CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen van R. van Leeuwen - Omgevingsvisie

1 - RAADSVERGADERING 24 april 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Vaststelling omgevingsvisie gemeente Meppel1.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen R. van Leeuwen (Sterk Meppel) – Omgevingsvisie Fractie (naam indiener) Sterk Meppel (R. van Leeuwen)

Vraag 1. In de zienswijze van ProRail staat: “Over de toekomst van de overwege Reeststouwe en over de bereikbaarheid van bedrijventerrein Noord III via een ongelijkvloeerse spoorkruising is ProRail al enige tijd met uw gemeente in overleg en is voor het 2e deel zelfs een pre-verkenning uitgevoerd”. Betekent het dat er voor Noord III ontsluiting een pre-verkenning is gedaan en nog niet voor de Reeststouwe? Indien voor de Reeststouwe nog geen pre-verkenning is gedaan, wanneer staat deze op de planning? 2. In 3.3 onder schone bodem wordt gesproken over de nota Bodembeheer (2013). Is deze nota voldoende voor de verontreinigingen en andere zaken die spelen rondom bodembeheer? Denk bijvoorbeeld aan toepassen van AECbodemassen als fundering van wegen, ophogingen en geluidswallen; staalslakken die toegepast worden in (geluids)wallen; Thermisch Gereinigde Grond (TGG) en PFAS-houdende grond.

Antwoord Voor zowel de Reeststouwe als voor de overweg bij Noord III is een pre-verkenning gedaan. Voor beiden zijn onderzoeken gedaan wat de mogelijkheden zijn om deze overwegen ongelijksvloers te maken. Het betreft wel andere gebieden waar deze locaties liggen. Dit maakt dat er mogelijk andere planningen volgen.

De AEC-bodemas, die als fundering voor wegen en voor geluidswallen kan worden gebruikt is op grond van het Besluit bodemkwaliteit aangewezen als IBCbouwstof. De bodemas moet voldoen aan de kwaliteitseisen van dit Besluit bodemkwaliteit. Bij het nuttig toepassen van grond en baggerspecie moet worden voldaan aan de kwaliteitseisen die hierop op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Meppel, het Bal en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn. Tijdens het tot stand komen van de omgevingsvisie was de Nota bodembeheer zoals vastgesteld door de raad op 1 oktober 2020 van kracht (zie ook het antwoord op vraag 3). Daarmee is de kwaliteit van de bodem binnen de gemeente Meppel geborgd.

3. Is een geüpdatete versie van de nota Bodembeheer niet in september 2020 vastgesteld door de gemeenteraad? En zou deze niet als referentie moeten dienen?

4. In 4.4 Levendige binnenstad onder zo houden we de binnenstad vitaal. Wordt gesproken over het succes van de verkleuring van delen van de aanloopstraten in de binnenstad. Wordt hier de komende jaren ook nog op ingezet? Blijft er een groot genoeg winkelgebied over wanneer het aantal inwoners groeit naar 42.500? 5. De grafiek op pagina 55 heeft vermoedelijk de verkeerde legenda of ontbreekt in de legenda de kleur lichtgroen en in de grafiek zelf de data van 2040? 6. Wanneer ik de gegevens van de grafiek op pagina 55 gebruik kom ik op een percentage van 20,7% 65+ op dit moment en 25,0% in 2040. Dit is boven het landelijke gemiddelde van 19,5% nu en 23,8% in 2040. Hoe worden de verschillen tussen de gegevens van de omgevingsvisie en de gegevens die ik hier presenteer verklaart? 7. In 5.1 Woningbouw onder woningtypen wordt gesproken over hogere gebouwen. Wat is de (gewenste)

De gemeenteraad heeft inderdaad op 1 oktober 2020 ingestemd met de (regionale) nota bodembeheer en de bijbehorende bodemkwaliteitskaart. Er is sprake van een onjuiste verwijzing in het document. Hier vloeien echter geen consequenties uit voort. Na vaststelling passen we dit redactioneel aan. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie in omgevingsprogramma’s zal de nota van 2020 als uitgangspunten worden gehanteerd. Er komt geen nieuwe subsidieregeling om verkleuring van “aanloopstraten” te stimuleren. We stimuleren juist nieuwe andere economische activiteiten in de binnenstad. Zo dat deze een aantrekkelijk warm hart blijft dat past bij de groeiambities van Meppel. Een grotere bevolkingsomvang is ondersteunend aan een levendige binnenstad.

Dat klopt. De legenda is onjuist. Na vaststelling passen we dit redactioneel aan.

Het verschil tussen het percentage ouderen op dit moment en in 2040 is zowel voor Meppel als landelijk 1,2 procentpunt. Dus zowel nu als in de toekomst heeft Meppel relatief gezien iets meer ouderen dan het landelijk gemiddelde.

Er is niet op voorhand één bouwhoogte aan te wijzen. Dit is sterk afhankelijk van de omgeving waarin de gebouwen komen te staan.

maximale hoogte van deze hogere gebouwen? 8. In 5.1 Woningbouw staat dat de gemeente uitgaat van een groei van 6% van het aantal inwoners tot 2035. Dat is ongeveer 2200 inwoners tot 2035, en nog 700 extra tot 2040. In dezelfde tijd willen we tenminste ook 1350 (NvL) + 978 (Noordpoort) + 350 (inbreiding) + 65 (Uitbreiding) + 1500 (nieuwe ontwikkelingen) = 4243 extra woningen bouwen (tot 2040). Klopt het wat ik hier heb uitgerekend? 9. In 5.3 onder transformatie van bedrijventerreinen wordt gesproken over het herstructureren en beter benutten van bedrijventerreinen. Is verhuizing van bedrijven met een waterkavel, die hier geen gebruik van maken ook onderdeel van? Zo ja gaat de gemeente hier een actieve rol in spelen? En hoe? 10. In 6.2 onder 3. Levendig en leefbaar wordt bij sociale cohesie het volgende gesteld: Ontwikkelingen dragen bij aan sociale samenhang, fysieke verbindingen en contactmogelijkheden, vooral in geval van hoogbouw. Wordt hier bedoeld dat vooral hoogbouw bijdraagt aan sociale cohesie? 11. In 7.2 Wijken en dorpen onder Haveltermade staat: Ontmoetingsplekken zijn daarbij belangrijk, maar deze zijn verspreid over de wijk. Goede samenwerking

Ja, dat klopt. Nieuwbouw is niet alleen bestemd voor nieuwe inwoners, maar ook voor bestaande inwoners die nu nog thuis wonen en een eigen woning betrekken. Daarnaast is er sprake van huishoudensen gezinsverdunning. Dat betekent dat er gemiddeld minder mensen in een woning wonen. Overprogrammering gebruiken we altijd, omdat plannen aan verandering onderhevig zijn.

Meer en beter benutten van onze positie aan het water kan daar zeker deel van uitmaken. Zoiets wordt dan opgepakt samen met de betrokken bedrijven, Port of Zwolle, provincie en herstructureringsmaatschappijen. Wie welke rol exact krijgt is nu nog niet te zeggen.

Nee, vooral bij hoogbouw is het nodig aandacht te besteden aan sociale cohesie. Maar alle ontwikkelingen moeten bijdragen aan onder meer sociale samenhang en het bieden van contactmogelijkheid.

Vanuit wijk- en dorpsgericht werken stimuleren we ontmoeting ongeacht de plek. Hieronder vallen alle plekken waar ontmoeting plaatsvindt in de wijk in de breedste zin van het woord. Ze zijn verspreid over de

en/of clustering leidt tot kansen, nieuwe ontmoetingen en kruisbestuiving. We geven ruimte aan initiatieven die ontmoeting bevorderen, in de openbare ruimte, in voorzieningen of in de netwerken. Welke specifieke ontmoetingsplekken worden hier bedoeld? 12. In 7.2 Wijken en dorpen onder Centrumgebied staat: Het faciliteren van het parkeren van de auto aan de randen van de binnenstad kan op bepaalde plekken meer hinder opleveren. Wat zijn de randen van de binnenstad en om welke (nieuwe) parkeerplekken gaat het hier?

wijk. Er zijn kansen voor verbetering door samenwerking en/of clustering.

Onder randen van de binnenstad verstaan we grofweg het gebied tussen de Grote Oever-Keizersgracht-Het Vledder en de Ceintuurbaan. De locaties zijn nader te bepalen, waarbij eerst wordt ingezet op beter benutten van de bestaande terreinen. Dit krijgt een plek in het omgevingsprogramma mobiliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=7fe1937e-2521-460d-9bac-757115ae1549