Beantwoording technische vragen G. Meijerink (SteM) - rekenkameronderzoek armoedebeleid
Tekst van het document
Technische vragen – Rekenkameronderzoek armoedebeleid Meppel / Staphorst Fractie (naam indiener) Gerard Meijerink (Sterk Meppel)
Vraag 1. Welke beleidsmaatregelen hanteert de gemeente Staphorst ten aanzien van statushouders, en hoe verhouden deze zich tot het beleid van de gemeente Meppel op dit terrein?
Antwoord Antwoord onderzoeksbureau: Uit het onderzoek komt naar voren dat de integratie van statushouders in Staphorst een doel op zich is binnen het Participatiebeleid dat zij hanteren. In Meppel is deze niet zo expliciet in de doelen genoemd van het beleidsplan armoede en schulden. Per 1 januari 2022 voeren gemeenten regie op de inburgering. Waaronder Staphorst en Meppel. In Staphorst worden statushouders expliciet benoemd als aandachtsgroep in de analyse die de gemeente maakte rond armoede en minima. Dit was een opvallend verschil ten opzichte van Meppel. Staphorst beschrijft twee specifieke aandachtsgroepen (statushouders en mensen met vraagverlegenheid) als aandachtspunt. Vanuit het beleid in Meppel worden naast kinderen niet direct andere groepen geïdentificeerd. We hebben in het onderzoek niet expliciet gevraagd naar welke beleidsmaatregelen gericht zijn op statushouders, maar uit de interviews in Staphorst blijkt wel dat deze groep speciale aandacht krijgt van o.a. welzijnswerkers. Dit omdat een groot deel van deze groep ook uiteindelijk gebruik maakt van minimaregelingen (zo zijn 17 van de 20 gezinnen uit Staphorst die gebruik maken van de Voedselbank statushouder). Aanvulling vanuit de organisatie/college: Vanuit de Wet Inburgering krijgen alle statushouders standaard een jaar maatschappelijke begeleiding van de vrijwilligers van Vluchtelingenwerk.
Als tegen het eind van het jaar de inschatting is dat iemand zich nog niet zelf kan redden wordt dit met maximaal een half jaar verlengd. Verder volgen de mensen die lager opgeleid zijn tijdens
hun eerste jaar inburgering een Basisjaar waarin ook geld een thema is. Daarnaast krijgen inderdaad alle statushouders de training Omgaan met Geld. Omdat de Wet Inburgering veel tot en met de uitvoering voorschrijft hebben we geen beleidsnotitie. 2. In tabel 4.1, bladzijde 22, particuliere huishoudens op % sociaal minimum, gebruikt men 100% en 101%. Kunt u mij uitleggen wat hier bedoeld wordt?
3. In dezelfde tabel, staat op de regel van Meppel (2022) bij 100%, 500 en bij 101%, 800, terwijl over de jaren 2021 en 2020, de aantallen bij 100% en bij 101% gelijk zijn. Kunt u mij uitleggen waar dat verschil vandaan komt?
Antwoord onderzoeksbureau: Het CBS gebruikt deze definities om het aantal huishoudens in armoede te bepalen. 100% van het wettelijk sociaal minimum wordt meestal gebruikt als strikte maatstaf om te bepalen wie precies op of onder de armoede grens leeft. 101% van het wettelijk sociaal minimum kan worden gebruikt om een iets bredere groep in kaart te brengen: mensen die net boven de armoedegrens liggen, maar toch financieel kwetsbaar zijn. Antwoord onderzoeksbureau: Het CBS gebruikt deze definities om het aantal huishoudens in armoede te bepalen. 100% van het wettelijk sociaal minimum wordt meestal gebruikt als strikte maatstaf om te bepalen wie precies op of onder de armoede grens leeft. 101% van het wettelijk sociaal minimum kan worden gebruikt om een iets bredere groep in kaart te brengen: mensen die net boven de armoedegrens liggen, maar toch financieel kwetsbaar zijn. Antwoord organisatie/college: De lage participatiegraad behoeft nuance. In Meppel waren er in 2022, 643 goedgekeurde aanvragen voor FDMA, maar één persoon kan meerdere aanvragen doen voor het huishouden. Hierdoor ontvingen 1110 personen FDMA.
4. De gemeente Meppel stelt dat circa 2100 inwoners in aanmerking komen voor het F.D.M.A. terwijl volgens C.B.S.-statline in 2022 ongeveer 1900 personen op 110% van het sociaal minimum leefden. Gezien het feit dat het bereik van het F.D.M.A. momenteel rond 1 op 3 ligt, wat zijn de verklaringen Het aantal inwoners dat in aanmerking komt voor FDMA is voor deze lage participatiegraad en lager dan de genoemde 2100 en 1900 personen, omdat welke acties onderneemt de gemeente naast een inkomensgrens ook een vermogensgrens geldt. De cijfers zijn alleen gebaseerd op de inkomensgrens, niet
om niet-bereikte rechthebbenden alsnog te bereiken?
op de vermogensgrens. Personen met een te hoog vermogen worden wel tot de doelgroep gerekend, maar komen niet in aanmerking. Bovengenoemde neemt niet weg dat er personen zijn die niet bereikt worden, maar wel aan de voorwaarden voldoen. Het uitvoeringsplan van eind vorig jaar heeft als doel het bereik van minimaregelingen, waaronder FDMA, te vergroten. Acties zijn onder andere verwijzingen naar de VoorzieningenWijzer op de gemeentelijke website, toekomstige verbetering van digitale toegang en de mogelijkheid om digitaal aanvragen te doen. Ook blijven gebruikelijke kanalen zoals het boekje ‘leven met weinig geld’ ingezet worden