkeling van de omliggende functies. Met de functiewijziging van 'Maatschappelijk' naar 'Wonen' nemen de milieueffecten op de omgeving af; in plaats van een middelbare school met honderden leerlingen bevinden zich in het gebied in de toekomstige situatie 40 woningen.

De wegen in het gebied worden ingericht voor maximaal 30 km/u en zijn niet geschikt voor doorgaand verkeer. Deels zijn de wegen doodlopend. Het aantal verkeersbewegingen is daarmee beperkt en direct gerelateerd aan de nieuw te bouwen woningen in het gebied. Gezien de verkeersintensiteiten die in het akoestisch onderzoek zijn gehanteerd voor de omliggende wegen (zie Bijlage 7), is de bijdrage van het plan minimaal (helemaal als ook betrokken wordt dat de aanwezigheid van de school leidde tot een aanzienlijk aantal verkeersbewegingen). In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan daarmee niet in

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 37 -

redelijkheid gesteld worden dat de functiewijziging leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande omliggende woningen. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan.

4.9

M olenbiotoop Toetsingskader Ten noordwesten van het plangebied staat de molen De Weert. Om de aantasting van de vrije windvang van de molen te voorkomen, geldt een vrijwaringszone rondom de molen van 300 meter. Binnen een afstand van 100 meter van de molen mag niet hoger worden gebouwd dan de bouwhoogte die gelijk is aan de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen. Binnen een afstand van 100 meter tot 300 meter van de molen mag niet hoger worden gebouwd dan de bouwhoogte die gelijk is aan de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen, vermeerderd met 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk en de molen. Onderzoek Het plangebied ligt deels in de vrijwaringszone, op een afstand van minimaal 200 meter van de molen. De hoogste bebouwing in het plangebied betreft de bestaande en te behouden Zuiderschool en HBS. De nieuw te bouwen woningen zijn lager en hebben een maximale bouwhoogte van 12 meter. Deze nieuwe woningen liggen op een afstand van minimaal 250 meter van de molen. Gezien de ligging ten opzichte van de molen en de inrichting van het tussenliggende gebied, leidt een maximale bouwhoogte van 12 meter van de nieuwbouw niet tot een aantasting van de molenbiotoop. Conclusie De molenbiotoop vormt geen belemmering voor het plan.

4.10 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd door het 'Besluit reparatie en modernisering milieueffectrapportage' en is bepaald dat de grenswaarden voor een m.e.r.-beoordelingsplicht indicatief zijn. Het bevoegd gezag moet bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). In het kader hiervan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 38 -

drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden ligt, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, in het andere geval moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Afweging Het plan maakt de bouw van 40 woningen mogelijk. Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten (D11.2) geldt een grenswaarde van 2.000 woningen. Het plan blijft met het genoemde aantal ruimschoots onder de drempelwaarde, zoals die is opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r.

Uit de verrichte milieuonderzoeken, zoals opgenomen in dit plan, en de Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling (Bijlage 11) blijkt dat de effecten van de realisatie van de woningen in het betreffende gebied niet van dien aard zijn dat er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen. De aard van de voorgenomen activiteit is niet van die omvang dat er onevenredig nadelige effecten op de omgeving plaatsvinden. Daarnaast vindt de ingreep niet plaats in een gevoelig gebied. Er zijn geen negatieve effecten op de omgeving te verwachten. Het plan is van een relatief geringe omvang. Daarbij is het project qua situering en potentiële negatieve effecten op de omgeving niet van dien aard dat het nader beoordeeld moet worden in een afzonderlijke m.e.r.(beoordelings)procedure.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 39 -

Hoofdstuk 5

Juridische aspecten

In dit hoofdstuk staat een toelichting op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. In paragraaf 5.1 staat een algemene toelichting op de betekenis en opbouw van het bestemmingsplan en de achtergronden daarvan. In paragraaf 5.2 wordt de bestemmingsregeling van dit bestemmingsplan toegelicht.

5.1

Algemeen

5.1.1 Wat is een bestemmingsplan Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. De grondgebruiker (eigenaar, huurder et cetera) mag de functie uitoefenen die het bestemmingsplan toestaat. Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken' (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt daarom: het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken (aanleggen).

5.1.2 Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een (enkel)bestemming. De gronden met een bepaalde bestemming zijn begrensd door het bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Aanvullend daarop kunnen de toegekende gebruiksmogelijkheden op twee manieren verder worden ingevuld: Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en daarnaast soms een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding. Een aanduiding is een vlak of een teken op de ruimtelijke verbeelding van het plan. Bij het vlak kan het gaan om een functieaanduiding. Het teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode et cetera. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden en/of beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing.

De (on)mogelijkheden van aangeduide gebieden kunnen zijn geregeld in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels, maar ook in een eigen regel in

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 40 -

de Algemene aanduidingsregels. Een toelichting op de in dit bestemmingsplan opgenomen enkel- en dubbelbestemmingen en opgenomen aanduidingen staat in paragraaf 5.2.

5.1.3 Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is de manier waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2) bepaald. De inhoudelijke opzet van deze regels wordt deels voorgeschreven in de SVBP2012. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Hierbij is een landelijk een hiërarchie afgesproken, waarbij eerst de enkelbestemmingen (alfabetisch) aan de orde komen en vervolgens de dubbelbestemmingen (ook alfabetisch). Per bestemming geven de bestemmingsomschrijving en de (specifieke) gebruiksregels aanwijzingen voor het gebruik. De bouwregels geven per bestemming aanwijzingen voor het bouwen van gebouwen, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Eventueel zijn hierbij flexibiliteitsbepalingen - mogelijkheden voor afwijken met een omgevingsvergunning en/of wijzigingsbevoegdheden - opgenomen. Daarnaast kan het voorkomen dat een bestemming voorzien is van een omgevingsvergunningstelsel. Dit bepaalt bijvoorbeeld welke werken en/of werkzaamheden alleen mogelijk zijn na verlening van een omgevingsvergunning.

Vaak zijn de flexibiliteitsbepalingen en het omgevingsvergunningstelsel gekoppeld aan randvoorwaarden en/of eisen waaraan voldaan moet worden. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Deze gelden in principe voor het hele plangebied. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels en algemene afwijkingsregels. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in feite algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. De inhoudelijke opzet van deze regels wordt deels voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de geldende SVBP.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 41 -

5.2

Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting (met bijbehorende bijlagen). De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide plandelen worden in onderlinge samenhang bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Inhoudelijke opzet Door de gemeente Meppel is een handboek opgesteld. Dit handboek vormt de basis voor de inhoudelijke opzet van de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Dit met dien verstande dat de uitgangspunten van de (voorheen) geldende bestemmingsplannen zo veel mogelijk gehandhaafd zijn. Dit komt de vergelijkbaarheid ten goede met de regelgeving in de omgeving van het voorliggende plangebied .

Regels De opbouw van de regels van de verschillende bestemmingen is overal hetzelfde, deze is als volgt: Bestemmingsomschrijving: In dit onderdeel worden de toegestane doeleinden en het toegestane gebruik omschreven. Bouwregels: Hierin worden de regels voor wat betreft het bouwen uitgewerkt. Nadere eisen: In deze bepaling is opgenomen dat burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen inzake de plaats en afmeting van gebouwen, bijvoorbeeld in het kader van een goede woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Deze bepaling maakt het mogelijk voor het gemeentebestuur om waar nodig sturing te geven aan de ruimtelijke ontwikkeling. Afwijking bouwregels: In dit onderdeel kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van de bouwregels, waarmee ruimere bouwmogelijkheden kunnen worden gegeven. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel kunnen enkele specifieke ongewenste gebruiksmogelijkheden uitgesloten, zoals zelfstandige bewoning van bijgebouwen en stortplaatsen. Afwijking van de gebruiksregels: In dit onderdeel zijn mogelijkheden voor het bij omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels opgenomen, bijvoorbeeld voor het toestaan van aan huis gebonden bedrijven. Wijzigingsbevoegdheid: In dit onderdeel kunnen mogelijkheden op worden genomen voor het wijzigen van de bestemming.

In dit bestemmingsplan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 42 -

werkzaamheden: Dit onderdeel (de voormalige aanlegvergunning) is alleen van toepassing voor de dubbelbestemmingen voor archeologie. Verbeelding Voor de vormgeving van de verbeelding geldt een aantal uitgangspunten. Zo worden de kaarten in kleur opgezet, waarbij de kleuren worden ondersteund met een letteraanduiding. De kleuren en letters zijn afgestemd op de kleur en letteraanduiding in de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). De schaal van de analoge kaarten is 1:1.000. Ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid en digitale raadpleegbaarheid wordt waar mogelijk informatie op de verbeelding gezet (bouwvlakken, goot-/bouwhoogten, eventueel bebouwingspercentages).

5.3

Regels

5.3.1 Bestemmingsregels De bestemmingen binnen het plangebied zijn 'Tuin', 'Verkeer - Verblijfsgebied', 'Wonen' en 'Waarde - Beschermd stadsgezicht'. Tuin De bestemming 'Tuin' hangt in hoge mate samen met de bestemming 'Wonen'. Hierbinnen zijn de voortuinen en in enkele gevallen de zijtuinen van de woningen opgenomen, die niet mogen worden bebouwd. Zijkanten van woonpercelen zijn in de gevallen dat deze niet mogen worden bebouwd in de tuinbestemming gelegd, veelal indien deze grenzen aan het openbaar gebied, te weten de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied'. In de regeling is opgenomen dat, onder bepaalde voorwaarden, binnen de bestemming wel bebouwing in de vorm van bijbehorende bouwwerken, erkers en ingangspartijen toegestaan is. Het parkeren van motorvoertuigen binnen deze bestemming is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'. Verkeer - Verblijfsgebied Deze bestemming is van toepassing op alle openbare wegen in het plangebied en met name die met een verblijfsfunctie. Het gaat dan met name om woonstraten, woonerven en hofjes. Op de gronden met de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' mogen in beginsel uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. De bouwhoogte van lichtmasten mag ten hoogste 10 meter bedragen. Voor alle overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximale bouwhoogte van 6 meter.

Wonen Voor de te realiseren grondgebonden woningen en het woongebouw in de in het

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 43 -

plangebied is de bestemming 'Wonen' opgenomen. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' is een woongebouw toegestaan met 14 appartementen. Dit betreft het hoofdgebouw van de voormalige HBS aan het Zuideinde. Ook het hoofdgebouw van de voormalige Zuiderschool aan de Prinses Marijkestraat blijft bestaan. Hier zijn 4 grondgebonden woningen geprojecteerd. De overige woningen zijn rijenwoningen en één vrijstaande woning (aan het Zuideinde). In totaal mogen binnen het plangebied maxiaal 40 woningen worden gerealiseerd. Voor het bouwen geldt dat hoofdgebouwen enkel zijn toegestaan binnen de op de verbeelding anagegeven bouwvlakken. De maximale goot- en bouwhoogten zijn op de verbeelding aangegeven, evenals het maximaal aantal wooneenheden. Daar waar geen aanduiding is aangegeven, is maximaal één woning per bouwvlak toegestaan. Ondergeschikt aan de functie wonen zijn aan huis verbonden beroepen toegestaan, evenals de daarbij behorende tuinen, (achter)paden, verhardingen en bebouwing. Wat betreft de verhouding tussen de bestemming 'Wonen' en de bestemming 'Tuin', wordt verwezen naar de hiervoor opgenomen toelichting bij de bestemming 'Tuin'. Wat betreft de bijbehorende bouwwerken zijn in de bestemming regels opgenomen over de afstand tot de voorgevel en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens.

De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag in principe niet meer dan 50% van het achtererfgebied tot een maximum van 70 m² bedragen. De goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken zijn in de regels opgenomen en niet op de verbeelding aangegeven. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de maximale hoogte afhankelijk is gesteld van de plek waar deze gebouwd worden (voor- dan wel achtererfgebied). Tot slot zijn in de regels bepalingen opgenomen voor het afwijken van de hierboven genoemde bouwregels. Waarde - Beschermd stadsgezicht Deze dubbelbestemming geldt voor het aangewezen beschermd stadsgezicht. Dit artikel fungeert als een bestemming, geldend naast de overige in het te beschermen gebied aangewezen bestemmingen. Tevens bevat dit artikel een aantal naast de andere bestemmingsbepalingen geldende beschermende regels, die ervoor zorgen dat de karakteristiek/kenmerken van het stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast. In de bestemmingsomschrijving van deze dubbelbestemming zijn voor de structuurdragers de waarden aangegeven die kunnen worden afgeleid uit het aanwijzingsbesluit van het beschermd stadsgezicht. Bij de besluitvorming voor diverse omgevingsvergunningen (bouwen, sloop werken en werkzaamheden) dienen deze waarden in acht te worden genomen.

5.3.2 Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld algemene afwijkingen en het overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in het bestemmingsplan worden hier verder niet toegelicht. In het plangebied zijn een paar gebiedsaanduidingen, deze zijn opgenomen in de 'Algemene aanduidingsregels'.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 44 -

Voor het gebied ter plaatse van de aanduiding “Overige zone - cultuurhistorisch gebied topklasse en hoog” dient rekening te worden gehouden met de historische stadsstructuur, zoals deze tot uitdrukking komt in: profielen van de openbare ruimten en in zichtlijnen; kleinschaligheid en bebouwingskarakteristieken zoals gevelindeling, detaillering en materiaalgebruik. Voorts is er nog 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' opgenomen voor de bescherming van de belevingswaarde en het functioneren van de in de nabijheid van het plangebied voorkomende molen. In de 'Overige regels' tenslotte is de parkeerregeling opgenomen, zoals die na het vervallen van de Bouwverordening vanaf 29 november 2014 in nieuwe bestemmingsplannen moet worden opgenomen. De regeling stemt overeen met de regeling die voor de gehele gemeente Meppel in het bestemmingsplan 'Meppel - Paraplubestemmingsplan Parkeren' (vastgesteld 15-11-2018) is opgenomen.

5.4

Verbeelding Voor de vormgeving van de verbeelding geldt een aantal uitgangspunten die als volgt luiden: De kaart wordt in kleur opgezet waarbij de kleuren worden ondersteund met een letteraanduiding (bijvoorbeeld B- bedrijventerrein) een en ander afgestemd op de kleur en letteraanduiding in de SVBP2012. De schaal van de kaart is 1: 1.000. Ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid en digitale raadpleegbaarheid wordt waar mogelijk informatie op de kaart gezet (bouwvlakken, goot-/bouwhoogten, bebouwingspercentages). In dit bestemmingsplan zijn deze vormgevende uitgangspunten toegepast. Dit bestemmingsplan biedt een nieuwe regeling waarbij aangesloten wordt op bestaande regelingen voor omliggende gebieden. Daarbij worden het handboek en de SVBP2012 als basis voor de regeling aangehouden.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 45 -

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

6.1.1 Financiële haalbaarheid In het plangebied wordt de bouw van 40 woningen mogelijk gemaakt. De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat het plan financieel uitvoerbaar is.

6.1.2 Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikt de gemeente over de mogelijkheid tot het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Wanneer sprake is van een bouwplan als bepaald in artikel 6.12 Wro en 6.2.1 Bro moet de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan vaststellen. Hiervan kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In dit geval wordt er een overeenkomst gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer, waarin het kostenverhaal is geregeld. Hierin wordt ook rekening gehouden met mogelijke planschade. De vaststelling van een exploitatieplan bij het bestemmingsplan is dan ook niet nodig.

6.2

M aatschappelijke uitvoerbaarheid Om te achterhalen of dit bestemmingsplan maatschappelijk uitvoerbaar is, wordt de bestemmingsplanprocedure doorlopen. Tijdens deze procedure zijn verschillende momenten waarop burgers en instanties kunnen reageren op het plan, namelijk; inspraak, overleg, zienswijzen en tot slot beroep. De uitkomsten hiervan kunnen ook nog nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. De bestemmingsplanprocedure ziet er globaal als volgt uit:

6.2.1 Voorontwerpbestemmingsplan In de bestemmingsplanprocedure wordt het verplicht overleg te voeren met verschillende van belang zijnde instanties. Dit is geregeld in artikel 3.1.1 van het Bro. Het houden van inspraak is niet verplicht. De gemeente Meppel hecht er echter waarde aan en heeft in haar Inspraakverordening opgenomen dat een inspraakperiode van zes weken in een bestemmingsplanprocedure wenselijk is.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 46 -

6.2.2 Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Eventueel ingediende zienswijzen worden door de gemeenteraad voorzien van een antwoord. De eventuele zienswijzen kunnen leiden tot wijzigingen in dit bestemmingsplan.

6.2.3 Vastgesteld bestemmingsplan Het bestemmingsplan wordt, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

- 47 -

Hoofdstuk 7 7.1

Procedure

Vooroverleg en inspraak Van 30 april 2020 tot en met 10 juni 2020 heeft het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen voor inspraak en vooroverleg. Van deze mogelijkheid is door drie personen en/of instanties gebruik gemaakt. De inspraak- en overlegreacties zijn in de reactienota inspraak en overleg (Bijlage 12) samengevat en van een gemeentelijke beantwoording voorzien.

7.2

Zienswijzen Van 25 september 2020 tot en met 5 november 2020 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen voor zienswijzen. Tijdens deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn in de reactienota zienswijzen (Bijlage 13) samengevat en van een gemeentelijke beantwoording voorzien. De zienswijzen hebben niet geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan.

vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=2337e4ad-4d5a-45e5-a779-82e0899b1b4c