CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Beleidsregel Nota maatwerk parkeernormen Noordpoort

1 - RAADSVERGADERING 24 april 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Wijzigen van het omgevingsplan gemeente Meppel11.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Stap 7: bijdrageregeling

In het geval de oplossingen zoals beschreven in Stap5 en Stap 6 niet mogelijk zijn, kan (het resterende deel) van de normatieve parkeeropgave opgelost worden middels een bijdrageregeling met de gemeente. In dat geval lost de gemeente onder voorwaarden en voor rekening van initiatiefnemer (het resterende deel van) de normatieve parkeeropgave op (bijvoorbeeld door aanleg van nieuwe parkeervoorzieningen in het openbaar gebied). In dat geval neemt de gemeente de verplichting over van de initiatiefnemer tegen een daartoe door de initiatiefnemer aan de gemeente te betalen marktconforme vergoeding. De gemeente hanteert hierbij de volgende voorwaarden: ●

●

●

‘Bijdragen’ mag nooit een doel zijn. De mogelijkheden hiervoor moeten voor elke situatie afzonderlijk nader worden onderzocht. Dit betekent dat, voordat een bijdrageregeling voor een bepaalde ontwikkeling van toepassing kan worden verklaard, onder meer gekeken moet worden of de gemeente inderdaad de mogelijkheid heeft om parkeerplaatsen te realiseren (ruimtelijk, juridisch en gelijktijdig gereed met de oplevering van de ontwikkeling), tegen welke kosten (financieel) en of zij het daartoe behorende realisatieproces kan beheersen (organisatorisch). Als een bijdrageregeling mogelijk is én wenselijk wordt geacht, zullen afspraken ten minste in de omgevingsvergunning worden vastgelegd, zo nodig aangevuld met een anterieure overeenkomst. Indien een bijdrageregeling om één of meerdere redenen niet mogelijk is, wordt afgezien van het instellen van een dergelijke regeling. Een bijdrageregeling is alleen mogelijk voor nog niet bestaande, nog door de gemeente te realiseren parkeerplaatsen of reeds gerealiseerde parkeerplaatsen van de gemeente welke bij oprichting zijn gemotiveerd als parkeerplaatsen voor toekomstige ontwikkelingen.

Door een bijdrage te doen in het door de gemeente te realiseren deel van de normatieve parkeeropgave is er nog geen sprake van een ‘om niet’ verkregen parkeerrecht op die parkeerplaatsen. De gemeente draagt uitsluitend zorg (zelfstandig dan wel door derden) voor de realisatie en instandhouding van de betreffende parkeerplaatsen. In het geval op deze parkeerplaats(en) een parkeerregime van toepassing is of op enig moment van toepassing wordt (vergunningparkeren, betaald parkeren, blauwe zone), dan zal de gebruiker van die parkeerplaatsen onder de door de exploitant van de betreffende parkeerplaatsen benoemde gebruiksvoorwaarden (tariefstelling, gebruikstijden e.d.) gebruik kunnen maken van deze parkeerplaats(en). Als richtlijn voor de marktconforme bijdrage wordt de gemiddelde reële stichtingskosten van de te realiseren parkeervoorziening gehanteerd. Zo wordt gewaarborgd dat de gemeente ook daadwerkelijk de aan te leggen parkeerplaatsen kan bekostigen als daar behoefte aan bestaat, zonder dat zij zelf extra middelen beschikbaar hoeft te stellen. Hoewel dat mogelijk niet in alle gevallen lukt, is het uitgangspunt dat de aanleg van extra parkeerplaatsen kostenneutraal kan plaatsvinden. De hoogte van de bijdrage is dus gekoppeld aan de manier waarop de parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De aldus verkregen middelen zijn gekoppeld aan een expliciete verplichting.

Het is niet mogelijk om deze gelden later anders te bestemmen dan voor het tijdig beschikbaar stellen van de afgesproken parkeercapaciteit in de afgesproken verschijningsvorm op de afgesproken locatie. 24

Resultaat stap 7: het aantal, de ligging en verschijningsvorm van de door de gemeente tegen een vergoeding van de initiatiefnemer te realiseren parkeerplaatsen dat beschikbaar wordt gesteld aan de ruimtelijke ontwikkeling is bepaald en in mindering gebracht op de resterende parkeerbehoefte zoals bepaald in stap 6. 6.4

Wat als de parkeerbehoefte niet kan worden opgelost?

De situatie kan zich voordoen dat een initiatiefnemer er niet in slaagt om de vastgestelde fiets- en/of autoparkeerbehoefte van zijn ruimtelijke ontwikkeling op te kunnen lossen. Dit vormt in beginsel een weigeringsgrond voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Een initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het volledig oplossen van de parkeerbehoefte van zijn ruimtelijke ontwikkeling. Als de bovenstaande situatie zich voordoet, dan zal de initiatiefnemer in eerste instantie zelf naar alternatieve oplossingen moeten zoeken. Een voorbeeld hiervan is het wijzigen van het geplande ruimtelijke programma. 6.4.1

Afwijkingsbevoegdheid van het college

Op basis van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft een bestuursorgaan de inherente bevoegdheid om van haar beleid af te wijken. In het kader van deze Nota maatwerk parkeernormen Noordpoort kan het college van burgemeester en wethouders van haar afwijkingsbevoegdheid gebruik maken in geval van een uitzonderlijke, niet voorziene, situatie die zou leiden tot een onredelijk, benadelend gevolg voor de betreffende ruimtelijke ontwikkeling of voor belanghebbenden.

25

7. Borging van de parkeeroplossing 7.1 Vertaling van theorie naar praktijk Het toepassen van fiets- en autoparkeernormen vormt een vrij theoretisch geheel waarin het soms lastig kan zijn om de vertaling naar de praktijk te maken. Tegelijkertijd geldt dat de mobiliteits- en parkeeroplossing die voor een ruimtelijke ontwikkeling wordt gevormd, in de praktijk goed moet functioneren. Dit geldt voor het eerste jaar, na tien jaar en tot het moment dat een gebouw wordt gesloopt, wordt gewijzigd of een andere functie krijgt. Om dit te bereiken wordt in deze paragraaf stilgestaan bij het vertalen van de theoretische parkeeroplossing naar de praktijk. Dit gebeurt in de vorm van een atelier: een werksessie waarin alle betrokken partijen zijn vertegenwoordigd (de initiatiefnemer, de toekomstig eigenaar, de gemeente en andere betrokken partijen zoals de aanbieder van eventuele deelauto’s). Het atelier is gericht op de meer grootschalige gebiedsontwikkelingen. De vertaalslag van theorie naar praktijk moet de initiatiefnemer doen voordat de aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt ingediend. Uit het atelier kunnen wijzigingen naar voren komen in de bedachte parkeer- en mobiliteitsoplossing. Onderwerpen die in ieder geval in het atelier aan bod moeten komen zijn: ●

● ●

Wie parkeert waar: op een plattegrond wordt de parkeer- en mobiliteitsoplossing uitgewerkt. Waar liggen de fiets- en autoparkeerplaatsen? Voldoen de (collectieve) fietsparkeervoorzieningen aan de gestelde kwaliteitseisen? Hoe zijn de parkeerplaatsen toegewezen aan de adressen? Waar worden eventueel de elektrische laadpalen geplaatst? Op welke locatie wordt een eventuele deelauto strategisch neergezet? Bezoekersparkeren: hoe krijgen bezoekers van de functies die worden ontwikkeld toegang tot parkeerplaatsen die op eigen terrein zijn gelegen? Hoe openen zij een hekwerk of slagboom? Communicatie: hoe worden de eindgebruikers geïnformeerd over de mobiliteits- en parkeeroplossing die voor hen wordt gerealiseerd?

7.2 Borging parkeren op eigen terrein (POET) Zoals opgenomen in paragraaf 3.2.3 geldt in deze Nota maatwerk parkeernormen Noordpoort het uitgangspunt dat de volledige fiets- en autoparkeerbehoefte op eigen terrein moet worden opgelost. In het bijzonder voor de auto geldt dat het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein moet worden vastgelegd in de omgevingsvergunning en in onze gemeentelijke systemen. In dit kader houdt de gemeente een POET-lijst bij: een lijst met adressen die beschikken over parkeren op eigen terrein. Dit biedt duidelijkheid richting de toekomst (vooral in relatie tot parkeerregulering en het in aanmerking komen voor openbare parkeerrechten, zoals een parkeervergunning of een ontheffing voor de parkeerschijfzone).

26

Bijlage 1 Begripsbepaling a) Autoparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel autoparkeerplaatsen voor een bepaalde functie nodig zijn per eenheid of bruto vloeroppervlakte; b) Autoparkeerbehoefte: de totale behoefte naar autoparkeerplaatsen vanuit een ruimtelijke ontwikkeling, rekening houdend met de gebiedsindeling en aanwezigheidspercentages; c) Bezoekersaandeel: het deel van de fiets- en autoparkeerbehoefte dat bestaat uit bezoekers; d) CROW: CROW is een landelijk kennisplatform over onder andere infrastructuur, mobiliteit en parkeren. e) Deelauto: een auto, waarvan de eigenaar of houder aantoont dat deze op basis van een overeenkomst gedeeld wordt met (ten minste) één andere particuliere deler van een ander huishouden; f) Eigen terrein: grond waarover de initiatiefnemer kan beschikken ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling dan wel in de directe nabijheid binnen de in Error! Reference source not found.

genoemde maximale loopafstanden van de ruimtelijke ontwikkeling; g) Fietsparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel fietsparkeerplaatsen voor een bepaalde functie nodig zijn per eenheid of bruto vloeroppervlakte; h) Fietsparkeerbehoefte: de totale behoefte naar fietsparkeerplaatsen vanuit een ruimtelijke ontwikkeling; i) Vaste gebruikersaandeel: het deel van de fiets- en autoparkeerbehoefte dat bestaat uit vaste gebruikers (bijvoorbeeld bewoners of werknemers); j) Kwaliteitseis: een eis die gesteld wordt vanuit het oogpunt van bruikbaarheid van een nieuw te realiseren parkeervoorziening; k) Maatgevende parkeerbehoefte: het moment waarop de verschillende functies binnen het programma gezamenlijk op basis van de aanwezigheidspercentages hun maximale parkeerbehoefte hebben ervan uitgaande dat parkeerplaatsen voor iedere parkeerder toegankelijk zijn; l) Mobiliteitsplan: een document waarin de mobiliteitsconcepten zijn uitgewerkt die door de initiatiefnemer worden ingezet om de parkeerbehoefte van de ruimtelijke ontwikkeling op te lossen; m) NEN: Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut; n) Openbare parkeerrechten: de rechten die rusten op een adres voor het in aanmerking komen voor ontheffings- en vergunningsproducten (in gebieden waar parkeerregulering van kracht is).

o) Openbare ruimte: de door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen de gemeente Meppel is gelegen; p) Parkeerdruk: het totale geparkeerde voertuigen gedeeld door de parkeercapaciteit in de openbare ruimte of in de gebouwde openbare parkeervoorzieningen, uitgedrukt in een percentage;

27

q) POET-lijst: een lijst met adressen waar parkeren op eigen terrein aanwezig is of was zoals vastgesteld in het verleden, met per adres de gevolgen die dit heeft voor het in aanmerking komen voor openbare parkeerrechten. r) Programma: het totaal aan verwachte aantal functies in een ruimtelijke ontwikkeling uitgedrukt in eenheden zoals die worden toegepast voor het berekenen van de normatieve parkeerbehoefte; s) Ruimtelijke ontwikkeling: een activiteit zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a Wabo en/of artikel 2.1, eerste lid onder c Wabo; t) Salderen: het berekenen van de parkeereis op basis van het verschil tussen de parkeervraag fiets- of auto in de nieuwe situatie (na realisering van de ruimtelijke ontwikkeling) en de parkeervraag in de oude situatie (vóór realisering van de ruimtelijke ontwikkeling); u) Sloop en nieuwbouw: bij sloop en nieuwbouw wordt een bestaand gebouw eerst afgebroken en verwijderd – alleen de fundering kan optioneel in stand blijven – en wordt een nieuw gebouw gerealiseerd v) Transformatie: bij transformatie vindt functieverandering van een bestaande functie plaats (bijv. van een kantoor naar een woning of van een naar meerdere woningen) en dient het gebouw waarin de functie is gesitueerd verbouwd te worden.

Dit houdt aan de ene kant in het renoveren van de bestaande fundering en/of constructies en aan de andere kant nieuwe lagen toepassen op een bestaande constructie of een extra vleugel aanbouwen. w) Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

28

Bijlage 2 Fietsparkeernormen Functie

Eenheid

●

Per wooneenheid

6,0

n.v.t.

n.v.t.

Per wooneenheid

5,0

n.v.t.

n.v.t.

Per wooneenheid

4,0

n.v.t.

n.v.t.

Per wooneenheid

3,0

n.v.t.

n.v.t.

Per bed

1,0

n.v.t.

n.v.t.

●

Appartement, groter dan 160 m² Appartement, tussen 100 en 160 m² Appartement, tussen 60 en 100 m² Appartement, kleiner dan 60 m² Huisvesting voor arbeidsmigranten Studentenhuis

Per kamer

1,0

1,0

n.v.t.

●

Appartement, bezoekers

Per wooneenheid

0,5

1,0

n.v.t.

●

Kantoor (personeel)

Per 100 m² bvo

1,3

2,0

n.v.t.

●

Kantoor met balie (bezoekers)

Per 100 m² bvo

3,0

6,0

n.v.t.

●

Winkelcentrum

Per 100 m² bvo

1,5

2,5

94%

●

Supermarkt

Per 100 m² bvo

1,6

2,7

93%

●

Bouwmarkt

Per 100 m² bvo

0,1

0,25

87%

●

Tuincentrum

Per 100 m² bvo

0,1

0,25

89%

●

Basisschool (< 250 leerlingen)

Per 10 leerlingen

3,0

4,3

n.v.t.

●

Per 10 leerlingen

3,5

5,0

n.v.t.

●

Basisschool (250 tot 500 leerlingen) Basisschool (>500 leerlingen)

Per 10 leerlingen

4,3

6,2

n.v.t.

●

Basisschool (medewerkers)

Per 10 leerlingen

0,2

0,4

n.v.t.

●

Middelbare school (leerlingen)

Per 100 m² bvo

6,0

10,0

n.v.t.

●

Per 100 m² bvo

0,4

0,4

n.v.t.

●

Middelbare school (medewerkers) ROC (leerlingen)

Per 100 m² bvo

8,0

12,0

n.v.t.

●

ROC (medewerkers)

Per 100 m² bvo

0,6

0,9

n.v.t.

● ● ● ●

Parkeernorm Gemiddeld Percentage (eis) kencijfer bezoekers (streven)

29

●

Apotheek (bezoekers)

Per locatie

4,0

7,0

n.v.t.

●

Apotheek (medewerkers)

Per locatie

2,0

4,0

n.v.t.

●

Begraafplaats/crematorium

Per gelijktijdige plechtigheid

3,0

5,0

67%

●

Per 100 m² bvo

1,0

1,3

n.v.t.

Per 100 m² bvo

0,3

0,4

n.v.t.

●

Gezondheidscentrum (bezoekers) Gezondheidscentrum (medew.) Kerk/moskee

Per 100 zitplaatsen

20,0

30,0

60%

●

Ziekenhuis (bezoekers)

Per 100 m² bvo

0,2

0,4

n.v.t.

●

Ziekenhuis (medewerkers)

Per 100 m² bvo

0,3

0,6

n.v.t.

●

Bibliotheek

Per 100 m² bvo

2,0

3,0

97%

●

Bioscoop

Per 100 m² bvo

4,0

7,8

94%

●

Fitness

Per 100 m² bvo

3,5

6,0

90%

●

Museum

Per 100 m² bvo

0,5

0,9

95%

●

Sporthal

Per 100 m² bvo

1,4

2,5

96%

●

Sportveld

Per ha netto terrein

30,0

50,0

95%

●

Sportzaal

Per 100 m² bvo

2,2

4,0

94%

●

Stadion

Per 100 zitplaatsen

5,0

9,0

99%

●

Stedelijk evenement

Per 100 bezoekers

18,0

32,0

99%

●

Theater

Per 100 zitplaatsen

13,0

24,0

87%

●

Zwembad (openlucht)

Per 100 m² bassin

15,0

28,0

97%

●

Zwembad (overdekt)

Per 100 m² bassin

11,0

20,0

99%

●

Fastfoodrestaurant

Per 100 m² bvo

8,0

10,0

90%

●

Restaurant/café́/bar/cafetaria

Per 100 m² bvo

3,0

7,0

80%

●

Busstation

Per halterende buslijn

23,0

42,0

100%

●

Carpoolplaats

Per autoparkeerplaats

0,5

0,8

100%

●

30

Bijlage 3 Autoparkeernormen Hoofdgroep: wonen Functie

Eenheid

Norm bewoner

Norm bewoner

Norm bezoeker

Noordpoort-Noord

Noordpoort-Zuid

Noordpoort-Noord en Zuid

●

Koop, huis, vrijstaand

Per woning

1,60

1,50

0,10

●

Koop, huis, twee-onder-een-kap

Per woning

1,50

1,40

0,10

●

Koop, huis, tussen/hoek

Per woning

1,40

1,30

0,10

●

Koop, appartement, > 100 m2 bvo

Per woning

1,40

1,30

0,10

●

Koop, appartement, 75-100 m2 bvo

Per woning

1,20

1,10

0,10

●

Koop, appartement, < 75 m2 bvo

Per woning

1,10

1,00

0,10

●

Huur, huis, vrije sector

Per woning

1,20

1,10

0,10

●

Huur, huis, sociale huur

Per woning

0,90

0,80

0,10

●

Huur, appartement, vrije sector,> 100 m2 bvo

Per woning

1,20

1,10

0,10

31

●

Huur, appartement, vrije sector, 75-100 m2 bvo

Per woning

●

Huur, appartement, vrije sector, < 75 m2 bvo

Per woning

0,70

0,60

0,10

●

Huur, appartement, sociale huur, > 100 m2 bvo

Per woning

0,80

0,70

0,10

●

Huur, appartement, sociale huur, 75-100 m2 bvo

Per woning

0,70

0,60

0,10

●

Huur, appartement, sociale huur, < 75 m2 bvo

Per woning

0,60

0,50

0,10

●

Huur, appartement, sociale huur of vrije sector,< 30 m2 bvo

Per woning

0,35

0,25

0,10

●

Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig

Per kamer

0,15

0,00

0,10

0,80

0,70

0,10

32

Bijlage 4 Aanwezigheidspercentages Toelichting: houd bij de toepassing van de onderstaande aanwezigheidspercentages rekening met de (commerciële) openingstijden van functies. Functie

● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

Woningen bewoners Woningen bezoekers Kantoor/bedrijven Commerciële dienstverlening Detailhandel Grootschalige detailhandel Supermarkt Sportfuncties binnen Sportfuncties buiten Bioscoop/theater/podium/enzovoort Sociaal medisch: arts/therapeut/consultatiebureau Verpleeghuis/verzorgingstehuis Ziekenhuis patiënten: inclusief bezoekers Ziekenhuis medewerkers Restaurant Dagonderwijs Avondonderwijs

Werkdagochtend

60% 40% 100% 100% 30% 30% 50% 50% 25% 5% 100% 100% 100% 100% 30% 100% 0%

Werkdag-

Werkdag-

middag

avond

60% 50% 100% 100% 60% 60% 60% 50% 25% 40% 100% 100% 100% 100% 40% 100% 0%

90% 75% 5% 5% 10% 70% 40% 100% 50% 50% 10% 50% 40% 40% 80% 0% 100%

Werkdagnacht

100% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 25% 5% 10% 0% 0% 0%

Koopavond

80% 70% 5% 75% 75% 80% 80% 100% 50% 50% 10% 50% 40% 40% 80% 0% 100%

Vrijdagmiddag

70% 60% 60% 100% 60% 60% 80% 40% 25% 40% 75% 100% 100% 100% 60% 100% 0%

Vrijdagavond

70% 100% 0% 5% 60% 70% 80% 100% 50% 100% 0% 50% 40% 40% 90% 0% 100%

Zaterdag-

Zaterdag-

Zondag-

middag

avond

middag

75% 100% 0% 0% 100% 100% 100% 100% 100% 40% 0% 100% 40% 20% 70% 0% 0%

80% 100% 0% 0% 0% 0% 40% 100% 25% 100% 0% 100% 40% 20% 100% 0% 0%

75% 90% 0% 0% 60% 0% 60% 75% 100% 40% 0% 100% 40% 20% 40% 0% 0%

33

Bijlage 5 Maximale acceptabele loopafstanden Toelichting: voor de functies gezondheidszorg en onderwijs geldt een maximaal acceptabele loopafstand van 100 meter. Voor alle overige functies en doelgroepen zijn de volgende maximaal acceptabele loopafstanden van toepassing

Omschrijving

Wonen, bewoners

Wonen, bezoekers

Werken

Overige functies

Noordpoort

200 meter

300 meter

600 meter

400 meter

34

Bijlage 6 Berekeningsaantallen parkeren op eigen terrein Toelichting: zie voor een nadere toelichting op parkeren in de voor- en/of achtertuin paragraaf Error! Reference source not found.. Type parkeervoorziening

Theoretisch aantal

Berekeningsaantal

Toelichting

Enkele oprit zonder garage of carport

1

0,8

Oprit minimaal 5,0 meter lang

Lange oprit zonder garage of carport

2

1,0

-

Dubbele oprit zonder garage of carport

2

1,7

Oprit minimaal 4,5 meter breed

Garage zonder oprit (bij woning)

1

0,4

-

Garagebox (niet bij woning)

1

0,5

-

Garage met enkele oprit

2

1,0

Oprit minimaal 5,0 meter lang

Garage met lange oprit

3

1,3

-

Garage met dubbele oprit

3

1,8

Oprit minimaal 4,5 meter breed

Dubbele parkeervoorzieningen tellen mee voor maximaal de parkeernorm, onder aftrek van 0,2 voor bezoekers.

35

Bijlage 7 Kwaliteitseisen fietsparkeren Het gebruik van een fietsenstalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort van de stalling. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen beïnvloeden het gebruik, evenals de mogelijkheid om fietsen met afwijkende afmetingen te stallen. De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 291) en FietsParKeur gaan uitgebreid in op de kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen voor het ontwerpen van een fietsenstalling in een ruimtelijke ontwikkeling in Noordpoort. Toegankelijkheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goed toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn: ●

Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en).

●

De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming.

●

De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de stalling tot de hoofd-/ neven-/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd.

●

De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.).

●

Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden.

●

Voor een stalling waar ook scooters, bakfietsen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden.

●

Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of chipkaartlezer.

Inrichting en bruikbaarheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsenstalling zijn: ●

De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld. Parkeerruimte voor buitenmodel fietsen is op een logische plek in de stalling gepositioneerd.

●

Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling.

●

De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden.

●

Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren.

●

●

Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van FietsParkeur of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm.

●

De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm. Dubbellaagse rekken worden bij voorkeur niet geplaatst in de voorziening vanwege de beperkte toegankelijkheid en het minimale gebruik.

●

De hart-op-hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed;

36

●

De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets, fietsen met afwijkend formaat of scooters.

●

De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor fietsen die afwijken van de standaardmaten: Minimaal 5% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 100 mm breed); Minimaal 15% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm);

●

De ruimtelijke positionering binnen de stalling is voor de fiets van normaal formaat het meest voordelig. Afwijkende maten dienen achter in de stalling een plaats te krijgen.

●

Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gestald.

●

De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers.

●

De netto-afmetingen van een scooterparkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 750 mm breed x 1800 mm lang.

37

Bijlage 8 Noordpoort Noord en Zuid In onderstaande afbeelding is de grens aangegeven tussen Noordpoort Noord en Noordpoort Zuid (zie paragraaf 5.3).

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=1b26a06b-52f0-48a1-aa3d-f3b98aa3310c