Bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76 - Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Meppel – Centrumschil, herziening Zuideinde 76 (vastgesteld)
Bestemmingsplan Meppel – Centrumschil, herziening Zuideinde 76 vastgesteld NL.IMRO.0119.Zuideinde76-BPC1 januari 2021
-2-
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
4
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek asbest
80
Bijlage 3
Aanvullend en nader bodemonderzoek
149
Bijlage 4
Cultuurhistorische verkenning HBS
236
Bijlage 5
Waardestelling Zuiderschool Het Oversticht
283
Bijlage 6
Cultuurhistorisch advies Zuiderschool
316
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek
338
Bijlage 8
Watertoets
499
Bijlage 9
Onderzoek en activiteitenplan ecologie
502
Bijlage 10
Berekening stikstofdepositie
547
Bijlage 11
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
573
Bijlage 12
Reactienota inspraak en overleg
591
Bijlage 13
Reactienota zienswijzen
606
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76
-3-
Bijlagen bij de toelichting
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76
-4-
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
vastgesteld gemeente Meppel - bestemmingsplan Meppel - Centrumschil, herziening Zuideinde 76
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
mei ’20
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
Projectnummer:
20-M9284
Opdrachtgever:
BügelHajema Adviseurs
Datum:
25 mei 2020
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
datum
maandag 25 mei 2020
projectnummer
20-M9284
in opdracht van
BügelHajema Adviseurs Vaart NZ 50 9401 GN Assen
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
mei ’20
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen ................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 18
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 20 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 20
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 21
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 24 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 24
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 26
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 27
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 27
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 32
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 34
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 41
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 42
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
mei ’20
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BügelHajema Adviseurs is in maart/april 2020 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op het onbebouwde deel van de locatie aan het Zuideinde 76/Prinses Marijkestraat 2 te Meppel (gemeente Meppel). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en geplande herinrichting/nieuwbouw op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
mei ’20
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
mei ’20
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
Bodemopbouw
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
mei ’20
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande uitbreiding van en woning op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente Meppel (via RUD-Drenthe, email d.d. 19-02-2020); • informatie van de Provincie Drenthe (email d.d. 18-03-2020; • informatie van het Geoportaal van de Provincie Drenthe; • informatie van Bodemloket.nl; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
Zuideinde 76/ Prinses Marijkestraat 2 Meppel Meppel Zie bijlage 1 X = 209,248 Y= 523,042 Gemeente Meppel, perceel sectie K nrs. 525 en 111 (ged.). Niet nagegaan. Ca. 7.350 m2 De onderzoekslocatie betreft een onbebouwde deel van de percelen gelegen aan het Zuideinde 76/ Prinses Marijkestraat 2 (ged.) te Meppel. Op de locatie aan het Zuideinde 76 bevindt zich een monumentaal pand (vm. schoolgebouw van de HBS) en een losstaand bijgebouw (vm. gymzaal). Het onbebouwde deel van dit terrein, rondom en tussen de gebouwen, is meest verhard met bestrating. Plaatselijk bevinden zich groenstroken. Op de locatie aan de Prinses Marijkestraat 2 bevindt zich een bestaand schoolgebouw (vm. Zuiderschool). Op het zuidelijk deel van dit terrein stond tot voor kort een bijgebouw (conciërgewoning) dat inmiddels afgebroken is. Het onbebouwde deel van dit terrein, rondom en tussen de gebouwen, is meest verhard met bestrating (schoolplein). Plaatselijk bevinden zich groenstroken. Het terreindeel waar recent bebouwing is afgebroken ligt braak. Ten zuiden van het naastgelegen appartementencomplex, Zuideinde 80-01/8207, bevindt zich een met betonklinkers verharde uitrit. De gebouwen op de locatie zijn niet meer in gebruik.
mei ’20
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
De aanleiding voor het bodemonderzoek vormt een voorgenomen bestemmingsplanwijziging en geplande nieuwbouw en verbouw op de onderzoekslocatie. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie 19 nieuwe grondgebonden woningen (18 rij en 1 vrijstaand) te realiseren. In het bestaande pand van de HBS worden 14 appartementen gerealiseerd. In de in de bestaande gymzaal worden 3 grondgebonden woningen gerealiseerd In de in de bestaande Zuiderschool worden 4 grondgebonden woningen gerealiseerd.
figuur 1: huidige situatie onderzoekslocatie
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting
Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het onbebouwde terreindeel rondom de bestaande gebouwen, zie figuur 1 en bijlage 2. Het gebouw aan de Zuideinde 76 dateert uit 1881, het bijgebouw (gymzaal) dateert uit 1880. Het bestaande gebouw aan de Prinses Marijkestraat 2 dateert van 1974. Meest bestrating in de vorm van betonklinkers en betontegels. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “niet gekarteerd”. Bestemmingsplanwijziging en geplande herinrichting, nieuwbouw op de onderzoekslocatie en verbouw van een aantal bestaande gebouwen.
bijzonderheden: -
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2.
mei ’20
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
bodemgebruik In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)
Op basis van de topografische kaarten van voor 1890 lijkt de onderzoekslocatie nog onbebouwd te zijn. Op oude topografische kaarten vanaf 1890 lijkt op de onderzoekslocatie t.p.v. Zuideinde 76 voor het eerst bebouwing aanwezig te zijn. Deze bebouwing is in de loop van de jaren gewijzigd. Vanaf 1933 lijkt aan de Prinses Marijkestraat nr. 2 voor het eerst bebouwing aanwezig te zijn op de topografische kaarten. Deze bebouwing is in de loop van de jaren gewijzigd. Van 1997 tot en met 2014 lijkt op het schoolplein van de Prinses Marijkestraat nr. 2 een gebouw zichtbaar. Na 2014 is dit gebouw niet meer zichtbaar op de topografische kaarten. Huidig De onderzoekslocatie betreft een onbebouwde deel van de percelen gelegen aan het Zuideinde 76/ Prinses Marijkestraat 2 (ged.) te Meppel. Op de locatie aan het Zuideinde 76 bevindt zich een monumentaal pand (vm. schoolgebouw van de HBS) en een losstaand bijgebouw (vm. gymzaal). Het onbebouwde deel van dit terrein, rondom en tussen de gebouwen, is meest verhard met bestrating. Plaatselijk bevinden zich groenstroken. Op de locatie aan de Prinses Marijkestraat 2 bevindt zich een bestaand schoolgebouw (vm. Zuiderschool). Op het zuidelijk deel van dit terrein stond tot voor kort een bijgebouw dat inmiddels afgebroken is. Het onbebouwde deel van dit terrein, rondom en tussen de gebouwen, is meest verhard met bestrating (schoolplein).
Plaatselijk bevinden zich groenstroken. Het terreindeel waar recent bebouwing is afgebroken ligt braak. Ten zuiden van het naastgelegen appartementencomplex, Zuideinde 80-01/82-07, bevindt zich een met betonklinkers verharde uitrit. De gebouwen op de locatie zijn niet meer in gebruik. Toekomstig Bestemmingsplanwijziging en geplande herontwikkeling, geplande nieuwbouw en verbouw op de onderzoekslocatie. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Vanaf 1890 is op de topografische kaarten in de directe basis van omgeving van de onderzoekslocatie (>25 mtr.) enige topografische bebouwing zichtbaar. kaarten, In de loop der jaren is deze bebouwing verder uitgebreid. Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de locatie bevinden zich toekomstig woningen/bedrijfspanden. Noordzijde: Prinses Marijkestraat en schouwburg. Oostzijde: Zuideinde en tegenovergelegen woningen. Zuidzijde: Appartementencomplex en bedrijfspand. Westzijde: Woningen.
mei ’20
Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een onbebouwde deel van de percelen gelegen aan het Zuideinde 76/ Prinses Marijkestraat 2 (ged.) te Meppel. Op de locatie aan het Zuideinde 76 bevindt zich een monumentaal pand (vm. schoolgebouw van de HBS) en een losstaand bijgebouw (vm. gymzaal). Het onbebouwde deel van dit terrein, rondom en tussen de gebouwen, is meest verhard met bestrating. Plaatselijk bevinden zich groenstroken. Op de locatie aan de Prinses Marijkestraat 2 bevindt zich een bestaand schoolgebouw (vm. Zuiderschool). Op het zuidelijk deel van dit terrein stond tot voor kort een bijgebouw (vm.conciërgewoning) dat inmiddels afgebroken is. Het onbebouwde deel van dit terrein, rondom en tussen de gebouwen, is meest verhard met bestrating (schoolplein). Plaatselijk bevinden zich groenstroken. Het terreindeel waar recent bebouwing is afgebroken ligt braak. Ten zuiden van het naastgelegen appartementencomplex, Zuideinde 80-01/82-07, bevindt zich een met betonklinkers verharde uitrit. De gebouwen op de locatie zijn niet meer in gebruik. In september 1881 ging de Rijks Hoogere Burgerschool te Meppel open. Tussen 1882 en 2014 was het pand aan het Zuideinde 76 als school (HBS) in gebruik. De voormalige Zuiderschool aan de Prinses Marijkestraat 2 is eind jaren twintig van de vorige eeuw achter de HBS gebouwd.
Na de oorlog is de Zuiderschool door middel van een sluis en gang verbonden aan het hoofdgebouw van de HBS. Het is nu te beschouwen als één complex. In de 20ste eeuw zijn uitbreidingen en verbouwingen uitgevoerd. In 1913 werden de aanbouwen op de hoeken van het frontgebouw verlengd. In diezelfde bouwfase werden er een conciërgewoning en een gymnastieklokaal op het terrein bijgebouwd. De conciërgewoning is inmiddels afgebroken. In 1959 werden de aanbouwen wederom uitgebreid. Hiervoor werd een deel van de uitbreiding (het deel ná het trappenhuis met trapgevel) afgebroken. Ook werd het binnenplein dicht gebouwd. In In resp. 1960, 1984, 1986 zijn uitbreidingen met noodlokalen uitgevoerd. In 1975 werd de school verbonden met de naastgelegen Zuiderschool aan de Prinses Marijkeweg. In 1988 wordt het oude verbindingsstuk vervangen door een nieuwe hals met liftinstallatie. Op Bodemloket.nl wordt op de locatie Zuideinde 76 de melding weergegeven van een vm. olieslagerij vanaf 1897. Als locatienaam staat hier Zuideinde 80 aangegeven. Zowel bij de gemeente Meppel als bij de Provincie Drenthe zijn geen gegevens beschikbaar over een evt. vm. olieslagerij op de locatie. Aangezien zich op de locatie aan het Zuideinde 76 vanaf 1881 een school heeft bevonden is de vermelding niet logisch. Het vermoeden bestaat dat de vermelding betrekking heeft op de locatie t.p.v.
het bestaande appartementencomplex aan het Zuideinde 80.
mei ’20
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
Bouwvergunning Milieuvergunning Handelsregister
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Ten behoeve van de bestaande bebouwing zijn diverse bouwvergunningen verleend. Niet bekend. De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel als volgt vermeld: ► Zuideinde 76: • Young Professionals Academy (Studiebegeleiding, vorming en onderwijs) • Stichting Regionale Scholengemeenschap Stad en Esch (uitgeschreven) ► Prinses Marijkestraat 2: Deze locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. In het verleden was het gangbaar dat vooral grotere bebouwen als scholen ed. werden verwarmd met huisbrandolie. Voor de opslag van huisbrandolie werden onder- of bovengrondse opslagtanks gebruikt. De aanwezigheid van (vm.) onder- of bovengrondse brandstoftanks is niet bekend uit beschikbaar gestelde informatie of vermeldingen. Het is niet uit te sluiten dat op de onderzoekslocatie onder- of bovengrondse brandstoftanks aanwezig zijn (geweest). Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie.
Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Drenthe staan de daken van de gebouwen op de onderzoekslocatie als niet verdacht voor asbest geregistreerd (zie figuur 1).
figuur 2: inventarisatie asbestdaken De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (in dit onderzoek niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het onderzochte gebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.
mei ’20
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
Calamiteiten Verdachte activiteiten < 25 m
Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Er is geen informatie bekend over evt. calamiteiten op de locatie waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Op het adres Zuideinde 80-82 (vm.
84/84a) ten zuiden van de onderzoekslocatie wordt melding gemaakt van de volgende (mogelijk) bodembedreigende activiteiten: • motorenrevisiebedrijf (start en einde onbekend); • autohandel (geen reparatie; start en einde onbekend); • benzine-service-station (start en einde onbekend); • steendrukkerij (1963-onbekend); • chemische wasserij/stomerij (1963-onbekend); • doe-het-zelf winkel (1963-onbekend); • dieseltank (ondergronds; start en einde onbekend); • benzinetank (ondergronds; start en einde onbekend). Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben(gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
mei ’20
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
Niet bekend.
Omgeving <25 m
► Verkennend bodemonderzoek NVN-5740 ten behoeve van vernieuwen riolering Oranjebuurt, d.d. 12-04-1999, Wiertsema & Partners, ref. nr. VN-19867. De onderzoekslocatie betreft een groot gebied ten westen van de Prinses Marijkestraat nr. 2 (zie figuur 3).
figuur 3: bodemonderzoek Oranjebuurt conclusies: ♦ Zintuiglijk zijn geen afwijkingen aan het opgeboorde bodemmateriaal waargenomen. ♦ Boven- en ondergrond: Uit de toetsing volgt dat in het grondmengmonster B-1 t/m B-5 (0,0 - 1,0 m-mv) een lichte verontreiniging met PAK's is vastgesteld. De concentratie blijft onder de grenswaarde en geeft geen aanleiding tot nader onderzoek. In het grondmengmonster B-1 t/m B-5 (1,0 - 2,5 m-mv) bevinden de concentraties van de gemeten parameters zich beneden de streefwaarde. ♦ De gemeten parameters in het grondwatermonster geven geen aanleiding tot nader onderzoek. ► Briefrapport t.b.v. te vernieuwen riolering (zie hierboven), d.d. 12-04-1999, Vink aannemingsmaatschappij BV., VN-19867. conclusies: De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.
mei ’20
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
Zuideinde 80-82 (vm. 84/84a)
► Op het adres Zuideinde nr. 80 - 82 – perceel K nr. 527 - (voormalig Zuideinde nr. 84 - 84a, zie figuur 4) was in het verleden een tankstation, een autohandel, een motorenrevisiebedrijf, een steendrukkerij en een chemische wasserij/stomerij gevestigd. Hierbij was sprake van verschillende bodembedreigende activiteiten. Op deze locatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: ● (Deel)sanering aan de Zuideinde nr. 84/84a te Meppel, d.d. november 1993, Oranjewoud, projectnummer: 1392107578. De ondergrondse brandstofopslagtanks zijn afgevoerd en verschroot (tank B en C, zie figuur 1). Eén tank is gereinigd, afgevuld met zand en destijds achtergebleven omdat deze deels onder een muurtje lag (tank A, zie figuur 1). ● Herhalingsbodemonderzoek ter plaatse van Zuideinde 84/84a te Meppel, d.d. 0307- 1998, Oranjewoud,rapportnummer 16546-63831. Het doel van het herhalingsonderzoek is de milieuhygiënische situatie van de grond en het grondwater ter plaatse van de voormalige op- en overslaginstallatie van motorbrandstoffen te actualiseren. ● Aanvullend bodemonderzoek/saneringsplan Zuideinde 84/84a, d.d. 11-08-1999, Oranjewoud, ref. nr. 16546-63831. Doel van het saneringsplan is het aangeven van de te verrichten werkzaamheden om de aangetoonde bodemverontreiniging te verwijderen en het terrein geschikt te maken voor de geplande (woon)bestemming. ● Nader bodemonderzoek d.d.
01-10-1992, Oanjewoud B.V., ref. nr. 16546-07331. ● Verkennend bodemonderzoek NVN 5740 d.d 12-08-1998, Oranjewoud B.V., Ref. nr. 16546-63831_1.RAP. ● Monitoringsrapportage d.d. 16-12-2004, Oranjewoud B.V., ref. nr. 16546-142178. ● Briefrapport d.d. 12-11-2002, Oranjewoud B.V., ref. nr. MV 747. ● Sanerings evaluatie d.d. 25-06-2002, Oranjewoud B.V., ref. nr. 16546-106410 . ● Briefrapport d.d. 21-10-1993, Euro Cleaning Company, ref. nr. AB 970. Uit de verrichte onderzoeken is gebleken dat de grond en het grondwater ter plaatse van de voormalige banden-/olieopslag en voormalige tankinstallatie op de locatie plaatselijk verontreinigd zijn met oliecomponenten. Daarnaast is in de bovengrond van het achterterrein een verontreiniging met zink aangetoond. Ter plaatse van de voormalige tank van de CV-installatie (inpandig) is een lichte olieverontreiniging aangetroffen. Op basis van een opgesteld saneringsplan is in april 2002 een bodemsanering uitgevoerd op de locatie.
figuur 4: ontgravingsvak Zuideinde 84/84a te Meppel
mei ’20
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
● Bodemsanering t.p.v. Zuideinde 84/84a te Meppel, d.d. april 2002, Oranjewoud, ref. nr. 16546-106410. In april 2002 is een grondsanering uitgevoerd ter plaatse van de locatie Zuideinde 84/84a te Meppel. Het betreft hier een sanering van grond deels verontreinigd met oliecomponenten (banden-/olie-opslag, tankinstallatie en olietank CV figuur 1) en deels met zink (achterterrein, figuur 4). uitgangspunten bodemsanering: • het verwijderen van de met oliecomponenten verontreinigde grond waarbij de streefwaarde als richtwaarde geldt (multifunctionele sanering) • de restverontreiniging langs het diepriool in de weg wordt niet verwijderd • het aanleggen van een grondwateronttrekkingssysteem • voor het verwijderen van de verontreiniging met zink op het achterterrein wordt een terugsaneerwaarde gehanteerd van 139 mg/kg d.s. Voorafgaand aan de grondsanering zijn de bovengrondse opstallen met fundering verwijderd en afgevoerd. samenvatting uitvoering/resultaten bodemsanering: ♦ voormalige banden-olie-opslag: Ter plaatse is ontgraven tot een diepte van circa 2.2 m-mv. Na bemonstering bleek ter plaatse van putwand W2 nog een verhoogd gehalte aan oliecomponenten te zijn achtergebleven. Na verder ontgraven van deze putwand zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten gemeten. ♦ voormalige tankinstallatie: Ter plaatse is ontgraven tot een diepte van circa 2.6 m-mv.
In de controlemonsters van de putwanden en putbodem zijn, behoudens de wand ter plaatse van het riool, geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten gemeten. Ter plaatse van de putwand tegen het Zuideinde aan is restverontreiniging achtergebleven. De restverontreiniging is tegen het schone gedeelte afgeschermd met een folie om contaminatie met het schone gedeelte te voorkomen. Het verwijderen van de restverontreiniging zou betekenen dat diepriool moet worden ondersteund en het Zuideinde geheel moet worden afgesloten voor het doorgaande verkeer. Gezien het bovenstaande is dit niet als een 'sobere' en 'doelmatige' saneringsmaatregel beschouwd. Van de restverontreiniging is een grondmonster samengesteld. Uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse van de restverontreiniging een gehalte van 4.900 mg/kg d.s. aan minerale olie en een gehalte van 1.1 mg/kg d.s. totaal aan vluchtige aromaten is gemeten. ♦ olietank-CV: Ter plaatse is ontgraven tot een diepte van circa 1.1 m -mv. In de grond ter plaatse van de olietank is tijdens het voorgaande onderzoek een licht verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. De ontgraven grond ter plaatse van de voormalige olietank voor de CV-installatie is op basis van de gemeten gehalten van het bodemonderzoek afgevoerd als categorie 1 grond.
In het controlemonster van de tankput zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten gemeten.
mei ’20
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
♦ achterterrein: De aangetroffen verontreiniging met zink op het achterterrein (ten zuiden van de onderzoekslocatie Zuideinde 76, zie figuur 5) is verdeeld in twee ontgravingsvakken waarbij ontgraven is tot 0.8 m -mv. en 1.0 m -mv. Tijdens het ontgraven is de schone bovengrond in depot gezet en bemonsterd (depot 1). Na bemonstering bleek ter plaatse van depot 1 een licht verhoogd gehalte aan minerale olie te zijn gemeten. Na herbemonstering van depot 1 is een gehalte van 35 mg/kg d.s. minerale olie gemeten. Het aangetoonde gehalte in depot 1 bleek slechts een lichte verhoging van de streefwaarde zodat depot 1 weer terug is gezet in de bovengrond ter plaatse. Ter controle van het saneringsresultaat zijn monsters samengesteld van de putwanden en putbodems. Na bemonstering zijn in de controlemonsters geen gehalten gemeten boven de terugsaneerwaarde.
figuur 5: situatie t.p.v. achterterrein en olietank-cv ♦ tank A: Aan de voorzijde van het terrein ter plaatse van het tankvak van de voormalige tankinstallatie is een ondergrondse benzine tank van 6 m3 verwijderd en afgevoerd (tank A, zie figuur 4). In een eerder stadium is de tank reeds schoongemaakt en afgevuld met schoon zand (deelsanering, november 1993). Het zand is uit de tank verwijderd en bemonsterd. Uit de analyseresultaten blijkt dat in het afvulzand geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten zijn gemeten. Het zand uit de tank is verwerkt in de bovengrond van de locatie. De verwijdering van het zand uit de tank is verricht door Wenau Transport Cleaning te Heerenveen. Na verwijdering van de tank is een grondmonster samengesteld van de tankput. Uit de analyseresultaten blijkt dat in het controlemonster van de tankput geen verhoogde gehalten minerale olie en vluchtige aromaten zijn gemeten. Op basis van de analyseresultaten van de controlemonsters (grond) kan geconcludeerd worden dat is voldaan aan de uitgangspunten van de sanering. Resumerend kan worden gesteld dat de grondsanering naar tevredenheid is verlopen. Na de grondsanering is in het ontgravingsvak tegen het Zuideinde aan nabij de restverontreiniging een controle-/monitoringspeilbuis geplaatst.
Op basis van de analyseresultaten van het grondwater ter plaatse van de controle/monitoringspeilbuis, en de drains in de pompput is aanbevolen vooralsnog geen mei ’20
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
grondwatersanering op te starten. Aanbevolen wordt om in het kader van nazorg de monitoringspeilbuis jaarlijks te bemonsteren. Besluiten m.b.t. Zuideinde 84/84a: • Vaststellen rap. Monitoring, kenmerk 1/HH/A6/2004012672, d.d. 12-01-2005 • Aanv. info gewenst /opschorten, kenmerk 40/HH/A21/2004009725, d.d. 11-102004 • Instemmen uitgevoerde sanering kenmerk 39/Bo/A31/2002007500 d.d. 01-102003 • besch urgent sanering binnen 4 jaar, 02-11-1999 • Instemmen met SP, kenmerk Bo/A16/1999008084 d.d. 11-1999. ► Verkennend bodemonderzoek Zuideinde 96, d.d. 26-01-2011, Dumea, ref. nr. 008/VO/01D1. • Aanleiding: transactie • Verdacht: nee • Tank: niet aanwezig • Asbest: niet onderzocht • Zintuiglijk: puin, kolenas, kalk. • Boven- en ondergrond: Hg, Pb, PAK > AW • Grondwater: barium > S
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
Conclusie: geen belemmeringen t.a.v. voorgenomen transactie van de locatie. Niet bekend.
De locatie bevindt zich in de zone wonen.
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 0-2 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-8 8-28 28-30
Beschrijving
formatie
middelfijne zanden, sporen klei, veen en grind middelgrove zanden, sporen klei en veen middelgrove zanden, sporen klei
Boxtel Kreftenheije Drente
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
mei ’20
Gemeente Meppel, perceel sectie K nrs. 525 en 111 (ged.) -
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
mei ’20
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie aan het Zuideinde 76 en de Prinses Marijkestraat 2 te Meppel geruime tijd, vanaf 1881 tot 2014 een school gevestigd was. Op de locatie aan het Zuideinde 76 bevindt zich een monumentaal pand (vm. schoolgebouw van de HBS) en een losstaand bijgebouw (vm. gymzaal). Op de locatie aan de Prinses Marijkestraat 2 bevindt zich een bestaand schoolgebouw (vm. Zuiderschool). Op het zuidelijk deel van dit terrein stond tot voor kort een bijgebouw (vm.conciërgewoning) dat inmiddels afgebroken is. Op Bodemloket.nl wordt op de locatie Zuideinde 76 de melding weergegeven van een vm. olieslagerij vanaf 1897. Als locatienaam staat hier Zuideinde 80 aangegeven. Zowel bij de gemeente Meppel als bij de Provincie Drenthe zijn geen gegevens beschikbaar over een evt. vm. olieslagerij op de locatie. Aangezien zich op de locatie aan het Zuideinde 76 vanaf 1881 een school heeft bevonden is de vermelding niet logisch.
Het vermoeden bestaat dat de vermelding betrekking heeft op de locatie t.p.v. het bestaande appartementencomplex aan het Zuideinde 80. Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is vanwege het langdurige gebruik en de vermelding van een evt. olieslagerij in eerste aanleg als milieuhygiënisch "verdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6, strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) (literatuur 1). De ondergrond en het grondwater is in dit onderzoek onderzocht volgens de strategie voor een onverdachte locatie, (ONV-NL) paragraaf 5.1 van de NEN-5740. In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 7.350 m2)
mei ’20
mogelijke verontreiniging grond grondwater
PAK’s, zware metalen, minerale olie
-
onderzoeksstrategie
VED-HE-NL (bovengrond) ONV-NL (ondergrond en grondwater)
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
mei ’20
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 11 maart 2020. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruime tijd na plaatsing van de peilbuizen op 06 april 2020 uitgevoerd De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A.D.M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerker van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatie-inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie, uitpandige deel, dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
11
0.5
7 t/m 9+11 t/m 15+17+18+20
2
0.4 (gestaakt op obstructie)
10+16
1
0.25 (gestaakt op obstructie) 19
Onderzoekslocatie (ca. 7.350 m2)
Boringen
Peilbuis
4
2
3 t/m 6
2
2.5
1 +2
De geplaatste peilbuizen zijn opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
mei ’20
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.3 0.3-1.2 1.2-1.5 1.5-2.5
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand zand zand
matig fijn matig fijn matig fijn matig fijn
geel bruin/grijs geel geel/grijs
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 11. tabel 11: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1 2
1.5-2.5 1.5-2.5
0.93 0.88
5 5
6.6 6.2
EGV geleidingsvermogen µS/cm 640 490
troebelheid (NTU) 18.4 11.7
In het genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen
mei ’20
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 12 weergegeven. tabel 12: afwijkende waarnemingen boring
diepte m -mv.
zintuiglijke waarnemingen
1
0.07-0.6
resten puin
2
0.04-0.6
resten puin
3
0.3-1.5
resten baksteen/puin
4
0.25-0.5
resten puin
5
0.25-1.0
resten baksteen/puin
6
0.3-1.2
resten baksteen/puin
7
0.04-0.5
sporen puin, gestaakt op obstructie
8
0.04-0.4
sporen puin, sporen koolas
9
0.0-0.5
sporen puin, resten hout
10
0.1-0.4
11
0.05-0.5
sterk baksteen, resten puin, gestaakt op obstructie sporen puin
12
0.1-0.5
resten baksteen/puin
13
0.0-0.3
resten puin
14
0.0-0.5
sporen puin, sporen koolas
15
0.17-0.5
resten baksteen/puin
16
0.17-0.4
resten koolas/puin/glas, gestaakt op obstructie
17
0.2-0.5
resten puin
18
0.4-0.5
resten puin
19
0.05-0.25
resten puin, gestaakt op obstructie
20
0.1-0.5
puinsporen
grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen.
mei ’20
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde bodemmateriaal zijn in de grond plaatselijk puinresten waargenomen. Conform een uitspraak van de Raad van State uit 2017 dient bij het aantreffen van puin in en op de grond, een locatie al als asbestverdacht te worden beschouwd. Dit geldt wanneer er geen informatie beschikbaar is omtrent de herkomst van het puin. De herkomst van het aanwezige puinmateriaal in de bodem is bij ons niet bekend. Vooraf kan niet voldoende worden gemotiveerd of het aanwezige puinmateriaal in de bodem al dan niet asbesthoudend materiaal kan bevatten. Op aangeven van de opdrachtgever is vooralsnog in deze fase van het onderzoek geen onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van asbest in de bodem. In het nu uitgevoerde verkennend bodemonderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd wordt niet onderzocht op evt. aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming).
Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin.
De chemische samenstelling van aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
mei ’20
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen is per peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
1 (MM1)
8
0.0-0.4
puin/koolas
NEN-grond(*) +AS3000
2 (MM2)
14
0.0-0.5
puin/koolas
NEN-grond(*) +AS3000
3 (MM3)
16
0.17-0.4
koolas/puin/glas
NEN-grond(*) +AS3000
4 (MM4)
2+6+13+15+17
0.0-0.5
puin
NEN-grond(*) +AS3000
5 (MM5)
1+4+7+9+18+20
0.0-0.5
puin/hout
NEN-grond(*) +AS3000
6 (MM6)
3+5+10+11+12+19
0.05-0.5
puin
NEN-grond(*) +AS3000
7 (MM7)
1+2+4+6
0.6-2.0
baksteen/puin
NEN-grond(*) +AS3000
8 (MM8)
2+3+4+5
0.5-1.9
baksteen/puin
NEN-grond(*) +AS3000
grond
mei ’20
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
vervolg tabel 13: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
1 (peilbuis)
1
1.5-2.5
-
NEN-grondwater(**)
2 (peilbuis)
2
1.5-2.5
-
NEN-grondwater(**)
grondwater
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
mei ’20
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
mei ’20
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Zuideinde 76 / Prinses Marijkestraat 2 te Meppel
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv) In tabel 14 t/m 16 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 19830054#20-M9284-Zuideinde 76 / Prinses Mari Certificaten 1014892 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3.0.0 Toetsdatum: 20 mei 2020 15:16 Parameters
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds