Aanbiedingsbrief voorjaarsrapportage RUD Drenthe met bijlage
Tekst van het document
4.4.2 Geluid, Lucht, Externe Veiligheid In zijn algemeenheid geldt voor advisering op deze drie gebieden dat de voorbereiding op de Omgevingswet veel tijd vraagt. Zo wordt er meegewerkt aan diverse omgevingsplannen en werken we samen met ODG en FUMO en de VNG aan gezamenlijk producten. Werk wat bij de RUD adviseurs hoort maar op voorhand beperkt geraamd in het jaarprogramma 2021. De niet geraamde inzet zorgt voor meer druk op de beschikbare capaciteit. Omdat dit extra opdracht(en) betreft zal daarvoor extra inhuur van personele capaciteit vragen. Gelet op de krapte in de arbeidsmarkt is de vraag of de capaciteit in alle gevallen (tijdig) beschikbaar kan worden gesteld. Geluid Door capaciteitstekort en het gebrek aan fysieke aanwezigheid zijn de doorlooptijden van geluidsadviezen onder druk komen te staan. De langere doorlooptijden lijken van invloed op het aantal adviesaanvragen. Het effect van onvoldoende advisering op plannen en initiatieven kan op langere termijn grote consequenties hebben in de fysieke leefomgeving. Inmiddels zijn de vacatures ingevuld waardoor het afgesproken dienstverleningsniveau voor de toekomst weer op orde gebracht kan worden. De nieuwe adviseurs zijn niet direct volledig productief omdat ze ingewerkt en opgeleid worden.
20
Lucht Bij het onderwerp klachten is al geconstateerd dat geurhinder steeds meer aandacht en inzet vraagt. Ook voor geurgerelateerde onderdelen met betrekking tot vergunningverlening is dit het geval. Daarnaast spelen vele nieuwe ontwikkelingen waarvan de Omgevingswet de belangrijkste is. Dit kan voor vertraging zorgen in de reguliere adviestaak. We zijn gedurende de eerste maanden van 2021 niet in staat geweest om de benodigde extra capaciteit aan te trekken of zelf te organiseren. Externe Veiligheid Naast het nodige advies op het gebied van externe veiligheid zijn onze adviseurs voor EV druk met vooral de nieuwe wetgeving. Zo vraagt de REV (Register externe veiligheid) extra tijd vanuit de nieuwe wetgeving. Het REV vervangt de RRGS waarbij informatie kan worden gekoppeld dat in het systeem is opgeslagen. Deze informatie is echter nog niet voorhanden en dus moet slim worden gekeken hoe de informatie toch kan worden gebruikt (oude RRGS). Het opnemen van informatie over gevaarlijke stoffen is van groot belang voor de Drentse regio. Een extra aandachtpunt vanuit het aspect EV is de opslag van salpeterzuur met betrekking tot de zuivelindustrie. Door gewijzigde wetgeving vallen diverse bedrijven straks, vanwege de aangescherpte regels, mogelijk onder de BRZO-categorie. Bedrijven die dit willen voorkomen zullen hun hoeveelheid salpeterzuur gaan beperken.
Het effect daarvan is een behoorlijke toename van transportbewegingen. In verband daarmee voorzien wij de komende tijd extra werk op gebied van toezicht, vergunningverlening en advies werk rond EV. Ten aanzien van deze zogenaamde net-niet-BRZO-bedrijven vindt afstemming plaats met de ODG waar de VTH-taken met betrekking tot BRZO-bedrijven zijn belegd.
-
-
-
Prognose met betrekking tot de taken Geluid. Door de versoepelingen van de maatregelen voor COVID-19 is het goed denkbaar dat het aandeel aan adviezen vanaf de zomer sterk zal gaan stijgen. Met name het aantal advieszaken, door het los komen van veel verschillende soorten evenementen, kunnen sterk groeien. Hierbij is het niet ondenkbaar dat er "stapeling” plaatsvindt en de doorlooptijden oplopen. Lucht en geur. Met betrekking tot Lucht en geur zijn meer uren besteed dan verwacht. Dit heeft te maken met de toenemende hoeveelheid werk, achterstand en een calamiteit. De verwachting is dat deze trend verder toeneemt gezien de te maken inhaalslag en de capaciteitsuitbreiding die vanaf juni georganiseerd is. Energie Voor het energieadvies zijn geen uren opgevoerd in het jaarprogramma. Wel blijkt dat er energieadvisering voor provinciale verplichtingen (energievergunningen provinciale inrichtingen), en beoordeling energieonderzoek en dossieronderzoek nodig is. Dit is opgenomen in een extra opdracht waarvoor we de bezetting aanpassen. Voor de financiële prognoses wordt verwezen naar hoofdstuk 6, voor de verdere verklaringen per deelnemer naar de deelnemersrapportages.
4.4.3 Juridische ondersteuning - bijzonderheden Juridische advisering Onze juridische werkzaamheden spreiden zich uit over tal van producten en is in onderstaande tabel samengevat. In de brieven per bevoegd gezag wordt inhoudelijk ingegaan op de zaken die daar spelen. De afgelopen 4 maanden is de onderhanden werkvoorraad van de juristen toegenomen. De oorzaak ligt onder andere in een vacature die nog niet is ingevuld. Aan de andere kant blijven zaken als (hoger)beroep en Last Onder Dwangsom (LOD) vaak lang open staan in verband met lang lopende procedures. Tabel 9: Stand van zaken juridische ondersteuning per 30 april
Juridische ondersteuning per product (hoger) Beroep Advisering juridisch Bezwaar
Aantal zaken afgerond 2 6 5
Aantal zaken in behandeling 11 13 5
21
Gedoogbeschikking Handhavingsverzoek Last onder bestuursdwang Last onder dwangsom Voorlopige voorziening Bestuurlijke strafbeschikking milieu Wob-verzoek Eind totaal
0 8 1 32 0 2 8 64
2 21 2 104 0 9 8 175
LHS en BOA’s Met de bevoegde gezagen zijn dit programmajaar afspraken gemaakt om, op basis van de nieuwe verrekensystematiek, de inzet in kader van de Landelijke Handhaving Strategie af te stemmen op het beleid. Om hieraan te voldoen is een uitbreiding van de Boa capaciteit noodzakelijk. Wij zijn voor dit programmajaar uitgegaan van een extra inzet van circa 3000 uren boven op het programma. In de eerste 4 maanden zijn daarvoor stappen gezet om de BOA capaciteit uit te breiden. De verwachting is dat wij aan de extra benodigde inzet kunnen voldoen. Als gevolg daarvan zal naar verwachting het aantal strafrechtzaken in de rest van het jaar verder toenemen. De afgelopen periode zijn 9 processen verbaal opgemaakt voor overtredingen. De overtredingen betroffen bijvoorbeeld het branden van kabels, overtredingen met mestbassins, grondverzet, met betrekking tot bouw- en sloopafval of illegale asbestsaneringen. Er zijn momenteel 8 zaken in behandeling en nog circa 13 strafrechtwaardige zaken die moeten worden opgepakt. M.E.R. Ten aanzien van Milieueffectrapportage (m.e.r.) hebben enkele wettelijke wijzigingen plaatsgevonden. De memo die, bij van belang zijnde procedures, naar het bevoegd gezag wordt toegestuurd is hierop aangepast.
Jurisprudentie Het Europese Hof van Justitie heeft begin dit jaar uitgesproken dat artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht -waarin staat dat je eerst een zienswijze moet indienen voordat je in beroep kunt gaan- in strijd is met het Verdrag van Aarhus (Varkens in Nood-arrest). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft naar aanleiding van rechtelijke uitspraken daarover een meer verstrekkende uitspraak gedaan. Wij hebben de standaardteksten in de vergunningen en kennisgevingen hierop aangepast. Daarin stond namelijk een zinssnede over het indienen van een zienswijze alvorens in beroep te kunnen. Op termijn zou dit kunnen leiden tot extra beroepszaken. Vooralsnog verwachten wij voor dit jaar nog niet direct een forse toename van het aantal beroepszaken. Wob Vorig jaar bleek dat het aantal Wob verzoeken en de urenbesteding daaraan een structureel karakter heeft. In het jaarprogramma is daarom per bevoegd gezag 80 uren voor besteding aan deze taak opgenomen. Het inhuren van gekwalificeerd personeel voor deze taak is moeilijk. OBM Door ons is een memo opgesteld waarin is uiteengezet dat aan een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) geen dierrechten kunnen worden ontleend. Voor de dierrechten geldt hetzelfde als voor bedrijven vallend onder het Activiteitenbesluit zonder OBM.
Omgevingswet Met de Omgevingswet vindt er een verschuiving plaats van regels, onder andere met betrekking tot geur en geluid. Onder de Omgevingswet moet lokaal worden beoordeeld wat in dat kader mogelijk is. Tot een nieuw Omgevingsplan is vastgesteld geldt het overgangsrecht (bruidsschat (tot uiterlijk 2029)). Wij adviseren de bevoegde gezagen over de mogelijke (Drents brede) bestuurlijke keuzes.
22
Mandaatbesluiten en regelingen Aan de RUD is een opdracht verleend voor het opstellen van een concept mandaatbesluit voor de omgevingswet. Daarnaast is ingestemd met het instellen van een werkgroep, bestaande uit een vertegenwoordiging van alle deelnemers. Ook de regelingen (DVO’s, Gemeenschappelijke regeling en andere regelingen) moeten worden aangepast met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling. In het DB is afgesproken dat een procesvoorstel wordt ingebracht waarin deze zaken worden beschreven met bijbehorende planning. Dit procesvoorstel wordt afgestemd met de bovengenoemde werkgroep.
23
5
De uitvoering van ons programma Organisatieontwikkeling
5.1 Doorontwikkelen We hebben flinke stappen voorwaarts gemaakt in vergelijking tot 3 jaar geleden en daarmee gelijk constaterende dat stilstand achteruitgang is. Een aantal reeds ingezette ontwikkeling lopen door in 2021 e.v. Andere projecten zijn afgerond in 2020 en krijgen een vervolg in de lijnactiviteiten. Met het Uitvoeringsplan ontwikkelopgave 2021 geven we een passend vervolg aan de opgeleverde resultaten uit 2020. Hierdoor kunnen we toekomstige ontwikkelingen beter het hoofd bieden, krijgen de medewerkers meer ruimte om op basis van eigen kennis en vaardigheden samen bij te dragen aan opgaven en zijn wij als omgevingsdienst van toegevoegde waarde voor het bevoegd gezag in Drenthe. Daarbij is gekozen voor een overzichtelijk, onderling samenhangend pakket aan maatregelen dat toegevoegde waarde heeft op de (taakuitvoering van de) organisatie. De focus op onderbouwde toegevoegde waarde loopt als een rode draad door het Ontwikkelprogramma. We doen wat nodig is om binnen de beschikbare kaders te komen tot een zo optimaal mogelijk resultaat wat bijdraagt aan milieurendement voor een schoon en veilig Drenthe. We zien drie duidelijke ontwikkellijnen waarbinnen verschillende inspanningen moeten leiden tot een bijdrage aan de strategische koers; -
Voorbereiding op de Omgevingswet Risicogericht werken Informatiegestuurd werken
5.2 Bijsturing Monitoring van de projecten in combinatie met de uitvoering van het jaarprogramma en een beter beeld van de opleidingsverplichtingen binnen de teams hebben tot een heroverweging geleid. De oorspronkelijke omvang en planning van de ontwikkelopgave zijn bijgesteld om te kunnen blijven doen wat nodig is en binnen de gestelde (financiële) kaders te blijven. Zo hebben we besloten om de voorgenomen stappen in kader van INK uit te stellen tot helder is wat de opgave wordt op basis van de evaluatie door het bestuur. We gaan dit jaar uit van het huidige locatiebestand en starten pas volgend jaar met de gevelcontroles. Ook het aanvullen van ons locatiebestand met de categorisering ‘milieubelastende activiteit’ zal in 2022 gestart worden. Daarnaast hebben we het interne opleidingstraject i.k.v. de Omgevingswet in planning naar achter geschoven met een start in september. 5.3 De activiteiten onder het programma organisatieontwikkeling Naast een toelichting per project en activiteit wordt ook op hoofdlijnen de planning en voortgang van het programma en de uitputting van de projectbudgetten weergegeven. 5.3.1 Voorbereiding op de omgevingswet Project Omgevingswet In 2021 heeft de RUD de voorbereiding op de Omgevingswet voortvarend doorgezet.
De covid-19 pandemie en de beperkende maatregelen die daaruit voortvloeiden hebben weinig invloed gehad op de voortgang van de voorbereidingen. De grootste onzekerheid op dit moment is de definitieve invoeringsdatum van de Omgevingswet. Een groot deel van de voorbereidingen: de ontwikkeling van processen, participatie tools, beleidsbouwstenen en de technische afstemming op ICT-gebied, wordt in OPD verband (OmgevingsPlatform Drenthe) uitgevoerd. Het OPD is het samenwerkingsplatform waarin we ons samen met alle Drentse ketenpartners voorbereiden op de Omgevingswet. Op 1-5-2021 is de situatie bij de RUD als volgt: -
Ons zaaksysteem, LOS, is sinds vorige zomer technisch aangesloten op de landelijke voorziening van het DSO. In december heeft een succesvolle test plaatsgevonden met gemeente Meppel, waarbij een fictieve aanvraag door gemeente Meppel is ontvangen en doorgestuurd naar de RUD. Technisch werkt het systeem dus. In april is deze pre-ketentest herhaald met gemeente Meppel, waterschap Hunze en 24
Aa’s en de RUD. Daarbij is ook de zogenaamde Samenwerkingsfunctionaliteit (SWF) beproefd. De SWF is de functionaliteit waarmee documenten in de keten uitgewisseld kunnen worden. In het tweede kwartaal demonstreren we dit aan alle geïnteresseerden. Dit gebeurt in het kader van een zogenaamde “Werkplaatsen”, een ondersteuningsfaciliteit aangeboden door het landelijke programma AanDeSlagmetdeOmgevingswet. De vervolgstap is om werkafspraken inzake aan te leveren documenten, naamgeving, termijnen, op te leveren producten en archivering met elkaar vast te leggen. -
-
-
In OPD verband zijn de processen ”Begeleiden en uitwerken initiatief”,“Behandelen vergunningaanvraag” en “Adviseren” uitgewerkt. "Behandeling melding activiteit” is in concept klaar. Deze fundamentsprocessen zijn gepresenteerd in VNG-verband, zodat ook andere OD's en gemeenten deze informatie kunnen gebruiken bij de uitwerking. Daarnaast zijn ook uitgangspunten vastgesteld met betrekking tot de intake of volledigheidstoets en de Omgevingstafel. De sprints om deze processen in het LOS te verwerken zijn in de afrondende fase. Wegens de coronabeperkingen is daarvoor een volledig digitale werkwijze in MS Teams ontwikkeld. De sprints voor het proces “Melding doen ” en de “PDC” staan in de steigers. In het najaar zal er gestart worden met de integrale ketentesten. In het najaar van 2021 starten we met een intensieve training Omgevingswet voor alle medewerkers. Twee medewerkers zijn daarvoor opgeleid bij de OD.NL Academie, het opleidingsinstituut van de omgevingsdiensten, en zullen deze training in-company geven. Een deel van deze opleidingen is doorgeschoven naar begin 2022 om tot een haalbare en realistische planning binnen de beschikbare middelen te komen.
Het project voorziet niet in de aanpassing van onze sjablonen die door de invoering van de Omgevingswet noodzakelijk zijn. Deze aanpassing van de sjablonen wordt nu voorzien in 2022. Indien uitvoering nog dit jaar nodig is wordt hiervoor een separaat voorstel gedaan. SPP In 2019 is een advies opgesteld voor de Strategische Personeelsplanning. Daarin zijn de organisatieopgaven op hoofdlijn vertaald naar de ontwikkelopgaves per team. Op basis daarvan wordt per team een teamplan opgesteld. Om de verschillende teamontwikkelingen onderling goed op elkaar af te stemmen is gestart met gesprekken over de ontwikkelopgaves en thema’s als de besturingsfilosofie, missie en visie: wat is nodig om een toekomstbestendige organisatie te zijn en wat is daarvoor nodig binnen de teams. Van daaruit wordt de ingezette ontwikkeling in de breedte doorgetrokken. Dit maatwerk moet zorgen voor een toekomstbestendige en wendbare organisatie als geheel. Zelforganisatie Om een wendbare organisatie (zoals de Omgevingswet van ons vereist) te zijn wordt gekoerst op het vergroten van het zelforganiserend vermogen binnen de organisatie. Door heldere kaders te stellen en verantwoordelijkheden zo laag mogelijk te leggen kunnen wij in onze ketensamenwerking met de regionale partners sneller tot een eenduidige inbreng komen.
Tijdens de kick-off Zelforganisatie op 5 maart 2020 is bekend gemaakt dat in de aanpak om het zelforganiserend vermogen van de organisatie te vergroten, gebruik wordt gemaakt van gidsen. De gidsen zijn bezig met een opleiding waardoor wij niet afhankelijk zijn van externe adviseurs en zij de ontwikkeling stevig in onze organisatie kunnen inbedden. De ontwikkeling wordt projectmatig uitgevoerd en de gidsen worden begeleid door adviesbureau Het Zuiderlicht. De opleiding is in mei 2020 gestart, maar heeft door de pandemie vertraging opgelopen. De verwachting is dat de opleiding voor de zomer is afgerond. Binnen de organisatie zijn verschillende initiatieven gestart rondom het thema zelforganisatie waarbij naast de gidsen in opleiding organisatie breed diverse groepen betrokken zijn en ook de teamleiders binnen hun eigen teams actief bijdragen aan de ingezette ontwikkeling. Projectmatig werken Het uitvoeringsplan organisatieontwikkeling wordt uitgevoerd en gemonitord onder leiding van een programmamanager ondersteund door een projectsecretaris. Om deze werkwijze structureel in te bedden 25
wordt gewerkt aan het positioneren van een (klein en slagvaardig)projectbureau waarvan de invulling van de structurele rollen nog nader vorm wordt gegeven. 5.3.2 Informatie gestuurd werken Informatisering De afgelopen periode is er een analyse gemaakt van de systemen en de achterliggende data die we voor onze informatievoorziening nu al gebruiken en gaan gebruiken. De kwaliteit van de data is in kaart gebracht en daar waar nodig zijn en worden er stappen ondernomen om de registratie van informatie en de monitoring daarvan te verbeteren om de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van de data te waarborgen. Verder is er gekeken naar externe bronnen en welke rol deze kunnen spelen ter aanvulling van de informatie die beschikbaar is uit de interne systemen. De data uit de externe bronnen zullen samen met de data uit de interne systemen een geheel gaan vormen om de organisatie en onze opdrachtgevers op een eenduidige en snelle manier van antwoorden en inzichten te gaan voorzien. Daarnaast gaan we gebruik maken van de rapportage tool om de organisatie te gaan voorzien van gewenste rapportages die onder andere als pdf bestand via de mail verzonden kunnen worden. Het effect is dat we zo uiteindelijk afscheid nemen van het handmatige en tijdrovende proces voor het beschikbaar stellen van analyses en rapportages.
In de eerder genoemde werkgroep rapportages zal dit samen met de deelnemers nader worden vorm gegeven. Automatisering. De implementatie en het testen van Powerbrowser 2020 (nieuwe versie van het zaaksysteem LOS) is in volle gang. De zogenaamde ‘key users’ voor elk team zijn opgeleid en gaan de komende tijd met de teams aan de slag om het team wegwijs te maken in de nieuwe omgeving. Naar verwachting wordt PB2020 in de twee week van juni in gebruik genomen. Locatiebestand. De overdracht van project naar lijn heeft plaatsgevonden. Het bijhouden van het locatiebestand behoort tot het reguliere werkproces. De daarvoor noodzakelijke capaciteit zal structureel worden verwerkt in de begroting en jaarprogrammering voor de komende jaren. Het verder bijwerken van het bestand met Milieubelastende activiteiten (MBA’s) en de zogenaamde gevelscans vallen onder de bijsturingsmaatregelen en worden vanaf 2022 opgepakt. RUDi/Website. Begin dit jaar is een advies opgesteld voor het vernieuwen van de website en het intranet. Halverwege 2021 kan worden gekozen voor leveranciers van de platformen. Naar verwachting start de inrichting en implementatie van de platformen in Q3 ’21 en zullen de website en het intranet in Q4 ’21 worden opgeleverd en in gebruik genomen gaan worden.
Uitstel van oplevering is niet mogelijk omdat het ondersteunende systeem voor de website en het intranet eind 2021 niet meer wordt ondersteund. Digitalisering P-dossiers. Het contract met een softwareleverancier is gesloten. Vanaf de tweede helft 2021 kan gestart worden met het digitaliseren van het p-dossier. Digitale uitwisseling milieu informatie. Het project tot het verbeteren van de digitale aanlevering en uitwisseling van milieudossiers kent al een lange doorlooptijd en wordt uitgevoerd in opdracht van de ambtskring gemeentesecretarissen. Die verbetering is nodig om de bedrijfsprocessen binnen de organisatie en tussen organisatie en deelnemers te kunnen optimaliseren. Als voorlopige oplossing is door het projectteam een standaard opgesteld voor de Documentcreatie en uitwisseling met de RUD (Standur). De ambtsgroep gemeentesecretarissen heeft, als opdrachtgever van dit project, in februari voorlopig ingestemd met deze standaard. Na het testen en verder uitwerken door het projectteam zal dit nogmaals in de ambtsgroep besproken worden om daarna ter vaststelling voor te leggen aan het algemeen bestuur van de RUD Drenthe. Gelet op de huidige stand van zaken is door de projectleider aangegeven dat er meer tijd en budget nodig is om het project verder af te ronden. Dit extra budget wordt voorgesteld ten laste te brengen van de post onvoorzien.
26
5.3.3 Risicogericht werken Risicogericht Toezicht. Planning en uitvoering gebeurt conform afspraken uit RGT 1.0. Verder zullen we in 2021 met de risicomatrix, zoals dit ook voor het programmatisch milieutoezicht 2021 is gedaan, opnieuw de PDCAcyclus doorlopen. Risicogericht Werken (RGW). Er is gestart met het inventariseren van bestaande risico inschattingen binnen de processen van vergunningverlening en meldingen. Daarbij is ook gekeken bij andere omgevingsdiensten, er zijn goede voorbeelden beschikbaar. Komende periode vertalen we deze naar een RUD-eigen aanpak. Naar verwachting kunnen we de eerste stappen zetten in de programmering van 2022. Uniform Uitvoerings- en Handhavingsbeleid. De werkgroep is geformeerd en het opdrachtgeverschap is belegd bij de ambtskring gemeentesecretarissen. In afwachting van een opdracht tot advisering kunnen wij milieukundige expertise leveren bij het opstellen van dit regionale beleid. In samenwerking met onze collega OD-en uit Groningen en Overijssel en onze gezamenlijke Waterschappen is een project opgestart waarbij onderzocht wordt hoe het handhavingsbeleid van alle diensten is voorbereidt op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op welke punten we het beleid op elkaar aan kunnen laten sluiten. Het spreekt voor zich dat het op te stellen regionale VTH-beleid en de risicogerichte benadering en inzet nauw met elkaar samenhangen.
5.4 Overzicht besteding uren en euro’s Deze rapportage betreft voortgang over de eerste 4 maanden van 2021. In onderstaande grafiek is de besteding van de programmabudgetten weergegeven in procenten. Zowel de inzet van medewerkers in uren als de budgetten besteed ten behoeve van inhuur, diensten etc. De besteding van uren en inhuurbudgetten verloopt naar verwachting en aanpassingen zijn op te vangen binnen het programmabudget. Figuur 4 : Besteding (%) van de programmabudgetten
27
6
Prognose voor eind van het jaar
6.1
De financiële prognose
Onze financiële prognose voor het einde van het jaar geeft aan dat we 2021 eindigen met een exploitatietekort van -€ 70K. binnen de begroting blijven. Dit tekort wordt voornamelijk veroorzaakt door niet begrote kosten voor het faciliteren van het thuiswerken (invoeren laptopconcept € 125K, de thuiswerkvergoeding van € 30K en de afschrijving van de bureaustoelen € 13K), een verhoging van de huisvestingskosten van de DVO van € 45K), de extra kosten van het project digitalisering dossiers uit het ontwikkelprogramma ( € 40K) en duurdere inhuur van personeel (€ 138K). Deze extra kosten van totaal € 421K kunnen slechts gedeeltelijk incidenteel gedekt worden uit de post onvoorzien van € 125K, de lagere reiskosten als gevolg van het thuiswerken (€ 139K) en de lagere kosten voor opleidingen (€ 87K). Tabel 10 : De financiële prognose voor 31-12-2021
28
Onze financiële prognose is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: Onze baten: • De deelnemersbijdrage is gebaseerd op het vastgestelde jaarprogramma 2021. Ten opzichte van de vastgestelde begroting betekent dit een hogere bijdrage van € 100K. • Het beschikbare, restant budget voor het ontwikkelprogramma wordt met € 40K overschreden. Deze overschrijding wordt gedekt uit de post onvoorzien. • Leges komen iets hoger uit dan de begroting. • De projectbaten komen € 500K hoger uit dan begroot. In totaliteit gaat het om € 1.000K. De projecten worden neutraal verwerkt in de exploitatie. Aan de lastenkant staat hetzelfde bedrag als aan de batenkant. Onze lasten: • Loonsom: Er is rekening gehouden met de nu bekende mutaties in de formatie. Onze vaste formatie per 1 april 2021 128 FTE. De gemiddelde bezetting over heel 2021 is in de prognose berekend op 130 fte, waar in de begroting uitgegaan werd van 132 fte. Het verschil van 2 fte wordt veroorzaakt door het later invullen van uitstaande vacatures en het gedeeltelijk invullen van vacatureruimte via inhuur. De CAO-onderhandelingen voor 2021 zitten op dit moment in een impasse. In de begroting is rekening gehouden met een effect van 2% van de salariskosten. • Inhuur: De gemiddelde inhuur over de eerste 4 maanden van 2021 bedraagt 15 FTE.
De Inhuur voor 2021 is ingeschat op basis van de daadwerkelijk te verwachten kosten (uren en tarief). Hierbij is rekening gehouden met de extra inzet voor het realiseren van de productie van het jaarprogramma en de aanvullende projecten. • Frictiekosten: Met een aantal medewerkers zijn gesprekken gaande, welke mogelijk kunnen leiden tot frictiekosten. Het betreft voornamelijk transitievergoedingen die betaald worden bij uit diensttreden na het bereiken van de maximale doorbetalingsplicht bij ziekte. De totale frictiekosten voor 2021 worden geschat op € 30K, waarvoor de post Onvoorzien aangesproken zal worden. • De bedrijfsvoeringskosten: • volgens de trend van de eerste 4 maanden 2021 en de jaarrekening 2020. • een stijging van de post voor de Packagedeals voor de huisvesting in het Provinciehuis van € 45K en de kosten voor de invoering van het laptopconcept van € 125K. • de licentiekosten van het zaaksysteem zijn met € 20K gestegen als gevolg van een andere verdeling ven deze kosten met de ODG (was in de verhouding RUD-ODG 42-58 en is sinds 2020 49-51) • Ontwikkelprogramma; Het Ontwikkelprogramma wordt voor 2021 uitgevoerd conform de in deze rapportage opgenomen begroting. De onderschrijding van de eerste 4 maanden van het jaar wordt in de loop van 2021 ingehaald. • Verlof Er is geen rekening gehouden met de mutatie voorziening verlof.
Geen begrotingswijziging Alhoewel een negatief financieel resultaat zich aftekent is de omvang van het verwachte tekort niet dusdanig dat een begrotingswijziging opportuun is. Als een negatieve afwijking van de begroting zich daadwerkelijk op jaarbasis voordoet dan wordt voorgesteld dit als negatief resultaat in de jaarrekening 2021 op te nemen. Formeel is een begrotingswijziging vereist bij een afwijking groter dan 5% van de begroting. Tekorten tot 5% kunnen via de jaarrekening worden verwerkt in de deelnemersbijdragen. Het voorziene tekort bedraagt minder dan 1% van de begroting. Daarbij kent de prognose een groot aantal variabelen waardoor het resultaat uiteindelijk veel minder negatief kan zijn. We koersen op neutraal resultaat.
29
6.2 Prognose productie Jaarprogramma Gelet op al het bovengenoemde vertrouwen wij er op dat we het Jaarprogramma uit kunnen voeren. We blijven alert op nieuwe ontwikkelingen en aanvullende opdrachten, en informeren/rapporteren daar actief over. Uiteraard zullen te maken inhoudelijke keuzes goed worden afgestemd met de deelnemers. 6.3 Eerste indicatie financiële gevolgen verrekensystematiek Op basis van de realisatie van de cijfers tot en met april kan een indicatie afgegeven worden wat de deelnemersbijdragen zullen zijn als de afwijking ten opzichte van het jaarprogramma op hetzelfde niveau zou liggen. Hiervoor is voor het jaarprogramma tot en met april een percentage van 34,62% genomen. Dit is op basis van historie gebruikelijke realisatie van het jaarprogramma tot en met april (zie tabel 12). In de deelnemer specifieke rapportage zal verder ingegaan worden in hoeverre de huidige afwijking van het jaarprogramma ook representatief is voor het gehele jaar. De inzet per deelnemer varieert ook over het jaar. De uiteindelijke verrekening is ook afhankelijk van de maatregelen die de deelnemers nemen op basis van de geconstateerde trend over de eerste 4 maanden. Tot nu toe zijn de voorschotten van de deelnemersbijdrage over 2021 nog steeds gebaseerd op het ABbesluit bij de vaststelling van de nieuwe verrekensystematiek in november 2020.
Hierbij is de deelnemersbijdrage gebaseerd op de uren van het jaarprogramma 2020. Bij het vaststellen van het jaarprogramma 2021 is er geen besluit genomen over het aanpassen van de deelnemersbijdrage op basis van het jaarprogramma. De verschillen in deelnemersbijdrage tussen het vastgestelde jaarprogramma en de huidige voorschotten is opgenomen in tabel 11. De totale afwijking ten opzichte van de huidige voorschotbedragen is opgenomen in tabel 13. Tabel 11: Verschil vastgesteld jaarprogramma 2021 en huidige voorschotten
30
Tabel 12: Eerste indicatie financiële gevolgen verrekensystematiek
Tabel 13: Eerste indicatie financiële gevolgen verrekensystematiek (tabel 11 en 12 samengevoegd).
31