Beantwoording technische vragen - Jeugdnota - Raadscommissie 5 oktober 2023
Tekst van het document
VVD: 1. Moeten de digitale ontwikkelingen (jongeren spenderen veel tijd online) niet meegenomen worden in het beleid? We hebben weinig invloed op het online gedrag van jongeren. Wat we wel kunnen doen is hen een alternatief bieden in de vorm van bijvoorbeeld een aantrekkelijk kunst- en cultuuraanbod, sportaanbod, jongerenactiviteiten en ontmoetingsplekken als de pumptrackbaan. Ook is het belangrijk dat jongeren de online wereld zelf juist ervaren als een vorm van steun. De medaille heeft dus twee kanten. 2. Heeft de gemeente inzicht op de achterliggende voorzieningen? We gaan ervanuit dat hiermee de jeugdhulptrajecten worden bedoeld. We hebben beperkt inzicht. We hebben bijvoorbeeld inzicht in hoe lang trajecten duren, maar hier vaak geen invloed op omdat indicaties en herindicaties in ongeveer 70% van de gevallen via directe verwijzers, zoals huisartsen, lopen. Lastig is dat er verschillende belangen zijn: zorgaanbieders verdienen geld aan het bieden van jeugdhulp, terwijl de gemeente de kosten waar mogelijk juist wil beperken. Zoals in de jeugdnota beschreven wordt willen we door data-analyse en samenwerking met zorgaanbieders meer inzicht krijgen. 3. Zou de te vormen jongerenraad (initiatief VVD-CU) kunnen bijdragen aan de invulling van de jeugdnota? Ja, dit is zeker mogelijk. Hoe meer participatie, hoe beter. Ook Living Lab gaan we hierbij betrekken. 4.
Zijn er op een bepaalde wijze scholen betrokken geweest bij het opstellen van de jeugdnota, worden scholen betrokken bij de verdere uitwerking van de jeugdnota? De samenwerkingsverbanden PO en VO van het onderwijs zijn betrokken geweest bij de totstandkoming van de jeugdnota. Met hen hebben twee overleggen plaatsgevonden. Over bepaalde onderdelen hebben zij met hun achterban overleg gehad. De verschillende schoolbesturen zijn uitgenodigd om input te leveren en dit verzoek om input ook verder binnen hun organisaties te delen (bijvoorbeeld onder schooldirecteuren). Dit verzoek heeft vanuit het onderwijs geen resultaat opgeleverd. Vanuit andere partners wel volop. Scholen worden bij de nadere uitwerking van de jeugdnota zeker betrokken. In het eerstvolgende LEA-overleg (Lokale Educatieve Agenda) staat de jeugdnota (weer) op de agenda. In dit overleg zitten vertegenwoordigers van de verschillende schoolbesturen. Waar nodig zetten zij vragen en opdrachten uit bij individuele scholen of in werkgroepen. PvdA: 1. Bij elk onderdeel staat ‘de gemeente luistert’ waar blijkt dit uit? Dit staat inderdaad bij elk onderdeel om te benadrukken dat wij niet alleen over inwoners praten, maar ook met hen. Zij staan centraal. Waar mogelijk bepalen zij mee. Een voorbeeld: we hebben een onderzoeksvraag uitgezet bij de Regiocampus.
We willen graag van jongeren die niet naar school gaan (‘thuiszitters’) horen wat zij nodig hebben om weer naar school te gaan. Maar ook wat er nodig was geweest om te voorkomen dat zij uitvielen. Wat er anders moet, en hoe. En welke hulp of ondersteuning zij als prettig en helpend hebben ervaren. Kortom, wij laten ons graag adviseren door de jongeren. Deze basishouding willen we graag zoveel mogelijk toepassen als gemeente. CU:
1. Zijn de uitgangspunten onder 4.1.5. bedoeld als streefaantal of wil men dit ook daadwerkelijk bereiken? We gaan ervanuit dat bij deze vraag verwezen wordt naar de wachtlijsten. Dit is inderdaad een streven. We willen op z’n minst de Treeknormen halen (wat nu vaak niet lukt), maar onderzoeken ook wat nodig is om het nog beter te doen. Wellicht zijn er manieren om in ieder geval voor bepaald aanbod een constructie te ontwikkelen waardoor wachtlijsten wegvallen. In andere woorden: we zijn het aan onze jeugd verschuldigd om de aanwezigheid van wachtlijsten niet zonder meer te accepteren. 2. Welke besparing verwacht men te realiseren door sterker in te zetten op preventie? Daar kunnen we op dit moment geen concrete cijfers aan hangen. 3. Hoe gaat het college ingrijpen als de maatregelen niet de gewenste uitwerking hebben? De verschillende interventies die we gaan inzetten monitoren we zo goed mogelijk op effect en resultaten. Wanneer deze niet of te weinig aanwezig zijn, beëindigen we de interventie. Uiteraard houden we hierbij de samenhang met andere interventies wel in het oog. Om deze reden is het belangrijk dat we nieuwe activiteiten altijd eerst in pilotvorm opstarten: we maken het pas structureel als de effectiviteit in Meppel is bewezen.
Groenlinks: Wat heeft het college bedacht om door te gaan met initiatieven vanuit scholen? We vinden het belangrijk om scholen aangehaakt te houden op het thema duurzaamheid. We gaan daarom door met de diverse bestaande activiteiten, bijvoorbeeld de Nacht van de Nacht, als ook nieuwe activiteiten. We onderhouden goed contact met de scholen en luisteren naar hun feedback. Daarom gaan we een communicatiestrategie opzetten om waar mogelijk meer samenhang aan te brengen op de diverse activiteiten/initiatieven en voor meer overzicht voor de scholen en voor ons. 1. Op wat voor manier gaat het college kijken naar een verbetering van hulpverleningsaanvragen door jongens? Aangezien in het stuk vermeld wordt dat jongens minder gebruik maken van jeugdhulp. Voor zover bekend staat dit niet in het stuk. Jongens maken juist meer gebruik van jeugdhulp dan meisjes (zie pagina 10). Wel staat er in het stuk dat een zesde van de jongens en een derde van de meisjes aangeeft psychische klachten te ervaren. Dit correspondeert echter niet met het daadwerkelijke jeugdhulpgebruik. Een mogelijke verklaring is inderdaad dat jongens minder ruimte ervaren om over hun gevoelens te praten of deze te erkennen, waardoor problemen uiteindelijk escaleren en daardoor specialistische hulp nodig is.
Het zou heel mooi zijn als we bij het versterken van het voorliggend veld aandacht kunnen hebben voor de emancipatie van jongens op dit onderwerp. Dit nemen we mee bij het maken van uitvoeringsplannen.