3.5 RUD Drenthe - Aanbiedingsbrief ontwerpbegroting(wijziging)
Tekst van het document
bezoekadres Westerbrink 1 9405 BJ Assen
Aan
Raden van de Drentse gemeenten Provinciale Staten van de provincie Drenthe Verzending per -mail
ons kenmerk
uw brief van/kenmerk
202400302
team
bijlage(n)
Staf
2
behandeld door
telefoon
datum
M. van den Berg
0592 - 754569
m.vandenberg@ruddrenthe.nl
12 april 2024
onderwerp
Ontwerpbegrotingswijziging 2024 RUD Drenthe Ontwerpbegroting 2025 RUD Drenthe
Geachte leden van de gemeenteraad en provinciale staten, Hierbij bieden wij u de ontwerpbegrotingswijziging 2024 en de ontwerpbegroting 2025 aan. De ontwerpbegrotingen zijn in de vergadering van het algemeen bestuur RUD Drenthe van 8 april behandeld. In deze brief leest u een toelichting op de inhoud van beide ontwerpbegrotingen. Ook worden uw raden en staten uitgenodigd om een zienswijze in te dienen. Leefomgeving in Drenthe Voor de bescherming van een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving in Drenthe voert de RUD Drenthe onder andere de volgende werkzaamheden voor u uit: • Het verlenen en toetsen van vergunningen en meldingen zodat aan de voorzijde duidelijk is welke regels van toepassing zijn voor de Drentse bedrijven. • Het houden van toezicht bij bedrijven en toezicht op het gebied van energie en asbest, inclusief handhavend optreden wanneer niet wordt voldaan aan de voorschriften. Hieronder valt ook ketentoezicht en het optreden tegen milieucriminaliteit door onze BOA’s. • Het behandelen van milieuklachten en piketmeldingen van calamiteiten. • Het verlenen van bodembeschikkingen, advisering, toezien op saneringen en het houden van bodemtoezicht bij de toepassing van grootschalig grondverzet. • Advisering over milieuthema’s zoals omgevingsveiligheid, geur, geluid, licht en lucht.
Ontwerpbegrotingswijziging 2024 – Verwerking impactanalyse Omgevingswet en jaarprogramma Vorig jaar is afgesproken om het effect van het werken met de Omgevingswet eerst te onderzoeken en daarna te verwerken in een begrotingswijziging. Daarnaast is het jaarprogramma financieel vertaald en zijn ook de extra opdrachten en voorzien meerwerk onderdeel van de begroting. Verder heeft een kleine correctie plaats gevonden voor loon- en prijsindexering, Hierna worden de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de lopende begroting nader toegelicht.
Samen ervaring opdoen met de Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet zorgt voor een grote verandering van ons werk. Het is een ‘transitiejaar’, waarin we samen ervaring opdoen in het werken met de Omgevingswet. Met een impactanalyse zijn de effecten op het Drentse milieutakenpakket in beeld gebracht. In februari is de impactanalyse gedeeld met de raden/staten en toegelicht tijdens het voorjaarsoverleg. De inschatting uit de analyse is conform het landelijke beeld; de Omgevingswet leidt tot een toename van benodigde uren. Via uitvoeringskeuzes hebben we het effect van de toename kunnen dempen van 18 naar zo’n 9%. Toch verwachten we de daarna nog resterende toegenomen vraag zeker in 2024 nog niet geheel te kunnen opvangen. Vanwege de overloop tussen het oude en nieuwe stelsel is de toegenomen vraag in 2024 mogelijk ook lager dan het ingeschatte effect op langere termijn. Daarom is in de begrotingswijziging 5% in plaats van de berekende 9% opgenomen. Daar waar krapte ontstaat zullen we op basis van een met uw vertegenwoordigers afgestemde prioriteringsvolgorde gaan werken. Uiteraard gaan we de daadwerkelijke effecten goed monitoren en evalueren. Dit jaar zijn tijdelijk extra (incidentele) uren opgenomen om te leren werken met de Omgevingswet.
Deze uren worden bijvoorbeeld gebruikt voor het oplossen van knelpunten, extra afstemming en het begeleiden van gemeenten/provincie in het digitale stelsel. In de ontwerpbegrotingswijziging is hiervoor 8600 uur voor tijdelijke inzet en daarnaast circa 6500 uur structurele urentoename opgenomen. Daarnaast is in het programma circa 5% (van de 9%) structurele urentoename opgenomen (zoals berekend in de impactanalyse Omgevingswet). Voor 2025 worden uw raden/staten via een zienswijze gevraagd om een voorkeur uit te spreken om ofwel dit percentage te continueren -en pas bij te stellen nadat uit monitoring een hoger percentage blijkt - of om uit te gaan van de eerder berekende 9% urentoename voor de Omgevingswet. De tijdelijke uren om te leren werken met de Omgevingswet komen in 2025 te vervallen. Overigens attenderen wij u erop dat u eind vorig jaar een Rijksuitkering (SPUK) heeft ontvangen voor de extra (invoerings)kosten Omgevingswet, die mogelijk als dekking kan dienen voor een deel van de verhoogde deelnemersbijdrage. Overige wijzigingen De wijzigingen ten opzichte van de lopende begroting 2024 worden inhoudelijk toegelicht in de ontwerpbegrotingswijziging.
De belangrijkste overige wijzigingen worden hierna opgesomd: − Het jaarprogramma laat op onderdelen een gestegen vraag vanuit de deelnemers zien, onder andere in de bijstelling van de extra opdrachten (stijging circa €225.000,-). Anders dan voorgaande jaren maken de extra opdrachten voortaan integraal onderdeel uit van de deelnemersbijdrage en worden deze niet meer achteraf gefactureerd. Dit is financieel verwerkt in deze begrotingswijziging. − De productiviteitsnorm stijgt van 1239 naar 1345 uur per FTE. Deze stijging komt door een lager ziekteverzuimpercentage en daarnaast door de (organisatie)projecten voortaan niet meer buiten de productienorm te houden. De wijze waarop de productiviteitsnorm nu is opgebouwd is door deze aanpassing gelijk aan andere Omgevingsdiensten. In de vastgestelde begroting 2024 was ruim 13.000 uur opgenomen voor diverse projecten. Op basis van de (landelijke) opgave voor 2024 is voor dit jaar 2500 uur extra opgenomen. Via deze (organisatie)projecten wordt bijvoorbeeld gewerkt aan het landelijk Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel, de U&H-strategie, het inwerken en begeleiden van trainees en het innovatief werken zoals het risicogericht werken en optimaliseren van processen. Deze projecten hebben allemaal tot doel om in de toekomst effectiever en efficiënter te werken.
Zo hebben we bijvoorbeeld onlangs het proces rondom de vele asbestmeldingen gerobotiseerd, waar dit eerder veel administratieve inzet vroeg (zowel bij de RUD Drenthe als bij gemeenten). In de bijlage van de ontwerpbegrotingswijziging vallen deze uren onder “indirect overige”. − Voor de nieuwe (hogere) CAO-loonafspraken is een aangepaste loon- en prijsindexering opgenomen. − Een Rijksuitkering energietoezicht zorgt voor een verlaging van de deelnemersbijdrage. Vorig jaar is bij de vaststelling van de begroting geadviseerd om alvast rekening te houden met de financiële vertaling van de Omgevingswet bij deze ontwerpbegrotingswijziging. De wijzigingen zorgen voor een forse verhoging van de totale deelnemersbijdrage van 2,4 miljoen euro, waarvan 1,8 miljoen euro voor de omgevingswet. Hieronder wordt toegelicht dat vanaf 2025 (wanneer het gemeentelijk groeimodel vanuit 2021 en de impact omgevingswet is verwerkt) de personele groei stabiliseert. In zienswijzen en tijdens de voorjaarsgesprekken kwam naar voren dat met belangstelling wordt uitgekeken naar het gesprek over de milieudoelen in Drenthe en het bijbehorende prijs- en kwaliteitsniveau. Dit is onderdeel van de 2e fase van de uitvoerings- en handhavingsstrategie waarover op dit moment de eerste gesprekken plaats vinden. 2
Ontwerpbegroting 2025 - Indexering en laatste deel gemeentelijk groeimodel In de ontwerpbegroting 2025 worden de financiële kaders van de milieuwerkzaamheden die de RUD Drenthe voor u uitvoert uitgewerkt. De milieuwerkzaamheden worden opgenomen in het jaarprogramma 2025. De ontwerpbegroting bouwt voort op eerder gemaakte afspraken. De volgende autonome ontwikkelingen zijn verwerkt: − De personele groei stabiliseert na 2025: Sinds 2021 wordt via een meerjarig gemeentelijk groeimodel op basis van de herijking Drentse Maat in 2021 en de nu vertaalde impact van de Omgevingswet de uitvoering op een adequaat niveau gebracht. Op basis van deze afspraken vindt in 2025 een laatste bijstelling plaats voor het gemeentelijk toezicht. Daarmee zijn de huidige beleidsuitgangspunten zo goed mogelijk vertaald in de organisatie en de begroting. − Het gewogen indexcijfer van het CPB en CAO-ontwikkelingen. Dit vormt het grootste deel van de toename. − De stapsgewijze afname van de meerjarige Rijksuitkering energietoezicht per 2025. − De grote incidentele inzet voor het leren werken met de Omgevingswet komt te vervallen in 2025. In zienswijze uitspraak gevraagd over uitgangspunt Omgevingswet De ontwerpbegroting is gebaseerd op de opgave voor 2025. Gelet op uw zienswijzen van vorig jaar willen wij u ook een alternatief aanbieden.
In uw zienswijzen op de begroting heeft u een duidelijk signaal afgegeven met het verzoek om eerst de impact van de Omgevingswet te onderbouwen en deze pas daarna te verwerken in een begrotingswijziging. In het licht hiervan willen wij u vragen om in uw zienswijzen een voorkeur uit te spreken op welke wijze de impact van de Omgevingswet dient te worden verwerkt in de begrotingswijziging 2025. De in de begroting verwerkte impactanalyse moet namelijk nog in de praktijk getoetst worden. Hiervoor leggen wij 2 varianten aan u voor: Variant A – 9% urenstijging op basis van impactanalyse en uitvoeringskeuzes Zoals hiervoor aangegeven volgt uit de impactanalyse de aanname dat de impact van de Omgevingswet leidt tot een structurele urenstijging van 18%. Via uitvoeringskeuzes (bijv. zakelijker, meer prioriteren in werkzaamheden, ook in afdoen van klachten) is de inzet te dempen tot 9%. Hiervan is 5% verwerkt in de ontwerpbegrotingswijziging 2024. In deze variant wordt voorgesteld om de resterende 4% toe te voegen in de ontwerpbegroting 2025. Uiteraard vindt in deze variant eveneens monitoring en bijsturing plaats op basis van ervaringscijfers. Onderdeel van die monitoring is ook de mate waarin de gemaakte uitvoeringskeuzes in de praktijk tot een demping van de urentoename leiden. Uit de monitoring kan ook blijken dat de toename de nu opgenomen 9% overstijgt.
Variant B – 5 % urenstijging uit 2024 continueren en zo nodig bijstellen op basis van monitoring In deze variant wordt ook voor 2025 de 5% urenstijging (die hiervoor in 2024 is opgenomen) gecontinueerd. De impactanalyse geeft een onderbouwde aanname dat de inzet met een hoger percentage stijgt maar dit hebben we nog niet in de praktijk kunnen toetsen. Dit jaar doen we met elkaar ervaring op in het werken met de Omgevingswet. Bij de tussentijdse rapportages (4 en 8 maanden) wordt een analyse gegeven van de stijging in vraag/complexiteit die we zien voor de Omgevingswet. Wanneer hieruit blijkt dat de organisatie niet kan voldoen aan de stijging in vraag/werkzaamheden dan wordt voorgesteld om hiervoor een bijstelling te doen via een begrotingswijziging 2025 die u voor het einde van het jaar wordt aangeboden. U wordt geadviseerd om hiervoor, uit voorzorg, een reservering op te nemen in uw eigen begroting. Voordeel van deze werkwijze is dat de verhoogde deelnemersbijdrage pas structureel in uw begroting opgenomen hoeft te worden wanneer die op werkelijke ervaringen is gebaseerd. Het risico van de keuze voor deze variant is dat de organisatie zich pas na een eventuele begrotingswijziging kan gaan voorbereiden op de noodzakelijk gebleken bijstelling van de capaciteit.
In de huidige arbeidsmarkt (minder aanbod, meer inwerktijd) is een snelle uitbreiding van de capaciteit niet mogelijk. Daarmee kan de uitvoering van de wettelijke taken in gevaar komen. De meegezonden ontwerpbegroting is opgebouwd volgens deze variant A, In bijlage C is daarnaast ook een tabel opgenomen met de deelnemersbijdrage voor variant B. Het bestuur heeft voor de ontwerpbegroting 2025 ingestoken op minimale kostenstijgingen ten opzichte van 2024. De totale stijging voor variant A bedraagt 1,5 miljoen euro (en betreft vooral indexering +4% impact Omgevingswet. Voor variant B bedraagt de stijging 1,2 miljoen euro en betreft vooral indexering. Het verschil 3
in deelnemersbijdrage voor beide varianten is opgenomen in onderstaande tabel. Het verschil in bijdrage is €328.761,-, dit betreffen de salariskosten van 3,87 FTE (5148 uur).
Deelnemer
Gemeente Aa en Hunze Gemeente Assen Gemeente Borger-Odoorn Gemeente Coevorden Gemeente Emmen Gemeente Hoogeveen Gemeente Meppel Gemeente Midden-Drenthe Gemeente Noordenveld Gemeente Tynaarlo Gemeente Westerveld Gemeente De Wolden Provincie Drenthe Totaal
DeelnemersDeelnemersbijdrage bijdrage Verschil tussen Begroting Begroting variant A en B 2025 2025 Variant A Variant B € 1.243.059 € 1.228.726 € -14.333 € 1.799.659 € 1.775.012 € -24.647 € 1.403.383 € 1.387.345 € -16.038 € 2.215.535 € 2.191.250 € -24.285 € 4.829.647 € 4.768.697 € -60.950 € 2.040.067 € 2.014.560 € -25.507 € 1.699.451 € 1.680.609 € -18.842 € 2.070.243 € 2.045.698 € -24.545 € 1.175.718 € 1.160.039 € -15.679 € 1.237.565 € 1.221.254 € -16.311 € 1.309.876 € 1.292.398 € -17.478 € 1.566.901 € 1.545.803 € -21.098 € 4.050.429 € 4.001.382 € -49.047 € 26.641.533 € 26.312.772 € -328.761
Inzet voor een schoon en veilig Drenthe Ook in 2024 en 2025 zijn zeven omgevingswaarden de basis van ons handelen: afval, bodem, geluid, lucht, licht, omgevingsveiligheid en duurzaamheid. We zijn sterk in lokaal werk maar dragen ook ons steentje bij aan provinciale en landelijke ontwikkelingen. Met deze ontwerpbegrotingen borgen we een betrouwbare en toekomstgerichte uitvoering van milieuactiviteiten, zodat we samen met onze partners proactief en resultaatgericht bijdragen aan een schoon en veilig Drenthe. Nu én voor volgende generaties. Zienswijzen raden en staten: uw inbreng wordt meegewogen Via regionale zomermarkten GR ontvangt u een toelichting op de ontwerpbegrotingen en worden uw vragen beantwoord. Uiteraard bestaat ook de mogelijkheid voorafgaand daaraan eventuele vragen te stellen. Raden en staten kunnen een zienswijze indienen over de ontwerpbegrotingen. U wordt verzocht om uiterlijk 24 juni uw (concept)zienswijzen toe te zenden, waarbij u zich ook uitspreekt over voorkeusvariant A of B. De ingediende zienswijzen worden behandeld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 8 juli. Het dagelijks bestuur geeft vervolgens in een brief aan de raden/staten haar oordeel over de ingediende zienswijzen en de conclusies die daaraan worden verbonden. De (eventueel gewijzigde) ontwerpbegrotingen worden vervolgens ter vaststelling aangeboden aan het algemeen bestuur.
Deze vergadering vindt plaats op 9 september. Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van de RUD Drenthe,
De voorzitter, R.H. Meijer
de secretaris, M. Heidekamp-Prins
Bijlagen: − Ontwerpbegrotingswijziging 2024 − Ontwerpbegroting 2025 4