3. Bijlage - Selectiecriteria aanwijzing gemeentelijk monument
Tekst van het document
Bijlage 3 Selectiecriteria aanwijzing gemeentelijk monument Het gebruik van selectiecriteria Het toetsingskader wordt gebruikt bij: het opstellen van de monumentenbeschrijving of gebiedsbeschrijving van het voorgedragen object (monument) of complex (stads- of dorpsgezicht); de advisering over de aanwijzing door de gemeentelijke Adviescommissie; het besluit van het college en de raad over de aanwijzing van het voorgedragen object of complex als gemeentelijk (archeologisch) monument. Met het vaststellen van dit Afwegingskader Monumenten wordt het toetsingskader voor iedereen inzichtelijk. Per selectiecriterium wordt een score toegekend. Er is een waardering van 0 tot maximaal 3 *** per criterium (stedenbouwkundige waarden, architectuurhistorische waarden en cultuurhistorische waarden, gaafheid en zeldzaamheid). Doorgaans zullen meerdere criteria een rol spelen om een object of complex aan te kunnen merken als waardevol ruimtelijk erfgoed. Bij monumenten- en erfgoedinventarisaties is veelal het uitgangspunt dat aan minstens vier van de vijf criteria wordt voldaan. Maar het is niet zo dat alle criteria gelijktijdig van toepassing moeten zijn om een object of complex aan te wijzen. Alle criteria zijn gelijk van waarde en kunnen in combinatie met elkaar een aanvullende rol vervullen.
Zo kan bijvoorbeeld een lage score op gaafheid gecompenseerd worden door een hoge score op zeldzaamheid. Of is het mogelijk dat een object of complex op minder criteria uitzonderlijk hoog scoort, waardoor het eveneens gewaardeerd kan worden als waardevol ruimtelijk erfgoed. Bij een totaalscore van minimaal 7*** komt een object of complex in principe in aanmerking voor de beschermde status van gemeentelijk monument. Bij de waardering van archeologische monumenten wordt een vergelijkbare systematiek gehanteerd. In dit geval wordt een score toegekend aan de selectiecriteria belevingswaarde, fysieke waarde en inhoudelijke waarde. Een monument wordt op basis van fysieke kwaliteit als in principe behoudenswaardig aangemerkt, indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (5 of 6 punten) scoren. Bij een middelmatige tot lage score (4 punten of minder), wordt naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of een vindplaats toch behoudenswaardig is. Indien te verwachten is dat op een van de inhoudelijke criteria ‘hoog’ wordt gescoord, wordt de vindplaats ook in principe behoudenswaardig geacht. Dit ‘vangnet’ heeft tot doel ervoor te zorgen dat terreinen die van beperkte fysieke kwaliteit zijn, maar desondanks inhoudelijk van groot belang, uit de beoordeling vallen.
De systematiek van het waarderen van een vindplaats is beschreven in de BRL 4000, KNA LB bijlage IV. Bij een behoudenswaardige waardering kan een object of complex in principe in aanmerking komen voor de beschermde status van gemeentelijk archeologisch monument. Criteria voor het aanwijzen van gemeentelijke monumenten Bovengrondse monumenten Als ‘object’ kunnen alle gebouwen, bouwwerken, straatmeubilair, parken, begraafplaatsen, waterwerken (waaronder bruggen en sluizen) en andere infrastructurele werken worden aangemerkt. Objecten met een sterke onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, maar ook groepen van (gelijke) gebouwen kunnen als ‘complex’ worden beschreven. Daarbij kan gedacht worden aan straatwanden, bebouwing aan pleinen, series (vrijwel) identieke woonhuizen, of woon-, industrie- en havengebieden alsook landschaps-, groen- en waterstructuren. Stedenbouwkundige waarde (of ensemblewaarde) •
Het object of complex is een essentieel onderdeel van een in cultuurhistorisch opzicht belangrijk stedenbouwkundig of land- schappelijk concept;
• • • • •
Het object of complex is een onderdeel van een historisch gegroeid stedelijk of landschappelijk gebied en speelt daarin een beeldbepalende rol; Het object of complex is van belang vanwege de wijze van ver- kaveling, inrichting en voorzieningen; Het object of complex heeft een bijzondere betekenis voor het aanzien van een streek, stad, dorp of wijk (oriëntatiepunt); Het object of complex is van belang vanwege de bijzondere kwaliteit van de bebouwing en de (historisch) ruimtelijke relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/of bodemgesteldheid; Het object/ complex is van belang in het werk van een bekend stedenbouwkundige of landschapsarchitect.
Architectuurhistorische waarde • • • • • •
Het object of complex is een goed voorbeeld van een bepaalde stijl of bouwtechniek; Het object of complex is een goed voorbeeld van het oeuvre van een architect, ingenieur, bouwmeester of kunstenaar, en neemt een belangrijke plaats in binnen de plaatselijke, regionale of landelijke architectuurgeschiedenis; Het object of complex heeft bijzondere esthetische kwaliteiten in ontwerp van exterieur en/of interieur (massa, ruimtelijke indeling, verhoudingen in de gevels, bijzondere of zeldzame detaillering, materiaal- en/of kleurgebruik); Het object of complex heeft een bijzonder of zeldzaam interieur of bevat bijzondere en/of zeldzame onderdelen of monumentale kunst in het interieur; Het object of complex, of onderdelen daarvan, heeft bijzondere bouwhistorische kwaliteiten; Het object of complex is van belang vanwege een constructie- wijze die historisch is overgeleverd of vernieuwend is voor de tijd van ontstaan (pioniersfunctie).
Cultuurhistorische waarde • • • •
Het object of complex is van belang als bijzondere uitdrukking van een culturele, sociaal-economische, religieuze, technische of typologische ontwikkeling; Het object of complex is van belang als bijzondere uitdrukking van een geografische, landschappelijke of bestuurlijke ontwikkeling; Het object of complex is van belang vanwege een plaatselijk, regionaal of landelijk historisch gegeven (feiten, gebeurtenis- sen, bewoners, beroepen e.d.); Het object of complex heeft een bijzondere herinneringswaarde.
Gaafheid (of herkenbaarheid) • • •
Het object of complex is van belang vanwege de architectonische gaafheid van het exterieur en/of interieur; Het object of complex is van belang als onderdeel van een groter geheel, waarvan de samenstellende delen (hoofd- en bij- gebouwen, hekwerken, tuinaanleg e.d.) een gaaf en herkenbaar karakter hebben; Het object of complex is van belang als onderdeel van een stedelijke, dorpse of landschappelijke omgeving met een gave structuur en een herkenbaar visueel karakter.
Zeldzaamheid • •
Het object of complex is van belang vanwege zijn zeldzaamheid in stedenbouwkundig, architectuurhistorisch, bouwtechnisch, typologisch of functioneel opzicht en/of zijn bijzondere ouderdom; Het object of complex is van uitzonderlijk belang vanwege één of meer van bovengenoemde kwaliteiten.
Archeologische monumenten Alle archeologische vindplaatsen, zoals bijvoorbeeld woonhuizen, erven, infrastructurele werken of begraafplaatsen kunnen als archeologisch monument worden aangemerkt. Belevingswaarde • • •
Het object of complex is van belang als visuele representatie van het onzichtbare archeologische bodemarchief; Het object of complex is van belang als onderdeel van een historisch gegroeid gebied of een specifieke stedelijke ontwikkeling; Het object of complex is van belang om zijn verbondenheid met een plaatselijk, regionaal of landelijk historisch gegeven (feiten, gebeurtenissen, bewoners, beroepen e.d.) en speelt een rol bij het in herinnering brengen van het culturele erfgoed.
Fysieke kwaliteit • •
Het object of complex is van belang vanwege de gaafheid en samenhang van de grondsporen; Het object of complex is van belang vanwege de mate van behoud van archeologische vondsten.
Inhoudelijke kwaliteit • • •
Het object of complex is van belang vanwege zijn zeldzaamheid binnen de archeologische periode en archeologische regio; Het object of complex is van belang als onderdeel van een stedelijke of landschappelijke context; Het object of complex is van belang vanwege de bijdrage aan kennisvorming over het verleden.