B. Format zienswijze begroting GR 2023 - GKB
Tekst van het document
Nr. 1498476 Format Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Kredietbank (GKB) 2023 e.v. 1. Inleiding Op grond van de GR GKB wordt de ontwerpbegroting 2023 en de concept jaarrekening 2021 voorgelegd aan de gemeenteraden voor een zienswijzenprocedure. Het concept jaarverslag 2021 wordt ter kennisname aan de gemeenteraden aangeboden. 1.1 Waarover gaat de GR De GKB verzorgt professionele, kwalitatief hoogwaardige tweedelijns schuldhulpverlening waar de inwoners terecht kunnen voor het oplossen van hun problematische schulden. De GKB is daarbij een samenwerkingspartner voor gemeenten, sociale partners en andere maatschappelijke organisaties. De GKB is binnen deze samenwerking onder andere verantwoordelijk voor: a. Schulden oplossen. b. Inkomensbeheer. c. Crisisinterventie. d. Sociale kredietverlening, specifiek het saneringskrediet. e. Goede aansluiting op de eerste lijn, optimaal werkproces. De GKB is lid van de NVVK, Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren. Leden van de NVVK werken volgens een gedragscode. Ook is zij lid van de BPBI, Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders. Deze brancheverenigingen zien erop toe dat de belangen van de cliënten op verantwoorde wijze worden behartigd. Daarnaast is de GKB aangesloten bij SBN, Sociale Banken Nederland.
1.2 Wat doet de GR (doelstelling, maatschappelijke effecten) De GKB levert een bijdrage aan de sluitende aanpak bij de bestrijding van armoede en schulden van inwoners van het werkgebied van de GKB. Daarmee geeft de GKB mede uitvoering aan de wet Gemeentelijke schuldhulpverlening. De statutaire doelstelling van de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Kredietbank, kortweg GKB, is opgenomen in artikel 4 van de gemeenschappelijke regeling. 2.
Samenwerking (wie zijn onderdeel van de GR, wat zijn de verhoudingen onderling) De gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Kredietbank Drenthe, ingesteld op 1 januari 1990, is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Assen, Hoogeveen en Meppel. De GKB levert in veertien gemeenten een bijdrage aan de sluitende aanpak voor de bestrijding van armoede en schulden. Het beheer van de bank wordt gevoerd door het bestuur van de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Kredietbank. De dagelijkse leiding berust bij de directeur. De samenstelling van het bestuur is als volgt: Dagelijkse Bestuur Gemeente Hoogeveen J. Zwiers Gemeente Assen J. Broekema Gemeente Meppel H. ten Hulscher Algemeen Bestuur Dagelijks bestuur aangevuld met: Gemeente Hoogeveen J. Tabak Gemeente Assen H. Vlieg Gemeente Meppel J. van der Haar
3. Actuele ontwikkelingen (wetgeving, politiek, in de samenwerking) De ontwikkelingen in het sociaal domein rondom schuldhulpverlening gaan vooral over de beweging om de ‘voorkant’ te versterken en in te zetten op preventie en vroegsignalering. Dit wordt ook wel de eerstelijns ondersteuning genoemd. Op die manier wordt een beroep op duurdere 2e-lijns ondersteuning voorkomen. De GKB is een 2e-lijns organisatie voor hulp bij schulden, inkomensbeheer en sociale kredietverlening en merkt direct de gevolgen van deze ontwikkelingen in het sociaal domein. De instroom bij de GKB blijft nog steeds achter ten aanzien van de stand van voor Corona. Politiek krijgt Armoede en schulden steeds meer aandacht. Er is sinds kort ook een minister van Armoede. 3.1 Toekomst Zoals bekend is de financiële situatie van de GKB zorgelijk. Al jaren achtereen kampt de GKB met tekorten die niet binnen de begroting of reserves zijn op te vangen. Uit de evaluatie van de strategische herijking 2018-2021 kwam naar voren dat de ingrijpende verandering in de dienstverlening van 2017 niet heeft geleid tot meer financiële stabiliteit, rust binnen de GR en grip op de DVO gemeenten.
Om vanaf 2022 en verder de juiste strategische koers te kunnen bepalen heeft het Dagelijks Bestuur (DB) van de GKB in het voorjaar van 2021 een externe adviseur de opdracht gegeven om een tweetal scenario’s voor de lange termijn nader te onderzoeken en ondertussen voor de korte termijn al in te zetten op stabilisatie. Voor dit laatste is onder andere het management van de GKB versterkt. Er zijn twee toekomstscenario’s nader uitgewerkt: 1. Stabilisatie: GR behouden, met een aantal (vaste) DVO-gemeenten/ partners. 2. Verzelfstandiging/vervreemding: beëindigen van het eigenaarschap, opheffen van de GR en de GKB over laten nemen door een derde partij. Voorgenomen besluit Het DB GKB heeft in december 2021 de onderzoeksresultaten van beide scenario’s ontvangen en deze zorgvuldig beoordeeld aan de hand van het opgestelde afwegingskader. Op basis van de uitkomsten heeft het DB van de GKB op 26 januari jl. het voorgenomen besluit genomen om te kiezen voor het toekomstscenario vervreemding, in de vorm van een Europese aanbesteding voor de activiteiten van de tweedelijns schuldhulpverlening. De volgende overwegingen hebben een rol gespeeld bij het nemen van het voorgenomen besluit: 1. De ontwikkelingen in de schuldhulpverlening vragen om een andere organisatie. 2. De financiële risico’s voor de drie GR-gemeenten zijn niet meer acceptabel. 3.
De ontstane onrechtmatigheid is niet wenselijk. 4. Er is voldoende kwaliteit en animo bij organisaties in het schuldendomein. Mocht het voorgenomen besluit definitief worden, dan zal een periode van ca. twee jaar volgen, waarin op zorgvuldige wijze vorm wordt gegeven aan het afbouwen van de GR GKB en het voorbereiden en realiseren van de aanbesteding. Gedurende die periode zal de aandacht gericht zijn op: - Stabilisatie van de organisatie en de continuering van de dienstverlening volgens het plan van aanpak dat de directie voor het scenario stabilisatie heeft opgesteld. De dienstverlening aan de drie eigenaar-gemeenten en de elf DVO-gemeenten wordt tot 2024 volgens afspraak uitgevoerd. Parallel daaraan worden de DVOcontracten afgebouwd en worden de kosten zo laag mogelijk gehouden. - Samen met de directie, de OR en de vakbonden afbouwen van de GR GKB. Er worden een overgangsplan en een beëindigingsplan opgesteld. Op basis van deze plannen nemen de drie colleges een voorgenomen besluit over de definitieve beëindiging van de GR GKB en de manier waarop hier vorm aan wordt gegeven. Dit voorgenomen besluit wordt ook voorgelegd aan de OR.
-
Het voorbereiden van de aanbesteding door een intergemeentelijke projectorganisatie. Het streven is dat deze aanbesteding per 1 januari 2024 is afgerond.
4. Financiën De jaarrekening 2021 geeft een negatief resultaat voor bestemming van € 554.827 en na bestemming € 520.243. Het negatieve resultaat is met name het gevolg van verminderde instroom bij stijgende lasten. Bij brief van 8 februari jl. is de raad geïnformeerd over de financiële situatie bij de GKB. Er is sprake van afname van dienstverlening schuldhulpverlening van de GKB door de ingezette koers van afstoten van DVO gemeenten en zelf uitvoeren van de eerstelijnszorg. In verband hiermee moest al in 2020 de formatie worden teruggebracht tot het niveau van de begroting 2021. In verband hiermee is een voorziening getroffen en een reserve mobiliteit gevormd om frictiekosten zo laag mogelijk te houden. Naast deze kosten waren er financiële tegenvallers personeelskosten doordat de effecten van de CAO 2019 niet voldoende waren meegenomen in de begroting en een naheffing loonheffing moest worden opgenomen omdat heel 2020 reiskosten zijn doorbetaald zonder rekening te houden met verminderde reisdagen in verband met thuiswerken. Het negatieve resultaat leidt tot een negatieve reserve die moet worden aangevuld door de GR-gemeenten op basis van het inwoneraantal. Meppel moet hiervoor een storting doen van € 114.453.
In de jaarrekening 2021 is rekening gehouden met een hogere storting omdat er rekening werd gehouden met een aanvullende voorziening frictiekosten, die uiteindelijk niet opgenomen mocht worden omdat geen bestuursbesluit is genomen over krimp van de organisatie. In de begroting 2023 wordt rekening gehouden met een verdere krimp van de formatie doordat een aantal DVO gemeenten de overeenkomst niet zal verlengen. In verband hiermee wordt al rekening gehouden met mogelijke nieuwe frictiekosten in 2022. De begroting 2023 is met een negatief resultaat van € 692.708 niet sluitend. Er is geen meerjarenraming opgenomen in de begroting. Ervan uitgaande dat het voorgenomen besluit in een definitief besluit “ Vervreemding” wordt omgezet. In 2024 zal dan een liquidatie begroting gelden, deze kan in deze fase van het proces nog niet worden gemaakt. 4.1 Grootboeknummer 61670 De meerjarenbegroting geeft de volgende cijfers jaar 2021 2022 2023 Lasten 7.733.427 6.983.592 7.729.545 Baten 7.178.600 7.035.919 7.036.837 Result. voor -554.827 52.327 -692.708 bestemming Result. na bestemming -520.243 52.327 -692.708
2024 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
2025 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4. Indienen van zienswijzen Jaarrekening 2021 Voorgesteld wordt om op de jaarrekening over 2020 geen zienswijze in te dienen. Begroting 2023
Het college adviseert de raad om geen zienswijze in te dienen. Argument: De financiële situatie van de GKB staat al enkele jaren onder druk en is zorgelijk. In december 2017 heeft dit geleid tot de strategische herijking GR-GKB 2018 - 2021. Ondanks de scherpe sturing op de bedrijfsvoering van de GKB hebben we over 2021 gezien dat het teruglopen van de omzet en de daarmee samenhangende afbouw van de organisatie niet geheel gelijkmatig verloopt. Scenario’s om de 2e-lijns schuldhulpverlening effectiever en efficiënter uit te voeren zijn onderzocht. Alle opties gaan gepaard met kosten voor de 3 GR-gemeenten. De definitieve besluitvorming over de toekomst van de GKB moet nog plaats vinden. Op 26 januari van dit jaar is het voorgenomen besluit genomen door het bestuur van de GKB om te kiezen voor het toekomstscenario vervreemding, in de vorm van een Europese aanbesteding voor de activiteiten van de tweedelijns schuldhulpverlening. De uitwerking van dit voorgenomen besluit in de begroting voor 2023 moet nog plaats vinden en is afhankelijk van de nog te nemen definitieve besluitvorming en de daarna vast te stellen impactanalyse en plan van aanpak. Het indienen van een zienswijze op dit moment bij de begroting zou vooruitlopen op die besluitvorming. Uw raad krijgt nog de gelegenheid om bij de besluitvorming rondom de vervreemding een zienswijze in te dienen.
Dat moment is beter geschikt voor een gedragen zienswijze.