6. Verordening raadscommissies Was-wordt document
Tekst van het document
Verordening op de raadscommissies; Was-wordt document In onderstaand overzicht zijn de huidige artikelen van de verordening op de raadscommissie schuingedrukt weergegeven. De nieuw voorgestelde artikelen zijn in recht lettertype weergegeven. Tussen het was en wordt artikel is met kleur de reden van wijziging aangegeven. Hierbij staat: Oranje voor een autonome wijziging; betreft onderdeel waar de raad over gaat Groen voor een wijziging van de Gemeentewet c.q. onderliggende wetgeving Geel voor een technische wijziging; voornamelijk o.b.v. de twee laatste ledenbrieven VNG inzake de modelverordening. In enkele gevallen is er een combinatie van redenen. Naast de kleuraanduiding, is daar waar nodig ook een korte toelichting inzake de wijziging opgenomen. Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger - commissielid: raadslid of duo-raadslid - commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger - agendacommissie: deze commissie is o.a.
belast met de voorbereiding en vaststelling van de voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen raadscommissievergaderingen, auditcommissievergadering en voor raads- en werkbezoeken - schriftelijke oproep: een oproep van de commissievoorzitter aan de commissieleden om als commissie bijeen te komen die digitaal mag worden verzonden; - lange termijn agenda: overzicht van de belangrijkste onderwerpen, beleidsontwikkelingen, toezeggingen en moties, etc. van de gemeente op (middel-)lange termijn. Onderdelen die beschreven worden in de verordening dan wel onderdelen die hierin niet terugkomen zijn weggelaten. Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - commissielid: raadslid of duo-raadslid; - commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - wet: Gemeentewet. Artikel 2. Instelling raadscommissies Er is een: a. raadscommissie sociaal domein, waarvan de werkzaamheden in ieder geval de volgende onderwerpen betreffen: • jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen (3D’s) • maatschappelijke ondersteuning • volksgezondheid en • integratie. b. algemene raadscommissie, waarvan de werkzaamheden de onderwerpen betreffen, die niet vallen onder de raadscommissie sociaal domein.
Hoewel de auditcommissie – gelet op haar taken – een eigen verordening heeft is het logisch om benoemingen van voorzitters en vervangers van de raadscommissies bij de raad te houden. Sinds enige raadsperiodes wordt er niet gewerkt met een raadscommissie sociaal domein. Artikel 2. Instelling raadscommissies Er is een: a. algemene raadscommissie; b. aanvullende raadscommissies kunnen gedurende de raadsperiode door de raad worden ingesteld; c. voor de auditcommissie geldt een afzonderlijke verordening. Artikel 3. Taken Een raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a; c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen bedoeld onder a. NIET GEWIJZIGD.
Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter 1. De raadscommissies bestaan uit alle leden van de raad. 2. De raad kan daarnaast niet-raadsleden (“duo-raadsleden”) als Raadscommissieleden benoemen. 3. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 14 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. 4. Elke raadsfractie mag ten hoogste twee niet-raadsleden voordragen die haar vertegenwoordigt in de raadscommissie. 5. Elke raadsfractie laat per agendapunt ten hoogste twee raadscommissieleden deelnemen aan de beraadslagingen. 6. De raad benoemt de raadscommissievoorzitters en diens vervangers. 7. Bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad wordt het aantal zitplaatsen van de commissie en de verdeling over de fracties vastgelegd. In tegenstelling tot de modelverordening kent de raad van Meppel ook bij benoemingen van duo-raadsleden het afleggen van de eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet). Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter 1. De raadscommissies bestaan uit alle leden van de raad m.u.v. auditcommissie 2. De raad kan daarnaast op voordracht van en per fractie maximaal twee nietraadsleden (“duo-raadsleden) als raadscommissielid benoemen. 3. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 14 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 4.
De raad benoemt de commissievoorzitter(-s) van de algemene raadscommissie. Artikel 5. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid, -voorzitter en diens vervanger eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een commissielid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.
3. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. De raad kan haar commissievoorzitter of diens vervanger ontslaan. 5. Een commissielid, -voorzitter of diens vervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 7. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege. Lid 4 kent een kleine technische aanpassing.
Artikel 5. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan. 5. Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 7. Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege. Artikel 6. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar, als commissiegriffier. 2.
Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen of wordt vervangen door een daartoe door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. 3. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen. In plaats van benoeming wijst de griffier medewerkers aan. Artikel 6. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier. 2. Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.
Artikel 7. Oproep en voorlopige agenda 1. De commissievoorzitter zendt via de commissiegriffier ten minste zeven dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken. 2. Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 32 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. Aanpassing i.v.m. wet Bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur. Verder zijn de artikelen 7 en 8 uit de huidige verordening gecombineerd.
Artikel 7. Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 8, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld. Artikel 8. Aanvullende agenda; vaststellen agenda 1. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter via de commissiegriffier na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt. 2. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage. 3. Een agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.
Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De agendacommissie bepaalt in welke vergadering het nieuwe of aangepaste onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Vervallen is verwerkt in artikel 7.
Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het Stadhuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de
Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage. Aanpassing i.v.m. wet Bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur. Artikel 8. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het Stadhuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Artikel 10. Openbare kennisgeving Commissievergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging in een lokaal huis-aan-huis blad en door plaatsing op de gemeentelijke website. Aanvulling met lid 2 spoedeisende gevallen. Artikel 9. Openbare kennisgeving 1.
Commissievergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging in een lokaal huis-aan-huis blad en door plaatsing op de gemeentelijke website. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. Artikel 11. Presentielijst 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld. Minimale aanpassing in tweede lid.
Het onderdeel zitplaatsen is gelet op het quorum in artikel 12 (minimaal 9 leden) aangepast.
Artikel 10. Zitplaatsen en presentielijst 1. De voorzitter, de leden van de commissie (per fractie twee zetels), de commissiegriffier en de leden van het college hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter van de raad bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raadscommissie aangewezen. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met de griffier. 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld.
Artikel 12. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is.
2. Als ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is. In de Meppeler praktijk worden de commissievergaderingen door (duo)-raadsleden goed (en trouw) bezocht. Echter om meer flexibiliteit te hebben; bijvoorbeeld twee parallelle raadscommissies (zonder benodigde centrale opening), maar ook om commissieleden indien onderwerpen uit hun portefeuille niet geagendeerd ruimte te bieden voor andere raadswerkzaamheden, wordt voorgesteld om te vergaderen als er meer leden zijn dan het aantal fracties dat in de raad vertegenwoordigd is. Artikel 11. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer leden dan het aantal fracties in de raad tegenwoordig is. 2.
Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties tegenwoordig is.
Artikel 13. Besluitenlijst 1. Een commissiegriffier draagt zorg voor besluitenlijsten van vergaderingen en een webcast. 2. Een besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke commissieleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene onder vermelding van de namen van de sprekers; e. een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de namen van de commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met aantekening van de namen van de commissieleden die zich niet uitgelaten hebben; f. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 16 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptbesluitenlijst worden gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de vergadering waarop het betrekking heeft. 4. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier. 5.
De besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst. Een webcast verzorgen is geen wettelijke Lid 5 kent een kleine technische verplichting. Mocht de webcast storing hebben, dan voldoet de raad nog altijd aanpassing; hiervoor is gekozen vanwege aan de wet doordat de vergadering eenheid in de documenten.
toegankelijk is in verband met het openbare karakter van de vergadering tenzij anders besloten. Artikel 18. Besluitenlijst 1. Een commissiegriffier draagt zorg voor besluitenlijsten van vergaderingen. 2. Uit een verslag blijkt in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke commissieleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een samenvatting van het advies aan de raad met vermelding van de namen van de commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring en met aantekening van de namen van de commissieleden die zich niet hebben uitgelaten, en f. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 14 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de vergadering waarop het betrekking heeft. 4. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier. 5.
Elektronisch beschikbare verslagen worden op de website van de gemeente geplaatst. Artikel 14. Advies; geen stemmingen 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. In het advies wordt indien gewenst de standpunten van alle fracties opgenomen. 3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van over geheimhouding en met betrekking tot de orde. Bij een stemming geldt een gewogen stemming naar het aantal zetels die een fractie heeft in de gemeenteraad. Ongewijzigd, wel vernummering Artikel 12. Advies; geen stemmingen 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. In het advies wordt indien gewenst de standpunten van alle fracties opgenomen. 3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van over geheimhouding en met betrekking tot de orde. Bij een stemming geldt een gewogen stemming naar het aantal zetels die een fractie heeft in de gemeenteraad. Artikel 15. Aantal spreektermijnen 1. De voorlopige agenda van de vergadering bevat op voorstel van de agendacommissie de streeftijd voor behandeling van onderwerpen. 2.
Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 3. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 4. Commissieleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 5. Bij de bepaling hoeveel malen een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een
voorstel van orde. Streeftijd en spreektijd is als mogelijkheid opgenomen. Artikel 13. Aantal spreektermijnen 1. De voorlopige agenda van de vergadering kan op voorstel van de agendacommissie de streeftijd en spreektijd per fractie en college voor behandeling van onderwerpen bevatten. 2. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 3. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 4. Commissieleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 5. Bij de bepaling hoeveel malen een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen Een raadscommissie kan op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Vernummering. Artikel 14. Deelname aan de beraadslaging door anderen Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 17. Spreekrecht burgers 1. Burgers kunnen gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen. Wil een burger gebruik maken van het spreekrecht over een niet-geagendeerd onderwerp, dan spreekt hij of zij na de vaststelling van de agenda in.
Wil een burger gebruik maken van het spreekrecht over een geagendeerd onderwerp, dan spreekt hij of zij voorafgaand aan het agendapunt in. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste 32 uur voor de aanvang van de vergadering van de raadscommissie aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De inspreker kan in twee termijnen het woord voeren. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering 5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan na overleg met de raadscommissie in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.
De voorzitter stelt de deelnemers aan de commissievergadering in de gelegenheid aan inspreker korte verhelderende vragen te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen inspreker en deelnemers van de vergadering. 7. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
De modelverordening VNG kent geen spreekrecht voor niet geagendeerde onderwerpen en verwijst hiervoor naar de mogelijkheid van burgerinitiatief. Voorgesteld wordt om spreekrecht over niet-geagendeerde onderwerpen in de Meppeler verordening te handhaven. In lid 4 is in vergelijking met het model gehandhaafd dat de voorzitter de commissieleden gelegenheid geeft voor het stellen van vragen (in model staat de voorzitter kan). Verder is in afwijking van het model lid 2 gehandhaafd. Artikel 15. Spreekrecht burgers 1. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn en niet geagendeerde onderwerpen. Wil een burger gebruik maken van het spreekrecht over een niet-geagendeerd onderwerp, dan spreekt hij of zij na de vaststelling van de agenda in. Wil een burger gebruik maken van het spreekrecht over een geagendeerd onderwerp, dan spreekt hij of zij voorafgaand aan het agendapunt in. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit op de dag van de vergadering om uiterlijk 12:00 uur bij de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 4. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. De inspreker kan in twee termijnen het woord voeren. 5. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter stelt de deelnemers aan de commissievergadering in de gelegenheid aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 6. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker. Artikel 18. Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering. 2. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen.
Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. Model overgenomen; enkele inhoudelijke wijzigingen. Artikel 16. Handhaving orde en schorsing
1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel 19. Voorstellen van orde Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over. Vernummering. Artikel 17.
Voorstellen van orde Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over. Artikel 20. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Vernummering. Artikel 19. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 21. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier. 2. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van het verslag. 3. De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Vernummering. Artikel 20. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier. 2.
Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag. 3. De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend.
Artikel 22. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Aanpassing i.v.m. wet Bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur. Artikel 21. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Artikel 23. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Vernummering. Artikel 22. Toehoorders en pers 1.
Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Artikel 24. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Vernummering. Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Artikel 25. Experiment De raad kan op voorstel van de agendacommissie besluiten tot afwijking van het bepaalde in dit regelement met als doel te experimenteren met een andere wijze van werken voor een periode van maximaal 1 jaar.
Laten vervallen; voor een andere wijze van werken – mits voldaan wordt aan de wet – is in principe voldoende ruimte. In de modelverordening is dit artikel ook niet meer opgenomen.
Artikel 26. Intrekken oude verordening en inwerkingtreding nieuwe verordening en citeertitel 1. De verordening op de raadscommissie Gemeente Meppel 2013, vastgesteld bij raadsbesluit van 24 januari 2013, wordt ingetrokken. 2. De verordening op de raadscommissies Gemeente Meppel 2014, treedt in werking op acht dagen na bekendmaking. Conform model twee artikelen. Artikel 24. Intrekking oude verordening De verordening op de raadscommissies Gemeente Meppel 2014 wordt ingetrokken per 1 april 2023. Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 april 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies Gemeente Meppel 2023.