6. Beleidsregel 'Bouwen, aanleggen en ruimtelijke inrichting van het transformatiegebied Noordpoort'
Tekst van het document
Proces Zowel bij placemaking als bij het tijdelijk gebruik van vastgoed is het van belang ruimte te geven aan vragen vanuit de maatschappij. Initiatiefnemers worden verwelkomd en in een oriënterend gesprek met de gebiedscoördinator wordt bekeken of, hoe en waar het initiatief binnen het gebied past. Hierbij vindt een toetsing aan de gebiedsambitie plaats en wordt bepaald hoe tijdelijk het tijdelijke gebruik van de openbare ruimte of het vastgoed is. Er wordt besproken hoe verschillende initiatieven aan elkaar worden gekoppeld zodat deze elkaar versterken. Indien een initiatief daadwerkelijk doorgang krijgt worden de afspraken contractueel vastgelegd.
46
Tijdelijkheid als onderdeel van de planvorming
Om tijdelijke initiatieven echt een onderdeel van de planvorming te laten zijn is het van belang om hier ook financieel en procesmatig rekening mee te houden. Voordat bijvoorbeeld braakliggende plots werkelijk voor placemaking ingezet kunnen worden dient er vaak een kleine investering plaats te vinden of zijn er bijvoorbeeld vergunningen nodig die met een tijdelijke status kunnen worden verleend. Het is hierbij van belang om snelheid in het proces te houden en daarmee de binding met de initiatiefnemers niet te verliezen.
Meerwaarde
Voor placemaking in de openbare ruimte en het tijdelijk gebruik van het vastgoed zien we de volgende meerwaarde: • Het gebied wordt al vroeg onderdeel van de ‘mental map’ van de gebruikers; • Het heeft een positief effect op de levendigheid in en het imago van het gebied; • Het kan ruimte bieden aan (latente) initiatieven die nu geen plek kunnen vinden in de stad; • Het kan tot een broedplaats leiden en daarmee ruimte bieden aan nieuwe (gebruiks-) concepten; • Het voorkomt verloedering van de locatie; • Het stimuleren van ontwikkelingen en richting geven aan het gewenst eindprogramma.
Hoe tijdelijk is tijdelijk?
Vooral bij succesvolle tijdelijke initiatieven kan de wens om als permanent door te gaan op gespannen voet staan met het beoogde eindgebruik of niet aansluiten op de gewenste gebiedsidentiteit. Om hier rekening mee te houden is het van belang heldere afspraken te maken en deze vast te leggen. Daarnaast staat een te rigide houding op contractniveau mogelijk nieuwe kansen in de weg. Er moet gezocht worden naar een balans tussen het zoeken naar mogelijkheden om succesvol gebruik een plek te geven en het waarborgen van de gebiedsidentiteit.
47
DEEL 2
Handleiding toepassen deel 2 In het voorgaande is al aangegeven dat initiatieven voor ontwikkelingen binnen het transformatiegebied Noordpoort op grond van het omgevingsplan van de gemeente Meppel vergunningplichtig zijn. Op grond van de planregels worden deze initiatieven getoetst aan onder meer deze beleidsregel. Dit deel 2 van deze beleidsregel bevat de beoordelingsregels voor de bouwactiviteiten en aanlegactiviteiten die met het aangevraagde initiatief samenhangen. Bouwactiviteiten zijn alle activiteiten binnen het initiatief die samenhangen met het oprichten van gebouwen gebruikt voor woonactiviteiten, detailhandel, horeca-activiteiten of bedrijfsmatige activiteiten. Dit met inbegrip van bij de gebouwen behorende buitenruimten. Onder aanlegactiviteiten worden alle overige ingrepen in de fysieke leefomgeving verstaan waarmee geen gebouw wordt gerealiseerd. Daarbij kan worden gedacht aan het aanleggen van een weg, fietspad, park, waterpartij met alle bijbehorende bouwwerken zoals bruggen, duikers en dergelijke. In de volgende figuur is dit onderscheid tussen aanlegactiviteiten en bouwactiviteiten binnen een initiatief geïllustreerd.
1
Hoe werkt het systeem? De transformatie van Noordpoort zal er voor zorgen dat binnen het transformatiegebied nieuwe gebouwen en buitenruimten zullen worden gerealiseerd. In dit tweede deel van deze beleidsregel is een systeem opgenomen waar de aanvraag voor deze bouw- en aanlegactiviteiten worden getoetst. Op basis van het ontwerp van deze bouw- en aanlegactiviteiten worden daaraan punten toegekend. Afhankelijk van de mate waarin de voor het initiatief aangevraagde activiteiten bijdragen aan de doelen die voor het transformatiegebied zijn gesteld, kan het initiatief respectievelijk -1, 0 of 1 punt scoren. Als het initiatief onvoldoende bijdraagt aan de voor het transformatiegebied gewenste kwaliteit, dan kan de aangevraagde omgevingsvergunning zonder meer niet worden verleend. Dit puntensysteem wordt in deze beleidsregel het ‘Mengpaneel’ genoemd. Het toekennen van deze punten gebeurt door de gemeente in een proces waarbij gebruik gemaakt wordt van zogenoemde omgevingstafels. In dit proces wordt met verschillende dialogen het ontwerp door de gemeente ontvangen en de puntentoekenning in overleg met de initiatiefnemer vastgesteld. Deze omgevingstafels worden ook gebruikt om in overleg met de initiatiefnemer het initiatief binnen de kaders van deze beleidsregel te optimaliseren.
Voor de bouwactiviteiten bevat het Mengpaneel de volgende schuifjes: • natuurwaarde • groen, water en klimaat • circulariteit De scores die met de aangevraagde bouwactiviteiten kunnen worden toegekend, worden met de volgende schematische figuren geïllustreerd.
Alle aangevraagde bouwactiviteiten van een initiatief worden individueel tot één score per schuifje beoordeeld. De laagste score van het hele bouwplan bepaalt de uiteindelijke score. Dit wordt geïllustreerd met het volgende voorbeeld. In het hiernaast afgebeelde voorbeeld zijn 10 verschillende bouwblokken binnen één bouwplan beoordeeld op het aandeel groen dat binnen de verschillende bouwblokken van het bouwplan kan worden gerealiseerd. In het onderdeel over bouwactiviteiten van deze beleidsregel, worden hier eisen aan gesteld. Daarbij wordt het aandeel groen per afzonderlijk bouwblok binnen het initiatief aan de criteria van het thema getoetst. Voor elk bouwblok geldt dat het aandeel groen ten minste 20% moet bedragen. In het hiernaast afgebeelde voorbeeld voldoen 2 bouwblokken binnen het initiatief niet aan deze ondergrens. Dit betekent dat voor dit initiatief gelet op deze score in beginsel géén omgevingsvergunning kan worden verleend. De initiatiefnemer zal moeten zoeken naar mogelijkheden binnen het ontwerp en binnen het afwegingskader om het ontwerp passend te krijgen, door alle bouwblokken voor minimaal 20% groen te laten zijn. De resulterende score van het initiatief op de drie afzonderlijke schuifjes wordt gesommeerd tot een totaal voor de bouwactiviteiten.
Als de som van de scores van de aangevraagde bouwactiviteiten 0 of meer punten bedraagt, dan kan de aangevraagde vergunning (voor wat betreft de daarmee samenhangende bouwactiviteiten) worden vergund. Scoort het initiatief minder dan 0 punten, dan zal het initiatief moeten worden aangepast om alsnog vergund te kunnen worden.
2
Voor de aanlegactiviteiten bevat het Mengpaneel de volgende schuifjes: • stadsnatuur ontwikkelen • groen, water en klimaat • circulariteit De scores die met de aangevraagde aanlegactiviteiten kunnen worden toegekend, worden met de volgende schematische figuren geïllustreerd.
Ook voor de aangevraagde aanlegactiviteiten geldt dat alle aanlegactiviteiten die binnen een initiatief zullen worden ondernomen gezamenlijk tot één score per schuifje leiden. De score van het initiatief op de drie schuifjes wordt gesommeerd tot een totaal voor de aanlegactiviteiten. Als met de som van de scores van de aangevraagde aanlegactiviteiten 0 of meer punten bedraagt, dan kan de aangevraagde vergunning (voor wat betreft de daarmee samenhangende aanlegactiviteiten) worden vergund. Scoort het initiatief minder dan 0 punten, dan zal het initiatief moeten worden aangepast om alsnog vergund te kunnen worden. De totaalscores van de schuifjes voor de bouwactiviteiten en de schuifjes voor de aanlegactiviteiten worden elk afzonderlijk beoordeeld en moeten dus elk afzonderlijk groter dan of gelijk aan 0 zijn. De score van de bouwactiviteiten mag dus niet gesommeerd worden met de score van de aanlegactiviteiten voor het toetsen aan de minimumscore van 0 punten. In het navolgende wordt achtereenvolgens voor de bouwactiviteiten en voor de aanlegactiviteiten per schuifje beschreven hoe de score tot stand komt.
3
Bouwen In dit deel van de beleidsregel worden de beoordelingscriteria beschreven die worden gebruikt om de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteiten te beoordelen. Onder bouwactiviteiten verstaan we alle materiële ingrepen in de fysieke leefomgeving die betrekking hebben op het bouwen van gebouwen. Daarbij is ook inbegrepen het aanleggen van het binnenterrein van het bouwblok of activiteiten op het dak van het gebouw. Het onderdeel Bouwen heeft geen betrekking op het aanleggen van parken, wegen, paden, waterpartijen en dergelijke in de openbaar toegankelijke buitenruimte. Het onderdeel Bouwactiviteiten van deze beleidsregel bevat de volgende ‘schuifjes’: • natuurwaarde • groen, water en klimaat • circulariteit. Per afzonderlijk schuifje zal een initiatief op basis van de karakteristieken als ‘Uitstekend’, ‘Standaard’, ‘Basis’ of ‘Weigering’ worden gekwalificeerd. Deze kwalificatie kent een puntenscore aan het initiatief voor het betreffende schuifje toe. Initiatieven die als som van de scores van de drie schuifjes gezamenlijk ten minste 0 scoort, wordt een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit verleend.
Natuurwaarde Bij dit schuifje wordt beoordeeld in hoeverre een bouwinitiatief bijdraagt aan het versterken van de natuurwaarde en de biodiversiteit binnen het deelgebied Noordpoort. Onder natuurwaarde verstaan we: de aanwezigheid en het behoud van streekeigen flora- en fauna; onder biodiversiteit de verscheidenheid aan soorten die binnen een gebied voorkomen. Een strak gemaaid grasveld in de stedelijke omgeving past minder bij de voor Noordpoort beoogde kwaliteit. Kader voor dit schuifje zijn de Kadernotitie ‘Zo doen we Groen!’, de Natuurwaardenkaart en het Programma Biodiversiteit van de gemeente Meppel. Hierin zijn de ambities voor natuur in de stad beschreven. We zien in de stedelijke omgeving graag diverse streekeigen natuur, gebonden aan bomen, bebouwing, beplanting, water of ruige hoekjes. We streven naar een diverse natuur in de stad met: • natuur inclusieve bebouwing en (kade)muren; • bloemrijke tuinen en kruidenrijk gras; • poelen, vijvers en slootjes; • bomen in tuinen, plantsoen en langs wegen; • toename in aantallen en diversiteit van soorten zoals vleermuizen, gierzwaluw, huismus, muurplanten, zwarte roodstaart, rietorchis, atalanta, groene kikker, dagpauwoog en sperwer. Wat flora betreft wordt het gebied gekenmerkt door vochtminnende soorten zoals plat fonteinkruid, kransvederkruid, zwanenbloem, brede waterpest, waterviolier, blaaszegge en rijstgras.
Wat diersoorten betreft komen er in dit deelgebied huismussen, dwergvleermuizen, spreeuwen, gierzwaluwen, roeken, egels, eksters en bonte spechten. Om de biodiversiteit binnen dit gebied te behouden en uit te breiden, is het streven naar minder verstening en meer streekeigen beplanting binnen het deelgebied. Erfafscheidingen moeten het verplaatsen van egels niet belemmeren. Gebouwen moeten onderdak kunnen bieden aan soorten zoals de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. Door vooraf bij de planvorming hierover na te denken, kunnen voorzieningen en terreininrichting gericht op natuur, vaak eenvoudig toegepast worden. Het schuifje Natuurwaarde voor Bebouwing is dan ook gebaseerd op het verwachte positieve effect op natuurwaarde en de beleving ervan, die maatregelen in een plan met zich meebrengen. We beschouwen het geschikt maken van bebouwing voor stadssoorten (natuur inclusief bouwen) daarbij afzonderlijk van het creëren van natuurwaarde op het erf/terrein. Bovendien wordt de grootte en aard van een plan meegewogen bij de beoordeling.
4
Natuurwaarde - het schuifje Voor alle plannen, groot of klein, geldt dat sprake moet zijn van een mate van natuur inclusief bouwen. Hiermee bedoelen we: het zo goed mogelijk geschikt maken van een gebouw als onderdeel van het leefgebied voor stadssoorten. Onderstaande onderdelen beoordelen we bij het natuur inclusief bouwen. Daarbij geldt de aangegeven maatregel per bebouwingseenheid (woning).
Punten Toepassen van nestgelegenheid voor stadsvogels, waarbij geldt: •
Minimaal 3 nestkasten voor huismussen, aan de noord-, oost- of noordoostzijde, hoger dan drie meter geplaatst en op minimaal 50 centimeter onderlinge afstand.
5
•
Minimaal 3 nestgelegenheden voor gierzwaluwen aan de noordoostzijde, hoger dan 4 meter geplaatst én met vrije aanvliegroute
5
•
Minimaal 3 nestplaatsen voor huiszwaluwen of spreeuwen. Voor spreeuwen geldt dat de nestplaatsen aan de noord, oost of noordoostzijde moeten worden aangebracht, op twee tot vijf meter hoogte en minimaal drie verblijfsplaatsen. Voor huiszwaluwen geldt dat deze op de noordzijde aan de buitengevel onder een overstek geplaatst moeten zijn, op vier tot tien meter hoogte.
2
Toepassen van vleermuiskasten, waarvoor geldt: •
Minimaal 3 inbouwkasten voor vleermuizen, vanaf zes meter hoogte én op de noord, oost of noordoostzijde op minimaal 80 centimeter onderlinge afstand. De kasten mogen niet verlicht worden.
5
•
Minimaal 3 inbouwkasten voor vleermuizen in de spouw of achter gevelbetimmering, vanaf vier meter hoogte én op de zuidwestzijde. De kasten mogen niet verlicht worden.
2
Groen dak of gevel, waarbij geldt: 5
•
Dak minimaal 90% groene bedekking
3
•
Gevel minimaal 75% groene bekleding
5
•
Bruin dak met zand en stenen (tbv de scholekster)
3
Overige voorzieningen: •
Minimaal 2 insectenvoorzieningen (0,50 x 0,50 m) inbouw aan de gevel gelegen aan de zuidwestzijde
2
De score op het thema ‘Natuurwaarden’ wordt als volgt vastgesteld: Uitstekend (+1)
Het plan heeft met de punten uit het schuifje minimaal 12 punten gescoord
Standaard (0)
Het plan heeft met de punten uit het schuifje minimaal 8 punten gescoord
Basis (-1)
Het plan heeft met de punten uit het schuifje minimaal 5 punten gescoord
Weigering
Het plan heeft met de punten uit het schuifje minder dan 5 punten gescoord
6
Groen en klimaat, beschrijving Groen is belangrijk, want het draagt bij aan de beleving van een aangename leefomgeving en nodigt uit tot gezond gedrag en natuurbeleving. Door het verblijven buiten wordt onder meer vitamine G gecreëerd. En dat draagt weer bij aan een gezond en prettig leven. Bij dit schuifje wordt gekeken in hoeverre een bouwactiviteit bijdraagt aan de ambitie om meer groen en water aan de transformatie toe te voegen en een klimaatbestendig Noordpoort te ontwikkelen. Het thema ‘gezondheid’ is sterk met dit schuifje verweven. Voor de ontwikkeling van Noordpoort worden de doelen voor de thema’s groen, water en klimaat geconcretiseerd tot de thema’s: • aangename groene leefomgeving • verkoeling en schaduw • wateroverlast en droogte In het onderstaande wordt van deze thema’s een beschrijving gegeven. Verkoeling en schaduw Groen (en water) dragen bij aan het bestrijden van hittestress, het invangen van fijnstof en het beperken van wateroverlast en droogte. In de stad is sprake van natuurlijke verkoeling door groen, water en bomen. Dit wordt aangevuld met nieuwe combinaties van groen en bebouwing. Wateroverlast en droogte Het is belangrijk om maatregelen te treffen tegen wateroverlast en droogte. Gehanteerde begrippen Groen: Groen bestaat uit beplanting, gras, groene daken en boomkroonoppervlak.
Boomkroonoppervlak: Het potentiële kroonoppervlak van een boomsoort in volwassen fase. Daarbij moet deze volwassen fase wel aantoonbaar bereikt kunnen worden. Dit toetsen we aan het laatste geldende versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Zie hiervoor de informatie op de website: https://www.norminstituutbomen.nl/producten/handboek-bomen. Bij het berekenen van de omvang telt de boomkroon separaat mee (dus extra ten opzichte van bijvoorbeeld onderliggend groen waar de boom in staat). Gebruikswaarde: De mate waarin het terrein of de locatie uitnodigt tot gebruik. Denk daarbij aan toegankelijkheid, zichtbaarheid, schaduwplekken en bespeelbaarheid (bruikbaar maaiveld).
7
Groen en klimaat - het schuifje De hiervoor beschreven uitwerking van de thema’s groen en klimaat, die verband houden met het bouwen van gebouwen, zijn uitgewerkt in het scoresysteem van deze beleidsregel. Hieronder wordt beschreven aan welke eisen de aanvraag moet voldoen om ‘uitstekend’, ‘standaard’ of ‘basis’ te scoren.
Uitstekend (+1) Meer dan 40% van het bouwvlak waarop bouwactiviteit betrekking heeft bestaat uit groen. Groen in de bouwactiviteit moet minimaal bestaan uit één boomlaag en één andere laag. Van het aangelegde groen moet minimaal 40% streekeigen zijn. Het groen heeft verblijfskwaliteit en gebruikswaarde voor de bewoners van het bouwblok zelf zoals verpozen, ommetje, sport en spel. Het groen is openbaar toegankelijk. Groene verblijfsruimtes blijven op het heetst van de dag door schaduwwerking koel en gebruiksvriendelijk. De hemelwaterafvoer is maximaal 0,8 liter per seconde per hectare.
Standaard (0) Meer dan 30% van het bouwvlak waarop bouwactiviteit betrekking heeft bestaat uit groen. Groen in de bouwactiviteit moet minimaal bestaan uit één boomlaag en één andere laag. Het groen heeft verblijfskwaliteit en gebruikswaarde voor de bewoners van het bouwblok zelf zoals verpozen, ommetje, sport en spel. Het groen van het bouwvlak is op meer dan 30% van de openbare weg zichtbaar (doet mee in het straatbeeld). De hemelwaterafvoer is maximaal 1,2 liter per seconde per hectare.
Basis (-1) Meer dan 20% van het bouwvlak waarop bouwactiviteit betrekking heeft bestaat uit groen. Het groen heeft verblijfskwaliteit en gebruikswaarde voor de bewoners van het bouwblok zoals verpozen, ommetje, sport en spel. De hemelwaterafvoer is maximaal 1,6 liter per seconde per hectare conform eis van het waterschap.
Weigering Het initiatief wordt geweigerd als één van de bouwblokken binnen het gehele bouwplan minder dan 20% groen. Dit met uitzondering van gevallen waarbij het tekort aan groen areaal binnen de bouwactiviteit kan worden gecompenseerd met areaal aan grond binnen de aanlegactiviteiten die ook onderdeel zijn van het initiatief. Dit compenserende groen moet binnen 100 meter van de bouwactiviteit liggen waar deze compensatie nodig is. Dit compenserende areaal aan groen mag dan niet worden meegerekend bij de aanlegactiviteit. Er is ook een weigering als je meer dan 1,6 liter per seconde per hectare hemelwater afvoert, tenzij er bindende afspraken zijn gemaakt met het bevoegd gezag.
8
Circulariteit Bij het schuifje Circulariteit wordt gekeken in hoeverre een bouwactiviteit van een initiatief een aantoonbare bijdrage levert aan de verduurzaming en circulariteit van de fysieke leefomgeving in het transformatiegebied. Hierbij gaat het om de aspecten duurzame bouwmaterialen, omgang met afval en grondstoffen, inkoop en duurzame mobiliteit. Het Rijk heeft in 2016 het Rijksbrede programma Circulaire Economie ‘Nederland circulair in 2050’ gepubliceerd. Dit programma richt zich op de ontwikkeling en realisatie van een circulaire economie voor 2050. Om de Nederlandse economie versneld te transformeren in een circulaire economie, zijn drie strategische doelen in het Rijksbrede programma geformuleerd: • Grondstoffen in bestaande ketens worden hoogwaardig benut. Deze efficiencyslag kan leiden tot afname van de grondstoffenbehoefte in bestaande ketens. • Waar nieuwe grondstoffen nodig zijn, worden fossiele kritieke en niet-duurzaam geproduceerde, hernieuwbare en algemeen beschikbare grondstoffen. Naast biomassa zijn algemeen beschikbare grondstoffen de grondstoffen die de natuur nodig heeft voor leven (ijzer, silicium, koolstof, magnesium, natrium, kalium, calcium, stikstof, zuurstof, fosfor, zwavel en waterstof).
Hiermee blijft het natuurlijk kapitaal behouden en maken we de Nederlandse economie toekomstbestendiger en minder afhankelijk van (de import van) fossiele bronnen. • We ontwikkelen nieuwe productiemethodes, gaan nieuwe producten ontwerpen en gaan gebieden anders inrichten. Dit leidt tot andere ketens die de gewenste reductie, vervanging en benutting een extra impuls geven. In het programma Duurzaamheid 2021-2023 van de gemeente Meppel is een aantal doelen met betrekking tot circulariteit opgenomen: • Grondstoffeninzameling: in 2050 is sprake van 100% bronscheiding. Daarnaast is er geen restafval meer. • Circulaire economie: in 2050 is sprake van een volledig circulaire economie.
9
Circulariteit - het schuifje Uitstekend (+1) Elke nieuw bouwactiviteit moet aan de volgende eisen voldoen om ‘Uitstekend’ te scoren op circulair bouwen. De aanvrager maakt hierbij gebruik van een materialenpaspoort. • Verticale bouw: - Minimaal 20% van de gebruikte materialen voor elk nieuw te bouwen gebouw en/of vergunningplichtige bijbehorende bouwwerken bestaat uit hergebruikte materialen met een lage milieu impact. - Bij de toepassing van beton wordt het materiaal over een hemelsbrede afstand van niet meer dan 100 km vanaf het terrein aangevoerd.
Standaard (0) Elke nieuw bouwactiviteit moet aan de volgende eisen voldoen om ‘Standaard’ te scoren op circulair bouwen. De aanvrager maakt hierbij gebruik van een materialen paspoort. • Verticale bouw: - Minimaal 10% van de gebruikte materialen voor elk nieuw te bouwen gebouw en/of vergunningplichtige bijbehorende bouwwerken bestaat uit hergebruikte materialen met een lage milieu impact. - Bij de toepassing van beton wordt het materiaal over een hemelsbrede afstand van niet meer dan 100 km vanaf het terrein aangevoerd. Basis (-1) • Verticale bouw: - Minimaal 5% van de gebruikte materialen voor elk nieuw te bouwen gebouw en/of vergunningplichtige bijbehorende bouwwerken bestaat uit hergebruikte materialen met een lage milieu impact. - Bij de toepassing van beton wordt het materiaal over een hemelsbrede afstand van niet meer dan 100 km vanaf het terrein aangevoerd. Weigering Een plan wordt geweigerd als: • Het plan op geen enkele wijze bijdraagt aan circulariteit; • Materialen die nodig zijn voor de verticale bouw uit minder dan 5 % hergebruikte materialen met een lage milieu impact bestaan. • Het toe te passen beton wordt over een hemelsbrede afstand van meer dan 100 kilometer vanaf het terrein aangevoerd.
10
Aanlegactiviteiten In dit deel van de beleidsregel worden de beoordelingscriteria beschreven die worden gebruikt om de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor de aanlegactiviteiten die met initiatieven samenhangen te beoordelen. Onder aanlegactiviteiten verstaan we alle materiële ingrepen in de fysieke leefomgeving met uitzondering van het bouwen van gebouwen. Daarbij kan worden gedacht aan het aanleggen van parken, wegen, paden, waterpartijen en dergelijke. Maar ook het bouwen van een brug of het plaatsen van een zitbank valt onder de aanlegactiviteiten die met het omgevingsplan van de gemeente Meppel mogelijk worden gemaakt. Het onderdeel Aanlegactiviteiten van deze beleidsregel bevat de volgende ‘schuifjes’: • stadsnatuur ontwikkelen • groen, water en klimaat • circulariteit Per afzonderlijk schuifje zal een initiatief op basis van de karakteristieken als ‘Uitstekend’, ‘Standaard’, ‘Basis’ of ‘Weigering’ worden gekwalificeerd. Deze kwalificatie kent een puntenscore aan het initiatief voor het betreffende schuifje toe. Initiatieven die als som van de scores van de drie schuifjes gezamenlijk ten minste 0 scoort, wordt een omgevingsvergunning voor de aanlegactiviteit verleend. Sommige initiatieven zijn zo beperkt van omvang dat deze alleen bouwactiviteiten omvatten en er geen aanlegactiviteiten met de omgevingsvergunning worden aangevraagd.
In die gevallen kan het initiatief geen punten op het onderdeel ‘Aanlegactiviteiten’ scoren. De beoordeling van de aanvraag voor de omgevingsvergunning beperkt zich dan tot de bouwactiviteiten. Gehanteerde begrippen Groen of water: Groen (beplanting, gras etc), oppervlaktewater (natuurlijk water, dus geen zwembaden, bassins of verharde waterelementen) en boomkroonoppervlak. Uitgangspunt is dat het groen en water als onverhard terrein is ingericht of vormgegeven. Alleen dit telt mee in de oppervlakteberekening. Boomkroonoppervlak: Het potentiële kroonoppervlak van een boomsoort in volwassen fase. Daarbij moet deze volwassen fase wel aantoonbaar bereikt kunnen worden. Dit toetsen we aan het laatste geldende versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Zie hiervoor de informatie op de website: https://www.norminstituutbomen.nl/producten/handboek-bomen. Bij het berekenen van de omvang telt de boomkroon separaat mee (dus extra ten opzichte van bijvoorbeeld onderliggend groen waar de boom in staat). Gebruikswaarde: De mate waarin het terrein of de locatie uitnodigt tot gebruik. Denk daarbij aan toegankelijkheid, zichtbaarheid, schaduwplekken en bespeelbaarheid (bruikbaar maaiveld).
11
Stadsnatuur In gebiedsontwikkelingen vragen we ook aandacht voor natuurwaarde. Hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de natuurlijkheid van beplanting, onderlinge verbondenheid, mate van gelaagdheid in de beplanting en de wijze waarop de natuur beleefd kan worden. Voor groen in de openbare ruimte geldt een minimale eis van 30% streekeigen beplanting. Dit schuifje is zo opgebouwd dat voor stadsnatuurbevorderende maatregelen punten kunnen worden gescoord. Deze punten sommeren naar een totaal aantal punten voor het initiatief. Het totaal aantal gescoorde punten bepaalt uiteindelijk of het initiatief ‘uitstekend’, ‘standaard’, ‘basis’ of een ‘weigering’ scoort. In het onderstaande wordt eerst de score per afzonderlijke stadsnatuurbevorderende maatregelen beschreven. In het onderdeel Bouwactiviteiten is voor het schuifje ‘Groen, water en klimaat’ aangeven dat – als binnen de bouwactiviteit onvoldoende areaal aan groen kan worden aangelegd – hiervoor in de aanlegactiviteit binnen het initiatief mag worden gecompenseerd. Het voor deze compensatie opgevoerde areaal mag niet meegerekend worden in de puntentoekenning voor dit schuifje ‘Stadsnatuur ontwikkelen’. Punten Het plan heeft meer dan 12 punten gescoord op natuurinclusief bouwen bij de bouwactiviteiten
2
Minimaal 50% van het groen binnen het aanlegactiviteit is streekeigen, zoals natuurlijke extensief beheerde kruidenvegetaties in bermen, bloemenweides, ruigtes, oever- en watervegetaties, bosplantsoenen, struwelen of bomen.
3
Het streekeigen groen binnen het aanlegactiviteit is zodanig met het omliggende groen verbonden dat hierdoor migratieroutes voor de onder het onderdeel Bouwen van de beleidsregel beschreven soorten ontstaan.
2
In het groen is sprake van afwisseling en overgangen in hoogte van beplanting en van maaiveld. Er is sprake van de aanwezigheid van minimaal 4 van de volgende elementen: water, oevers, variatie in groene maaiveldhoogte, gras, ruigte, heesters en bomen.
1
Er is een beheerplan opgesteld dat is goedgekeurd door een bij het Netwerk Groene Bureaus aangesloten ecologisch adviesbureau. In dit beheerplan wordt aandacht besteed aan onder meer een duurzame instandhouding van de aangelegde natuurwaarden en/of het door beheer verder uitbouwen van deze natuurwaarden.
2
De hiervoor beschreven stadsnatuurbevorderende maatregelen binnen het initiatief resulteren in een totaalscore voor het initiatief. Deze totaalscore leidt aan de hand van de volgende tabel tot de eindscore voor het initiatief op het thema ‘Stadsnatuur ontwikkelen’.
12
Uitstekend (+1)
Het plan heeft met de punten uit het schuifje minimaal 8 punten gescoord
Standaard (0)
Het plan heeft met de punten uit het schuifje minimaal 5 punten gescoord
Basis (-1)
Het plan heeft met de punten uit het schuifje minimaal 3 punten gescoord
Weigering
Het plan heeft met de punten uit het schuifje minder dan 3 punten gescoord
13
Groen, water en klimaat In dit thema zijn eisen opgenomen aan het aanleginitiatief ter bevordering van groen, water en klimaat. Een gedeelte hiervan is overgenomen uit het waterhuishoudkundige plan dat voor de transformatie van Noordpoort is opgesteld. Naast water is groen belangrijk, want groen draagt bij aan de beleving van een aangename leefomgeving en nodigt uit tot gezond gedrag en natuurbeleving. Door het verblijven buiten wordt onder meer vitamine G gecreëerd. En dat draagt weer bij aan een gezond en prettig leven. Het thema ‘gezondheid’ is sterk met dit schuifje verweven. Voor de ontwikkeling van Noordpoort worden de doelen voor de thema’s groen, water en klimaat geconcretiseerd tot de thema’s: • aangename, groene leefomgeving • verkoeling en schaduw • wateroverlast en droogte. In het onderstaande wordt van deze thema’s een beschrijving gegeven. Verkoeling en schaduw Groen en water dragen bij aan het bestrijden van hittestress, het invangen van fijnstof en het beperken van wateroverlast en droogte. In de stad is sprake van natuurlijke verkoeling door groen, water, bomen en parken, die iedereen dichtbij vindt. Wateroverlast en droogte beperken Droogte willen we in gemeente Meppel beperken, door water zo lang mogelijk vast te houden in het gebied. Ook moet het watersysteem zodanig worden ingericht dat de leefomgeving veilig is en er geen sprake is van waterschade.
We werken met de trits: vasthouden-bergen-afvoeren. Hierdoor wordt de sponswerking van de stad vergroot en droogte beperkt. In het onderdeel Bouwactiviteiten is voor het schuifje ‘Groen, water en klimaat’ aangeven dat – als binnen de bouwactiviteit onvoldoende areaal aan groen kan worden aangelegd – hiervoor in de aanlegactiviteit binnen het initiatief mag worden gecompenseerd. Het voor deze compensatie opgevoerde areaal mag niet meegerekend worden in de puntentoekenning voor dit schuifje ‘Groen, water en klimaat’. De aanlegactiviteiten die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen op gebied van groen, water en klimaat worden als volgt gescoord:
Uitstekend (+1) Elke nieuwe aanlegactiviteit moet aan de volgende eisen voldoen om ‘Uitstekend’ te scoren: • Minimaal 40% van het totale oppervlak van de aanlegactiviteiten bestaat uit groen of water. Openbaar groen en water hebben verblijfskwaliteit en gebruikswaarde voor de gehele wijk, zoals recreatief gebruik van water, verpozen, ommetje wandelen, sport en spel met zowel zon als schaduwplekken. Deze gebruikswaarde is onderscheidend ten opzichte van het bestaande aanbod in deze wijk. Bij voorkeur blijven verblijfsruimtes, wandel- en fietsroutes door schaduwwerking koel en gebruiksvriendelijk. • Hemelwater 14
- Bij zeer hevige neerslag (80 mm/h) blijven alle wegen die binnen het project worden gerealiseerd, begaanbaar voor nooddiensten (max 10 cm water op straat). - Bij neerslag (20 mm/h) kan het hemelwater worden vastgehouden zonder water op straat of andere hinder. - De hemelwaterafvoer is maximaal 0,8 liter per seconde per hectare. • Hittestress - De aanlegactiviteit voorziet erin dat om 15:00 op 1 juli sprake is van minimaal 40% schaduw op een hoogte van ten minste 1 meter boven maaiveld. Minimaal 15% van de openbare buitenruimte krijgt daarbij schaduw van bomen. Standaard (0) Elke nieuwe aanlegactiviteit moet aan de volgende eisen voldoen om ‘basis’ te scoren op klimaatadaptatie: • Minimaal 30% van het totale oppervlak van de aanlegactiviteiten bestaat uit groen of water. Dit groen en water hebben verblijfskwaliteit en gebruikswaarde voor de buurt, zoals recreatief gebruik van water, verpozen, ommetje, sport en spel. • Hemelwater - Bij hevige neerslag (70 mm/h) mag er geen ernstige wateroverlast optreden. De definitie hiervan is te vinden in het RWP. - Bij neerslag (20 mm/h) kan het hemelwater worden vastgehouden of geborgen zonder water op straat of andere hinder - De hemelwaterafvoer is maximaal 1,2 liter per seconde per hectare.
• Hittestress - De aanlegactiviteit voorziet erin dat om 15:00 op 1 juli sprake van minimaal 30% schaduw op een hoogte van ten minste 1 meter boven maaiveld. Minimaal 10% van de openbare buitenruimte krijgt daarbij schaduw van bomen.
Basis (-1) Elke nieuwe aanlegactiviteit moet aan de volgende eisen voldoen om ‘basis’ te scoren op klimaatadaptatie: • Meer dan 20% van het totale oppervlak van de aanlegactiviteiten bestaat uit groen of water. Openbaar groen en water hebben verblijfskwaliteit en gebruikswaarde voor de buurt, zoals recreatief gebruik van water, verpozen, ommetje, sport en spel. • Hemelwater - Bij hevige neerslag (70 mm/h) mag er geen ernstige wateroverlast optreden. De definitie hiervan is te vinden in het RWP. - Bij neerslag (20 mm/h) kan het hemelwater worden vastgehouden, geborgen of afgevoerd zonder water op straat of andere hinder - De hemelwaterafvoer is maximaal 1,6 liter per seconde per hectare conform de eis van het waterschap • Hittestress - De aanlegactiviteit voorziet erin dat om 15:00 op 1 juli sprake van minimaal 20% schaduw op een hoogte van ten minste 1 meter boven maaiveld. Minimaal 10% van de openbare buitenruimte krijgt daarbij schaduw van bomen. Weigering Een plan wordt geweigerd als: • de situering van openbaar groen en water niet ruimtelijk en qua functie (gebruik) aansluit op de in deze beleidsregel opgenomen eisen over verblijfskwaliteit, gebruikswaarde en gelaagdheid • er minder dan 10% schaduwwerking door bomen is 15
• de stresstest laat met een bui van T=100 met 70 mm in 1 uur tijd zien dat dit leidt tot ernstige wateroverlast • minder dan 20% van het totale oppervlak van de aanlegactiviteit bestaat uit groen of water • Er meer dan 1,6 liter per seconde per hectare hemelwaterafvoer wordt afgevoerd.
16
Circulariteit Onder het vorige hoofdstuk bouwactiviteiten is al ingegaan op de invloed die initiatieven binnen het transformatiegebied Noordpoort van invloed kunnen zijn op het thema circulariteit. Een deel van het bevorderen van de kwaliteit binnen het transformatiegebied kan worden bereikt door eisen te stellen aan de aanlegactiviteiten die met het realiseren van de initiatieven worden uitgevoerd. Deze aanlegactiviteiten worden daarbij als volgt gescoord:
Uitstekend (+1) Elk nieuw project moet aan de volgende eisen voldoen om ‘Uitstekend’ te scoren op circulariteit. De aanvrager maakt hierbij gebruik van een materialenpaspoort. • Minimaal 20% van de gebruikte materialen voor elk nieuw te bouwen bouwwerken die geen gebouw zijn gebouw zijn bestaat uit hergebruikte materialen met een lage milieu impact. • Bij de toepassing van beton wordt het materiaal over een hemelsbrede afstand van niet meer dan 100 km vanaf het terrein aangevoerd. Standaard (0) Elk nieuw project moet aan de volgende eisen voldoen om ‘Standaard’ te scoren op circulair bouwen. De aanvrager maakt hierbij gebruik van een materialen paspoort. • Minimaal 10% van de gebruikte materialen bestaat uit hergebruikte materialen met een lage milieu impact. • Bij de toepassing van beton wordt het materiaal over een hemelsbrede afstand van niet meer dan 100 km vanaf het terrein aangevoerd. Basis (-1) Elk nieuw project moet aan de volgende eisen voldoen om ‘Basis’ te scoren op circulair bouwen. De aanvrager maakt hierbij gebruik van een materialen paspoort. • Minimaal 5% van de gebruikte materialen voor elk nieuw te bouwen bouwwerken die geen gebouw zijn gebouw zijn bestaat uit hergebruikte materialen met een lage milieu impact. • Bij de toepassing van beton wordt het materiaal over een hemelsbrede afstand van niet meer dan 100 km vanaf het terrein aangevoerd.
Weigering Een plan wordt geweigerd als: • Het plan op geen enkele wijze bijdraagt aan circulariteit; • Materialen die nodig zijn voor de verticale bouw uit minder dan 5% hergebruikte materialen met een lage milieu impact bestaan. 17
Beleidsregels opgesteld door de werkgroep Ruimte Noordpoort November 2024