Beleidsplan armoede en schulden 2024-2027 - definitief
Tekst van het document
Beleidsplan Armoede en schulden 2024-2027
Bestuurlijk opdrachtgever: J. Bos Ambtelijk Opdrachtgever: D. Glastra Adviseurs: H. Boxem en T. Boomsma September 2023
2
Voorwoord In een wereld waarin veranderingen snel plaatsvinden en de inflatie stijgt, worden gemeenten geconfronteerd met uitdagingen op het gebied van armoede. Bestaanszekerheid is een actueel thema. Als college voelen wij ons geroepen om dit onderwerp structureel aan te pakken en te waarborgen dat elke inwoner de kans krijgt om volwaardig deel te nemen aan onze samenleving. In ons coalitieakkoord hebben we duidelijke standpunten ingenomen met betrekking tot armoede en schulden. Deze pijlers weerspiegelen onze toewijding aan het verbeteren van de situatie voor degenen die in armoede opgroeien en voor iedereen die worstelt met financiële problemen. Als gemeente Meppel hebben we ons gecommitteerd aan het intensiveren van steun aan kinderen die in armoede leven. We streven ernaar om hen beter te bereiken en hen de kansen te bieden die ze verdienen. Het is onze overtuiging dat geen enkel kind belemmerd mag worden in zijn of haar ontwikkeling door financiële zorgen. Daarnaast richten we ons op de schuldenproblematiek. Geldzorgen mogen geen obstakel vormen voor het aanpakken van andere onderliggende problemen. In ons coalitieakkoord hebben we vastgelegd dat we ademruimte willen creëren voor degenen die met schulden te maken hebben. Hiermee willen we voorkomen dat mensen in een vicieuze cirkel van financiële problemen terechtkomen.
Met als doel dat zij hun leven hun leven weer op de rails krijgen. Een initiatief dat perfect aansluit bij onze inspanningen op het gebied van bestaanszekerheid is het "Iedereen t€lt mee festival". Dit festival heeft geholpen een brug te slaan tussen mensen die te maken hebben met armoede en schulden en tussen organisaties die zich inzetten om deze doelgroep te bereiken en te helpen. Het herinnert ons eraan dat we samen sterker staan en dat iedereen meetelt in Meppel. Samen met onze collega’s en met de hulp en betrokkenheid van onze inwoners, zijn we ervan overtuigd dat we vooruitgang kunnen boeken op het gebied van bestaanszekerheid. Laten we gezamenlijk werken aan een gemeente Meppel waarin iedereen meetelt en zich gewaardeerd voelt.
Met vriendelijke groet,
Namens het College van burgemeesters en wethouders, Wethouder Jeannet Bos
3
Samenvatting Armoede- en schuldenproblematiek is een breed en ingewikkeld probleem, dat niet op zichzelf staat en de hele gemeenschap aangaat. Door de hardnekkigheid en complexiteit ervan is iedereen nodig: het Rijk, gemeenten, inwoners, maatschappelijke instellingen, vrijwilligers, de wetenschap, bedrijven en scholen. In de gemeente Meppel zijn er mensen die op of onder de armoedegrens leven en/of kampen met ernstige geldzorgen en problematische schulden. Zo’n 5,9% van alle huishoudens in de gemeente Meppel leefden in 2021 volgens het CBS in armoede. Ongeveer 4,9% van de kinderen groeiden in datzelfde jaar op in armoede, dit zijn ongeveer 300 kinderen. Als het gaat om problematische schulden had in 2021, 6,1% van de huishoudens in de gemeente Meppel problematische schulden. In vergelijking met het landelijk gemiddelde liggen de cijfers in de gemeente Meppel lager. We stellen vijf doelen (deze zijn voortgekomen uit onze visie en pijlers) waar onze armoede- en schuldenaanpak aan bijdraagt: 1. Inwoners maken gebruik van de regelingen en toeslagen waar zij recht op hebben. Het verbeteren van de communicatie en toegankelijkheid helpt hierbij. 2. Kinderen die opgroeien in een gezin waar weinig geld beschikbaar is de kans geven om mee te doen in de samenleving, zodat zij met gelijke(re) kansen aan de toekomst beginnen. 3.
Inwoners met een laag besteedbaar inkomen kunnen meedoen in de samenleving. 4. Inwoners met (problematische) schulden krijgen de hulp die zij nodig hebben . 5. Preventie en de aanpak van oorzaken van armoede en problematische schulden. Bestaanszekerheid is een zeer actueel thema, in alle landelijke verkiezingsprogramma is het een thema dat veel aandacht krijgt. Bestaanszekerheid is de zekerheid dat je over middelen kunt beschikken om in je levensonderhoud te kunnen voorzien. Armoede en (problematische) schulden zetten bestaanszekerheid onder druk, en dit heeft vaak (grote) gevolgen voor andere (leef)gebieden. Bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, wonen en schoolprestaties. Bovendien leidt een gebrek aan bestaanszekerheid ertoe dat er geen gelijke kansen zijn voor iédereen en niet iédereen mee kan doen. De uitdaging blijft om de samenhang en de samenwerking te vergroten met alle partijen in de samenleving die zich bezighouden met dit thema, de activiteiten die succesvol zijn te continueren en de activiteiten die hierom vragen (eventueel na het doen van onderzoek) te versterken en aan te passen. Hierin nemen we de behoefte van inwoners en samenwerkingspartners mee en kijken we naar wat landelijk en lokaal werkt. Aan de hand van de doelen worden per doel (m.u.v.
doel 5) alle regelingen en activiteiten beschreven die er zijn binnen de gemeente Meppel op het gebied van armoede en schulden, waarbij per regeling of activiteit is aangegeven of het wordt voortgezet, onderzocht/versterkt dan wel aangepast. Ten aanzien van doel 1 blijven de meeste regelingen zoals ze zijn. Daarnaast zijn er een aantal waarvan onderzocht wordt of het kan blijven zoals het is of dat het in het kader van doorontwikkeling beter is om accenten te verleggen. Voorbeelden hiervan zijn de laptopregeling en de collectieve zorgverzekering. Wat betreft procesoptimalisatie wordt gewerkt aan het efficiënter inrichten van de afhandeling van werkprocessen en gekeken naar mogelijkheden om aanvragen te digitaliseren. Ten aanzien van doel 2 zijn we tevreden met de manier waarop hieraan momenteel invulling gegeven wordt. Zo verloopt de samenwerking met Kindsupport Meppel voorspoedig en weten veel ouders en organisaties Kindsupport te vinden. Tegelijkertijd willen we het aanbod uitbreiden om zo compleet mogelijk te zijn. Financiële educatie op scholen is een onderwerp wat hoog op de agenda staat om te onderzoeken. Wat betreft doel 3 is het aanbod groot en breed. De meeste activiteiten lopen en worden voortgezet op de huidige voet. Maar dit geldt niet voor alle activiteiten.
De invulling van het Geldloket bijvoorbeeld wordt de komende tijd verder besproken en daarnaast wordt onder andere de mogelijkheid onderzocht om een volwassenfonds Sport en Cultuur op te richten. Ten slotte worden bij doel 4 de meeste activiteiten voortgezet. Omtrent twee activiteiten wordt gekeken naar de best mogelijke invulling (vroegsignalering van schulden en Zuidweg Schuldhulp), zijn er twee activiteiten die worden aangepast. Het gaat hierbij om de Gemeentelijke Kredietbank Drenthe en met instemming van de Raad, het zelfbetalersbeleid omtrent budgetbeheer. Ten slotte; we blijven kritisch kijken naar onze armoede- en schuldenaanpak en dienstverlening. Daarnaast blijven we ons elke dag inzetten om die ondersteuning te kunnen bieden aan onze inwoners die noodzakelijk is. 4
Inhoudsopgave 1. Inleiding A. Wat is armoede? B. Wat zijn problematische schulden? C. Armoede en schulden, een ingewikkeld probleem D. Opgroeien in armoede E. Armoedeval F. Financiële stress G. Laaggeletterdheid H. Kader
6 6 7 7 7 8 8 9 9
2. Meppel in beeld
10
3. Visie
11
4. Pijlers armoede- en schuldenaanpak
12
5. Doelen 1. Inwoners maken gebruik van de regelingen en toeslagen waar zij recht op hebben. Het verbeteren van de communicatie en toegankelijkheid helpt hierbij 2. Kinderen die opgroeien in een gezin waar weinig geld beschikbaar is, de kans geven om mee te doen in de samenleving, zodat zij met gelijke(re) kansen aan de toekomst beginnen 3. Inwoners met een laag besteedbaar inkomen kunnen meedoen in de samenleving 4. Inwoners met (problematische) schulden krijgen de hulp die zij nodig hebben 5. Preventie en de aanpak van oorzaken van armoede en problematische schulden
14 14
6. Dit doen we
18
7. Schuldhulpverlening A. Wet gemeentelijke schuldverlening B. Vormgeven schuldhulpverlening gezinnen met minderjarige kinderen C. Gemeentelijke Kredietbank Drenthe, en de rol van de consulenten Geldzorgen hierbij D. Zuidweg Schuldhulp E. Minnelijk traject F. Vroegsignalering van schulden G. Zelfbetalersbeleid
20 20 20 20 21 21 21 21
8. Monitoring en verantwoording beleid
24
9. Conclusie
25
Bijlagen BIJLAGE 1. Wettelijk kader BIJLAGE 2. Regelingen- en activiteitenoverzicht Doel 1 Doel 2 Doel 3 Doel 4 BIJLAGE 3. Literatuurlijst
15 16 17 17
26 26 30 30 32 34 38 39
5
1. Inleiding In dit beleidsplan nemen we u mee in de keuzes die de gemeente Meppel voor de komende vier jaar maakt op het gebied van armoede en schulden. We nemen u mee in onze visie, pijlers en doelen. Daarnaast schetsen we hoe we deze doelen willen bereiken en hoe we het beleidsplan beoordelen en bewaken. Het beleidsplan is tot stand gekomen na een terugblik op onze activiteiten van de afgelopen jaren en de activiteiten die op dit moment plaatsvinden. Verder door de gesprekken die op gezette tijden hebben plaatsgevonden met de werkgroep Werk & Meedoen van de Adviesraad en leden van het Armoedepact, en onderzoek en analyse van landelijke en lokale ontwikkelingen. Indien naar aanleiding van dit beleidsplan nadere uitwerking noodzakelijk is in beleidsregels, wordt hier op een later moment aandacht aan besteed. In de gemeente Meppel zijn er mensen die op of onder de armoedegrens leven en/of kampen met ernstige geldzorgen en problematische schulden. Dit met hardnekkige en wijdverspreide problematiek ten gevolg. Als onze inwoners in de knel komen, is het van groot belang dat zij goede hulp krijgen en zich gezien en gehoord voelen. Zo krijgen zij de ruimte om mee te doen in de samenleving, kunnen zij zich ontwikkelen en kan de vicieuze cirkel van (kansen)armoede doorbroken worden.
A. Wat is armoede? Armoede is, zeker in de huidige tijd, een veelgebruikte term. Maar wat is armoede precies en hoe wordt het vastgesteld? Armoede kan niet los worden gezien van het algemene welvaartsniveau in een samenleving. Armoede in Nederland in 2023 is bijvoorbeeld anders dan armoede in Nederland in de jaren vijftig of armoede in een perifeer land (een arm en laag ontwikkeld land). Er zijn meerdere definities van armoede: DEFINITIE ARMOEDE SOCIAAL CULTUREEL PLANBUREAU (CPB) In de CPB definitie, welke wordt aangehouden door de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, wordt het ‘niet veel maar toereikend’-budget gehanteerd. Dit budget omvat de minimale uitgaven van een zelfstandig huishouden aan onvermijdbare, basale zaken (voedsel, kleding en wonen), moeilijkvermijdbare posten (verzekeringen, persoonlijke verzorging), en de minimale kosten van ontspanning en sociale participatie. Wanneer iemand onder dit budget zit, leeft een huishouden volgens deze definitie onder de armoedegrens. DEFINITIE ARMOEDE CENTRAAL BUREAU STATISTIEK (CBS) Volgens de armoededefinitie van het CBS leeft een huishouden in armoede wanneer het besteedbaar inkomen van het huishouden onder de lage-inkomensgrens ligt. Het huishouden beschikt dan over onvoldoende middelen om een bepaald minimaal consumptieniveau te bereiken.
De hoogte van de lage-inkomensgrens wordt bepaald door het Centraal Bureau zelf en had in 2020 een waarde van € 13.247,-. In dit beleidsplan wordt deze definitie van armoede gehanteerd. Bij de uitvoering van ons gemeentelijk armoedebeleid wordt er een grens gehanteerd om vast te stellen wie er tot de doelgroep behoort. In Meppel wordt voor het merendeel van de regelingen een grens van 120% van de bijstandsnorm gehanteerd. Hoewel de definitie van armoede vaak gebaseerd is op een inkomensgrens, kan armoede tevens een gevolg zijn van hoge lasten en/of schulden. Hoge lasten kunnen ervoor zorgen dat er een disbalans ontstaat tussen inkomsten en uitgaven, waardoor het moeilijk rondkomen is. Schulden op haar beurt kunnen ervoor zorgen dat mensen van het minimaal noodzakelijke moeten zien rond te komen en bijvoorbeeld niet het geld hebben om de minimale kosten van ontspanning en sociale participatie te betalen. Het financiële onderdeel en het sociale onderdeel van armoede zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarnaast kent armoede een gevoelsmatig onderdeel (“voel ik me arm?, hoe beleef ik mijn financiële situatie?”). Hoe iemand armoede ervaart en wat de gevolgen hiervan zijn op bijvoorbeeld iemands lichamelijke en geestelijke toestand verschilt van mens tot mens. Armoede is een breed begrip, en gaat niet alleen om (financiële) welvaart, maar zeker ook om welzijn. 6
B. Wat zijn problematische schulden? Voor de definitie van problematische schulden wordt de definitie van het NVVK gebruikt. “Een problematische schuldsituatie is een situatie waarin te voorzien is dat een natuurlijk persoon schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen”. In Nederland zijn er naar schatting van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Nibud 1,4 miljoen huishoudens met risicovolle schulden of betalingsproblemen. Dat betekent dat ze vaak rood staan, veel aanmaningen krijgen of meer dan drie rekeningen niet betaald hebben, waarvan ten minste één voor de huur, de hypotheek, energierekening of zorgverzekering. Binnen de groep risicovolle schuldenaren worden er ruim 600.000 huishoudens aangemerkt als 'problematisch': hun schulden zijn zo hoog dat zij er niet meer op eigen kracht vanaf komen. Schulden ontstaan bijna nooit als gevolg van één oorzaak. De oorzaak is vaak een combinatie van omgevingsfactoren, bewust en onbewust gedrag en onverwachte gebeurtenissen, zoals een scheiding of ontslag. Er is een verband tussen armoede- en schuldenproblematiek. Schulden zijn hierbij niet enkel een probleem van te weinig geld. Mensen met voldoende inkomen kunnen eveneens in de schulden geraken. Bij schulden ontstaat vaak een sneeuwbaleffect: kleine schulden worden dan snel groot en er wordt te weinig en te laat hulp gezocht. Dit kan leiden tot armoede.
Andersom geldt dat wanneer mensen langdurig in armoede leven, zij een grotere kans hebben op problematische schulden.
C. Armoede en schulden, een ingewikkeld probleem Landelijk leefde in 2021 volgens het CBS ongeveer 6,8% van de huishoudens in armoede en had ongeveer 7,6% van de huishoudens problematische schulden. Een deel van de mensen in de gemeente Meppel leeft in armoede en/of heeft problematische schulden (ongeveer 5,9% van de huishoudens in Meppel leefde volgens het CBS in 2021 in armoede en ongeveer 6,1% van de huishoudens had toen problematische schulden). Zij profiteren niet tot nauwelijks van economische voorspoed en lijden onder de stress die het leven in armoede, dan wel weinig geld, met zich meebrengt. Constante langdurige stress heeft een negatief effect op het maken van goede keuzes en is slecht voor het lichaam en de geest. Het zorgt voor minder denkkracht en besluiten die genomen worden zijn meer op de korte termijn gericht. Dit vergroot de kans om in de schulden te raken. Wanneer mensen in de schulden zitten neemt de stress alleen maar toe, waardoor mensen nog meer in de overlevingsstand komen te staan en de kans op meer schulden groot is. Op sociaal gebied kan armoede een grote impact hebben want het risico op sociale uitsluiting is groot. Mensen die van weinig geld moeten zien rond te komen, hebben minder financiële mogelijkheden om deel te nemen aan activiteiten. Daarnaast kunnen mensen zichzelf gaan isoleren uit schaamte.
Armoede- en schuldenproblematiek kent vele oorzaken en gevolgen, en deze beïnvloeden elkaar sterk. Het probleem is ingewikkeld, bestaat uit veel onderdelen en is hardnekkig. Kant-en-klare oplossingen zijn er niet en (deel)oplossingen komen vanuit veel verschillende kanten, waaronder de overheid (denk bijvoorbeeld aan de invoering van een basisinkomen). Het is onmogelijk om het vraagstuk met één beleidsmaatregel of één beleidsterrein in één keer op te lossen. Armoedebeleid is een schakel in de keten, maar wel een belangrijke schakel.
D. Opgroeien in armoede Volgens het CBS groeide in 2021 in Nederland ongeveer 6,7% van de kinderen op in armoede, in de gemeente Meppel is dit ongeveer 4,9%. Ouder(s) die leven in (langdurige) armoede ervaren vaak een grote mate van stress. Wanneer het kind als gevolg hiervan ook een grote mate van stress ervaart, heeft dit een negatieve invloed op de hersenontwikkeling. Zo kan het IQ dalen, wat gevolgen heeft voor het denk- en leervermogen. Daarnaast kan het een negatief effect hebben op de psychische en lichamelijke gezondheid gedurende het hele leven. Kinderen die opgroeien in armoede: • Lopen meer risico te worden benadeeld bij de toegang tot onderwijs (lager schooladvies, minder ondersteuningsmogelijkheden, minder stimulans/ondersteuning door ouders); • Hebben een hoger risico om vroegtijdig school te verlaten zonder startkwalificatie; • Hebben meer moeite met het vinden van een betaalde baan boven de armoedegrens (mede als gevolg van een gemiddeld lager opleidingsniveau);
7
• Missen vaak de competenties en vaardigheden om, om te gaan met de uitdagingen in hun leven; • Lopen een groter risico op sociale uitsluiting. Het gevolg van bovengenoemde kan zijn dat kinderen die opgroeien in armoede, in armoede blijven leven als zij volwassen zijn. Dit wordt generatiearmoede genoemd. Armoede wordt dan als het ware van generatie op generatie overgedragen.
E. Armoedeval De armoedeval kan gedefinieerd worden als het gebrek aan financiële prikkels voor mensen om (meer) te gaan werken, omdat zij er qua netto besteedbaar inkomen op achteruit gaan als zij (meer) gaan werken. Mensen die een uitkering hebben en besluiten om te gaan werken en mensen die al werken maar besluiten om meer te gaan werken (waarbij er al sprake is van een laag salaris), lopen het risico dat zij er financieel op achteruit gaan, vanwege regelingen en toeslagen die zij dan kwijtraken. Dit is een ongewenste situatie. In de gemeente Meppel hebben wij hier ook mee te maken, maar wordt het ongewenste effect verkleind door niet voor alle regelingen dezelfde inkomensgrens (dus niet alle regelingen op 120%) te hanteren. Er wordt gewerkt met een bepaalde opbouw (bijvoorbeeld de Individuele Inkomenstoeslag op 105% van de bijstandsnorm, de laptopregeling op 110% van de bijstandsnorm en het Fonds Deelname Maatschappelijke activiteiten op 120% van de bijstandsnorm). Dit zorgt ervoor dat de financiële prikkel om aan het werk te gaan, dan wel meer te gaan werken groter is, omdat bij een kleine stijging in het inkomen niet meteen alle regelingen en toeslagen worden misgelopen. Zoals eerder benoemd zijn de meeste regelingen en toeslagen gebaseerd op 120% van de bijstandsnorm.
Zowel ten tijde van de coronacrisis, als de energiecrisis heeft geen toename plaatsgevonden in gebruikmaking van de minimaregelingen. Wat betreft gebruikmaking van kindregelingen is er wel een toename waarneembaar. Verder is er net als bij minimaregelingen geen sprake van een toename van mensen in de schuldhulpverlening. Voor nu is onze conclusie dan ook dat 120% van de bijstandsnorm voor de meeste regelingen en toeslagen voldoende toereikend is.
F. Financiële stress Uit diverse onderzoeken blijkt dat (lang) in armoede leven zorgt voor chronische stress. Daarbij heeft het een negatieve invloed heeft op het IQ (het IQ kan tot wel 13 IQ punten dalen), hersenfuncties zoals plannen, en impulscontrole en het reguleren van emoties. Dit maakt dat sommige mensen niet meer goed in staat zijn om naar de lange termijn te kijken. Ze richten zich met name op het oplossen van problemen op korte termijn. Dit kan leiden tot steeds onverstandigere beslissingen. Daarnaast kan leven in armoede zorgen voor gevoelens van minderwaardigheid, sociale uitsluiting en minder mee kunnen doen. Cruciaal is de schaamte die hiermee gepaard gaat. Veel mensen vinden het moeilijk om over hun geldzorgen te praten. Dit kan grote negatieve gevolgen hebben, omdat er vaak geen of te laat hulp wordt gevraagd. Relatief lage achterstanden kunnen dan in snel tempo oplopen tot problematische schulden, waardoor er een vicieuze cirkel ontstaat.
8
G. Laaggeletterdheid Basisvaardigheden zoals lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden bieden onze inwoners de mogelijkheid om (succesvol) deel te nemen aan onze maatschappij. Inwoners die deze vaardigheden in mindere mate bezitten, kunnen niet zo actief meedoen als inwoners die dit wel bezitten. Uit onderzoek blijkt dat 37% van alle laaggeletterden behoort tot de laagste inkomensgroep, en dat zij in verhouding vaak (langdurig) arm zijn. Armoede en laaggeletterdheid gaan samen. Lagere basisvaardigheden hangt samen met een lager onderwijsniveau, hetgeen op haar beurt samenhangt met een grotere kans op armoede. Andersom vergroot armoede de kans op laaggeletterdheid. Schulden ontstaan vaak doordat de overheid een te hoge verwachting heeft van de financiële redzaamheid van inwoners. Inwoners die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen weten vaak de weg niet te vinden naar regelingen en (schuld)hulpverlening. Verhoudingsgewijs zijn er veel laaggeletterden die een schuld hebben.
H. Kader Met het minima- en schuldhulpverleningsbeleid hebben we te maken met wettelijke kaders die van invloed zijn op dit beleidsplan en onze uitvoering. De wettelijke kaders op het gebied van minima- en schuldhulpverleningsbeleid zijn: - De Gemeentewet - De Participatiewet - De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) - De Wet adviesrecht genereren bij schuldenbewindzaken In bijlage 1 wordt verder ingegaan op deze wetten. Bij de aanpak van armoede en schulden hebben een groot aantal andere wetten invloed, zowel binnen als buiten het sociaal domein. Deze staan benoemd en beschreven in bijlage 1. Gemeenten hebben een wettelijke taak met betrekking tot (bijzondere) bijstand (inkomensondersteuning), schuldhulpverlening en vroegsignalering. Bijzondere bijstand is bedoeld voor bijzondere noodzakelijke kosten die niet via een andere regeling vergoed worden. Of een inwoner hiervoor in aanmerking komt, hangt af van het inkomen en het vermogen van een inwoner. Schuldhulpverlening heeft tot doel mensen met (dreigende) problematische schulden te ondersteunen, liefst naar een toekomst zonder schulden. Met de wijziging van de Wgs per januari 2021 is vroegsignalering van schulden een wettelijke taak van gemeenten geworden.
Hierdoor zijn woningverhuurders, drinkwaterbedrijven, energieleveranciers en zorgverzekeraars verplicht om signalen van betalingsachterstanden door te geven aan de gemeente. De gemeente is verplicht om deze signalen op te pakken. Naast de uitvoering van de wettelijke kaders, doet Meppel, net als de meeste andere gemeenten, meer. Zo zijn er diverse lokale minima- en kindregelingen en activiteiten, om mensen met een laag inkomen te ondersteunen en deelname aan de samenleving te bevorderen. Bij de totstandkoming van dit beleidsplan worden naast de taken die voortvloeien uit een wet, verschillende rapporten/visiedocumenten gebruikt, namelijk: - Het rapport van demissionair minister Carola Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen), over de aanpak van geldzorgen, armoede en schulden, die in 2022 verschenen is én de eerste voorgangsrapportage van dit rapport welke in 2023 verschenen is; - Het coalitieakkoord ‘gemeente Meppel 2022-2026, werk in uitvoering’; - De interne evaluatie op hoofdlijnen van het armoede-en schuldenbeleid die in 2022 vastgesteld is; - Het interne beleidsplan ‘Kansrijke Start Meppel’; - Het interne rapport ‘een werkende keten’; - Het interne visiedocument ‘Visie, missie en leidende principes Sociaal Domein’.
9
2. Meppel in beeld in Meppel 1800* inwoners ten minste 1 jaar van een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm, en 1600 inwoners minstens 4 jaar.
5,9% van de huishoudens in de gemeente Meppel had in 2020 te maken met geregistreerde problematische schulden. Het gaat om 879 huishoudens.
In 2020 groeide 9,7% van de kinderen in Nederland op in een huishouden met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. In Meppel is dat 7,9% van de kinderen. Dit zijn 500 kinderen, waarvan 300 kinderen 4 jaar of langer opgroeien in een gezin met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm Ongeveer 300 kinderen groeien op in een huishouden tot 101 % van de bijstandsnorm, waarvan 100 kinderen 4 jaar of langer.
In 2020 leefde 0,6% van de woningbezitters van een inkomen tot 101%, en 1,1% van de woningbezitters van een inkomen tot 120%.
9% van de inwoners in Meppel is laaggeletterd.
In 2020 leefde 13,7% van de huurders van een inkomen tot 101%, en 29,3% van de huurders van een inkomen tot 120%. In 2020 leefde 11,5% van de eenpersoonshuishoudens van een inkomen tot 101%, en 23,8% van de eenpersoonshuishoudens van een inkomen tot 120%. In 2020 leefde 2,6% van de meerpersoonshuishoudens van een inkomen tot 101%, en 5,8% van de meerpersoonshuishoudens van een inkomen tot 120%.
Jaarlijks verwachten we zo’n 1200 signalen van betaalachterstanden, afkomstig van woningverhuurders, drinkwaterbedrijven, energieleveranciers en zorgverzekeraars.
* Sommige cijfers zijn afkomstig uit 2020 omdat er sprake is van ‘trage’ data. Recentere cijfers zijn er in die gevallen niet bij het CBS.
10
3. Visie Mede door veranderingen in de maatschappij, zoals een hoge inflatie, staat de gemeente Meppel voor de nodige uitdagingen op het gebied van armoede. Niet voor niets is één van de pijlers in het coalitieakkoord “het intensiveren van de steun aan kinderen die in armoede opgroeien en proberen deze doelgroep beter te bereiken”. Daarnaast wordt in het coalitieakkoord stilgestaan bij schuldenproblematiek: “bij schuldenproblematiek creëren we ademruimte, zodat de geldzorgen niet langer het aanpakken van andere, onderliggende problemen in de weg staat”. Het is van groot belang dat er gelijke kansen zijn voor iédereen en iédereen mee kan doen. Armoede en schulden staan dit in de weg. De bestaanszekerheid komt hiermee onder druk te staan en dit heeft vaak (grote) gevolgen voor andere leefgebieden, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, onderwijs en wonen. Om de cirkel van armoede en kansenongelijkheid succesvol te doorbreken, en de bestaanszekerheid te herstellen, is het van belang om andere beleidsterreinen, zoals duurzaamheid, te betrekken en de samenwerking op te zoeken en te versterken. En daarnaast de goede samenwerking met partijen uit de gemeenschap, voort te zetten en uit te breiden. We hebben in de afgelopen jaren al veel gedaan op het gebied van armoede en schulden. Preventie neemt hierbij een steeds belangrijkere positie in.
In het coalitieakkoord wordt bijvoorbeeld het belang aangehaald van vroegsignalering, oftewel het via netwerken van ‘vindplaatsen’ (kinderopvang, scholen, huisartsen, thuiszorg, buurtwerk, corporaties, e.d.) trachten problemen zo vroeg mogelijk te signaleren, zodat verergering voorkomen kan worden. De uitdaging blijft om de samenhang en de samenwerking te vergroten met partijen intern en uit de gemeenschap. Daarnaast om de activiteiten die succesvol zijn te continueren, en de activiteiten die hierom vragen (eventueel na het doen van onderzoek) te versterken en aan te passen. Hierin nemen we de behoefte van inwoners en samenwerkingspartners mee en kijken we naar wat landelijk werkt. Een belangrijke randvoorwaarde bij deze uitdaging is een goede dienstverlening. Als gemeente Meppel staan we voor betrouwbaar partnerschap en een toegankelijke, laagdrempelige en heldere informatievoorziening waarbij de inwoner centraal staat en gewerkt wordt vanuit vertrouwen. We moeten wel eerlijk zijn over wat wel en niet haalbaar en realistisch is. De gemeente kan er niet voor zorgen dat armoede tot 0 gereduceerd wordt. daarbij kan zij er niet voor zorgen dat er in zijn geheel geen inwoners met problematische schulden meer zijn. Als gemeente kunnen we het lage inkomen dat een deel van onze inwoners heeft niet verhogen. Het inkomensbeleid is een taak van het Rijk.
Wel stellen we alles in het werk om inwoners met een bijstandsuitkering te ondersteunen op weg naar betaald werk. Om hen op die manier een beter financieel en sociaal uitzicht te bieden. Daarnaast blijven we kritisch kijken naar onze armoede- en schuldenaanpak en dienstverlening, en ons elke dag inzetten om die ondersteuning te kunnen bieden aan onze inwoners die noodzakelijk is.
11
4. Pijlers armoede- en schuldenaanpak Uit bovenstaande visie komen vijf pijlers voort die de basis vormen van onze armoede- en schuldenaanpak:
Pijler 1: Integrale aanpak De ingewikkelde en veelkoppige armoede- en schuldenproblematiek raakt bijna alle terreinen waar we als gemeente verantwoordelijk voor zijn: zorg en gezondheid, onderwijs en cultuur, jeugd, financiën, werk en economie, wonen en wijken, veiligheid, samenleven en integratie en duurzaamheid. De aanpak van armoede en schulden is een gezamenlijke opgave, waarbij een domeinoverstijgende aanpak de grootste kans op succes heeft. Een goede samenwerking tussen bestuur, beleid en uitvoering maakt hier deel van uit.
Pijler 2: Samen met de gemeenschap Armoede en schulden zijn problemen die de hele gemeenschap aangaan. Door de hardnekkigheid en de complexiteit ervan is iedereen nodig: het Rijk, gemeenten, inwoners, maatschappelijke instellingen, vrijwilligers, de wetenschap, bedrijven en scholen. We zijn samen verantwoordelijk. De gemeente heeft hierbij een faciliterende en verbindende rol. Op dit moment zijn er al vele goede en waardevolle initiatieven en samenwerkingsverbanden, zoals het Geldloket, het Armoedepact en Stichting Kindsupport Meppel, om armoede- en schuldenproblematiek (in een vroegtijdig stadium) aan te pakken en de gevolgen van ervan te verzachten. De verbinding, samenwerking en afstemming tussen al deze partners is een belangrijke sleutel tot succes. Een niet te onderschatten factor in dit succes is onze ervaringsdeskundige armoede en sociale uitsluiting. Zij zet individuele- en collectieve ervaringskennis in om de leefwereld van mensen in armoede inzichtelijk te maken. Daarmee vervult zij een brugfunctie tussen beleid, uitvoering en de mensen die van weinig geld moeten zien rond te komen. Daarnaast helpt zij mensen om weer vertrouwen te krijgen in hun eigen kracht en mogelijkheden. Om vervolgens die kracht te gebruiken om vicieuze cirkels te doorbreken en zichzelf verder te ontwikkelen (empowerment).
Pijler 3: Bestaanszekerheid als vertrekpunt en bevorderen kansengelijkheid Bestaanszekerheid is de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen, de zekerheid van werk en van mee kunnen doen in de samenleving. En daarnaast de zekerheid van een dak boven je hoofd in een geschikte en betaalbare woning. En in een veilige en prettige omgeving, met snelle en toegankelijke dienstverlening. Uit onderzoek blijkt dat armoede en schulden uitzicht op een beter bestaan in de weg staan, en daarmee de bestaanszekerheid bedreigen. Dit werkt verlammend en heeft een negatieve invloed op allerlei terreinen. Bestaanszekerheid staat aan de basis en is het startpunt van waaruit inwoners, die van weinig geld moeten zien rond te komen en/of schulden hebben, ondersteund worden om stappen te zetten op weg naar een betere toekomst. Inwoners die met een hulpvraag komen, helpen we met armoedevoorzieningen of verwijzen we door naar één van onze partners. Het bieden van gelijke kansen aan mensen in armoede en het vergroten van kansen staan hierbij voorop. Het investeren in deelname van kinderen aan sport en cultuur bijvoorbeeld, draagt bij aan het vergroten van kansen, vergroot het uitzicht op een beter perspectief en verkleint daarmee het risico op generatiearmoede.
12
Pijler 4: Vroeg, laagdrempelig en proactief Het is belangrijk om er zo vroeg mogelijk bij te zijn als mensen hun rekeningen niet meer kunnen betalen. Met de wijziging van de Wgs per januari 2021 is vroegsignalering van schulden een wettelijke taak van gemeenten geworden. Gemeenten zijn verplicht om de signalen op te pakken en actie te ondernemen. Deze taak nemen we als gemeente serieus, omdat met deze preventieve aanpak de kans verkleind wordt dat inwoners grote schulden opbouwen en daarnaast de (financiële) stress verkleint bij inwoners. Bij (financiële) stress ontbreekt het mensen vaak aan het zogenaamde ‘doenvermogen’. Mensen zijn dan niet meer in staat om zelf actie te ondernemen en hulp te vragen, terwijl dit wel nodig is. Daarom is een proactieve benadering nodig om mensen te helpen. Daarbij ervaren mensen een drempel om hulp te vragen, uit schaamte en het stigma die armoede en schulden met zich meebrengen. Het overbruggen van dit schaamtegevoel is een reden waarom een goede behandeling bij het (allereerste) contact erg belangrijk is. Een respectvolle en positieve benadering zonder oordelen, vertrouwen en erkenning, en focus op eigen veerkracht en regie zijn hierbij noodzakelijk.
Pijler 5: Benutten van wetenschappelijke inzichten en ervaringskennis De wetenschap biedt bruikbare kennis over factoren die bijdragen aan (langdurige) armoede en over de vele gevolgen ervan op gezondheid, welzijn, samenleven en kansen. Wetenschappelijk onderzoek heeft nog geen baanbrekende oplossing voor armoede opgeleverd, maar wel handige instrumenten om bepaalde oorzaken aan te pakken en hiermee armoede zo goed mogelijk te kunnen bestrijden, en daarbij zoveel als mogelijk te voorkomen dat armoede van generatie op generatie overgaat. Daarnaast wordt ingezet op (individuele- en collectieve) ervaringskennis, die wordt ingebracht door onze ervaringsdeskundige armoede en sociale uitsluiting.
13
5. Doelen Onze aanpak van armoede en schulden begint niet bij nul. In de afgelopen jaren hebben we al veel gedaan om onze inwoners in armoede en schulden te helpen, zowel vanuit preventie maar tevens als oplossing bij bestaande problemen. De aanpak gaan we, samen met onze inwoners en maatschappelijke partners, afhankelijk van de activiteit voortzetten, onderzoeken/ versterken, dan wel aanpassen. We stellen vijf doelen vast (deze zijn voorgekomen uit onze visie en pijlers) waar onze aanpak aan bijdraagt: 1. Inwoners maken gebruik van de regelingen en toeslagen waar zij recht op hebben. Het verbeteren van de communicatie en toegankelijkheid helpt hierbij. 2. Kinderen die opgroeien in een gezin waar weinig geld beschikbaar is, de kans geven om mee te doen in de samenleving, zodat zij met gelijke(re) kansen aan de toekomst beginnen. 3. Inwoners met een laag besteedbaar inkomen kunnen meedoen in de samenleving . 4. Inwoners met (problematische) schulden krijgen de hulp die zij nodig hebben . 5. Preventie en de aanpak van oorzaken van armoede en problematische schulden.
Doel 1. Inwoners maken gebruik van de regelingen en toeslagen waar zij recht op hebben. Het verbeteren van de communicatie en toegankelijkheid helpt hierbij We hechten er belang aan dat iedereen mee moet kunnen doen in de maatschappij. Iedereen die het zonder ondersteuning niet redt, kan een beroep doen op de gemeente. In tabel 1 staat weergegeven in hoeverre er het afgelopen jaar gebruik gemaakt is van (kind) regelingen. In hoofdstuk 6 staat vervolgens beschreven in hoeverre deze regelingen worden voortgezet, onderzocht/versterkt, dan wel aangepast. Dit geldt voor de activiteiten ten aanzien van doelen 2,3 en 4. In bijlage 2 ten slotte valt te lezen wat elke regeling precies inhoudt. Tabel 1: Overzicht minimaregelingen
Omschrijving regeling
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Inkomensgrens (% van de toepasselijke bijstandsnorm) 100%
Individuele inkomenstoeslag (IIT)
105%
Fonds deelname maatschappelijke activiteiten (FDMA)
110%
Bijzondere bijstand**
120%
Collectieve zorgverzekering
120%
Vermogensgrens
Goedgekeurde aanvragen in 2022
Aantal inwoners (Gebaseerd op inkomensgrens)*
Tussen de € 1.195,66 en € 1934,44 (afhankelijk van leeftijd en woonsituatie) € 7.605,00 voor een alleenstaande en €15.210,00 voor gehuwden/ samenwonenden € 7.605,00 of €15.210,00, afhankelijk van leeftijd en woonsituatie € 7.605,00 of €15.210,00, afhankelijk van leeftijd en woonsituatie € 7.605,00 of € 15.210,00 afhankelijk van leeftijd en woonsituatie
826
1300
470
1700*
643
2100
305
2700
532
2700
14
Energietoeslag Stichting Kindsupport Meppel
120% In de meeste gevallen 120%
Geen vermogensgrens €1.500, indien een volledige inkomenstoets wordt uitgevoerd
1790 882 aanvragen waarbij het gaat om 354 kinderen***
2700 500 kinderen bij 120% en 600 kinderen bij 130%
* bij de bepaling van de IIT is niet alleen de hoogte van het inkomen van belang maar ook de duur van het lage inkomen en de mogelijkheden om nog deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Dat maakt dat de daadwerkelijke doelgroep veel lager uit zal vallen dan wanneer we alleen naar de hoogte van het inkomen kijken. ** Cijfers afkomstig uit 2020. *** Stichting Kindsupport Meppel is een samenwerkingsverband tussen Jeugdfonds Sport en Cultuur Drenthe, Stichting Leergeld Meppel, Stichting Jarige Job, Nationaal Fonds Kinderhulp en de gemeente Meppel. Het is mogelijk dat een ouder voor een kind op meerdere van genoemde organisaties een beroep doet. Stichting Leergeld voert namens de gemeente zowel de participatieregeling schoolgaande kinderen, als de laptopregeling uit.
De cijfers van de minimaregelingen laten zien dat een deel van onze inwoners die in aanmerking komt voor één of meerdere regelingen, de weg hier naartoe weet te vinden. Hoeveel van de inwoners die tot een bepaalde inkomenscategorie behoren (bijvoorbeeld 110% of 120%), precies voor bovengenoemde regelingen in aanmerking komen en dus hoe hoog het bereik is, is niet exact te bepalen. Naast de inkomensgrens is namelijk de vermogensgrens van belang (met uitzondering van de energietoeslag). En hoeveel vermogen iemand heeft is bij ons niet bekend, tot het moment dat een inwoner een aanvraag indient. Bovenstaande tabel geeft daarom een globaal beeld van het bereik van de regelingen. Goed om erbij te vermelden is dat het niet voor alle regelingen relevant is om te weten wat het bereik is. De bijzondere bijstand bijvoorbeeld wordt in bijzondere omstandigheden aangevraagd, het is geen categoriale regeling die voor een bepaalde doelgroep geldt. Het is hierbij wel van belang dat, mochten mensen een beroep willen doen op bijzondere bijstand, zij hiervan af weten en weten wanneer zij hiervoor in aanmerking komen. Aan ons de taak om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk rechthebbenden op de hoogte zijn van alle regelingen die er zijn en de stap durven te zetten om de gemeente te benaderen voor hulp. Alles valt of staat met goede communicatie.
Communicatie is van groot belang bij het onderwerp armoede en schulden. Dit betekent open en eerlijk communiceren, waarbij gewerkt wordt vanuit vertrouwen. Daarbij communiceren we zo veel mogelijk op B1- niveau. Communiceren op dit niveau zorgt ervoor dat de informatie voor een grote groep begrijpelijk is ( inclusief laaggeletterden). Dit betekent makkelijke en eenvoudige informatie, waarbij de boodschap en communicatiemiddelen aansluiten bij de verschillende doelgroepen.
Doel 2. Kinderen die opgroeien in een gezin waar weinig geld beschikbaar is, de kans geven om mee te doen in de samenleving, zodat zij met gelijke(re) kansen aan de toekomst beginnen Kinderen die opgroeien in armoede doen dat in een gezin met een laag inkomen. Maar opgroeien in armoede is meer dan opgroeien in een gezin met een financieel tekort. Op vrijwel alle levensdomeinen hebben deze kinderen te maken met materiele en immateriële tekorten wat hen belemmert in hun ontwikkeling en hen beperkt in hun kansen in de toekomst. Dit wordt kansarmoede genoemd. Dit maakt het lastiger om een goed toekomstperspectief te hebben. Kinderen uit gezinnen met een laag inkomen hebben minder vaak een voorspoedige schoolloopbaan, mede doordat zij niet altijd veilig gehecht zijn, en hebben een achterstand op leeftijdsgenootjes op verschillende andere vlakken. Dit heeft gevolgen het gebied van gezondheid. Obesitas komt bij deze kinderen vaker voor. Dit is niet alleen slecht voor de gezondheid, maar deze kinderen worden daarnaast vaker gepest en gestigmatiseerd. Dit komt de kwaliteit van leven niet ten goede.
We vinden het belangrijk dat ieder kind echt mee moet kunnen doen en er dus geen enkel kind wordt uitgesloten, los van de financiële situatie van de ouders/verzorgers (het verbeteren van de financiële situatie van de ouders helpt wel, want dit zorgt ervoor dat zij zelf in staat zijn om hun kind mee te laten doen), want nu meedoen is straks meetellen. Daarbij verdient ieder kind de kans om zich te ontwikkelen tot wie hij of zij kan of wil zijn en de kans op een goede en gezonde toekomst. In de gemeente Meppel zijn er veel activiteiten, zowel vanuit de gemeente als de gemeenschap, die erop gericht zijn om kinderen mee te laten doen en de kans op een goede toekomst te vergroten. Kindsupport Meppel en de Gelijke Kansen Alliantie zijn hier goede voorbeelden van (waarover meer in bijlage 2). 15
Doel 3. Inwoners met een laag besteedbaar inkomen kunnen meedoen in de samenleving Leven met een laag besteedbaar inkomen zorgt ervoor dat mensen minder financiële en minder mentale ruimte hebben om te participeren in sociale activiteiten. Zo kunnen zij praktisch gezien bijvoorbeeld entreegelden of contributie niet betalen, en sociale activiteiten mijden door schaamte en mentale barrières. Niet mee (kunnen) doen en geen toegang hebben tot maatschappelijk erkende behoeften, belemmert mensen in hun ontwikkeling, kansen, mogelijkheden en welzijn. Kansarmoede speelt zich af op verschillende, onderling verweven domeinen. Figuur 1 geeft de verschillende domeinen weer waarop kansarmen beknot kunnen worden in hun kansen. Iedereen in de gemeente Meppel, tevens onze inwoners met een laag besteedbaar inkomen, moeten mee kunnen doen in de maatschappij en zich daarbij gezien en erkend voelen. Dat zij zich niet minderwaardig voelen en sociaal uitgesloten, en de kans krijgen en de mogelijkheden hebben om te participeren in de samenleving, en talenten en competenties kunnen ontwikkelen om vooruit te komen. Waar een persoon behoefte aan heeft, verschilt van persoon tot persoon. Voor de een is dit het beoefenen van een sport en voor de ander het vergroten van de economische veerkracht met de inzet van een ervaringsdeskundige.
En voor een derde het vinden van zijn of haar weg in de moeilijke gedigitaliseerde samenleving door hulp te krijgen van een medewerker van het Geldloket bij het aanvragen van bijvoorbeeld een regeling en/of het invullen van formulieren voor de Belastingdienst.
figuur 1: de domeinen waarop kansarmoede zich afspeelt
16
Doel 4: Inwoners met (problematische) schulden krijgen de hulp die zij nodig hebben Met schuldhulpverlening bereiken we goede resultaten. De ervaring is echter dat mensen zich pas laat melden voor schuldhulpverlening. We steken daardoor noodgedwongen veel tijd en energie in het vinden van een oplossing voor de schulden. In dit beleidsplan verschuiven we het accent meer in de richting van preventie. Een goed voorbeeld hierbij in de praktijk is het aangesloten zijn op Geldfit (onderdeel van de Nederlandse Schuldhulproute, waarover meer in bijlage 2). Daarnaast willen we met vroegsignalering van schulden voorkomen dat betalingsachterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot een problematische schuldsituatie. Dit bespaart een hoop ellende voor de inwoner en sluit aan bij onze stress-sensitieve dienstverlening. Signalen van een betalingsachterstand worden echter alleen aangeleverd door woningverhuurders, drinkwaterbedrijven, energieleveranciers en zorgverzekeraars, waardoor niet alle signalen van betalingsachterstanden in een vroegtijdig stadium bij ons bekend zijn. Daarnaast zijn er mensen, die om uiteenlopende redenen, het hulpaanbod bij een vroegsignaal niet accepteren en daardoor het risico lopen op grotere schulden.
Deze groepen mensen laten we niet zitten, maar leiden we (in samenspraak met de inwoner) op het moment dat de inwoner hier klaar voor is, naar de meest passende vorm van hulp. Dit kan de GKB Drenthe zijn voor een schuldhulpverleningstraject en/of budgetbeheer, dan wel beschermingsbewind. Of het kan één van onze maatschappelijke partners zijn. Dit hangt ten eerste af van de (financiële) situatie van de persoon in kwestie. Naast het financiële aspect wordt gekeken naar omstandigheden en oorzaken die samenhangen met schulden. Denk hierbij aan gezondheid, de gezinssituatie, problemen rondom de woonsituatie, verslaving en psychosociale problemen. Niet alleen is er hulp beschikbaar voor particulieren. Dit geldt tevens voor ondernemers. Ondernemers proberen we op een zo goed mogelijke wijze te helpen. Dit denken wij te doen door Zuidweg Schuldhulp hiervoor in te schakelen. Zij zijn gespecialiseerd in schuldhulpverlening voor ondernemers.
Doel 5: Preventie en de aanpak van oorzaken van armoede en problematische schulden Het voorkomen van armoede en problematische schulden is een belangrijk aandachtspunt, evenals het voorkomen dat mensen terugvallen nadat ze uit de financiële problemen zijn geholpen. Wij zetten in op het beter bereiken van de jonge generatie waar het gaat om het voorkomen van schuldenproblematiek. Door vroegtijdig betalingsachterstanden te signaleren kunnen wij inwoners sneller helpen, bijvoorbeeld bij particuliere verhuurders. Tot slot zetten wij ons in voor een integrale aanpak gericht op risico’s, zoals bijvoorbeeld eenzaamheid, gezondheidsen leefstijlproblematiek, die een oorzaak kunnen vormen voor mogelijke armoede- en schuldenproblematiek.
17
6. Dit doen we We zetten activiteiten, dan wel regelingen, in om de doelen te behalen. Onderstaand is een overzicht te zien van de activiteiten/regelingen per doel, waarbij de activiteiten/regelingen die horen bij doel 5 verweven zijn met de andere doelen. We maken onderscheid tussen bestaande activiteiten/regelingen die we voortzetten, activiteiten/regelingen die we onderzoeken, dan wel willen versterken en activiteiten/regelingen die aangepast zijn/worden. In dit hoofdstuk worden alle activiteiten/regelingen benoemd. Daarnaast worden de activiteiten/regelingen die onderzocht, dan wel versterkt worden, kort toegelicht. In bijlage 2 wordt vervolgens uitgebreid ingegaan op alle hieronder genoemde activiteiten/regelingen. Groen= Voortzetten Oranje= Onderzoeken/versterken Rood= Aanpassen Doel 1: Inwoners maken gebruik van de regelingen en toeslagen waar zij recht op hebben. Het verbeteren van de communicatie en toegankelijkheid helpt hierbij. - Individuele Inkomenstoeslag (IIT) - Bijzondere bijstand - Participatieregeling schoolgaande kinderen - Kwijtschelding Gemeentelijke belastingen - Fonds Deelname Maatschappelijke Activiteiten (FDMA) - Energietoeslag - Laptopregeling - Collectieve zorgverzekering - Procesoptimalisatie Doel 3: Inwoners met een laag besteedbaar inkomen kunnen meedoen in de samenleving.
-Ervaringsdeskundige armoede en sociale uitsluiting - Vrouwensupportgroep - Supermarktbon - Boekje ‘leven met weinig geld’, wegwijzer voor hulp in Meppel - Armoedepact - Humanitas Zuid-West Drenthe - Adviesraad Sociaal Domein ‘Werk & Meedoen’ - Arme Kant van Meppel - Welzijn MensenWerk - Voedselbank - Voorzieningenwijzer - VIA spreekuur - Datgeldtvoormij - Gezondverzekerd - Stichting krijg een Kans - Geldloket - Energiearmoede - Volwassenfonds Sport en Cultuur -Collectieve zorgverzekering - Procesoptimalisatie
Doel 2: Kinderen die opgroeien in een gezin waar weinig geld beschikbaar is, de kans geven om mee te doen in de samenleving, zodat zij met gelijke(re) kansen aan de toekomst beginnen. - Kindsupport Meppel - Stichting Leergeld Meppel - Jeugdfonds Sport en Cultuur Drenthe - Stichting Jarige Job - Nationaal Fonds Kinderhulp - Kansrijke start - Gelijke kansen alliantie - Boekje ‘Geldwijzer bijna 18’ - Stichting Grote Broer - Financiële educatie op scholen - Procesoptimalisatie Doel 4: Inwoners met (problematische) schulden krijgen de hulp die zij nodig hebben. - Consulenten Geldzorgen - Schuldhulpverlening - Stichting Schuldhulp Meppel -Leenfonds Meppel - Doorbreken taboe/schaamte - Nederlandse Schuldhulproute (NSR) - Vroegsignalering van schulden - Zuidweg schuldhulp - Zelfbetalersbeleid - Gemeentelijke Kredietbank Drenthe (GKB) Drenthe) - Integrale beleidsregels schuldhulpverlening
18
Er liggen verschillende redenen aan ten grondslag om onderzoek te doen naar een activiteit/regeling. Bijvoorbeeld omdat een wijziging beter past bij de actuele situatie. Ook kan besloten worden om een betreffende activiteit/regeling anders in te richten, omdat een pilot is gestopt en besloten is om de pilot structureel te maken, of omdat er landelijke trends zijn die noodzakelijk zijn om te volgen. Daarnaast is er landelijke wetgeving waar aan moet worden voldaan. Goed om te benadrukken is dat binnen de daarvoor financieel begrote middelen het een continue afweging is of de juiste dingen nog gedaan worden en welke bijdrage zij leveren aan de doelstellingen. Naar de volgende activiteiten/regelingen gaat onderzoek worden gedaan (welke op de vorige bladzijde in het oranje staan weergegeven): • •
• • • • • • •
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen: er wordt onderzocht of het financieel mogelijk is om de vermogensgrens, om in aanmerking te komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, te verhogen. Fonds Deelname Maatschappelijke Activiteiten (FDMA): er wordt onderzocht of de hoogte van de tegemoetkoming van het Fonds Deelname Maatschappelijke Activiteiten (FDMA) voldoende toereikend is, of dat deze geïndexeerd moet worden, dan wel dat de oprichting van een volwassenfonds sport en cultuur noodzakelijk is. De laptopregeling: er wordt onderzocht of het wenselijk is om de grens (de bijstandsnorm) om in aanmerking te komen voor de laptopregeling, te verhogen van 110% naar 120% van de bijstandsnorm. Collectieve zorgverzekering: we blijven kritisch kijken naar de hoogte van de gemeentelijke bijdrages voor de verschillende pakketten. Op het moment dat wij een andere verdeling van de premiebijdrage passender achten, zullen wij hier wijzigingen in doorvoeren. Procesoptimalisatie: in het kader van procesoptimalisatie bekijken wij doorlopend hoe wij als gemeente de afhandeling van werkprocessen efficiënter kunnen inrichten. Hierin wordt ook de vraag meegenomen hoe aanvragen gedigitaliseerd kunnen worden, dan wel ambtshalve toegekend kunnen gaan worden.
Financiële educatie op scholen: de mogelijkheden worden onderzocht om, samen met scholen en andere partijen uit de gemeenschap, middelbare scholieren uit de bovenbouw en Mbo leerlingen, financiële vaardigheden bij te brengen. Geldloket: er wordt onderzocht hoe het Geldloket, na een succesvolle pilot, de komende jaren het beste ingericht kan worden. Vroegsignalering van schulden: we gaan doorlopend bekijken of op het gebied van vroegsignalering van schulden, het maximale uit de tijd en middelen wordt gehaald. Zuidweg Schuldhulp: de samenwerking met Zuidweg Schuldhulp wordt geëvalueerd, en indien hiertoe aanleiding is andere mogelijke opties verkent.
Daarnaast zijn er activiteiten/regelingen die niet benoemd worden in het overzicht op de vorige bladzijde, maar die wel interessant zijn om te onderzoeken/in de gaten te houden: • •
Nazorg in het kader van schuldhulpverlening: er wordt onderzocht hoe nazorg in het kader van schuldhulpverlening het beste vormgegeven kan worden. Regelingen meer bundelen: de mogelijkheid wordt onderzocht om de (minima) regelingen meer te bundelen, in plaats van apart te verstrekken.
Mochten één of meerdere van bovengenoemde onderzoeken leiden tot beleidswijzigingen, dan worden deze voorgelegd aan de Raad. Daarnaast kan de conclusie zijn van een bepaald onderzoek dat de huidige wijze waarop een activiteit of regeling wordt uitgevoerd/vastligt, de beste wijze is. In dat geval wordt betreffende activiteit of regeling niet aangepast.
19
7. Schuldhulpverlening De inzet vanuit schuldhulpverlening richt zich op het krijgen van een financieel stabiele situatie voor inwoners vanaf het moment van aanmelding. Goede schuldhulpverlening draagt bij aan de bestrijding van armoede en geeft inwoners meer mogelijkheden om actief deel te nemen aan het sociale en maatschappelijke leven. Deze inzet zetten wij voort. Vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) worden allerlei verplichtingen opgesteld richting gemeenten op het gebied van schuldhulp. Daarbij hebben de afgelopen jaren, en vrij recent, wijzigingen plaatsgevonden in de Wgs. Zo is vroegsignalering van (dreigende) problematische schulden expliciet vastgelegd als (regie) taak van gemeenten. De Wgs en vroegsignalering zullen in het vervolg van dit hoofdstuk verder besproken worden, net als schuldhulpverlening voor gezinnen met minderjarige kinderen, de GKB, Zuidweg Schuldhulp en het zelfbetalersbeleid.
A. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) De Wgs hanteert de volgende definitie van schuldhulpverlening: “het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijk persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg.” Een definitie van integrale schuldhulpverlening, zoals we dit nastreven, staat niet beschreven in de wet. Met integraal bedoelen we enerzijds dat wordt uitgegaan van alle stappen van preventie (voorkomen) tot nazorg. Anderzijds bedoelen we met integraal een brede benadering van de aanpak. Dus niet alleen de aanpak van schulden, maar daarnaast de aanpak van andere problematiek. Dit betekent samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen en samenwerking met verschillende partners. De manier waarop we invulling geven aan de betekenis van integrale schuldhulpverlening loopt als een rode draad door het hele beleidsplan (o.a. in de pijlers, doelen en activiteiten).
B. Vormgeven schuldhulpverlening gezinnen met minderjarige kinderen Gezien de impact die opgroeien in armoede/schulden heeft op kinderen, krijgen gezinnen met minderjarige kinderen voorrang binnen de Wgs. Binnen de preventieve activiteiten (activiteiten gericht op het voorkomen van schulden) is de doelgroep ‘gezinnen met minderjarige kinderen’ belangrijk, zodat de cirkel van armoede/schulden kan worden doorbroken. Een voorbeeld hiervan is de aanpak vroegsignalering. Als daar gezinnen met kinderen in beeld komen, wordt er voor een andere aanpak gekozen. Daarnaast richten onze samenwerkingspartners zich extra op deze doelgroep.
C. Gemeentelijke kredietbank Drenthe (GKB Drenthe), en de rol van de consulenten Geldzorgen hierbij Een deel van de taken en bevoegdheden uit de Wgs wordt op dit moment uitgevoerd door de GKB Drenthe. De GKB is een organisatie voor hulp bij schulden, preventie van schulden, inkomensbeheer, sociale kredietverlening en beschermingsbewind. In bijlage 2 wordt de huidige stand van zaken met betrekking tot de GKB uitgelegd. Met de GKB zijn afspraken gemaakt over de werkwijze en de wijze waarop wordt samengewerkt tussen hen en onze consulenten Geldzorgen. De consulent Geldzorgen doen bij aanmelding van een inwoner bij de gemeente een uitgebreide integrale intake en stelt vervolgens, in samenspraak met de inwoner, een plan van aanpak op (zie bijlage 2 voor een uitgebreide beschrijving van de taken van een consulent Geldzorgen). In dit plan staat mede welke vorm van hulp het meest passend is. De meest geschikte vorm van hulp is in de meeste gevallen een partner in het voorliggende veld (gemiddeld zo’n 80%). Dit betekent een maatschappelijk partner (inclusief subsidiepartner), zoals Stichting Schuldhulp Meppel of Humanitas. In ongeveer 20% van de gevallen wordt beoordeeld dat tweedelijns schuldhulp, de GKB, noodzakelijk is en de inwoner het beste kan helpen. Indien een inwoner wordt aangemeld bij de GKB Drenthe, doen zij een beperkte intake met de inwoner (m.u.v.
rechtstreekse aanvraag bewindvoering bij de GKB en crisismeldingen, in dat geval doen ze een integrale intake). Vervolgens wordt een voortraject schuldregeling en een schuldregeling opgestart, en/of budgetbeheer, dan wel beschermingsbewind toegekend. In alle gevallen blijft de consulent Geldzorgen de regie houden, en zien zij toe op het traject dat een inwoner doorloopt. 20
D. Zuidweg Schuldhulp Naast particulieren die hulp nodig hebben bij schulden, kunnen ondernemers hulp nodig bij schulden. We hebben deze taak uitbesteed aan Zuidweg Schuldhulp. Zij doen de intake en stellen, in samenspraak met de inwoner, het plan van aanpak op. Hierbij maken zij de financiële problemen inzichtelijk en bieden oplossingen op maat, met als doel een financieel gezonde toekomst voor ondernemers.
E. Minnelijk traject Per 1 juli 2023 is de looptijd van de wettelijke schuldsanering (Wsnp) gehalveerd van drie naar anderhalf jaar. De minnelijke regeling, dit is een schuldhulpverleningstraject zonder tussenkomst van de rechter (die bij ons door de GKB Drenthe wordt uitgevoerd), wordt gehalveerd van drie naar anderhalf jaar. De verkorting biedt mensen met schulden sneller perspectief op een schuldenvrije toekomst, maar geeft tegelijkertijd minder tijd om mensen middels begeleiding voldoende te ondersteunen en te komen tot meer financiële zelfredzaamheid. Om het ontstaan van (nieuwe) schulden te voorkomen is begeleiding en nazorg van groot belang. Dit is altijd maatwerk; het is gebaseerd op de ondersteuning die de inwoner nodig heeft en de ondersteuning kan, indien noodzakelijk, doorlopen na de aflosperiode.
F. Vroegsignalering van schulden Voor iedereen met geldzorgen, maar zeker voor mensen met beginnende schulden, is het cruciaal dat schulden snel gesignaleerd worden en hulp beschikbaar is. Om mensen met beginnende schuldenproblematiek sneller in beeld te krijgen is per 1 januari 2021 de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gewijzigd, waardoor vroegsignalering duidelijker verankerd is in de wet. Met deze wijziging is vroegsignalering van schulden op basis van signalen door (de vaste lasten partners) woningverhuurders, drinkwaterbedrijven, energieleveranciers en zorgverzekeraars een wettelijk taak voor gemeenten geworden. Sindsdien is de gemeente Meppel aangesloten bij het Landelijk Convenant Vroegsignalering, net als de meeste vaste lasten partners. Bij betalingsachterstanden geven zij (de vaste lasten partners) binnen de daarvoor gestelde termijnen, en na voldaan te hebben aan de regels van sociale incasso, signalen door waarna wij als gemeente deze signalen oppakken. Daarnaast zijn met de woningcorporaties Woonconcept en Actium, nadere afspraken gemaakt omtrent vroegsignalering. Met deze woningcorporaties hebben we op gezette tijden overleg om de voortgang van vroegsignalering te bespreken en de aanpak eventueel bij de stellen. Onze taak t.a.v.
vroegsignalering nemen we serieus, omdat met deze preventieve aanpak de kans verkleind wordt dat inwoners grote schulden opbouwen. Daarnaast verkleint het de (financiële) stress bij inwoners. We gaan met enige regelmaat na of de werkwijze zoals die nu is, de juiste is, of dat (kleine) aanpassingen noodzakelijk zijn.
G. Zelfbetalersbeleid Sinds 2013 hanteren we als gemeente Meppel het zelfbetalersbeleid. Mensen die vallen onder dit beleid, moeten de kosten van het schuldhulpverleningstraject bij de GKB Drenthe zelf betalen. Zij vallen hieronder als zij boven de norm van 110% van de bijstandsnorm uitkomen, met als kanttekening dat tenminste 110% van de bijstandsnorm over moet blijven als de kosten van de schuldregeling en de kosten van budgetbeheer (indien van toepassing) betaald zijn. Hierbij geldt het ‘alles-of-niets’ principe. Dit houdt in dat de aanvrager alleen gerekend wordt tot de doelgroep ‘zelfbetaler’, indien bij aftrek van de kosten van de schuldregeling en (indien van toepassing) budgetbeheer, minimaal 110% van de bijstandsnorm overblijft. Het schuldhulpverleningstraject bestaat uit verschillende onderdelen: - voortraject schuldregeling; - de schuldregeling; - budgetbeheer opstart (BBR opstart); - budgetbeheer maandelijks (BBR maandelijks); - budgetbeheer einde (BBR einde). Niet elk onderdeel is voor elke inwoner van toepassing. Een schuldhulpverleningstraject is daarmee maatwerk. 21
Argumenten Wat betreft de schuldregeling (en het voortraject schuldregeling), is het, ongeacht het inkomen van de inwoner, wettelijk niet meer toegestaan om hiervoor kosten in rekening te brengen aan de inwoner. Wat betreft budgetbeheer is het in rekening brengen van kosten aan de inwoner wel toegestaan. Met betrekking tot budgetbeheer worden in het huidige zelfbetalersbeleid de maandelijkse BBR kosten meegenomen bij het bepalen van het vrij te laten bedrag voor schuldeisers. Hierdoor blijft er minder afloscapaciteit over, wat de kans verhoogt dat schuldeisers in het minnelijke traject (MSNP) niet akkoord gaan. Wanneer dit gebeurt, volgt het wettelijke traject Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP). Budgetbeheer kan er dus aan bijdragen dat mensen eerder in de WNSP terecht komen. Dit is niet wenselijk. Daarnaast zien we dat mensen die een inkomen hebben tussen de 110% en 120% van de bijstandsnorm, financieel voordeliger uit zijn als zij kiezen voor beschermingsbewind in vergelijking met budgetbeheer. Voor vergoeding van de kosten van beschermingsbewind ligt de norm namelijk op 120%. Dit is niet wenselijk, omdat we minder mensen in het zware middel beschermingsbewind willen hebben.