Beantwoording technische vraag CDA (E. Knorren) - Vaststelling APV Meppel
Tekst van het document
Technische vragen raadsvoorstellen Raadsvoorstel: Vaststelling Algemene plaatselijke verordening Meppel Portefeuillehouder: A. Maathuis Nr.
Fractie (naam indiener) CDA (Egbert Knorren)
Vraag
Antwoord
Betreft APV art 2:57, lid 1 sub c: Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd. 1. Vraag: valt onder de werking van dit artikel nu ook de loslopende hond in weilanden, waar loslopende honden hun behoefte doen hetgeen schadelijk kan zijn voor het vee dat daar weidt dan wel omdat de uitwerpselen in het voer van dieren terecht komt? Aanleiding: De laatste jaren hebben wij meerdere klachten ontvangen van veehouders die worden geconfronteerd met mensen die met hun hond wandelen en hun hond buiten de bebouwde kom niet aangelijnd laten, maar in hun weiland los laten lopen en de hond hun behoefte laten doen. Handhavers geven aan dat zij op basis van de vigerende APV niet kunnen optreden, maar dat wel zouden willen.
Loslopende honden in een weiland buiten de bebouwde kom, mits in een door het college aangewezen gebied, kunnen vallen onder de werking van artikel 2:57, lid 1 sub c APV. Hiervoor is vereist dat een weiland een openbaar toegankelijke plaats betreft. Dit is niet het geval als de eigenaar op duidelijke wijze kenbaar heeft gemaakt dat het een afgesloten terrein betreft. Dit kan bijvoorbeeld door plaatsing van een verboden toegangsbord of door plaatsing van een omheining. Benadrukt wordt dat voor het verbod een aanwijzingsbesluit is vereist, dat ook noodzakelijk en proportioneel moet zijn. Dit artikel ziet in zijn algemeenheid toe op het voorkomen en bestrijden van overlast op openbaar toegankelijke plaatsen. Zoals opgenomen in de toelichting van de VNG, heeft het artikel in het bijzonder de volgende bedoelingen: - de bescherming van de verkeersveiligheid, die door loslopende honden in gevaar kan worden gebracht; - het voorkomen van beschadiging aan eigendommen van derden; - het voorkomen van hinder voor voetgangers; - het bestrijden van verontreiniging (bijvoorbeeld van speelweiden, zandbakken, e.d.); - het voorkomen van schade en dierenleed, die worden veroorzaakt doordat loslopende honden andere dieren en wel met name schapen en kippen naar het leven staan.